Circulaire AAFisc Nr. 3/2016 (nr. Ci.RH.241/631.421) d.d. 19.01.2016
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst PB
Personenbelasting
Aanvullende vergoeding
Forfaitaire vergoeding
Vrijgestelde vergoeding
Vergoeding voor buitenlandse reis
Terugbetaling van eigen kosten van de werkgever
Inkomstenbelastingen.
I. INLEIDING
1. Deze circulaire bespreekt het belastingstelsel van de diverse forfaitaire vergoedingen die in de autocarsector worden toegekend aan chauffeurs die internationale verplaatsingen maken, ter compensatie van de extra kosten die voortvloeien uit het mobiele karakter van hun beroepsactiviteit.
2. Vergoedingen die worden toegekend als terugbetaling van kosten veroorzaakt door buitenlandse verplaatsingen, kunnen onder bepaalde voorwaarden worden aangemerkt als terugbetalingen van eigen kosten van de werkgever of vennootschap. Die vergoedingen worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 31, tweede lid, 1°, in fine of art. 32, tweede lid, 1°, in fine van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) uit de belastbare bezoldigingen van respectievelijk werknemers of bedrijfsleiders gesloten.
3. De betrokken chauffeurs maken aanspraak op een ARAB-vergoeding toegekend overeenkomstig de bepalingen van de C.A.O. van 04.05.2009 (KB 18.11.2009, BS 11.02.2010). Het betreft hier een forfaitaire vergoeding waarvan wordt aanvaard dat zij op basis van ernstige en met elkaar overeenstemmende normen is vastgesteld. Die vergoeding wordt als de terugbetaling van eigen kosten van de werkgever of vennootschap aangemerkt en is als dusdanig overeenkomstig de in het nr. 2 geciteerde bepalingen van het WIB 92, niet als een bezoldiging van werknemers, respectievelijk bedrijfsleiders aan te merken.
4. Wanneer de autocarchauffeur verplicht is om zijn dagelijkse of zijn wekelijkse rusttijd in het buitenland te nemen dan brengt dit extra kosten met zich mee.
In de circulaire nr. Ci.RH.241/607.210 (AAFisc 21/2011) van 15.04.2011 werd een regeling uitgewerkt voor de diverse forfaitaire vergoedingen die aan chauffeurs in internationaal goederenvervoer worden toegekend ter compensatie van de extra kosten die dergelijke verplichte dagelijkse of wekelijkse rust met zich meebrengen. Aangezien autocarchauffeurs onderworpen zijn aan dezelfde Europese verordening (EG) 561/2006 inzake rij- en rusttijden als de chauffeurs in internationaal goederenvervoer, wordt de huidige circulaire opgesteld volgens dezelfde principes als deze opgenomen in de voornoemde circulaire van 15.04.2011, maar rekening houdend met de specifieke arbeidsomstandigheden van de autocarchauffeurs.
5. In overleg met de autocarsector is derhalve beslist dat telkens wanneer een in het vorige lid bedoelde rusttijd in het buitenland moet worden genomen, een aanvullende vergoeding op forfaitaire basis kan worden aangemerkt als zijnde de terugbetaling van een eigen kost van de werkgever of de vennootschap voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- de aanvullende vergoeding wordt toegekend om extra kosten te dekken die het nemen van de dagelijkse of wekelijkse rust in het buitenland met zich meebrengt en wordt dan ook verbonden aan het nemen van die rust;
- het totaalbedrag van de aan de betrokken autocarchauffeurs toegekende vergoedingen mag niet meer bedragen dan het door de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking gehanteerde forfaitair bedrag van de verblijfsvergoeding voor officiële opdrachten naar het buitenland voor ambtenaren die behoren tot de 'carrière Hoofdbestuur'.
6. De door voornoemde FOD gehanteerde bedragen gelden in deze regeling als maximumbedragen, waarvan de volgende vergoedingen moeten worden afgetrokken:
- ARAB-vergoedingen;
- verblijfsvergoedingen;
- maaltijdvergoedingen;
- vergoedingen voor andere kleine onkosten (vb. taxikosten).
De aanvullende vergoeding kan dus slechts als een niet-belastbare terugbetaling van eigen kosten van de werkgever of vennootschap worden aangemerkt voor zover en in de mate dat er nog een positief saldo overblijft nadat van het maximumbedrag van de vergoedingen, vastgesteld op basis van de door de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking gehanteerde lijst, alle voornoemde vergoedingen zijn afgetrokken.
II. BESPREKING
Autocarchauffeurs
7. Bedoeld zijn de chauffeurs van gemachtigde autocars. De toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer wordt geregeld bij verordening (EG) nr. 1071/2009. Om toegang te hebben tot het beroep van wegvervoerder van personen voor rekening van derden, dient de kandidaat-vervoerder aan 4 wezenlijke voorwaarden te voldoen:
- een daadwerkelijke vestiging in een lidstaat hebben;
- voldoen aan de voorwaarde inzake vakbekwaamheid;
- voldoen aan de voorwaarde inzake betrouwbaarheid;
- voldoen aan de voorwaarde inzake financiële draagkracht.
De onderneming die aan de vier vermelde voorwaarden beantwoordt, kan een machtiging van de FOD Mobiliteit en Vervoer bekomen. De gemachtigde onderneming ontvangt dan een communautaire vergunning waarvan het origineel exemplaar zich op de zetel van de onderneming bevindt en een kopie aan boord van iedere gemachtigde autocar.
Op de website van de FOD Mobiliteit en Vervoer is een lijst van de gemachtigde ondernemingen en van de gemachtigde voertuigen beschikbaar (Zoekmogelijkheden via: http://www.mobilit.belgium.be > Wegverkeer > Vervoer van goederen en reizigers > Applicatie vergunningen).
Verplichte dagelijkse en wekelijkse rusttijd zoals bepaald in de Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15.03.2006 (van toepassing vanaf 11.04.2007) en in artikel 29 van de Verordening (EG) nr. 1073/2009 van 21.10.2009
8. De normale dagelijkse rusttijd bedraagt:
- ofwel ten minste 11 achtereenvolgende uren per periode van 24 uur;
- ofwel ten minste 12 uren, opgesplitst in 2 perioden: een eerste periode van ten minste
3 ononderbroken uren en een tweede periode van ten minste 9 ononderbroken uren.
De normale dagelijkse rusttijd van 11 achtereenvolgende uren mag worden verkort mits naleving van de volgende voorwaarden:
- de minimale dagelijkse rusttijd bedraagt 9 achtereenvolgende uren;
- deze verkorting mag maximaal 3 maal tussen 2 wekelijkse rusttijden gebeuren.
Deze bepalingen gelden wanneer er slechts 1 bestuurder is. In geval van meervoudige bemanning gelden andere regels (zie ook nr. 30).
9. Een wekelijkse rusttijd mag niet later beginnen dan aan het einde van 6 perioden van 24 uur te rekenen vanaf het einde van de vorige wekelijkse rusttijd.
Een wekelijkse rustperiode kan bestaan uit een normale wekelijkse rusttijd of een verkorte wekelijkse rusttijd:
- de normale wekelijkse rusttijd bedraagt ten minste 45 uur;
- de verkorte wekelijkse rusttijd bedraagt ten minste 24 uur (+ compensatie) (1).
(1) Onder 'verkorte wekelijkse rusttijd' wordt verstaan een periode van rust van minder dan 45 uur die kan verkort worden tot minimaal 24 achtereenvolgende uren. De verkorting moet gecompenseerd worden. Neemt een bestuurder een verkorte wekelijkse rust van 24 uur, dan zal hij 21 uur moeten compenseren, nl. het aantal uren waarmee de normale wekelijkse rusttijd (45 uur) werd ingekort. Neemt een bestuurder een verkorte wekelijkse rust van 30 uur, dan zal hij 15 uur moeten compenseren.
Per periode van 2 opeenvolgende weken moet een bestuurder ten minste 2 normale wekelijkse rusttijden of 1 normale wekelijkse rusttijd en 1 verkorte wekelijkse rusttijd van ten minste 24 uur nemen.
De verkorting van de wekelijkse rusttijd moet evenwel worden gecompenseerd door een equivalente periode van rust die voor het einde van de derde week na de betrokken week 'en bloc' moet worden genomen. Deze compensatie moet aansluiten op een andere rusttijd van ten minste 9 uur.
In de in deze circulaire uitgewerkte regeling geldt 1 normale wekelijkse rusttijd van 45 uur als 2 dagelijkse rusttijden (zie nr. 12).
10. In afwijking van de bepalingen opgenomen onder nr. 9, mag een bestuurder die een eenmalige ongeregelde vervoersdienst bestaande uit het internationale vervoer van passagiers verricht (2), de wekelijkse rusttijd voor maximaal 12 opeenvolgende perioden van 24 uur na een eerdere normale wekelijkse rusttijd uitstellen (= '12 dagen regeling'), mits:
(2) Zoals omschreven in artikel 2 van de Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21.10.2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten.
a) de dienst ten minste aaneensluitend 24 uur omvat in een andere lidstaat of een ander derde land, dan het land waar de vervoerdienst begon;
b) de bestuurder na gebruikmaking van de afwijking:
i) hetzij twee normale wekelijkse rusttijden neemt,
ii) hetzij één normale wekelijkse rusttijd en één verkorte wekelijkse rusttijd van ten minste 24 uur. De verkorting moet evenwel worden gecompenseerd door een equivalente ononderbroken periode van rust die voor het einde van de derde week na het einde van de afwijkende periode moet worden genomen;
c) na 01.01.2014 het betreffende voertuig is uitgerust met controleapparatuur die voldoet aan de eisen die worden genoemd in bijlage I B bij Verordening (EEG) 3821/85, en
d) na 01.01.2014 het betreffende voertuig, indien de rit wordt afgelegd tussen 22 uur en 6 uur, dubbel bemand is, of de in principe 4.30 uur durende rijperiode (cfr. art. 7 van Verordening (EG) 561/2006) beperkt is tot 3 uur.
De '12 dagen regeling' mag alleen worden toegepast als het gaat om één reis met één en dezelfde groep. Dit houdt in dat voor de gehele periode dezelfde namen op de passagierslijst moeten staan.
11. Indien een autocarchauffeur 'x' maal – effectief – een wettelijk verplichte dagelijkse rusttijd in het buitenland neemt, mag het totaalbedrag van de toegekende vergoedingen maximaal 'x' maal het forfaitair bedrag bedragen dat door de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wordt gehanteerd als verblijfsvergoeding (voor het betreffende land) voor officiële opdrachten naar het buitenland die worden toegekend aan ambtenaren die behoren tot de 'carrière Hoofdbestuur' (zie ook nr. 16).
12. Indien een autocarchauffeur 'x' maal – effectief – een wettelijk verplichte normale wekelijkse rusttijd van 45 uur in het buitenland neemt, mag het totaalbedrag van de toegekende vergoedingen maximaal '2 x' maal het forfaitair bedrag bedragen dat door de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wordt gehanteerd als verblijfsvergoeding (voor het betreffende land) voor officiële opdrachten naar het buitenland die worden toegekend aan ambtenaren die behoren tot de 'carrière Hoofdbestuur' (zie nr. 34, vb. 4).
Wanneer de wekelijkse rusttijd in het buitenland wordt opgesplitst in een verkorte wekelijkse rusttijd van ten minste 24 uur en de compensatie hiervan (beide in het buitenland), mag het totaalbedrag van de toegekende vergoedingen maximaal 2 maal het hiervoor bedoelde forfaitair bedrag bedragen: 1 maal per verkorte wekelijkse rusttijd en 1 maal per compensatie (zie nr. 35, vb. 5).
13. Wanneer de wekelijkse rusttijd voor maximaal 12 opeenvolgende perioden van 24 uur na een eerdere normale wekelijkse rusttijd wordt uitgesteld ('12 dagen regeling'), en de autocarchauffeur twee normale wekelijkse rusttijden in het buitenland neemt, mag het totaalbedrag van de toegekende vergoedingen maximaal 4 maal het forfaitair bedrag bedragen dat door de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wordt gehanteerd als verblijfsvergoeding (voor het betreffende land) voor officiële opdrachten naar het buitenland die worden toegekend aan ambtenaren die behoren tot de 'carrière Hoofdbestuur' (zie nr. 37, vb. 7). Hierbij wordt benadrukt dat wanneer de twee normale wekelijkse rusttijden in België worden genomen (wat doorgaans het geval zal zijn), deze geen recht geven op de bijkomende forfaitaire vergoeding (zie nr. 36, vb. 6).
Wanneer de wekelijkse rusttijd voor maximaal 12 opeenvolgende perioden van 24 uur na een eerdere normale wekelijkse rusttijd wordt uitgesteld ('12 dagen regeling'), en de autocarchauffeur één normale en één verkorte wekelijkse rusttijd van ten minste 24 uur en de compensatie hiervan in het buitenland neemt, mag het totaalbedrag van de toegekende vergoedingen maximaal 4 maal het forfaitair bedrag bedragen dat door de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wordt gehanteerd als verblijfsvergoeding (voor het betreffende land) voor officiële opdrachten naar het buitenland die worden toegekend aan ambtenaren die behoren tot de 'carrière Hoofdbestuur': 2 maal per normale wekelijkse rusttijd, 1 maal per verkorte wekelijkse rusttijd en 1 maal per compensatie (zie nr. 38 en 39, vbn. 8 en 9).
14. De principes uiteengezet in de nrs. 11 t.e.m. 13 worden hierna in tabelvorm samengevat:
| Soort rusttijd in het buitenland: | Totaalbedrag toegekende vergoedingen maximaal: |
| 1 normale dagelijkse rusttijd (11 u./12 u. (3+9)) | 1 maal het forfaitair bedrag van de verblijfsvergoeding |
| 1 verkorte dagelijkse rusttijd (9 u.) | 1 maal het forfaitair bedrag van de verblijfsvergoeding |
| 1 normale wekelijkse rusttijd (45 u.) | 2 maal het forfaitair bedrag van de verblijfsvergoeding |
| 1 verkorte wekelijkse rusttijd Vb. 24 u. / 30 u. / 35 u. … | 1 maal het forfaitair bedrag van de verblijfsvergoeding |
| 1 compensatie verkorte wekelijkse rusttijd Vb. 21 u. / 15 u. / 10 u. … | 1 maal het forfaitair bedrag van de verblijfsvergoeding |
| '12 dagen regeling' met 2 normale wekelijkse rusttijden | 4 maal het forfaitair bedrag van de verblijfsvergoeding |
| '12 dagen regeling' met 1 normale wekelijkse rusttijd en 1 verkorte wekelijkse rusttijd + compensatie | 4 maal het forfaitair bedrag van de verblijfsvergoeding |
15. OPGELET: naast dagelijkse en wekelijkse rusttijden zijn er in de autocarsector ook onderbrekingen van de rijtijd (in principe 45 min. na 4.30 uur rijtijd). Een dergelijke onderbreking van de rijtijd is geen rusttijd als bedoeld in de nrs. 11 t.e.m. 13 hiervoor en geeft bijgevolg geen recht op een aanvullende vergoeding die kan worden aangemerkt als zijnde de terugbetaling van een eigen kost van de werkgever of vennootschap.
Maximumbedrag forfaitaire vergoeding
16. Het totaalbedrag van de vergoedingen die in de autocarsector als terugbetaling van eigen kosten van de werkgever of vennootschap voor buitenlandse verplaatsingen van chauffeurs kan worden aangemerkt, mag niet hoger zijn dan de bedragen van de 'forfaitaire verblijfsvergoedingen' vastgesteld per land voor ambtenaren die behoren tot de 'carrière Hoofdbestuur' van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Onder de toepassing van dat maximumbedrag vallen de kosten die verband houden met de leef– en werkomstandigheden van de chauffeur en dus meer bepaald de ARAB-vergoeding alsmede alle andere kostenvergoedingen die aan de betreffende chauffeurs worden toegekend in het kader van hun buitenlandse verplaatsingen (zie evenwel de nrs. 22 en 23 wat bepaalde logementskosten betreft en nr. 24 wat kosten betreft die geen verband houden met de leef– en werkomstandigheden van de chauffeur).
17. Wanneer maaltijdcheques worden toegekend om de maaltijdkosten gedurende buitenlandse verplaatsingen te vergoeden, dan valt de tussenkomst van de werkgever in het bedrag van de maaltijdcheque (met een maximum van 6,91 euro per maaltijdcheque) eveneens onder de toepassing van hogervermeld maximumbedrag.
18. De meest recente bedragen van de 'forfaitaire verblijfsvergoedingen' (zoals bedoeld in nr. 5) zijn opgenomen in het Ministerieel Besluit van 23.03.2015 houdende vaststelling van verblijfsvergoedingen toegekend aan afgevaardigden en ambtenaren afhangend van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking die zich in officiële opdracht naar het buitenland begeven of zetelen in internationale commissies, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30.03.2015 (van toepassing vanaf 01.04.2015).
19. Gelet op het feit dat de bedragen van deze forfaitaire verblijfsvergoedingen worden aangepast aan de levensduurte, worden regelmatig geactualiseerde tabellen opgenomen in een Ministerieel Besluit houdende vaststelling van verblijfsvergoedingen toegekend aan afgevaardigden en ambtenaren afhangend van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking die zich in officiële opdracht naar het buitenland begeven of zetelen in internationale commissies, dat gepubliceerd wordt in het Belgisch Staatsblad. De in het nr. 5 bedoelde toe te passen maximumbedragen volgen aldus de evolutie van de bedragen opgenomen in het voornoemde Ministerieel Besluit.
20. Wanneer het totaal van de aan autocarchauffeurs toegekende kostenvergoedingen in het kader van een buitenlandse verplaatsing niet meer bedraagt dan het aantal wettelijk verplichte dagelijkse rusttijden in het buitenland vermenigvuldigd met het bedrag van de voornoemde forfaitaire verblijfsvergoedingen, worden deze vergoedingen aangemerkt als een niet belastbare terugbetaling van eigen kosten van de werkgever of vennootschap in de zin van artikel 31, tweede lid, 1°, in fine of art. 32, tweede lid, 1°, in fine, WIB 92.
Vb. Internationale verplaatsing door een autocarchauffeur met 2 verplichte dagelijkse rusttijden in Duitsland en 1 verplichte dagelijkse rusttijd in Oostenrijk: maximumbedrag van de vergoedingen = 2 x 93 euro + 1 x 95 euro (zie kolom 'Categorie 1'- dagelijkse forfaitaire vergoeding van de tabel opgenomen bij het voornoemde Ministerieel Besluit).
Een wettelijk verplichte wekelijkse rusttijd in het buitenland geldt in deze regeling voor 2 dagelijkse rusttijden (zie nrs. 9 en 12).
Vb. Internationale verplaatsing door een autocarchauffeur met 1 verplichte wekelijkse rusttijd van 45 u. in Tsjechië: maximumbedrag van de vergoedingen = 2 x 75 euro.
21. Wanneer bepaalde van de in deze circulaire bedoelde kosten die verband houden met de leef- en werkomstandigheden van de chauffeur zelf, rechtstreeks door de werkgever worden ten laste genomen dan moet het hiervoor bedoelde maximumbedrag met het bedrag van die rechtstreeks ten laste genomen kosten worden verminderd.
22. Op de in het vorige lid bedoelde regel wordt een uitzondering gemaakt voor de daadwerkelijk verrichte en bewezen logementskosten die rechtstreeks door de werkgever ten laste worden genomen. Zij moeten niet worden afgetrokken van het maximumbedrag van de forfaitaire vergoeding.
23. Wanneer daadwerkelijk verrichte en bewezen logementskosten worden terugbetaald aan de chauffeur dan moeten die evenmin worden afgetrokken van het maximumbedrag van de forfaitaire vergoeding voor zover zij althans de grenzen van de maximale logementsvergoedingen als bepaald in het reeds vernoemde ministerieel besluit van 23.05.2015 niet overschrijden. Wanneer die grenzen wel worden overschreden dan moet het saldo in principe als een belastbare bezoldiging worden aangemerkt.
24. Kosten die geen verband houden met de leef- en werkomstandigheden van de chauffeur zelf, zoals péagekosten, parkingkosten voor de autocar, … die afzonderlijk worden vergoed tegen voorlegging van bewijsstukken, moeten niet worden afgetrokken van het maximumbedrag van de forfaitaire vergoeding.
25. Het in nr. 16 bedoelde maximumbedrag kan slechts als een niet belastbare eigen kost van de werkgever of de vennootschap in aanmerking worden genomen indien het maximaal 1 maal wordt toegekend per wettelijk verplichte dagelijkse rusttijd in het buitenland. Een wettelijk verplichte wekelijkse rusttijd geldt in deze regeling voor 2 dagelijkse rusttijden.
26. In de mate dat de toegekende kostenvergoedingen de beoogde maximumbedragen overschrijden, worden zij in principe als belastbare bezoldigingen beschouwd.
27. Voor zover de specifieke kosten niet reeds het voorwerp uitmaken van een forfaitaire regeling (zie nr. 3), blijft de toekenning van een hogere kostenvergoeding evenwel mogelijk onder de voorwaarde dat de werkgever of vennootschap het dubbel bewijs levert dat:
- de vergoeding bestemd is tot het dekken van kosten die hem eigen zijn;
- die vergoeding ook daadwerkelijk aan dergelijke kosten is besteed.
Controle op het aantal dagelijkse rusttijden
28. Het controleren van het aantal effectief genomen dagelijkse en wekelijkse rusttijden is mogelijk aan de hand van de gegevens van de tachograaf.
Bedoelde belastingplichtigen
29. De richtlijnen opgenomen in deze circulaire zijn van toepassing voor de belastingplichtigen die bezoldigingen verkrijgen van:
- werknemers (art. 30, 1°, WIB 92);
- bedrijfsleiders (art. 30, 2°, WIB 92).
Meervoudige bemanning
30. De richtlijnen opgenomen in deze circulaire zijn ook van toepassing op chauffeurs die deel uitmaken van een meervoudige bemanning. Onder meervoudige bemanning wordt verstaan dat er zich tussen twee opeenvolgende dagelijkse rusttijden of tussen een dagelijkse rusttijd en een wekelijkse rusttijd ten minste 2 bestuurders in het voertuig bevinden om het te besturen. De hiervoor uiteengezette principes gelden in dat geval per chauffeur.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de reglementering inzake rusttijden bij een meervoudige bemanning verschillend is: een bestuurder die deel uitmaakt van een meervoudige bemanning moet een nieuwe dagelijkse rusttijd van ten minste 9 u. hebben genomen binnen 30 u. na het einde van een dagelijkse of wekelijkse rusttijd. De rusttijd mag in het voertuig genomen worden als dit stilstaat en voorzien is van slaapbanken. Het is dus niet zo dat de ene chauffeur zijn rusttijd mag genieten als de andere verder rijdt. De chauffeur die niet aan het stuur zit terwijl de andere chauffeur aan het rijden is, heeft op dat ogenblik geen rusttijd, maar een onderbreking.
III. VOORBEELDEN INZAKE DE VASTSTELLING VAN DE MAXIMALE AANVULLENDE VERGOEDING (MAV)
Opmerkingen vooraf:
- de voorbeelden werden opgesteld uitgaande van situaties met 1 bestuurder;
- de verplaatsingen vinden plaats tussen 01.04.2015 en 31.03.2016.
31. Voorbeeld 1
| DAG 1 (België – Duitsland) | |
| 4.30 u. | rijden (3) |
| 45 min. | onderbreking rijtijd (4) |
| 4.30 u. | rijden |
| 11 u. | rusttijd in Duitsland |
| DAG 2 (Duitsland – Duitsland) | |
| 4.30 u. | rijden |
| 45 min. | onderbreking rijtijd |
| 4.30 u. | rijden |
(3) De dagelijkse rijtijd is de totale bij elkaar opgetelde rijtijd tussen het einde van de ene dagelijkse rusttijd en het begin van de volgende dagelijkse rusttijd of tussen een dagelijkse rusttijd en een wekelijkse rusttijd. Deze mag niet meer bedragen dan 9 u. Tweemaal per week mag deze verlengd worden tot 10 u.
(4) Na een rijperiode van 4.30 u. moet de chauffeur een aaneengesloten onderbreking van ten minste 45 min. in acht nemen, tenzij hij aan een rusttijd begint. De aaneengesloten onderbreking van 45 min. kan evenwel vervangen worden door een eerste onderbreking van ten minste 15 min., gevolgd door een onderbreking van ten minste 30 min. die elk zodanig tijdens de periode worden ingelast, dat na een rijperiode van 4.30 u. een onderbreking van ten minste 45 min. is in acht genomen (zie vb. 2, 3 en 5).
De autocarchauffeur neemt in dit voorbeeld 1 verplichte dagelijkse rusttijd in het buitenland (Duitsland). Het totaalbedrag van de aan hem toegekende vergoedingen mag maximaal 1 x 93 euro bedragen (zie kolom 'Categorie 1' – dagelijkse forfaitaire vergoeding (Duitsland) van de tabel opgenomen bij het ministerieel besluit van 23.03.2015, BS 30.03.2015).
MAV = 93 euro verminderd met: de ARAB-vergoeding, eventuele verblijfsvergoeding, eventuele maaltijdvergoedingen en eventuele vergoedingen voor andere kleine onkosten.
32. Voorbeeld 2
| DAG 1 (België – Duitsland) | |
| 4.30 u. | rijden |
| 45 min. | onderbreking rijtijd |
| 4.30 u. | rijden |
| 11 u. | rusttijd in Duitsland |
| DAG 2 (Duitsland – Duitsland) | |
| 4.30 u. | rijden |
| 45 min. | onderbreking rijtijd |
| 4.30 u. | rijden |
| 9 u. | rusttijd in Duitsland |
| DAG 3 (Duitsland – België) | |
| 2.30 u. | rijden |
| 15 min. | onderbreking rijtijd |
| 2 u. | rijden |
| 30 min. | onderbreking rijtijd |
| 4.30 u. | rijden |
De autocarchauffeur neemt in dit voorbeeld 2 verplichte dagelijkse rusttijden in het buitenland (Duitsland). Het totaalbedrag van de aan hem toegekende vergoedingen mag maximaal 2 x 93 euro = 186 euro bedragen (zie kolom 'Categorie 1' – dagelijkse forfaitaire vergoeding (Duitsland) van de tabel opgenomen bij het ministerieel besluit van 23.03.2015, BS 30.03.2015).
MAV = 186 euro verminderd met: de ARAB-vergoeding, eventuele verblijfsvergoeding, eventuele maaltijdvergoedingen en eventuele vergoedingen voor andere kleine onkosten.
33. Voorbeeld 3
| DAG 1 (België – Frankrijk – België) | |
| 2.30 u. | rijden |
| 30 min. | onderbreking rijtijd |
| 2 u. | rijden |
| 30 min. | onderbreking rijtijd |
| 4.30 u. | rijden |
| 11 u. | rusttijd in België |
| DAG 2 (België) | |
| 1 u. | rijden |
De autocarchauffeur neemt in dit voorbeeld geen dagelijkse of wekelijkse rusttijd in het buitenland en heeft bijgevolg geen recht op een aanvullende vergoeding op forfaitaire basis.
34. Voorbeeld 4
| DAG 1 (België – Frankrijk) | |
| 4.30 u. | rijden |
| 45 min. | onderbreking rijtijd |
| 4.30 u. | rijden |
| 11 u. | rusttijd in Frankrijk |
| DAG 2 (Frankrijk – Frankrijk) | |
| 4.30 u. | rijden |
| 45 min. | onderbreking rijtijd |
| 4.30 u. | rijden |
| 45 u. | wekelijkse rusttijd in Frankrijk |
| DAG 3 (Frankrijk – België) | |
| 2.30 u. | rijden |
De autocarchauffeur neemt in dit voorbeeld 1 dagelijkse rusttijd en 1 wekelijkse rusttijd in het buitenland (Frankrijk). Het totaalbedrag van de aan hem toegekende vergoedingen mag maximaal 3 x 95 euro = 285 euro bedragen (zie kolom 'Categorie 1' – dagelijkse forfaitaire vergoeding (Frankrijk) van de tabel opgenomen bij het Ministerieel Besluit van 23.03.2015, BS 30.03.2015).
MAV = 285 euro verminderd met: de ARAB-vergoeding, eventuele verblijfsvergoeding, eventuele maaltijdvergoedingen en eventuele vergoedingen voor andere kleine onkosten.
35. Voorbeeld 5
| DAG 1 (België – Duitsland) | |
| 4.30 u. | rijden |
| 45 min. | onderbreking rijtijd |
| 4.30 u. | rijden |
| 11 u. | rusttijd in Duitsland |
| DAG 2 (Duitsland – Oostenrijk) | |
| 4.30 u. | rijden |
| 45 min. | onderbreking rijtijd |
| 4.30 u. | rijden |
| 24 u. | verkorte wekelijkse rusttijd in Oostenrijk |
| DAG 3 (Oostenrijk – Oostenrijk) | |
| 2.30 u. | rijden |
| 15 min. | onderbreking rijtijd |
| 1 u. | rijden |
| 15 min. | onderbreking rijtijd |
| 1 u. | rijden |
| 30 min. | onderbreking rijtijd |
| 4.30 u. | rijden |
| 11 u. | rusttijd in Oostenrijk |
| 21 u. | compensatie verkorte wekelijkse rusttijd in Oostenrijk |
De autocarchauffeur neemt in dit voorbeeld 1 dagelijkse rusttijd in Duitsland, 1 dagelijkse rusttijd in Oostenrijk en 1 verkorte wekelijkse rusttijd + de compensatie hiervan in Oostenrijk. Het totaalbedrag van de aan hem toegekende vergoedingen mag maximaal 1 x 93 euro (Duitsland) + 3 x 95 euro (Oostenrijk) = 378 euro bedragen.
MAV = 378 euro verminderd met: de ARAB-vergoeding, eventuele verblijfsvergoeding, eventuele maaltijdvergoedingen en eventuele vergoedingen voor andere kleine onkosten.
Opmerking: indien de compensatie van de verkorte wekelijkse rusttijd in België wordt genomen, geeft deze geen recht op het forfaitaire bedrag van 95 euro. De rusttijd van 11 u. waarop deze compensatie moet aansluiten, wordt in dat geval eveneens in België genomen en geeft evenmin recht op het forfaitaire bedrag van 95 euro.
36. Voorbeeld 6 ('12 dagen regeling')
Een autocarchauffeur neemt zijn wekelijkse rust pas na 12 dagen (12 x 24 uur na aanvang van de werkzaamheden op de eerste dag). De doorgeschoven rustperiode van 90 uur (2 normale wekelijkse rusttijden, zie nr. 10) wordt na terugkeer van de meerdaagse reis naar Spanje, in België genomen.
Deze rustperiode van 90 uur in België geeft geen recht op een aanvullende forfaitaire vergoeding.
37. Voorbeeld 7 ('12 dagen regeling')
Een autocarchauffeur neemt zijn wekelijkse rust pas na 12 dagen (12 x 24 uur na aanvang van de werkzaamheden op de eerste dag). De doorgeschoven rustperiode van 90 uur (2 normale wekelijkse rusttijden, zie nr. 10) wordt in Spanje genomen aansluitend op de meerdaagse reis met één en dezelfde groep in dat land.
Deze rustperiode van 90 uur in Spanje geeft recht op een aanvullende forfaitaire vergoeding. Het totaalbedrag van de aan de autocarchauffeur toegekende vergoedingen met betrekking tot deze rustperiode mag maximaal 4 x 87 euro (Spanje) = 348 euro bedragen.
MAV = 348 euro verminderd met: de ARAB-vergoeding, eventuele verblijfsvergoeding, eventuele maaltijdvergoedingen en eventuele vergoedingen voor andere kleine onkosten.
38. Voorbeeld 8 ('12 dagen regeling')
Een autocarchauffeur neemt zijn wekelijkse rust pas na 12 dagen (12 x 24 uur na aanvang van de werkzaamheden op de eerste dag). De doorgeschoven rustperiode van 69 uur (1 normale wekelijkse rusttijd van 45 uur en 1 verkorte wekelijkse rusttijd van 24 uur, zie nr. 10) wordt in Spanje genomen, aansluitend op de meerdaagse reis met één en dezelfde groep in dat land. De compensatie (21 uur) van de verkorte wekelijkse rusttijd wordt in Spanje genomen.
Deze totale rustperiode van 90 uur in Spanje geeft recht op een aanvullende forfaitaire vergoeding. Het totaalbedrag van de aan de autocarchauffeur toegekende vergoedingen met betrekking tot deze rustperiode mag maximaal 4 x 87 euro (Spanje) = 348 euro bedragen.
MAV = 348 euro verminderd met: de ARAB-vergoeding, eventuele verblijfsvergoeding, eventuele maaltijdvergoedingen en eventuele vergoedingen voor andere kleine onkosten.
39. Voorbeeld 9 ('12 dagen regeling')
Een autocarchauffeur neemt zijn wekelijkse rust pas na 12 dagen (12 x 24 uur na aanvang van de werkzaamheden op de eerste dag). De doorgeschoven rustperiode van 69 uur (1 normale wekelijkse rusttijd van 45 uur en 1 verkorte wekelijkse rusttijd van 24 u., zie nr. 10) wordt in Spanje genomen, aansluitend op de meerdaagse reis met één en dezelfde groep in dat land. De compensatie (21 uur) van de verkorte wekelijkse rusttijd wordt pas 2 weken later in België genomen.
De rustperiode van 69 uur in Spanje geeft recht op een aanvullende forfaitaire vergoeding. Het totaalbedrag van de aan de autocarchauffeur toegekende vergoedingen met betrekking tot deze rustperiode mag maximaal 3 x 87 euro (Spanje) = 261 euro bedragen.
De compensatie van de verkorte wekelijkse rusttijd die in België wordt genomen, geeft geen recht op een aanvullende forfaitaire vergoeding.
MAV = 261 euro verminderd met: de ARAB-vergoeding, eventuele verblijfsvergoeding, eventuele maaltijdvergoedingen en eventuele vergoedingen voor andere kleine onkosten.
IV. INWERKINGTREDING
40. De voormelde richtlijnen treden in werking vanaf 01.01.2016.
Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,
P. GYSEN
Adviseur - Directeur
