Circulaire nr. Ci.RH.252/509.195 van 13.07.1999
CIRC 13.07.99/1
Bull. nr. 796, pag. 2609
AFTREKBARE BESTEDING
Vrijgestelde gift.
DIVERS INKOMEN
Belastbaar bedrag van de diverse inkomsten.
Prijzen en subsidies aan geleerden, schrijvers of kunstenaars.
PRIJZEN EN SUBSIDIES AAN GELEERDEN, SCHRIJVERS OF KUNSTENAARS
Vrijgestelde gift.
Vrijgestelde gift.
DIVERS INKOMEN
Belastbaar bedrag van de diverse inkomsten.
Prijzen en subsidies aan geleerden, schrijvers of kunstenaars.
PRIJZEN EN SUBSIDIES AAN GELEERDEN, SCHRIJVERS OF KUNSTENAARS
Vrijgestelde gift.
Commentaar op de art. 4 en 5, W 27.10.1997 houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek (vaststelling van het nettobedrag van de in art. 90, 2°, WIB 92 bedoelde prijzen, subsidies enz., aan geleerden, schrijvers of kunstenaars).
Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2 + en 2.
I. INLEIDING
1. Deze circulaire bespreekt de wijzigingen die inzake de vaststelling van het nettobedrag van de in art. 90, 2°, WIB 92 vermelde prijzen, subsidies, enz., aan geleerden, schrijvers of kunstenaars, zijn aangebracht door de artikelen 4 en 5 van de W 27.10.1997 houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek (V 2538, Bull. 778).
II. WETTEKSTEN
Art. 4, W 27.10.1997
2. Artikel 98 van hetzelfde Wetboek (1), vervangen bij artikel 15 van de wet van 6 juli 1994 (2), wordt vervangen door de volgende bepaling :
[(1) Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
(2) V 2323 - Bull. 742].
" Art. 98. De in artikel 90, 2°, vermelde inkomsten worden in aanmerking genomen naar het aan de verkrijger werkelijk betaalde of toegekende bedrag, in voorkomend geval verhoogd met de bedrijfsvoorheffing en verlaagd met de door de verkrijger gestorte giften aan een in artikel 104, 3°, a en b, vermelde instelling op voorwaarde dat zij blijken uit een kwijtschrift van de begiftigde.
De in artikel 90, 5° tot 7°, vermelde inkomsten worden in aanmerking genomen naar het aan de verkrijger werkelijk betaalde of toegekende bedrag, in voorkomend geval verhoogd met de roerende voorheffing. "
Art. 5, W 27.10.1997
In artikel 109 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "van de aftrekbare giften is niet hoger" vervangen door de woorden "van de giften dat aftrekbaar is van de netto-inkomsten mag het bedrag van de giften dat overeenkomstig artikel 98, eerste lid, werd afgetrokken niet bevatten en mag niet hoger zijn ".
Dientengevolge luidt art. 109, WIB 92 voortaan als volgt:
Art. 109, WIB 92
Het totale bedrag van de giften dat aftrekbaar is van de netto-inkomsten mag het bedrag van de giften dat overeenkomstig artikel 98, eerste lid, werd afgetrokken niet bevatten en mag niet hoger zijn dan 10 % van het totale netto-inkomen, noch hoger dan 10.000.000 frank.
Art. 7, W 27.10.1997
De artikelen 2 tot 6 zijn van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1997.
III. ALGEMEEN
3. De in art. 104, WIB 92, vermelde giften waren voorheen uitsluitend aftrekbaar van het totale netto-inkomen.
Art. 98, eerste lid, WIB 92, zoals het van toepassing is met ingang van het aj. 1997, bepaalt dat de giften gestort aan een in art. 104, 3°, a of b, WIB 92 vermelde instelling voortaan ook aftrekbaar zijn van het bedrag van de krachtens art. 90, 2°, WIB 92 als diverse inkomsten belastbare prijzen, subsidies, enz., aan geleerden, schrijvers of kunstenaars.
4. De giften die van die prijzen, subsidies, enz., worden afgetrokken, mogen natuurlijk niet meer van het totale netto-inkomen worden afgetrokken.
IV. GIFTEN DIE VAN DE PRIJZEN, SUBSIDIES, ENZ., KUNNEN AFGETROKKEN WORDEN
a) Bedoelde giften
5. De giften die aftrekbaar zijn van de prijzen, subsidies, enz., zijn die welke vermeld zijn in art. 104, 3°, a en b, WIB 92, d.w.z. de giften in geld:
a) aan Belgische universiteiten of universitaire centra, aan instellingen die met universiteiten zijn gelijkgesteld krachtens de wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens;
b) aan koninklijke academiën, aan het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, zomede aan instellingen voor wetenschappelijk onderzoek die erkend zijn door de Minister van Financiën en door de Minister tot wiens bevoegdheid het beleid en de programmatie inzake wetenschap behoren, uitgezonderd de instellingen die rechtstreeks verbonden zijn met een politieke partij of fijst (3).
[(3) De cursief gedrukte tekst, die werd ingevoegd door de W 12.6.1998 tot wijziging van art. 104, 3°, b, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (V 2605, Bull. 787), is van toepassing met ingang van het aj. 1999].
6. Die giften worden slechts in aanmerking genomen mits:
- zij blijken uit een kwijtschrift van de begiftigde;
- zij ten minste 1.000 BEF per jaar en per instelling bedragen.
b) Prijzen, subsidies, enz.
7. De giften in kwestie zijn bij voorrang aftrekbaar van de in art. 90, 2°, WIB 92 vermelde inkomsten, zijnde de prijzen en gedurende twee jaar ontvangen subsidies, voor de schijf boven 100.000 F (4), en andere subsidies, renten of pensioenen die door Belgische of vreemde openbare machten of openbare instellingen zonder winstoogmerken zijn toegekend aan geleerden, schrijvers of kunstenaars, met uitzondering van de sommen die zijn betaald of toegekend als bezoldiging van bewezen diensten en beroepsinkomsten zijn.
[(4) Bedrag vóór indexatie (voor het geïndexeerd bedrag, zie inzonderheid de circ. 2.6.1999, Ci.D.28/519.829)].
8. Het speelt terzake geen rol of die prijzen, subsidies, enz., afzonderlijk belast worden tegen een aanslagvoet van 16,5 % (cf. art. 171, 4°, c, WIB 92), dan wel samengevoegd worden met de andere inkomsten van de belastingplichtige.
c) Aftrekbaar bedrag
9. De in nr 5 bedoelde giften, zijn in eerste instantie aftrekbaar tot het (eventueel met de BV op die inkomsten verhoogde) bedrag van de prijzen, subsidies, enz.
Voor de vaststelling van het nettobedrag van die prijzen, subsidies, enz., zijn de in art. 109, WIB 92, gestelde grenzen van 10 % en 10.000.000 BEF (5) niet van toepassing.
[(5) Bedrag vóór indexatie (voor het geïndexeerd bedrag, zie inzonderheid de circ. 2.6.1999, Ci.D.28/519.829)].
10. Het eventuele saldo van die giften dat bij ontstentenis of ontoereikendheid van de beoogde inkomsten, niet van de prijzen, subsidies, enz., kan worden afgetrokken, wordt vervolgens, samen met de andere in art. 104, WIB 92, beoogde giften, van het totale netto-inkomen afgetrokken binnen de in art. 109, WIB 92, gestelde grenzen.
V. VOORBEELD
11. Een belastingplichtige heeft in 1998 de volgende inkomsten genoten :
- nettobaat : 600.000 BEF;
- in art. 90, 2°, eerste lid, WIB 92 beoogde prijs : 120.000 BEF.
Hij heeft 100.000 BEF geschonken aan een Belgische universiteit (instelling vermeld in art. 104, 3°, a, WIB 92) en 5.000 BEF aan het Rode Kruis van België (niet in art. 104, 3°, a of b, WIB 92 vermelde instelling), waarvoor de passende kwijtschriften werden afgeleverd.
Vaststelling van het belastbaar inkomen
Diverse inkomsten :
Bedrag van de toegekende prijs: 120.OOO BEF Vrijgesteld gedeelte: -110.OOO BEF Verschil: 10.OOO BEF Gift gestort aan een universiteit: 100.000 BEF te beperken tot: -10.OOO BEF Belastbaar nettobedrag van de prijs: O BEF Belastbaar inkomen : - beroepsinkomsten (nettobaat): 600.OOO BEF - diverse inkomsten: O BEF Totaal netto-inkomen: 600.OOO BEF Aftrekbare bestedingen: - giften aan een universiteit (saldo): 100.000 BEF - 10.000 BEF = 90.OOO BEF - giften aan het Rode Kruis: 5.OOO BEF - totaal: 95.OOO BEF te beperken tot 600.000 BEF x 10 % = - 60.OOO BEF Gezamenlijk belastbaar inkomen: 540.OOO BEF VI. INWERKINGTREDING
12. De bepalingen van de art. 4 en 5 W 27.10.1997, zijn van toepassing met ingang van het aj. 1997 (cf. art. 7 van diezelfde wet).
Voor de Directeur-generaal:De Auditeur-generaal van financiën,
V.KINDT
Bron: FisconetPlus
