Aanschrijving nr. 18 dd. 07.06.1978
AANSCHRIJVING 78/018
Aanschrijving nr. 18 dd. 07.06.1978
Inhoud
Onderwerp van de aanschrijving.1
Eerste afdeling. - Principes. Toepassing van
A. De overdrager maakt geen opeenvolgende jaarlijkse inventarissen van zijn voorraad op.1
B. De overdrager maakt opeenvolgende jaarlijkse inventarissen op.1
A. De overdrager is een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling.1
B. De overdrager is een belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire regeling.1
I. Algemene mededelingsverplichtingen.1
II Bijzondere werkwijzen ten aanzien van de teruggaaf.1
Bijlage 2: Model van inventaris.1
Onderwerp van de aanschrijving.
l. Deze aanschrijving bepaalt de regels die, inzake BTW, van toepassing zijn op de overdrachten van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, wanneer de overdrager en/ of de overnemer onderworpen zijn aan de forfaitaire regeling ingesteld door artikel 56, § 1, van het BTW-Wetboek, of aan de regeling van de egalisatiebelasting ingesteld door § 2 van die bepaling. Zij beoogt meer bepaald de overdrachten van handelsfondsen, die plaatsvinden tussen kleine en middelgrote ondernemingen.
2. In de eerste afdeling, wordt gehandeld over de toepassing van artikel 11 van het BTW-Wetboek op de beoogde overdrachten en wordt, op het principiële vlak, onderzocht in welke mate de fictie van de persoonsvoortzetting die in die bepaling voorzien is, een aanpassing meebrengt van de taxatie, eigen aan de beoogde bijzondere regelingen.
In de tweede afdeling, worden de principes die in de eerste afdeling werden aangehaald toegepast op de overdrachten:
1 ° door een belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire regeling aan een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling (z. nrs. 11 tot 24);
2 ° door een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling aan een belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire regeling (z. nrs. 25 tot 31);
3 ° door een belastingplichtige onderworpen aan de regeling van de egalisatiebelasting aan een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling (z. nrs. 33 en 34);
4° door een belastingplichtige onderworpen aan de regeling van de egalisatiebelasting aan een belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire regeling (z. nrs. 35 tot 39);
5" tussen belastingplichtigen onderworpen aan de forfaitaire regeling (z. nrs. 40 tot 56);
6° tussen belastingplichtigen onderworpen aan de regeling van de egalisatiebelasting (z. nrs. 57 en 58).
In dezelfde afdeling wordt anderzijds de bijzondere toestand onderzocht die geschapen wordt bij de overdracht van een handelsfonds aan een belastingplichtige die de regeling van de egalisatiebelasting wenst te behouden of aan te nemen, wanneer de overdrager aan de normale BTW-regeling of aan de forfaitaire regeling onderworpen is (z. nrs. 59 tot 64).
Een synoptische tabel van de verschillende bovenstaande gevallen met verwijzing naar de nummers van de aanschrijving die erop betrekking hebben, vindt men in bijlage I.
In de derde afdeling worden de modaliteiten bepaald die door de overdrager of door de overnemer moeten worden in acht genomen ten aanzien van de te verrichten regularisaties (z. nrs. 65 tot 83).
Eerste afdeling. - Principes. Toepassing van artikel 11 van het BTW-Wetboek.
3. Krachtens artikel 11 van het Wetboek, wordt de ·overdracht, bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins, van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling niet ais een levering beschouwd, wanneer de overnemer de hoedanigheid van belastingplichtige heeft.
Onder voorbehoud van hetgeen gezegd is onder nr. 8, is die bepaling van toepassing, welke ook de belastingregeling van de overdrager en/ of de overnemer weze.
4. De fictie ingeschreven in de laatste zin van voormelde bepaling, volgens dewelke de persoon van de overnemer geacht wordt die van de overdrager voort te zetten, heeft voor gevolg dat de overgedragen goederen in het patrimonium van de over nemer komen onder de BTW-regeling waaraan ze onderworpen werden door de overdrager. Vermits die goederen bij de overdrager mogelijks aan een regeling onderworpen waren die verschilt van deze die de overnemer toepast of voornemens is toe te passen, moet, wanneer de twee regelingen niet kunnen voortbestaan in hoofde van de overnemer, worden overgegaan tot een voorafgaande regularisatie die het mogelijk maakt de overgedragen goederen op te nemen in de nieuwe regeling waartoe ze voortaan zullen behoren.
5. Wanneer de wetgeving eigen aan de forfaitaire regeling of aan die van de egalisatiebelasting bijzondere overgangsregels heeft voorzien in geval van verandering van regeling (overgang van de normale naar de forfaitaire regeling, overgang van de forfaitaire naar de normale regeling, overgang van de regeling egalisatiebelasting naar de normale of naar de forfaitaire regeling), ligt het voor de hand dat die regels worden toegepast op de overgedragen goederen om de opneming ervan in de regeling van de overnemer te verzekeren.
6. De regularisaties, die de verandering van regeling voor de overgedragen goederen teweegbrengt, geven aanleiding tot :
hetzij een teruggaaf van belasting, wanneer die goederen uit een regeling komen waarin ze vervroegd werden belast om over te gaan naar een regeling waarin ze moeten worden ontheven van de belasting (art. 10 van het kon. besl. nr. 2; art. 16 van het kon. besl. nr. 19);
- hetzij een betaling van belasting, wanneer ze uit een regeling komen waarin ze ontheven waren van belasting om over te gaan naar een regeling van vervroegde taxatie (art. 92 van het kon. besl. nr. 2).
7. Die regularisaties moeten, in de regel, door de overnemer, worden verricht. Hij is inderdaad de voortzetter van de persoon van de overdrager, in wiens hoofde de dualiteit van de regelingen dus moet worden opgevangen. Wanneer evenwel de overdrager een belastingplichtige is die onderworpen was aan de forfaitaire regeling of aan de regeling van de egalisatiebelasting, mag de teruggaaf van de onder die regelingen vervroegd geheven belasting slechts aan de overnemer worden toegestaan indien hij de goederen in voorraad heeft aangekocht voor een prijs die de voormelde belasting omvat. Vermits de partijen bij de overdracht het niet altijd kunnen eens worden over het bedrag van die belasting, aanvaardt de administratie dat de teruggaaf kan worden toegestaan aan de overdrager. Deze laatste kan zodoende in de overdracht toestemmen voor een prijs ontheven van de belasting, die hem wordt terugbetaald.
8. Artikel 6, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 19 verbiedt elke overgang van de normale of van de forfaitaire regeling naar de regeling van de egalisatiebelasting. Het is dus, in principe, uitgesloten dat de overnemer van een handelsfonds de regeling van de egalisatiebelasting zou kunnen behouden of aannemen, wanneer de overdrager aan de normale of aan de forfaitaire regeling onderworpen is. Op de strengheid van dat principe worden echter bepaalde afwijkingen toegestaan voor zoveel ze de belangen van de Schatkist niet schaden (z. nrs. 60 tot 64).
9. Voor de toepassing van deze aanschrijving moet de regeling waaraan de overdrager of de overnemer onderworpen is, beoordee1d worden op de datum waarop de overdracht van het handelsfonds uitwerking heeft tussen partijen. Wanneer de overnemer zijn werkzaamheid begint met de overname van een handelsfonds, moet rekening worden gehouden met de regeling die hij bij zijn registratie voor de BTW heeft gemeend te moeten aannemen.
10. Onder goederen waarop de regularisatie gebeurlijk moet slaan, worden verstaan de voor doorverkoop bestemde goederen die werkelijk aan de forfaitaire regeling of aan de regeling van de egalisatiebelasting onderworpen zijn (inzonderheid met uitsluiting van de investeringsgoederen en van de goederen die uitdrukkelijk uitgesloten zijn van de forfaitaire regeling).
Afdeling II. - Oplossingen die van toepassing zijn op overdrachten van handelsfondsen naar gelang de belastingregeling van de overdrager en/ of van de overnemer.
Eerste geval. Overdracht van een handelsfonds door een belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire regeling aan een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling.
11. Deze overdracht slaat op goederen die volgens de regels voorzien in artikel 91 van het koninklijk besluit nr. 2, naarmate van hun aankoop of van hun invoer, een vervroegde taxatie hebben ondergaan. Vermits die goederen in het handelsactief komen van een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling, moeten zij ontheven worden van hun forfaitaire belasting. Dit gebeurt volgens de regels voorzien in artikel 10 van voormeld besluit voor de overgang van de forfaitaire naar de normale regeling van de BTW. De terugbetaalbare forfaitaire belasting wordt bepaald volgens het hiernavolgende onderscheid.
A. De overdrager begon zijn werkzaamheid na 1 januari 1971 en heeft vóór de overdracht van zijn handelsfonds nooit een inventaris opgemaakt.
12. De teruggaaf slaat op al de overgedragen goederen die, bij hun aankoop of hun invoer, de vervroegde taxatie onder de forfaitaire regeling hebben ondergaan. Ze moet worden verantwoord door een inventaris, die voldoet aan de vormvereisten en de voorwaarden bedoeld in de mrs. 69 tot 73.
13. Het bedrag van de teruggaaf moet overeenstemmen met de forfaitaire belasting die de bedoelde goederen werkelijk heeft getroffen. Voor de wedersamenstelling van die belasting, moet dus rekening worden gehouden :
- met de grondslag van de belasting (in principe de aankoopprijs) waarvan is uitgegaan om de forfaitaire taxatie te berekenen;
- met de forfaitaire coëfficiënten die van toepassing waren voor het jaar van de aankoop van vermelde goederen (definitieve coëfficiënten moeten slechts worden toegepast wanneer ze de jaaromzet met minstens 2 pet. hebben gewijzigd en dus aanleiding hebben gegeven tot herziening op grond van artikel 7, 3de alinea, van het koninklijk besluit nr. 2);
- met het BTW-tarief dat van toepassing was bij de aankoop of de invoer van vermelde goederen.
Voorbeeld. De overdrager was onderworpen aan de forfaitaire reglementering toepasselijk op de detaillisten in ijzerwaren. Uit zijn inventaris blijkt dat, op het moment van de overdracht, zijn voorraad bestond uit koopwaren behorende tot de koopwarengroep 31, aangekocht in 1978 voor een totaal bedrag exclusief BTW van 30.000 F, en aangekocht in 1977 voor een totaal bedrag exclusief BTW van 5.000 F. Voor die koopwarengroep beloopt de terug te geven belasting :
1978 : 30.000 X 1,33 X 16 % = 6.384
1977 : 5.000 X 1,33 X 18 % = 1.197
7.581 F
B. De overdrager begon zijn werkzaamheid vóór 1 januari 1971 en heeft de ontheffing van de voorraad bedoeld in artikel 99 van het Wetboek, aangevraagd. Bij is echter niet voortgegaan met het opmaken van inventarissen vóór de overdracht van het handelsfonds.
14. Krachtens artikel 10, § 2, van het koninklijk besluit nr. 2, wordt de teruggaaf beperkt tot de belasting die betrekking heeft op de vermeerdering van de voorraad ten opzichte van die welke blijkt uit de inventaris die, ter uitvoering van artikel 99 van het Wetboek, werd opgemaakt om de ontheffing te berekenen.
Om de waarde te bepalen van de goederen in voorraad op 31 december 1970, neemt men de berekeningsgrondslag van de ontheffing, verminderd met het bedrag van die ontheffing.
15. Om in de praktijk het bedrag van de terug te geven belasting over de voorraadvermeerdering te bepalen, berekent men eerst, op de wijze vermeld onder de nrs. J.2 en 13, het bedrag dat men zou teruggegeven hebben voor al de in de inventaris van overgang opgenomen goederen die de vervroegde forfaitaire taxatie hebben ondergaan en men vermenigvuldigt vervolgens het bekomen bedrag met een breuk waarvan de teller het verschil is tussen de voorraad op het ogenblik van de overdracht en de voorraad op 31 december 1970 en de noemer de voorraad op het ogenblik van de overdracht.
Voorbeeld. Op 31 december 1970 bedroeg de aangegeven koopwarenvoorraad 300.000 F en op het ogenblik van de overdracht 400.000 F. Er wordt verondersteld dat het terug te geven bedrag 72.400 F beloopt voor de geheelheid van de overgedragen voorraad. De terug te geven belasting over de voorraadvermeerdering bedraagt :
72.400 X 400.000 - 300.000 = 18.100 F.
400.000
C. De overdrager begon zijn werkzaamheid vóór 1 januari 1971, heeft de ontheffing van de voorraad bedoeld in artikel 99 van het Wetboek niet aangevraagd en heeft geen enkele inventaris opgemaakt vóór de overdracht van het handelsfonds.
16. Krachtens artikel 10, § 2, van het koninklijk besluit nr. 2, wordt de voorraad bestaande op het ogenblik van de overgang naar de normale regeling van de belasting geacht niet te zijn vermeerderd in vergelijking met die welke bestond op 31 december 1970 wanneer, bij gebrek aan een aanvraag voor ontheffing van de voorraden, de oorspronkelijke voorraad niet bekend werd gemaakt.
17. Die wettelijke fictie belet, in principe, elke teruggaaf in de beoogde toestand. De administratie wijkt evenwel billijkheidshalve van die regel af door de overdrager toe te laten het bewijs te leveren van een vermeerdering van zijn voorraden in de klaarblijkende gevallen waarin het bedrag van deze laatste onvermijdelijk beïnvloed werd door een uitbreiding van de zaak ( opening van een nieuwe winkel, uitbreiding van de winkel, toevoeging van een nieuwe sector van werkzaamheid, gevoelige toename van het bedrag der aankopen).
18. Wanneer de overdrager het gevraagde bewijs levert ter voldoening van de administratie, stelt deze laatste vast in welke mate de voorraadvermeerdering aanvaardbaar is en bepaalt ze de voorraadvermeerdering op een percentage van de bij de overdracht van het handelsfonds geïnventariseerde voorraad.
19. Om het bedrag van de terugbetaalbare belasting te bepalen, past men dit percentage toe op het bedrag dat men had teruggegeven voor al de in de inventaris van overgang opgenomen goederen die de vervroegde forfaitaire taxatie hebben ondergaan.
Voorbeeld. De koopwarenvoorraad bedraagt 600.000 F op het ogenblik van de overdracht en de administratie neemt aan dat de voorraad verdrievoudigd is sinds het in voege treden van de BTW. De voorraadvermeerdering bedraagt dus de twee derden van de voorraad die blijkt bij de overdracht. Indien men een teruggaaf van 90.000 F veronderstelt voor de geheelheid van de goederen, wordt zij herleid tot de twee derden van dat bedrag, hetzij 60.000 F, voor de erkende voorraadvermeerdering.
20. Daar de teruggaaf, in het beoogde geval, een omstandige beoordeling door de administratie en de juiste kennis van de boekhoudkundige toestand van de overdrager vergt, verdient het voorkeur dat de teruggaaf eerder door deze laatste wordt gevraagd.
D. De overdrager die al dan niet zijn werkzaamheid heeft aangevat voor 1 januari 1971, heeft jaarlijks inventarissen opgemaakt waarmede rekening werd gehouden voor de berekening van de BTW.
21. Wanneer de belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire regeling jaarlijks een inventaris van zijn voorraad opmaakt, wordt de forfaitaire taxatie van zijn aankopen elk jaar herzien om rekening te houden met het verschil in voorraad dat blijkt uit de vergelijking van twee opeenvolgende inventarissen (art. 91, 3de al., van het kon. besl. nr. 2). Daaruit volgt dat:
1° de voorraad die uit de laatst opgemaakte inventaris blijkt, ontheven is van elke belasting;
2° in de beoogde toestand, in geval van overgang van de forfaitaire naar de normale regeling, de teruggaaf beperkt wordt tot de voorraadvermeerdering in vergelijking met de laatst opgemaakte inventaris (art. 10, § 2, 2°, van het kon. besl. nr. 2).
22. De overdracht van het handelsfonds geeft dus, in het beoogde geval, slechts aanleiding tot teruggaaf, indien de vergelijking tussen de laatste jaarlijkse inventaris opgemaakt door de overdrager en de inventaris van overdracht, voor één of meerdere welbepaalde koopwarengroepen, een voorraadvermeerdering doet uitschijnen. De terug te geven belasting wordt dan per koopwarengroep berekend op de vastgestelde waardevermeerdering volgens de forfaitaire coëfficiënt van het jaar van de overdracht en tegen het voor dat jaar toepasselijke tarief.
Men mag niet uit het oog verliezen dat indien de vergelijking van de inventarissen een voorraadvermindering laat uitschijnen niet alleen elke teruggaaf moet worden geweigerd, maar dat de overdrager dan aan de Staat een belastingsupplement moet storten, dat berekend wordt over de vastgestelde waardevermindering.
23. De regularisatie waarvan sprake in het voorgaande nummer moet door de overdrager worden verricht in de periodieke aangifte met betrekking tot het tijdperk waarin de overdracht plaatsvond.
E. Andere gevallen.
24. In de praktijk kunnen zich bijzondere gevallen voordoen die hiervoor niet beoogd werden, waarin de overdrager onder de forfaitaire regeling een ontheffing van zijn voorraad heeft bekomen, waardoor er zich in zijn inventaris van overgang, in natura of bij gelijkwaardigheid, goederen bevinden die de vervroegde forfaitaire taxatie niet hebben ondergaan. Dat is onder meer het geval:
1° wanneer de overdrager die eerst aan de normale BTW-regeling onderworpen was, overgegaan is naar de forfaitaire regeling zonder dat de regularisatie die thans bedoeld is in artikel 92 van het koninklijk besluit nr. 2, kan worden toegepast op de goederen in voorraad bij de overgang;
2° wanneer de overdrager, door het toevallig opmaken van een inventaris, bij veronderstelling, een belastingschone voorraad heeft bekomen en die ontheffing zonder latere regularisatie behouden is gebleven, zelfs wanneer nadien geen andere inventaris werd opgemaakt.
In dergelijke gevallen kan geen enkele teruggaaf worden toegestaan, tenware de overdrager ter voldoening van de administratie de omvang en de waarde van de reeds belastingschoon gemaakte voorraad vaststelt. De teruggaaf wordt dan beperkt tot de voorraadvermeerdering die wordt vastgesteld bij de overdracht van het handelsfonds.
2de geval. Overdracht van een handelsfonds door een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling aan een belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire regeling.
25. De overdracht van het handelsfonds omvat goederen die bij veronderstelling de normale regeling belastingschoon verlaten om onder een regeling te komen waar ze in principe de vervroegde taxatie moeten ondergaan. Die overgang wordt geregeld door artikel 92 van het koninklijk besluit nr. 2.
Voor de interpretatie van deze bepaling en de toepassing ervan bij de overdracht van handelsfonds, wordt een onderscheid gemaakt naargelang de overnemer aan een forfaitaire regeling zonder inventaris of aan een forfaitaire regeling met opeenvolgende jaarlijkse inventarissen onderworpen is.
A. De overdrager onderworpen aan de normale regeling draagt zijn handelsfonds over aan een belastingplichtige die reeds vóór de overdracht zijn handel onder de forfaitaire regeling voerde en opeenvolgende jaarlijkse inventarissen opmaakte.
26. Door opeenvolgende jaarlijkse inventarissen op te maken heeft de overnemer zijn wil te kennen gegeven te willen werken onder de forfaitaire regeling met een belastingschone voorraad en met dit doel heeft hij gebruik gemaakt van de mogelijkheid die hem door artikel 91, 3de alinea, van het koninklijk besluit nr. 2, wordt geboden om jaarlijks de forfaitaire heffing te herzien door rekening te houden met de voorraadschommelingen.
27. In dat geval komen de overgedragen goederen die belastingschoon waren onder de normale regeling, bij een voorraad die zelf ook ontheven is van belasting of die bestemd is om het te worden. Bij de overdracht moet dus geen enkele regularisatie gebeuren. Bij het verstrijken van het jaar waarin de overdracht plaatsvond daarentegen, wordt de regularisatie verricht bedoeld in voormeld artikel 91, 3de alinea, door de op het einde van het boekjaar geïnventariseerde voorraad te vergelijken met de .bij het begin van het boekjaar geïnventariseerde voorraad vermeerderd met de bij de overdracht van het handelsfonds geïnventariseerde voorraad, die vooraf per koopwarengroep werd uitgesplitst.
B. De overdrager onderworpen aan de normale regeling draagt zijn handelsfonds over aan een belastingplichtige die zijn werkzaamheid begint bij die overdracht en die de forfaitaire regeling aanneemt.
28. In dat geval kan niet worden voorzien of de nieuwe belastingplichtige al dan niet een inventaris zal opmaken bij het verstrijken van het jaar waarin de overdracht van het handelsfonds plaatsvindt. Daarom wordt overeenkomstig artikel 92, 2de alinea, van het koninklijk besluit nr. 2, toegestaan dat de toepassing van de forfaitaire regeling op de overgedragen goederen uitgesteld wordt tot bij het verstrijken van het voormeld jaar.
29. Indien de overnemer een regelmatige inventaris van einde boekjaar opmaakt, is de regularisatie voorzien in artikel 91, 3de alinea, van voormeld besluit toepasselijk, wanneer de vergelijking tussen die inventaris en de inventaris die bij de overdracht van het handelsfonds werd opgemaakt, een vermeerdering of een vermindering van de voorraden doet uitkomen (z. art. 92, 3de al., van het kon. besl. nr. 2).
30. Indien de overnemer geen regelmatige inventaris van einde boekjaar opmaakt, wordt de belasting die verschuldigd is voor de goederen begrepen in de inventaris van overdracht, berekend over de waarde, uitgedrukt in inkoopprijs, van die goederen volgens de tarieven van de belasting en volgens de forfaitaire coëfficiënten die van toepassing zijn voor het jaar waarin de overdracht plaatsvond. Die belasting is eisbaar, en dit ten belope van één vierde van haar bedrag, bij het verstrijken van elk kalenderkwartaal van het daaropvolgende jaar (z. art. 92, 4de al., van het kon. besl. nr. 2; z. nrs. 80 tot 83).
C. De overdrager onderworpen aan de normale regeling draagt zijn handelsfonds over aan een belastingplichtige die reeds vóór de overdracht zijn handel onder de forfaitaire regeling voerde, zonder opeenvolgende en jaarlijkse inventarissen van zijn voorraden op te maken.
31. Door het feit dat de overnemer vóór de overdracht geen inventarissen opmaakte, heeft hij de goederen van zijn handel, naarmate de aankopen werden gedaan, onder de regeling van een forfaitaire taxatie geplaatst; het is dus aangewezen de goederen die van de overdracht voortkomen en vermengd worden met die welke hij reeds bezat, aan dezelfde regeling te onderwerpen.
32. Omwille van de gelijkvormigheid en om de financiële last van de overnemer te verlichten, aanvaardt de administratie dat de toepassing van de forfaitaire regeling op de overgedragen goederen verricht wordt op de wijze die voorzien is in artikel 92, 4de alinea, van het koninklijk besluit nr. 2 (z. nr. 30), zodat de taxatie kan gespreid worden over de vier kalenderkwartalen van het jaar dat volgt op dat waarin de overdracht plaatsvond.
3de geval. Overdracht van een handelsfonds door een belastingplichtige onderworpen aan de regeling van de egalisatiebelasting aan een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling.
33. De overdracht omvat goederen die, op grond van de regeling van de egalisatiebelasting zelf, aan de belasting onderworpen zijn naarmate van hun aankoop of hun invoer. Vermits die goederen in het actief van de handelszaak komen van een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling, moeten ze belastingschoon worden gemaakt volgens de regels voorzien in artikel 16, § l, van het koninklijk besluit nr. 19, voor de kleine detaillist die ophoudt aan de regeling van de egalisatiebelasting onderworpen te zijn.
34. De teruggaaf slaat op de BTW én op de egalisatiebelasting die werkelijk voldaan werden bij de aankoop of bij de invoer van de voor doorverkoop bestemde goederen in voorraad bij de overdracht; ze is afhankelijk van de indiening bij het controlekantoor van een inventaris van de overgedragen voorraad, overeenkomstig § 2 van de voormelde bepaling (z. nrs. 69 tot 73).
4de geval. Overdracht van een handelsfonds door een belastingplichtige onderworpen aan de regeling van de egalisatiebelasting aan een belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire regeling.
35.De overdracht van het handelsfonds omvat goederen die, onder de regeling van de overdrager, belast werden met de BTW én met de egalisatiebelasting naarmate van hun aankoop of hun invoer. Die goederen komen terecht in het actief van de handelszaak van de overnemer die zelf, ingevolge de forfaitaire regeling, in principe onderworpen is aan een regeling die een vervroegde taxatie van de goederen in voorraad inhoudt. W at de overgedragen goederen betreft, wordt de overgang van de regeling van de egalisatiebelasting naar de forfaitaire regeling verricht volgens de regels voorzien in artikel 92, § 1, laatste alinea, van het koninklijk besluit nr. 2, die 'gecombineerd moeten worden met deze die voorzien zijn in artikel 16 van het koninklijk besluit nr. 19.
36. De regularisatie heeft twee facetten : enerzijds, de teruggaaf van de belasting die op de overgedragen goederen rust wegens de toepassing van de regeling van de egalisatiebelasting (art. 16 van het kon. besl. nr. 19); anderzijds de noodzaak de aldus belastingschoon gemaakte goederen aan de forfaitaire regeling te onderwerpen (art. 92 van het kon. besl. nr. 2). In het algemeen, moeten dus de volgende regels worden toegepast :
- voor de teruggaaf, die welke voorzien zijn in de nrs. 33 en 34 voor de overdracht van een handelsfonds door een belastingplichtige onderworpen aan de regeling van de egalisatiebelasting aan een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling;
- voor de regularisatie volgend uit de opneming van de goederen in de forfaitaire regeling, die welke voorzien zijn in de nrs. 25 tot 31 voor de overdracht van een handelsfonds door een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling aan een belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire regeling.
37. De toepassing van de bovenvermelde regels brengt, zowel voor de belastingplichtigen als voor de administratie, moeilijkheden mee die dikwijls niet in verhouding zijn met het op het spel staande belang, indien er rekening mee wordt gehouden :
- dat de fiscale last die uit de forfaitaire regeling voortvloeit slechts in de plaats komt van die welke voortkwam van de regeling van de egalisatiebelasting;
- dat beide in principe niet zeer verschillend kunnen zijn.
38. Om die redenen, aanvaardt de administratie dat de overdracht van het handelsfonds kan geschieden zonder terugbetaling noch regularisatie, wanneer de volgende voorwaarden verenigd zijn:
1 ° de partijen bij de akte van overdracht moeten voor de overgedragen goederen een prijs overeenkomen die de fiscale last omvat waarmede de goederen onder de regeling van de egalisatiebelasting waren bezwaard;
2° de overnemer zijnerzijds past de forfaitaire regeling zuiver en eenvoudig toe of is voornemens die aldus toe te passen (taxatie naarmate van de aankopen, zonder opstelling van opeenvolgende jaarlijkse inventarissen);
3 ° de fiscale last van de forfaitaire regeling mag niet gevoelig hoger zijn dan die voortvloeiende uit de regeling van de egalisatiebelasting.
39. De administratie behoudt zich het recht voor te oordelen of die derde voorwaarde vervuld is. In het ontkennend geval, beperkt zij er zich toe van de overnemer het saldo te eisen van de verschuldigde belasting na compensatie tussen de belastingdruk van de forfaitaire regeling en die van de regeling van de egalisatiebelasting; de betaling van dat saldo mag, overeenkomstig hetgeen gezegd is onder nr. 30, gespreid worden over de vier kalenderkwartalen van het jaar dat volgt op dat waarin de overdracht van het handelsfonds plaatsvond.
5de geval. Overdracht van een handelsfonds door een belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire regeling aan een belastingplichtige onderworpen aan dezelfde regeling.
40. Gelet op de fictie van de persoonsvoortzetting die is uitgedrukt in artikel 11 van het Wetboek (z. nr. 4), neemt de overnemer de rechten en de verplichtingen van de overdrager over de overgedragen goederen komen in het handelsactief van de overnemer terecht met de forfaitaire last die erop is komen rusten onder de regeling van de overdrager. Er is in zo'n geval geen verandering van belastingregeling; regularisaties kunnen nochtans nodig zijn, vermits in het kader van de forfaitaire regeling zelf de taxatie verschilt naargelang de belastingplichtige al dan niet opeenvolgende jaarlijkse inventarissen van zijn voorraden opmaakt. Volgens de houding die in dat opzicht door de overdrager en de overnemer wordt aangenomen, moet het hiernavolgende onderscheid worden gemaakt.
A. De overdrager maakt geen opeenvolgende jaarlijkse inventarissen van zijn voorraad op.
a) Hij draagt zijn handelsfonds over aan een belastingplichtige die reeds vóór de overdracht zijn handel onder de forfaitaire regeling dreef, zonder opeenvolgende jaarlijkse inventarissen op te maken.
41. Vermits de belastingregeling van de overdrager volkomen gelijk is aan die van de overnemer, moet de overdracht van het handelsfonds voor de goederen die aan de forfaitaire regeling onderworpen waren, noodzakelijkerwijze plaatsvinden tegen een prijs die rekening houdt met de forfaitaire last die erop is komen te rusten in hoofde van de overdrager. Die last moet dus door de partijen bij de akte van overdracht worden bepaald, om onderscheiden van de prijs exclusief BTW der goederen door de overdrager aan de overnemer aangerekend te worden. Geen enkele regularisatie moet plaatsvinden, hetzij voor de overdrager onder de vorm van een teruggaaf, hetzij voor de overnemer onder de vorm van een betaling van belasting.
42. In principe, wordt de forfaitaire last bepaald overeenkomstig de regels bedoeld in de hrs. 13 tot 20 en 24 voor de berekening van het terugbetaalbare bedrag in geval van overgang van de forfaitaire naar de normale BTW-regeling, en wordt hij gerechtvaardigd door een inventaris opgemaakt in de vorm en onder de voorwaarden bedoeld in de nrs. 69 tot 73.
43. De partijen mogen nochtans een vereenvoudigde berekeningswijze van de forfaitaire last aannemen in alle gevallen waar de overdrager op stelselmatige wijze alle goederen aan de forfaitaire taxatie heeft onderworpen· (z. nr. 12), of wanneer het bijzondere probleem van de detaxatie van de voorraden (z. nr. 14) slechts zeer bijkomstig is. Die berekeningswijze bestaat erin uit te gaan van de inventaris van overdracht, gesplitst per koopwarengroep, en op de waarden die erin zijn opgenomen de forfaitaire coëfficiënten toe te passen van het jaar van de overgang en de aanslagvoeten van kracht bij de overdracht.
44. Om de partijen behulpzaam te zijn bij de bepaling van de forfaitaire last en om hun contractuele rechten te vrijwaren, is de administratie bereid zich uit te spreken over die last v66r de vaststelling ervan. Het is in dat opzicht aangewezen zich meer in het bijzonder tot het BTW-controlekantoor te wenden waarvan de overdrager afhangt.
b) Hij draagt zijn handelsfonds over aan een belastingplichtige die reeds vóór de overdracht zijn handel onder de forfaitaire regeling dreef en opeenvolgende jaarlijkse inventarissen opmaakte.
45. De toestand die geschapen wordt door de overdracht van de met de forfaitaire last bezwaarde goederen is, inzake de te verrichten regularisatie, identiek met die in het geval van de overdracht van een handelsfonds door een belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire regeling zonder inventaris aan een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling. De overnemer onderworpen aan de forfaitaire regeling die opeenvolgende jaarlijkse inventarissen opmaakt, beschikt inderdaad, mits de jaarlijkse herzieningen te verrichten voorzien in artikel 91, 3de alinea, van het koninklijk besluit nr. 2, over een belastingschone voorraad, zoals een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling.
46. De teruggaaf van de forfaitaire druk die op de overgedragen voorraad rust, gebeurt volgens de regels voorzien in de nrs. 12 tot 20 en 24.
47. De overnemer beschikt aldus over volledig belastingschone goederen. Maar voor de toepassing bij het verstrijken van het jaar van de overdracht van artikel 91, 3de alinea, van het koninklijk besluit nr. 2, moet hij de voorraad die uit zijn eindejaarsinventaris blijkt vergelijken met de voorraad die uit de voorgaande jaarlijkse inventaris blijkt verhoogd met de voorraad opgenomen in de inventaris van overdracht (z. nr. 27).
c) Hij draagt zijn handelsfonds over aan een belastingplichtige die zijn werkzaamheid begint met die overdracht en de forfaitaire regeling aanneemt.
48. In dit geval kan niet worden voorzien of de nieuwe belastingplichtige al dan niet een inventaris zal opmaken bij het verstrijken van het jaar waarin de overdracht van het handelsfonds plaatsvond. Daarom wordt, overeenkomstig artikel 92, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 2, toegestaan dat de toepassing van de forfaitaire regeling op de overgedragen goederen wordt opgeschort tot bij het verstrijken van de voormelde jaar.
In elk geval, gebeurt de teruggaaf van de forfaitaire last die op de overgedragen goederenvoorraad rust volgens de regels bedoeld in de nrs. 12 tot 20 en 24. Aldus beschikt de overnemer over koopwaren die volledig belastingschoon zijn. Het gaat hier dus om een gelijkaardige toestand als deze waarin een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling zijn handelsfonds overdraagt aan een belastingplichtige die zijn werkzaamheid begint met die overdracht en de forfaitaire regeling aanneemt (z. nrs. 28 tot 30).
49. Indien de overnemer een regelmatige inventaris van einde boekjaar opmaakt, is de regularisatie bedoeld in artikel 91, derde lid, van het koninklijk besluit nr. 2, toepasselijk wanneer uit de vergelijking tussen deze inventaris en de inventaris opgemaakt bij de overdracht van het handelsfonds een vermeerdering of een vermindering van de voorraad blijkt (z. art. 92, 3de lid, van het kon. besl. nr. 2).
50. Indien de overnemer geen regelmatige inventaris van einde boekjaar opmaakt, wordt de belasting die verschuldigd is voor de goederen begrepen in de inventaris van overgang, berekend over de waarde, uitgedrukt in inkoopprijs, van die goederen volgens de tarieven van de belasting en volgens de forfaitaire coëfficiënten die van toepassing zijn voor het jaar waarin de overgang plaatsvond. Die belasting is eisbaar, en dit ten belope van één vierde van haar bedrag, bij het verstrijken van elk kalenderkwartaal van het jaar volgend op het jaar van de overgang (z. art. 92, 4de lid, van het kon. besl. nr. 2, en nrs. 80 tot 83).
B. De overdrager maakt opeenvolgende jaarlijkse inventarissen op.
a) Hij draagt zijn handelsfonds over aan een belastingplichtige die reeds voor de overdracht zijn handel onder de forfaitaire regeling dreef, zonder opeenvolgende jaarlijkse inventarissen op te maken.
51. De bij de overdracht geïnventariseerde goederenvoorraad is ontheven van elke belasting in zoverre de overdrager overgaat tot de regularisatie van de vermeerdering of de vermindering van de voorraad die blijkt uit de vergelijking tussen de laatst opgemaakte jaarlijkse inventaris v66r de overdracht en de inventaris van overdracht (z. nrs. 21 tot 23).
52. De overnemer van zijn kant moet de belasting betalen die verschuldigd is wegens de opneming in de forfaitaire regeling van de op voormelde wijze belastingschoon gemaakte goederen. Te dien einde moeten de regels voorzien in de nrs. 31 en 32 gevolgd worden voor de overdracht van een handelsfonds door een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling aan een belastingplichtige die reeds v66r de overdracht zijn handel onder de forfaitaire regeling dreef, zonder opeenvolgende jaarlijkse inventarissen op te maken.
b) Hij draagt zijn handelsfonds over aan een belastingplichtige die reeds vóór de overdracht zijn handel onder de forfaitaire regeling dreef en opeenvolgende jaarlijkse inventarissen opmaakte.
53. De overdrager verricht de regularisatie voorzien in nr. 51, zodat de overgedragen goederen belastingschoon zijn.
54. De aldus belastingschone voorraad geeft niet onmiddellijk aanleiding tot enige regularisatie in hoofde van de overnemer. Maar, voor de toepassing van artikel 91, 3de alinea, van het koninklijk besluit nr. 2, moet de overnemer, bij het verstrijken van het jaar waarin de overgang plaatsvond, de voorraad vermeld in zijn eindejaarsinventaris vergelijken met de voorraad vermeld in de voorgaande jaarlijkse inventaris verhoogd met de voorraad die uit de inventaris van overdracht blijkt (z. nr. 27).
c) Hij draagt zijn handelsfonds over aan een belastingplichtige die zijn werkzaamheid begint met die overdracht en de forfaitaire regeling aanneemt.
55. De overdrager verricht de regularisatie voorzien in nr. 51, zodat de overgedragen goederen belastingschoon zijn.
56. Ten opzichte van de overnemer wordt de toepassing van de forfaitaire regeling op de overgedragen goederen opgeschort tot bij het verstrijken van het jaar waarin de overdracht plaatsvond.
Op dat ogenblik is het aangewezen de regels te volgen die uiteengezet zijn in nr. 49 of in nr. 50, naargelang de overnemer al dan niet een regelmatige inventaris van einde boekjaar opmaakt.
6de geval. Overdracht van een handelsfonds door een belastingplichtige onderworpen aan de regeling van de egalisatiebelasting aan een belastingplichtige onderworpen aan dezelfde regeling.
57. De fictie van de persoonsvoortzetting, uitgedrukt in artikel 11, 2de zin, van het BTW-Wetboek, sluit in dat de overnemer de regeling van de egalisatiebelasting voortzet, waaraan de overdrager reeds onderworpen was. Vermits die regeling gelijkvormig wordt toegepast op alle belastingplichtigen, moet geen enkele regularisatie verricht worden.
58. Er wordt terzake opgemerkt dat de overdracht van handelsfonds noodzakelijkerwijze moet worden overeengekomen tegen een prijs die de belastingdruk omvat, voortkomende van de regeling van de egalisatiebelasting. De partijen moeten het dus eens worden over de overname van die last, indien de overnemer aan die regeling wil onderworpen worden of blijven.
De administratie is bereid de partijen te helpen bij de vaststelling van die last (vgl. nr. 44).
Bijzondere gevallen. Overdracht van een handelsfonds door een belastingplichtige onderworpen aan de normale of aan de forfaitaire regeling aan een belastingplichtige die de regeling van de egalisatiebelasting wenst aan te nemen of te behouden.
59. Artikel 6, 2de alinea, van het koninklijk besluit nr. 19, sluit elke overgang uit van de normale of de forfaitaire regeling naar de regeling van de egalisatiebelasting. Anderzijds bestaat er geen regularisatieprocedure die deze regeling mogelijk maakt op de goederen die er, ingevolge de overdracht van handelsfonds, zouden moeten worden in opgenomen. Op het principiële vlak, moet dus aan de overnemer het recht geweigerd worden om de regeling van de egalisatiebelasting aan te nemen of te behouden wanneer hij een handelsfonds in de bovenbedoelde voorwaarden verwerft; voorafgaand aan de overdracht moet hij de normale of de forfaitaire regeling aannemen (z. nr. 8).
60. Afwijkingen. Om in de mate van het mogelijke de inschikkelijkheid ten overstaan van de kleine en middelgrote ondernemingen te handhaven, aanvaardt de administratie nochtans dat de overnemer de regeling van de egalisatiebelasting kan aannemen of behouden, indien de volgende bijzondere voorwaarden bij de overdracht vervuld zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naargelang de overdrager belastingplichtige is onderworpen aan de normale of aan de forfaitaire regeling.
A. De overdrager is een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling.
61. De overdrager factureert en rekent de overnemer de BTW aan, en desgevallend wanneer zij van toepassing is de egalisatiebelasting, op de prijs van de overdracht van het handelsfonds die betrekking heeft op de overgedragen goederen die geen investeringsgoederen zijn. Die belastingen worden per BTW-tarief en volgens de egalisatiebelasting eigen aan de aard van elk goed berekend. Zij worden door de overdrager als verschuldigde belastingen in zijn periodieke BTW-aangifte ingeschreven, alsof hij voormelde goederen verkocht zou hebben aan een belastingplichtige onderworpen aan de regeling van de egalisatiebelasting. De overnemer draagt deze belastingen zonder ze terug te kunnen krijgen.
B. De overdrager is een belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire regeling.
62. Wat betreft de overgedragen goederen waarvan is uitgemaakt dat ze de forfaitaire druk hebben ondergaan, kan de overdrager deze aan de overnemer -egalisatiebelastingplichtige aanrekenen boven de prijs van de overdracht, in zoverre hij bij het controlekantoor waarvan hij afhangt uitdrukkelijk verzaakt aan de terugbetaling ervan. Voor de bovenvermelde goederen aanvaardt de administratie dat de forfaitaire druk overeenstemt met de fiscale druk die eigen is aan de regeling van de egalisatiebelasting.
63. Wat betreft de goederen die onttrokken worden aan de druk van de forfaitaire regeling (belastingschone voorraad door het opmaken van opeenvolgende jaarlijkse inventarissen, goederen onttrokken aan de forfaitaire regeling en meer algemeen goederen waarvoor de toepassing van de forfaitaire druk niet is bewezen), moet de overdrager de BTW en, wanneer zij van toepassing is, de egalisatiebelasting factureren en aan de overnemer aanrekenen op de wijze voorzien in nr. 61 voor de overdrager onderworpen aan de normale regeling.
64. In de hierboven vermelde gevallen onder A en B is artikel 11 van het BTW-Wetboek nochtans volledig van kracht inzake de investeringsgoederen en de onlichamelijke goederen, zoals het cliënteel, die ook deel uitmaken van de overdracht; de belasting is dus niet verschuldigd op de overdracht van die goederen.
Afdeling lll. - In acht te nemen werkwijze voor de regularisaties ten gevolge van de overdracht van handelsfonds.
I. Algemene mededelingsverplichtingen.
65. De overdracht van handelsfonds moet, krachtens artikel 50, § 1, 1 °, van het BTW-Wetboek, het voorwerp uitmaken van een aangifte van stopzetting of van verandering van werkzaamheid, in te dienen door de overdrager, en van een aangifte van aanvang of van verandering van werkzaamheid, in te dienen door de overnemer.
66. De administratie moet bij die gelegenheid ten volle ingelicht worden van de toestand van de partijen terzake met het oog op de eventueel te verrichten regularisaties. Daarom moeten de aangiften die door de overdrager en door de overnemer worden ingediend bij het controlekantoor waarvan zij afhangen - of een stuk aangehecht aan die aangiften - de volgende inlichtingen bevatten:
1° de identiteit, het BTW-registratienummer en de belastingregeling van de overdrager en van de overnemer;
2° indien de overdracht een regularisatie meebrengt (teruggaaf of terugstorting van belasting) de aard . en de oorzaak van die regularisatie, alsook de identiteit van de persoon die ervan geniet (teruggaaf) of aan wie zij is opgelegd (terugstorting van belasting);
3 ° de datum waarop de overdracht van handelsfonds uitwerking heeft alsook de datum van de inventaris van overdracht;
4° in de gevallen bedoeld in de nrs. 61 en 63, de datum van de factuur die de overdracht vaststelt van goederen die aan de regeling van de egalisatiebelasting onderworpen moeten worden.
67. Krachtens artikel 61, § 1, van het Wetboek moeten de overdrager en de overnemer elk stuk dat de overdracht vaststelt of de voorwaarden ervan bepaalt, ter plaatse waar het berust, ter inzage voorleggen aan het controlekantoor waarvan zij afhangen; dit geldt eveneens voor elk stuk dat toelaat het bedrag van te verrichten regularisaties te bepalen. Onafhankelijk van de inventaris die op het controlekantoor moet worden ingediend (z. nrs. 69 tot 73), is het aangewezen dat een afschrift van de akte die de overdracht van het handelsfonds vaststelt bij de aangifte bedoeld in de nrs. 65 en 66 wordt gevoegd.
II Bijzondere werkwijzen ten aanzien van de teruggaaf.
A. Begunstigde van de teruggaaf.
68. ln principe, wordt de teruggaaf toegestaan aan de overnemer die krachtens artikel 11, 2de zin, van het BTW-Wetboek de persoon van de overdrager voortzet uit hoofde van de overname van een voorraad waarop belasting drukt onder de forfaitaire regeling of de regeling van de egalisatiebelasting. Wanneer de overnemer nochtans de bedoeling heeft een belastingschone voorraad over te nemen, wordt de teruggaaf aan de overdrager toegestaan (z. nr. 7).
B. Bewijs van de vervroegde betaling van de belasting. Inventaris.
69. De belastingplichtige, overdrager of overnemer, die zijn recht op teruggaaf wil doen gelden, moet bij het controlekantoor waarvan hij afhangt binnen de termijn van maximum drie maanden te rekenen vanaf de overdracht van handelsfonds een inventaris in twee exemplaren indienen van de goederen begrepen in de overdracht die bij hun aankoop of hun invoer een vervroegde taxatie hebben ondergaan onder de forfaitaire regeling of onder de regeling van de egalisatiebelasting.
70. De inventaris moet de gedetailleerde aanduiding bevatten van de aard, de hoeveelheid en de waarde uitgedrukt in inkoopprijs van de bedoelde goederen. Hij moet onder andere :
- voor de goederen die onder de forfaitaire regeling gevallen zijn, een uitsplitsing per koopwarengroep omvatten en dit desgevallend per jaar van aankoop;
- voor de goederen die onder de regeling van de egalisatiebelasting gevallen zijn, een uitsplitsing per BTW-aanslagvoet met een verwijzing naar de toegepaste aanslagvoet van de egalisatiebelasting.
71. De waardebepaling van de goederen moet worden verricht tegen aankoopprijs of juister uitgedrukt, rekening houdend met de grondslag waarop de belasting berekend werd bij de aankoop of bij de invoer. Het is dus nodig dat de inventaris van de goederen waarvoor de waarde op die wijze bepaald werd, uitdrukkelijk verwijst naar de datum en het volgnummer van de inkomende factuur of van het invoerdocument terzake.
72. Wanneer het gaat om goederen die moeilijk kunnen geïndividualiseerd worden, heeft de administratie er geen bezwaar tegen dat er verwezen wordt naar de meest recente aankoopfactuur of naar het meest recente invoerdocument betreffende goederen van dezelfde aard, onder dit voorbehoud nochtans dat er moet teruggegaan worden naar een nog vroegere factuur of een nog vroeger document, indien de hoeveelheid van de overgedragen goederen groter is dan die welke is opgenomen op de eerstvermelde factuur of op het eerstvermelde document.
73. Ben model van inventaris onder de vorm van een tabel wordt weergegeven in bijlage ll.
C. Bepaling van het terug te geven bedrag.
74. De berekeningswijze van de terug te geven belasting werd in afdeling II aangeduid voor elk geval waar een teruggaaf moest worden overwogen (z. inzonderheid nrs. 11 tot 24, 33, 34, 36, 42, 46, 48).
75. Ofschoon werd gezocht naar vereenvoudigde werkwijzen om de bepaling van de vervroegde geheven belasting te vergemakkelijken, kan die vaststelling toch moeilijk zijn, inzonderheid wanneer de begunstigde van de teruggaaf de overnemer is; deze is inderdaad van de overdrager afhankelijk om de fiscale last die op dé overgedragen goederen rust· en bijgevolg om de omvang van zijn recht op teruggaaf te bepalen. Daarom is de administratie bereid elke vereenvoudigde berekening te aanvaarden die haar wordt voorgesteld in zoverre natuurlijk het resultaat van die berekening niet leidt tot de teruggaaf van een hoger bedrag dan zou voortvloeien uit de toepassing van de normale regels.
76. Wanneer de administratie na nazicht het bedrag van de teruggaaf moet wijzigen in meer of in min, worden de partijen bij de akte van overdracht ervan ingelicht zodat ze hun overeenkomst eraan kunnen aanpassen. Tenzij contractueel tot zo'n aanpassing wordt overgegaan, kan de overnemer, wanneer hij de begunstigde van de teruggaaf is, geen hogere terugbetaling krijgen dan het bedrag· van de fiscale last die de overdrager hem oorspronkelijk heeft aangerekend boven de prijs zonder BTW van de overgedragen goederen.
77. Vermits zowel bij de overdrager als bij de overnemer vragen kunnen rijzen inzake de vaststelling van het terugbetaalbare bedrag, is er geen bezwaar tegen dat zij het controlekantoor waarvan zij afhangen raadplegen om reeds v66r de overdracht met de administratie overeenstemming te bereiken over de wijze van berekening en van bewijs die moeten of kunnen worden toegepast (z. inzonderheid nrs. 44 en 58).
D. Uitoefening van het recht op teruggaaf.
78. Indien, op het ogenblik waarop hij zijn recht uitoefent, de begunstigde van de teruggaaf gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften, heeft de terugbetaling plaats overeenkomstig artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 4. Zij wordt normalerwijze verricht door toerekening van het terugbetaalbare bedrag op het bedrag van de belasting die verschuldigd is voor de aangifteperiode waarin de overdracht van het handelsfonds plaatsvindt.
Gelet op de bijzondere aard van die teruggaaf, is het aangewezen dat de begunstigde bij de aangifte waarin zij wordt uitgeoefend, een stuk voegt met de gegevens voor de berekening van de terugbetaalbare belasting, onder verwijzing naar de inventaris van overdracht die bij het controlekantoor werd ingediend. (z.nr. 69).
79. Wanneer de begunstigde van de teruggaaf een belastingplichtige is onderworpen aan de regeling van de egalisatiebelasting of wanneer hij niet meer gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften (inzonderheid wanneer de teruggaaf wordt uitgeoefend na de stopzetting van de werkzaamheid van de overdrager), wordt de terugbetaling verricht overeenkomstig artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 4, door de indiening van een aanvraag om teruggaaf in twee exemplaren bij het hoofd van het controlekantoor waarvan die begunstigde afhangt. De aanvraag moet de gegevens voor de berekening van de belasting die teruggevraagd wordt, nauwkeurig aanduiden onder verwijzing naar de inventaris van overdracht (z. nr. 69).
III. Toepassing van de forfaitaire taxatie door de overnemer onderworpen aan de forfaitaire regeling op de aan hem overgedragen belastingschone voorraad.
80. In de nrs. 30, 31, 36, 38, 39, 50, 52 en 56, werden verschillende gevallen besproken waarin de overnemer onderworpen aan de forfaitaire regeling, bij het verstrijken van het jaar van overgang en bij gebrek aan het opmaken op dat ogenblik van een inventaris, de forfaitaire taxatie moet verrichten in vier driemaandelijkse betalingen voor de aan hem overgedragen belastingschone goederen. Die regularisatie moet worden verricht overeenkomstig de regels voorzien in artikel 92, 4de ·alinea, van het koninklijk besluit nr. 2.
81. Met het oog op die regularisatie moet bij de overdracht van het handelsfonds een inventaris worden opgemaakt die gedetailleerd de aard, de hoeveelheid en de waarde uitgedrukt in aankoopprijs, van de goederen in voorraad omvat. Die goederen moeten bovendien gerangschikt zijn volgens de onderverdeling van het inkomend factuurboek die is voorgeschreven voor de forfaitaire regeling waaronder de overgedragen goederen vallen (art. 92, § 2, van het kon. besl. nr. 2).
82. In de aangifte van aanvang of van verandering van werkzaamheid die hij bij het controlekantoor waarvan hij afhangt, moet indienen omwille van de overdracht, vermeldt de overnemer de forfaitaire regeling die hij toepast of zal toepassen (z. nr. 66). Het is aangewezen dat hij er bij die gelegenheid een exemplaar van de akte van overdracht en van de inventaris bedoeld in nr. 81 bijvoegt. In ieder geval moeten deze stukken aan de administratie op het eerste verzoek worden voorgelegd.
83. Uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op dit van de overdracht moet de overnemer bij het controlekantoor waarvan hij afhangt schriftelijk melden, of hij al dan niet een inventaris heeft opgemaakt op 31 december van het jaar van de overdracht. In het ontkennende geval bepaalt de hoofdcontroleur op grond van de inventaris van overdracht en na eventuele contactopname met de belastingplichtige, het bedrag van de belasting die verschuldigd is voor de goederen opgenomen in die inventaris. Hij deelt dit bedrag aan de belastingplichtige mede en verzoekt deze dit telkens ten belope van één vierde uiterlijk op 20 april, 20 juli en 20 oktober van het jaar volgend op dit van de overdracht, en op 20 januari van het daaropvolgende jaar, te storten op postrekening nr. 000-2003000-47 van "BTW-Ontvangsten, Brussel".
