Nederland - Circulaire Ci.R.9 NL/258.773 d.d. 04.10.1971

Bulletin nr. 490, p. 1908-1915

Dubbelbelastingverdragen. - Nederland.

Bepalingen van onmiddellijk belang.

Dhr. 4.10.1971, nr Ci.H.9.NL/258.773.

1. In het Belgisch Staatsblad van 25 september 1971 is bekendgemaakt de wet van 16 augustus 1971 houdende goedkeuring van de nieuwe Belgisch-Nederlandse overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting, ondertekend op 19 oktober 1970. Deze overeenkomst vervangt de gelijkaardige overeenkomst van 20 februari 1933 (V. 400). Zij is in België van toepassing op de bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die normaal met ingang van 1 januari 1971 zijn toegekend of betaalbaar gesteld, zomede op andere belastingen geheven naar inkomsten van belastbare tijdperken die eindigen vanaf 31 december 1971.

In afwachting dat algemene onderrichtingen betreffende de nieuwe overeenkomst zullen verschijnen, wordt de aandacht gevestigd op de hierna volgende bepalingen van onmiddellijk belang.

I. Belastingheffing van onroerende inkomsten. - Beperking van de A.O.V.

2. Ingevolge art. 6 en art. 24, § 1, 1° en 2°, ov., zijn de inkomsten uit in België gelegen onroerende goederen die aan inwoners van Nederland toebehoren, uitsluitend in België belastbaar. Die inwoners van Nederland zijn dus onderworpen aan de A.O.V. (art. 163, W.I.B) op hun onroerende inkomsten van Belgische oorsprong ; krachtens punt III van het aan de overeenkomst gehechte Protocol wordt die belasting evenwel beperkt tot het deel van de eventueel fictief op het totaal van de Belgische inkomsten berekende B.N V. dat op de onroerende inkomsten betrekking heeft.

3. Dezelfde regeling is reeds ingevolge de Belgisch-Franse overeenkomst van 10.3.1964 (V. 1120) van toepassing op onroerende inkomsten van Belgische oorsprong behaald door verblijfhouders van Frankrijk. Voor de vestiging en de inkohiering van de met ingang van het jaar 1971 (aanslagjaar 1972), verschuldigde A.O.V., gelden dan ook, mutatis mutandis, de richtlijnen van hoofdstuk III. nr 2. circ. 920, alsmede van nrs 163/1 en volgende van de Com. I. B.

II. Regeling van toepassing op roerende inkomsten

A. Roerende voorheffing op dividenden van Belgische afkomst, verkregen door inwoners van Nederland

4. Uit de combinatie van art. 10, § 2, 1° en 2°, ov. en punten IV en V van het bij de overeenkomst gevoegde Protocol volgt dat België de R.V. op dividenden (inkomsten van belegde kapitalen inbegrepen) die door een Belgische vennootschap met ingang van 1.1.1971 aan inwoners van Nederland worden betaald of toegekend moet beperken tot :

- 5 t.h. van het brutobedrag van de inkomsten indien de genieter een vennootschap op aandelen is die onmiddellijk ten minste 25 t.h. bezit van het kapitaal van de uitkerende vennootschap, op voorwaarde dat in Nederland geen belasting is verschuldigd ter zake van de dividenden or het gedeelte daarvan dat niet geacht kan worden een aftrek van kosten verband houdende met de deelneming te vertegenwoordigen (in het huidige Nederlandse belastingstelsel is deze laatste voorwaarde vervuld) ;

- 15 t.h. van het brutobedrag van de inkomsten in de andere gevallen.

5. De beperking is evenwel niet van toepassing indien de genieter van de dividenden in België over een vaste inrichting

6. De vermindering wordt verleend aan de hand van een aanvraag nr. 276 Div. (NL) (1) en volgens de in circ. 925 bis uiteengezette procedure.

B. Roerende voorheffing op interest van Belgische afkomst, verkregen door inwoners van Nederland.

7. Ingevolge art. 11, §§ 3, 4 en 8, ov., wordt het normale bedrag van interest die met ingang van 1.1.1971 wordt genoten door een onderneming van Nederland, in België van R.V. vrijgesteld, behalve indien het gaat om :

a) interest van obligaties of andere effecten van leningen ;

b) interest door een vennootschap op aandelen of een p.v.b.a. die inwoner van België is, betaald aan een vennootschap op aandelen, inwoner van Nederland, en indien een van beide vennootschappen onmiddellijk ten minste 25 t.h. van het kapitaal van de vennootschap bezit.

8. Anderdeels wordt de R.V. in België beperkt tot 10 t.h. van het brutobedrag van de normale interest die niet overeenkomstig nr.7 hiervoren is vrijgesteld (art. 11. 2, ov.).

9. Het bepaalde in de nrs 7 en 8 is niet van toepassing indien de genieter van de interest in België over een vaste inrichting beschikt en de schuldvordering (of het deposito, de obligatie, de lening, enz.) uit hoofde waarvan de interest verschuldigd is, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort.

------

(1) De formulieren waarvan sprake in deze circ., worden op verzoek kosteloos afgeleverd :

- in België, door de Documentatiedienst der directe belastingen, Belliardstraat 45 - 1040 Brussel;

- in Nederland, door het Ministerie van Financiën, Directie Organisatie van de belastingen te s-Gravenhage.

10. De vrijstelling of vermindering wordt verleend aan de hand van een aanvraag nr. 276 Int. (NL) (1). Voor de te volgen procedure wordt, mutatis mutandis, naar circ. 925bis verwezen.

------

(1) Zie verwijzing onder nr 6.

11. (a) Indien de interest van R.V. is vrijgesteld doordat hij, onder de gestelde voorwaarden, wordt verkregen door een onderneming van Nederland (art. 11, §§ 3 en 4. ov.), moet aan de genieter het bedrag van de werkelijk geïnde belasting worden terugbetaald, ongeacht of de schuldenaar van de interest de belasting al dan niet heeft ingehouden.

(b) Indien de R.V. ingevolge art. 11, § 2, ov. tot 10 t.h, de bruto-interest wordt beperkt, dient aan de genieter in beginsel 10 t.h. van de bruto-interest, namelijk 10/80 of 12,5 t.h. van de netto-interest te worden terugbetaald, behalve wanneer de interest op grond van het gemeen recht is vrijgesteld. Deze regeling geldt evenzeer voor interest van leningen die werden uitgegeven of van overeenkomsten die werden afgesloten vóór 1.12.1962 als voor interest van leningen of overeenkomsten welke na die datum tot stand zijn gekomen. De teruggaaf van belasting op interest van leningen of overeenkomsten die voor 1.12.1962 zijn uitgegeven, resp. afgesloten mag in geen enkel geval hoger zijn dan het bedrag van de werkelijk gestorte R.V. : deze beperking moet toepassing vinden in alle gevallen waarin het tarief van de R.V. volgens het gemeen recht 6 t.h. (interest voorheen, vrijgesteld van M.B.) of 8 t.h. (interest voorheen onderworpen aan de M.B. tegen 2 t.h. of 2,4 t.h.) bedraagt.

C. Roerende voorheffing op royalty's van Belgische afkomst verkregen door inwoners van Nederland

12. De royalty's van Belgische afkomst die met ingang van 1.1.1971 aan een inwoner van Nederland worden toegekend zijn ingevolge art. 12, §§ 1, 3 en 4, ov., vrijgesteld ten belope van hun normaal bedrag. De vrijstelling is evenwel niet van toepassing indien de genieter van de royalty's in België over een vaste inrichting beschikt en het recht of het goed dat die royalty's oplevert tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort.

De te volgen procedure is gelijkaardig aan die welke voor dividenden en interest geldt : de vrijstelling mag echter normaal bij de bron worden verleend.

De genieter van de royalty's dient een aanvraag in duplo over te leggen door middel van een formulier nr 276 R. (NL) (1). Dit formulier moet voor waarmerking aan de Nederlandse belastingdienst van zijn gebied worden gezonden; het moet vervolgens worden gestuurd :

- of wel aan de Belgische schuldenaar, binnen de tien dagen na de vervaldag van de royalty's (om vrijstelling van R.V. bij de bron te bekomen) :

- of wel aan de Hfd.er. te Sint-Joost-ten-Node 1 (om terug gaaf van de bij de bron geïnde R.V. te verkrijgen)

D. Roerende voorheffing op dividenden van Nederlandse afkomst verkregen door Belgische vennootschappen

14. Volgens de nieuwe overeenkomsten moet de Nederlandse belasting op dividenden van Nederlandse afkomst die door Belgische vennootschappen worden verkregen op bepaalde voorwaarden beperkt worden tot 5 of 15 t.h. van het bruto-inkomen (art. 10, § 2, ov.).

In België zijn die Nederlandse dividenden in principe aan de regeling van het gemeen recht onderworpen (art. 24, § 2, 3°, ov.): normaal zijn zij op grond van de incassering aan de R.V. van 10 t.h. onderworpen en zijn zij daarna tot hun nettobedrag als definitief belaste inkomsten vrijgesteld van Ven. B. en, bij latere uitkering. van R.V.

15. Belgische vennootschappen met uitzondering van personenvennootschappen die de aanslag van hun winsten in de P.B. hebben gekozen, kunnen echter desgewenst in de toekomst van de R.V. van 10 t.h. bij de incassering ontgaan met betrekking tot dividenden van Nederlandse aandelen die zij gedurende het volledige boekjaar van de uitdelende Nederlandse vennootschap in uitsluitende eigendom hebben gehad (art. 24, § 2, 4°, ov.). De Nederlandse dividenden die bij de incassering niet aan de R.V. zijn onderworpen, blijven toch tot hun nettobedrag van de Ven.B. vrijgesteld, doch moeten dan later de R.V. ondergaan wanneer zij aan de aandeelhouders van de Belgische vennootschap uitgekeerd worden (afwijking van art. 169, 2° en 3°, W.I.B.). Deze facultatieve regeling bestaat reeds naar aanleiding van de overeenkomsten gesloten o.a. met Frankrijk, Duitsland, de Verenigde Staten van Amerika en Zweden.

16. De vrijstelling van R.V. op inkomende dividenden mag slechts worden toegekend voor dividenden die begrepen zijn in de winsten van het aanslagjaar waarvoor de vennootschap haar schriftelijke aanvraag heeft gedaan binnen de termijn, welke voor het indienen van haar aangifte in de Ven.B. is voorgeschreven; dit sluit de terugwerkende kracht van de vrijstelling uit. Voor de toepassing van deze bepaling wordt verder verwezen naar de nrs. 15 en 16, circ. van 16.4.1968, nr. Ci.R9S/244.214

III. Grensarbeiders (art. 5, § 3, 1°, ov., en punten IX en XI van het Protocol)

17. Beloningen verkregen door een persoon die als grensarbeider in de grensstreek van Nederland werkzaam is en zijn duurzaam tehuis in de grensstreek van België heeft, alwaar hij gewoonlijk dagelijks of ten minste éénmaal per week terugkeert, zijn slechts in België belastbaar.

18. De aandacht wordt speciaal gevestigd op de volgende belangrijke punten uit de nieuwe overeenkomst die de regeling voor de grensarbeiders, welke onder de overeenkomst van 20.2.1933 (V. 400) van kracht was gevoelig wijzigen:

- vanaf het kalenderjaar 1971, is de regering der grensarbeiders niet meer van toepassing op personen die de Nederlands nationaliteit bezitten en na 1 januari 1970 hun woonplaats van Nederland naar België hebben overgebracht of zullen overbrengen :

- om als grensarbeider te worden beschouwd is niet meer vereist dat de bedoelde personen de Belgische of de Nederlandse nationaliteit bezitten

- de Nederlandse grensstreek blijft behouden zoals omschreven in de circ. 7.10.1936, nr. 202.858 D.B. (cfr. Codes, Deel V, Bijlage I aan de ov. van 20.2.1993), doch de zuidergrens van de Belgische grensstreek wordt door punt IX van het Protocol als volgt vastgesteld : " door een denkbeeldige kortste lijn die de volgende gemeenten verbindt : Oostende, Brugge, Tielt, Oudenaarde, Aalst, Mechelen, Leuven, Tienen, Landen, Borgworm, Luik, Verviers, Eupen, Raeren ". De gemeenten die door deze denkbeeldige lijn worden doorsneden, worden geacht in hun geheel tot de grensstreek te behoren.

19. Met de Nederlandse administratie zal eerlang overleg plaatsvinden aangaande de praktische uitvoering van de grensarbeidersregeling. In afwachting dat hieromtrent de nodige onderrrichtingen zullen worden verstrekt, kunnen de thans geldende attesten ("inkomstenbelasting nr 90 a België", voor de Belgische grensarbeiders, en "276 NL" voor de Nederlandse grensarbeiders) verder worden gebruikt.

IV. Andere wijzigingen t.o.v. de vroegere overeenkomst

20. Op talrijke andere dan de hierboven aangehaalde punten brengt de nieuwe overeenkomst wezenlijke wijzigingen aan de toestand die onder de overeenkomst van 20.2.1933 bestond.

Aldus dienen met name te worden vermeld :

- de bepaling van de vaste inrichting, waarbij is op te merken dat de plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructiewerkzaamheden slechts als een vaste inrichting kan worden aangemerkt, indien de duur negen maanden overschrijdt (art. 5, §2, 7, ov.);

- de vrijstelling van belasting met inbegrip van de B.V.R. voor binnenschepen waarvan de exploitant inwoner is van Nederland, behalve indien de plaatst van de werkelijke leiding van de onderneming in België is gelegen (art. 8, § 1, 2°, en § 2, ov.);

- de belastbaarheid in België van de inkomsten (tantièmes, presentiegelden en beloningen) die een Belgische vennootschap op aandelen toekent aan haar in Nederland wonende beheerders, commissarissen, enz.; van de Belgische belasting zijn alleen vrijgesteld de beloningen die door een Nederlandse vaste inrichting van de Belgische vennootschap worden toegekend en gedragen ter zake van werkzaamheden welke in een wezenlijke en vaste functie in die inrichting worden verricht (art. 16, ov);

- de vrijstelling van Belgische belasting, met inbegrip van de B.V., van pensioenen uit de particuliere sector die door inwoners van Nederland worden verkregen (art. 18, ov.);

- de vrijstelling van B.V. van onderhoudsgelden die door Belgische schuldenaars aan in Nederland wonende gerechtigden worden uitgekeerd (art. 22, ov.);

- het tarief van de B.N.V. ten laste van Belgische vaste inrichtingen van Nederlandse vennootschappen of verenigingen van personen dat, in hoofdsom, tot 33,5 t.h. is beperkt, volgens de formule:

30 + (100 – 30) x 10 (punt XIV, Prot.).

2 x 100