Aanschrijving nr. 21 dd. 07.09.1990
AANSCHRIJVING 90/021
Aanschrijving nr. 21 dd. 07.09.1990
Belasting over de toegevoegde waarde
Wet van 20 juli 1990
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
TITEL I. - Fiscale bepalingen
HOOFDSTUK I. - Bepalingen inzake indirecte belastingen
Afdeling 2. Belasting over de toegevoegde waarde
Art. 10
In artikel 44 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, gewijzigd bij artikel 23 van de wet van 27 december 1977, bij artikel 63 van de wet van 2 juli 1981 en bij artikel 115 van de wet van 22 december 1989, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2, 1°bis, worden de woorden "welke is vrijgesteld krachtens § 1, 2°, of krachtens 1° van deze paragraaf" vervangen door de woorden "waarvoor zij niet belastingplichtig zijn";
2° § 2, 2°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"2° de diensten die nauw samenhangen met maatschappelijk werk verstrekt door instellingen die de bejaardenzorg tot doel hebben en als zodanig zijn erkend door de bevoegde overheid en die, indien het gaat om privaatrechtelijke instellingen, handelen onder sociale voorwaarden welke vergelijkbaar zijn met die welke gelden voor de publiekrechtelijke instellingen; de diensten in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid verstrekt door kinderbewaarplaatsen en zuigelingentehuizen en door instellingen erkend door de bevoegde overheid die, ingevolge hun statuten, in hoofdzaak tot doel hebben het toezicht over jongelui en de zorg voor hun onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding;";
3° 3 wordt aangevuld met een als volgt luidend 4° :
"4° het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen beoogd door de wet van 27 maart 1957 betreffende de gemeenschappelijke beleggingsfondsen en tot wijziging van het Wetboek der zegelrechten en het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.".
...
Afdeling 5 - Inwerkingtreding
Art. 14
§ 1. Artikel 10 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1990.
...
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 20 juli 1990.
BOUDEWIJN
Van Koningswege :
(volgen de handtekeningen van de Ministers)
Met 's Lands zegel gezegeld
De Minister van Justitie,
M. WATHELET.
Bijlage 2
Uittreksel uit de Memorie van toelichting betreffende de wet ven 20 juli 1990 houdende economische en fiscale bepalingen (Parl. Doc., Kamer, nr. 1218/1).
...
TITEL I. - Fiscale bepalingen.
HOOFDSTUK I. - Bepalingen inzake indirecte belastingen.
Art. 10.
1° Artikel 44, § 2, 1°bis, van het B.T.W.-Wetboek verleent tot op heden vrijstelling van de B.T.W. voor de diensten die worden verstrekt aan hun leden door zelfstandige groeperingen van personen die een werkzaamheid uitoefenen in de medische en paramedische sector. Het aannemen van de Achttiende Richtlijn van de Raad van 18 juli 1989 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting-intrekking van een aantal afwijkingen bedoeld in artikel 28, 3de lid, van de Zesde Richtlijn, heeft tot gevolg dat deze vrijstelling voortaan niet meer kan beperkt worden tot de genoemde sector maar moet worden uitgebreid tot de groeperingen van personen die een activiteit uitoefenen waarvoor zij niet belastingplichtig zijn.
De in het voorstel tot wijziging gebruikte formulering houdt rekening met deze uitbreiding daar onder personen die niet de hoedanigheid hebben van belastingplichtige dient te worden verstaan zij die geen belastingplichtige kunnen zijn hetzij omdat ze niet aan de voorwaarden voldoen (art. 4 van het B.T.W.-Wetboek), hetzij omdat zij handelingen verrichten die vrijgesteld zijn door artikel 44 (art. 5 van het B.T.W.-Wetboek) of ten slotte omdat zij moeten beschouwd worden als institutionele niet-belastingplichtigen (art. 6 van het B.T.W.-Wetboek).
2° Artikel 44, § 2, 2°, eerste volzin, beperkt momenteel de vrijstelling tot diensten in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid door bejaardentehuizen.
De nieuwe strekkingen die zich in de bejaardenzorg aftekenen, streven ernaar de integratie van de bejaarden in de gemeenschap te bevorderen. Derhalve wordt de bejaardenzorg voortaan niet enkel beperkt tot de opvang van bejaarden in rusthuizen maar wordt thans ook in een aantal andere mogelijkheden voorzien waarvan de bejaarden kunnen gebruik maken, zoals serviceflatgebouwen of woningcomplexen met dienstverlening en dienstencentra.
De in het voorstel tot wijziging gebruikte formulering houdt tegelijk rekening met deze uitbreiding van mogelijkheden die geboden worden aan bejaarden en met de verschillende ter zake genomen wetsbepalingen, met name door de Vlaamse Gemeenschap in haar decreet van 5 maart 1985 en wordt de Franse gemeenschap in haar decreet van 10 mei 1984.
Ten slotte worden de beoogde instellingen voor de toepassing van de vrijstelling geacht van sociale aard te zijn.
3° In de huidige stand van de B.T.W.-wetgeving is er geen enkele bepaling die de vergoeding van de beheersvennootschap van de beleggingsfondsen van de belasting vrijstelt. Overigens, gelet op de aard van werkzaamheid van die beheersvennootschappen, die in feite het vermogen beheren van de onverdeelde beleggers, zijn de door de genoemde vennootschappen gepresteerde diensten bedoeld in artikel 18, § 1, 1°, van het B.T.W.-Wetboek en derhalve tot op heden steeds onderworpen geweest aan de belasting. De Achttiende Richtlijn schrapt de mogelijkheid om dit beheer nog langer met B.T.W. te belasten, vandaar het voorstel tot uitbreiding van artikel 44, § 3.
...
Aanschrijving nr. 21 dd. 07.09.1990
Belasting over de toegevoegde waarde
Wet van 20 juli 1990
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
TITEL I. - Fiscale bepalingen
HOOFDSTUK I. - Bepalingen inzake indirecte belastingen
Afdeling 2. Belasting over de toegevoegde waarde
Art. 10
In artikel 44 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, gewijzigd bij artikel 23 van de wet van 27 december 1977, bij artikel 63 van de wet van 2 juli 1981 en bij artikel 115 van de wet van 22 december 1989, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2, 1°bis, worden de woorden "welke is vrijgesteld krachtens § 1, 2°, of krachtens 1° van deze paragraaf" vervangen door de woorden "waarvoor zij niet belastingplichtig zijn";
2° § 2, 2°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"2° de diensten die nauw samenhangen met maatschappelijk werk verstrekt door instellingen die de bejaardenzorg tot doel hebben en als zodanig zijn erkend door de bevoegde overheid en die, indien het gaat om privaatrechtelijke instellingen, handelen onder sociale voorwaarden welke vergelijkbaar zijn met die welke gelden voor de publiekrechtelijke instellingen; de diensten in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid verstrekt door kinderbewaarplaatsen en zuigelingentehuizen en door instellingen erkend door de bevoegde overheid die, ingevolge hun statuten, in hoofdzaak tot doel hebben het toezicht over jongelui en de zorg voor hun onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding;";
3° 3 wordt aangevuld met een als volgt luidend 4° :
"4° het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen beoogd door de wet van 27 maart 1957 betreffende de gemeenschappelijke beleggingsfondsen en tot wijziging van het Wetboek der zegelrechten en het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.".
...
Afdeling 5 - Inwerkingtreding
Art. 14
§ 1. Artikel 10 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1990.
...
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 20 juli 1990.
BOUDEWIJN
Van Koningswege :
(volgen de handtekeningen van de Ministers)
Met 's Lands zegel gezegeld
De Minister van Justitie,
M. WATHELET.
Bijlage 2
Uittreksel uit de Memorie van toelichting betreffende de wet ven 20 juli 1990 houdende economische en fiscale bepalingen (Parl. Doc., Kamer, nr. 1218/1).
...
TITEL I. - Fiscale bepalingen.
HOOFDSTUK I. - Bepalingen inzake indirecte belastingen.
Art. 10.
1° Artikel 44, § 2, 1°bis, van het B.T.W.-Wetboek verleent tot op heden vrijstelling van de B.T.W. voor de diensten die worden verstrekt aan hun leden door zelfstandige groeperingen van personen die een werkzaamheid uitoefenen in de medische en paramedische sector. Het aannemen van de Achttiende Richtlijn van de Raad van 18 juli 1989 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting-intrekking van een aantal afwijkingen bedoeld in artikel 28, 3de lid, van de Zesde Richtlijn, heeft tot gevolg dat deze vrijstelling voortaan niet meer kan beperkt worden tot de genoemde sector maar moet worden uitgebreid tot de groeperingen van personen die een activiteit uitoefenen waarvoor zij niet belastingplichtig zijn.
De in het voorstel tot wijziging gebruikte formulering houdt rekening met deze uitbreiding daar onder personen die niet de hoedanigheid hebben van belastingplichtige dient te worden verstaan zij die geen belastingplichtige kunnen zijn hetzij omdat ze niet aan de voorwaarden voldoen (art. 4 van het B.T.W.-Wetboek), hetzij omdat zij handelingen verrichten die vrijgesteld zijn door artikel 44 (art. 5 van het B.T.W.-Wetboek) of ten slotte omdat zij moeten beschouwd worden als institutionele niet-belastingplichtigen (art. 6 van het B.T.W.-Wetboek).
2° Artikel 44, § 2, 2°, eerste volzin, beperkt momenteel de vrijstelling tot diensten in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid door bejaardentehuizen.
De nieuwe strekkingen die zich in de bejaardenzorg aftekenen, streven ernaar de integratie van de bejaarden in de gemeenschap te bevorderen. Derhalve wordt de bejaardenzorg voortaan niet enkel beperkt tot de opvang van bejaarden in rusthuizen maar wordt thans ook in een aantal andere mogelijkheden voorzien waarvan de bejaarden kunnen gebruik maken, zoals serviceflatgebouwen of woningcomplexen met dienstverlening en dienstencentra.
De in het voorstel tot wijziging gebruikte formulering houdt tegelijk rekening met deze uitbreiding van mogelijkheden die geboden worden aan bejaarden en met de verschillende ter zake genomen wetsbepalingen, met name door de Vlaamse Gemeenschap in haar decreet van 5 maart 1985 en wordt de Franse gemeenschap in haar decreet van 10 mei 1984.
Ten slotte worden de beoogde instellingen voor de toepassing van de vrijstelling geacht van sociale aard te zijn.
3° In de huidige stand van de B.T.W.-wetgeving is er geen enkele bepaling die de vergoeding van de beheersvennootschap van de beleggingsfondsen van de belasting vrijstelt. Overigens, gelet op de aard van werkzaamheid van die beheersvennootschappen, die in feite het vermogen beheren van de onverdeelde beleggers, zijn de door de genoemde vennootschappen gepresteerde diensten bedoeld in artikel 18, § 1, 1°, van het B.T.W.-Wetboek en derhalve tot op heden steeds onderworpen geweest aan de belasting. De Achttiende Richtlijn schrapt de mogelijkheid om dit beheer nog langer met B.T.W. te belasten, vandaar het voorstel tot uitbreiding van artikel 44, § 3.
...
Bron: FisconetPlus
