Aanschrijving nr. 3 dd. 07.01.1972

AANSCHRIJVING 72/003

Aanschrijving nr. 3 dd. 07.01.1972


Maatstaf van heffing
Medecontractant
Samenstelling van de maatstaf van heffing
Ruil
Kostprijs
Normale kostprijs
Weghalen van vuilnis
Weghalen van afval
Weghalen van puin
Vuilnis
Afval
Puin
Afbraak
Wederkerige dienst
Afbraakwerk
Dienst


Deze aanschrijving heeft ten doel de regeling te bepalen die voor de toepassing van de BTW moet worden gevolgd ten aanzien van de contracten waarbij iemand (hierna genoemd de aannemer) zich verbindt tot een prestatie bestaande in het opruimen of het weghalen van vuilnis, afval, puin, enz., of in het afbreken van een gebouw, terwijl de medecontractant (hierna genoemd de opdrachtgever) hem de eigendom afstaat van de opgeruimde of weggehaalde stoffen of van de afbraakmaterialen.

De aannemer verstrekt een dienst in de zin van artikel 18, § 1, 1 van het Wetboek. Het toe te passen tarief is in beginsel 18 pct. Het tarief bedraagt evenwel 14 pct. wanneer het gaat om een werk in onroerende staat : afbraak van gebouwen, reinigen van rioolputten, beerputten, septische putten, enz.

De afstand van de stoffen of materialen is een levering in de zin van artikel 10 van het Wetboek. Deze levering kan uiteraard slechts belastbaar zijn indien de opdrachtgever een belastingplichtige is. Het toe te passen tarief hangt af van de aard van de afgestane stoffen of materialen.

Wat de maatstaf van heffing betreft van de BTW die verschuldigd is ter zake van de dienst verricht door de aannemer en van de BTW die eventueel verschuldigd is ter zake van de levering door de opdrachtgever, dient een onderscheid te worden gemaakt.

1 De aannemer ontvangt een som geld.

In beginsel zou ter zake van de dienst verricht door de aannemer de BTW moeten worden geheven over de som betaald door de opdrachtgever, verhoogd met de normale waarde van de afgestane stoffen of materialen. Deze normale waarde stemt overeen met de prijs die de opdrachtgever voor die stoffen of materialen zou kunnen krijgen in de toestand waarin ze verkeren voor de weghaling ervan of voor de afbraak van het gebouw.

Aangezien het echter gaat om goederen waarvan het bezit meestal als bezwarend voorkomt voor de opdrachtgever aanvaardt de Administratie dat de waarde van de materialen verwaarloosd wordt en dat de heffing beperkt wordt tot de prijs in geld.

In dezelfde gedachtengang hoeft er geen BTW te worden geheven wegens de afstand van de afvalstoffen of afbraakmaterialen.

Deze toegeving geldt evenwel niet wanneer uit de tussen de partijen gesloten overeenkomst duidelijk blijkt dat zij aan de stoffen of materialen een belangrijke waarde hebben toegekend, m.a.w. wanneer de betaalde som abnormaal laag is vergeleken met de normale kostprijs van het werk dat de aannemer verricht.

2 De aannemer ontvangt geen som geld.

In dit geval is het duidelijk dat aan de stoffen of materialen een waarde is toegekend.

Ter zake van de dienst verricht door de aannemer is de BTW verschuldigd over de prijs die de opdrachtgever voor die stoffen of materialen zou kunnen krijgen in de toestand waarin ze verkeren voor de weghaling ervan of voor de afbraak van het gebouw. In de praktijk neemt de Administratie genoegen met een heffing over de normale kostprijs van het werk dat de aannemer verricht.

Ingeval de opdrachtgever een belastingplichtige is, is ter zake van de afstand van de stoffen of materialen de BTW verschuldigd over de maatstaf van heffing die geldt voor de dienst verricht door de aannemer.

3 De aannemer betaalt een som geld.

Ter zake van de dienst verricht door de aannemer is de maatstaf van heffing gelijk aan de prijs die de aannemer zou gevraagd hebben in de onderstelling dat hij niet de eigendom van de stoffen of materialen zou hebben verkregen.

Ingeval de opdrachtgever een belastingplichtige is, wordt ter zake van de afstand van de stoffen of materialen de BTW geheven over de maatstaf van heffing van de dienstverrichting verhoogd met de som die door de aannemer wordt betaald.

Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat ingeval de aannemer niet de eigendom verkrijgt van de opgeruimde of weggehaalde stoffen of van de afbraakmaterialen, zijn prestatie uiteraard een dienst is in de zin van artikel 18, § 1, 1, van het Wetboek, te belasten met 18 pct. of met 14 pct., volgens het onderscheid gemaakt in het tweede lid van deze aanschrijving, over de prijs die hij ontvangt.