Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 23.02.1994 (Aflevering 22)
CIRC 23.02.94/1
Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 23.02.1994 (Aflevering 22)
Bull. nr. 737, pag. 804
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Investeringsaftrek.
INVESTERINGSAFTREK
Berekening van de investeringsaftrek.
Energiebesparende investering.
Gespreide investeringsaftrek.
Gewone investering.
Innovatievennootschap.
Investering voor onderzoek en ontwikkeling.
Percentage van de investeringsaftrek.
Verhoging van de percentages.
Verhoogde investeringsaftrek.
INHOUDSTABEL Nrs. I. WETTEKSTEN .............................................. II/151 II. ALGEMEEN ................................................ II/152 III. BEREKENING VAN DE INVESTERINGSAFTREK .................... II/155 IV. BEPERKING VAN DE AFTREK A. Principe ............................................. II/160 B. Indeling van de vennootschappen ...................... II/161 C. Belgische KMO ........................................ II/163 D. Andere vennootschappen ............................... II/169 V. OVERZICHT VAN DE PERCENTAGES ............................ II/173 I. WETTEKSTEN
W 28.7.1992
II/151
Artikel 201 van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Art. 201. - In de gevallen die niet in de artikelen 69, eerste lid, 2°, en 70 vermeld zijn, wordt de investeringsaftrek als volgt vastgesteld :
1° met betrekking tot binnenlandse vennootschappen waarvan de aandelen voor meer dan de helft toebehoren aan één of meer natuurlijke personen die de meerderheid van het stemrecht vertegenwoordigen, en die geen deel uitmaken van een groep waartoe een coördinatiecentrum behoort als vermeld in het koninklijk besluit nr. 187 van 30 december 1982 betreffende de oprichting van de coördinatiecentra, is het percentage van de aftrek gelijk aan de percentsgewijs uitgedrukte stijging van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk voor het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, waaraan het belastbare tijdperk is verbonden waarin de investering is verricht, ten opzichte van het gemiddelde van de indexcijfers van het eraan voorafgaande jaar, afgerond tot de hogere of lagere eenheid naargelang de breuk al dan niet 50 % bedraagt en verhoogd met 1 percentpunt, maar het aldus verkregen percentage mag niet minder dan 3 % noch meer dan 10 % bedragen; dat percentage is slechts van toepassing op de eerste schijf van 200 miljoen frank investeringen per belastbaar tijdperk;
2° met betrekking tot de niet in 1° vermelde vennootschappen, is het percentage van de aftrek dat vermeld in 1°, doch teruggebracht tot 0.
Wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen kan de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit, het percentage van de investeringsaftrek vermeld in het eerste lid, 1°, alsmede het in het eerste lid, 2°, vermelde percentage, in zover het tot 0 wordt teruggebracht, verhogen.
De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van dit artikel genomen besluiten.
Het bedrag van 200 miljoen frank, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast. Die aanpassing gebeurt met behulp van de coëfficiënt die wordt verkregen door het gemiddelde van de indexcijfers van het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar 1988. Bij de berekeningen zijn de bepalingen van artikel 178, § 2, tweede en derde lid, van toepassing".
Artikel 240 van hetzelfde Wetboek, wordt aangevuld met een als volgt luidend tweede lid :
"Ten name van de in het eerste lid vermelde vennootschappen is het percentage van de investeringsaftrek in de niet in de artikelen 69, eerste lid, 2°, en 70 vermelde gevallen, gelijk aan dat vermeld in artikel 201, eerste lid, 2°".
...
§ 8. Artikel 11, en artikel 18, in de mate dat het een nieuw artikel 201, eerste lid, 1°, en vierde lid, in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 invoegt, zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar 1993, in zover de vaste activa vanaf 1 januari 1992 zijn verkregen of tot stand gebracht.
§ 9. Artikel 18, in de mate dat het een nieuw artikel 201, eerste lid, 2°, tweede en derde lid, in hetzelfde Wetboek invoegt en artikel 29, zijn van toepassing op de vaste activa die vanaf 27 maart 1992 zijn verkregen of tot stand gebracht.
§ 10. Elke wijziging die vanaf 27 maart 1992 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen ..., 18 en 29.
II. ALGEMEEN
II/152
De richtlijnen die in de nrs. I/751 en volgende van circ. 21.06.1993, nr. Ci.D.19/444.905 (Bull. 730) op het vlak van de PB werden verstrekt m.b.t. de investeringsaftrek, zijn in principe eveneens van toepassing op de aan de Ven.B en de BNI-ven. onderworpen belastingplichtigen.
II/153
De art. 201 en 240, WIB 92, zoals zij werden ingelast door de art. 18 en 29, W 28.7.1992 bevatten evenwel voor aan de Ven.B en BNI-ven. onderworpen vennootschappen afwijkende regels die inzonderheid betrekking hebben op :
II/154
De verschillen die, mede gelet op die wijzigingen, ter zake bestaan tussen natuurlijke personen en vennootschappen worden hierna besproken.
III. BEREKENING VAN DE INVESTERINGSAFTREK
II/155
Zoals inzake PB worden vanaf het aj. 1993 en in zover de vaste activa vanaf 1.1.1992 zijn verkregen of tot stand gebracht, de percentages van de investeringsaftrek vastgesteld per aanslagjaar, en niet meer per kalenderjaar.
Voor de vennootschappen die anders dan per kalenderjaar boekhouden of waarvan het boekjaar zich uitzonderlijk over een periode van meer dan twaalf maanden uitstrekt betekent dit dat voor de investeringen die tijdens een belastbaar tijdperk zijn gedaan, één enkel aftrekpercentage zal worden toegepast, ongeacht het kalenderjaar waarin deze investeringen werden verricht.
II/156
Het basispercentage van de eenmalige investeringsaftrek voor gewone investeringen (art. 201, 1e lid, 1°, WIB 92) is gelijk aan de percentsgewijs uitgedrukte stijging :
II/157
De aandacht wordt er op gevestigd dat het aldus bepaalde percentage uitsluitend betrekking heeft op gewone investeringen en dat het bijgevolg verschilt van datgene dat inzake PB wordt toegepast. Dit verschil in behandeling vloeit voort uit het feit dat de verhoging en de onder- en bovengrenzen anders worden vastgesteld dan inzake PB (respectievelijk 1 percentpunt, 3 % en 10 % i.p.v. 1,5 percentpunt, 3,5 % en 10,5 %).
II/158
Daarentegen gelden voor natuurlijke personen, binnenlandse vennootschappen en buitenlandse vennootschappen, dezelfde percentages wanneer (zie het overzicht van de percentages sub II/173 hierna) het gaat om :
II/159
Tenslotte wordt eraan herinnerd dat ten name van innovatievennootschappen alle hiervoor vermelde percentages van de investeringsaftrek tijdelijk met 5 percentpunten worden verhoogd (zie o.m. nrs. 11 en 12, circ. 7.11.1991, Ci.RH.421/432.427 - Bull. 711).
IV. BEPERKING VAN DE AFTREK
A. Principe
II/160
De artikelen 18 en 29, W 28.7.1992 hebben m.b.t. de gewone investeringen in de Ven.B en in de BNI-ven. het principe ingevoerd van de beperking van de investeringsaftrek.
De beperkingen bestaan erin dat :
De voormelde beperkingen zijn derhalve niet van toepassing op :
B. Indeling van de vennootschappen
Eerste groep : Belgische KMO
II/161
De eerste groep bestaat uit de binnenlandse vennootschappen, t.t.z. vennootschappen die krachtens art. 179, WIB 92 aan de Ven.B zijn onderworpen (de buitenlandse vennootschappen worden hier dus uitgesloten) :
Wat de in het eerste gedachtenstreepje vermelde voorwaarde betreft, moet de belastingplichtige het bewijs leveren dat de aandelen, op de datum van afsluiting van het boekjaar waarin de investeringen werden verricht, voor meer dan de helft in handen zijn van natuurlijke personen d.w.z. dat deze laatsten voor meer dan de helft volle eigenaar moeten zijn van de aandelen die ook ten minste de meerderheid van het stemrecht moeten vertegenwoordigen (Kamer, buitengewone zitting 1991-1992, stuk 444/1 - blz. 16).
Tweede groep : de andere vennootschappen
II/162
De tweede groep omvat enerzijds alle andere binnenlandse vennootschappen dan de hiervoor bedoelde KMO en anderzijds de buitenlandse vennootschappen, respectievelijk bedoeld in de art. 179 en 228, 2°, WIB 92.
C. Belgische KMO
II/163
De Belgische KMO die beantwoorden aan de sub II/161 vermelde criteria blijven de investeringsaftrek genieten voor de eerste (te indexeren) schijf van 200.000.000 F investeringen die tijdens het belastbaar tijdperk werden verricht.
II/164
In de mate dat de gewone investeringen van het belastbare tijdperk de voormelde grens overschrijden wordt geen eenmalige investeringsaftrek meer verleend.
II/165
Het voormelde bedrag van 200.000.000 F wordt jaarlijks aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk (d.i. voor het aj. 1993, 200.000.000 x 1,0998 = 219.960.000 en, voor het aj. 1994, 200.000.000 F x 1,1266 = 225.320.000 F).
II/166
De hiervoor besproken beperking is van toepassing vanaf het aj. 1993, in zover de vaste activa vanaf 1.1.1992 zijn verkregen of tot stand gebracht.
II/167
Bijgevolg is deze beperking niet van toepassing op de investeringen :
II/168
Tenslotte weze nog opgemerkt dat elke wijziging die vanaf 27.3.1992 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, zonder uitwerking is voor de toepassing van deze bepaling (art. 47, § 10, W 28.7.1992).
D. Andere vennootschappen
II/169
Voor vennootschappen die deel uitmaken van de tweede groep t.t.z. alle andere binnenlandse vennootschappen dan Belgische KMO en de buitenlandse vennootschappen die aan de BNI-ven. zijn onderworpen, wordt het percentage van de eenmalige investeringsaftrek op gewone investeringen teruggebracht op nul.
II/170
Aan het principe van de investeringsaftrek zelf wordt evenwel niet geraakt, in die zin dat wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen het percentage van de investeringsaftrek bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit weer kan worden verhoogd.
II/171
Het op nul brengen van de investeringsaftrek is van toepassing op de vaste activa die vanaf 27.3.1992 zijn verkregen of tot stand gebracht. Het kan dus reeds voor het aj. 1992 van toepassing zijn, maar zal daarentegen nooit betrekking kunnen hebben op de vóór 27.3.1992 verrichte investeringen.
II/172
De aandacht wordt er eveneens op gevestigd dat elke wijziging die vanaf 27.3.1992 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, zonder uitwerking is voor de toepassing van de hiervoor besproken bepaling (art. 47, § 10, W 28.7.1992).
V. OVERZICHT VAN DE PERCENTAGES II/173
In de hiernavolgende tabel wordt een overzicht gegeven van de verschillende percentages van de investeringsaftrek die voor de aj. 1993 en 1994 door de aan de Ven.B en de BNI-ven. onderworpen vennootschappen kunnen worden toegepast. ---------------------------------------------------------------------- - Aard van de investeringsaftrek | Aj. 1993 | Aj. 1994 | - Onderscheid KMO en andere vennootschappen (1) | | | ---------------------------------------------------------------------- I. EENMALIGE AFTREK | | | 1. Milieuvriendelijke investeringen voor | | | onderzoek en ontwikkeling | 14,5 | 13,5 | 2. Energiebesparende investeringen | 14,5 | 13,5 | 3. Andere investeringen, verricht door : | | | a) een Belgische KMO : | | | 1. investeringen vóór 1.1.1992 | 4 | / | 2. investeringen vanaf 1.1.1992 | 4 (2) | 3 (2) | b) de andere vennootschappen | | | 1. investeringen vóór 27.3.1992 | 4 | / | 2. investeringen vanaf 27.3.1992 | 0 | 0 | ---------------------------------------------------------------------- II. GESPREIDE AFTREK | 11,5 | 10,5 | ---------------------------------------------------------------------- (1) Voor de innovatievennootschappen worden de percentages, zoals voorheen, met 5 percentpunten verhoogd. (2) Percentages die van toepassing zijn op de eerste schijf van 219.960.000 F (aj. 1993) of 225.320.000 F (aj. 1994) investeringen per belastbaar tijdperk. Boven deze schijf wordt geen investeringsaftrek verleend.
Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 23.02.1994 (Aflevering 22)
Bull. nr. 737, pag. 804
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Investeringsaftrek.
INVESTERINGSAFTREK
Berekening van de investeringsaftrek.
Energiebesparende investering.
Gespreide investeringsaftrek.
Gewone investering.
Innovatievennootschap.
Investering voor onderzoek en ontwikkeling.
Percentage van de investeringsaftrek.
Verhoging van de percentages.
Verhoogde investeringsaftrek.
INHOUDSTABEL Nrs. I. WETTEKSTEN .............................................. II/151 II. ALGEMEEN ................................................ II/152 III. BEREKENING VAN DE INVESTERINGSAFTREK .................... II/155 IV. BEPERKING VAN DE AFTREK A. Principe ............................................. II/160 B. Indeling van de vennootschappen ...................... II/161 C. Belgische KMO ........................................ II/163 D. Andere vennootschappen ............................... II/169 V. OVERZICHT VAN DE PERCENTAGES ............................ II/173 I. WETTEKSTEN
W 28.7.1992
| Art. | 18 |
Artikel 201 van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Art. 201. - In de gevallen die niet in de artikelen 69, eerste lid, 2°, en 70 vermeld zijn, wordt de investeringsaftrek als volgt vastgesteld :
1° met betrekking tot binnenlandse vennootschappen waarvan de aandelen voor meer dan de helft toebehoren aan één of meer natuurlijke personen die de meerderheid van het stemrecht vertegenwoordigen, en die geen deel uitmaken van een groep waartoe een coördinatiecentrum behoort als vermeld in het koninklijk besluit nr. 187 van 30 december 1982 betreffende de oprichting van de coördinatiecentra, is het percentage van de aftrek gelijk aan de percentsgewijs uitgedrukte stijging van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk voor het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, waaraan het belastbare tijdperk is verbonden waarin de investering is verricht, ten opzichte van het gemiddelde van de indexcijfers van het eraan voorafgaande jaar, afgerond tot de hogere of lagere eenheid naargelang de breuk al dan niet 50 % bedraagt en verhoogd met 1 percentpunt, maar het aldus verkregen percentage mag niet minder dan 3 % noch meer dan 10 % bedragen; dat percentage is slechts van toepassing op de eerste schijf van 200 miljoen frank investeringen per belastbaar tijdperk;
2° met betrekking tot de niet in 1° vermelde vennootschappen, is het percentage van de aftrek dat vermeld in 1°, doch teruggebracht tot 0.
Wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen kan de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit, het percentage van de investeringsaftrek vermeld in het eerste lid, 1°, alsmede het in het eerste lid, 2°, vermelde percentage, in zover het tot 0 wordt teruggebracht, verhogen.
De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van dit artikel genomen besluiten.
Het bedrag van 200 miljoen frank, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast. Die aanpassing gebeurt met behulp van de coëfficiënt die wordt verkregen door het gemiddelde van de indexcijfers van het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar 1988. Bij de berekeningen zijn de bepalingen van artikel 178, § 2, tweede en derde lid, van toepassing".
| Art. | 29 |
"Ten name van de in het eerste lid vermelde vennootschappen is het percentage van de investeringsaftrek in de niet in de artikelen 69, eerste lid, 2°, en 70 vermelde gevallen, gelijk aan dat vermeld in artikel 201, eerste lid, 2°".
| Art. | 47 |
§ 8. Artikel 11, en artikel 18, in de mate dat het een nieuw artikel 201, eerste lid, 1°, en vierde lid, in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 invoegt, zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar 1993, in zover de vaste activa vanaf 1 januari 1992 zijn verkregen of tot stand gebracht.
§ 9. Artikel 18, in de mate dat het een nieuw artikel 201, eerste lid, 2°, tweede en derde lid, in hetzelfde Wetboek invoegt en artikel 29, zijn van toepassing op de vaste activa die vanaf 27 maart 1992 zijn verkregen of tot stand gebracht.
§ 10. Elke wijziging die vanaf 27 maart 1992 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen ..., 18 en 29.
II. ALGEMEEN
II/152
De richtlijnen die in de nrs. I/751 en volgende van circ. 21.06.1993, nr. Ci.D.19/444.905 (Bull. 730) op het vlak van de PB werden verstrekt m.b.t. de investeringsaftrek, zijn in principe eveneens van toepassing op de aan de Ven.B en de BNI-ven. onderworpen belastingplichtigen.
II/153
De art. 201 en 240, WIB 92, zoals zij werden ingelast door de art. 18 en 29, W 28.7.1992 bevatten evenwel voor aan de Ven.B en BNI-ven. onderworpen vennootschappen afwijkende regels die inzonderheid betrekking hebben op :
- de berekening van het basispercentage van de eenmalige investeringsaftrek op andere investeringen dan energiebesparende investeringen en milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling (hierna "gewone" investeringen genoemd);
- de beperking van de investeringsaftrek op de eerste schijf van 200 miljoen frank gewone investeringen per belastbaar tijdperk wanneer het gaat op vennootschappen :
| 1° | waarvan de aandelen voor meer dan de helft toebehoren aan één of meer natuurlijke personen die de meerderheid van het stemrecht vertegenwoordigen |
| 2° | en die geen deel uitmaken van een groep waartoe een erkend coördinatiecentrum behoort; |
- het op nul brengen van het percentage van de investeringsaftrek voor gewone investeringen die zijn verkregen of tot stand gebracht door andere dan de hiervoren vermelde vennootschappen.
II/154
De verschillen die, mede gelet op die wijzigingen, ter zake bestaan tussen natuurlijke personen en vennootschappen worden hierna besproken.
III. BEREKENING VAN DE INVESTERINGSAFTREK
II/155
Zoals inzake PB worden vanaf het aj. 1993 en in zover de vaste activa vanaf 1.1.1992 zijn verkregen of tot stand gebracht, de percentages van de investeringsaftrek vastgesteld per aanslagjaar, en niet meer per kalenderjaar.
Voor de vennootschappen die anders dan per kalenderjaar boekhouden of waarvan het boekjaar zich uitzonderlijk over een periode van meer dan twaalf maanden uitstrekt betekent dit dat voor de investeringen die tijdens een belastbaar tijdperk zijn gedaan, één enkel aftrekpercentage zal worden toegepast, ongeacht het kalenderjaar waarin deze investeringen werden verricht.
II/156
Het basispercentage van de eenmalige investeringsaftrek voor gewone investeringen (art. 201, 1e lid, 1°, WIB 92) is gelijk aan de percentsgewijs uitgedrukte stijging :
- van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk voor het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aj. wordt genoemd, waaraan het belastbare tijdperk is verbonden waarin de investering is verricht,
- ten opzichte van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het eraan voorafgaande jaar,
- afgerond tot de hogere of lagere eenheid naargelang de breuk al dan niet 50 honderdsten bedraagt,
- en verhoogd met 1 percentpunt, zonder dat het aldus verkregen percentage minder dan 3 % of meer dan 10 % bedraagt.
II/157
De aandacht wordt er op gevestigd dat het aldus bepaalde percentage uitsluitend betrekking heeft op gewone investeringen en dat het bijgevolg verschilt van datgene dat inzake PB wordt toegepast. Dit verschil in behandeling vloeit voort uit het feit dat de verhoging en de onder- en bovengrenzen anders worden vastgesteld dan inzake PB (respectievelijk 1 percentpunt, 3 % en 10 % i.p.v. 1,5 percentpunt, 3,5 % en 10,5 %).
II/158
Daarentegen gelden voor natuurlijke personen, binnenlandse vennootschappen en buitenlandse vennootschappen, dezelfde percentages wanneer (zie het overzicht van de percentages sub II/173 hierna) het gaat om :
- milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling (verhoging van het basispercentage inzake PB met 10 percentpunten);
- energiebesparende investeringen (verhoging van het basispercentage inzake PB met 10 percentpunten);
- de gespreide aftrek (verhoging van het basispercentage inzake PB met 7 punten).
II/159
Tenslotte wordt eraan herinnerd dat ten name van innovatievennootschappen alle hiervoor vermelde percentages van de investeringsaftrek tijdelijk met 5 percentpunten worden verhoogd (zie o.m. nrs. 11 en 12, circ. 7.11.1991, Ci.RH.421/432.427 - Bull. 711).
IV. BEPERKING VAN DE AFTREK
A. Principe
II/160
De artikelen 18 en 29, W 28.7.1992 hebben m.b.t. de gewone investeringen in de Ven.B en in de BNI-ven. het principe ingevoerd van de beperking van de investeringsaftrek.
De beperkingen bestaan erin dat :
- ten name van binnenlandse KMO-vennootschappen (cf. II/161) geen investeringsaftrek wordt verleend op het bedrag dat meer bedraagt dan 200 miljoen F gewone investeringen per belastbaar tijdperk;
- ten name van buitenlandse vennootschappen en van andere binnenlandse vennootschappen dan KMO het percentage van de eenmalige investeringsaftrek wordt teruggebracht op nul.
De voormelde beperkingen zijn derhalve niet van toepassing op :
- de milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling;
- de energiebesparende investeringen;
- de gespreide aftrek.
B. Indeling van de vennootschappen
Eerste groep : Belgische KMO
II/161
De eerste groep bestaat uit de binnenlandse vennootschappen, t.t.z. vennootschappen die krachtens art. 179, WIB 92 aan de Ven.B zijn onderworpen (de buitenlandse vennootschappen worden hier dus uitgesloten) :
- waarvan de aandelen voor meer dan de helft toebehoren aan één of meer natuurlijke personen die de meerderheid van het stemrecht vertegenwoordigen
- en die geen deel uitmaken van een groep waartoe een erkend coördinatiecentrum behoort; die bepaling moet aldus worden begrepen dat de betrokken vennootschappen niet de diensten van een erkend coördinatiecentrum mogen genieten.
Wat de in het eerste gedachtenstreepje vermelde voorwaarde betreft, moet de belastingplichtige het bewijs leveren dat de aandelen, op de datum van afsluiting van het boekjaar waarin de investeringen werden verricht, voor meer dan de helft in handen zijn van natuurlijke personen d.w.z. dat deze laatsten voor meer dan de helft volle eigenaar moeten zijn van de aandelen die ook ten minste de meerderheid van het stemrecht moeten vertegenwoordigen (Kamer, buitengewone zitting 1991-1992, stuk 444/1 - blz. 16).
Tweede groep : de andere vennootschappen
II/162
De tweede groep omvat enerzijds alle andere binnenlandse vennootschappen dan de hiervoor bedoelde KMO en anderzijds de buitenlandse vennootschappen, respectievelijk bedoeld in de art. 179 en 228, 2°, WIB 92.
C. Belgische KMO
II/163
De Belgische KMO die beantwoorden aan de sub II/161 vermelde criteria blijven de investeringsaftrek genieten voor de eerste (te indexeren) schijf van 200.000.000 F investeringen die tijdens het belastbaar tijdperk werden verricht.
II/164
In de mate dat de gewone investeringen van het belastbare tijdperk de voormelde grens overschrijden wordt geen eenmalige investeringsaftrek meer verleend.
II/165
Het voormelde bedrag van 200.000.000 F wordt jaarlijks aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk (d.i. voor het aj. 1993, 200.000.000 x 1,0998 = 219.960.000 en, voor het aj. 1994, 200.000.000 F x 1,1266 = 225.320.000 F).
II/166
De hiervoor besproken beperking is van toepassing vanaf het aj. 1993, in zover de vaste activa vanaf 1.1.1992 zijn verkregen of tot stand gebracht.
II/167
Bijgevolg is deze beperking niet van toepassing op de investeringen :
- gedaan tijdens een aan het aj. 1992 verbonden boekjaar;
- of gedaan in 1991 tijdens een aan het aj. 1993 verbonden boekjaar (b.v. verlengd boekjaar).
II/168
Tenslotte weze nog opgemerkt dat elke wijziging die vanaf 27.3.1992 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, zonder uitwerking is voor de toepassing van deze bepaling (art. 47, § 10, W 28.7.1992).
D. Andere vennootschappen
II/169
Voor vennootschappen die deel uitmaken van de tweede groep t.t.z. alle andere binnenlandse vennootschappen dan Belgische KMO en de buitenlandse vennootschappen die aan de BNI-ven. zijn onderworpen, wordt het percentage van de eenmalige investeringsaftrek op gewone investeringen teruggebracht op nul.
II/170
Aan het principe van de investeringsaftrek zelf wordt evenwel niet geraakt, in die zin dat wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen het percentage van de investeringsaftrek bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit weer kan worden verhoogd.
II/171
Het op nul brengen van de investeringsaftrek is van toepassing op de vaste activa die vanaf 27.3.1992 zijn verkregen of tot stand gebracht. Het kan dus reeds voor het aj. 1992 van toepassing zijn, maar zal daarentegen nooit betrekking kunnen hebben op de vóór 27.3.1992 verrichte investeringen.
II/172
De aandacht wordt er eveneens op gevestigd dat elke wijziging die vanaf 27.3.1992 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, zonder uitwerking is voor de toepassing van de hiervoor besproken bepaling (art. 47, § 10, W 28.7.1992).
V. OVERZICHT VAN DE PERCENTAGES II/173
In de hiernavolgende tabel wordt een overzicht gegeven van de verschillende percentages van de investeringsaftrek die voor de aj. 1993 en 1994 door de aan de Ven.B en de BNI-ven. onderworpen vennootschappen kunnen worden toegepast. ---------------------------------------------------------------------- - Aard van de investeringsaftrek | Aj. 1993 | Aj. 1994 | - Onderscheid KMO en andere vennootschappen (1) | | | ---------------------------------------------------------------------- I. EENMALIGE AFTREK | | | 1. Milieuvriendelijke investeringen voor | | | onderzoek en ontwikkeling | 14,5 | 13,5 | 2. Energiebesparende investeringen | 14,5 | 13,5 | 3. Andere investeringen, verricht door : | | | a) een Belgische KMO : | | | 1. investeringen vóór 1.1.1992 | 4 | / | 2. investeringen vanaf 1.1.1992 | 4 (2) | 3 (2) | b) de andere vennootschappen | | | 1. investeringen vóór 27.3.1992 | 4 | / | 2. investeringen vanaf 27.3.1992 | 0 | 0 | ---------------------------------------------------------------------- II. GESPREIDE AFTREK | 11,5 | 10,5 | ---------------------------------------------------------------------- (1) Voor de innovatievennootschappen worden de percentages, zoals voorheen, met 5 percentpunten verhoogd. (2) Percentages die van toepassing zijn op de eerste schijf van 219.960.000 F (aj. 1993) of 225.320.000 F (aj. 1994) investeringen per belastbaar tijdperk. Boven deze schijf wordt geen investeringsaftrek verleend.
Bron: FisconetPlus
