Circulaire 2021/C/72 betreffende de btw-regeling voor grensoverschrijdende e-commerceactiviteiten tussen ondernemingen en consumenten (B2C relatie) - Bijgewerkt
Deze circulaire behandelt de btw-regels die vanaf 01.07.2021 van toepassing zijn op afstandsverkopen van goederen, op bepaalde leveringen van goederen en op diensten tussen ondernemingen en consumenten (B2C relatie) in een grensoverschrijdende context, zoals deze werden ingevoerd in het kader van het tweede luik van het btw-pakket voor e-commerce.
e-commerce ; afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen ; invoer ; vrijstelling ; intracommunautaire afstandsverkopen van goederen ; dienst ; enig loket ; OSS ; gelijkgestelde leverancier ; elektronische interface
FOD Financiën, 27.07.2021
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde
De volgende punten van deze circulaire werden gewijzigd op 20.09.2021:
1. Aanpassing van een verwijzing in punt 3.1.
2. Aanpassing in de titel van punt 4.10.3.5.
3. Schrapping van het volledige nummer 4.10.3.6.
1. Inleiding
3. Terminologie
4. Btw-regeling voor afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen
5. Btw-regeling voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen
6. Btw-regels van toepassing op bepaalde diensten verstrekt aan niet-belastingplichtigen
8. Factureringsregels en boekhoudkundige verplichtingen
9. Inwerkingtreding en opheffingsbepalingen
1.1. Voorwerp van de circulaire
1.2. Redenen voor de hervorming
1.3. Belangrijkste aangebrachte wijzigingen
1.4. Handelingen waarop deze circulaire betrekking heeft
2.2.1. Overzicht bepalingen Btw-Wetboek
2.2.2. Overzicht koninklijke besluiten
3.1. Btw-gebied van de gemeenschap
3.2. Derde landen en derdelandsgebieden
3.3. Niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige
3.5. B2C leveringen (business-to-consumer)
3.7. Gelijkgestelde leverancier
3.8. Afstandsverkopen van goederen
3.14. Goederen van geringe waarde
3.15. Fiscaal vertegenwoordiger
3.17. Leverancier/dienstverrichter
3.18. Onderliggende leverancier
4. Btw-regeling voor afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen
4.2. Definitie van 'afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen'
4.2.1. Hoedanigheid van de afnemer
4.2.2.1. Nieuwe vervoermiddelen
4.2.2.2. Goederen met installatie of montage door of voor rekening van de leverancier
4.2.2.4. Accijnsproducten wanneer de afnemer een lid is van de groep van vier
4.2.3.1. Tussenkomst van de leverancier in het vervoer of de verzending
4.4. Plaats van de handelingen
4.4.1. Plaats van de leveringen
4.4.2.2. Invoer met toepassing van een opschortende regeling inzake douane
4.4.2.3. Invoer met toepassing van een fiscale regeling
4.5. Opeisbaarheid van de belasting
4.6.1 Btw-tarief van toepassing in België
4.6.2. Btw-tarief van toepassing in de andere lidstaten van de Europese Unie
4.7. Geadresseerde bij invoer in België
4.8. Btw-aspecten van de douaneaangifte ten invoer
4.8.1. Voor goederen van geringe waarde
4.8.2. Voor de andere goederen dan de goederen van geringe waarde
4.9.2. Begrip goederen van geringe waarde
4.9.3.3. Bedoelde elektronische interfaces
4.9.3.4. Het begrip 'faciliteren'
4.9.3.4.2. Het begrip 'de algemene voorwaarden bepalen'
4.9.3.4.3. Het begrip 'het verlenen van goedkeuring om te factureren'
4.9.3.4.4. Het begrip 'betrokken zijn bij de bestelling of de levering van goederen'
4.9.3.6.1. Het vermoeden van de status van de verkoper
4.9.3.6.2. Het vermoeden van de status van de afnemer
4.9.3.8.1. Opsplitsing in twee afzonderlijke leveringen
4.9.3.8.2. Toerekening van het goederenvervoer
4.9.3.8.3. Plaats van de levering
4.9.3.8.4. Tijdstip van het belastbaar feit en van de opeisbaarheid van de btw
4.9.3.9. Beperking van de aansprakelijkheid van de gelijkgestelde leverancier
4.9.3.10. Hoofdelijke aansprakelijkheid van de onderliggende leverancier
4.9.3.11. Betrokkenheid van meerdere elektronische interfaces
4.9.5. Bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer
4.10. Analyse van de verschillende scenario's
4.10.2.1. De leverancier maakt gebruik van de invoerregeling van het OSS-systeem
4.10.2.2. De gelijkgestelde leverancier maakt gebruik van de invoerregeling van het OSS-systeem
4.10.3.1.2. Btw-regeling voor de verkoop op afstand
4.10.3.1.3. Btw-regeling voor de invoer van goederen
4.10.3.2.2. Btw-regeling voor de levering van goederen
4.10.3.2.3. Btw-regeling voor de invoer van goederen
4.10.3.5.3. De goederen worden in het vrije verkeer gebracht in LS1
4.10.3.6. [Geschrapt op 20.09.2021]
5. Btw-regeling voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen
5.2.1. Hoedanigheid van de afnemer
5.2.2.1. Nieuwe vervoermiddelen
5.2.2.2. Goederen met montage of installatie door of voor rekening van de leverancier
5.2.2.4. Accijnsproducten wanneer de afnemer een lid van de groep van vier is.
5.2.3. Vervoer van de goederen
5.3.3. Bedoelde elektronische interfaces
5.3.4. Het begrip 'faciliteren'
5.3.8. Beoordeling levering per levering
5.3.9.1. Opsplitsing in twee afzonderlijke leveringen
5.3.9.2. Toewijzing van het vervoer van de goederen
5.3.9.3. Vrijstelling van de levering door de leverancier aan de elektronische interface
5.3.9.4. Plaats van de leveringen
5.3.9.5. Tijdstip van het belastbaar feit en van de opeisbaarheid van de btw
5.3.10. Beperkte aansprakelijkheid van de gelijkgestelde leverancier
5.3.11. Hoofdelijke aansprakelijkheid van de onderliggende leverancier
5.3.12. Betrokkenheid van meerdere elektronische interfaces
5.4. Plaats van een intracommunautaire afstandsverkoop
5.4.1. De goederen worden verzonden of vervoerd vanuit een andere lidstaat naar België
5.4.1.2. Afwijking voor micro-ondernemingen
5.4.1.2.2. Communautaire drempel van 10.000 euro
5.4.1.2.4. Overgang van de oude naar de nieuwe regels inzake drempel en optie
5.4.2 De goederen worden verzonden van België naar een andere lidstaat
5.4.2.2. Afwijking voor micro-ondernemingen
5.4.2.2.2. Communautaire drempel van 10.000 euro
5.4.2.2.4. Overgang van de oude naar de nieuwe regels inzake drempel en optie
6. Btw-regels van toepassing op bepaalde diensten verstrekt aan niet-belastingplichtigen
6.2. Algemene plaatsbepalingsregels van de diensten B2C
6.3. Afwijkende plaatsbepalingsregels van de B2C diensten
6.3.1. Diensten die verband houden met een onroerend goed uit zijn aard
6.3.2. Personenvervoerdiensten
6.3.2.1. Criterium voor de plaatsbepaling
6.3.3. Andere goederenvervoerdiensten dan het intracommunautair goederenvervoer
6.3.3.1. Criterium voor de plaatsbepaling
6.3.4. Het intracommunautaire goederenvervoer
6.3.4.1. Criterium voor de plaatsbepaling
6.3.5.1. Criterium voor de plaatsbepaling
6.3.6. De diensten die plaatsvinden op de plaats van de materiële uitvoering
6.3.6.1. Criterium voor de plaatsbepaling
6.3.6.2.1. Restaurant- en cateringdiensten
6.3.6.2.2. De met goederenvervoer samenhangende diensten
6.3.6.2.3. Expertise of werk in roerende staat
6.3.7. Verhuur op korte termijn van een vervoermiddel
6.3.7.1. Criterium voor de plaatsbepaling
6.3.8. Verhuur anders dan op korte termijn van een vervoermiddel
6.3.8.1. Criterium van plaatsbepaling
6.3.9. Restaurant- en cateringdiensten voor verbruik aan boord van een schip, vliegtuig of trein
6.3.9.1. Criterium voor de plaatsbepaling
6.3.10.1. Criterium voor de plaatsbepaling
6.3.10.1.2. Voorwaardelijke afwijkende regel voor de plaatsbepaling
6.3.11. Diverse diensten verstrekt aan buiten de gemeenschap gevestigde personen
6.3.12. De diensten van tussenpersonen
6.3.12.1. Criterium voor de plaatsbepaling
7.1.2.3. Lidstaat van identificatie
7.1.2.4. Lidstaat van verbruik
7.1.3. Wie kan zich beroepen op de invoerregeling?
7.1.3.1. Aanwijzing van een tussenpersoon
7.1.4. Welke goederen kunnen genieten van de invoerregeling?
7.1.5. Bepaling van de bevoegde lidstaat voor de identificatie van de belastingplichtige onder IOSS
7.1.5.1. De belastingplichtige die zich inschrijft in IOSS doet geen beroep op een tussenpersoon
7.1.5.2. De belastingplichtige die zich inschrijft in IOSS doet beroep op een tussenpersoon
7.1.6. Toepassingsvoorwaarden van de bijzondere regeling IOSS
7.1.6.1. Registratie, wijziging, identificatienummer, stopzetting en doorhaling in België
7.1.6.1.3. Identificatienummer
7.1.6.3. Praktische voorbeelden
7.1.6.5. Handelingen IOSS, op te nemen in de Belgische periodieke btw-aangifte
7.1.6.5.1. De belastingplichtige heeft zijn hoofdzetel in België
7.1.6.5.2. De belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting
7.2. Bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer
7.2.2. Kenmerken van de regeling
7.2.2.2. Transactionele optionele regeling
7.2.3. Materieel toepassingsgebied van de regeling
7.2.3.1. De goederen zijn geen accijnsproducten bedoeld in
7.2.3.3. Er wordt geen gebruik gemaakt van de invoerregeling van het OSS-systeem
7.2.3.5. De afnemer is schuldenaar van de op de invoer verschuldigde btw
7.2.4. Personeel toepassingsgebied van de regeling
7.2.5. Werking van de regeling
7.2.5.3. Aanbrengen van de goederen bij de douane
7.2.5.4. Verplichtingen inzake aangifte en betaling van de bij invoer verschuldigde btw
7.2.5.5. Schematisch overzicht
7.2.6. Boekhoudkundige verplichtingen
7.3.2.1. Niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige
7.3.2.2. Niet in de lidstaat van identificatie gevestigde belastingplichtige
7.3.2.3. Lidstaat van verbruik
7.3.3. Wie kan gebruik maken van de regeling EU?
7.3.4. Welke goederen kunnen genieten van de EU regeling?
7.3.6. Toepassingsvoorwaarden voor de regeling EU voor de goederen
7.3.6.1. Registratie, wijziging, identificatienummer, stopzetting en doorhaling in België
7.3.6.1.3. Identificatienummer
7.3.6.3. Praktische voorbeelden
7.3.6.5.1. De belastingplichtige heeft zijn hoofdzetel in België
7.3.6.5.2. De belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting in België
7.4.2.1. Niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige
7.4.2.2. Niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige
7.4.2.3. Lidstaat van identificatie
7.4.2.4. Lidstaat van verbruik
7.4.3. Wie kan gebruik maken van de bijzondere regelingen voor de B2C diensten?
7.4.4. Welke diensten kunnen de regelingen EU en niet EU genieten?
7.4.6. Toepassingsvoorwaarden van de bijzondere regelingen EU en niet EU voor de B2C diensten
7.4.6.1. Registratie, wijziging, identificatienummer, stopzetting en doorhaling in België
7.4.6.1.3. Identificatienummer
7.4.6.3. Praktische voorbeelden
7.4.6.5.1. De belastingplichtige heeft zijn hoofdzetel in België
7.4.6.5.2. De belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting in België
8. Factureringsregels en boekhoudkundige verplichtingen
8.1. Btw-regels van toepassing inzake facturering
8.1.1. Factureringsregels – Bevoegde lidstaat
8.1.2. Factureringsverplichtingen
8.1.3.1. Intracommunautaire afstandsverkopen
8.1.3.2. Extracommunautaire afstandsverkopen
8.1.3.3. Dienst verricht voor een niet-belastingplichtige persoon
8.2. Boekhoudkundige verplichtingen
8.2.1. Bij te houden registers in het kader van de nieuwe wetgeving
8.2.1.4. Register dat moet worden bijgehouden door de elektronische interfaces
8.2.1.4.3. De elektronische interface treedt niet op als koper-wederverkoper
8.2.2.2. Dagboek van ontvangsten
8.2.3. Erkenning van aansprakelijke vertegenwoordigers, vooraf erkende personen en tussenpersonen
8.2.3.1. Praktische formaliteiten
8.2.3.1.1. Erkenning van een individueel aansprakelijke vertegenwoordiger
8.2.3.1.2. Erkenning van een globaal aansprakelijke vertegenwoordiger
8.2.3.1.3. Erkenning van een tussenpersoon
9. Inwerkingtreding en opheffingsbepalingen
1.1. Voorwerp van de circulaire
Deze circulaire handelt over de nieuwe regels inzake btw voor grensoverschrijdende e-commerceactiviteiten tussen ondernemingen en consumenten (relatie B2C), die vanaf 01.07.2021 van toepassing zijn.
Deze nieuwe regels vormen het tweede luik van het op Europees niveau goedgekeurde e-commerce-pakket dat een nieuw btw-regime instelt voor een aantal handelingen inzake e-commerce in een B2C context.
Het gaat, meer in het bijzonder, om een fundamentele hervorming van het btw-regime ten aanzien van afstandsverkopen van goederen en van de regels met betrekking tot de vereenvoudigingsregeling die voorheen beperkt was tot de zogenaamde TBE-diensten, met name de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten verricht voor niet-belastingplichtigen (bekend als de zogenaamde 'MOSS' of de 'Mini-One-stop-shop' of nog, de mini één-loketregeling).
De Raad van de Europese Unie heeft deze hervorming aangenomen via twee richtlijnen (de btw-richtlijnen inzake e-commerce):
- de richtlijn (EU) 2017/2455 van de raad van 05.12.2017 tot wijziging van richtlijn 2006/112/EG en richtlijn 2009/132/EG wat betreft bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen en
- de richtlijn (EU) 2019/1995 van de raad van 21.11.2019 tot wijziging van richtlijn 2006/112/EG wat betreft de bepalingen inzake afstandsverkopen en bepaalde binnenlandse leveringen van goederen.
Verschillende uitvoeringsverordeningen werden in dat kader aangenomen waarvan de voornaamste de Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2026 is van 21.11.2019.
De nieuwe regeling treedt in werking op 01.07.2021, overeenkomstig het besluit (EU) 2020/1109 van de raad van 20.07.2020 tot wijziging van richtlijnen (EU) 2017/2455 en (EU) 2019/1995 wat betreft de data van omzetting en toepassing in respons op de COVID-19-pandemie.
Op 30 september heeft de commissie een toelichting gepubliceerd op de nieuwe btw-regels voor e-commerce. Deze is beschikbaar op de website van de Europese Commissie:
https://ec.europa.eu/taxation_customs/sites/taxation/files/vatecommerceexplanatory_28102020_nl.pdf
Deze toelichting bevat gedetailleerde uitleg en verduidelijkingen over de nieuwe wetgeving, met inbegrip van praktische voorbeelden over de wijze waarop de regels moeten worden toegepast indien een leverancier of een elektronische interface (bijvoorbeeld een marktplaats, een platform) verwikkeld is in e-commerce-transacties.
De toelichting heeft als doel de online-ondernemingen, en vooral de KMO, te helpen om hun btw-verplichtingen te begrijpen die voortvloeien uit de grensoverschrijdende verkopen aan consumenten binnen de EU.
Ze wordt vergezeld van een update van de Gids voor het één-loket-systeem via de link:
Oss_guidelines_nl.pdf (europa.eu)
De nieuwe regeling werd in Belgisch recht omgezet door:
- de wet van 02.04.2021 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wat de regeling betreft die van toepassing is op afstandsverkopen van goederen en op bepaalde leveringen van goederen en diensten (BS 13.04.2021)
- het koninklijk besluit van 29.06.2021 tot wijziging van de koninklijke besluiten nummers 1, 4, 7, 10, 22, 24, 31, 41, 44 en 56 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde (BS 01.07.2021).
Bovendien werd een specifieke webpagina aangemaakt op de website van de FOD Financiën met FAQ en informatie over de Handleiding voor het éénloketsysteem OSS op nationaal niveau.
https://financien.belgium.be/nl/ondernemingen/btw/e-commerce
1.2. Redenen voor de hervorming
De nieuwe regeling die werd ingevoerd door het btw-pakket voor e-commerce moet een einde maken aan de belemmeringen voor grensoverschrijdende verkopen via internet, zoals aangekondigd in de mededeling van de Europese Commissie van 2015 'Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa' (COM (2015) 192 final) en de mededeling van de Europese Commissie van 2016 over een actieplan betreffende de btw 'Naar een gemeenschappelijke btw-ruimte in de EU —Tijd om knopen door te hakken' (COM (2016) 148 final).
De aangebrachte wijzigingen zijn met name gericht op de uitdagingen die voortvloeien uit de btw-regelingen voor afstandsverkopen van goederen en de invoer van zendingen met een geringe waarde, te weten:
- EU-bedrijven die via internet goederen aan eindverbruikers in andere lidstaten verkopen, moeten zich voor btw-doeleinden laten registreren en btw aangeven in de lidstaat van de verbruiker indien hun verkopen hoger zijn dan de drempel voor afstandsverkopen, die variëren van 35.000 tot 100.000 euro. Dit brengt grote administratieve lasten met zich mee voor handelaars en belemmert de ontwikkeling van de onlinehandel binnen de EU.
- Aangezien btw-vrijstelling wordt verleend voor de invoer van goederen van geringe waarde tot maximaal 22 euro en deze vrijstelling tot onrechtmatige praktijken leidt, lopen de lidstaten een deel van hun belastinginkomsten mis.
- Aangezien niet-EU-bedrijven die goederen uit derde landen aan consumenten in de EU verkopen, btw-vrije leveringen in de EU kunnen verrichten en zich niet voor de btw hoeven te registreren, profiteren zij van een duidelijk commercieel voordeel ten opzichte van hun in de EU gevestigde concurrenten.
De nieuwe regels zorgen ervoor dat EU-bedrijven op dezelfde wijze worden behandeld als niet-EU-bedrijven die volgens de vóór juli 2021 geldende regels geen btw hoeven te heffen. Ook worden de btw-verplichtingen voor bedrijven die zich bezighouden met grensoverschrijdende e-commerce erdoor vereenvoudigd en wordt de eengemaakte markt van de EU verder verdiept.
1.3. Belangrijkste aangebrachte wijzigingen
De belangrijkste wijzigingen die aan de btw-regeling werden aangebracht kunnen als volgt worden samengevat:
- de uitbreiding van het toepassingsgebied van de twee bestaande vereenvoudigingsregelingen ('EU-regeling' en 'niet-EU-regeling') binnen de MOSS ('Mini-One-stop-shop') die voortaan globaal de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en alle aan particulieren verrichte diensten door communautaire marktdeelnemers ('EU-regeling') zal omvatten alsook alle aan particulieren verrichte diensten door marktdeelnemers van buiten de gemeenschap ('niet-EU-regeling')
- de afschaffing van de bestaande drempels voor intracommunautaire verkopen op afstand, die verstorend werkten op de eengemaakte markt en de invoering van een globale EU btw-drempel voor intracommunautaire verkopen op afstand van goederen en de zogenaamde TBE-diensten, met name de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten, aan particulieren
- de invoering van een volledig nieuw onderdeel binnen het MOSS-systeem waarbij de btw verschuldigd op de verkopen op afstand van goederen afkomstig uit derde landen of derdelandsgebieden op een vereenvoudigde manier kan worden aangegeven en betaald ('invoerregeling'). Ingevolge de aanzienlijke uitbreiding van het toepassingsgebied van MOSS, wordt het systeem voortaan OSS ('one stop shop') genoemd
- de afschaffing van de bestaande btw-vrijstelling voor de invoer van kleine zendingen tot 22 euro afkomstig van leveranciers in derde landen, die EU-verkopers benadeelde. Die vrijstelling wordt vervangen door een invoervrijstelling tot 150 euro die enkel van toepassing is indien de goederen worden ingevoerd in het kader van de afstandsverkopen van goederen afkomstig uit derde landen of derdelandsgebieden die werden aangegeven binnen de nieuwe vereenvoudigingsregeling van het OSS-systeem
- de invoering van een aanvullende vereenvoudigingsregeling buiten het OSS-systeem voor zowel de aangifte als de betaling van btw die verschuldigd is bij de invoer van goederen bestemd voor de eindverbruiker in het kader van afstandsverkopen van goederen ingevoerd uit derde landen of derdelandsgebieden, wanneer de btw niet werd voldaan via de invoerregeling binnen de OSS
- de invoering van een regeling waarin elektronische interfaces die verkopen op afstand van goederen faciliteren ook aansprakelijk worden gesteld voor de correcte voldoening van de btw over de verkopen op afstand die via hun interface werden gerealiseerd.
1.4. Handelingen waarop deze circulaire betrekking heeft
Zoals reeds vermeld, handelt deze circulaire over de nieuwe regels inzake btw voor grensoverschrijdende e-commerceactiviteiten tussen ondernemingen en consumenten (relatie B2C), zoals die vanaf 01.07.2021 van toepassing zijn.
Na deze inleiding, een uiteenzetting over het wetgevend kader (zie punt 2.) en de definitie van enkele gebruikte termen (zie punt 3.), wordt ingegaan op de regeling die van toepassing is op de volgende handelingen:
- afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen door leveranciers en gelijkgestelde leveranciers, met uitzondering van accijnsgoederen (zie punt 4.)
- intracommunautaire afstandsverkopen van goederen door leveranciers of gelijkgestelde leveranciers evenals bepaalde binnenlandse verkopen van goederen door gelijkgestelde leveranciers (zie punt 5.)
- diensten verricht door niet in de EU gevestigde belastingplichtigen of door in de EU, maar niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen, die worden afgenomen door niet-belastingplichtigen, eindverbruikers (zie punt 6.).
Deze circulaire becommentarieert de verschillende bijzondere regelingen die van toepassing zijn op voormelde handelingen (zie punt 7.).
Zij beschrijft eveneens de factureringsregels en boekhoudkundige verplichtingen die specifiek betrekking hebben op voormelde handelingen (zie punt 8.).
Ten slotte wordt de inwerkingtreding besproken en wordt verduidelijkt welke publicaties door deze circulaire worden ingetrokken en gewijzigd (zie punt 9.).
Maken geen deel uit van dit document (tenzij dit noodzakelijk is voor de uiteenzetting):
- het btw-stelsel van het B2B intracommunautair handelsverkeer van goederen. Dit wordt besproken in de circulaire 2020/C/50
- het btw-stelsel op handelingen met betrekking tot uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen in een B2B-context.
De nieuwe btw-regels inzake e-commerce zijn terug te vinden in:
- richtlijn 2006/112/EG van de raad betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, zoals gewijzigd bij richtlijn (EU) 2017/2455 van de raad en richtlijn (EU) 2019/1995 van de raad (hierna btw-richtlijn of richtlijn 2006/112/CE).
- Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de raad houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, zoals gewijzigd bij uitvoeringsverordening (EU) 2017/2459 van de raad en uitvoeringsverordening (EU) 2019/2026 van de raad (hierna btw-uitvoeringsverordening of verordening (EU) nr. 282/2011).
- Verordening (EU) nr. 904/2010 van de raad betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde zoals gewijzigd bij verordening (EU) 2017/2454 van de raad (verordening betreffende administratieve samenwerking).
- Uitvoeringsverordening (EU) 2020/194 van de commissie van 12.02.2020 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van verordening (EU) nr. 904/2010 van de raad wat betreft bijzondere regelingen voor belastingplichtigen die diensten voor niet-belastingplichtigen, afstandsverkopen van goederen en bepaalde binnenlandse goederenleveringen verrichten.
2.2.1. Overzicht bepalingen Btw-Wetboek
Het nieuwe stelsel werd in het Btw-Wetboek omgezet door de volgende artikelen (versie van 01.07.2021):
- Artikel 1, §§ 19 en 20
- Artikel 13bis
- Artikel 14, § 6
- Artikel 15
- Artikel 17, §§ 5 en 6
- Artikel 21bis, § 2, 9°
- Artikel 27, § 3
- Artikel 39ter
- Artikel 40, § 1, 1°bis
- Artikel 50, § 1, eerste lid, 3°
- Artikel 53, §§ 1bis en 2
- Artikel 53quater
- Artikel 53decies, § 1
- Artikel 54ter
- Artikel 55, § 1
- Artikel 58bis
- Artikel 58ter
- Artikel 58quater
- Artikel 58quinquies
- Artikel 58sexies
2.2.2. Overzicht koninklijke besluiten
Voor de omzetting van het nieuwe stelsel werden er eveneens wijzigingen aangebracht aan:
- het koninklijk besluit nr. 1 van 29.12.1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde
- het koninklijk besluit nr. 4 van 29.12.1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde
- het koninklijk besluit nr. 7 van 29.12.1992, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde
- het koninklijk besluit nr. 10 van 29.12.1992 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, derde lid, 21bis, § 2, 9°, vierde lid, 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid en 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van de activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde
- het koninklijk besluit nr. 22 van 15.09.1970 met betrekking tot de bijzondere regeling voor landbouwondernemers inzake belasting over de toegevoegde waarde
- het koninklijk besluit nr. 24 van 29.12.1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde
- het koninklijk besluit nr. 31 van 02.04.2002 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen
- het koninklijk besluit nr. 41 van 30.01.1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde
- het koninklijk besluit nr. 44 van 09.07.2012 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde
- het koninklijk besluit nr. 56 van 09.12.2009 met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf.
Voor de toepassing van deze circulaire worden volgende begrippen gedefinieerd:
3.1. Btw-gebied van de gemeenschap
De gemeenschap zoals bedoeld in deze circulaire is het gebied waarbinnen het communautair btw-stelsel van toepassing is (zie artikel 1, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek). Het betreft met andere woorden de territoriale werkingssfeer van de btw zoals omschreven in artikel 1, §§ 2 tot en met 5, van het Btw-Wetboek.
Bedoeld gebied komt overeen met het grondgebied van alle lidstaten van de Europese Unie waarop de verdragen betreffende de Europese Unie en betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn overeenkomstig de artikelen 52 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en 349 en 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met uitzondering van de volgende grondgebieden:
- grondgebieden die deel uitmaken van het douanegebied van de gemeenschap:
* de Berg Athos, behorende tot de Helleense Republiek
* de Canarische Eilanden, behorende tot het Koninkrijk Spanje
* de gebieden bedoeld in artikel 349 en artikel 355, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, behorende tot de Franse Republiek
* de Åland-eilanden, behorende tot de Republiek Finland
* Campione d’Italia en de nationale wateren van het meer van Lugano, behorende tot de Italiaanse Republiek.
- grondgebieden die geen deel uitmaken van het douanegebied van de gemeenschap:
* het eiland Helgoland en het grondgebied van Büsingen, behorende tot de Bondsrepubliek Duitsland
* Ceuta en Melilla, behorende tot het Koninkrijk Spanje
* Livigno, behorende tot de Italiaanse Republiek.
Het douanegebied van de gemeenschap valt dus niet volledig samen met het btw-gebied van de gemeenschap. Het douanegebied is groter dan het btw-gebied van de gemeenschap. Het bevat een aantal grondgebieden die geen deel uitmaken van het btw-gebied.
De afstandsverkopen van goederen die worden verzonden of vervoerd in de Europese Unie vanaf een grondgebied dat deel uitmaakt van het douanegebied van de gemeenschap maar uitgesloten is van het btw-gebied van de gemeenschap, zijn afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden ingevoerde goederen (zie punt 4. hieronder).Voor deze afstandsverkopen moeten voor fiscale (btw) doeleinden douaneformaliteiten worden vervuld, als zou het gaan om een zending vanuit een gebied gelegen buiten het douanegebied (zie artikel 1, lid 3, van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de raad van 09.10.2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie en de artikelen 274 tot 277 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd).
Gelet op overeenkomsten en verdragen die zij met respectievelijk Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Cyprus hebben gesloten, worden het Vorstendom Monaco en de zones die te Akrotiri en Dhekelia onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen, geacht deel uit te maken van het btw-gebied. Daaruit volgt dat:
- handelingen met als herkomst of bestemming het Vorstendom Monaco als handelingen met herkomst of bestemming Frankrijk worden behandeld
- handelingen met als herkomst of bestemming de zones die te Akrotiri en Dhekelia onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen als handelingen met als herkomst of bestemming Cyprus worden behandeld.
Bijzondere status van Noord-Ierland op btw-vlak
Sinds de effectieve terugtrekking op 01.01.2021 van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie, is het Europese btw-systeem in principe niet meer van toepassing op btw-handelingen tussen de 27 lidstaten van de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk.
Artikel 8 van het Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland, dat integraal deel uitmaakt van het Terugtrekkingsakkoord (Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, PB L 29 van 31.01.2020, blz. 7), voorziet echter een bijzondere status, inzake btw, voor Noord-Ierland (zie artikel 1, § 3bis (*), van het Btw-Wetboek).
(*) Wijziging aangebracht aan de tekst op 20.09.2021 – Verwijzing verbeterd.
Overeenkomstig dit Protocol blijft Noord-Ierland, ook na 31.12.2020, onder de btw-wetgeving van de EU vallen wat goederen betreft, dit om een harde grens tussen Ierland en Noord-Ierland te vermijden. Echter, voor diensten wordt Noord-Ierland, samen met de rest van het Verenigd Koninkrijk, beschouwd als zijnde buiten de EU gelegen.
Deze bijzondere status voor Noord-Ierland voorziet het volgende:
- voor leveringen van goederen binnen Noord-Ierland:
Er is btw verschuldigd op leveringen van goederen binnen Noord-Ierland volgens het daar toepasselijke tarief.
- Transacties waarbij goederen worden overgebracht tussen Noord-Ierland en de lidstaten:
Transacties waarbij goederen worden overgebracht tussen Noord-Ierland en de lidstaten van de Europese Unie, worden als intra-Unie-transacties aangemerkt.
Alle EU-regels voor grensoverschrijdende leveringen en overbrengingen van goederen tussen de lidstaten zijn ook van toepassing in de betrekkingen tussen Noord-Ierland en de lidstaten. Zo worden afstandsverkopen van goederen die afkomstig zijn van Noord-Ierland als intracommunautaire afstandsverkopen van goederen aangemerkt.
- Transacties waarbij goederen worden overgebracht tussen Noord-Ierland en derde landen/derdelandsgebieden of andere delen van het Verenigd Koninkrijk:
Overbrengingen van goederen tussen Noord-Ierland en derde landen/derdelandsgebieden en tussen Noord-Ierland en andere delen van het Verenigd Koninkrijk zullen in principe onder de btw-regels inzake invoer en uitvoer vallen.
Onderstaande tabel geeft het btw-gebied van de gemeenschap weer:
Naam | Maakt deel uit van de gemeenschap (btw-gebied) |
België | Ja |
Bulgarije | Ja |
Cyprus (zoals gedefinieerd in het toetredingsverdrag van 2003) (incl. de zones Akrotiri en Dhekalia die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen) | Ja |
Denemarken | Ja |
Denemarken – Faroëreilanden | Nee |
Denemarken – Groenland | Nee |
Duitsland | Ja |
Duitsland – het eiland Helgoland | Nee |
Duitsland – het grondgebied van Büsingen | Nee |
Estland | Ja |
Finland | Ja |
Finland – Ålandeilanden | Nee |
Frankrijk – Franse overzeese gebieden | Nee |
Frankrijk – Guadeloupe, Frans Guyana – Martinique – Réunion – Mayotte – Sint-Maarten | Nee |
Frankrijk (incl. Monaco) | Ja |
Griekenland | Ja |
Griekenland – de Berg Athos | Nee |
Groothertogdom Luxemburg | Ja |
Hongarije | Ja |
Ierland | Ja |
Italië | Ja |
Italië – Campione d'Italia | Nee |
Italië – de nationale wateren van het meer Lugano | Nee |
Italië – Livigno | Nee |
Kroatië | Ja |
Letland | Ja |
Litouwen | Ja |
Malta | Ja |
Nederland | Ja |
Nederland – Nederlandse Antillen | Nee |
Oostenrijk | Ja |
Polen | Ja |
Portugal | Ja |
Portugal – Azoren | Ja |
Portugal – Madeira | Ja |
Roemenië | Ja |
Slovakije | Ja |
Slovenië | Ja |
Spanje | Ja |
Spanje – Canarische eilanden | Nee |
Spanje – Ceuta | Nee |
Spanje – Melilla | Nee |
Tsjechische Republiek | Ja |
Verenigd Koninkrijk – Groot-Brittannië, nl. Engeland, Schotland en Wales | Nee |
Verenigd Koninkrijk – Noord-Ierland | Ja* |
Verenigd Koninkrijk – Kanaaleilanden | Nee |
Verenigd Koninkrijk – het Eiland Man | Nee |
Zweden | Ja |
* Enkel voor de goederen
Behoren niet tot de gemeenschap (btw-gebied): San Marino, Gibraltar, de Falklandeilanden, Andorra en Vaticaanstad.
De meest actuele lijst kan worden geraadpleegd op de website van de Europese Commissie:
https://ec.europa.eu/taxation_customs/business/vat/eu-vat-rules-topic/territorial-status-eu-countries-certain-territories_en
3.2. Derde landen en derdelandsgebieden
De derde landen en derdelandsgebieden zijn alle landen en landsgebieden die geen deel uitmaken van het btw-gebied zoals gedefinieerd in punt 3.1. hiervoor.
3.3. Niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige
Onder belastingplichtige wordt begrepen de btw-belastingplichtige zoals bedoeld in de artikelen 4 en 6, tweede en derde lid, van het Btw-Wetboek (zie artikel 9 en 13, lid 1, tweede en derde alinea, van de richtlijn 2006/112/EG).
De niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige is een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het btw-gebied van de gemeenschap heeft gevestigd en er niet over een vaste inrichting beschikt.
De 'groep van vier' omvat:
- belastingplichtigen onderworpen aan de bijzondere landbouwregeling bedoeld in artikel 57 van het Btw-Wetboek (zie artikelen 295 tot en met 305 van de richtlijn 2006/112/EG)
- belastingplichtigen onderworpen aan de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen bedoeld in artikel 56bis van het Btw-Wetboek (zie artikelen 282 tot en met 292 van de richtlijn 2006/112/EG)
- belastingplichtigen die uitsluitend handelingen verrichten die zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 44 van het Btw-Wetboek en waarvoor zij geen recht op aftrek hebben (artikelen 132 tot en met 137 van de richtlijn 2006/112/EG). Tot deze categorie behoren ook de btw-eenheden die uitsluitend uitgaande (externe) handelingen verrichten die op grond van artikel 44 van het Btw-Wetboek zijn vrijgesteld en hen geen recht op aftrek verlenen.
- de niet-belastingplichtige rechtspersonen, met name:
* de publieke overheden (staten, gewesten, gemeenschappen, agglomeraties, provincies, gemeenten en openbare instellingen) en de andere publiekrechtelijke lichamen die niet als belastingplichtige worden aangemerkt overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van het Btw-Wetboek (artikel 13, lid 1, eerste alinea, van de richtlijn 2006/112/EG), onder voorbehoud van de uitzonderingen voorzien in artikel 6, tweede en derde lid, van het Btw-Wetboek (artikel 13, lid 1, tweede en derde alinea, van de richtlijn 2006/112/EG)
* bepaalde andere rechtspersonen, zoals de passieve holdings waarvan de activiteit zich beperkt tot het aanhouden van deelnemingen.
3.5. B2C leveringen (business-to-consumer)
Onder B2C leveringen wordt verstaan de leveringen aan eindverbruikers, die de in paragraaf 1.4. hieronder vermelde handelingen omvatten (nader beschreven in deze circulaire). Een verbruiker kan in deze circulaire ook een 'afnemer' worden genoemd.
Onder een zending wordt begrepen, gezamenlijk verpakte goederen die gelijktijdig door dezelfde leverancier of onderliggende leverancier naar dezelfde geadresseerde worden verzonden en die onder dezelfde vervoersovereenkomst vallen.
3.7. Gelijkgestelde leverancier
Een gelijkgestelde leverancier is een belastingplichtige die geacht wordt de goederen van de onderliggende leverancier te ontvangen en ze aan de eindverbruiker te leveren. Bijgevolg heeft een gelijkgestelde leverancier dezelfde rechten en plichten voor btw-doeleinden als de leverancier.
In de context van deze circulaire is de gelijkgestelde leverancier de belastingplichtige die via een elektronische interface leveringen faciliteert overeenkomstig artikel14bis van de btw-richtlijn (zie de punten 4.7.3. en 5.5. hieronder).
3.8. Afstandsverkopen van goederen
Afstandsverkopen van goederen zijn intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen zoals gedefinieerd in artikel 14, lid 4, van de btw-richtlijn (gedetailleerd beschreven in de punten 4. en 5. hieronder).
Een elektronische interface moet worden opgevat als een breed begrip dat twee onafhankelijke systemen of een systeem en de eindgebruiker in staat stelt te communiceren met behulp van een apparaat of programma. Bij een elektronische interface kan het gaan om een website, portaal, gateway, marktplaats, applicatieprogramma-interface (API) enzoverder.
In het kader van deze circulaire kan hiermee, wanneer wordt verwezen naar een elektronische interface, afhankelijk van de context, de elektronische interface worden bedoeld zoals hierboven gedefinieerd of een belastingplichtige die een elektronische interface beheert.
Accijnsproducten zijn de volgende producten zoals omschreven in de vigerende communautaire bepalingen (zie artikel 1, § 6, 4°, van het Btw-Wetboek):
- energieproducten met uitzondering van gas dat geleverd wordt via een op het grondgebied van de gemeenschap gesitueerd aardgassysteem of eender welk op een dergelijk systeem aangesloten net
- alcohol en alcoholhoudende dranken
- tabaksfabrikanten.
Fulfilmentdiensten zijn aan leveranciers van goederen verleende diensten die bestaan in de opslag van goederen in een magazijn, de voorbereiding van bestellingen en de verzending van de goederen uit het magazijn.
Een tussenpersoon is een in de gemeenschap gevestigde persoon die door een leverancier of een gelijkgestelde leverancier die afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen verricht, is aangewezen als de persoon die gehouden is tot betaling van de btw en die verantwoordelijk is voor het nakomen van de verplichtingen van het één-loket-systeem voor invoer (gedetailleerd beschreven in punten 4. en 7.1. hieronder).
Onder intrinsieke waarde wordt verstaan:
- voor handelsgoederen: de prijs van de goederen zelf bij verkoop voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie, met uitzondering van vervoers-en verzekeringskosten, tenzij deze in de prijs zijn begrepen en niet afzonderlijk op de factuur zijn vermeld, en met uitzondering van alle andere belastingen en heffingen zoals te constateren door de douaneautoriteiten op basis van relevante documenten
- voor goederen zonder handelskarakter: de prijs die voor de goederen zelf zou zijn betaald als zij waren verkocht voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie.
3.14. Goederen van geringe waarde
Onder goederen van geringe waarde wordt verstaan goederen die deel uitmaken van zendingen waarvan de intrinsieke waarde bij invoer niet meer dan 150 euro bedraagt (met uitzondering van accijnsproducten).
3.15. Fiscaal vertegenwoordiger
De fiscaal vertegenwoordiger is een in de gemeenschap gevestigde persoon die door een leverancier is aangewezen als de persoon die gehouden is tot betaling van de btw en die verantwoordelijk is voor de naleving van de btw-verplichtingen.
Tot de bijzondere regelingen behoren de volgende regelingen:
- de 'invoerregeling' voor afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen zoals bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van de btw-richtlijn (invoerregeling/enig loket voor de invoeren of IOSS)
- de bijzondere regeling inzake aangifte en betaling van de btw bij invoer voor de indieners van douaneaangiften (special arrangement)
- de 'EU-regeling' voor intracommunautaire afstandsverkopen van goederen, voor door elektronische interfaces gefaciliteerde leveringen van goederen binnen een lidstaat en voor diensten verricht door in de gemeenschap maar niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen, zoals bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, van de btw-richtlijn (OSS EU)
- de 'niet-EU-regeling' voor diensten die worden verricht door niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtigen zoals bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 2, van de btw-richtlijn (OSS niet-EU).
Deze bijzondere regelingen worden besproken in punt 7. van deze circulaire.
3.17. Leverancier/dienstverrichter
De leverancier/dienstverrichter is de belastingplichtige die binnen de EU goederen of diensten verkoopt of die rechtstreeks aan afnemers afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen verricht zonder facilitering van de levering via een elektronische interface.
3.18. Onderliggende leverancier
De onderliggende leverancier is de belastingplichtige die goederen levert of afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen verricht via een elektronische interface.
Worden als een nieuw vervoermiddel beschouwd (zie artikel 8bis, § 2, van het Btw-Wetboek) voor het personen- of goederenvervoer bestemde:
- schepen met een lengte van meer dan 7,5 meter, met uitzondering van:
* schepen voor de vaart op volle zee waarmee passagiersvervoer tegen betaling plaatsvindt of die worden gebruikt voor de uitoefening van een industriële, handels- of visserijactiviteit
* reddingsboten en -schepen voor hulpverlening op zee en schepen voor kustvisserij
wanneer hun levering plaatsvindt binnen de drie maanden na de datum van hun eerste ingebruikneming of indien ze niet meer dan 100 uren hebben gevaren.
- luchtvaartuigen met een totaal opstijggewicht van meer dan 1.550 kg, met uitzondering van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen die bestemd zijn voor het gebruik door luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationale vervoer van personen en van goederen tegen betaling en niet bestemd zijn om door de staat te worden gebruikt, wanneer hun levering plaatsvindt binnen de drie maanden na de datum van hun eerste ingebruikneming of indien ze niet meer dan 40 uren hebben gevlogen
- landvoertuigen met een motor met een cilinderinhoud van meer dan 48 cc of met een vermogen van meer dan 7,2 kilowatt, wanneer hun levering plaatsvindt binnen de zes maanden na de datum van de eerste ingebruikneming of indien ze niet meer dan 6000 km hebben afgelegd.
4. Btw-regeling voor afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen
De verwezenlijking van de interne markt, de mondialisering en de technologische veranderingen hebben geleid tot een explosieve groei van de elektronische handel en daarmee ook van de verkoop op afstand van goederen van derdelandsgebieden of derde landen naar de gemeenschap.
De Europese wetgeving, omgezet in Belgisch recht, werd aan deze ontwikkeling aangepast, rekening houdende met het beginsel van belastingheffing in het land van bestemming en de behoefte om de belastinginkomsten van de lidstaten te beschermen, om gelijke concurrentievoorwaarden voor de betrokken bedrijven te creëren en de lasten voor hen zo veel mogelijk te beperken (zie punten 1. en 2. hiervoor).
De volgende onderwerpen worden in dit punt 4. behandeld:
- de definitie van 'afstandsverkopen van goederen die worden ingevoerd uit derdelandsgebieden of derde landen' (zie punt 4.2. hierna). Sinds 01.07.2021 definieert de richtlijn 2006/112/EG en het Btw-Wetboek uitdrukkelijk het begrip afstandsverkopen van goederen vanuit derdelandsgebieden of derde landen naar de gemeenschap. Er wordt aan herinnerd dat het begrip verkopen op afstand wordt gebruikt sinds 1993, maar niet werd gedefinieerd in de richtlijn 2006/112/EG, noch in het Btw-Wetboek. Overeenkomstig artikel 33, lid 1 en 2, van de richtlijn 2006/112/EG en artikel 15, §§ 1, 2 en 3, van het Btw-Wetboek zoals van toepassing tot 30.06.2021, omvatte dit begrip leveringen van goederen die uit een derdelandsgebied of een derde land worden verzonden of vervoerd en door de leverancier worden ingevoerd in een andere lidstaat dan die van aankomst van de verzending of het vervoer naar de afnemer
- het basisprincipe van een afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen volgens hetwelk zo'n verkoop aanleiding geeft tot meerdere belastbare feiten (zie punt 4.3. hierna)
- de plaats van de handelingen (zie punt 4.4. hierna). De regeling voor afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen afkomstige goederen moet ervoor zorgen dat de belastingheffing plaats vindt in de lidstaat van bestemming van de goederen (de lidstaat waarnaar de koper de goederen laat verzenden)
- de regels inzake opeisbaarheid (zie punt 4.5. hierna). Voor de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen werd een afwijking op de algemene regels ingevoerd om, in bepaalde situaties, rekening te houden met de datum van aanvaarding van de betaling.
- het btw-tarief dat van toepassing is op de betrokken handelingen (zie punt 4.6. hierna)
- het begrip bestemmeling van de invoer zoals van toepassing sinds 01.07.2021 (zie punt 4.7. hierna)
- de btw-aspecten van de douaneaangifte ten invoer (zie punt 4.8. hierna)
- de toepasselijke regels voor de goederen van geringe waarde (≤ 150 euro) met inbegrip van het concept gelijkgestelde leverancier en de twee bijzondere vereenvoudigingsregelingen voor aangifte en betaling van de belasting voor afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden en derde landen ingevoerde goederen (zie punt 4.9. hierna). Deze bijzondere regelingen worden in detail besproken in punt 7.
- de analyse van de verschillende scenario's (zie punt 4.10. hierna).
4.2. Definitie van 'afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen'
Artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek (tot omzetting van artikel 14, lid 4, punt 2., van de btw-richtlijn) definieert de 'afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen' als de leveringen van goederen die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier, met inbegrip van gevallen waarin de leverancier indirect tussenkomt bij het vervoer of de verzending van de goederen, vanuit een derdelandsgebied of een derde land naar een afnemer in een lidstaat, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- de levering van goederen wordt verricht voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen krachtens artikel 3, lid 1, van de richtlijn 2006/112/EG niet aan de belasting zijn onderworpen, of voor enige andere niet-belastingplichtige
- de geleverde goederen zijn geen nieuwe vervoermiddelen als bedoeld in artikel 8bis, § 2, noch goederen, geleverd na montage of installatie, door of voor rekening van de leverancier, met of zonder beproeven van de geïnstalleerde of gemonteerde goederen.
Vooral de internetverkopen worden bedoeld maar andere types van afstandsverkopen, zoals telefonische verkopen, worden eveneens beoogd indien voldaan is aan de wettelijke voorwaarden van voornoemde definitie.
Die definitie wordt verder gedetailleerd besproken.
4.2.1. Hoedanigheid van de afnemer
Er kan slechts sprake zijn van een 'afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen' indien de afnemer tot één van de volgende drie categorieën behoort:
De notie 'enige andere niet-belastingplichtige' in de wettelijke definitie van 'afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen' omvat de particulieren.
4.2.1.2. Belastingplichtigen en niet-belastingplichtige rechtspersonen (groep van vier) die hun intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan accijnsproducten en nieuwe vervoermiddelen niet aan de btw moeten onderwerpen
Deze categorie betreft de belastingplichtigen en niet-belastingplichtige rechtspersonen (ook de 'groep van vier' genoemd), die hun intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan accijnsproducten en nieuwe vervoermiddelen niet aan de btw moeten onderwerpen overeenkomstig artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, van het Btw-Wetboek (tot omzetting van artikel 3, lid 1, b) en leden 2, en 3, van de richtlijn 2006/112/EG.
De groep van vier omvat de in punt 3.4. hiervoor bedoelde personen.
Leden van de groep van vier moeten hun intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan accijnsproducten en nieuwe vervoermiddelen niet aan de btw onderwerpen wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld:
- ze hebben de door hun lidstaat bepaalde drempel (in België bedraagt de drempel 11.200 euro) niet overschreden gedurende het lopende kalenderjaar of gedurende het vorige kalenderjaar, en
- ze hebben in hun lidstaat niet geopteerd om hun intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan accijnsproducten en nieuwe vervoermiddelen aan de btw te onderwerpen.
Leden van de groep van vier die die bovenstaande drempel niet hebben overschreden en niet hebben geopteerd, delen hun Belgisch btw-identificatienummer niet mee aan de leverancier in het kader van hun intracommunautaire verwervingen van goederen.
Er wordt opgemerkt dat de intracommunautaire verwervingen van accijnsproducten zoals bedoeld in artikel 2, lid 3, van de richtlijn 2006/112/EG en artikel 1, § 6, 4° van het Btw-Wetboek, door een lid van de groep van vier altijd aan de btw zijn onderworpen ongeacht het bedrag (er is geen sprake van een drempel).
Wanneer de afnemer een lid van de groep van vier is, valt de levering van accijnsproducten bijgevolg niet onder de definitie van afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen, zoals bepaald in punt 4.2. hiervoor (zie punt 4.2.2.4. hierna).
4.2.1.3. Belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersonen, voor zover de levering zou worden vrijgesteld in de lidstaat van verwerving op grond van artikel 148 of 151 van de richtlijn 2006/112/EG (in België artikel 42, §§ 1, 2 en 3, eerste lid, 1° tot 8°, van het Btw-Wetboek)
Deze categorie betreft belastingplichtigen of niet-belastingplichtige rechtspersonen, maar dan enkel voor zover de intracommunautaire verwerving van de goederen in de lidstaat van aankomst niet belastbaar zou zijn op basis van artikel 3, lid 1, a), van de richtlijn 2006/112/EG (in België artikel 25ter, § 1, tweede lid, 1°, van het Btw-Wetboek) omdat de levering in de lidstaat van aankomst zou worden vrijgesteld door artikel 148 of 151 van de richtlijn 2006/112/EG (in België artikel 42, §§ 1, 2 en 3, 1° tot 8° van het Btw-Wetboek).
Deze categorie omvat onder meer de diplomatieke en consulaire betrekkingen, internationale instellingen, EU, NAVO … zoals opgesomd in artikel 151 van de richtlijn 2006/112/EG en (in België) artikel 42, § 3, 1° tot 8°, van het Btw-Wetboek. De intracommunautaire verwervingen van goederen die zij verrichten worden niet aan de btw onderworpen krachtens artikel 3, lid 1, a), van de richtlijn 2006 /112/EG en (in België) artikel 25ter, § 1, tweede lid, 1°, van het Btw-Wetboek.
De definitie van afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen beoogt alle leveringen van lichamelijke roerende goederen met uitzondering van:
4.2.2.1. Nieuwe vervoermiddelen
Overeenkomstig de wettekst valt de levering van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde nieuwe vervoermiddelen niet onder de definitie van afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen.
De levering van nieuwe vervoermiddelen is aan de normale regels op het vlak van invoer en levering van goederen onderworpen, onder meer met betrekking tot de plaats van de levering die moet worden bepaald overeenkomstig artikel 14, § 2, van het Btw-Wetboek (tot omzetting van artikel 32 van de richtlijn 2006/112/EG).
Voor het begrip nieuw vervoermiddel wordt verwezen naar punt 3.19. hiervoor.
4.2.2.2. Goederen met installatie of montage door of voor rekening van de leverancier
Overeenkomstig de wettekst valt de levering van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen die door of voor rekening van de leverancier worden geïnstalleerd of gemonteerd niet onder de definitie van afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen.
Deze levering is aan de normale regels op het vlak van invoer en levering van goederen onderworpen, onder meer met betrekking tot de plaats van de levering die moet worden bepaald overeenkomstig artikel 14, § 3, van het Btw-Wetboek (tot omzetting van artikel 36 van de richtlijn 2006/112/EG).
4.2.2.3. Leveringen van gas via een aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net op het grondgebied van de gemeenschap, van elektriciteit of van warmte of koude via warmte- of koudenetten
Indien de levering betrekking heeft op uit derdelandsgebieden of uit derde landen ingevoerd gas via een aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net op het grondgebied van de gemeenschap, of op elektriciteit of op warmte of koude via warmte- of koudenetten, dan valt deze niet onder de definitie van afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen.
Deze levering is onderworpen aan de normale regels inzake invoer en leveringen van gas via een aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net op het grondgebied van de gemeenschap, van elektriciteit of van warmte of koude via warmte- of koudenetten (zie artikelen 38 en 39 van de richtlijn 2006/112/EG en artikel 14bis van het Btw-Wetboek).
4.2.2.4. Accijnsproducten wanneer de afnemer een lid is van de groep van vier
Er wordt in dit verband verwezen naar punt 4.2.1.2. hiervoor.
Accijnsproducten zoals bedoeld in artikel 2, lid 3, van de richtlijn 2006/112/EG en artikel 1, § 6, 4° van het Btw-Wetboek (voor een definitie van accijnsproducten wordt verwezen naar punt. 3.10. hiervoor) worden niet uitdrukkelijk uitgesloten van de definitie van afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen.
Nochtans kan de afstandsverkoop van die accijnsproducten nooit onder de definitie van afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden en derde landen ingevoerde goederen vallen indien de klant een lid is van de groep van vier (zie punt 3.4. hiervoor voor het begrip lid van de groep van vier).
Om de levering aan te merken als een afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen, moet deze immers worden verricht voor een lid van de groep van vier van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen niet aan de belasting zijn onderworpen op grond van artikel 3, lid 1, van de richtlijn 2006/112/EG.
Er is echter geen enkele drempel van toepassing voor de intracommunautaire verwervingen van accijnsproducten door leden van de groep van vier met als gevolg dat ze steeds aan de btw zijn onderworpen, ongeacht het bedrag (zie artikel 3, lid 1, b), van de richtlijn 2006/112/EG en artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, van het Btw-Wetboek).
De afstandsverkoop van accijnsproducten aan een lid van de groep van vier valt daarentegen wel binnen het begrip afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen voor zover de levering in kwestie vrijgesteld zou zijn in de lidstaat van verwerving op grond van artikel 148 of 151 van de richtlijn 2006/112/EG (zie punt 4.2.1.3.).
De levering van accijnsproducten aan een particulier valt steeds onder het begrip afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen wanneer de andere wettelijke voorwaarden zijn vervuld.
Tenslotte wordt opgemerkt dat de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde accijnsgoederen uitdrukkelijk worden uitgesloten van de bijzondere regelingen bedoeld in de artikelen 58quinquies en 58sexies van het Btw-Wetboek (zie punten 4.9.4., 4.9.5., 7.1. en 7.2. hierna).
Overeenkomstig de wettelijke definitie (zie punt 4.2. hiervoor) veronderstelt een afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen dat de goederen:
- worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier, ook wanneer de leverancier indirect tussenkomt bij het vervoer of de verzending van de goederen (zie punt 4.2.3.1. hierna)
- vanuit een derdelandsgebied of een derde land naar een afnemer in een lidstaat (zie punt 4.2.3.2. hierna).
4.2.3.1. Tussenkomst van de leverancier in het vervoer of de verzending
Overeenkomstig artikel 5bis, lid 1, van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011, worden goederen geacht te zijn verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier, ook wanneer de leverancier indirect een rol speelt in de verzending of het vervoer van de goederen, meer bepaald in de volgende gevallen:
- wanneer de verzending of het vervoer van de goederen door de leverancier wordt uitbesteed aan een derde die de goederen aflevert bij de afnemer
- wanneer de verzending of het vervoer van de goederen door een derde wordt verricht, maar de leverancier hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk verantwoordelijk is voor de aflevering van de goederen bij de afnemer
- wanneer de leverancier de vervoerskosten factureert aan en int bij de afnemer en vervolgens doorstort aan een derde die de verzending of het vervoer van de goederen zal uitvoeren
- wanneer de leverancier op welke manier ook de leveringsdiensten van een derde bij de afnemer promoot, de afnemer en een derde met elkaar in contact brengt of de informatie die nodig is voor de aflevering van de goederen bij de afnemer aan een derde mededeelt.
De goederen worden niet beschouwd als verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier indien:
- de afnemer de goederen zelf vervoert of,
- de aflevering van de goederen regelt met een derde en de leverancier niet direct of indirect tussenkomt om de verzending of het vervoer van die goederen te verrichten of te helpen organiseren.
4.2.3.2. Verzending of vervoer vanuit een derdelandsgebied of een derde land naar een afnemer in een lidstaat
De voorwaarde dat de goederen moeten worden verzonden of vervoerd vanuit een derdelandsgebied of een derde land naar een afnemer in een lidstaat van de Europese Unie veronderstelt dat:
- de goederen moeten worden verzonden of vervoerd vanuit een plaats die geen deel uitmaakt van het btw-gebied van de gemeenschap naar een plaats die er wel deel van uitmaakt (zie in dit verband punt 3.1. hiervoor voor de afbakening van het btw-gebied van de gemeenschap)
- de eindbestemming bij de afnemer binnen het btw-gebied moet gekend zijn op het tijdstip van vertrek van de verzending of het vervoer vanuit het derdelandsgebied of het derde land.
De uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen die worden verkocht na hun binnenkomst in de EU (bijvoorbeeld goederen die om logistieke redenen in bulk worden ingevoerd voor het aanleggen van een stock in de gemeenschap) vallen niet onder het begrip afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen.
4.3. Een afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen geeft aanleiding tot verschillende belastbare feiten
In tegenstelling tot een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen die vanuit btw-oogpunt slechts één handeling vormt (zie punt 5. hierna), geeft een afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen, in principe, aanleiding tot twee verschillende handelingen vanuit btw-oogpunt:
- een levering met verzending of vervoer van de goederen van de leverancier naar de eindafnemer in de gemeenschap (de afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen)
- een invoer van goederen in de gemeenschap.
Minstens een van die handelingen, soms beide, wordt aan de btw onderworpen in de gemeenschap volgens het bestemmingsprincipe (belastingheffing in de lidstaat van verbruik).
Wanneer beide worden belast, is de btw bij invoer in principe aftrekbaar.
Die belastingheffing is steeds vanaf de eerste euro van toepassing rekening houdend met de afschaffing van de btw-vrijstelling voor de invoer van goederen van geringe waarde (niet meer dan 22 euro in België) door artikel 12 van het koninklijk besluit van 29.06.2021 (BS 01.07.2021) (zie punt 4.9.1. hierna).
Er wordt opgemerkt dat, in geval van toepassing van het vermoeden bedoeld in artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek (zie punt 4.9.3. hierna), eenzelfde verkoop aanleiding geeft tot drie verschillende handelingen vanuit btw-oogpunt:
- een levering van goederen zonder verzending of vervoer van de onderliggende leverancier naar de gelijkgestelde leverancier
- een levering van goederen met verzending of vervoer van de gelijkgestelde leverancier naar de eindgebruiker in de gemeenschap (de afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen)
- een invoer van goederen in de gemeenschap.
De plaats van de levering van goederen door de onderliggende leverancier aan de gelijkgestelde leverancier wordt steeds geacht zich buiten de gemeenschap te bevinden overeenkomstig artikel 14, § 1, van het Btw-Wetboek.
De plaats van de afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen en die van de invoer van de goederen in de gemeenschap worden bepaald overeenkomstig de hierna beschreven regels.
4.4. Plaats van de handelingen
4.4.1. Plaats van de leveringen
Wanneer het goed door de leverancier, door de afnemer of door een derde wordt verzonden of vervoerd, wordt overeenkomstig artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek, tot omzetting van artikel 31, lid 1, van de richtlijn 2006/112/EG, als plaats van levering aangemerkt, de plaats waar het goed zich bevindt op het tijdstip van vertrek van de verzending of het vervoer naar de afnemer (plaats waar het vervoer van het goed aanvangt).
In afwijking hiervan wordt, overeenkomstig artikel 14, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek, tot omzetting van artikel 31, lid 2, van de richtlijn 2006/112/EG, de plaats van de levering, door de persoon op wiens naam de wegens de invoer verschuldigde belasting regelmatig is voldaan, evenals de plaats van eventuele daaropvolgende leveringen, geacht in de lidstaat van invoer van de goederen te liggen, wanneer de plaats van vertrek van de verzending of het vervoer van de goederen in een derdelandsgebied of een derde land ligt.
De persoon in wiens hoofde de over de invoer verschuldigde btw reglementair wordt voldaan is de geadresseerde van de invoer overeenkomstig artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 7, van 29.12.1992, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde (zie punt 4.7. hierna).
Voor de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen bestaat er een afwijking op die algemene regels, die hierna wordt uiteengezet.
4.4.1.2. Afwijking voor de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen
4.4.1.2.1. De invoer vindt plaats in een andere lidstaat van de Europese Unie dan die van de aankomst van de verzending of het vervoer naar de afnemer
Volgens artikel 33, b), van de richtlijn 2006/112/EG wordt de plaats van levering van afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen geacht de plaats te zijn waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van aankomst van de verzending of het vervoer naar de afnemer, indien de invoer plaatsvindt in een andere lidstaat dan die van aankomst van de verzending of het vervoer naar de afnemer.
Deze bepaling is omgezet in Belgisch recht door artikel 15, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek. Volgens dit artikel worden, in afwijking van artikel 14, § 2, van het Btw-Wetboek, de afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen geacht in België plaats te vinden wanneer de goederen zich in België bevinden op het tijdstip van de aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer en de invoer in een andere lidstaat dan België plaatsvindt.
4.4.1.2.2. De invoer vindt plaats in de lidstaat van de Europese Unie van aankomst van de verzending of het vervoer naar de afnemer
Volgens artikel 33, c), van de richtlijn 2006/112/EG wordt de plaats van levering van afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen geacht zich in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer in die lidstaat te bevinden, indien de invoer in die lidstaat plaatsvindt, mits de btw op deze goederen moet worden aangegeven in het kader van de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4 van de richtlijn 2006/112/EG.
Deze bepaling is omgezet in Belgisch recht door artikel 15, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek. Volgens dit artikel worden, in afwijking van artikel 14, § 2, van het Btw-Wetboek, de afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen geacht in België plaats te vinden wanneer de goederen zich in België bevinden op het tijdstip van de aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer en de invoer in België plaatsvindt, mits de belasting op die goederen moet worden aangegeven in het kader van de bijzondere regeling bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van de richtlijn 2006/112/EG.
De bijzondere regeling bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4 van de richtlijn 2006/112/EG (invoerregeling of enig loket voor de invoer of IOSS) wordt uiteengezet in de punten 4.9.4. en 7.1. hierna.
4.4.1.2.3. Uitsluiting van de leveringen van goederen onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten
Volgens artikel 35 van de richtlijn 2006/112/EG zijn de bepalingen van artikel 33 niet van toepassing op leveringen van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten zoals omschreven in artikel 311, lid 1, punten 1) tot en met 4), noch op leveringen van gebruikte vervoermiddelen als omschreven in artikel 327, lid 3, die aan de btw zijn onderworpen overeenkomstig de toepasselijke bijzondere regeling.
Deze bepaling is omgezet in Belgisch recht door artikel 15, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek. Volgens dit artikel worden de leveringen van goederen die onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van belastingheffing bedoeld in de artikelen 312 tot 341 van de richtlijn 2006/112/EG (zie artikel 58, § 4, van het Btw-Wetboek), uitgesloten van de bijzondere plaatsbepalingsregels voor de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen.
Bijgevolg wordt de plaats van de leveringen van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten die onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge, steeds bepaald overeenkomstig artikel 14, van het Btw-Wetboek.
Er wordt opgemerkt dat de leveringen van goederen onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen of antiquiteiten niet uitgesloten zijn van de definitie van afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen (zie punt 4.2.2 hierboven).
4.4.2.1. Invoer zonder toepassing van een opschortende regeling inzake douane of van een fiscale regeling
Krachtens artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek (tot omzetting van artikel 60 van de richtlijn 2006/112/EG) vindt de invoer van een goed plaats in de lidstaat op het grondgebied waarvan het zich ten tijde van het binnenkomen in de gemeenschap bevindt.
4.4.2.2. Invoer met toepassing van een opschortende regeling inzake douane
Ingeval een goed vanaf het binnenkomen in de gemeenschap onder één van de opschortende regelingen inzake douane bedoeld in artikel 23, § 4, van het Btw-Wetboek wordt geplaatst, vindt artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek geen toepassing.
In afwijking van artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek, vindt de invoer van een goed immers, op grond van artikel 23, § 4, van het Btw-Wetboek, plaats in de lidstaat op het grondgebied waarvan het goed aan één van de in dit artikel bedoelde opschortende regelingen wordt onttrokken.
De opschortende regelingen inzake douane die kunnen worden gebruikt in het kader van afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen zijn:
- de regeling van tijdelijke opslag
- de regeling van douane-entrepot
- de regeling voor extern douanevervoer.
Die opschortende regelingen hebben een voorlopig karakter en worden in de regel aangezuiverd door de goederen te bestemmen voor ofwel de interne markt van het douanegebied van de gemeenschap ofwel de wederuitvoer uit het douanegebied van de gemeenschap.
In geval van wederuitvoer worden de goederen voor de toepassing van de btw geacht niet aan de betrokken opschortende regeling te zijn onttrokken. Dergelijke goederenbewegingen geven bijgevolg dan ook geen aanleiding tot een aan de btw onderworpen invoer in een lidstaat van de gemeenschap.
Goederen die aan één van voornoemde regelingen worden onttrokken om in het douanegebied van de gemeenschap op de markt te worden gebracht om te worden geconsumeerd, moeten overeenkomstig de douanereglementering in het vrije verkeer worden gebracht.
Een goed kan onder verschillende opeenvolgende opschortende regelingen inzake douane worden geplaatst. Zo kan een goed bij het binnenkomen in de gemeenschap onder een regeling van tijdelijke opslag worden geplaatst, vervolgens onder een regeling van douane-entrepot worden geplaatst en ten slotte het douane-entrepot verlaten onder een regeling voor extern douanevervoer.
De invoer van dat goed vindt dan plaats en is aan de btw onderworpen in de lidstaat waar het goed, ter aanzuivering van de regeling voor extern douanevervoer, in het vrije verkeer wordt gebracht.
Tenslotte wordt opgemerkt dat artikel 221, lid 4, van uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, bepaalt dat, vanaf 01.07.2021, het douanekantoor dat bevoegd is voor het voor het vrije verkeer aangeven van goederen in een zending die overeenkomstig artikel 23, lid 1, of artikel 25, lid 1, van verordening (EG) nr. 1186/2009 van de raad een vrijstelling van invoerrechten geniet, in het kader van een andere btw-regeling dan de in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van richtlijn 2006/112/EG van de raad neergelegde bijzondere regeling voor afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen, een douanekantoor is dat is gelegen in de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen eindigt.
Uit deze bepaling volgt dat de goederen verplicht onder een regeling voor extern douanevervoer moeten worden geplaatst in de lidstaat waar ze in de gemeenschap binnenkomen en in het vrije verkeer moeten worden gebracht in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen, indien de afstandsverkoop betrekking heeft op goederen:
- die een vrijstelling van douanerechten genieten op grond van artikel 23, lid 1, van de verordening (EG) nr. 1186/2009 van de raad (goederen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro in totaal per zending)
- die zijn bestemd voor een afnemer in een lidstaat van de Europese Unie en in een andere lidstaat worden ingevoerd en
- er geen gebruik wordt gemaakt van de bijzondere invoerregeling of het enig loket voor de invoer of IOSS (zie punten 4.9.4. en 7.1. hierna voor een beschrijving van voormelde bijzondere regeling).
4.4.2.3. Invoer met toepassing van een fiscale regeling
Goederen verzonden of vervoerd vanuit een grondgebied dat deel uitmaakt van het douanegebied van de gemeenschap maar niet tot het btw-gebied behoort, kunnen in België worden geplaatst onder een fiscale regeling die equivalent is aan bepaalde douaneregelingen, binnen de beperkingen en onder de voorwaarden die gelden voor niet-Uniegoederen die onder de overeenkomstige opschortende regeling inzake douane worden geplaatst.
In afwijking van artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek, vindt de invoer van voornoemde goederen op grond van artikel 23, § 5, van hetzelfde Wetboek plaats in de lidstaat op het grondgebied waarvan de goederen aan de fiscale regeling worden onttrokken.
De volgende voorbeelden spitsen zich toe op de regels die gelden voor de plaatsbepaling van de handeling. Voor een meer gedetailleerde uiteenzetting van de toepasselijke regels in verschillende scenario's wordt verwezen naar punt 4.10. hierna.
Een Belgische particulier koopt een computer op de website van een Chinese leverancier. De computer wordt voor rekening van de Chinese leverancier van een in China gelegen magazijn naar de Belgische particulier vervoerd. De computer komt de Europese Unie binnen via de haven van Rotterdam in Nederland en wordt vervolgens naar de Belgische particulier in België verzonden. De computer wordt in Nederland in het vrije verkeer gebracht.
Merk op dat een dergelijke hypothese niet mogelijk is indien de computer een goed van geringe waarde is (waarde van ten hoogste 150 euro – zie punt 4.9. hierna).
Overeenkomstig artikel 221, lid 4, van de uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 kan een goed van geringe waarde, in principe, vanuit douane-perspectief, immers niet in het vrije verkeer worden gebracht in de lidstaat waarin de goederen de gemeenschap binnenkomen indien de eindbestemming in een andere lidstaat is gelegen (zie punt 4.4.2.2. hiervoor).
Plaats van de afstandsverkoop
De afstandsverkoop wordt geacht in België plaats te vinden (artikel 15, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek.
Plaats van de invoer
De invoer vindt plaats in Nederland (artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek).
Merk op dat er in deze situatie een risico bestaat op dubbele belastingheffing bij de Belgische particulier indien hij schuldenaar is van de btw bij invoer in Nederland (geadresseerde van de invoer) en er geen gebruik wordt gemaakt van de bijzondere invoerregeling of IOSS bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van richtlijn 2006/112/EG (zie punten 4.9.4. en 7.1. hierna). Om dit risico te vermijden zou de leverancier de btw bij invoer, die hij in principe zou kunnen aftrekken, in Nederland moeten voldoen. De regels ter bepaling van de schuldenaar van de btw bij invoer in Nederland, vallen onder de Nederlandse wetgeving.
Hetzelfde uitgangspunt als in voorbeeld 1 met dit verschil dat de computer naar België wordt vervoerd onder de regeling voor extern douanevervoer en in België in het vrije verkeer wordt gebracht.
Indien de computer een goed van geringe waarde is (waarde van ten hoogste 150 euro – zie punt 4.9. hierna), is zijn plaatsing onder de regeling voor extern douanevervoer verplicht. In het tegengestelde geval is de regeling optioneel.
Plaats van de afstandsverkoop
Overeenkomstig artikel 15, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek wordt de afstandsverkoop geacht in België plaats te vinden indien de verschuldigde btw wordt aangegeven via de bijzondere invoerregeling of IOSS bedoeld in artikel 58quinquies van het Btw-Wetboek.
Merk op dat het gebruik van die bijzondere regeling slechts mogelijk is indien de computer een goed van geringe waarde is. Voor een beschrijving van die bijzondere regeling wordt verwezen naar de punten 4.9.4. en 7.1. hierna.
Indien geen gebruik van voormelde bijzondere regeling wordt gemaakt, wordt de afstandsverkoop geacht plaats te vinden:
- in België indien de leverancier of gelijkgestelde leverancier optreedt als geadresseerde van de invoer (artikel 14, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek)
- in China indien de particulier optreedt als geadresseerde van de invoer (artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek).
Als de bijzondere regeling voor aangifte en betaling van de btw bij invoer bedoeld in artikel 58sexies van het Btw-Wetboek wordt gebruikt, is de particulier verplicht de geadresseerde van de invoer (artikel 58sexies, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek). De afstandsverkoop wordt dus steeds geacht in China plaats te vinden.
Indien het gaat om een goed van geringe waarde (waarde van niet meer dan 150 euro – zie punt 4.9. hierna) en er geen gebruik wordt gemaakt van de bijzondere regeling voor aangifte en betaling van de btw bij invoer bedoeld in artikel 58sexies van het Btw-Wetboek, is de leverancier of de gelijkgestelde leverancier bovendien verplicht de geadresseerde van de invoer. De afstandsverkoop wordt dus steeds geacht in België plaats te vinden.
Voor de regels met betrekking tot de geadresseerde van de invoer wordt verwezen naar punt 4.7. hierna.
Plaats van de invoer
De invoer vindt plaats in België (artikel 23, § 4, van het Btw-Wetboek).
Een Franse particulier koopt een computer op de website van een Amerikaanse leverancier. De computer wordt voor rekening van de Amerikaanse leverancier van een in de Verenigde Staten gelegen magazijn naar de Franse particulier vervoerd. De computer komt de Europese Unie binnen via de haven van Antwerpen en wordt vervolgens naar de Franse particulier in Frankrijk verzonden. De computer wordt in België in het vrije verkeer gebracht.
Zoals vermeld in voorbeeld 1 is een dergelijke hypothese niet mogelijk indien de computer een goed van geringe waarde is (waarde van ten hoogste 150 euro – zie punt 4.9. hierna) overeenkomstig de douanereglementering.
Plaats van de afstandsverkoop
De afstandsverkoop wordt geacht in Frankrijk plaats te vinden (artikel 33, b), van de richtlijn 2006/112/EG).
Plaats van de invoer
De invoer vindt plaats in België (artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek).
Merk op dat in deze situatie de leverancier steeds de schuldenaar is van de btw bij invoer in België (geadresseerde van de invoer) overeenkomstig artikel 6, § 2, lid 3, 1°, van het koninklijk besluit nr. 7 (zie punt 4.7.2. hierna).
Hetzelfde uitgangspunt als in voorbeeld 3 met dit verschil dat de computer naar Frankrijk wordt vervoerd onder de regeling voor extern douanevervoer en in Frankrijk in het vrije verkeer wordt gebracht.
Indien de computer een goed van geringe waarde is (waarde van ten hoogste 150 euro – zie punt 4.9. hierna), is zijn plaatsing onder de regeling voor extern douanevervoer verplicht (zie referentie naar artikel 221, lid 4, van de uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 in punt 4.4.3.1 hierboven). In het tegengestelde geval is de regeling optioneel.
Plaats van de afstandsverkoop
De afstandsverkoop wordt geacht in Frankrijk plaats te vinden indien de verschuldigde btw wordt aangegeven via de bijzondere invoerregeling of IOSS bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van richtlijn 2006/112/EG (artikel 33, c), van richtlijn 2006/112/EG).
Merk op dat het gebruik van de bijzondere regeling slechts mogelijk is indien de computer een goed van geringe waarde is. Voor een beschrijving van de bijzondere invoerregeling of IOSS wordt verwezen naar de punten 4.9.4. en 7.1. hierna.
Indien geen gebruik van deze bijzondere regeling wordt gemaakt, wordt de afstandsverkoop, in principe, geacht plaats te vinden:
- in Frankrijk indien de leverancier of gelijkgestelde leverancier optreedt als invoerder die is aangewezen of erkend als de tot voldoening van de btw bij invoer gehouden persoon (artikel 32, lid 2, van de richtlijn 2006/112/EG)
- in de Verenigde Staten indien de particulier optreedt als de invoerder die is aangewezen of erkend als de tot voldoening van de btw bij invoer gehouden persoon (artikel 32, eerste lid, van de richtlijn 2006/112/EG).
De regels met betrekking tot de persoon die optreedt als invoerder die is aangewezen of erkend als de tot voldoening van de btw bij invoer gehouden persoon, vallen onder de bevoegdheid van de lidstaat van invoer, namelijk Frankrijk in dit voorbeeld.
Plaats van de invoer
De invoer vindt plaats in Frankrijk (artikel 23, § 4, van het Btw-Wetboek).
4.5. Opeisbaarheid van de belasting
Het belastbare feit is het feit waardoor de wettelijke voorwaarden worden vervuld die vereist zijn voor het opeisbaar worden van de belasting (zie artikel 1, § 12, 1°, van het Btw-Wetboek).
De opeisbaarheid van de belasting is het recht dat de Schatkist heeft om krachtens de wet de belasting vanaf een bepaald tijdstip te vorderen van de persoon die de belasting moet voldoen, ook al kan de betaling daarvan worden uitgesteld (zie artikel 1, § 12, 2°, van het Btw-Wetboek). De opeisbaarheid bepaalt in de praktijk dus het aangiftetijdvak (kalendermaand, kwartaal) waarin de levering in de aangifte moet worden opgenomen.
Overeenkomstig artikel 16, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de levering van het goed wordt verricht.
Wanneer de levering enkel de verzending of het vervoer omvat van de goederen door of voor rekening van de leverancier wordt de levering verricht op het tijdstip van de aankomst van de verzending of van het vervoer naar de afnemer.
In de praktijk wijkt artikel 17 van het Btw-Wetboek in de meeste gevallen af van dit principe, rekening houdend met:
- het tijdstip waarop de factuur wordt uitgereikt
- het tijdstip waarop de betaling gebeurt.
Wat de invoer betreft, vindt overeenkomstig artikel 24, § 1, van het Btw-Wetboek, het belastbare feit plaats en wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop het goed in België wordt binnengebracht of, wanneer het goed vanaf het binnenkomen in de gemeenschap werd geplaatst onder één van de in artikel 23, §§ 4 en 5, van het Btw-Wetboek bedoelde regelingen, op het tijdstip waarop dat goed in België aan die regeling wordt onttrokken.
In afwijking hiervan en om het tijdstip waarop de btw verschuldigd is in de praktijk steeds te laten samenvallen met het tijdstip waarop de invoerrechten verschuldigd zijn, bepaalt artikel 24, § 2, van het Btw-Wetboek dat het tijdstip van opeisbaarheid inzake btw plaatsvindt:
- op het tijdstip van het ontstaan van de douaneschuld, indien de ingevoerde goederen aan invoerrechten onderworpen zijn
- of op het tijdstip bepaald overeenkomstig de vigerende bepalingen met betrekking tot het vaststellen van het tijdstip van het ontstaan van de douaneschuld, indien de ingevoerde goederen niet aan invoerrechten zijn onderworpen (bijvoorbeeld: goederen waarop een nulrecht van toepassing is of goederen afkomstig uit een gedeelte van het douanegebied van de gemeenschap dat buiten de werkingssfeer van de btw valt).
Onder douaneschuld bij invoer wordt verstaan, de verplichting van een persoon tot betaling van het bedrag aan invoerrechten dat uit hoofde van de geldende douanewetgeving verschuldigd is.
De situaties die aanleiding geven tot het ontstaan van een douaneschuld evenals het tijdstip van het ontstaan van die douaneschuld zijn opgenomen in de artikelen 77 tot en met 79 van het Douanewetboek van de Unie.
4.5.2. Afwijkingen voor de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen
Voor de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen bestaan er twee afwijkingen op de hiervoor vermelde algemene regel:
- Voor de levering van goederen door een belastingplichtige die geacht wordt die goederen te hebben ontvangen en geleverd overeenkomstig artikel 13bis van het Btw-Wetboek (de gelijkgestelde leverancier) en voor de levering van goederen aan die belastingplichtige vindt het belastbare feit plaats, en wordt de belasting verschuldigd op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard (artikel 17, § 5, van het Btw-Wetboek tot omzetting van artikel 66bis van de richtlijn 2006/112/EG).
Overeenkomstig artikel 41bis van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, is, voor de toepassing van artikel 66bis van de richtlijn 2006/112/EG, het tijdstip waarop de betaling aanvaard is het tijdstip waarop de betalingsbevestiging, het bericht van goedkeuring van betaling of de betalingstoezegging van de afnemer wordt ontvangen door of namens de leverancier die goederen verkoopt via de elektronische interface, ongeacht wanneer de werkelijke betaling wordt uitgevoerd, afhankelijk van wat het eerst gebeurt.
- Voor de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen waarvoor de belasting is aangegeven overeenkomstig de bijzondere regeling bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van de richtlijn 2006/112/EG (invoerregeling of IOSS) vindt het belastbare feit plaats, en wordt de belasting verschuldigd op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard (artikel 17, § 6, van het Btw-Wetboek tot omzetting van artikel 369quindecies van de richtlijn 2006/112/EG).
Overeenkomstig artikel 61ter van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, is, voor de toepassing van artikel 369quindecies van de richtlijn 2006/112/EG, het tijdstip waarop de betaling aanvaard is het tijdstip waarop de betalingsbevestiging, -goedkeuring of -toezegging van de afnemer wordt ontvangen door of namens de belastingplichtige die gebruikmaakt van de invoerregeling, ongeacht wanneer de werkelijke betaling wordt uitgevoerd, maar afhankelijk van wat het eerst gebeurt.
4.6.1 Btw-tarief van toepassing in België
Indien de afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden en derde landen ingevoerde goederen belastbaar is in België, is deze onderworpen aan het tarief bepaald in het koninklijk besluit nr. 20 van 20.07.1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, ter uitvoering van artikel 37 van het Btw-Wetboek.
Indien de invoer van de goederen die het voorwerp uitmaken van die afstandsverkoop belastbaar is in België, is deze eveneens onderworpen aan het door voornoemd koninklijk besluit vastgesteld btw-tarief.
Het normale tarief van 21 % en de verschillende verlaagde tarieven (12 %, 6 % en 0 %) kunnen dus van toepassing zijn op die handelingen.
Merk op dat artikel 369septvicies bis van de richtlijn 2006/112/EG aan de lidstaten de mogelijkheid geeft om, in afwijking van artikel 94, lid 2, van dezelfde richtlijn, te voorzien dat het normale btw-tarief in de lidstaat van invoer van toepassing is ingeval van gebruik van de bijzondere regeling voor de aangifte en de betaling van de btw bij invoer voor de indieners van douaneaangiften bedoeld in artikel 58sexies van het Btw-Wetboek. België heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid (zie punten 4.9.5. en 7.2. hierna).
4.6.2. Btw-tarief van toepassing in de andere lidstaten van de Europese Unie
Indien de afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden en derde landen ingevoerde goederen belastbaar is in een andere lidstaat, is deze onderworpen aan het door de wetgeving van die lidstaat vastgestelde btw-tarief.
Indien de invoer van de goederen die het voorwerp uitmaken van die afstandsverkoop belastbaar is in een andere lidstaat, is deze eveneens onderworpen aan het door de wetgeving van die lidstaat vastgesteld btw-tarief.
Inlichtingen over de btw-tarieven die in de EU van toepassing zijn, kunnen op de website van elke lidstaat worden gevonden. De Europese Commissie centraliseert deze gegevens ook op het volgende adres:
http://ec.europa.eu/taxation_customs/tedb/splSearchForm.html
4.7. Geadresseerde bij invoer in België
Overeenkomstig artikel 6, § 2, van het koninklijk besluit nr. 7, van 29.12.1992, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna koninklijk besluit nr. 7), is de geadresseerde normaal de afnemer aan wie de goederen worden verzonden op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt.
Nochtans kan de leverancier of een vorige leverancier als geadresseerde optreden onder de voorwaarden bepaald in artikel 6, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 7. De leverancier moet:
- hetzij in België zijn gevestigd
- hetzij voor btw-doeleinden in België zijn geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek
- hetzij vertegenwoordigd worden door een persoon die vooraf is erkend overeenkomstig artikel 55, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek.
Artikel 9 van het koninklijk besluit van 29.06.2021 (BS 01.07.2021), heeft, naast enkele terminologische aanpassingen, artikel 6, § 2, aangevuld met een derde lid om de personen aan te duiden die, overeenkomstig de mogelijkheid die wordt gelaten door artikel 201 van richtlijn 2006/112/EG, omgezet in België door artikel 52, § 1, tweede lid, van het Btw-Wetboek (dat bepaalt dat bij invoer de btw verschuldigd is door degene(n) die de lidstaat van invoer als de tot voldoening van de belasting gehouden personen heeft aangewezen of erkend) geacht worden de btw bij invoer van andere goederen dan accijnsproducten te voldoen (geadresseerden van de goederen bij invoer in de zin van artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7) in zendingen met een intrinsieke waarde van al dan niet meer dan 150 euro, verricht voor een verkoop op afstand van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen.
Vanaf 01.07.2021 moet de geadresseerde van de invoer in België voor een verkoop op afstand van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen in de zin van artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek (zie punt 4.2. hiervoor) worden aangeduid overeenkomstig artikel 6, § 2, derde lid, van het koninklijk besluit nr. 7.
In deze bepaling wordt een onderscheid gemaakt tussen drie verschillende hypothesen:
- de invoer van andere goederen dan accijnsproducten, in zendingen met een intrinsieke waarde van meer dan 150 euro, verricht voor een verkoop op afstand van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen die plaatsvindt in een andere lidstaat dan België (artikel 6, § 2, derde lid, 1°, van het koninklijk besluit nr. 7) (zie punt 4.7.2. hierna);
- de invoer van andere goederen dan accijnsproducten, in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro, verricht voor een verkoop op afstand van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen, met twee mogelijke hypothesen (zie punt 4.7.3. hierna):
* de aangever maakt gebruik van de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58sexies van het Btw-Wetboek (bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer) (artikel 6, § 2, derde lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 7) (zie punt 4.7.3.1. hierna);
* de aangever maakt geen gebruik van de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58sexies van het Btw-Wetboek (toepassing van de algemene regeling bij invoer) (artikel 6, § 2, derde lid, 3°, van het koninklijk besluit nr. 7) (zie punt 4.7.3.2. hierna).
Indien de bijzondere invoerregeling IOSS correct wordt gebruikt, is de invoer van de btw vrijgesteld op grond van artikel 143, lid 1, punt c bis) van de richtlijn 2006/112/EG, omgezet in België door artikel 40, § 1, 1°bis, van het Btw-Wetboek. De vraag wie de schuldenaar van de btw is bij invoer is in dit geval zonder voorwerp.
4.7.2. Invoer in België van goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van meer dan 150 euro, verricht voor een verkoop op afstand van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen die plaatsvindt in een andere lidstaat dan België (artikel 6, § 2, derde lid, 1°, van het koninklijk besluit nr. 7)
De invoer in België van andere goederen dan accijnsproducten in zendingen met een intrinsieke waarde van meer dan 150 euro voor een verkoop op afstand van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen die plaatsvindt in een andere lidstaat dan België, is bij toepassing van de normale regels in België aan de belasting onderworpen. De geadresseerde van de goederen bij invoer in de zin van artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7 (de tot de voldoening van de btw bij invoer gehouden persoon) is steeds de leverancier overeenkomstig artikel 6, § 2, derde lid, 1°, van het koninklijk besluit nr. 7.
Wanneer de leverancier in dat geval systematisch optreedt als de geadresseerde van de goederen bij invoer en als de persoon gehouden tot de voldoening van de btw bij invoer, wordt de invoer in zijn hoofde belast met toepassing van de normale regels.
Indien het vermoeden van artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek (zie punt 4.9.3. hierna) van toepassing is, is de invoer aan de belasting onderworpen in hoofde van de elektronische interface die een gelijkgestelde leverancier is, met toepassing van de algemene regels.
Voor zendingen van een dergelijke waarde is het niet toegestaan gebruik te maken van één van de vereenvoudigingsregelingen voorzien in de artikelen 58quinquies en 58sexies van het Btw-Wetboek voor de aangifte en de betaling van de btw.
Rekening houdend met wat voorafgaat, zal de leverancier zich in dat geval aldus overeenkomstig de normale regels moeten laten identificeren voor btw-doeleinden in België en een periodieke btw-aangifte moeten indienen. Mits hij beschikt over een vergunning voor de verlegging van heffing, kan hij dan de verschuldigde btw bij invoer aangeven in die periodieke aangifte en in dezelfde aangifte weer in aftrek brengen. Bij gebreke van een dergelijke vergunning draagt de leverancier de in België verschuldigde btw af aan de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen en kan hij deze btw overeenkomstig de ter zake geldende normale regels in aftrek brengen in zijn periodieke btw-aangifte.
4.7.3. Invoer in België van goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro, verricht voor een verkoop op afstand van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen
Artikel 6, § 2, derde lid, 2° en 3°, van het koninklijk besluit nr. 7 duidt de geadresseerden aan van goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro die in België worden ingevoerd (en in België gehouden zijn de btw te voldoen) wanneer de in artikel 58quinquies van het Btw-Wetboek bedoelde bijzondere regeling per definitie niet wordt toegepast, hetzij uit vrije keuze (het gaat om een facultatieve regeling in hoofde van de leverancier), hetzij niet conform wordt toegepast.
In dat geval zijn er twee mogelijkheden: ofwel wordt de bij invoer in België verschuldigde btw aangegeven en betaald volgens de vereenvoudigingsregeling bepaald in artikel 58sexies van het Btw-Wetboek (bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer), ofwel worden de normale regels inzake de aangifte en betaling van de btw bij invoer toegepast.
4.7.3.1. Toepassing van de in artikel 58sexies van het Btw-Wetboek bedoelde regeling door de persoon die de goederen aanbrengt bij de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen voor rekening van de persoon voor wie de goederen bestemd zijn (artikel 6, § 2, derde lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 7)
In geval van toepassing van de vereenvoudigingsregeling bedoeld in artikel 58sexies van het Btw-Wetboek (bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer – zie punten 4.9.5. en 7.2. hierna), zijn de volgende regels van toepassing voor de invoer van andere goederen dan accijnsproducten in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro, verricht voor een verkoop op afstand van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen.
De invoer van goederen in België wordt belast. Artikel 6, § 2, derde lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 7 bepaalt dat de geadresseerde van de ingevoerde goederen in de zin van artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7 en dus de tot de voldoening van de btw op de invoer gehouden persoon, de verkrijger is. Aangezien het een toepassingsmodaliteit van deze bijzondere regeling betreft, is er bijgevolg geen afwijkende regel mogelijk.
Artikel 58sexies, § 2, van het Btw-Wetboek (tot omzetting van artikel 369septvicies, lid 1, punt a, van de richtlijn 2006/112/EG), maakt een onderscheid tussen de persoon gehouden tot de voldoening van de btw bij invoer en de persoon die de goederen bij de douane aanbiedt.
Ook al is hij de wettelijke schuldenaar van de op de invoer verschuldigde btw op grond van artikel 58sexies, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek, toch is de verkrijger van de goederen niet de persoon die ertoe gehouden is die belasting daadwerkelijk aan de douaneautoriteiten te betalen. Artikel 58sexies, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek bepaalt immers dat de persoon die de goederen aan de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen in België aanbiedt, de belasting int bij de persoon voor wie de goederen bestemd zijn (de koper van de goederen, die de wettelijke schuldenaar is van de verschuldigde belasting) en die belasting betaalt overeenkomstig § 3 van deze bepaling.
Over het algemeen worden deze formaliteiten voor het aangeven van de goederen bij de douane uitgevoerd door koeriersdiensten of postdiensten. Deze marktdeelnemers zullen dus de bij invoer verschuldigde belasting aan de douane moeten betalen om de goederen op het grondgebied van de gemeenschap in het vrije verkeer te kunnen brengen. Deze marktdeelnemers zijn dan, in principe vóór de aangifte van de goederen en de betaling van de douanerechten en de btw, verantwoordelijk voor de inning bij de koper van de goederen van het bedrag van de bij invoer verschuldigde btw, overeenkomstig artikel 58sexies, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek.
In concreto en in overeenstemming met de mogelijkheid die aan de lidstaten wordt gelaten door artikel 63quinquies, lid 2, van de uitvoeringsverordening 282/2011, wordt de voorwaarde 'die de goederen bij de douane aanbiedt namens de persoon voor wie de goederen zijn bestemd' als vervuld beschouwd als de persoon die de goederen bij de douane aanbiedt te kennen geeft voornemens te zijn van de bijzondere regeling gebruik te maken en de btw te innen bij de persoon voor wie de goederen bestemd zijn.
4.7.3.2. Niet-toepassing van de in artikel 58sexies van het Btw-Wetboek bedoelde regeling door de persoon die de goederen aanbrengt bij de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen voor rekening van de persoon voor wie de goederen bestemd zijn en toepassing van de gewone btw-regeling (artikel 6, § 2, derde lid, 3°, van het koninklijk besluit nr. 7)
Wanneer de in artikel 58sexies van het Btw-Wetboek bedoelde vereenvoudigingsregeling niet wordt toegepast (bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer) of wanneer de leverancier de bijzondere invoerregeling binnen het OSS-systeem niet correct toepast (artikel 58quinquies van het Btw-Wetboek), zijn de volgende regels van toepassing op de invoer van andere goederen dan accijnsproducten in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro verricht voor een verkoop op afstand van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen.
De invoer van goederen in België is onderworpen aan de belasting. Artikel 6, § 2, derde lid, 3°, van het koninklijk besluit nr. 7 bepaalt dat in dit geval de leverancier de geadresseerde is van de goederen bij invoer en gehouden is tot de voldoening van de btw.
Indien het vermoeden van artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek (zie punt 4.9.3. hierna) van toepassing is, is de geadresseerde van de goederen bij invoer en derhalve schuldenaar van de btw in dit geval de elektronische interface die een gelijkgestelde leverancier is.
De leverancier of de elektronische interface die een gelijkgestelde leverancier is, zal zich overeenkomstig de normale regels moeten laten identificeren voor btw-doeleinden in België en een periodieke btw-aangifte moeten indienen. Mits hij beschikt over een vergunning voor de verlegging van heffing, kan hij dan de verschuldigde btw bij invoer aangeven in die periodieke aangifte en in dezelfde aangifte weer in aftrek brengen. Bij gebreke van een dergelijke vergunning draagt de leverancier de in België verschuldigde btw af aan de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen en kan hij deze btw overeenkomstig de ter zake geldende normale regels in aftrek brengen in zijn periodieke btw-aangifte.
Overigens wordt eraan herinnerd dat, in de situatie zoals bedoeld in dit punt 4.7.3.2., de afstandsverkoop geacht wordt plaats te vinden in België overeenkomstig artikel 14, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek tot omzetting van artikel 31, lid 2, van de richtlijn 2006/112/EG (zie punt 4.4.1.1. hiervoor). Deze verkoop is aan de btw onderworpen in België en de schuldenaar van die btw is ofwel de leverancier ofwel de elektronische interface die een gelijkgestelde leverancier is indien het vermoeden van artikel 13bis van het Btw-Wetboek van toepassing is.
Volgende tabel duidt de persoon aan die vanuit een btw-oogpunt als geadresseerde bij invoer kan optreden wanneer goederen, andere dan accijnsproducten bedoeld in artikel 1, § 6, 4°, van het Btw-Wetboek, via België in de gemeenschap worden binnengebracht in het kader van een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen in de zin van artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek (de geadresseerde is de schuldenaar van de bij invoer verschuldigde btw).
Scenario’s | Bestemming van de goederen | Intrinsieke waarde van de zending | Toegepaste btw-regeling | Wie kan er optreden als geadresseerde bij invoer in België (schuldenaar van de bij invoer verschuldigde btw)? | Wettelijke bepalingen |
1 | De goederen zijn bestemd voor een afnemer in een andere lidstaat | ≤ 150 euro | Invoerregeling van het OSS-systeem (IOSS) | De afnemer, de leverancier* of de gelijkgestelde leverancier* (de invoer is vrijgesteld van de btw) | Art. 6, § 2, eerste en tweede lid, van het KB nr. 7 |
2 | Normale regeling | Zonder voorwerp, vermits de goederen niet in het vrije verkeer worden gebracht in België (de invoer vindt plaats in de lidstaat van bestemming) | Art. 221(4), van de uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 en Art. 23, § 4, van het Btw-Wetboek | ||
3 | > 150 euro | Normale regeling | De leverancier (een btw-identificatie in België is in zijn hoofde vereist) | Art. 6, § 2, derde lid, 1°, van het KB nr. 7 | |
4 | De goederen zijn bestemd voor een afnemer in België | ≤ 150 euro | Invoerregeling van het OSS-systeem (IOSS) | De afnemer, de leverancier* of de gelijkgestelde leverancier* (de invoer is vrijgesteld van de btw) | Art. 6, § 2, eerste en tweede lid, van het KB nr. 7 |
5 | Bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer (special arrangements) | De afnemer | Art. 58sexies, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek en Art. 6, § 2, derde lid, 2°, van het KB nr. 7 | ||
6 | Normale regeling | De leverancier of de gelijkgestelde leverancier (een btw-identificatie in België is in zijn hoofde vereist) | Art. 6, § 2, derde lid, 3°, van het KB nr. 7 | ||
7 | > 150 euro | Normale regeling | De afnemer of de leverancier* | Art. 6, § 2, eerste en tweede lid, van het KB nr. 7 |
* op voorwaarde dat de leverancier of gelijkgestelde leverancier:
- ofwel in België is gevestigd of voor btw-doeleinden in België is geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, van het Wetboek,
- ofwel vertegenwoordigd is door een persoon die vooraf is erkend overeenkomstig artikel 55, § 3, tweede lid, van het Wetboek.
4.8. Btw-aspecten van de douaneaangifte ten invoer
4.8.1. Voor goederen van geringe waarde
Vanaf 01.07.2021 is het mogelijk om voor de invoer van zendingen met een geringe waarde een elektronische douaneaangifte in te dienen in IDMS (1), zowel in een B2B als in een B2C context (dataset H7). Het betreft goederen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro.
(1) IDMS = Import Declaration Management System (zie slide 8 via de volgende link: https://www.naforna.be/nl/system/files/20210204_Infosessie_H7_0.pdf)
Deze mogelijkheid is voorzien in artikel 143bis van de gedelegeerde verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28.07.2015 tot aanvulling van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie.
Het betreft een douaneaangifte met een zeer beperkte dataset die minder gegevenselementen bevat dan de standaard douaneaangifte.
De douaneregeling is steeds 40 00, vermits het om een douaneaangifte voor het vrij verkeer en ten verbruik gaat.
Uiteraard heeft de persoon die de goederen bij de douane aanbrengt, steeds de mogelijkheid om voor de invoer van de goederen gebruik te maken van een standaard douaneaangifte.
De in de douaneaangifte H7 op te nemen gegevenselementen zijn voornamelijk gegevens voor douanedoeleinden.
Het enige gegeven dat voor btw-doeleinden in die aangifte moet worden opgenomen, is het btw-identificatienummer dat moet worden vermeld in gegevenselement 13 16 034 000.
In het kader van de afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, moet volgend onderscheid worden gemaakt:
Wanneer de regeling IOSS wordt toegepast (artikel 58quinquies van het Btw-Wetboek), komt het in gegevenselement 13 16 034 000 te vermelden nummer overeen met het btw-identificatienummer voor de toepassing van de regeling IOSS dat aan de leverancier is toegekend.
De douane controleert of het nummer correct en geldig is. Indien het IOSS-nummer correct en geldig is, staat de douane de toepassing van de vrijstelling op de invoer toe. Indien het IOSS-nummer niet correct en geldig is, moet de btw op de invoer worden betaald.
Het vermelden in de douaneaangifte van de code FR5 in het gegevenselement 13 16 031 000 geeft aan dat de verkoper de regeling IOSS toepast.
Wanneer het IOSS-nummer wordt vermeld in gegevenselement 13 16 034 000, moeten de codes C07 (2) en F48 (3) worden opgenomen in gegevenselement 11 10 000 000 om de aanvullende regeling aan te duiden.
Wanneer de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer wordt toegepast (artikel 58sexies van het Btw-Wetboek), wordt de toepassing van de bijzondere regeling door de persoon die de goederen bij de douane aanbrengt, kenbaar gemaakt door de vermelding in de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen van enerzijds de codes C07 (4) en F49 (5) in het veld voor de codes van de aanvullende regeling (G.E. 11 10 000 000) en anderzijds de soort beschikking en haar referentienummer in de velden voor de bewijsstukken (respectievelijk G.E. 12 03 002 000 en G.E. 12 03 001 000).
Wanneer geen van beide voornoemde vereenvoudigingsregelingen worden toegepast en de leverancier, of de elektronische interface handelend als gelijkgestelde leverancier, optreedt als geadresseerde bij invoer (zie punt 4.7., hiervoor, voor het bepalen van de geadresseerde bij invoer), komt het in gegevenselement 13 16 034 000 te vermelden nummer overeen met het btw-identificatienummer in België van de leverancier of van de elektronische interface die als een gelijkgestelde leverancier wordt aangemerkt.
De vermelding in de douaneaangifte van onder meer de codes FR1, FR4 of FR7 in het gegevenselement 13 16 031 000 duidt de door de leverancier toegepaste btw-regeling aan.
(2) Zendingen met een te verwaarlozen waarde (artikel 23 van verordening (EG) nr. 1186/2009 van de raad)
(3) Invoer in het kader van de bijzondere regeling voor afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen zoals bepaald in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van richtlijn 2006/112/EG
(4) Zendingen met een te verwaarlozen waarde (artikel 23 van verordening (EG) nr. 1186/2009 van de raad)
(5) Invoer in het kader van de bijzondere regeling voor de aangifte en de betaling van btw bij invoer zoals bepaald in titel XII, hoofdstuk 7, van richtlijn 2006/112/EG.
Voor meer informatie omtrent de douaneformaliteiten in het kader van de regeling IOSS en van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer, wordt verwezen naar de door de douane gepubliceerde circulaire 2021/C/58 van 21.06.2021 betreffende de invoer en uitvoer van zendingen met een geringe waarde in het kader van e-commerce.
4.8.2. Voor de andere goederen dan de goederen van geringe waarde
De goederen waarvoor geen douaneaangifte H7 kan worden ingediend (goederen met een intrinsieke waarde van meer dan 150 euro of die specifiek zijn uitgesloten door de douanewetgeving), moeten het voorwerp uitmaken van een douaneaangifte met een andere dataset van het beheersysteem IDMS (bijvoorbeeld met de dataset H1), overeenkomstig wat door de douaneautoriteiten wordt voorzien.
In afwachting van de inwerkingtreding van die andere datasets (voorzien eind 2022), moeten die goederen nog steeds in het systeem PLDA worden aangegeven.
4.9. Bijzondere regels voor goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro (goederen van geringe waarde)
Voor de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen naar de gemeenschap ingevoerde goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro (goederen van geringe waarde – zie punt 4.9.2. hierna) worden bijzondere regels voorzien.
Enerzijds wordt er een btw-fictie ingevoerd met betrekking tot elektronische interfaces die afstandsverkopen van dit type goederen faciliteren. Volgens deze fictie worden die interfaces geacht die goederen zelf via hun platform bij de leverancier te hebben gekocht en nadien zelf aan de eindgebruikers te hebben verkocht (artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek tot omzetting van artikel 14bis, lid 1, van de richtlijn 2006/112/EG). Hierdoor worden die interfaces, katalysatoren van de elektronische handel, aangemerkt als gelijkgestelde leveranciers en worden zij daadwerkelijk betrokken bij de inning van de btw over de verkopen die via hun interface worden gerealiseerd, met als gevolg een efficiëntere inning van de btw en een afname van de administratieve lasten voor de consumenten (zie punt 4.9.3. hierna).
Anderzijds worden twee bijzondere (optionele) vereenvoudigingsregelingen voorzien voor de aangifte en betaling van de over dit type afstandsverkopen verschuldigde btw, namelijk:
- de invoerregeling of enig loket voor de invoer of IOSS (zie punten 4.9.4. en 7.1. hierna) en
- de bijzondere regeling voor aangifte en betaling van de btw bij invoer voor de indieners van douaneaangiften of special arrangement (zie punten 4.9.5. en 7.2. hierna).
Om te voorkomen dat de concurrentie tussen leveranciers in en buiten de gemeenschap wordt verstoord en belastinginkomsten verloren gaan, werd de vrijstelling voor de invoer van goederen in kleine zendingen die werd voorzien in richtlijn 2009/132/EG van de raad van 19.10.2009 houdende bepaling van de werkingssfeer van artikel 143, onder b) en c), van richtlijn 2006/112/EG met betrekking tot de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen, opgeheven door artikel 3 van de richtlijn (EU) 2017/2455 van de raad van 05.12.2017.
Deze afschaffing werd in Belgisch recht omgezet door artikel 12 van het koninklijk besluit van 29.06.2021 (BS 01.07.2021) dat de vrijstelling voor de invoer van goederen in kleine zendingen tot 22 euro opheft. Deze vrijstelling werd voorzien in artikel 18 van het koninklijk besluit nr. 7, van 29.12.1992, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.
Deze vrijstelling is vervangen door een btw-vrijstelling bij invoer bedoeld in artikel 40, § 1, 1°bis, van het Btw-Wetboek die slechts van toepassing is indien de goederen worden ingevoerd als onderdeel van afstandsverkopen van uit derde landen of derdelandsgebieden afkomstige goederen die worden aangegeven binnen het kader van de nieuwe vereenvoudigingsregeling inzake invoer IOSS (artikel 58quinquies van het Btw-Wetboek).
4.9.2. Begrip goederen van geringe waarde
Goederen van geringe waarde zijn goederen die worden verzonden of vervoerd in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro. Boven deze drempel is voor douanedoeleinden een volledige douaneaangifte bij invoer vereist.
Overeenkomstig de douanewetgeving wordt onder intrinsieke waarde van handelsgoederen verstaan, de prijs van de goederen zelf wanneer ze worden verkocht voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie, met uitsluiting van de vervoers- en verzekeringskosten tenzij deze in de prijs zijn begrepen en niet afzonderlijk op de factuur worden vermeld en van alle andere belastingen en heffingen die door de douaneautoriteiten kunnen worden geverifieerd op basis van om het even welk relevant document (zie punt 3.13. hiervoor).
Alle andere verbonden kosten, naast het vervoer en de verzekering, die niet de waarde van de goederen zelf weerspiegelen, moeten uit de intrinsieke waarde worden geweerd, zodra ze afzonderlijk en duidelijk op de factuur worden vermeld (bijvoorbeeld gereedschapskosten, licentierechten, uitvoerbelasting …).
Onder 'andere belastingen en heffingen' wordt begrepen elke belasting of heffing gebaseerd op de waarde van de goederen of bovenop een op die goederen toegepaste belasting of heffing. De btw (verschuldigd op de invoer of op de levering) is niet in de intrinsieke waarde begrepen en moet derhalve van de verkoopprijs worden afgetrokken indien deze inclusief belastingen is bepaald.
4.9.3. Elektronische interface als gelijkgestelde leverancier (artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek)
De afstandsverkopen van goederen van een lidstaat naar een andere of van een derdelandsgebied of derde land naar de gemeenschap, worden grotendeels gefaciliteerd via het gebruik van een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, vaak in samenhang met faciliteiten voor opslag en orderverwerking.
Om te zorgen voor een efficiëntere inning van de btw en om de administratieve lasten voor verkopers, belastingdiensten en consumenten te verminderen, is het daarom noodzakelijk de belastingplichtigen die afstandsverkopen van goederen vergemakkelijken door het gebruik van een elektronische interface, te betrekken bij de inning van de btw over deze verkopen.
Om die redenen werden in de btw-wetgeving twee ficties ingevoerd die bepalen dat dergelijke belastingplichtigen, voor de toepassing van de btw en onder bepaalde voorwaarden, geacht worden de via hun elektronische interface verkochte goederen bij de leveranciers te hebben gekocht en, nadien, die goederen zelf te hebben verkocht aan de eindgebruikers.
Door die ficties worden deze belastingplichtigen gelijkgestelde leveranciers (zie punt 3.7. hiervoor).
Voor de fictie in verband met intracommunautaire afstandsverkopen wordt verwezen naar punt 5.3. hierna (artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek).
De fictie voor de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen naar de gemeenschap ingevoerde goederen is opgenomen in het onweerlegbaar wettelijk vermoeden van artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek (tot omzetting van artikel 14bis, lid 1, van de richtlijn 2006/112/EG):
'Indien een belastingplichtige via het gebruik van een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro, faciliteert, wordt die belastingplichtige geacht die goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd.'
Voor de toepassing van artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek moet het gaan om een afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen van geringe waarde, zoals bepaald in punt 4.9.2. hiervoor.
Met andere woorden, de belastingplichtige die via een elektronische interface de levering faciliteert, wordt een gelijkgestelde leverancier voor de leveringen, gerealiseerd via zijn elektronische interface, van goederen van geringe waarde ingevoerd en geleverd aan een afnemer in de gemeenschap, ongeacht of de onderliggende leverancier/verkoper in of buiten de gemeenschap is gevestigd.
Bijgevolg wordt de belastingplichtige die via een elektronische interface de levering faciliteert, geen gelijkgestelde leverancier voor de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde andere goederen dan goederen van geringe waarde, ongeacht waar de onderliggende leverancier/verkoper is gevestigd.
4.9.3.3. Bedoelde elektronische interfaces
Het begrip elektronische interface is op zich niet gedefinieerd in het gemeenschapsrecht. Zoals de 'explanatory notes' van de Europese Commissie aangeven, betreft het een apparaat of programma dat twee onafhankelijke systemen onderling dan wel het systeem en de eindgebruiker in staat stelt met elkaar te communiceren (zie punt 3.9. hiervoor).
Het is een ruim begrip dat zowel een website als een portal, gateway of marktplaats, application programming interface (API), enzovoort omvat.
In het kader van deze circulaire verwijst deze interface zowel naar het gebruikte systeem als naar de belastingplichtige die dat systeem beheert en zijn 'faciliterende' diensten aanbiedt.
Het is voor de toepassing van het vermoeden van artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek van geen belang waar de belastingplichtige die de elektronische interface exploiteert is gevestigd. Bijgevolg maakt het niet uit of de belastingplichtige binnen of buiten de gemeenschap is gevestigd.
4.9.3.4. Het begrip 'faciliteren'
Artikel 5ter van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, definieert wat wordt bedoeld met de term 'faciliteren' voor de toepassing van artikel 14bis van richtlijn 2006/112/EG (artikel 13bis van het Btw-Wetboek).
Volgens deze bepaling wordt onder 'faciliteren' verstaan het gebruik van een elektronische interface om een afnemer en een leverancier die goederen te koop aanbiedt via de elektronische interface met elkaar in contact te brengen, resulterend in een levering van goederen via die elektronische interface.
De verkoop-aankoop van de verkoper aan de afnemer wordt gerealiseerd/gesloten met behulp van de elektronische interface.
Het begrip omvat situaties waarin afnemers het aankoopproces in gang zetten of een bod uitbrengen om de goederen te kopen en de onderliggende leveranciers het bod aanvaarden via de elektronische interface.
In het algemeen blijkt dit bij e-commerce transacties uit het feit dat de daadwerkelijke bestelling en de afrekening door of met behulp van de elektronische interface worden uitgevoerd.
Daarnaast betekend 'resulterend in een levering van goederen via die elektronische interface' dat een transactie wordt gesloten op de elektronische interface (website, portaal, gateway, marktplaats, applicatieprogramma-interface (API) of soortgelijk middel), maar dit wordt niet bepaald door de fysieke levering van de goederen die al dan niet kan worden geregeld/uitgevoerd door de elektronische interface.
Een belastingplichtige faciliteert een goederenlevering echter niet wanneer alle volgende voorwaarden vervuld zijn:
- de belastingplichtige bepaalt noch direct, noch indirect één van de algemene voorwaarden waaronder de levering van goederen wordt verricht, EN,
- de belastingplichtige is noch direct, noch indirect betrokken bij het verlenen van goedkeuring om de afnemer te factureren voor de gedane betaling, EN,
- de belastingplichtige is noch direct, noch indirect betrokken bij de bestelling of de aflevering van de goederen.
Het vermoeden van artikel 14bis van de richtlijn 2006/112/EG (artikel 13bis van het Btw-Wetboek) is niet van toepassing op een belastingplichtige die slechts de volgende taken vervult:
- de verwerking van betalingen met betrekking tot de levering van goederen
- het aanbieden van of het reclame maken voor goederen
- het doorgeleiden of overbrengen van afnemers naar andere elektronische interfaces waar goederen worden aangeboden voor verkoop, zonder verdere tussenkomst bij de levering.
Indien een elektronische interface activiteiten verricht die toegang geven tot een betaalsysteem of waarmee enkel mogelijke te koop aangeboden goederen onder de aandacht worden gebracht, zoals doorklikreclame waarmee potentiële afnemers worden doorgeleid naar de website van een verkoper of websites met rubrieksadvertenties zonder aankoopmogelijkheden, dan wordt hij niet als gelijkgestelde leverancier behandeld.
De elektronische interface is niet direct of indirect betrokken bij de levering die volkomen onafhankelijk plaatsvindt tussen de leverancier en de afnemer en zou bij de normale uitoefening van zijn bedrijfsactiviteiten dus geen kennis hebben van aspecten zoals:
- of en wanneer een transactie wordt gesloten, of
- waar de goederen zich bevinden, of
- waar de goederen naartoe worden vervoerd.
Zonder deze informatie zou de elektronische interface onmogelijk aan de btw-verplichtingen als gelijkgestelde leverancier kunnen voldoen.
Meer in het algemeen laat het begrip 'facilitering' voor de toepassing van het in artikel 13bis van het Btw-Wetboek bedoelde vermoeden slechts de tussenkomst toe van één enkel interface, dat wordt beschouwd als de koper-verkoper van de goederen in het kader van een afstandsverkoop (zie punt 4.9.3.11. Hierna).
4.9.3.4.2. Het begrip 'de algemene voorwaarden bepalen'
Wanneer de elektronische interface direct of indirect één van de algemene voorwaarden bepaalt waaronder de levering wordt verricht, wordt hij geacht die goederenlevering te faciliteren (zie artikel 5ter, tweede alinea, a), van de uitvoeringsverordening EU/282/2011).
Onder de algemene voorwaarden moet worden verstaan de rechten en plichten van de onderliggende leverancier en de afnemer in verband met de levering, zoals de prijs, het soort of de aard van de goederen, regelingen voor betaling, levering of eventuele garanties. Zij hebben ook betrekking op de voorwaarden voor zowel de onderliggende leverancier als de afnemer om gebruik te maken van de website/het platform (waaronder voorwaarden om een account aan te maken op de website/het platform).
Aangezien in de bepaling wordt verwezen naar één van de algemene voorwaarden, die direct of indirect kunnen bepaald zijn, moet het begrip ruim worden geïnterpreteerd. Het beoogt een breed scala aan belastingplichtigen die een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk bedrijfsmodel exploiteren dat bestaat of nieuw is in de onlinehandel of e-commerce.
Het gebruik van 'indirect' en 'één van de' bij het bepalen van de algemene voorwaarden waaronder de goederenlevering wordt verricht, is bedoeld om de kunstmatige opsplitsing van de rechten en plichten tussen de elektronische interface en de onderliggende leveranciers te voorkomen. Bijvoorbeeld, de aanwijzing dat de verkoper (onderliggende leverancier) verantwoordelijk is voor de via een marktplaats/platform verkochte goederen of dat de overeenkomst wordt gesloten tussen de onderliggende leverancier en de afnemer is niet voldoende om de belastingplichtige die de elektronische interface aanbiedt, te ontheffen van de btw-verplichtingen als gelijkgestelde leverancier.
Het begrip gaat dus verder dan de contractuele relatie en houdt rekening met de economische realiteit en met name de door de elektronische interfaces uitgeoefende invloed op of geleverde bijdrage aan de feitelijke goederenlevering.
Verschillende elementen/kenmerken kunnen erop wijzen dat een belastingplichtige die een elektronische interface aanbiedt, de algemene voorwaarden bepaalt. Om tot een definitieve conclusie te komen, moeten alle kenmerken van de levering in aanmerking worden genomen. Hieronder volgen echter enkele voorbeelden (niet cumulatief en niet limitatief) van activiteiten die erop wijzen dat de belastingplichtige die een elektronische interface aanbiedt, direct of indirect de algemene voorwaarden bepaalt:
- de elektronische interface is eigenaar van of beheert het technische platform waarlangs de goederen worden geleverd
- de elektronische interface bepaalt regels voor het aanbieden en verkopen van goederen via zijn platform
- de elektronische interface is eigenaar van klantgegevens in verband met de levering
- de elektronische interface voorziet in een technische oplossing voor het opnemen van bestellingen of het in gang zetten van het aankoopproces (bv. door de goederen in een winkelwagen te plaatsen)
- de elektronische interface organiseert/beheert de communicatie van het aanbod, de aanvaarding van de bestelling of de betaling voor de goederen
- de elektronische interface bepaalt voorwaarden waaronder de leverancier of afnemer verantwoordelijk is voor de betaling van de kosten in verband met het terugzenden van goederen
- de elektronische interface legt één of meer specifieke betaalmethoden, opslag- of fulfilmentvoorwaarden of methoden voor verzending of levering op aan de onderliggende leverancier die moeten worden gebruikt om de handeling te volbrengen
- de elektronische interface heeft het recht de betaling van de afnemer te verwerken of in te houden van de onderliggende leverancier of om anderszins de toegang tot tegoeden te beperken
- de elektronische interface kan de verkoop zonder toestemming of goedkeuring van de onderliggende leverancier crediteren indien de goederen niet naar behoren werden ontvangen
- de elektronische interface biedt klantenservice, hulp bij het terugzenden of omruilen van goederen, of procedures voor klachtenafhandeling en geschillenbeslechting voor leveranciers en/of hun afnemers
- de elektronische interface heeft het recht om de prijs vast te stellen waartegen de goederen worden verkocht, bijvoorbeeld door korting aan te bieden via een loyaliteitsprogramma, heeft controle over of oefent invloed uit op de prijsstelling.
4.9.3.4.3. Het begrip 'het verlenen van goedkeuring om te factureren'
Wanneer de elektronische interface direct of indirect betrokken is bij het verlenen van goedkeuring om de afnemer te factureren voor de gedane betaling, wordt hij geacht de goederenlevering te faciliteren (artikel 5ter, tweede alinea, b), van de uitvoeringsverordening EU/282/2011).
Het begrip 'het verlenen van goedkeuring om te factureren' heeft betrekking op de situatie waarin de elektronische interface kan beïnvloeden of, wanneer en onder welke voorwaarden de afnemer betaalt.
De elektronische interface verleent goedkeuring voor de betaling wanneer hij besluit dat de rekening, bankkaart of dergelijke van de afnemer kan worden gedebiteerd/belast als betaling voor de levering of wanneer hij betrokken is bij de ontvangst van het bericht van goedkeuring voor de betaling of de verbintenis tot betaling van de afnemer. Dit begrip betekent niet dat de elektronische interface daadwerkelijk de betaling moet innen of ontvangen, of dat hij betrokken moet zijn bij elke stap van het betalingsproces.
Verschillende elementen/kenmerken kunnen erop wijzen dat een elektronische interface goedkeuring verleent om te factureren. Om tot een definitieve conclusie te komen, moeten alle kenmerken van de levering in aanmerking worden genomen. Hieronder volgen echter enkele voorbeelden (niet cumulatief en niet limitatief) van activiteiten die erop wijzen dat de elektronische interface betrokken is bij het verlenen van goedkeuring om de afnemer te factureren voor de gedane betaling:
- de elektronische interface verstrekt de afnemer informatie over de betaling, zoals de te betalen prijs, de bestanddelen ervan, eventuele bijkomende kosten, de betalingstermijn, betaalmethoden enz.
- de elektronische interface zet het proces door middel waarvan de afnemer wordt gefactureerd, in gang
- de elektronische interface verzamelt/ontvangt betaalgegevens/-informatie van de klant, zoals creditcard-/debitcardnummer, geldigheid van de kaart, beveiligingscode, naam en/of rekeningnummer van de houder, informatie over een digitale- of cryptovalutarekening, informatie over een digitale portemonnee enz.
- de elektronische interface int het geld voor de geleverde goederen en maakt dit vervolgens over naar de onderliggende leverancier
- de elektronische interface koppelt de afnemer aan een derde partij die de betaling verwerkt volgens de instructies van de elektronische interface (activiteiten van een belastingplichtige die enkel de betaling verwerkt zonder andere betrokkenheid bij de levering zijn uitgesloten van de bepaling inzake de gelijkgestelde leverancier).
4.9.3.4.4. Het begrip 'betrokken zijn bij de bestelling of de levering van goederen'
Wanneer de elektronische interface, direct of indirect betrokken is bij de bestelling of de levering van de goederen, wordt hij geacht de goederenlevering te faciliteren (artikel 5ter, tweede alinea, c), van de uitvoeringsverordening EU/282/2011).
Het begrip 'betrokken zijn bij de bestelling of de levering van goederen' moet ruim worden geïnterpreteerd.
De betrokkenheid bij de bestelling van goederen betekent niet noodzakelijk dat de elektronische interface betrokken is bij het genereren van de aankooporder, maar heeft betrekking op situaties waarin de elektronische interface de bestelling van goederen op een of andere manier kan beïnvloeden.
Het begrip 'betrokken zijn bij de levering van goederen' is niet beperkt tot de fysieke levering van goederen, die al dan niet door of voor rekening van de elektronische interface kan worden geregeld/verricht. Het heeft betrekking op situaties waarin de elektronische interface de levering van goederen op een of andere manier kan beïnvloeden.
Verschillende elementen/kenmerken kunnen erop wijzen dat een belastingplichtige die een elektronische interface aanbiedt, betrokken is bij de bestelling of de levering van goederen. Om tot een definitieve conclusie te komen, moeten alle kenmerken van de levering in aanmerking worden genomen. Hieronder volgen echter enkele voorbeelden (niet cumulatief en niet limitatief) van activiteiten die erop wijzen dat de elektronische interface betrokken is bij de bestelling of de levering van goederen:
- de elektronische interface voorziet in het technische hulpmiddel om de bestelling van de afnemer aan te nemen (meestal de winkelwagen/afrekening)
- de elektronische interface verstrekt de afnemer en de onderliggende leverancier de bevestiging en/of de gegevens van de bestelling
- de elektronische interface rekent de onderliggende leverancier een vergoeding of commissie aan op basis van de waarde van de bestelling
- de elektronische interface geeft goedkeuring om met de levering van de goederen te beginnen/geeft de onderliggende leverancier of een derde opdracht om de goederen te leveren
- de elektronische interface verleent fulfilmentdiensten aan de onderliggende leverancier
- de elektronische interface regelt de levering van de goederen
- de elektronische interface verstrekt de afnemer gegevens met betrekking tot de levering.
Indien een elektronische interface activiteiten verricht die toegang geven tot een betaalsysteem of waarmee enkel mogelijke te koop aangeboden goederen onder de aandacht worden gebracht, zoals doorklikreclame waarmee potentiële afnemers worden doorgeleid naar de website van een verkoper of websites met rubrieksadvertenties zonder aankoopmogelijkheden, dan wordt hij niet als gelijkgestelde leverancier behandeld. De elektronische interface is niet direct of indirect betrokken bij de levering die volkomen onafhankelijk plaatsvindt tussen de leverancier en de afnemer, en zou bij de normale uitoefening van zijn bedrijfsactiviteiten dus geen kennis hebben van aspecten zoals i. of en wanneer een transactie wordt gesloten, ii) waar de goederen zich bevinden of iii. waar de goederen naartoe worden vervoerd. Zonder deze informatie zou de elektronische interface onmogelijk aan de btw-verplichtingen als gelijkgestelde leverancier kunnen voldoen.
Het vermoeden van artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek is slechts van toepassing indien de levering een afstandsverkoop is van uit derdelandsgebieden of derde landen binnen de gemeenschap ingevoerde goederen van geringe waarde (zie punt 4.9.2. hiervoor) zoals bepaald in punt 4.2. hiervoor.
Bijgevolg moet het gaan om leveringen van goederen die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier, met inbegrip van gevallen waarin de leverancier indirect tussenkomt bij het vervoer of de verzending van de goederen, vanuit een derdelandsgebied of een derde land naar een afnemer in een lidstaat, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- de eindgebruiker is een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen krachtens artikel 3, lid 1, van de richtlijn 2006/112/EG niet aan de belasting zijn onderworpen, of enige andere niet-belastingplichtige
- de geleverde goederen zijn geen nieuwe vervoermiddelen als bedoeld in artikel 8bis, § 2, van het Btw-Wetboek, noch goederen, geleverd na montage of installatie, door of voor rekening van de leverancier, met of zonder beproeven van de geïnstalleerde of gemonteerde goederen.
4.9.3.6. Weerlegbaar wettelijk vermoeden met betrekking tot de status van de onderliggende leverancier en afnemer
De gelijkgestelde leverancier beschouwt, tenzij hij over tegengestelde informatie beschikt:
- de persoon die goederen verkoopt via een elektronische interface als een belastingplichtige
- de persoon die deze goederen koopt als een niet-belastingplichtige (artikel 5quinquies van de uitvoeringsverordening EU/282/2011).
Deze bepaling moet de gelijkgestelde leverancier bevrijden van de onevenredige last om in alle gevallen de status van de verkoper en de koper te moeten verifiëren en is er derhalve op gericht de gelijkgestelde leverancier meer rechtszekerheid te bieden.
4.9.3.6.1. Het vermoeden van de status van de verkoper
De elektronische interface moet de onderliggende leverancier als belastingplichtige beschouwen, tenzij hij van de leverancier of andere bronnen informatie heeft ontvangen waaruit het tegendeel blijkt. Louter en alleen het ontbreken van het btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer (bijvoorbeeld als de leverancier een dergelijk nummer niet heeft verstrekt tijdens de registratie/inschrijving bij de elektronische interface) betekent niet automatisch dat de onderliggende leverancier geen belastingplichtige is.
Indien de onderliggende leverancier bij de elektronische interface aangeeft dat hij als niet-belastingplichtige handelt, moet de elektronische interface hem als zodanig beschouwen. De elektronische interface moet echter over een controleprocedure beschikken om te beoordelen of deze onderliggende leverancier op grond van zijn leveringen niet de hoedanigheid van belastingplichtige krijgt.
Dit vermoeden betreft alleen de status van de onderliggende leverancier als belastingplichtige en bepaalt dus niets over het feit of hij niet binnen de gemeenschap is gevestigd.
4.9.3.6.2. Het vermoeden van de status van de afnemer
Hoewel het btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer geen absolute voorwaarde is om een belastingplichtige te zijn, is het een belangrijk onderdeel van het bewijs van de status van een belastingplichtige.
Daarom moet de elektronische interface, tenzij hij over informatie beschikt waaruit het tegendeel blijkt, de afnemer als niet-belastingplichtige beschouwen indien de afnemer tijdens de registratie/inschrijving bij de elektronische interface geen btw-identificatienummer of fiscaal registratienummer heeft verstrekt.
4.9.3.7. Evaluatie in functie van elke afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen
Of de elektronische interface een afstandsverkoop faciliteert en derhalve een gelijkgestelde leverancier is, moet per transactie worden beoordeeld, rekening houdend met de hiervoor vermelde criteria.
Bijgevolg kan de elektronische interface worden geacht sommige afstandsverkopen te faciliteren en derhalve voor die verkopen een gelijkgestelde leverancier zijn en tegelijkertijd betrokken zijn bij andere afstandsverkopen waarvoor hij geen gelijkgestelde leverancier is.
Een elektronische interface kan bijvoorbeeld betrokken zijn bij:
- afstandsverkopen van goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van meer dan 150 euro die in de Europese Unie moeten worden ingevoerd, waarvoor hij geen gelijkgestelde leverancier is, en
- afstandsverkopen van goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van ten hoogste 150 euro die in de Europese Unie moeten worden ingevoerd, waarvoor hij een gelijkgestelde leverancier is.
4.9.3.8. Werking van het vermoeden van artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek voor de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen
Indien een elektronische interface een afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen binnen de gemeenschap ingevoerde goederen in naam en voor rekening van de leverancier faciliteert, vindt er op btw-vlak in principe slechts één levering plaats, namelijk een levering tussen de leverancier en de afnemer.
De handeling door de elektronische interface, namelijk de facilitering van de verkoop, is derhalve vanuit btw-oogpunt in principe een dienst.
Het vermoeden van artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek, wijkt af van voormelde principes en brengt de volgende effecten teweeg:
4.9.3.8.1. Opsplitsing in twee afzonderlijke leveringen
Het vermoeden van artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek bepaalt dat op btw-vlak de levering tussen de leverancier en de afnemer wordt gesplitst in twee afzonderlijke leveringen:
- enerzijds een levering van de onderliggende leverancier aan de elektronische interface (gelijkgestelde B2B-levering)
- anderzijds een levering van de elektronische interface aan de afnemer (gelijkgestelde B2C-levering).
4.9.3.8.2. Toerekening van het goederenvervoer
Op grond van artikel 14, § 6, van het Btw-Wetboek (tot omzetting van artikel 36ter van de richtlijn 2006/112/EG) wordt, indien een belastingplichtige geacht wordt goederen te hebben ontvangen en geleverd overeenkomstig artikel 13bis, de verzending of het vervoer van de goederen toegerekend aan de levering die door die belastingplichtige wordt verricht.
Bijgevolg kan het goederenvervoer enkel worden toegerekend aan de levering door de elektronische interface, zodat:
- de levering door de onderliggende leverancier aan de elektronische interface een levering zonder vervoer is
- de levering door de elektronische interface aan de afnemer een afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen is.
4.9.3.8.3. Plaats van de levering
Overeenkomstig artikel 14, § 1, van het Btw-Wetboek (tot omzetting van artikel 31 van de richtlijn 2006/112/EG) is de plaats van de levering zonder vervoer door de leverancier aan de elektronische interface de plaats waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van de levering.
Deze plaats stemt meestal overeen met het derdelandsgebied of het derde land waar het vervoer van de goederen naar de afnemer in het btw-gebied van de Europese Unie aanvangt, zodat dergelijke levering in principe geen btw-gevolgen heeft binnen de gemeenschap.
De regels voor de plaatsbepaling van de afstandsverkopen, door de elektronische interface aan de afnemer, van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen worden in punt 4.4.1. hiervoor bekeken.
4.9.3.8.4. Tijdstip van het belastbaar feit en van de opeisbaarheid van de btw
Zowel voor de levering door de onderliggende leverancier aan de elektronische interface als voor de levering door de elektronische interface aan de afnemer, vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard op grond van artikel 17, § 5, van het Btw-Wetboek tot omzetting van artikel 66bis van de richtlijn 2006/112/EG (zie punt 4.5.2. hiervoor).
Belastingplichtige X verkoopt via de elektronische interface van Y schoenen met een waarde van 100 euro die door of voor rekening van X vanuit een derdelandsgebied/ derde land worden verzonden naar particulieren in België.
Aangezien Y een afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen naar de gemeenschap ingevoerde goederen faciliteert in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro, is het vermoeden van artikel 13bis, § 1, van toepassing.
De leverancier wordt geacht een levering zonder vervoer voor Y te verrichten die plaatsvindt in het derdelandsgebied/ derde land.
Y wordt geacht een afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen te verrichten aan particulieren in België waarvan de plaats wordt bepaald overeenkomstig de regels uiteengezet in punt 4.4.1. hiervoor.
De twee leveringen vinden plaats op het tijdstip waarop de betaling wordt aanvaard. Op dit tijdstip wordt de btw opeisbaar.
4.9.3.9. Beperking van de aansprakelijkheid van de gelijkgestelde leverancier
Het vermoeden van artikel 13bis, van het Btw-Wetboek inzake de gelijkgestelde leverancier is een fictie die voor btw-doeleinden werd gecreëerd.
De gelijkgestelde leverancier heeft de goederen gewoonlijk niet in zijn bezit en de eigendomsoverdracht van de goederen vindt plaats tussen de onderliggende leverancier en de afnemer.
Daarom beschikt de gelijkgestelde leverancier vaak niet over de informatie die nodig is om de plaats van levering vast te stellen en om aan zijn btw-verplichtingen te voldoen, zoals de plaats waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van de transactie (plaats van vertrek) of de aard van de geleverde goederen.
De elektronische interface moet dergelijke informatie krijgen van de onderliggende leverancier.
Voorts moet de gelijkgestelde leverancier bepalen wat zijn btw-verplichtingen zijn op het moment dat de afnemer afrekent.
Bijgevolg is de gelijkgestelde leverancier vaak afhankelijk van de nauwkeurigheid van de informatie die de leveranciers voorafgaand aan of uiterlijk op het moment van afrekenen verstrekken, om te zorgen voor de juiste btw-behandeling (verplichtingen inzake de voldoening van de btw en de aangifte) van de levering.
Teneinde geen onevenredige lasten te veroorzaken voor marktplaatsen, wordt meer rechtszekerheid geboden en is de aansprakelijkheid van de gelijkgestelde leverancier voor de betaling van de btw beperkt in vooraf omschreven gevallen.
Op grond van artikel 5quater van de uitvoeringsverordening EU/282/2011 is de belastingplichtige die de elektronische interface uitbaat en die wordt geacht de goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd, niet gehouden meer btw te betalen dan de btw die hij heeft aangegeven en betaald op deze leveringen, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
- de belastingplichtige is afhankelijk van informatie verstrekt door leveranciers die goederen verkopen via een elektronische interface of door andere derden om de over die leveringen verschuldigde btw correct te kunnen aangeven en betalen, en
- de in het eerste streepje bedoelde informatie is onjuist, en
- de belastingplichtige kan aantonen dat hij niet wist en redelijkerwijs niet kon weten dat deze informatie onjuist was.
Wanneer aan de bovenstaande voorwaarden voor de beperking van de aansprakelijkheid is voldaan, is de elektronische interface niet verantwoordelijk voor het btw-verschil in verband met de betrokken leveringen en potentiële boeten en interesten voor te late betaling bij een herbeoordeling van de verschuldigde btw.
De bewijslast ligt dus bij de gelijkgestelde leverancier (elektronische interface). Hij moet bewijzen dat aan alle noodzakelijke voorwaarden is voldaan om een beroep te doen op de bepaling inzake beperkte aansprakelijkheid.
Omdat elk geval anders kan zijn, is het onmogelijk om duidelijke richtsnoeren te geven over wanneer voor elk scenario aan de voorwaarden zou zijn voldaan. Dit moet van geval tot geval worden beoordeeld en aangetoond. Een elektronische interface moet evenwel rekening houden met de volgende overwegingen:
- in de eerste plaats moet de gelijkgestelde leverancier in commercieel opzicht redelijke en zorgvuldige inspanningen leveren om bij de onderliggende leverancier alle informatie te verzamelen die hij nodig heeft om aan zijn btw-verplichtingen te kunnen voldoen. Dit moet worden uitgewerkt in het kader van de commerciële relatie tussen de leverancier en de elektronische interface die optreedt als gelijkgestelde leverancier, met inbegrip van de vereiste mate van gedetailleerdheid. Dit kan derhalve verschillen afhankelijk van de elektronische interface (zijn omvang, zijn mate van automatisering enz.).
De informatie die de elektronische interface mogelijk bij de onderliggende leverancier moet verzamelen en waarop hij zich vervolgens moet baseren voor de aangifte en inning van de btw, omvat onder meer:
* de vestigingsplaats van de onderliggende leverancier
* een omschrijving van de goederen
* de maatstaf van heffing voor btw-doeleinden (op basis van de prijs bij afrekenen)
* de plaats van vertrek van de verzending (op basis van de beschikbare informatie tot aan het moment van afrekenen)
* informatie over retourzendingen van goederen en annuleringen van verkopen.
De elektronische interface moet derhalve binnen de commerciële relatie met de onderliggende leverancier nadrukkelijk wijzen op het belang van het verstrekken van alle relevante informatie en de onderliggende leverancier daarvan bewust maken. Indien de onderliggende leverancier aanhoudend verzuimt de noodzakelijke informatie te verstrekken, moet de gelijkgestelde leverancier (elektronische interface) passende maatregelen nemen.
- In de tweede plaats moet de elektronische interface te goeder trouw handelen en de nodige zorgvuldigheid van een goed koopman aan de dag leggen. Of dit ook echt het geval is, moet niet alleen worden beoordeeld op basis van de specifieke omstandigheden van de levering, maar ook met inachtneming van de interne organisatie van de elektronische interface en de informatie die binnen de systemen/omgeving van de elektronische interface beschikbaar kan zijn. De wijze waarop de zorgvuldigheid van een goed koopman wordt betracht, kan verschillen afhankelijk van de omvang van het bedrijf, het bedrijfsmodel, de omvang van de transacties waarvoor de elektronische interface een gelijkgestelde leverancier is, het aantal onderliggende leveranciers enz. Terwijl sommige elektronische interfaces bijvoorbeeld een volledig geautomatiseerde oplossing kunnen invoeren om de door onderliggende leveranciers verstrekte informatie te verifiëren en mogelijke fouten op te sporen, beschikken andere niet over voldoende middelen om een dergelijke grootschalige oplossing te ontwikkelen en voeren zij daarom alleen steekproefsgewijze verificaties van gegevens uit.
In de bepaling inzake beperkte aansprakelijkheid wordt rekening gehouden met de verschillen tussen elektronische interfaces en aanvaard dat het begrip 'zorgvuldigheid van een goed koopman' zich bij verschillende interfaces in verschillende procedures vertaalt. De bepaling inzake de gelijkgestelde leverancier mag elektronische interfaces niet onevenredig zwaar belasten. Ook wordt er niet mee gestreefd naar een algemene norm voor controles die voor elke levering moeten worden uitgevoerd, wat een zwaardere belasting kan vormen voor kleinere platforms ten opzichte van grotere platforms en er uiteindelijk toe zou kunnen leiden dat bepaalde grotere platforms een nog groter marktaandeel in handen krijgen. Het is echter onvermijdelijk dat de interne bedrijfscontroles van elektronische interfaces erdoor zullen worden beïnvloed en mogelijk moeten worden aangepast om ervoor te zorgen dat een elektronische interface de zorgvuldigheid van een goed koopman kan betrachten.
In de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie zijn enkele theoretische richtsnoeren te vinden, met name met betrekking tot de mate van verantwoordelijkheid van de belastingplichtige. In die gevallen benadrukte het Hof dat een handelaar te goeder trouw moet handelen en alles in het werk moet stellen wat redelijkerwijs van hem kan worden verwacht om ervoor te zorgen dat de handeling die hij verricht geen belastingontduiking tot gevolg heeft. Derhalve is de verantwoordelijkheid van de belastingplichtige beperkt tot de normale zorgvuldigheid van een handelaar (of de zorgvuldigheid van een goed koopman) bij de uitoefening van zijn bedrijfsactiviteit.
In de praktijk kan in de volgende voorbeelden (niet-uitputtende lijst) worden aangetoond dat de elektronische interface de zorgvuldigheid van een goed koopman betracht:
* de elektronische interface heeft aan de onderliggende leveranciers meegedeeld (bv. bij hun besluit of een handelaar gebruik mag maken van de elektronische interface, in de algemene voorwaarden enz.) welke noodzakelijke informatie zij moeten verstrekken en duidelijk gemaakt dat deze informatie van essentieel belang is om de btw correct aan te geven en te innen
* de elektronische interface verzoekt de onderliggende leveranciers deze informatie naar behoren aan de elektronische interface te verstrekken (bv. verlangt dat zij een beschrijving van de goederen uploaden, verstrekt duidelijke richtsnoeren over de wijze waarop de door hen aangeboden producten op de elektronische interface moeten worden ingedeeld, verzoekt hun de plaats van verzending van de goederen mee te delen enz.). In het kader van de inspanningen om juiste informatie te verzamelen en fouten te voorkomen, kan de elektronische interface de onderliggende leveranciers extra hulp bieden, bijvoorbeeld wanneer het de leveranciers niet goed lukt om de producten in te delen (bv. via FAQ’s of via eventuele ondersteuningsteams)
* de elektronische interface heeft redelijke verificatieprocedures opgezet wat betreft de informatie van onderliggende leveranciers voor bepaalde productcategorieën (bv. productcategorieën waar verschillende btw-tarieven kunnen gelden op basis van specifieke productkenmerken). Deze kunnen gebaseerd zijn op visuele verificatie (waarbij de afbeelding van het product wordt vergeleken met de beschrijving) en op technieken voor machinaal leren (waarbij de voor de aangeboden producten gebruikte zoektermen worden gecombineerd met de hoofdkenmerken van het product in verband met het belastingtarief). De manier waarop deze controles worden verricht, hangt vooral af van de bedrijfsomvang, de omvang van de transacties, het bedrijfsmodel enz. van elke elektronische interface en moet passend en evenredig zijn
* indien de elektronische interface, naast de rechtstreeks door de onderliggende leverancier verstrekte gegevens, andere onmiddellijk beschikbare gegevens over de goederen van interne of externe bronnen heeft die kunnen helpen om de onjuiste informatie te corrigeren, dan moet de elektronische interface die gegevens gebruiken in het kader van zijn verplichtingen om zorgvuldigheid als een goed koopman te betrachten.
4.9.3.10. Hoofdelijke aansprakelijkheid van de onderliggende leverancier
Het vermoeden van artikel 13bis, van het Btw-Wetboek inzake de gelijkgestelde leverancier heeft tot gevolg dat de elektronische interface die de levering faciliteert, wordt behandeld als de feitelijke leverancier van goederen ten opzichte van de afnemer (voor btw-doeleinden). De elektronische interface neemt de btw-rechten en -verplichtingen van de onderliggende leverancier over voor de levering aan die afnemer. Bijgevolg is de gelijkgestelde leverancier (en niet de onderliggende leverancier) gehouden tot betaling van de over die levering verschuldigde btw.
4.9.3.11. Betrokkenheid van meerdere elektronische interfaces
In de praktijk kan het voorkomen dat goederen via een elektronische interface worden gekocht en dat deze laatste (of de belastingplichtige die de interface beheert) op zijn beurt beroep doet op een andere elektronische interface om de betrokken goederen aan te schaffen, enzoverder. In deze situatie is het dus de vraag welke elektronische interface als gelijkgestelde leverancier zal worden aangemerkt.
Artikel 5ter van de btw-uitvoeringsverordening voorziet in een verdere verduidelijking van het begrip gelijkgestelde leverancier: 'om een afnemer en een leverancier die goederen te koop aanbiedt via de elektronische interface met elkaar in contact te brengen, resulterend in een goederenlevering via die elektronische interface'.
Dit heeft betrekking op situaties waarin de feitelijke bestelling en/of afrekening wordt beheerd/uitgevoerd via de elektronische interface.
Dit impliceert dat er slechts één elektronische interface als gelijkgestelde leverancier kan worden aangemerkt, met name de elektronische interface waar de bestelling is opgenomen en via welke de handeling met de afnemer wordt afgerond.
Iedere andere tussenpersoon in de toeleveringsketen verricht doorgaans een B2B-levering, hetzij aan de onderliggende leverancier, hetzij aan de elektronische interface die de gelijkgestelde leverancier is, ofwel aan eventuele andere elektronische interfaces.
Voorbeeld 1:
Een afnemer bestelt goederen die door een onderliggende leverancier via elektronische interface 1 te koop worden aangeboden. De onderliggende leverancier heeft geen voorraad van de goederen die hij te koop aanbiedt, maar koopt deze via elektronische interface 2 (een doorverkoopplatform). De onderliggende leverancier geeft elektronische interface 2 (doorverkoopplatform) opdracht de goederen rechtstreeks naar de afnemer te verzenden.
Om vast te stellen welke elektronische interface in dit geval de gelijkgestelde leverancier is, moet worden nagegaan via welke elektronische interface de koop feitelijk wordt gesloten met de afnemer, dus via welke elektronische interface de afnemer de bestelling plaatst en/of de betaling verricht. Indien de bestelling en/of afrekening plaatsvindt via elektronische interface 1, verleent het doorverkoopplatform (elektronische interface 2) een dienst aan de onderliggende leverancier.
Voorbeeld 2:
Een afnemer is van plan goederen te bestellen die te koop worden aangeboden op een elektronische interface (EI 1). Wanneer hij tot bestelling overgaat, wordt hij doorgeleid naar een andere elektronische interface (EI 2) waar goederen te koop worden aangeboden door een onderliggende leverancier. De koop wordt uiteindelijk gesloten via elektronische interface 2 (EI 2).
Hoewel het eerste contact werd gelegd via elektronische interface 1, wordt de koop gesloten met elektronische interface 2. Derhalve is deze laatste de gelijkgestelde leverancier.
4.9.4. Bijzondere regeling van toepassing op afstandsverkopen van goederen ingevoerd uit derdelandsgebieden of derde landen (invoerregeling/enig loket voor de invoeren of IOSS)
Een optionele bijzondere regeling wordt vanaf 01.07.2021 ingevoerd (invoerregeling/enig loket voor de invoeren of IOSS) (artikel 58quinquies, nieuw, van het Btw-Wetboek).
Die regeling laat de leverancier die afstandsverkopen verricht van goederen ingevoerd uit derdelandsgebieden/derde landen, begrepen in zendingen met een intrinsieke waarde van maximaal 150 euro, toe om de in de Europese Unie verschuldigde btw aan te geven en te voldoen via een in één enkele lidstaat gecentraliseerde I-OSS-aangifte. De in artikel 1, § 6, 4°, van het Btw-Wetboek (artikel 2, 3, van de richtlijn 2006/112/EG) bedoelde accijnsproducten zijn uitgesloten van de regeling.
Er wordt verwezen naar punt 7.1., voor een gedetailleerde toelichting van die nieuwe regeling.
4.9.5. Bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer
Voor de aangifte en betaling van de btw die verschuldigd is naar aanleiding van een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, bestaat er naast de invoerregeling van het OSS-systeem voorzien in artikel 58quinquies van het Btw-Wetboek nog een tweede vereenvoudigingsregeling, met name de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer voorzien in artikel 58sexies van het Btw-Wetboek.
Laatstgenoemde bepaling voert een vereenvoudigingsregeling in voor de aangifte en de betaling van de btw die verschuldigd is bij de invoer in België van andere goederen dan accijnsproducten, in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro, wanneer België de lidstaat van bestemming is en er geen gebruik wordt gemaakt van de invoerregeling van het OSS-systeem.
Deze regeling vormt een alternatieve vereenvoudigingsregeling voor de afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen bedoeld in artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek, waarvoor de leverancier had kunnen kiezen om de daaraan verbonden btw-verplichtingen af te handelen via de invoerregeling van het OSS-systeem. De bijzondere regeling is naast de voorwaarden voor de toepassing van de invoerregeling van het OSS-systeem nog aan een aantal bijkomende toepassingsvoorwaarden onderworpen.
In tegenstelling tot de invoerregeling van het OSS-systeem, wordt onder de bijzondere regeling de invoer van de goederen belast en is de afstandsverkoop niet aan de belasting onderworpen in de gemeenschap.
Voor een uitgebreide toelichting van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer, wordt verwezen naar punt 7.2., hierna.
4.10. Analyse van de verschillende scenario's
De invoering van het nieuwe concept afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, zoals gedefinieerd in artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek, brengt wijzigingen met zich mee met betrekking tot:
- de plaats waar dergelijke leveringen plaatsvinden. In sommige gevallen blijven de huidige regels voorzien in artikel 14, § 2, van het Btw-Wetboek van toepassing, in andere gevallen zullen de nieuwe plaatsbepalingsregels voorzien in artikel 15, § 1, eerste lid, 2° en 3°, van het Btw-Wetboek gelden (zie punt 4.4., hiervoor)
- het tijdstip waarop het belastbare feit van dergelijke leveringen plaatsvindt en de belasting op die leveringen opeisbaar wordt. De huidige regels voorzien in de artikelen 16 en 17, §§ 1 en 3, van het Btw-Wetboek blijven van toepassing, tenzij:
* een belastingplichtige via het gebruik van een elektronische interface de afstandsverkoop van goederen in een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro faciliteert, waardoor die belastingplichtige geacht wordt die goederen te hebben ontvangen en geleverd overeenkomstig artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek.
In dergelijk geval vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard, overeenkomstig artikel 17, § 5, van het Btw-Wetboek. Dat geldt zowel voor de levering aan die belastingplichtige als voor de levering verricht door die belastingplichtige.
* de afstandsverkoop plaatsvindt onder de invoerregeling van het OSS-systeem voorzien in artikel 58quinquies van het Btw-Wetboek.
In dergelijk geval vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard, overeenkomstig artikel 17, § 6, van het Btw-Wetboek (zie punt 4.5., hiervoor).
- de persoon die als geadresseerde bij invoer kan optreden. De huidige regels voorzien in artikel 6, § 2, eerste en tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, volgens dewelke de afnemer, de leverancier of een vorige leverancier als geadresseerde kunnen optreden, blijven van toepassing. Er wordt evenwel een derde lid ingevoegd dat voor drie welomschreven situaties de geadresseerde (leverancier of afnemer) bepaalt, zonder dat daarvan kan worden afgeweken (zie punt 4.7., hiervoor).
Een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen geeft aanleiding tot twee afzonderlijke belastbare handelingen inzake btw:
- een levering van goederen tussen de leverancier (of de gelijkgestelde leverancier bedoeld in artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek (6)) en de afnemer in de gemeenschap. Deze levering kan in of buiten de gemeenschap plaatsvinden
- een invoer van goederen in de gemeenschap, die naargelang het geval al dan niet is vrijgesteld van de btw.
(6) In dergelijk geval vindt er nog een derde belastbare handeling plaats tussen de onderliggende leverancier en de gelijkgestelde leverancier. Overeenkomstig artikel 14, § 6, van het Btw-Wetboek betreft het een levering van goederen zonder vervoer, die op grond van artikel 14, § 1, van het Btw-Wetboek steeds buiten de gemeenschap plaatsvindt.
Minstens één van die twee handelingen is in de gemeenschap vanaf de eerste euro aan de btw onderworpen, in overeenstemming met het bestemmingsbeginsel.
Het algemeen principe is immers dat de btw wordt betaald in de lidstaat van bestemming van de goederen:
- indien de goederen de gemeenschap binnenkomen via de lidstaat van bestemming, moet er btw worden betaald in de lidstaat van binnenkomst. Dit is tevens de lidstaat van aankomst van de verzending of van het vervoer naar de afnemer.
- indien de goederen de gemeenschap binnenkomen via een andere lidstaat dan de lidstaat van bestemming, moet er btw worden betaald in de lidstaat van aankomst van de verzending of van het vervoer naar de afnemer.
Onder de punten 4.10.2. en 4.10.3., hierna, worden de mogelijke toepassingsgevallen uitgebreid toegelicht. Vooreerst worden twee van de in die toepassingsgevallen gebruikte termen nader afgebakend.
Onder 'goederen' worden geen accijnsproducten in de zin van artikel 1, § 6, 4°, van het Btw-Wetboek, geen nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Btw-Wetboek en geen goederen geleverd na montage of installatie door of voor rekening van de leverancier bedoeld.
Onder 'afnemer' verstaan we een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon (een particulier) evenals een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen uit hoofde van artikel 25ter, § 1, tweede lid, 1° en 2°, van het Btw-Wetboek (artikel 3, lid 1, van de richtlijn 2006/112/EG) niet aan de btw zijn onderworpen.
4.10.2. De lidstaat van binnenkomst van de goederen in de gemeenschap stemt overeen met de lidstaat van bestemming
4.10.2.1. De leverancier maakt gebruik van de invoerregeling van het OSS-systeem
Een afnemer koopt goederen aan die zich buiten de gemeenschap bevinden. De goederen worden door of voor rekening van de leverancier verzonden of vervoerd vanuit een derde land of een derdelandsgebied naar de afnemer in België, in een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro. De goederen worden via België in de gemeenschap binnengebracht en worden in België in het vrije verkeer gebracht. De leverancier maakt gebruik van de invoerregeling van het OSS-systeem.
De levering van goederen door de leverancier aan de afnemer wordt aangemerkt als een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, overeenkomstig artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek. Die afstandsverkoop vindt op grond van artikel 15, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek plaats in België en is er op grond van artikel 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek aan de btw onderworpen. De belasting is verschuldigd door de leverancier, overeenkomstig artikel 51, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek.
Het belastbare feit vindt plaats en de belasting wordt opeisbaar op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard, overeenkomstig artikel 17, § 6, van het Btw-Wetboek (7).
(7) Overeenkomstig artikel 61 ter van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011 komt het tijdstip waarop de betaling is aanvaard overeen met het tijdstip waarop de betalingsbevestiging, -goedkeuring of -toezegging van de afnemer wordt ontvangen door of namens de belastingplichtige die gebruikmaakt van de invoerregeling, ongeacht wanneer de werkelijke betaling wordt uitgevoerd, maar afhankelijk van wat het eerst gebeurt.
In de praktijk zal de leverancier bij de bestelling van de goederen een prijs inclusief de in België verschuldigde btw aan de afnemer aanrekenen. De leverancier of de voor zijn rekening handelende tussenpersoon neemt vervolgens de levering van goederen op in zijn IOSS-aangifte die hij in zijn lidstaat van identificatie moet indienen vóór het einde van de maand volgend op de maand waarin de betaling is aanvaard. Binnen dezelfde termijn als die waarbinnen de IOSS-aangifte moet worden ingediend, voldoet de leverancier of de voor zijn rekening handelende tussenpersoon de verschuldigde btw onder verwijzing naar de betreffende aangifte.
De invoer van de goederen vindt plaats in België, overeenkomstig artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek. Derhalve is de invoer op grond van artikel 3, van het Btw-Wetboek in België aan de btw onderworpen. De afnemer of de leverancier treedt op als geadresseerde, zoals voorzien in artikel 6, § 2, eerste en tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. In zijn hoedanigheid van geadresseerde, is de afnemer of de leverancier de schuldenaar van de op de invoer verschuldigde btw, overeenkomstig artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd.
Vermits de leverancier gebruik maakt van de invoerregeling van het OSS-systeem voorzien in artikel 58quinquies van het Btw-Wetboek, is de invoer evenwel vrijgesteld van de btw op grond van artikel 40, § 1, 1°bis, van het Btw-Wetboek, voor zover het individuele btw-identificatienummer voor de toepassing van de invoerregeling van het OSS-systeem, van de leverancier of van de voor zijn rekening handelende tussenpersoon, op de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen van de goederen wordt vermeld.
Het belastbare feit vindt plaats en de belasting wordt opeisbaar volgens de regels voorzien in artikel 24 van het Btw-Wetboek.
Indien het om een niet in België gevestigde leverancier gaat, moet die zich overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek niet via de normale regeling voor btw-doeleinden identificeren in België, wanneer hij in België uitsluitend handelingen verricht waarvoor hij gebruikmaakt van de invoerregeling van het OSS-systeem.
4.10.2.2. De gelijkgestelde leverancier maakt gebruik van de invoerregeling van het OSS-systeem
Een afnemer koopt via een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, goederen aan die zich buiten de gemeenschap bevinden. De belastingplichtige uitbater van de elektronische interface faciliteert de levering van goederen zoals bedoeld in artikel 5ter van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011. De goederen worden door of voor rekening van de leverancier verzonden of vervoerd vanuit een derde land of een derdelandsgebied naar de afnemer in België, in een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro. De goederen worden via België in de gemeenschap binnengebracht en worden in België in het vrije verkeer gebracht. De belastingplichtige uitbater van de elektronische interface (gelijkgestelde leverancier) maakt gebruik van de invoerregeling van het OSS-systeem.
De levering van goederen wordt aangemerkt als een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, overeenkomstig artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek. Vermits die afstandsverkoop van goederen in een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro wordt gefaciliteerd door een belastingplichtige via het gebruik van een elektronische interface, wordt die belastingplichtige geacht de goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd, overeenkomstig artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek (gelijkgestelde leverancier).
Krachtens artikel 14, § 6, van het Btw-Wetboek wordt de verzending of het vervoer van de goederen uitsluitend toegerekend aan de levering van goederen door de gelijkgestelde leverancier aan de afnemer.
De levering van goederen door de onderliggende leverancier aan de gelijkgestelde leverancier is een levering zonder vervoer die op grond van artikel 14, § 1, van het Btw-Wetboek buiten de gemeenschap plaatsvindt, meer bepaald daar waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van de levering. Derhalve is die levering van goederen niet aan de btw onderworpen in de gemeenschap.
De levering van goederen door de gelijkgestelde leverancier aan de afnemer is een levering met vervoer die wordt aangemerkt als een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, overeenkomstig artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek. Die afstandsverkoop vindt op grond van artikel 15, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek plaats in België en is er op grond van artikel 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek aan de btw onderworpen. De belasting is verschuldigd door de leverancier, overeenkomstig artikel 51, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek.
Voor beide leveringen vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard, overeenkomstig artikel 17, § 5, van het Btw-Wetboek (8).
(8) Overeenkomstig artikel 41 bis van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011 komt het tijdstip waarop de betaling is aanvaard overeen met het tijdstip waarop de betalingsbevestiging, het bericht van goedkeuring van betaling of de betalingstoezegging van de afnemer wordt ontvangen door of namens de leverancier die goederen verkoopt via de elektronische interface, ongeacht wanneer de werkelijke betaling wordt uitgevoerd, afhankelijk van wat het eerst gebeurt.
In de praktijk zal de gelijkgestelde leverancier bij de bestelling van de goederen een prijs inclusief de in België verschuldigde btw aan de afnemer aanrekenen. De gelijkgestelde leverancier of de voor zijn rekening handelende tussenpersoon neemt vervolgens de levering van goederen aan de afnemer op in zijn IOSS-aangifte die hij in zijn lidstaat van identificatie moet indienen vóór het einde van de maand volgend op de maand waarin de betaling is aanvaard. Binnen dezelfde termijn als die waarbinnen de IOSS-aangifte moet worden ingediend, voldoet de gelijkgestelde leverancier of de voor zijn rekening handelende tussenpersoon de verschuldigde btw onder verwijzing naar de betreffende aangifte.
De invoer van de goederen vindt plaats in België, overeenkomstig artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek. Derhalve is de invoer op grond van artikel 3, van het Btw-Wetboek in België aan de btw onderworpen. De afnemer of de gelijkgestelde leverancier treedt op als geadresseerde, zoals voorzien in artikel 6, § 2, eerste en tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. In zijn hoedanigheid van geadresseerde, is de afnemer of de gelijkgestelde leverancier de schuldenaar van de op de invoer verschuldigde btw, overeenkomstig artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd.
Vermits de gelijkgestelde leverancier gebruik maakt van de invoerregeling van het OSS-systeem voorzien in artikel 58quinquies van het Btw-Wetboek, is de invoer evenwel vrijgesteld van de btw op grond van artikel 40, § 1, 1°bis, van het Btw-Wetboek, voor zover het individuele btw-identificatienummer voor de toepassing van de invoerregeling van het OSS-systeem, van de gelijkgestelde leverancier of van de voor zijn rekening handelende tussenpersoon, op de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen van de goederen wordt vermeld.
Het belastbare feit vindt plaats en de belasting wordt opeisbaar volgens de regels voorzien in artikel 24 van het Btw-Wetboek.
Indien het om een niet in België gevestigde gelijkgestelde leverancier gaat, moet die zich overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek niet via de normale regeling voor btw-doeleinden identificeren in België, wanneer hij in België uitsluitend handelingen verricht waarvoor hij gebruikmaakt van de invoerregeling van het OSS-systeem.
4.10.2.3. De leverancier treedt op als geadresseerde zonder toepassing van de invoerregeling van het OSS-systeem
Een afnemer koopt goederen aan die zich buiten de gemeenschap bevinden. De goederen worden door of voor rekening van de leverancier verzonden of vervoerd vanuit een derde land of een derdelandsgebied naar de afnemer in België. De intrinsieke waarde van de zending waarvan de goederen deel uitmaken, is van geen belang. De goederen worden via België in de gemeenschap binnengebracht en worden in België in het vrije verkeer gebracht. De leverancier treedt op als geadresseerde en maakt geen gebruik van de invoerregeling van het OSS-systeem.
De levering van goederen door de leverancier aan de afnemer wordt aangemerkt als een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, overeenkomstig artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek. Die afstandsverkoop vindt op grond van artikel 14, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek plaats in België en is er op grond van artikel 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek aan de btw onderworpen. De belasting is verschuldigd door de leverancier, overeenkomstig artikel 51, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek.
Het belastbare feit vindt plaats en de belasting wordt opeisbaar overeenkomstig de regels voorzien in de artikelen 16, § 1, eerste en derde lid, en 17, §§ 1 of 3, van het Btw-Wetboek. De leverancier neemt de levering van goederen op in zijn periodieke btw-aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de btw opeisbaar is geworden.
De invoer van de goederen vindt plaats in België, overeenkomstig artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek. Derhalve is de invoer op grond van artikel 3, van het Btw-Wetboek in België aan de btw onderworpen. De leverancier treedt op als geadresseerde, zoals voorzien in artikel 6, § 2, tweede lid of derde lid, 3°, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd (9). In zijn hoedanigheid van geadresseerde, is de leverancier de schuldenaar van de op de invoer verschuldigde btw, overeenkomstig artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd.
(9) Ingeval van een zending met een intrinsieke waarde van meer dan 150 euro, heeft de leverancier de mogelijkheid om als geadresseerde op te treden overeenkomstig artikel 6, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. Ingeval van een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro, is de leverancier verplicht om als geadresseerde op te treden overeenkomstig artikel 6, § 2, derde lid, 3°, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd.
De leverancier betaalt de bij invoer verschuldigde btw overeenkomstig de regels voorzien in artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. Meer bepaald, door betaling van het bedrag van de verschuldigde btw aan de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen of door opname van dat bedrag als verschuldigde belasting in de periodieke btw-aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de btw opeisbaar is geworden (10).
(10) De mogelijkheid tot verlegging van heffing van de btw naar de periodieke btw-aangifte is onderworpen aan het bezit van de vergunning bedoeld in artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. Voor een uitgebreide toelichting daaromtrent wordt verwezen naar circulaire AAFisc nr. 25/2013 (nr. E.T.123.777) van 27.06.2013.
Het belastbare feit vindt plaats en de belasting wordt opeisbaar volgens de regels voorzien in artikel 24 van het Btw-Wetboek. De leverancier neemt de invoer op in zijn periodieke btw-aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de btw opeisbaar is geworden. In diezelfde periodieke btw-aangifte kan hij zijn recht op aftrek uitoefenen volgens de gewone regels ter zake.
Indien het om een niet in België gevestigde leverancier gaat, moet die zich overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek via de normale regeling voor btw-doeleinden identificeren in België en zal hem een btw-identificatienummer worden toegekend dat de letters BE bevat.
4.10.2.4. De gelijkgestelde leverancier treedt op als geadresseerde zonder toepassing van de invoerregeling van het OSS-systeem
Een afnemer koopt via een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, goederen aan die zich buiten de gemeenschap bevinden. De belastingplichtige uitbater van de elektronische interface faciliteert de levering van goederen zoals bedoeld in artikel 5ter van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011. De goederen worden door of voor rekening van de leverancier verzonden of vervoerd vanuit een derde land of een derdelandsgebied naar de afnemer in België, in een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro. De goederen worden via België in de gemeenschap binnengebracht en worden in België in het vrije verkeer gebracht. De belastingplichtige uitbater van de elektronische interface (gelijkgestelde leverancier) treedt op als geadresseerde en maakt geen gebruik van de invoerregeling van het OSS-systeem.
De levering van goederen wordt aangemerkt als een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, overeenkomstig artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek. Vermits die afstandsverkoop van goederen in een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro wordt gefaciliteerd door een belastingplichtige via het gebruik van een elektronische interface, wordt die belastingplichtige geacht de goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd, overeenkomstig artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek (gelijkgestelde leverancier).
Krachtens artikel 14, § 6, van het Btw-Wetboek wordt de verzending of het vervoer van de goederen uitsluitend toegerekend aan de levering van goederen door de gelijkgestelde leverancier aan de afnemer.
De levering van goederen door de onderliggende leverancier aan de gelijkgestelde leverancier is een levering zonder vervoer die op grond van artikel 14, § 1, van het Btw-Wetboek buiten de gemeenschap plaatsvindt, meer bepaald daar waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van de levering. Derhalve is die levering van goederen niet aan de btw onderworpen in de gemeenschap.
De levering van goederen door de gelijkgestelde leverancier aan de afnemer is een levering met vervoer die wordt aangemerkt als een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, overeenkomstig artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek. Die afstandsverkoop vindt op grond van artikel 14, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek plaats in België en is er op grond van artikel 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek aan de btw onderworpen. De belasting is verschuldigd door de leverancier, overeenkomstig artikel 51, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek.
Voor beide leveringen vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard, overeenkomstig artikel 17, § 5, van het Btw-Wetboek (11). In de praktijk zal de gelijkgestelde leverancier bij de bestelling van de goederen een prijs inclusief de in België verschuldigde btw aan de afnemer aanrekenen. De gelijkgestelde leverancier neemt de levering van goederen aan de afnemer op in zijn periodieke btw-aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de btw opeisbaar is geworden.
(11) Overeenkomstig artikel 41bis van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011 komt het tijdstip waarop de betaling is aanvaard overeen met het tijdstip waarop de betalingsbevestiging, het bericht van goedkeuring van betaling of de betalingstoezegging van de afnemer wordt ontvangen door of namens de leverancier die goederen verkoopt via de elektronische interface, ongeacht wanneer de werkelijke betaling wordt uitgevoerd, afhankelijk van wat het eerst gebeurt.
De invoer van de goederen vindt plaats in België, overeenkomstig artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek. Derhalve is de invoer op grond van artikel 3 van het Btw-Wetboek in België aan de btw onderworpen. De gelijkgestelde leverancier treedt verplicht op als geadresseerde, zoals voorzien in artikel 6, § 2, derde lid, 3°, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. In zijn hoedanigheid van geadresseerde, is de gelijkgestelde leverancier de schuldenaar van de op de invoer verschuldigde btw, overeenkomstig artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd.
De gelijkgestelde leverancier betaalt de bij invoer verschuldigde btw overeenkomstig de regels voorzien in artikel 7, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. Meer bepaald, door betaling van het bedrag van de verschuldigde btw aan de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen of door opname van dat bedrag als verschuldigde belasting in de periodieke btw-aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de btw opeisbaar is geworden (12).
(12) De mogelijkheid tot verlegging van heffing van de btw naar de periodieke btw-aangifte is onderworpen aan het bezit van de vergunning bedoeld in artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. Voor een uitgebreide toelichting daaromtrent wordt verwezen naar circulaire AAFisc nr. 25/2013 (nr. E.T.123.777) van 27.06.2013.
Het belastbare feit vindt plaats en de belasting wordt opeisbaar volgens de regels voorzien in artikel 24, van het Btw-Wetboek. De gelijkgestelde leverancier neemt de invoer op in zijn periodieke btw-aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de btw opeisbaar is geworden. In diezelfde periodieke btw-aangifte kan hij zijn recht op aftrek uitoefenen volgens de gewone regels ter zake.
Indien het om een niet in België gevestigde gelijkgestelde leverancier gaat, moet die zich overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek via de normale regeling voor btw-doeleinden identificeren in België en zal hem een btw-identificatienummer worden toegekend dat de letters BE bevat.
Opmerking:
Indien het een zending met een intrinsieke waarde van meer dan 150 euro zou betreffen, is artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek niet van toepassing. De belastingplichtige uitbater van de elektronische interface wordt dan niet als een gelijkgestelde leverancier aangemerkt. In dergelijk geval zijn de regels besproken onder punt 4.10.2.3., hiervoor, of punt 4.10.2.5., hierna, van toepassing. De belastingplichtige uitbater van de elektronische interface verricht dan een dienst.
4.10.2.5. De afnemer treedt op als geadresseerde zonder toepassing van de invoerregeling van het OSS-systeem en van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer
Een afnemer koopt goederen aan die zich buiten de gemeenschap bevinden. De goederen worden door of voor rekening van de leverancier verzonden of vervoerd vanuit een derde land of een derdelandsgebied naar de afnemer in België, in een zending met een intrinsieke waarde van meer dan 150 euro (8). De goederen worden via België in de gemeenschap binnengebracht en worden in België in het vrije verkeer gebracht. De afnemer treedt op als geadresseerde. De leverancier maakt geen gebruik van de invoerregeling van het OSS-systeem en de persoon die de goederen voor rekening van de afnemer bij de douane aanbrengt, maakt geen gebruik van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer.
(13) Ingeval van een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro, is de leverancier of de gelijkgestelde leverancier verplicht om als geadresseerde op te treden overeenkomstig artikel 6, § 2, derde lid, 3°, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. Zie punten 4.10.2.3. en 4.10.2.4., hiervoor.
De levering van goederen door de leverancier aan de afnemer wordt aangemerkt als een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, overeenkomstig artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek. Die afstandsverkoop vindt op grond van artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek plaats buiten de gemeenschap, meer bepaald daar waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van vertrek van de verzending of het vervoer naar de afnemer. De levering van goederen is bijgevolg niet aan de btw onderworpen in de gemeenschap.
De invoer van de goederen vindt plaats in België, overeenkomstig artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek. Derhalve is de invoer op grond van artikel 3 van het Btw-Wetboek in België aan de btw onderworpen. De afnemer treedt op als geadresseerde, zoals voorzien in artikel 6, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. In zijn hoedanigheid van geadresseerde, is de afnemer de schuldenaar van de op de invoer verschuldigde btw, overeenkomstig artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd.
Het verschuldigde btw-bedrag wordt door of voor rekening van de afnemer aan de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen betaald, overeenkomstig artikel 7, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd.
Het belastbare feit vindt plaats en de belasting wordt opeisbaar volgens de regels voorzien in artikel 24, van het Btw-Wetboek.
Indien het om een niet in België gevestigde leverancier gaat, moet die zich niet voor btw-doeleinden identificeren in België. Hij verricht er immers geen handelingen die aan de btw zijn onderworpen.
Opmerkingen:
1. Indien de afnemer de goederen aankoopt via een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, wordt de belastingplichtige uitbater van de elektronische interface niet geacht de goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd zoals bedoeld in artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek (geen gelijkgestelde leverancier), vermits het een zending met een intrinsieke waarde van meer dan 150 euro betreft. In het geval dat de afnemer als geadresseerde optreedt, zijn de hiervoor besproken regels van toepassing. De belastingplichtige uitbater van de elektronische interface verricht een dienst.
2. Indien de afnemer de goederen aankoopt via een elektronische interface, zoals een markplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, en de belastingplichtige uitbater van de elektronische interface op grond van artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek geacht wordt de goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd (gelijkgestelde leverancier), kan de afnemer nooit als geadresseerde in de zin van artikel 6, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, optreden (in de veronderstelling dat er geen gebruik wordt gemaakt van de invoerregeling van het OSS-systeem en van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer).
Het wettelijk vermoeden opgenomen in artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek is immers slechts van toepassing op afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro. Overeenkomstig artikel 6, § 2, derde lid, 3°, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, is de gelijkgestelde leverancier in dergelijk geval verplicht om als geadresseerde op te treden.
4.10.2.6. De afnemer treedt op als geadresseerde met toepassing van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer (aankoop rechtstreeks bij de leverancier)
Een afnemer koopt goederen aan die zich buiten de gemeenschap bevinden. De goederen worden door of voor rekening van de leverancier verzonden of vervoerd vanuit een derde land of een derdelandsgebied naar de afnemer in België, in een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro. De goederen worden via België in de gemeenschap binnengebracht en worden in België in het vrije verkeer gebracht. De afnemer treedt op als geadresseerde en de persoon die de goederen voor rekening van de afnemer bij de douane aanbrengt, maakt gebruik van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer.
De levering van goederen door de leverancier aan de afnemer wordt aangemerkt als een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, overeenkomstig artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek. Die afstandsverkoop vindt op grond van artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek plaats buiten de gemeenschap, meer bepaald daar waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van vertrek van de verzending of het vervoer naar de afnemer. De levering van goederen is bijgevolg niet aan de btw onderworpen in de gemeenschap.
De invoer van de goederen vindt plaats in België, overeenkomstig artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek. Derhalve is de invoer op grond van artikel 3 van het Btw-Wetboek in België aan de btw onderworpen. De afnemer treedt verplicht op als geadresseerde, zoals voorzien in artikel 6, § 2, derde lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. In zijn hoedanigheid van geadresseerde, is de afnemer de schuldenaar van de op de invoer verschuldigde btw, overeenkomstig artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd.
Het verschuldigde btw-bedrag wordt voor rekening van de afnemer aan de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen betaald, overeenkomstig artikel 7, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd.
Bij de invoer van de goederen in België, worden de goederen voor het verbruik aangegeven met uitstel van betaling van de btw, zoals voorzien in artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. De persoon die de goederen voor rekening van de afnemer bij de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen aanbrengt, is verantwoordelijk om het bedrag van de bij de invoer verschuldigde btw bij de afnemer van de goederen te innen, alvorens de goederen aan die laatste te bezorgen, en die belasting te voldoen op de wijze voorzien in artikel 58sexies, § 3, van het Btw-Wetboek (zie punt 7.2.5.4., hierna).
Het belastbare feit vindt plaats en de belasting wordt opeisbaar volgens de regels voorzien in artikel 24, van het Btw-Wetboek.
Indien het om een niet in België gevestigde leverancier gaat, moet die zich niet voor btw-doeleinden identificeren in België. Hij verricht er immers geen handelingen die aan de btw zijn onderworpen.
4.10.2.7. De afnemer treedt op als geadresseerde met toepassing van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer (aankoop via een faciliterende elektronische interface)
Een afnemer koopt via een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, goederen aan die zich buiten de gemeenschap bevinden. De belastingplichtige uitbater van de elektronische interface faciliteert de levering van goederen zoals bedoeld in artikel 5ter, van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011. De goederen worden door of voor rekening van de leverancier verzonden of vervoerd vanuit een derde land of een derdelandsgebied naar de afnemer in België, in een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro. De goederen worden via België in de gemeenschap binnengebracht en worden in België in het vrije verkeer gebracht. De afnemer treedt op als geadresseerde en de persoon die de goederen voor rekening van de afnemer bij de douane aanbrengt, maakt gebruik van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer.
De levering van goederen wordt aangemerkt als een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, overeenkomstig artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek. Vermits die afstandsverkoop van goederen in een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro wordt gefaciliteerd door een belastingplichtige via het gebruik van een elektronische interface, wordt die belastingplichtige geacht de goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd, overeenkomstig artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek (gelijkgestelde leverancier).
Krachtens artikel 14, § 6, van het Btw-Wetboek wordt de verzending of het vervoer van de goederen uitsluitend toegerekend aan de levering van goederen door de gelijkgestelde leverancier aan de afnemer.
De levering van goederen door de onderliggende leverancier aan de gelijkgestelde leverancier is een levering zonder vervoer die op grond van artikel 14, § 1, van het Btw-Wetboek buiten de gemeenschap plaatsvindt, meer bepaald daar waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van de levering. Derhalve is die levering van goederen niet aan de btw onderworpen in de gemeenschap.
De levering van goederen door de gelijkgestelde leverancier aan de afnemer is een levering met vervoer die wordt aangemerkt als een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, overeenkomstig artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek. Die afstandsverkoop vindt op grond van artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek plaats buiten de gemeenschap, meer bepaald daar waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van vertrek van de verzending of het vervoer naar de afnemer. Die levering van goederen is bijgevolg evenmin aan de btw onderworpen in de gemeenschap.
De invoer van de goederen vindt plaats in België, overeenkomstig artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek. Derhalve is de invoer op grond van artikel 3, van het Btw-Wetboek in België aan de btw onderworpen. De afnemer treedt verplicht op als geadresseerde, zoals voorzien in artikel 6, § 2, derde lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. In zijn hoedanigheid van geadresseerde, is de afnemer de schuldenaar van de op de invoer verschuldigde btw, overeenkomstig artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd.
Het verschuldigde btw-bedrag wordt voor rekening van de afnemer aan de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen betaald, overeenkomstig artikel 7, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd.
Bij de invoer van de goederen in België, worden de goederen voor het verbruik aangegeven met uitstel van betaling van de btw, zoals voorzien in artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. De persoon die de goederen voor rekening van de afnemer bij de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen aanbrengt, is verantwoordelijk om het bedrag van de bij de invoer verschuldigde btw bij de afnemer van de goederen te innen, alvorens de goederen aan die laatste te bezorgen, en die belasting te voldoen op de wijze voorzien in artikel 58sexies, § 3, van het Btw-Wetboek (zie punt 7.2.5.4., hierna).
Het belastbare feit vindt plaats en de belasting wordt opeisbaar volgens de regels voorzien in artikel 24, van het Btw-Wetboek.
Indien het om een niet in België gevestigde leverancier gaat, moet die zich niet voor btw-doeleinden identificeren in België. Hij verricht er immers geen handelingen die aan de btw zijn onderworpen.
4.10.3. De lidstaat van binnenkomst van de goederen in de gemeenschap stemt niet overeen met de lidstaat van bestemming
4.10.3.1. De afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen heeft betrekking op goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro en de leverancier kiest voor de bijzondere invoerregeling (IOSS)
Een afnemer gevestigd in LS2 koopt bij een leverancier goederen die zich buiten de gemeenschap bevinden. De goederen worden door of voor rekening van de leverancier van het derdelandsgebied of derde land naar de afnemer in LS2 verzonden of vervoerd. De goederen komen via LS1 de gemeenschap binnen. Het gaat om goederen van geringe waarde (goederen verzonden of vervoerd in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro – zie punt 4.9.2. hiervoor). De leverancier kiest voor de bijzondere invoerregeling (IOSS).
Dergelijke situatie geeft vanuit btw-oogpunt aanleiding tot twee handelingen (zie punt 4.3. hiervoor), namelijk:
- een afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen in de zin van artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek, van de leverancier aan de afnemer
- een invoer van goederen in de gemeenschap.
4.10.3.1.2. Btw-regeling voor de verkoop op afstand
Op grond van artikel 33, b), van de richtlijn 2006/112/EG, omgezet in België door artikel 15, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek (zie punt 4.4.1.2.1. hiervoor), vindt de verkoop op afstand plaats daar waar het goed zich bevindt op het tijdstip van aankomst van de verzending of het vervoer naar de afnemer, dus in LS2. Indien LS2 België is, is de Belgische btw bijgevolg verschuldigd op de afstandsverkoop tegen de op de betrokken goederen toepasselijke tarieven.
Het belastbare feit vindt plaats en de belasting wordt opeisbaar op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard op grond van artikel 369quindecies, van de richtlijn 2006/112/EG, omgezet in België door artikel 17, § 6, van het Btw-Wetboek (zie punt 4.5.2. hiervoor). In de praktijk zal de leverancier bij de bestelling van de goederen aan de klant een prijs aanrekenen verhoogd met de in LS2 verschuldigde btw.
De leverancier of in zijn naam handelende tussenpersoon moet zich voor de bijzondere invoerregeling (IOSS) registreren in de lidstaat van identificatie en een btw-identificatienummer bekomen om deze bijzondere regeling in die lidstaat te kunnen gebruiken.
De leverancier of in zijn naam handelende tussenpersoon neemt dan de afstandsverkoop op in zijn IOSS aangifte die hij in zijn lidstaat van identificatie moet indienen voor het einde van de maand na die waarin de betaling werd geaccepteerd. Binnen dezelfde termijn betaalt de leverancier of in zijn naam handelende tussenpersoon de verschuldigde btw die uit die aangifte voortvloeit (zie punt 7.1. hierna).
Indien de lidstaat van identificatie niet LS2 is, maken de belastingautoriteiten van de lidstaat van identificatie de btw over aan de belastingautoriteiten van LS2.
4.10.3.1.3. Btw-regeling voor de invoer van goederen
Op grond van artikel 60, van de richtlijn 2006/112/EG, omgezet in België door artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek (zie punt 4.4.2.1. hiervoor), vindt de invoer plaats in de lidstaat op het grondgebied waarvan de goederen zich ten tijde van het binnenkomen in de gemeenschap bevinden, dus in LS1.
Gezien de leverancier gebruik maakt van de bijzondere invoerregeling (IOSS), is de invoer van de btw vrijgesteld in LS1 op grond van artikel 143, lid 1, punt c. bis) van de richtlijn 2006/112/EG, omgezet in België door artikel 40, § 1, 1°bis, van het Btw-Wetboek.
Het IOSS nummer van de leverancier moet worden vermeld in de douaneaangifte die in LS1 wordt ingediend. Concreet zal de douane van LS1 de geldigheid van dit nummer via elektronische weg in de IOSS-database controleren en, in geval van geldigheid, worden de goederen in het vrije verkeer gebracht met vrijstelling van btw in LS1 (zie punt 7.1. hierna).
De leverancier hoeft zich voor die invoer niet voor btw-doeleinden in LS1 te identificeren via de normale identificatieprocedure (verkrijging van een gewoon btw-nummer).
4.10.3.2. De afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen heeft betrekking op goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro en de gelijkgestelde leverancier kiest voor de bijzondere invoerregeling (IOSS)
Zelfde situatie als in punt 4.10.3.1.1. hiervoor maar de goederen worden bij een onderliggende leverancier gekocht via een elektronische interface die een gelijkgestelde leverancier is (zie punt 4.9.3. hiervoor).
Zo'n situatie geeft vanuit btw-oogpunt aanleiding tot drie handelingen (zie nummers 4.3. en 4.9.3.8. hiervoor), namelijk:
- een B2B levering van goederen tussen de onderliggende leverancier en de elektronische interface die een gelijkgestelde leverancier is
- een afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen, in de zin van artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek, van de gelijkgestelde leverancier aan de afnemer
- een invoer van goederen in de gemeenschap.
4.10.3.2.2. Btw-regeling voor de levering van goederen
De levering door de onderliggende leverancier aan de elektronische interface die een gelijkgestelde leverancier is, is een levering zonder vervoer die plaats vindt in het derdelandsgebied/derde land overeenkomstig artikel 31, van de richtlijn 2006/112/EG, omgezet in België door artikel 14, § 1, van het Btw-Wetboek. Deze levering heeft geen enkel btw-gevolg in de gemeenschap (zie punt 4.9.3.8. hiervoor).
De afstandsverkoop door de elektronische interface die een gelijkgestelde leverancier is aan de afnemer, is mutatis mutandis onderworpen aan de btw-regeling beschreven in punt 4.10.3.1.2. hiervoor met dit verschil dat de in voornoemd punt beschreven btw-verplichtingen van de leverancier of de in zijn naam handelende tussenpersoon ten laste zijn van de gelijkgestelde leverancier of de in zijn naam handelende tussenpersoon.
4.10.3.2.3. Btw-regeling voor de invoer van goederen
De invoer van de goederen is mutatis mutandis onderworpen aan de btw-regeling beschreven in punt 4.10.3.1.3. hiervoor met dit verschil dat de in voornoemd punt beschreven btw-verplichtingen van de leverancier of de in zijn naam handelende tussenpersoon ten laste zijn van de gelijkgestelde leverancier of de in zijn naam handelende tussenpersoon.
4.10.3.3. De afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen heeft betrekking op goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro en de leverancier kiest niet voor de bijzondere invoerregeling (IOSS)
Een afnemer gevestigd in LS2 koopt bij een leverancier goederen die zich buiten de gemeenschap bevinden. De goederen worden door of voor rekening van de leverancier van het derdelandsgebied of derde land naar de afnemer in LS2 verzonden of vervoerd. De goederen komen via LS1 de gemeenschap binnen. Het gaat om goederen van geringe waarde (goederen verzonden of vervoerd in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro – zie punt 4.9.2. hiervoor). De leverancier kiest niet voor de bijzondere invoerregeling (IOSS).
Dergelijke situatie geeft vanuit btw-oogpunt aanleiding tot twee handelingen (zie punt 4.3. hiervoor), namelijk:
- een afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen in de zin van artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek, van de leverancier aan de afnemer
- een invoer van goederen in de gemeenschap.
4.10.3.3.2. In deze situatie komt de lidstaat van invoer steeds overeen met de lidstaat van bestemming van de goederen
De douanereglementering bepaalt dat bij het binnenkomen van goederen in een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro (met als gevolg vrijstelling van douanerechten bij invoer op grond van artikel 23, lid 1, van verordening (EG) nr. 1186/2009 van de raad van 16.11.2009) op het grondgebied van de gemeenschap in het kader van een afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen, in een andere lidstaat dan die van aankomst van de verzending of het vervoer, zonder toepassing van de bijzondere regeling bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van de richtlijn 2006/112/EG (bijzondere invoerregeling IOSS), de goederen slechts voor het verbruik kunnen worden aangegeven in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer (artikel 221, lid 4, nieuw, van de uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de commissie van 24.11.2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, zoals gewijzigd door artikel 1, 9. van uitvoeringsverordening (EU) 2020/893 van de commissie van 29.06.2020 tot wijziging van die uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447) (zie punt 4.4.2.2. hiervoor).
Hieruit volgt dat, in deze omstandigheden, de invoer van goederen die het grondgebied van de gemeenschap binnenkomen in een andere lidstaat dat die van hun bestemming, voor btw-doeleinden, slechts kan plaats vinden in deze laatste lidstaat, zodat in zulk geval de lidstaat van invoer voor btw-doeleinden en de lidstaat van bestemming van de goederen dezelfde zijn.
In deze situatie moeten de goederen dus, overeenkomstig de douanereglementering, verplicht onder een regeling voor extern douanevervoer worden geplaatst in LS1, en in het vrije verkeer worden gebracht in LS2.
Gezien het feit dat de lidstaat van invoer steeds de lidstaat van bestemming van de goederen is, moet volgend onderscheid worden gemaakt:
- indien België LS2 is, wordt verwezen naar de overeenstemmende scenario's beschreven in punt 4.10.2. hiervoor. Zo zal de bijzondere regeling voor aangifte en betaling van de btw bij invoer bedoeld in artikel 58sexies, van het Btw-Wetboek (zie punt 7.2. hierna) van toepassing kunnen zijn, indien deze bijzondere regeling wordt gebruikt op het tijdstip van de invoer van de goederen in België, zelfs indien de goederen via een andere lidstaat het grondgebied van de gemeenschap zijn binnengekomen.
- Indien België LS1 is, vindt geen enkele btw-handeling (afstandsverkoop of invoer) plaats in België. De op die handelingen toepasselijke regeling wordt door LS2 bepaald.
Tot slot wordt opgemerkt dat artikel 24, van de verordening (EG) nr. 1186/2009 van de raad, voornoemd, bepaalde goederen (alcoholhoudende producten, parfum, reukwater, tabak en tabaksproducten) uitsluit van de vrijstelling van douanerechten. Voor deze goederen en voor zover de bijzondere invoerregeling bedoeld in artikel 58quinquies, van het Btw-Wetboek (IOSS) niet wordt of niet kan worden gebruikt, moeten de in punt 4.10.3.5. hierna beschreven regels worden toegepast.
4.10.3.4. De afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen heeft betrekking op goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro en de gelijkgestelde leverancier kiest niet voor de bijzondere invoerregeling (IOSS)
Zelfde situatie als in punt 4.10.3.3.1. hiervoor maar de goederen worden bij een onderliggende leverancier gekocht via een elektronische interface die een gelijkgestelde leverancier is (zie punt 4.9.3. hiervoor).
Zo'n situatie geeft vanuit btw-oogpunt aanleiding tot drie handelingen (zie punten 4.3. en 4.9.3.8. hiervoor), namelijk:
- een B2B levering van goederen tussen de onderliggende leverancier en de elektronische interface die een gelijkgestelde leverancier is
- een afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen, in de zin van artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek, van de gelijkgestelde leverancier aan de afnemer
- een invoer van goederen in de gemeenschap.
4.10.3.4.2. In deze situatie komt de lidstaat van invoer steeds overeen met de lidstaat van bestemming van de goederen
De B2B levering door de onderliggende leverancier aan de elektronische interface die een gelijkgestelde leverancier is, is een levering zonder vervoer die plaats vindt in het derdelandsgebied/derde land overeenkomstig artikel 31, van de richtlijn 2006/112/EG, omgezet in België door artikel 14, § 1, van het Btw-Wetboek. Deze levering heeft geen enkel btw-gevolg in de gemeenschap (zie punt 4.9.3.8. hiervoor).
De afstandsverkoop en de invoer van de goederen zijn mutatis mutandis onderworpen aan de douane- en btw-regeling beschreven in punt 4.10.3.3.2. hiervoor met dit verschil dat de in voornoemd punt beschreven verplichtingen van de leverancier of de in zijn naam handelende tussenpersoon ten laste zijn van de gelijkgestelde leverancier of de in zijn naam handelende tussenpersoon.
4.10.3.5. De afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen heeft betrekking op goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van meer dan 150 euro [...] (*)
(*) Wijziging aangebracht aan de tekst op 20.09.2021 – Het laatste deel van de titel werd verwijderd..
4.10.3.5.1. Context
Een afnemer gevestigd in LS2 koopt bij een leverancier goederen die zich buiten de gemeenschap bevinden. De goederen worden, in zendingen met een intrinsieke waarde van meer dan 150 euro, door of voor rekening van de leverancier van het derdelandsgebied of derde land naar de afnemer in LS2 verzonden of vervoerd. De goederen komen via LS1 de gemeenschap binnen.
Dergelijke situatie geeft vanuit btw-oogpunt aanleiding tot twee handelingen (zie punt 4.3. hiervoor), namelijk:
- een afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen in de zin van artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek, van de leverancier aan de afnemer
- een invoer van goederen in de gemeenschap.
Op douanegebied kunnen zich hierbij twee situaties voordoen:
- de goederen worden vrijwillig onder een regeling voor extern douanevervoer geplaatst in LS1 en in het vrije verkeer gebracht in LS2
- de goederen worden in het vrije verkeer gebracht in LS1.
4.10.3.5.2. De goederen worden vrijwillig onder een regeling voor extern douanevervoer geplaatst in LS1 en in het vrije verkeer gebracht in LS2
In afwijking van artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek, vindt de invoer van een goed plaats in de lidstaat op het grondgebied waarvan het goed aan één van de in artikel 23, § 4, van het Btw-Wetboek bedoelde opschortende regelingen wordt onttrokken (zie punt 4.4.2.2. hiervoor).
Dit heeft tot gevolg dat, wanneer de goederen onder een regeling voor extern douanevervoer worden geplaatst in LS1 en in het vrije verkeer gebracht in LS2, de lidstaat van invoer steeds overeenkomt met de lidstaat van bestemming van de goederen.
Volgend onderscheid moet worden gemaakt:
- indien België LS2 is, wordt verwezen naar de overeenstemmende scenario's beschreven in punt 4.10.2. hiervoor.
- Indien België LS1 is, vindt geen enkele btw-handeling (afstandsverkoop of invoer) plaats in België. De op die handelingen toepasselijke regeling wordt door LS2 bepaald.
4.10.3.5.3. De goederen worden in het vrije verkeer gebracht in LS1
Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de situatie waarin België LS1 is en de situatie waarin België LS2 is.
België is LS1:
- De afstandsverkoop vindt plaats daar waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van aankomst van de verzending of het vervoer naar de afnemer, namelijk in LS2, op grond van de nationale bepaling in LS2 tot omzetting van artikel 33, b), van de richtlijn 2006/112/EG (zie punt 4.4.1.2.1. hiervoor). De afstandsverkoop is niet aan de Belgische btw onderworpen.
Het belastbare feit vindt plaats en de belasting wordt opeisbaar overeenkomstig de algemene regels uiteengezet in punt 4.5.1. hiervoor.
De leverancier is in principe schuldenaar van de btw over deze afstandsverkoop op grond van de nationale bepaling in LS2 tot omzetting van artikel 193 van de richtlijn 2006/112/EG.
Aangezien het niet gaat om goederen die worden verzonden of vervoerd in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro (goederen van geringe waarde), kan de leverancier geen gebruik maken van de bijzondere invoerregeling (IOSS) om de btw aan te geven en te betalen.
Welke formaliteiten moeten worden vervuld in LS2, hangt af van de bevoegdheid van die lidstaat. De leverancier moet in principe voor btw-doeleinden worden geïdentificeerd in die lidstaat om er de btw aan te geven en te betalen die verschuldigd is over de afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen.
- De invoer vindt plaats in België overeenkomstig artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek (zie punt 4.4.2.1. hiervoor).
De invoer in België van andere goederen dan accijnsproducten in zendingen met een intrinsieke waarde van meer dan 150 euro voor een verkoop op afstand van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen die plaatsvindt in een andere lidstaat dan België, is bij toepassing van de normale regels in België aan de belasting onderworpen. De geadresseerde van de goederen bij invoer in de zin van artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7 (de tot de voldoening van de btw bij invoer gehouden persoon) is steeds de leverancier overeenkomstig artikel 6, § 2, derde lid, 1°, van het koninklijk besluit nr. 7 (zie punt 4.7.2. hiervoor).
Rekening houdend met wat voorafgaat, zal de leverancier zich in dat geval aldus overeenkomstig de normale regels moeten laten identificeren voor btw-doeleinden in België en een periodieke btw-aangifte moeten indienen. Mits hij beschikt over een vergunning voor de verlegging van heffing, kan hij dan de verschuldigde btw bij invoer aangeven in die periodieke aangifte en, in principe, in dezelfde aangifte weer in aftrek brengen. Bij gebreke van een dergelijke vergunning draagt de leverancier de in België verschuldigde btw af aan de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen en kan hij deze btw, in principe, in aftrek brengen in zijn periodieke btw-aangifte.
Kortom, in deze situatie wordt de invoer in België belast in België maar kan deze belasting, in principe, door de leverancier worden afgetrokken en wordt de afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen belast in LS2. Uiteindelijk zal de eindafnemer van de goederen aan zijn leverancier enkel de btw betalen die in LS2 verschuldigd is. Anderzijds moet de leverancier zich zowel in België (voor het betalen van de bij invoer verschuldigde btw) als in LS2 (voor het betalen van de btw over de afstandsverkoop) voor btw-doeleinden identificeren.
België is LS2:
- De afstandsverkoop vindt plaats in België overeenkomstig artikel 15, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek. De afstandsverkoop is dus aan de Belgische btw onderworpen tegen de tarieven die op de betrokken goederen van toepassing zijn.
Het belastbare feit vindt plaats en de belasting wordt opeisbaar overeenkomstig de algemene regels uiteengezet in punt 4.5.1. hiervoor.
De leverancier is schuldenaar van de Belgische btw over deze afstandsverkoop overeenkomstig artikel 51, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek.
Aangezien het niet gaat om goederen die worden verzonden of vervoerd in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro (goederen van geringe waarde), kan de leverancier geen gebruik maken van de bijzondere invoerregeling IOSS om de btw aan te geven en te betalen.
De leverancier moet voor de belasting over de toegevoegde waarde in België worden geïdentificeerd overeenkomstig de normale regels voorzien in artikel 50, § 1, eerste lid, of 55, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek om de Belgische btw over de afstandsverkoop aan te geven en te betalen.
- De invoer vindt plaats in de lidstaat op het grondgebied waarvan de goederen zich ten tijde van het binnenkomen in de gemeenschap bevinden, namelijk in LS1, op grond van artikel 60 van de richtlijn 2006/112/EG, omgezet in België door artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek (zie punt 4.4.2.1. hiervoor).
De btw-regeling die van toepassing is op deze invoer wordt bepaald overeenkomstig de wetgeving van LS1. Zo is de btw bij invoer verschuldigd in hoofde van de geadresseerde(n)/perso(o)n(en) gehouden tot de voldoening van de btw, zoals aangewezen of erkend door LS1 overeenkomstig artikel 201 van de richtlijn 2006/112/EG.
(*) Wijziging aangebracht aan de tekst op 20.09.2021 – (Het nummer werd verwijderd)
5. Btw-regeling voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen
Het begrip verkopen op afstand wordt gebruikt sinds 1993, maar werd tot 01.07.2021 niet gedefinieerd in de richtlijn 2006/112/EG, noch in het Btw-Wetboek.
Deze officieuze benaming werd ontleend aan het plaatsbepalingscriterium van artikel 33, lid 1, van de richtlijn 2006/112/EG en artikel 15, §§ 1 en 2, van het Btw-Wetboek zoals van kracht tot 30.06.2021. Volgens dat plaatsbepalingscriterium wordt de levering van goederen onder bepaalde voorwaarden geacht plaats te vinden in de lidstaat van aankomst van het vervoer van de goederen.
Sinds 01.07.2021 omschrijven de richtlijn 2006/112/EG en het Btw-Wetboek het begrip intracommunautaire afstandsverkopen van goederen uitdrukkelijk.
Net zoals voorheen heeft de regeling inzake intracommunautaire afstandsverkopen tot doel om onder bepaalde voorwaarden de levering te laten plaatsvinden in de lidstaat waar de goederen aankomen (de lidstaat waarnaar de koper de goederen laat verzenden) zodat de goederen worden onderworpen aan de btw van de lidstaat van aankomst. Op die manier wordt een 'level playing field' gecreëerd tussen ondernemingen die in verschillende lidstaten zijn gevestigd en wordt vermeden dat ondernemingen hun leveringen zouden verrichten vanuit een lidstaat met een lager btw-tarief.
Om zogenaamde micro-ondernemingen die slechts in één lidstaat gevestigd zijn te ontzien, wordt de plaats van een intracommunautaire verkoop op afstand niet verlegd naar de lidstaat van aankomst van het vervoer en vindt de levering dus plaats in de lidstaat van vertrek, voor zover een drempel van 10.000 euro niet wordt overschreden in het lopende of vorige kalenderjaar en de onderneming niet opteert voor belastingheffing in de lidstaat van aankomst. Deze nieuwe communautaire drempel komt in de plaats individuele nationale drempels die van toepassing waren tot 30.06.2021 en waarvan het bedrag varieerde per lidstaat. Deze drempel omvat ook nog bepaalde diensten.
Om de voldoening van de btw in de lidstaat van aankomst van de goederen te vereenvoudigen wordt de 'one stop shop'-regeling uitgebreid naar intracommunautaire afstandsverkopen. Zo hoeft de leverancier zich omwille van zijn intracommunautaire afstandsverkopen niet meer te identificeren voor btw-doeleinden in iedere lidstaat waar hij zulke leveringen verricht en kan hij via één aangifte de btw voldoen die hij verschuldigd is in verschillende lidstaten.
Artikel 1, § 19, van het Btw-Wetboek definieert 'intracommunautaire afstandsverkopen van goederen' als leveringen van goederen die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier, ook wanneer de leverancier indirect tussenkomt bij het vervoer of de verzending van de goederen, vanuit een andere lidstaat dan die van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- de levering van goederen wordt verricht voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen krachtens artikel 3, lid 1, van de richtlijn 2006/112/EG niet aan de belasting zijn onderworpen, of voor enige andere niet-belastingplichtige
- de geleverde goederen zijn geen nieuwe vervoermiddelen bedoeld in artikel 8bis, § 2, noch goederen, geleverd na montage of installatie, door of voor rekening van de leverancier, met of zonder beproeven van de geïnstalleerde of gemonteerde goederen.
Hieronder wordt de definitie meer in detail besproken.
5.2.1. Hoedanigheid van de afnemer
Er kan slechts sprake zijn van een intracommunautaire afstandsverkoop wanneer de afnemer behoort tot één van de volgende drie categorieën:
De categorie 'andere niet-belastingplichtigen' omvat de particulieren.
5.2.1.2. Belastingplichtigen en niet-belastingplichtige rechtspersonen (groep van vier) die hun intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan accijnsproducten en nieuwe vervoermiddelen niet aan de btw moeten onderwerpen
Deze categorie betreft de belastingplichtigen en niet-belastingplichtige rechtspersonen, de groep van vier, die hun intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan accijnsproducten en nieuwe vervoermiddelen niet aan de btw moeten onderwerpen overeenkomstig artikel 3, lid 1, b) en leden 2 en 3, van de richtlijn 2006/112/EG en (in België) artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, van het Btw-Wetboek.
Voor een definitie van de groep van vier wordt verwezen naar punt. 3.4. hiervoor.
Leden van de groep van vier moeten hun intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan accijnsproducten en nieuwe vervoermiddelen niet aan de btw onderwerpen wanneer zij:
- de door hun lidstaat bepaalde drempel (in België bedraagt de drempel 11.200 euro) niet hebben overschreden gedurende het vorige kalenderjaar of niet overschrijden en niet hebben overschreden gedurende het lopende kalenderjaar, en;
- in hun lidstaat niet hebben geopteerd om hun intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan accijnsproducten en nieuwe vervoermiddelen aan de btw te onderwerpen.
Leden van de groep van vier die die bovenstaande drempel niet hebben overschreden en niet hebben geopteerd, delen hun Belgisch btw-identificatienummer niet mee aan de leverancier in het kader van hun intracommunautaire verwervingen van goederen.
Er wordt opgemerkt dat de intracommunautaire verwervingen van accijnsproducten (zoals bedoeld in artikel 2, lid 3, van de richtlijn 2006/112/EG en artikel 1, § 6, 4°, van het Btw-Wetboek) door een lid van de groep van vier altijd aan de btw is onderworpen, zonder dat er sprake is van een drempel.
Wanneer de afnemer een lid van de groep van vier is, valt de levering van accijnsproducten bijgevolg nooit onder de definitie van intracommunautaire afstandsverkoop.
5.2.1.3. Belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon, voor zover de levering zou worden vrijgesteld in de lidstaat van verwerving op grond van artikel 148 of 151, van de richtlijn 2006/112/EG (in België artikel 42, §§ 1, 2 en 3, eerste lid, 1° tot 8°, van het Btw-Wetboek)
Deze categorie betreft belastingplichtigen of niet-belastingplichtige rechtspersonen, maar dan enkel voor zover de intracommunautaire verwerving van de goederen in de lidstaat van aankomst niet belastbaar zou zijn op basis van artikel 3, lid 1, a), van de richtlijn 2006/112/EG en (in België) artikel 25ter, § 1, tweede lid, 1°, van het Btw-Wetboek omdat de levering in de lidstaat van aankomst zou worden vrijgesteld door artikel 148 of 151, van de richtlijn 2006/112/EG en (in België) artikel 42, §§ 1, 2 en 3, 1° tot 8°, van het Btw-Wetboek.
Deze categorie omvat onder meer de diplomatieke en consulaire betrekkingen, internationale instellingen, EU, NAVO zoals opgesomd in artikel 151, van de richtlijn 2006/112/EG en (in België) artikel 42, § 3, 1° tot 8°, van het Btw-Wetboek. De intracommunautaire verwervingen van goederen die zij verrichten worden niet aan de btw onderworpen krachtens artikel 3, lid 1, a), van de richtlijn 2006/112/EG en (in België) artikel 25ter, § 1, tweede lid, 1°, van het Btw-Wetboek.
De definitie van intracommunautaire afstandsverkopen beoogt alle lichamelijk roerende goederen met uitzondering van:
5.2.2.1. Nieuwe vervoermiddelen
De intracommunautaire verwerving van een nieuw vervoermiddel wordt altijd aan de btw onderworpen in de lidstaat van aankomst, ongeacht de hoedanigheid van de afnemer (belastingplichtig-indiener, lid van de groep van vier, particulier …). De levering vindt steeds plaats in de lidstaat van vertrek (ongeacht of het vervoer of de verzending gebeurt door of voor rekening van de leverancier of de afnemer) en wordt vrijgesteld (als alle voorwaarden voldaan zijn). Daarom vallen nieuwe vervoermiddelen buiten de definitie van intracommunautaire afstandsverkopen.
Voor de definitie van nieuw vervoermiddel wordt verwezen naar punt 3.1.9.
5.2.2.2. Goederen met montage of installatie door of voor rekening van de leverancier
Wanneer het goed wordt verzonden of vervoerd van een lidstaat naar een andere lidstaat en door of voor rekening van de leverancier wordt geïnstalleerd of gemonteerd, wordt als plaats van de levering aangemerkt de lidstaat waar de installatie of de montage plaatsvindt (zie artikel 36, van de richtlijn 2006/112/EG en artikel 14, § 3, van het Btw-Wetboek).
Daarom vallen dergelijke leveringen van goederen buiten de definitie van intracommunautaire afstandsverkopen.
5.2.2.3. Leveringen van gas via een aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net op het grondgebied van de gemeenschap, van elektriciteit of van warmte of koude via warmte- of koudenetten
De goederen die onder de regeling inzake de leveringen van gas via een op het grondgebied van de gemeenschap gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, levering van elektriciteit of levering van warmte of koude via warmte- of koudenetten, worden niet beoogd (zie artikel 38 en 39, van de richtlijn 2006/112/EG en artikel 14bis, van het Btw-Wetboek).
5.2.2.4. Accijnsproducten wanneer de afnemer een lid van de groep van vier is.
Er wordt in dit verband verwezen naar punt 5.2.1.2. hiervoor.
Voor een definitie van accijnsproducten wordt verwezen naar punt 3.10. hiervoor.
Accijnsproducten (zoals bedoeld in artikel 2, lid 3, van de richtlijn 2006/112/EG en artikel 1, § 6, 4°, van het Btw-Wetboek) worden niet uitdrukkelijk vermeld in de definitie van intracommunautaire afstandsverkopen.
Nochtans kan de levering van accijnsproducten nooit onder de definitie van intracommunautaire afstandsverkopen vallen, wanneer de afnemer een lid van de groep van vier is.
Het immers zo dat de intracommunautaire verwervingen van accijnsproducten door leden van de groep van vier altijd aan de btw zijn onderworpen, zonder dat er sprake is van een verwervingsdrempel in hoofde van de afnemer (zie artikel 3, lid 1, b), van de richtlijn 2006/112/EG en artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, van het Btw-Wetboek).
De leverancier verricht dan een intracommunautaire levering die plaatsvindt in de lidstaat van vertrek van de goederen en die daar kan worden vrijgesteld als alle voorwaarden zijn voldaan (zie artikel 138, lid 1 en lid 2, b), van de richtlijn 2006/112/EG en artikel 39bis, eerste lid, 1° en 3°, van het Btw-Wetboek).
Daarentegen, wanneer de afnemer een particulier (zie punt 5.2.1.1. hiervoor) is of een belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon, voor zover de levering in kwestie in de lidstaat van verwerving zou worden vrijgesteld krachtens artikelen 148 of 151, van de richtlijn 2006/112/EG (zie punt 5.2.1.3. hiervoor), valt de levering van accijnsproducten wel degelijk binnen het begrip intracommunautaire afstandsverkopen als de voorwaarden inzake vervoer zoals vermeld onder 5.2.3. vervuld zijn.
5.2.3. Vervoer van de goederen
Er is slechts sprake van een intracommunautaire afstandsverkoop wanneer de goederen worden vervoerd of verzonden:
- vanuit een lidstaat naar een andere lidstaat
- door of voor rekening van de leverancier, ook wanneer de leverancier indirect tussenkomt bij het vervoer of de verzending van de goederen.
De goederen worden geacht te zijn verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier, inclusief wanneer de leverancier indirect een rol speelt in de verzending of het vervoer van de goederen, met name in de volgende gevallen, wanneer:
- de verzending of het vervoer van de goederen door de leverancier wordt uitbesteed aan een derde die de goederen aflevert bij de afnemer
- de verzending of het vervoer van de goederen door een derde wordt verricht, maar de leverancier hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk verantwoordelijk is voor de aflevering van de goederen bij de afnemer
- de leverancier de vervoerskosten factureert en int bij de afnemer en de afnemer voorts doorverwijst naar een derde die de verzending of het vervoer van de goederen zal uitvoeren
- de leverancier op welke manier ook de leveringsdiensten van een derde promoot, de afnemer en een derde met elkaar in contact brengt of anderszins de informatie die nodig is voor de aflevering van de goederen aan de afnemer verstrekt aan een derde (zie artikel 5bis, eerste lid, van de uitvoeringsverordening EU/282/2011).
De goederen worden echter niet beschouwd als verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier indien de afnemer:
- de goederen zelf vervoert of,
- de aflevering van de goederen regelt met een derde en de leverancier niet direct of indirect intervenieert om de verzending of het vervoer van die goederen te verrichten of te helpen organiseren (zie artikel 5bis, tweede lid, van de uitvoeringsverordening EU/282/2011).
5.3. Elektronische interface als gelijkgestelde leverancier bij intracommunautaire afstandsverkopen (artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek)
Afstandsverkopen worden vaak gefaciliteerd door elektronische interfaces, zoals een marktplaats, platform, portaal, of soortgelijke middel. Daarbij wordt bovendien vaak gebruik gemaakt van regelingen voor fulfilment warehousing (opslag van goederen en verwerking van de bestellingen).
Deze elektronische interfaces brengen dus een veelheid aan verkopers samen, die al dan niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigd zijn. Belastingplichtigen die niet in de gemeenschap gevestigd zijn, zijn niet noodzakelijk op de hoogte van de verplichtingen die op grond van de Europese btw-reglementering op hen van toepassing zijn. Bovendien is de invordering van de bedragen die zij verschuldigd zijn bijzonder complex.
Om een efficiëntere invordering van de btw mogelijk te maken die verschuldigd is op handelingen van belastingplichtigen verricht op het grondgebied van de gemeenschap, om oneerlijke concurrentie tussen verkopers die binnen en buiten de gemeenschap gevestigd zijn te verminderen en om de administratieve lasten te verminderen voor de verkopers, de belastingdiensten en de consumenten, werd het noodzakelijk geacht om belastingplichtigen die afstandsverkopen van goederen vergemakkelijken door het gebruik van een elektronische interface, te betrekken bij de inning van de btw over deze verkopen.
Daarom werd beslist dat dergelijke belastingplichtigen voor de toepassing van de btw, onder bepaalde voorwaarden, geacht worden de goederen die worden verkocht via hun elektronische interface zelf te hebben aangekocht bij de leverancier en vervolgens zelf te hebben doorverkocht aan de eindklanten.
Voor wat betreft de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen wordt deze doelstelling gerealiseerd door het onweerlegbaar wettelijk vermoeden van artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek:
'Indien een belastingplichtige via het gebruik van een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, de levering van goederen binnen de gemeenschap door een niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige aan een niet-belastingplichtige, faciliteert, wordt de belastingplichtige die de levering faciliteert geacht die goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd.'
Opdat het vermoeden van artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek van toepassing kan zijn, is vereist dat de onderliggende leverancier van de goederen een belastingplichtige is die niet gevestigd is binnen de gemeenschap.
Het feit dat de onderliggende leverancier niet in de gemeenschap is gevestigd, maar wel in één of meerdere lidstaten geïdentificeerd is voor btw-doeleinden, vormt op zich geen beletsel.
5.3.3. Bedoelde elektronische interfaces
Voor het begrip 'elektronische interface' in de wettekst van artikel 13bis, van het Btw-Wetboek wordt mutatis mutandis verwezen naar hetgeen in punt 4.9.3.3. hiervoor is uiteengezet.
5.3.4. Het begrip 'faciliteren'
Voor het begrip 'faciliteren' in de wettekst van artikel 13bis, van het Btw-Wetboek wordt mutatis mutandis verwezen naar hetgeen in punt 4.9.3.4. hiervoor is uiteengezet.
Het vermoeden van artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek kan pas van toepassing zijn als het gaat om een levering van goederen binnen de gemeenschap.
Hiermee worden bedoeld:
- leveringen van goederen met of zonder vervoer waarbij de goederen de lidstaat waarin zich bevinden niet verlaten (zogenoemde nationale leveringen)
- leveringen van goederen met vervoer door de leverancier, door de afnemer of door een derde, waarbij de goederen worden vervoerd of verzonden van een lidstaat naar een andere lidstaat.
Intracommunautaire afstandsverkopen vallen onder de tweede categorie.
Opdat het vermoeden van artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek van toepassing kan zijn, is vereist dat de afnemer een niet-belastingplichtige is.
Onder niet-belastingplichtigen worden begrepen:
- de particulieren
- de niet-belastingplichtige rechtspersonen.
Wanneer de afnemer een niet-belastingplichtige rechtspersoon is, maakt het voor de toepassing van het vermoeden van artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek niet uit of die afnemer al dan niet verplicht is om al zijn intracommunautaire verwervingen van goederen van andere goederen dan nieuwe vervoermiddelen en accijnsproducten aan de btw te onderwerpen.
Niettemin merken we op dat de uiteenzetting in dit hoofdstuk zich focust op de toepassing van het vermoeden bij intracommunautaire afstandsverkopen. Wanneer de levering wordt verricht voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, kan er slechts sprake zijn van een intracommunautaire afstandsverkoop wanneer de afnemer een niet-belastingplichtige rechtspersoon is die zijn intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan nieuwe vervoermiddelen en accijnsproducten niet aan de btw moet onderwerpen (zie artikel 3, lid, 1, b) en leden 2 en 3, van de richtlijn 2006/112/EG en artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, van het Btw-Wetboek), of wanneer hij zich bevindt in de situatie bedoeld in 5.2.1.3. hiervoor.
5.3.7. Weerlegbaar wettelijk vermoeden met betrekking tot het statuut van de onderliggende leverancier en de afnemer
Voor het weerlegbaar wettelijk vermoeden met betrekking tot het statuut van de onderliggende leverancier en de afnemer wordt mutatis mutandis verwezen naar hetgeen in punt 4.9.3.6. hiervoor wordt uiteengezet.
5.3.8. Beoordeling levering per levering
Of de elektronische interface een gelijkgestelde leverancier is, moet levering per levering worden beoordeeld rekening houdend de hierboven besproken criteria.
Bijgevolg is het mogelijk dat de elektronische interface optreedt als gelijkgestelde leverancier voor bepaalde leveringen die zij faciliteert, terwijl zij voor andere leveringen niet optreedt als gelijkgestelde leverancier.
5.3.9. Werking van het vermoeden van artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek bij intracommunautaire afstandsverkopen
Wanneer een elektronische interface een intracommunautaire afstandsverkoop faciliteert in naam en voor rekening van de leverancier, vindt er op btw-vlak normaal gezien slechts één levering van goederen plaats, met name een levering tussen de leverancier en de afnemer.
De prestatie die de elektronische interface verricht, namelijk het faciliteren van de levering, is dan normaal gezien een dienst op btw-vlak.
De toepassing van het vermoeden van artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek heeft de volgende gevolgen:
5.3.9.1. Opsplitsing in twee afzonderlijke leveringen
Het vermoeden van artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek zorgt ervoor dat de levering tussen de leverancier en de afnemer op vlak van btw wordt opgesplitst in twee afzonderlijke leveringen van goederen:
- enerzijds een levering van goederen door de niet in de gemeenschap gevestigde onderliggende leverancier aan de elektronische interface
- anderzijds een levering van goederen door de elektronische interface aan de niet-belastingplichtige afnemer.
5.3.9.2. Toewijzing van het vervoer van de goederen
Artikel 14, § 6, van het Btw-Wetboek (cf. artikel 36ter, van de richtlijn 2006/112/EG) zorgt ervoor dat het vervoer van de goederen uitsluitend wordt toegerekend aan de levering door de elektronische interface:
- de levering door de niet in de gemeenschap gevestigde leverancier aan de elektronische interface is dus een levering zonder vervoer
- de levering door de elektronische interface aan de afnemer is een levering met vervoer door of voor rekening van de elektronische interface.
5.3.9.3. Vrijstelling van de levering door de leverancier aan de elektronische interface
Door de toepassing van het vermoeden van artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek wordt de niet in de gemeenschap gevestigde leverancier geacht de goederen te hebben geleverd aan de elektronische interface.
Die levering wordt vrijgesteld (zie artikel 39ter, van het Btw-Wetboek en artikel 136bis, van de richtlijn 2006/112/EG).
Het betreft een oneigenlijke vrijstelling, wat betekent dat de vrijgestelde handeling recht op aftrek van de voorbelasting verleent (zie artikel 45, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek en artikel 169, b), van de richtlijn 2006/112/EG).
5.3.9.4. Plaats van de leveringen
De levering zonder vervoer door de niet in de gemeenschap gevestigde leverancier aan de elektronische interface, vindt plaats daar waar het goed zich bevindt op het tijdstip van de levering (artikel 14, § 1, van het Btw-Wetboek en artikel 31, van de richtlijn 2006/112/EG). Die plaats komt normaal gezien overeen met de lidstaat waar het vervoer van de goederen naar de afnemer aanvangt.
De plaatsbepalingsregels met betrekking tot de intracommunautaire afstandsverkoop door de elektronische interface aan de afnemer worden besproken onder punt 5.4. hierna.
5.3.9.5. Tijdstip van het belastbaar feit en van de opeisbaarheid van de btw
Het 'belastbare feit' is het feit waardoor de wettelijke voorwaarden worden vervuld die vereist zijn voor het opeisbaar worden van de belasting (zie artikel 1, § 12, 1°, van het Btw-Wetboek).
De 'opeisbaarheid van btw' is het recht dat de Schatkist heeft om krachtens de wet de btw vanaf een bepaald tijdstip te vorderen van de persoon die de btw moet voldoen, ook al kan de betaling daarvan worden uitgesteld (zie artikel 1, § 12, 2°, van het Btw-Wetboek). De opeisbaarheid bepaalt dus in de praktijk het aangiftetijdperk (kalendermaand, kwartaal) waarin de levering in de aangifte moet worden opgenomen.
Zowel bij de levering door de niet in de gemeenschap gevestigde leverancier aan de elektronische interface als bij de levering door de elektronische interface aan de afnemer, doen het belastbaar feit en de opeisbaarheid van btw zich voor op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard (zie artikel 17, § 5, van het Btw-Wetboek en artikel 66bis, van de richtlijn 2006/112/EG).
Overeenkomstig artikel 41bis, van de uitvoeringsverordening EU/282/2011 is het tijdstip waarop de betaling aanvaard het tijdstip waarop de betalingsbevestiging, het bericht van goedkeuring van betaling of de betalingstoezegging van de afnemer wordt ontvangen door of namens de leverancier die goederen verkoopt via de elektronische interface, ongeacht wanneer de werkelijke betaling wordt uitgevoerd, afhankelijk van wat het eerst gebeurt.
Een in een derde land gevestigde belastingplichtige X (die niet in de gemeenschap is gevestigd) verkoopt via de elektronische interface van Y computers en toebehoren die vanuit lidstaat 1 worden verzonden naar particulieren in België.
Aangezien Y de levering faciliteert voor een niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige, er sprake is van leveringen binnen de gemeenschap en de afnemer een niet-belastingplichtige is, is het vermoeden van artikel 13bis, § 2, van toepassing.
De leverancier wordt geacht een vrijgestelde levering zonder vervoer te verrichten aan Y die plaatsvindt in lidstaat 1.
Y wordt geacht een intracommunautaire afstandsverkoop te verrichten aan de particuliere kopers in België. Zoals we hieronder zullen zien zullen die leveringen in principe plaatsvinden in België, tenzij de afwijking voor micro-ondernemingen van toepassing zou zijn in hoofde van Y.
Beide leveringen vinden plaats op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard. Het is op dat moment dat de btw opeisbaar wordt.
5.3.10. Beperkte aansprakelijkheid van de gelijkgestelde leverancier
Voor de beperkte aansprakelijkheid van de gelijkgestelde leverancier wordt mutatis mutandis verwezen naar hetgeen in punt 4.9.3.9. hiervoor wordt uiteengezet.
5.3.11. Hoofdelijke aansprakelijkheid van de onderliggende leverancier
Voor de hoofdelijke aansprakelijkheid van de onderliggende leverancier wordt mutatis mutandis verwezen naar hetgeen in punt 4.9.3.10. hiervoor wordt uiteengezet.
5.3.12. Betrokkenheid van meerdere elektronische interfaces
Voor de betrokkenheid van meerdere elektronische interfaces wordt mutatis mutandis verwezen naar hetgeen in punt 4.9.3.11 hiervoor wordt uiteengezet.
5.4. Plaats van een intracommunautaire afstandsverkoop
5.4.1. De goederen worden verzonden of vervoerd vanuit een andere lidstaat naar België
In het algemeen worden leveringen van goederen met vervoer in principe geacht plaats te vinden in de lidstaat waar het vervoer of de verzending aanvangt (z. artikel 32, eerste lid, van de richtlijn 2006/112/EG en artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek).
Intracommunautaire afstandsverkopen van goederen worden evenwel in principe geacht plaats te vinden in de lidstaat van aankomst (in dit geval België) van het vervoer of de verzending (zie artikel 15, § 1, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek en artikel 33, a), van de richtlijn 2006/112/EG). Ze worden dus in de lidstaat van aankomst aan de btw onderworpen.
Er bestaan evenwel twee uitzonderingen op die regel:
- Ten eerste zijn uitgesloten de leveringen van goederen onderworpen aan de bijzondere regeling voor belastingplichtige wederverkopers bedoeld in de artikelen 312 tot 341 van de richtlijn 2006/112/EG (zie artikel 58, § 4, van het Btw-Wetboek), ook wel de winstmargeregeling genoemd.
- Ten tweede heeft de Europese wetgever ervoor gekozen om een drempel in te voeren zodat micro-ondernemingen die slechts in één lidstaat zijn gevestigd onder bepaalde voorwaarden de intracommunautaire afstandsverkopen die zij verrichten vanuit die lidstaat aan de btw kunnen onderwerpen in de lidstaat van vertrek van de verzending of het vervoer van de goederen en de telecommunicatiediensten, de radio- en televisiediensten en de langs elektronische weg verrichte diensten (TBE-diensten) die zij verrichten aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn in een andere lidstaat dan de dienstverrichter kunnen onderwerpen in de lidstaat waar zij gevestigd zijn.
5.4.1.2. Afwijking voor micro-ondernemingen
Intracommunautaire afstandsverkopen vinden normaal gezien plaats in de lidstaat van aankomst van het vervoer of de verzending van de goederen (België).
Voor micro-ondernemingen bestaat er een afwijking.
De intracommunautaire afstandsverkoop vindt plaats in de lidstaat van vertrek van het vervoer of de verzending van de goederen, op voorwaarde dat (zie artikel 15, § 1, tweede lid, van het Btw-Wetboek):
- de leverancier is gevestigd of, bij gebreke van een vestiging, zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft in slechts één lidstaat, andere dan België
- de goederen vanuit de lidstaat van vestiging worden verzonden naar België (wat logisch is aangezien we hier de situatie bedoelen waarbij de goederen vanuit een andere lidstaat naar België worden vervoerd of verzonden)
- de leverancier de communautaire drempel van 10.000 euro excl. btw (of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid) bedoeld in artikel 15, § 1, tweede lid, 3°, van het Btw-Wetboek (cf. artikel 59quater, lid 1, c), van de richtlijn 2006/112/EG) niet heeft overschreden gedurende het vorige kalenderjaar en niet overschrijdt en niet heeft overschreden gedurende het lopende kalenderjaar, en de leverancier in de lidstaat van vestiging niet ervoor heeft geopteerd dat zijn intracommunautaire afstandsverkopen plaatsvinden in de lidstaat van aankomst en dat de telecommunicatiediensten, de radio- en televisiediensten en de elektronische diensten (TBE-diensten) die hij verricht aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn in een andere lidstaat dan de dienstverrichter, plaatsvinden in de lidstaat waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.
De afwijking voor micro-ondernemingen geldt ook voor elektronische interfaces die worden beschouwd als gelijkgestelde leveranciers (zie punt 5.3 hiervoor) zoals bedoeld in artikel 14bis, lid 2, van de richtlijn 2006/112/EG en 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek, voor zover alle voorwaarden voldaan zijn natuurlijk.
De afwijking voor micro-ondernemingen geldt ook voor accijnsproducten bedoeld in artikel 1, § 6, 4°, van het Btw-Wetboek, behalve wanneer de levering wordt verricht voor een lid van de groep van vier (voor zover er geen sprake is van de situatie bedoeld in punt 5.2.1.3. hiervoor) aangezien er in dat geval geen sprake is van een intracommunautaire afstandsverkoop. In tegenstelling tot vroeger worden de intracommunautaire afstandsverkopen van accijnsproducten naar België dus niet langer automatisch (vanaf de eerste euro) aan de btw onderworpen in België, voor zover de hierboven genoemde voorwaarden voor micro-ondernemingen vervuld zijn.
Wanneer in de loop van een kalenderjaar de communautaire drempel wordt overschreden door een bepaalde intracommunautaire afstandsverkoop naar België, dan wordt deze in zijn geheel geacht plaats te vinden in België.
Het toepassingsgebied van de drempel (de afwijking voor micro-ondernemingen), is dus veel kleiner dan onder de oude regeling van verkopen op afstand, want:
- de nieuwe drempel houdt ook rekening met TBE-diensten die worden verricht aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn in een andere lidstaat dan de dienstverrichter
- de nieuwe drempel houdt rekening met alle intracommunautaire afstandsverkopen die worden verricht vanuit de lidstaat van vestiging (de drempel wordt niet langer individueel per lidstaat van aankomst berekend)
- het bedrag van de nieuwe drempel van 10.000 euro is lager dan de drempelbedragen van vroeger
- de afwijking is niet van toepassing wanneer de leverancier in meerdere lidstaten is gevestigd of wanneer hij niet in de gemeenschap is gevestigd
- de afwijking is niet van toepassing op intracommunautaire afstandsverkopen die worden verricht vanuit andere lidstaten dan de lidstaat van vestiging (zie punt 5.4.3.4. hierna).
5.4.1.2.2. Communautaire drempel van 10.000 euro
Om te bepalen of de communautaire drempel van 10.000 euro (of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid) in een bepaald kalenderjaar wordt overschreden, moet de leverancier rekening houden met het totale bedrag, exclusief btw, van de:
- telecommunicatiediensten, de radio- en televisiediensten en de langs elektronische weg verrichte diensten (TBE-diensten) die worden verleend aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn in een andere lidstaat dan de dienstverrichter (zie artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Btw-Wetboek), en
- intracommunautaire afstandsverkopen van goederen (incl. accijnsproducten) vanuit de lidstaat waar de leverancier is gevestigd (of bij gebreke daarvan zijn woonplaats of gebruikelijk verblijfplaats heeft) naar andere lidstaten (artikel 15, § 1, tweede lid, 3°, van het Btw-Wetboek, cf. artikel 59quater, lid 1, c), van de richtlijn 2006/112/EG).
Er wordt dus niet alleen rekening gehouden met alle intracommunautaire afstandsverkopen vanuit de lidstaat van vestiging naar andere lidstaten, maar ook met de hierboven bedoelde TBE-diensten. Het betreft dus een globale en communautaire drempel.
Wat de diensten betreft, wordt benadrukt dat enkel de hierboven bedoelde TBE-diensten moeten worden opgenomen in de berekening van de drempel. Er moet dus geen rekening worden gehouden met andere diensten die voor afnemers binnen de gemeenschap worden verricht.
Om te bepalen of de communautaire drempel van 10.000 euro is overschreden moet er (in tegenstelling tot voorheen) ook rekening worden gehouden met de intracommunautaire afstandsverkopen van accijnsproducten zoals bedoeld in artikel 1, § 6, 4°, van het Btw-Wetboek (we herinneren eraan dat leveringen van accijnsproducten aan leden van de groep van vier - met uitzondering van belastingplichtigen of niet-belastingplichtige rechtspersonen die zich in de situatie van punt 5.2.1.3. bevinden - niet binnen het begrip intracommunautaire afstandsverkopen vallen, zie punt 5.2.2.4. hiervoor).
Wanneer de belastingplichtige leverancier in de lidstaat van vestiging heeft gekozen dat:
- de door hem verrichte intracommunautaire afstandsverkopen plaatsvinden in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen, of
- de plaats van de TBE-diensten bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, wordt bepaald overeenkomstig punt b) van die bepaling,
dan is de communautaire drempel niet van toepassing en worden zijn intracommunautaire afstandsverkopen naar België aan de btw onderworpen in België (zie artikel 15, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek en artikel 59quater, lid 3, van de richtlijn 2006/112/EG).
5.4.1.2.4. Overgang van de oude naar de nieuwe regels inzake drempel en optie
Tot en met 30.06.2021 gelden de oude regels inzake verkopen op afstand. Als de belastingplichtige leverancier de Belgische drempel van 35.000 euro voor verkopen op afstand naar België niet heeft overschreden gedurende het kalenderjaar 2020 en de eerste zes maanden van 2021, en niet heeft geopteerd om zijn verkopen op afstand in België aan de btw te onderwerpen, geldt tot en met 30.06.2021 dat de leveringen van andere goederen dan accijnsproducten (die in aanmerking komen voor de oude regeling verkopen op afstand) plaatsvinden in de lidstaat van vertrek van de goederen en niet in België.
Vanaf 01.07.2021 geldt evenwel de nieuwe drempel die rekening houdt met meer handelingen (ook TBE-diensten die worden verricht aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn in een andere lidstaat dan de dienstverrichter), communautair wordt geëvalueerd, lager is in bedrag (10.000 euro), enkel geldt als de leverancier in één lidstaat is gevestigd en enkel geldt voor intracommunautaire afstandsverkopen die vanuit de lidstaat van vestiging worden verricht. Het betreft dus een aanzienlijke inperking van de mogelijkheid om de levering aan de btw te onderwerpen in de lidstaat van vertrek van de goederen.
Het kan dus zijn dat de intracommunautaire afstandsverkopen op het moment van de inwerkingtreding van de nieuwe regels op 01.07.2021 onmiddellijk plaatsvinden in de lidstaat van aankomst van het vervoer of de verzending van de goederen (daar waar dat vroeger misschien niet het geval was), bijvoorbeeld omdat de nieuwe drempel van 10.000 euro op die datum reeds overschreden blijkt te zijn gedurende de eerste helft van 2021 of gedurende 2020.
Iedere onderneming moet dus een evaluatie moeten maken of zij op 01.07.2021 in aanmerking komt voor de afwijking voor micro-ondernemingen (zie punt 5.4.1.2.1. hiervoor). Zo nee, dan zullen de door de onderneming verrichte intracommunautaire afstandsverkopen naar België onmiddellijk bij de inwerkingtreding van de nieuwe regels (dus vanaf 01.07.2021) plaatsvinden in België.
Als de leverancier vóór 01.07.2021 overeenkomstig artikel 15, § 1, derde lid, van het Btw-Wetboek (zoals van kracht tot en met 30.06.2021), had geopteerd om zijn verkopen op afstand naar België te laten plaatsvinden in België, vervalt deze optie met de inwerkingtreding van de nieuwe regels op 01.07.2021.
Indien de voorwaarden voor de afwijking voor micro-ondernemingen (zie punt 5.4.1.2.1. hiervoor) zijn vervuld, maar hij toch zijn intracommunautaire afstandsverkopen naar België wil blijven onderwerpen aan de Belgische btw, zal hij in de lidstaat van vertrek van de goederen (lidstaat van vestiging) de optie van artikel 15, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek en artikel 59quater, lid 3, van de richtlijn 2006/112/EG moeten uitoefenen.
5.4.2 De goederen worden verzonden van België naar een andere lidstaat
In het algemeen worden leveringen van goederen met vervoer in principe geacht plaats te vinden in de lidstaat waar het vervoer of de verzending aanvangt (in dit geval België) (z. artikel 32, eerste lid, van de richtlijn 2006/112/EG en artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek).
Intracommunautaire afstandsverkopen van goederen worden evenwel in principe geacht plaats te vinden in de lidstaat van aankomst van het vervoer of de verzending (zie artikel 15, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek en artikel 33, a), van de richtlijn 2006/112/EG).
Er bestaan evenwel twee uitzonderingen op die regel:
- ten eerste zijn uitgesloten de leveringen van goederen onderworpen aan de bijzondere regeling voor belastingplichtige wederverkopers bedoeld in artikel 58, § 4, van het Btw-Wetboek, ook wel de winstmargeregeling genoemd.
- Ten tweede heeft de Europese wetgever ervoor gekozen om een drempel in te voeren zodat micro-ondernemingen die slechts in één lidstaat zijn gevestigd onder bepaalde voorwaarden de intracommunautaire afstandsverkopen die zij verrichten vanuit die lidstaat aan de btw kunnen onderwerpen in de lidstaat van vertrek van de verzending of het vervoer van de goederen en de telecommunicatiediensten, de radio- en televisiediensten en de langs elektronische weg verrichte diensten (TBE-diensten) die zij verrichten aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn in een andere lidstaat dan de dienstverrichter kunnen onderwerpen in de lidstaat waar zij gevestigd zijn.
5.4.2.2. Afwijking voor micro-ondernemingen
Intracommunautaire afstandsverkopen vinden normaal gezien plaats in de lidstaat van aankomst van het vervoer of de verzending van de goederen.
Voor micro-ondernemingen bestaat er een afwijking.
De intracommunautaire afstandsverkoop vindt plaats in België, op voorwaarde dat (zie artikel 15, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek):
- de leverancier uitsluitend in België is gevestigd of, bij gebreke van een vestiging, zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats uitsluitend in België heeft
- de goederen worden verzonden vanuit België naar een andere lidstaat dan die waar de leverancier gevestigd is
- de leverancier de communautaire drempel van 10.000 euro excl. btw (of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid) bedoeld in artikel 15, § 1, tweede lid, 3°, van het Btw-Wetboek (cf. artikel 59quater, lid 1, c), van de richtlijn 2006/112/EG) niet heeft overschreden gedurende het vorige kalenderjaar en niet overschrijdt en niet heeft overschreden gedurende het lopende kalenderjaar, en de leverancier in de lidstaat van vestiging niet ervoor heeft geopteerd dat zijn intracommunautaire afstandsverkopen plaatsvinden in de lidstaat van aankomst en dat de telecommunicatiediensten, de radio- en televisiediensten en de elektronische diensten (TBE-diensten) die hij verricht aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn in een andere lidstaat dan de dienstverrichter, plaatsvinden in de lidstaat waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.
De afwijking voor micro-ondernemingen geldt ook voor elektronische interfaces die worden beschouwd als gelijkgestelde leveranciers (zie punt 5.3. hiervoor) zoals bedoeld in artikel 14bis, lid 2, van de richtlijn 2006/112/EG en 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek voor zover alle voorwaarden voldaan zijn natuurlijk.
De afwijking voor micro-ondernemingen geldt ook voor accijnsproducten bedoeld in artikel 1, § 6, 4°, van het Btw-Wetboek, behalve wanneer de levering wordt verricht voor een lid van de groep van vier (voor zover er geen sprake is van de situatie bedoeld in punt 5.2.1.3. hiervoor) aangezien er in dat geval geen sprake is van een intracommunautaire afstandsverkoop. In tegenstelling tot vroeger worden de intracommunautaire afstandsverkopen van accijnsproducten vanuit België naar een andere lidstaat dus niet langer automatisch (vanaf de eerste euro) aan de btw onderworpen in de lidstaat van aankomst, voor zover de hierboven genoemde voorwaarden voor micro-ondernemingen vervuld zijn.
Wanneer in de loop van een kalenderjaar de communautaire drempel wordt overschreden door een bepaalde intracommunautaire afstandsverkoop, dan wordt deze in zijn geheel geacht plaats te vinden in lidstaat van aankomst van de goederen en dus niet in België.
Het toepassingsgebied van de drempel (de afwijking voor micro-ondernemingen), is dus veel kleiner dan onder de oude regeling van verkopen op afstand, want:
- de nieuwe drempel houdt ook rekening met TBE-diensten die worden verricht aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn in een andere lidstaat dan de dienstverrichter
- de nieuwe drempel houdt rekening met alle intracommunautaire afstandsverkopen die worden verricht vanuit België (de drempel wordt niet langer individueel per lidstaat van aankomst berekend)
- het bedrag van de nieuwe drempel van 10.000 euro is lager dan de drempelbedragen van vroeger
- de afwijking is niet van toepassing wanneer de leverancier in meerdere lidstaten is gevestigd of wanneer hij niet in de gemeenschap is gevestigd
- de afwijking is niet van toepassing op intracommunautaire afstandsverkopen die worden verricht vanuit andere lidstaten dan België (zie punt 5.4.3.4. hierna).
5.4.2.2.2. Communautaire drempel van 10.000 euro
Berekening
Om te bepalen of de communautaire drempel van 10.000 euro (of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid) in een bepaald kalenderjaar wordt overschreden, moet de leverancier rekening houden met het totale bedrag, exclusief btw, van de:
- telecommunicatiediensten, de radio- en televisiediensten en de langs elektronische weg verrichte diensten (TBE-diensten) die worden verleend aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn in een andere lidstaat dan de dienstverrichter (zie artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Btw-Wetboek), en
- intracommunautaire afstandsverkopen van goederen (incl. accijnsproducten) vanuit België naar andere lidstaten (artikel 15, § 2, tweede lid, 3°, van het Btw-Wetboek, cf. artikel 59quater, lid 1, c), van de richtlijn 2006/112/EG).
Er wordt dus niet alleen rekening gehouden met alle intracommunautaire afstandsverkopen vanuit België naar andere lidstaten, maar ook met de hierboven bedoelde TBE-diensten. Het betreft dus een globale en communautaire drempel die voor afnemers binnen de gemeenschap worden verricht.
Voor wat de diensten betreft, wordt benadrukt dat enkel de hierboven bedoelde TBE-diensten moeten worden opgenomen in de berekening van de drempel. Er moet dus geen rekening worden gehouden met andere diensten.
Om te bepalen of de communautaire drempel van 10.000 euro is overschreden moet er ook rekening worden gehouden met de intracommunautaire afstandsverkopen vanuit België naar andere lidstaten van accijnsproducten zoals bedoeld in artikel 1, § 6, 4°, van het Btw-Wetboek (we herinneren eraan dat leveringen van accijnsproducten aan leden van de groep van vier - met uitzondering van belastingplichtigen of niet-belastingplichtige rechtspersonen die zich in de situatie van punt 5.2.1.3. bevinden - niet binnen het begrip intracommunautaire afstandsverkopen vallen, zie punt 5.2.2.4. hiervoor).
Aangifte drempeloverschrijding
Iedere belastingplichtige die vanuit België intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verricht, doet aangifte van de overschrijding van de drempel van 10.000 euro vanaf de eerste handeling, in haar geheel beschouwd, waarvoor de drempel is overschreden en van de datum vanaf wanneer die overschrijding plaatsvond (zie artikel 7, § 3, van het koninklijk besluit nr. 10):
- belastingplichtigen die gebruik willen maken van de OSS Unie-regeling (artikel 58quater, van het Btw-Wetboek), zijn gehouden de Algemene Administratie van de Fiscaliteit in kennis te stellen op het daarvoor door de minister van Financiën of zijn gemachtigde gecreëerde elektronische adres (oss@minfin.fed.be).
- De belastingplichtigen die geen gebruik willen maken van de OSS Unie-regeling, zijn gehouden het KMO centrum van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, waaronder zij ressorteren, per aangetekende zending in kennis te stellen. Deze zending moet vermelden:
* de naam of de maatschappelijke benaming van de belastingplichtige en het adres van zijn administratieve of maatschappelijke hoofdzetel alsook het identificatienummer dat hem door de lidstaat van identificatie werd toegekend voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde;
* de lidstaten van aankomst van de verzonden of vervoerde goederen ter bestemming waarvan de belastingplichtige zijn intracommunautaire afstandsverkopen en TBE-diensten verricht;
* de datum van de drempeloverschrijding;
* de datum alsook de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar.
De belastingplichtige is evenwel van die verklaring ontslagen wanneer een dergelijke verklaring in de loop van het voorafgaande kalenderjaar werd ingediend of wanneer hij in de loop van één van de twee voorafgaande kalenderjaren of in het lopende kalenderjaar de optie bedoeld in punt 5.4.2.2.3. heeft uitgeoefend.
De in België gevestigde belastingplichtige (leverancier) die voldoet aan de voorwaarden voor de afwijking voor micro-ondernemingen, maar hiervan geen gebruik wenst te maken, kan in België ervoor kiezen (verder optie genoemd) dat zijn intracommunautaire afstandsverkopen plaatsvinden in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen (zie artikel 15, § 2, vierde lid, van het Btw-Wetboek en artikel 59quater, lid 3, van de richtlijn 2006/112/EG).
Onweerlegbaar wettelijk vermoeden van optie voor belastingplichtigen die de OSS-Unieregeling toepassen (artikel 7, § 1, van koninklijk besluit nr. 10):
Belastingplichtigen die gebruikmaken of gebruik wensen te maken van de OSS-Unieregeling (artikel 58quater van het Btw-Wetboek), worden geacht op onweerlegbare wijze te hebben gekozen voor de plaatsbepaling van de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen in kwestie, overeenkomstig artikel 15, § 2, vierde lid, van het Btw-Wetboek.
Wanneer de belastingplichtige de OSS-Unieregeling nog niet toepast, gaat de optie in op de eerste dag waarop de belastingplichtige de OSS-Unieregeling mag toepassen, dat wil zeggen in beginsel, vanaf de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het verzoek om inschrijving onder die bijzondere regeling (zie artikel 57quinquies, van de uitvoeringsverordening EU/282/2011).
In de gevallen waarin de belastingplichtige deze bijzondere regeling reeds toepast, gaat de optie daarentegen in vanaf de eerste intracommunautaire afstandsverkoop die de belastingplichtige verricht of de eerste door de belastingplichtige verrichte TBE-dienst bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Btw-Wetboek.
Als de belastingplichtige reeds vóór 01.07.2021 de bijzondere regeling (MOSS) toepast voor zijn TBE-diensten, gaat de optie in vanaf 01.07.2021.
De rechtsgevolgen van de optie nemen hoe dan ook geen einde vóór 31 december van het tweede jaar dat volgt op die data, al naargelang het geval.
De optie blijft evenwel gelden zolang de belastingplichtige gebruik blijft maken van de OSS-Unieregeling.
Aangezien het een onweerlegbaar vermoeden betreft, werd er toch in een mogelijkheid voorzien om aan het vermoeden te ontsnappen. Aldus geldt de optie niet meer wanneer de belastingplichtige beslist om niet langer gebruik te maken van de OSS-Unieregeling. In dat geval houdt de keuze onmiddellijk op uitwerking te hebben met alle gevolgen die daaruit voortvloeien voor de plaatsbepaling van de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en de TBE-diensten (in functie van een eventuele overschrijding van de drempel van 10.000 euro tijdens het lopende of voorafgaande kalenderjaar).
Deze optie (krachtens het vermoeden) geldt eveneens om de plaats van de TBE-diensten bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Btw-Wetboek te bepalen in de lidstaat waar de ontvanger is gevestigd of waar hij zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.
Optie door belastingplichtigen die geen gebruik willen maken van de OSS-Unieregeling:
De belastingplichtigen die de optie uitoefenen, maar die geen gebruik willen maken van de OSS Unie-regeling, zijn gehouden het centrum van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, waaronder zij ressorteren, daarvan via aangetekende zending in kennis te stellen.
Deze zending moet vermelden:
- de naam of de maatschappelijke benaming van de belastingplichtige en het adres van zijn administratieve of maatschappelijke hoofdzetel alsook het identificatienummer dat hem door de lidstaat van identificatie werd toegekend voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde
- de lidstaten van aankomst van de verzonden of vervoerde goederen ter bestemming waarvan de belastingplichtige zijn intracommunautaire afstandsverkopen en TBE-diensten verricht
- de datum alsook de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar van de brief.
De optie gaat in op de datum van de aangetekende zending en geldt tot 31 december van het tweede jaar dat op die datum volgt.
Deze optie geldt eveneens om de plaats van de diensten bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Wetboek te bepalen in de lidstaat waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of waar hij zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.
Gevolgen voor de intracommunautaire afstandsverkopen wanneer de belastingplichtige de optie voor TBE-diensten heeft uitgeoefend
De afwijking voor micro-ondernemingen is evenmin van toepassing, wanneer de belastingplichtige in België ervoor heeft gekozen of geacht wordt te hebben gekozen dat de plaats van de TBE-diensten bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, wordt bepaald overeenkomstig punt b) van die bepaling (zie artikel 21bis, § 2, 9°, vierde lid, van het Btw-Wetboek en artikel 7ter, van het koninklijk besluit nr. 10). De optie inzake TBE-diensten geldt dus ook voor de intracommunautaire afstandsverkopen.
5.4.2.2.4. Overgang van de oude naar de nieuwe regels inzake drempel en optie
Tot en met 30.06.2021 gelden de oude regels inzake verkopen op afstand. Als de belastingplichtige leverancier de drempel van de lidstaat van bestemming voor verkopen op afstand niet heeft overschreden gedurende het kalenderjaar 2020 en de eerste zes maanden van 2021 en niet in België heeft geopteerd om zijn verkopen op afstand in die lidstaat aan de btw te onderwerpen, geldt tot en met 30.06.2021 dat de leveringen van andere goederen dan accijnsproducten, die in aanmerking komen voor de oude regeling verkopen op afstand, plaatsvinden in België.
Vanaf 01.07.2021 geldt evenwel de nieuwe drempel die rekening houdt met meer handelingen (ook TBE-diensten die worden verricht aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn in een andere lidstaat dan de dienstverrichter), communautair wordt geëvalueerd, lager is in bedrag (10.000 euro), enkel geldt als de leverancier in één lidstaat is gevestigd en enkel geldt voor de intracommunautaire afstandsverkopen die vanuit die lidstaat worden verricht. Het betreft dus een aanzienlijke inperking van de mogelijkheid om de levering aan de btw te onderwerpen in de lidstaat van vertrek van de goederen.
Het kan dus zijn dat de intracommunautaire afstandsverkopen op het moment van de inwerkingtreding van de nieuwe regels op 01.07.2021 onmiddellijk plaatsvinden in de lidstaat van aankomst van het vervoer of de verzending van de goederen, bijvoorbeeld omdat de nieuwe drempel van 10.000 euro op die datum reeds overschreden blijkt te zijn gedurende de eerste helft van 2021 of gedurende 2020.
Bij de inwerkingtreding van de nieuwe regels zal iedere onderneming dus een evaluatie moeten maken of zij op 01.07.2021 in aanmerking komt voor de afwijking voor micro-ondernemingen (zie punt 5.4.2.2.1. hiervoor). Zo nee, dan zullen de door de onderneming verrichte intracommunautaire afstandsverkopen vanuit België onmiddellijk bij de inwerkingtreding van de nieuwe regels (dus vanaf 01.07.2021) plaatsvinden in de lidstaat van aankomst van de goederen.
Als de leverancier vóór 01.07.2021 overeenkomstig artikel 15, § 2, tweede lid, b), van het Btw-Wetboek (zoals van kracht tot en met 30.06.2021), had geopteerd om zijn verkopen op afstand vanuit België te laten plaatsvinden in de lidstaat van aankomst van de goederen, vervalt deze optie met de inwerkingtreding van de nieuwe regels op 01.07.2021.
Indien de voorwaarden voor de afwijking voor micro-ondernemingen (zie punt 5.4.2.2.1. hiervoor) zijn vervuld, maar hij toch zijn intracommunautaire afstandsverkopen wil blijven onderwerpen aan de btw van de lidstaat van aankomst van de goederen, zal hij in België de optie van artikel 15, § 2, vierde lid van het Btw-Wetboek en artikel 59quater, lid 3, van de richtlijn 2006/112/EG moeten uitoefenen (zie punt 5.4.2.2.3. hiervoor). Het is natuurlijk ook mogelijk dat het onweerlijkbaar wettelijk vermoeden van optie van artikel 7, § 1, of 7ter, § 1, van koninklijk besluit nr. 10, van toepassing is, omwille van de toepassing van de OSS-unieregeling. In dit verband wordt trouwens opgemerkt dat wanneer de belastingplichtige al vóór 01.07.2021 de bijzondere regeling (MOSS) toepast voor zijn TBE-diensten, het vermoeden van optie ingaat vanaf 01.07.2021, en het uiteraard ook geldt voor de intracommunautaire afstandsverkopen.
Een belastingplichtige X die enkel in België is gevestigd, verricht intracommunautaire afstandsverkopen van goederen vanuit zijn Belgische vestiging aan klanten in lidstaat 1 en lidstaat 2. Het totaal bedrag van zijn intracommunautaire afstandsverkopen op kalenderjaarbasis overschrijdt de drempel van 10.000 euro niet. Hij verricht geen TBE-diensten en past de OSS-Unieregeling (nog) niet toe.
De afwijking voor micro-ondernemingen is van toepassing. Bijgevolg vinden de intracommunautaire afstandsverkopen plaats in België en worden ze in België aan de btw onderworpen.
Als X toch wil dat zijn intracommunautaire afstandsverkopen plaatsvinden in de lidstaat van aankomst, kan hij de optie bedoeld in artikel 15, § 2, vierde lid, van het Btw-Wetboek uitoefenen.
Als X gebruik wil maken van de OSS-Unieregeling, dan houdt de registratie in België voor die regeling het onweerlegbaar vermoeden in dat hij de optie van artikel 15, § 2, vierde lid, van het Btw-Wetboek uitoefent. De keuze gaat dan in op de eerste dag waarop de belastingplichtige de OSS-Unieregeling mag toepassen, dat wil zeggen in beginsel, vanaf de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het verzoek om inschrijving onder die bijzondere regeling. De rechtsgevolgen van de optie nemen hoe dan ook geen einde vóór 31 december van het tweede jaar dat volgt op die data, al naargelang het geval. De optie blijft evenwel gelden zolang de belastingplichtige gebruik blijft maken van die bijzondere regeling. X doet de aangifte en de betaling van de btw die hij verschuldigd is in lidstaat 1 en 2 via het Belgische OSS-portaal.
Als X ervoor kiest om geen gebruik te maken van de OSS-unieregeling, is hij gehouden het centrum van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, waaronder hij ressorteert, daarvan via aangetekende zending in kennis te stellen. De optie gaat in op de datum van de aangetekende zending en geldt tot 31 december van het tweede jaar dat op die datum volgt. Hij zal dan verplicht zijn om zich in lidstaat 1 en lidstaat 2 te identificeren voor btw-doeleinden en daar de intracommunautaire afstandsverkopen aan te geven en de btw te voldoen.
Y is een belastingplichtige die enkel in lidstaat 1 is gevestigd en intracommunautaire afstandsverkopen verricht vanuit lidstaat 1 naar België en lidstaat 2.
Het totale bedrag aan intracommunautaire afstandsverkopen naar België bedroeg in 2020 3.500 euro (excl. btw) en in de eerste zes maanden van 2021 8.000 euro.
Het totale bedrag aan intracommunautaire afstandsverkopen naar lidstaat 2 bedroeg in 2020 3.000 euro (excl. btw) en in de eerste zes maanden van 2021 4.000 euro.
Van 01.01.2021 en met 30.06.2021 moest Y zijn afstandsverkopen naar België niet in België aan de btw onderwerpen omdat hij de Belgische drempel van 35.000 euro niet had overschreden in het lopende en vorige kalenderjaar, ervan uitgaande dat hij niet heeft geopteerd voor belastingheffing in België.
Vanaf 01.07.2021 vinden de intracommunautaire afstandsverkopen naar België onmiddellijk plaats in België. De afwijking voor micro-ondernemingen van artikel 15, § 1, tweede lid, van het Btw-Wetboek is niet van toepassing aangezien het totale bedrag aan intracommunautaire afstandsverkopen gedurende de eerste zes maanden van 2021 met een bedrag van 12.000 euro de communautaire drempel van 10.000 euro heeft overschreden.
Belastingplichtige A is gevestigd in België en heeft een vaste inrichting in lidstaat 1.
A verricht occasioneel intracommunautaire afstandsverkopen vanuit België zonder de drempel van 10.000 euro op kalenderjaarbasis te overschrijden.
A kan de afwijking voor micro-ondernemingen niet toepassen omdat hij in 2 lidstaten is gevestigd. Alle intracommunautaire afstandsverkopen vinden dus plaats in de lidstaat waar de goederen aankomen.
Belastingplichtige B is enkel in België gevestigd. B verricht intracommunautaire afstandsverkopen vanuit België naar lidstaat 1 jaarlijks voor een totaal bedrag van 4.000 euro en vanuit lidstaat 2 (zonder daar een vaste inrichting te hebben) naar lidstaat 3 jaarlijks voor een totaal bedrag van 8.000 euro. We gaan er in dit voorbeeld van uit dat B niet geopteerd heeft (of geacht wordt te hebben geopteerd).
De afwijking voor micro-ondernemingen kan enkel van toepassing zijn op de intracommunautaire afstandsverkopen vanuit België omdat de leverancier daar is gevestigd. Die leveringen vinden dus plaats in België.
De afwijking voor micro-ondernemingen is niet van toepassing op de intracommunautaire afstandsverkopen vanuit lidstaat 2 naar lidstaat 3 omdat de goederen niet worden verzonden vanuit de lidstaat van vestiging. Die leveringen vinden dus plaats in lidstaat 3. Voor de berekening van de drempel van 10.000 euro moet er trouwens geen rekening worden gehouden met deze intracommunautaire afstandsverkopen.
Bovendien wordt opgemerkt dat in dit geval, waarbij B intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verricht vanuit België voor een bedrag dat de drempel van 10.000 euro niet overschrijdt, en hij niet opteert voor belastingheffing over deze handelingen in de lidstaat van bestemming, hij geen gebruik zal kunnen maken van de OSS-Unieregeling voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen die hij vanuit lidstaat 2 verricht (de optie voor de OSS-Unieregeling moet immers globaal gebeuren voor alle intracommunautaire afstandsverkopen en dat is onverenigbaar met het gebruik van de drempelregel voor de intracommunautaire afstandsverkopen vanuit de lidstaat van vestiging).
Voor deze handelingen zal hij zich bijgevolg voor btw-doeleinden moeten laten identificeren in lidstaat 3, en daar aangifte moeten doen van de over deze handelingen verschuldigde btw (in de regel door middel van een periodieke aangifte) overeenkomstig de door die lidstaat vastgestelde modaliteiten.
Kiest hij er toch voor om zich in België te registreren voor de OSS-Unieregeling dan geldt het vermoeden van artikel 7, § 1, van koninklijk besluit nr. 10 dat hij geopteerd heeft dat zijn intracommunautaire afstandsverkopen vanuit België plaatsvinden in de lidstaat van bestemming aan en verzaakt hij bijgevolg aan de afwijking voor micro-ondernemingen.
C is een belastingplichtige die enkel in lidstaat 1 is gevestigd en in 2020 vanuit lidstaat 1 intracommunautaire afstandsverkopen heeft verricht naar België voor een totaalbedrag (excl. btw) van 5.000 euro en naar lidstaat 2 voor een totaalbedrag (excl. btw) van 4.000 euro.
Bovendien heeft hij in 2020 voor een totaal bedrag van 20.000 euro aan TBE-diensten verricht aan een niet-belastingplichtige rechtspersoon in lidstaat 3 die in die lidstaat geen btw-nummer heeft (of zou moeten hebben).
C kan bij de inwerkingtreding van de nieuwe regels op 01.07.2021 de afwijking voor micro-ondernemingen niet toepassen omdat de drempel van 10.000 euro werd overschreden in 2020 (5.000+4.000+20.000).
D is een belastingplichtige die enkel in België is gevestigd (economische activiteit is gestart op 01.01.2021).
Hij verricht volgende handelingen:
Januari 2021: 1.800 euro (excl. btw) aan TBE diensten aan particulieren in andere lidstaten (hij opteert niet dat de diensten plaatsvinden in de lidstaat van de afnemer).
Februari 2021: 3.200 euro (excl. btw) aan intracommunautaire afstandsverkopen vanuit België naar andere lidstaten.
Augustus 2021: 2.500 euro (excl. btw) aan TBE diensten aan particulieren in andere lidstaten en 2.000 euro aan intracommunautaire afstandsverkopen vanuit België naar andere lidstaten.
D kan vanaf 01.07.2021 de afwijking voor micro-ondernemingen toepassen op bovengenoemde intracommunautaire afstandsverkopen en TBE-diensten aangezien de drempel van 10.000 euro niet overschreden wordt. Deze intracommunautaire afstandsverkopen en TBE-diensten vinden dus plaats in België.
In september 2021 verricht D een intracommunautaire afstandsverkoop voor een bedrag van 600 euro (excl. btw) vanuit België naar lidstaat 1. Door deze levering overschrijdt D de drempel van 10.000 euro. De volledige levering vindt plaats in lidstaat 1 en wordt daar aan de btw onderworpen.
E is een elektronische interface gevestigd in lidstaat 1 die de intracommunautaire afstandsverkopen vanuit lidstaat 1 naar België faciliteert voor volgende belastingplichtigen:
F enkel gevestigd in lidstaat 1:
* jaarlijks bedrag excl. btw aan particulieren: 20.000 euro
G niet gevestigd in de gemeenschap:
* Jaarlijks bedrag excl. btw aan particulieren: 3.000 euro
* Jaarlijks bedrag excl. btw aan kleine ondernemingen die de vrijstellingsregeling van artikel 56bis van het Btw-Wetboek toepassen (behoort tot de groep van vier): 6.000 euro;
H niet gevestigd in de gemeenschap:
* Jaarlijks bedrag excl. btw aan niet-belastingplichtige rechtspersonen: 1.500 euro
I niet gevestigd in de gemeenschap:
* Jaarlijks bedrag excl. btw aan particulieren: 5.000 euro.
E wordt als gelijkgestelde leverancier beschouwd voor de volgende intracommunautaire afstandsverkopen (artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek, zie punt 5.3 hiervoor):
- de verkopen door G aan particulieren (3.000 euro)
- de verkopen door H (1.500 euro)
- de verkopen door I (5.000 euro).
We gaan er in dit voorbeeld van uit dat E niet geopteerd heeft.
Aangezien E enkel gevestigd is in lidstaat 1 en hij jaarlijks slechts voor 9.500 euro aan intracommunautaire afstandsverkopen verricht, is de afwijking voor micro-ondernemingen van toepassing en is de plaats van de levering lidstaat 1 en niet België.
E treedt niet op als gelijkgestelde leverancier voor de leveringen van F. Aangezien F de drempel van 10.000 euro ieder jaar overschrijdt, is de afwijking voor micro-ondernemingen niet van toepassing en is de plaats van de levering België.
E treedt niet op als gelijkgestelde leverancier voor de leveringen van G aan kleine ondernemingen. Aangezien G niet in de gemeenschap is gevestigd is de afwijking voor micro-ondernemingen niet van toepassing en is de plaats van de levering België.
5.5. Bijzondere regeling van toepassing op de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en op bepaalde leveringen van goederen (de regeling EU of Unieregeling OSS)
Een optionele regeling wordt vanaf 01.07.2021 ingevoerd voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen (artikel 58quater, van het Btw-Wetboek). Die bijzondere regeling is identiek aan de bijzondere regeling voor de diensten B2C die worden verricht door een in de Europese Unie gevestigde belastingplichtige (regeling EU of Unieregeling OSS).
Die regeling laat de leverancier die intracommunautaire afstandsverkopen van goederen, gelokaliseerd in de lidstaat van aankomst van de goederen, verricht toe om de in de Europese Unie verschuldigde btw aan te geven en te voldoen door middel van een in één enkele lidstaat gecentraliseerde OSS-aangifte.
Er wordt verwezen naar punt 7.3., voor een gedetailleerde toelichting van die nieuwe regeling.
6. Btw-regels van toepassing op bepaalde diensten verstrekt aan niet-belastingplichtigen
Tenzij voor de telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verstrekte diensten (TBE diensten), wordt op 01.07.2021 geen enkele wijziging aangebracht voor wat betreft de plaatsbepaling van de diensten verstrekt aan niet-belastingplichtigen.
Die plaatsbepalingsregels worden hierna evenwel uiteengezet omdat elke belastingplichtige die een dienst verricht, verstrekt aan een niet-belastingplichtige die overeenkomstig artikel 21bis, § 2, van het Btw-Wetboek gelokaliseerd wordt in een lidstaat waar hij niet gevestigd is, zich vanaf 01.07.2021 zal kunnen inschrijven in één van de bijzondere regelingen voor de B2C-diensten (artikelen 58ter en 58quater, van het Btw-Wetboek) (regeling EU of Unieregeling OSS en regeling niet-EU of niet-Unieregeling OSS).
Die optionele bijzondere regelingen laten de in de Europese Unie gevestigde dienstverrichter (regeling EU of Unieregeling OSS) en de niet in de Europese Unie gevestigde dienstverrichter (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS) die dat type van diensten verrichten voor niet-belastingplichtigen toe om de in de Europese Unie verschuldigde btw aan te geven en te voldoen door middel van een in één enkele lidstaat gecentraliseerde aangifte OSS.
Er wordt verwezen naar hoofdstuk 7., afdeling 7.4., voor een gedetailleerde toelichting van die nieuwe regelingen.
6.2. Algemene plaatsbepalingsregels van de diensten B2C
In de regel vinden de diensten die worden verstrekt aan een niet-btw-belastingplichtige (niet gelijkgesteld met een belastingplichtige door artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek) plaats daar waar de dienstverrichter gevestigd is.
Worden deze diensten echter verricht vanuit een vaste inrichting van de dienstverrichter, gevestigd op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt.
Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de dienstverrichter (artikel 21bis, § 1, van het Btw-Wetboek ter omzetting van artikel 45 van de richtlijn 2006/112/EG).
6.3. Afwijkende plaatsbepalingsregels van de B2C diensten
Op de algemene regels van de plaatsbepaling van diensten als bedoeld in artikel 21bis, § 1, van het Btw-Wetboek bestaan evenwel een aantal afwijkingen. Deze regels wijken af van het criterium inzake territorialiteit.
Sommige diensten wijken aldus af van de algemene regel inzake heffing op de plaats van vestiging van de dienstverrichter om hun eigen regels te volgen wanneer de aard van de dienst dat rechtvaardigt.
Deze goed gedefinieerde afwijkingen zijn in bepaalde specifieke gevallen voorzien. Ze houden rekening met het principe van de heffing op de plaats van het verbruik en vermijden een onevenredig aantal administratieve lasten aan bepaalde belastingplichtigen.
Het doel van deze regels met een bijzonder aanknopingspunt is het vermijden van, enerzijds, bevoegdheidsconflicten die tot dubbele belasting kunnen leiden en, anderzijds, het niet-belasten van inkomsten.
Deze afwijkingen van de algemene plaatsbepalingsregel voor B2C diensten met een bijzonder aanknopingspunt moeten daarom niet als uitzonderingen die een strikte interpretatie zouden moeten krijgen worden aangemerkt.
Alvorens te beslissen of in een gegeven situatie een bepaalde dienst beoogd wordt door de algemene regels, dient aldus te worden nagegaan of deze situatie voorzien is in een van de bijzondere bepalingen van artikel 21bis, § 2, van het Btw-Wetboek (artikelen 46 tot en met 59bis van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd).
Indien dit niet het geval is, zijn de algemene plaatsbepalingsregels van artikel 21bis, § 1, van het Btw-Wetboek, van toepassing.
6.3.1. Diensten die verband houden met een onroerend goed uit zijn aard
De diensten die verband houden met een uit zijn aard onroerend goed vinden plaats daar waar het onroerend goed is gelegen (artikel 21bis, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek ter omzetting van artikel 47 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd en Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 1042/2013 van de Raad van 7 oktober 2013 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 wat betreft de plaats van een dienst).
De niet-limitatieve lijst van beoogde diensten werd geïntegreerd in artikel 21bis, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek. Zijn inzonderheid bedoeld:
- het werk in onroerende staat (artikel 19, § 2, derde lid, van het Btw-Wetboek)
- de terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen, van bergruimte voor het opslaan van goederen, van plaats om te kamperen en het verschaffen van gemeubeld logies, met inbegrip van de door de hotelhouder verstrekte telecommunicatie-, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten (artikel 31quater van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011, voornoemd), de toekenning van het recht van toegang tot verkeerswegen en tot de erbij behorende kunstwerken, alsmede de toekenning van het recht gebruik ervan te maken (zie artikel 18, § 1, tweede lid, 8° tot 10° en 15°, van het Btw-Wetboek)
- het verlenen van gebruiksrechten op een onroerend goed (bijvoorbeeld: de pacht, de verhuur, de financieringshuur van uit hun aard onroerende goederen, de verhuur van onroerende brandkasten)
- de diensten van experts en makelaars in onroerende goederen of de diensten die erop gericht zijn de uitvoering van bouwwerken voor te bereiden, te coördineren of er toezicht op te houden (bijvoorbeeld: het studie- en controlewerk dat tot de geregelde werkzaamheid van architecten, landmeters en ingenieurs behoort).
6.3.2. Personenvervoerdiensten
6.3.2.1. Criterium voor de plaatsbepaling
Personenvervoerdiensten worden geacht plaats te vinden op de plaats waar het vervoer wordt verricht, dit in verhouding tot de afgelegde afstanden (artikel 21bis, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek ter omzetting van artikel 48, van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd).
Voor het internationale vervoer moet het gedeelte van het vervoer dat, in principe, aan de belasting is onderworpen, worden bepaald rekening houdend met de in het land afgelegde afstand ten opzichte van het totale internationale traject.
Een in België gevestigde autocarexploitant vervoert Amerikaanse toeristen van Oostende naar Parijs.
Krachtens artikel 21bis, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek, vindt de dienst plaats in België en in Frankrijk in de mate dat de respectieve trajecten er plaatsvinden.
6.3.3. Andere goederenvervoerdiensten dan het intracommunautair goederenvervoer
6.3.3.1. Criterium voor de plaatsbepaling
De andere goederenvervoerdiensten dan het intracommunautair goederenvervoer vinden plaats waar het vervoer wordt verricht, dit in verhouding tot de afgelegde afstanden (artikel 21bis, § 2, 3°, van het Btw-Wetboek ter omzetting van artikel 49, van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd).
Deze pro rata-regel is dezelfde als diegene die van toepassing is op het personenvervoer.
Deze plaatsbepalingsregel is van toepassing zowel op het nationale vervoer van goederen waarvan de plaatsen van vertrek en aankomst in hetzelfde land zijn gelegen, als op het internationale vervoer van goederen waarvan de plaats van vertrek en/of de plaats van aankomst buiten de gemeenschap zijn gelegen.
- Een goederenvervoer van Aarlen naar Luik, voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in Frankrijk gedomicilieerd is, is aan de Belgische btw onderworpen ongeacht de vestigingsplaats van de vervoerder.
- Een in België gevestigde niet-belastingplichtige natuurlijke persoon, gelast een Belgisch vervoerbedrijf met een goederenvervoer van Bologna (Italië) naar Turijn (Italië). Deze vervoerdienst vindt plaats in Italië, zijnde daar waar het vervoer wordt verricht, in verhouding van de afgelegde afstanden.
6.3.4. Het intracommunautaire goederenvervoer
6.3.4.1. Criterium voor de plaatsbepaling
Het intracommunautaire vervoer van goederen wordt geacht plaats te vinden op de plaats van het vertrek van het vervoer (artikel 21bis, § 2, 4°, van het Btw-Wetboek ter omzetting van artikel 50, van de richtlijn 2006/112/EG).
Overeenkomstig artikel 1, § 6, van het Btw-Wetboek wordt voor de toepassing van het Btw-Wetboek verstaan onder:
'1° 'intracommunautair goederenvervoer': vervoer van goederen waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst op het grondgebied van twee verschillende lidstaten zijn gelegen;
2° 'plaats van vertrek': de plaats waar het goederenvervoer daadwerkelijk begint;
3. 'plaats van aankomst': de plaats waar het goederenvervoer daadwerkelijk eindigt;’
1. Een vervoerder krijgt opdracht van een Brusselse gepensioneerde om zijn meubels te verhuizen van Brussel naar Nice (Frankrijk), waar laatstgenoemde voortaan gedomicilieerd zal zijn.
Dit intracommunautair goederenvervoer wordt geacht in België plaats te vinden, zijnde de plaats van vertrek van het vervoer van de meubels en dit ongeacht de vestigingsplaats van de verhuizer.
2. Een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon, die in België gevestigd is, geeft opdracht aan een Belgisch vervoerbedrijf om goederen te vervoeren van Dudelange (Groot Hertogdom Luxemburg) naar Aarlen (België).
De dienst van het Belgische vervoerbedrijf wordt geacht plaats te vinden in het Groot Hertogdom Luxemburg, zijnde de plaats van vertrek van de goederen.
6.3.5. Culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, onderwijs-, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten
6.3.5.1. Criterium voor de plaatsbepaling
De plaats van de betrokken dienst wordt geacht zich te bevinden daar waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt:
a. wanneer de dienst bestaat in het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, zoals beurzen en tentoonstellingen, en met de toegangsverlening samenhangende diensten (artikel 21bis, § 2, 5°, a), van het Btw-Wetboek);
b. wanneer de dienst verband houdt met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten, zoals beurzen en tentoonstellingen, met inbegrip van de diensten van de organisatoren van dergelijke activiteiten en alsmede van de daarmee samenhangende diensten (artikel 21bis, § 2, 5°, b), van het Btw-Wetboek).
1. Een Nederlandse belastingplichtige verkoopt aan een in Nederland gevestigde particulier een toegangsticket voor een in Brugge te spelen voetbalwedstrijd. Die dienst wordt geacht plaats te vinden in België op de plaats waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt.
2. Een Belgische belastingplichtige verkoopt aan een Belgische particulier een toegangsticket voor een concert dat wordt georganiseerd in Parijs. Die dienst wordt geacht gesitueerd te zijn in Frankrijk op de plaats waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt, ongeacht of het ticket aan een loket of online werd gekocht.
3. Een Luxemburgse rentenier neemt deel aan een studiedag met betrekking tot de Europese fiscale actualiteit, die in Brussel wordt georganiseerd door een Luxemburgs accountantskantoor. Het recht op toegang tot dit evenement vindt plaats in België, daar waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt.
6.3.6. De diensten die plaatsvinden op de plaats van de materiële uitvoering
6.3.6.1. Criterium voor de plaatsbepaling
De plaats van de betrokken diensten wordt geacht zich te bevinden op de plaats waar de dienst materieel wordt verricht:
a. wanneer ze tot voorwerp heeft restaurant- en cateringdiensten, met uitzondering van die welke materieel worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein tijdens het in de gemeenschap verrichte gedeelte van een passagiersvervoer (artikel 21bis, § 2, 6°, a), van het Btw-Wetboek);
b. wanneer ze tot voorwerp heeft een dienst die met vervoer samenhangt, zoals het laden, lossen, behandelen en soortgelijke activiteiten (artikel 21bis, § 2, 6°, b), van het Btw-Wetboek);
c. wanneer ze tot voorwerp heeft expertises en werkzaamheden met betrekking tot lichamelijke roerende goederen (artikel 21bis, § 2, 6°, c), van het Btw-Wetboek).
6.3.6.2.1. Restaurant- en cateringdiensten
Onder restaurant- en cateringdiensten wordt verstaan het verstrekken van bereide of onbereide spijzen (bijvoorbeeld kaas) of dranken dan wel beide, voor menselijke consumptie, in combinatie met voldoende bijkomende diensten ten behoeve van de onmiddellijke consumptie van die spijzen of dranken. Het verstrekken van spijzen of dranken dan wel beide is niet meer dan een onderdeel van het geheel waarin het dienstenaspect de overhand heeft.
De begrippen 'bereid of onbereid' beogen zowel de spijzen als de dranken.
Restaurantdiensten zijn dergelijke diensten verstrekt in de ruimten van de dienstverrichter en cateringdiensten zijn dergelijke diensten verstrekt elders dan in de ruimten van de dienstverrichter (zie artikel 6, van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011, voornoemd).
6.3.6.2.2. De met goederenvervoer samenhangende diensten
Opdat een handeling kan worden aanzien als 'samenhangend met een vervoer', in de zin van deze bepaling, dient deze rechtstreeks te slaan op het vervoerde goed en bovendien een directe band te hebben met het vervoer, zoals bij voorbeeld, het laden en het lossen van een voertuig, het stuwen (of stouwen), ontstuwen, verstuwen, trimmen (een schip in evenwicht brengen door verplaatsing van de lading), het wegen, meten, peilen, het verpakken van de goederen met het oog op hun vervoer, … .
6.3.6.2.3. Expertise of werk in roerende staat
Met een werk in roerende staat worden alle mechanische en menselijke werken beoogd die worden verricht aan een roerend lichamelijk goed. Worden bedoeld de vervaardiging, assemblage, verbouwing, met inbegrip van maakloonwerk, alle werken van herstelling, onderhoud of schoonmaak van roerende goederen, het verpakken, herverpakken en de behandeling van goederen met het oog op de verkoop ervan, … .
Artikel 21bis, § 2, 6°, a), van het Btw-Wetboek is van toepassing in de volgende situaties:
- Personen dineren in een restaurant in Kortrijk. Die dienst wordt geacht plaats te vinden in België op de plaats van de materiële uitvoering en maakt de Belgische btw opeisbaar.
- Een Belgische traiteur verricht een cateringdienst te Valenciennes in het kader van een familiefeest. Die dienst wordt geacht plaats te vinden in Frankrijk op de plaats van de materiële uitvoering en maakt de Franse btw opeisbaar.
Artikel 21bis, § 2, 6°, b), van het Btw-Wetboek is van toepassing in de volgende situaties:
- Belgische natuurlijke personen, die privé handelen, kopen wijn aan in Frankrijk. Ze vragen aan een lokale firma om de vrachtwagen te laden van de Belgische vervoerder die het vervoer van Frankrijk naar België verricht. De dienst van het laden heeft plaats in Frankrijk, op de plaats van de materiële uitvoering.
- Een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon, gevestigd in Duitsland, gelast een Belgische onderneming om in Mechelen (België) goederen te laden die vervoerd moeten worden naar Keulen (Duitsland). De aan het vervoer bijkomende dienst (het laden) vindt plaats in België, de plaats waar ze materieel wordt uitgevoerd.
Artikel 21bis, § 2, 6°, c), van het Btw-Wetboek is van toepassing in de volgende situaties:
- Een Nederlandse kunstenaar wordt door een privé-eigenaar gevraagd om in Gent een schilderij te herstellen dat beschadigd werd door een brand. Het werk in roerende staat vindt plaats in België, de plaats van de materiële uitvoering.
- Een natuurlijke persoon die in België verblijft vraagt aan een Belgische expert om zich naar Italië te begeven om daar een expertise te verrichten van de waarde van zijn privé-goederen die er zich bevinden. De expertisedienst vindt plaats in Italië, de plaats van de materiële uitvoering.
6.3.7. Verhuur op korte termijn van een vervoermiddel
6.3.7.1. Criterium voor de plaatsbepaling
De dienst bestaande uit de verhuur op korte termijn van een vervoermiddel vindt plaats daar waar het vervoermiddel daadwerkelijk ter beschikking van de ontvanger wordt gesteld (artikel 21bis, § 2, 7°, eerste lid, van het Btw-Wetboek).
Onder 'verhuur op korte termijn' wordt verstaan het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van ten hoogste dertig dagen en voor schepen van ten hoogste negentig dagen.
Dergelijke verhuur op korte termijn van een vervoermiddel wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar het vervoermiddel daadwerkelijk ter beschikking van de huurder wordt gesteld, met andere woorden de plaats waar hij er lijfelijk bezit van neemt.
De loutere juridische inbezitneming (ondertekening van het contract, overhandiging van de sleutels) is ter zake op zich (wegens zijn aard) onvoldoende (artikel 40 van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011, voornoemd).
Een Japanner in vakantie komt aan in de luchthaven van Zaventem, huurt er een wagen gedurende twee weken en neemt daadwerkelijk bezit ervan op die luchthaven. Die verhuur is onderworpen aan de Belgische btw, ongeacht de plaats waar die wagen wordt gebruikt.
6.3.8. Verhuur anders dan op korte termijn van een vervoermiddel
6.3.8.1. Criterium van plaatsbepaling
De plaats van de dienst die tot voorwerp heeft de verhuur anders dan op korte termijn van een vervoermiddel is de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft (artikel 21bis, § 2, 7°bis, van het Btw-Wetboek).
In afwijking, wanneer het vervoermiddel een pleziervaartuig betreft, vindt de verhuur anders dan op korte termijn, plaats waar het vaartuig daadwerkelijk ter beschikking van de ontvanger wordt gesteld, indien de verhuur daadwerkelijk door de dienstverrichter wordt verricht, vanuit de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting, gevestigd in het land van de daadwerkelijke terbeschikkingstelling van het goed aan de ontvanger (artikel 21bis, § 2, 7°ter, van het Btw-Wetboek).
Onder 'anders dan op korte termijn', of met andere woorden onder 'lange termijn', verstaat men het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van meer dan dertig dagen en in het geval van schepen gedurende een periode van meer dan negentig dagen (artikel 21bis, § 2, 7°, tweede lid, van het Btw-Wetboek ter omzetting van artikel 56, lid 3, van de richtlijn 2006/112/EG).
1. De leasing van een auto voor een periode van 6 maanden, door een in Nederland gevestigde leasinggever aan een in België gevestigde natuurlijke persoon die voor privédoeleinden handelt.
De dienst vindt plaats in België, ongeacht waar de overhandiging van de sleutels plaatsvindt (hetzelfde geldt in een B2B context).
2. Een in Duitsland gevestigde natuurlijke persoon die voor privédoeleinden handelt, huurt een pleziervaartuig van een Deens bedrijf. De huurder zal het pleziervaartuig het ganse jaar door gebruiken. De huurder neemt het vaartuig in ontvangst in de haven van Oostende (België), waar het aangemeerd ligt.
Het volgende onderscheid moet worden gemaakt:
- Het Deense bedrijf heeft geen vaste inrichting in België.
De daadwerkelijke terbeschikkingstelling van het vaartuig geschiedt in een ander land dan datgene waar de dienstverrichter zijn economische activiteit uitoefent. In dat geval is de algemene regel van toepassing. De dienst vindt plaats in Duitsland, waar de ontvanger zijn woonplaats heeft (artikel 21bis, § 2, 7°bis, van het Btw-Wetboek).
- Het Deense bedrijf heeft een vaste inrichting in België die het vaartuig daadwerkelijk ter beschikking stelt van de Duitse klant.
De daadwerkelijke terbeschikkingstelling van het vaartuig door de dienstverrichter geschiedt in hetzelfde land als dat van zijn activiteit. De afwijkende regel dient te worden toegepast. De verhuur van het vaartuig, anders dan op korte termijn, vindt plaats in België, waar het vaartuig daadwerkelijk ter beschikking wordt gesteld (artikel 21bis, § 2, 7°ter, van het Btw-Wetboek).
6.3.9. Restaurant- en cateringdiensten voor verbruik aan boord van een schip, vliegtuig of trein
6.3.9.1. Criterium voor de plaatsbepaling
Restaurant- en cateringdiensten die materieel worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein tijdens het in de gemeenschap verrichte gedeelte van het vervoer worden geacht plaats te vinden op de plaats van vertrek van het passagiersvervoer (artikel 21bis, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek, ter omzetting van artikel 57, paragraaf 1, van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd).
Cateringdiensten verstrekt aan boord van een schip, vliegtuig of trein, gedurende het gedeelte van het passagiersvervoer dat wordt verricht binnen de gemeenschap.
Een maaltijd wordt aan de passagiers verstrekt aan boord van een vlucht van Narbonne naar Brussel.
Deze dienst vindt plaats daar waar het passagiersvervoer vertrekt, zijnde Frankrijk.
Indien het vliegtuig, alvorens passagiers aan boord te laten gaan in Narbonne, een zekere tijd om technische redenen in Barcelona geparkeerd was, dan blijft de dienst in Frankrijk gelokaliseerd aangezien er in Spanje geen passagiers aan boord zijn gekomen. Er moet dus geen rekening worden gehouden met die tussenstop.
6.3.10. Telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten
6.3.10.1. Criterium voor de plaatsbepaling
Telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten vinden plaats daar waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft (artikel 21bis, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek).
6.3.10.1.2. Voorwaardelijke afwijkende regel voor de plaatsbepaling
In afwijking op de algemene regel voor de plaatsbepaling op de plaats van vestiging van de afnemer, worden de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten geacht plaats te vinden in de lidstaat waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd (artikel 21bis, § 2, 9°, tweede tot vijfde lid, van het Btw-Wetboek).
Deze afwijkende regeling is van toepassing mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan:
- de dienstverrichter is gevestigd of heeft, bij gebrek aan een dergelijke vestiging, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats in één enkele lidstaat
- de betrokken diensten worden verleend aan niet-belastingplichtige personen die zijn gevestigd of hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere lidstaat dan deze waar de zetel van de economische activiteit van de dienstverrichter is gevestigd
- de totale waarde exclusief btw van de betrokken diensten en van de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen ter bestemming van een andere lidstaat van het lopende kalenderjaar bedraagt niet meer dan 10.000 euro of de tegenwaarde ervan in de nationale munteenheid en heeft deze drempel in het voorgaande kalenderjaar niet overschreden (bepaling van toepassing vanaf 01.07.2021).
Wanneer in de loop van een kalenderjaar de bovengenoemde drempel wordt overschreden, is de algemene regel voor de plaatsbepaling de plaats van vestiging van de afnemer vanaf de eerste handeling, in haar geheel genomen, waardoor deze drempel wordt overschreden.
De dienstverrichters die vallen onder deze afwijkende regeling kunnen er echter voor opteren om deze niet toe te passen. Zodoende kunnen zij ervoor kiezen om hun diensten onmiddellijk plaats te laten vinden volgens de algemene regel, in de lidstaat waar de afnemer is gevestigd. Deze optie heeft betrekking op een periode van ten minste twee kalenderjaren en geldt eveneens als keuze opdat de plaats van de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen zich zou bevinden in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen (bepaling van toepassing vanaf 01.07.2021).
De telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten, verstrekt door een hotelinrichting, vinden plaats daar waar het hotel gelegen is (artikel 21bis, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek en artikel 31quater, van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011, voornoemd).
De plaats van de restaurant en cateringdiensten, die materieel worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein tijdens het in de gemeenschap verrichte gedeelte van het vervoer, is de plaats van vertrek van het passagiersvervoer (artikel 21bis, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek, tot omzetting van artikel 57, paragraaf 1, van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd).
1. Een voor privédoeleinden handelende en in België gedomicilieerde natuurlijke persoon, downloadt MP3 en software (bv. Antivirus …) via de website van een dienstverrichter gevestigd in Canada. De dienst vindt plaats in België, op de plaats waar de afnemer van de dienst is gevestigd, en maakt de Belgische btw opeisbaar. De in artikel 21bis, § 2, 9°, leden 2 tot 5, van het Btw-Wetboek, bedoelde afwijking is niet van toepassing gezien de dienstverrichter niet gevestigd is in de gemeenschap.
2. In het kader van een in België georganiseerd muziekfestival verleent een, uitsluitend in België gevestigde, dienstverlener aan in andere lidstaten gevestigde niet-belastingplichtigen een recht van toegang tot een digitaal platform dat hen toelaat eerder opgenomen en gemonteerde video's van artiesten te raadplegen. Uit deze grensoverschrijdende dienstprestatie behaalt hij een jaaromzet van minder dan 10.000 euro (hij verricht geen intracommunautaire afstandsverkopen van goederen).
De Belgische dienstverrichter beschikt over de volgende mogelijkheden:
- Omdat voldaan werd aan de voorwaarden voor de plaatsbepaling van de dienst in België (plaats van de dienstverrichter), rekent hij Belgische btw aan.
- Indien hij ervoor opteert om als plaats van de dienst de lidstaat van de afnemer te nemen, rekent hij de lokale btw aan van de lidstaat van de afnemer waar hij niet geïdentificeerd is voor de btw
6.3.11. Diverse diensten verstrekt aan buiten de gemeenschap gevestigde personen
Als plaats van de dienst wordt aangemerkt de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de gemeenschap is gevestigd of aldaar zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, en voor zover die dienst tot voorwerp heeft (artikel 21bis, § 2, 10°, van het Btw-Wetboek):
a. de overdracht en het verlenen van auteursrechten, octrooien, licentierechten, fabrieks- en handelsmerken en soortgelijke rechten
b. diensten op het gebied van reclame
c. diensten verricht door raadgevende personen, ingenieurs, adviesbureaus, advocaten, accountants en andere soortgelijke diensten, alsmede gegevensverwerking en informatieverschaffing
d. de verplichting om een beroepsactiviteit of een onder a. bedoeld recht geheel of gedeeltelijk niet uit te oefenen
e. bank-, financiële en verzekeringsverrichtingen met inbegrip van herverzekeringsverrichtingen en met uitzondering van de verhuur van safeloketten
f. het beschikbaar stellen van personeel
g. de verhuur van lichamelijke roerende goederen, met uitzondering van alle vervoermiddelen
h. het bieden van toegang tot een op het grondgebied van de gemeenschap gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, tot het elektriciteitssysteem of tot warmte- of koudenetten, alsmede het verrichten van transmissie- of distributiediensten via deze systemen of netten en het verrichten van andere daarmee rechtstreeks verbonden diensten.
6.3.12. De diensten van tussenpersonen
6.3.12.1. Criterium voor de plaatsbepaling
Als plaats van de dienst wordt aangemerkt de plaats waar de hoofdhandeling wordt verricht wanneer het de tussenkomst betreft van een tussenpersoon die niet handelt als bedoeld in artikel 13, § 2, van het Btw-Wetboek (artikel 21bis § 2, 12°, van het Btw-Wetboek).
In een dergelijk geval dienen voor de plaatsbepaling van de onderliggende dienst dezelfde regels van toepassing te zijn als voor de hoofdhandeling waarvoor bedoelde tussenpersoon tussenkomst verleent.
Wordt bedoeld de dienst van tussenpersoon, zijnde een makelaar of een lasthebber met uitzondering van een commissionair of iedere andere tussenpersoon die handelt onder de voorwaarden van artikel 13, § 2, van het Btw-Wetboek.
Onder 'diensten van tussenpersonen' wordt verstaan de diensten verricht door tussenpersonen die handelen in naam en voor rekening van een derde, zijnde een makelaar of een lasthebber met uitzondering van een commissionair of iedere andere tussenpersoon die handelt onder de voorwaarden van artikel 13, § 2, van het Btw-Wetboek.
Er moet geen onderscheid worden gemaakt naargelang:
- de tussenpersoon handelt in naam en voor rekening van de afnemer dan wel van de dienstverrichter van de hoofdhandeling
- deze hoofdhandeling een levering van goederen, een dienst of een intracommunautaire verwerving van goederen is waarvan de plaats wordt bepaald overeenkomstig de regels voorzien in de artikelen 14, 14bis, 15, 21, 21bis of 25quinquies van het Btw-Wetboek.
- deze hoofdhandeling effectief met btw is belast of niet.
De regel die ingesteld is door artikel 21bis, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek is derhalve van toepassing ongeacht de hoedanigheid van de personen die de handeling verrichten waarvoor bedoelde tussenpersoon tussenkomst verleent.
Artikel 21bis, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek is van toepassing in de volgende gevallen:
1. Een onafhankelijke tussenpersoon, gevestigd in Maastricht (Nederland), komt op vraag van een in Gent gevestigde verkoper die voor privédoeleinden handelt, tussen bij de verkoop van een auto.
De auto wordt verkocht en naar een koper in Duitsland verstuurd.
De dienst van de makelaar vindt plaats in België, zijnde de lidstaat waar de hoofdhandeling plaatsvindt (de levering van de auto vindt plaats in België omdat de auto zich hier bevindt op het tijdstip van vertrek van het vervoer).
2. Een tussenpersoon gevestigd in Frankrijk komt tussen, op vraag van een in Nederland gedomicilieerde natuurlijke persoon die voor privé-doeleinden handelt, bij een maakloonwerk met betrekking tot een roerend goed dat wordt verricht door een belastingplichtige gevestigd in België.
De dienst van de tussenpersoon wordt dan geacht plaats te vinden in België, namelijk de lidstaat waar de hoofdhandeling plaatsvindt (het maakloonwerk vindt plaats in België, plaats waar het werk materieel wordt verricht).
7.1. Bijzondere regeling van toepassing op de afstandsverkopen van goederen ingevoerd uit derdelandsgebieden of derde landen (invoerregeling/enig loket voor de invoeren of IOSS)
De wijziging van de btw-reglementering inzake btw met betrekking tot de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen heeft tot doel te verzekeren dat de aankopen door particulieren van goederen die rechtstreeks worden verzonden vanuit derdelandsgebieden of derde landen naar een lidstaat, systematisch worden belast.
Wat de btw betreft, geven die aankopen aanleiding tot twee belastbare handelingen: enerzijds, een levering van goederen (de overdracht van de macht om als een eigenaar over een goed te beschikken, in casu de verkoop) en, anderzijds, een invoer (het louter binnenbrengen van het goed op het grondgebied van de gemeenschap, dat een belastbaar feit op zich is).
Er werd reeds uiteengezet dat de btw-reglementering werd aangepast, met als datum van uitwerking 01.07.2021, opdat die aankopen altijd aanleiding geven tot een principiële belastingheffing, hetzij op de levering als zodanig (de afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of een derde land ingevoerde goederen), hetzij op de invoer, hetzij in bepaalde omstandigheden zelfs op beide. In dat kader wordt overgegaan tot de afschaffing van de vrijstelling voor de invoer van goederen in zendingen van geringe waarde (minder dan 22 euro). De vrijstelling van douanerechten voor de invoer in de Europese Unie van goederen met een waarde van maximaal 150 euro blijft echter behouden.
Teneinde zoveel als mogelijk de bijkomende administratieve last die rust op de operatoren te beperken, wordt een nieuwe regeling van enig loket, getiteld 'Bijzondere regeling van toepassing op afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen' (de invoerregeling binnen het OSS-systeem) ingevoerd, die zal toelaten om op een eenvoudige manier, in één enkele en zelfde lidstaat, de verschuldigde btw aan te geven en te betalen over de verkopen op afstand van goederen ingevoerd van derdelandsgebieden of derde landen. Het hoofddoel van dit nieuwe, facultatieve systeem bestaat erin te vermijden dat de leverancier zich voor de btw moet laten identificeren in alle lidstaten waarin hij verkopen op afstand verricht van goederen ingevoerd van derdelandsgebieden of derde landen en waarin hij niet reeds is gevestigd of geïdentificeerd.
Deze regeling moet de leveranciers, die goederen verzonden of vervoerd vanuit een derde land of een derdelandsgebied verkopen aan in de EU gesitueerde afnemers, toelaten om bij die afnemers de btw te innen over de verkopen op afstand van goederen die begrepen zijn in zendingen waarvan de waarde 150 euro niet te boven gaat en om die btw aan te geven en te betalen door tussenkomst van het enig loket voor de invoeren (IOSS).
Artikel 58quinquies, van het Belgisch Btw-Wetboek (artikelen 369terdecies tot 369quinvicies van de afdeling 4, hoofdstuk 6, titel XII, van de richtlijn 2006/112/EG) omschrijft in detail de aan het OSS-systeem gelinkte bijzondere regeling, van toepassing op de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen.
In het kader van deze bijzondere regeling wordt de levering van goederen (de afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of een derde land ingevoerde goederen) in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro belast overeenkomstig de modaliteiten opgenomen in de bijzondere regeling, terwijl de invoer van de goederen die het voorwerp uitmaken van de levering wordt vrijgesteld. De benaming invoerregeling is in deze dan ook enigszins misleidend: de invoer wordt immers vrijgesteld terwijl enkel de levering (afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of derde land ingevoerd goed) wordt belast. In tegenstelling tot de andere twee bijzondere regelingen binnen het OSS-systeem (zie punten 7.1. en 7.2.) is het uiteraard wel de enige regeling die handelingen omvat die aanleiding geven tot een invoer (ook al wordt die dan niet belast).
De invoerregeling IOSS is een optionele regeling zodat de belastingplichtige steeds de mogelijkheid heeft de gewone btw-regeling toe te passen. In dat geval zal hij zich voor btw-doeleinden moeten laten identificeren in alle lidstaten waar hij handelingen verricht waarvoor hij schuldenaar is van de btw (respectievelijk afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen en desgevallend invoeren), hetgeen desgevallend gepaard gaat met de verplichte aanstelling van een aansprakelijke vertegenwoordiger in de betrokken lidstaten.
Bovendien is de invoerregeling eveneens een globale optionele regeling. Artikel 58quinquies, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek (artikel 369quaterdecies, 1, tweede lid, van de richtlijn 2006/112/EG) bepaalt aldus dat, wanneer belastingplichtigen er gebruik van maken, deze bijzondere regeling van toepassing is op al hun afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen die binnen het toepassingsgebied van deze regeling vallen.
Met het oog op de precieze afbakening van het materiële toepassingsgebied bepaalt artikel 58quinquies, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek dat voor de toepassing van de bijzondere regeling, in afwijking van de definitie opgenomen in artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek, afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of derde land ingevoerde goederen uitsluitend betrekking hebben op goederen andere dan accijnsproducten, in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro. Verwezen wordt naar punt 7.1.4. hierna.
Onder 'tussenpersoon' verstaat men een in de gemeenschap gevestigde persoon, die door de belastingplichtige die afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen verricht is aangewezen als de persoon die gehouden is tot voldoening van de btw en die in naam en voor rekening van de belastingplichtige de in deze bijzondere regeling vastgestelde verplichtingen moet nakomen (zie punt 7.1.4. hierna) (artikel 58quinquies, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek).
7.1.2.3. Lidstaat van identificatie
Artikel 58quinquies, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek definieert wat onder 'lidstaat van identificatie' moet worden verstaan voor de toepassing van de invoerregeling. Dit begrip wordt verder toegelicht in punt 7.1.5. hierna.
7.1.2.4. Lidstaat van verbruik
Rekening houdend met de aard van de handelingen die in deze regeling kunnen worden opgenomen, moet onder de 'lidstaat van verbruik' worden begrepen de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer. Dat is immers waar de afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen die in de invoerregeling kunnen worden opgenomen voor btw-doeleinden geacht worden plaats te vinden (artikel 58quinquies, § 1, 4°, van het Btw-Wetboek).
7.1.3. Wie kan zich beroepen op de invoerregeling?
Rekening houdend met de uiteenlopende modaliteiten waaronder de leveranciers van deze regeling gebruik kunnen maken, maakt artikel 58quinquies, § 2, eerste lid, van het Belgisch Btw-Wetboek (artikel 369quaterdecies, van de richtlijn 2006/112/EG) evenwel een onderscheid tussen de volgende categorieën van personen:
- de in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige
- de belastingplichtige die gevestigd is in een derde land waarmee de Unie een overeenkomst betreffende wederzijdse bijstand heeft gesloten waarvan het toepassingsgebied vergelijkbaar is met richtlijn 2010/24/EU van de raad van 16.03.2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (hierna: 'richtlijn 2010/24/EU') en verordening (EU) nr. 904/2010 van de raad van 07.10.2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna: 'Verordening 904/2010')
- de al dan niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige die door een in de gemeenschap gevestigde tussenpersoon is vertegenwoordigd.
Ter zake bepaalt artikel 58quinquies, § 2, derde lid, van het Btw-Wetboek dat een belastingplichtige hoogstens één tussenpersoon tegelijk kan aanwijzen.
De eerste twee categorieën belastingplichtigen kunnen gebruik maken van de bijzondere regeling zonder dat ze een tussenpersoon aanstellen, ook al hebben ze daartoe de mogelijkheid. De belastingplichtigen die gevestigd zijn in een derde land waarmee de Unie geen overeenkomst betreffende wederzijdse bijstand heeft gesloten waarvan het toepassingsgebied vergelijkbaar is met richtlijn 2010/24/EU en verordening 904/2010 kunnen uitsluitend van de regeling gebruik maken op voorwaarde dat ze een tussenpersoon aanstellen.
Op grond van het vermoeden opgenomen in artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek worden de aldaar bedoelde elektronische interfaces die afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro faciliteren geacht de goederen zelf te hebben ontvangen en zelf te hebben geleverd. Voor de toepassing van deze regeling worden ze dus beschouwd als een leverancier van afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen die onder dezelfde voorwaarden als een andere leverancier (rekening houdend met de plaats van vestiging) toegang heeft tot de invoerregeling.
7.1.3.1. Aanwijzing van een tussenpersoon
Overeenkomstig artikel 58quinquies, § 1, 2°, van het Belgisch Btw-Wetboek, zijn de belastingplichtigen (leveranciers en elektronische interfaces) die niet gevestigd zijn in de EU of in een derde land waarmee de EU een overeenkomst betreffende wederzijdse bijstand inzake btw heeft gesloten, gehouden om een tussenpersoon aan te wijzen om gebruik te kunnen maken van de invoerregeling. De belastingplichtigen die gevestigd zijn in de EU zijn vrij om een tussenpersoon aan te wijzen, maar zijn niet gehouden om dat te doen.
De tussenpersoon moet een op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde belastingplichtige zijn. Hij moet alle verplichtingen in verband met de invoerregeling, van toepassing op de leverancier of de elektronische interface die hem heeft aangewezen, naleven, meer in het bijzonder de indiening van de btw-aangiften via het enig loket voor de invoeren en de betaling van de verschuldigde btw op de afstandsverkopen van ingevoerde goederen met een geringe waarde. De tussenpersoon ontvangt naast zijn eigen individuele btw-identificatienummer voor de toepassing van de regeling, tevens een specifiek btw-identificatienummer voor de toepassing van de invoerregeling voor elke belastingplichtige voor wie hij is aangewezen (artikel 58quinquies, § 4, tweede en derde lid, van het Btw-Wetboek).
Het past erop te wijzen dat de tussenpersoon niet noodzakelijk de persoon is die de douane-aangiften van invrijverkeersstelling indient.
Voor de voorwaarden van aanwijzing van een tussenpersoon in België, wordt verwezen naar punt 8.2.3.
7.1.4. Welke goederen kunnen genieten van de invoerregeling?
De invoerregeling is van toepassing op afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen zoals bedoeld in artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek, die aan een aantal bijkomende voorwaarden beantwoorden.
Als afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen betreft het dus vooreerst leveringen van goederen:
- die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier (inbegrepen wanneer de leverancier onrechtstreeks tussenkomt in de verzending of het vervoer van goederen), vanuit een derdelandsgebied of een derde land naar een afnemer in een lidstaat
- voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen uit hoofde van artikel 3, paragraaf 1, van de richtlijn 2006/112/EG niet aan de btw zijn onderworpen, of voor enige andere niet-belastingplichtige
- de geleverde goederen zijn geen nieuwe vervoermiddelen bedoeld in artikel 8bis, § 2, van het Btw-Wetboek en geen goederen, geleverd na montage of installatie, door of voor rekening van de leverancier.
Die afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen vallen onder de invoerregeling wanneer ze aan navolgende voorwaarden voldoen:
- de goederen worden ingevoerd in zendingen waarvan de intrinsieke waarde niet meer bedraagt dan 150 euro
- de goederen zijn geen accijnsproducten bedoeld in artikel 1, § 6, 4°, van het Btw-Wetboek.
De intrinsieke waarde van de goederen wordt gedefinieerd als volgt:
- voor handelsgoederen: de prijs van de goederen zelf bij verkoop voor uitvoer naar het douanegebied van de Europese Unie, met uitzondering van vervoers- en verzekeringskosten, tenzij deze in de prijs zijn begrepen en niet afzonderlijk op de factuur zijn vermeld, en alle andere belastingen en heffingen zoals te constateren door de douaneautoriteiten op basis van relevante documenten
- voor goederen zonder handelskarakter: de prijs die voor de goederen zelf zou zijn betaald als zij waren verkocht voor uitvoer naar het douanegebied van de Europese Unie.
Alle andere gerelateerde kosten, naast vervoers- en verzekeringskosten, die niet de waarde van de goederen zelf weerspiegelen, moeten ook worden uitgesloten van de intrinsieke waarde wanneer ze afzonderlijk en duidelijk op de factuur staan vermeld (bv. gereedschapskosten, licentierechten, belastingen bij uitvoer, enz.). De formulering 'alle andere belastingen en heffingen' verwijst naar alle belastingen of heffingen die worden geheven op basis van de waarde van de goederen of bovenop een belasting of heffing die op deze goederen wordt toegepast.
7.1.5. Bepaling van de bevoegde lidstaat voor de identificatie van de belastingplichtige onder IOSS
De regels voor het bepalen van de lidstaat van identificatie binnen de invoerregeling zijn afhankelijk van het statuut van de belastingplichtige en de aard van de handelingen die hij verricht. In ieder geval kan er slechts één lidstaat van identificatie zijn voor de toepassing van deze bijzondere regeling, hetgeen eveneens betekent dat een belastingplichtige slechts één enkele tussenpersoon tegelijk kan aanwijzen.
7.1.5.1. De belastingplichtige die zich inschrijft in IOSS doet geen beroep op een tussenpersoon
Artikel 58quinquies, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek (artikel 369terdecies, lid 2, 3, van de richtlijn 2006/112/EG) bepaalt de regels als volgt voor de belastingplichtigen die geen beroep doen op een tussenpersoon:
- wanneer de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in een lidstaat heeft gevestigd: deze lidstaat
- wanneer de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening buiten gemeenschap heeft gevestigd maar daar wel één of meer vaste inrichtingen heeft: de lidstaat met een vaste inrichting waar de belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruik zal maken
- wanneer de belastingplichtige niet in de gemeenschap is gevestigd: de lidstaat waar hij verkiest zich te registreren voor de toepassing van de invoerregeling; er wordt aan herinnerd dat enkel een belastingplichtige, gevestigd op het grondgebied van een derde land waarmee een juridisch instrument bestaat betreffende wederzijdse bijstand waarvan het toepassingsgebied vergelijkbaar is met richtlijn 2010/24/EU van de raad van 16.03.2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen en verordening (EU) nr. 904/2010 van de raad van 07.10.2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde, en die afstandsverkopen van goederen vanuit dat derde land verricht, zich kan inschrijven in IOSS zonder beroep te doen op een tussenpersoon.
7.1.5.2. De belastingplichtige die zich inschrijft in IOSS doet beroep op een tussenpersoon
De volgende regels zijn van toepassing wanneer de belastingplichtige die de invoerregeling gebruikt beroep doet op een tussenpersoon (naargelang verplicht of facultatief), die moet zijn gevestigd op het grondgebied van de gemeenschap (artikel 58quinquies, § 1, 3°, van het Belgisch Btw-Wetboek) (artikel 369terdecies, 3, van de richtlijn 2006/112/EG):
- wanneer de tussenpersoon de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in een lidstaat heeft gevestigd: deze lidstaat
- wanneer de tussenpersoon de zetel van zijn bedrijfsuitoefening buiten gemeenschap heeft gevestigd, maar daar wel één of meer vaste inrichtingen heeft: de lidstaat met een vaste inrichting waar de tussenpersoon meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruik zal maken.
- Wanneer de belastingplichtige of de tussenpersoon meer dan één vaste inrichting in de gemeenschap heeft, is hij gebonden door zijn beslissing betreffende de aanwijzing van de lidstaat van identificatie gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende jaren.
- De verkoper (of de 'gelijkgestelde leverancier') identificeert zich in de regeling langs elektronische weg.
Plaats van vestiging | Type van identificatie | Lidstaat van identificatie |
Bedrijfszetel in de EU | Rechtstreekse identificatie: mogelijkheid om vertegenwoordigd te worden door een tussenpersoon, maar is geen verplichting | Lidstaat van de bedrijfszetel van de leverancier (of 'gelijkgestelde leverancier'). Als hij een tussenpersoon kiest, identificatie in de lidstaat van de EU bedrijfszetel van de tussenpersoon (of van de EU* vaste inrichting van de tussenpersoon als zijn bedrijfszetel gelegen is buiten de EU) |
Bedrijfszetel buiten de EU maar vaste inrichting in de EU | Rechtstreekse identificatie: mogelijkheid om vertegenwoordigd te worden door een tussenpersoon, maar is geen verplichting | Lidstaat van de vaste inrichting van de leverancier* (of 'gelijkgestelde leverancier'). Als hij een tussenpersoon kiest, identificatie in de lidstaat van de EU bedrijfszetel van de tussenpersoon (of van de EU* vaste inrichting van de tussenpersoon als zijn bedrijfszetel gelegen is buiten de EU) |
Bedrijfszetel buiten de EU en geen vaste inrichting in de EU | Onrechtstreekse identificatie: verplichting om vertegenwoordigd te worden door een in de EU gevestigde tussenpersoon | Lidstaat van de bedrijfszetel van de tussenpersoon (of van de EU* vaste inrichting van de tussenpersoon als zijn bedrijfszetel gelegen is buiten de EU) |
Bedrijfszetel met dewelke er een samenwerkingsovereenkomst bestaat (Noorwegen) | Rechtstreekse identificatie: mogelijkheid om vertegenwoordigd te worden door een tussenpersoon, maar is geen verplichting | Lidstaat naar keuze van de leverancier. Als hij een tussenpersoon kiest, identificatie in de lidstaat van de EU bedrijfszetel van de tussenpersoon (of van de EU* vaste inrichting van de tussenpersoon als zijn bedrijfszetel gelegen is buiten de EU) |
* Als er verschillende vaste inrichtingen zijn, kiest de leverancier (of 'gelijkgestelde leverancier') of zijn tussenpersoon welke hij gebruikt. Die keuze is bindend tot het einde van het tweede jaar dat volgt op het jaar waarin de keuze werd gemaakt
7.1.6. Toepassingsvoorwaarden van de bijzondere regeling IOSS
7.1.6.1. Registratie, wijziging, identificatienummer, stopzetting en doorhaling in België
Artikel 58quinquies, § 3, van het Btw-Wetboek bepaalt dat de belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt en België kiest als lidstaat van identificatie, of een voor zijn rekening handelende tussenpersoon, opgave doet van het begin van zijn onder deze bijzondere regeling vallende economische activiteit op het elektronische adres dat daarvoor door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is gecreëerd vooraleer hij van deze bijzondere regeling gebruikmaakt.
Overeenkomstig artikel 369septdecies, 1, van de richtlijn 2006/112/EG, bevat de opgave van de belastingplichtige die geen beroep doet op een tussenpersoon, de volgende identificatiegegevens:
1° naam
2° postadres
3° elektronisch adres en websites;
4° het btw-identificatienummer of het nationale belastingnummer.
Overeenkomstig artikel 369septdecies, 2, van de richtlijn 2006/112/EG, verschaft de aangifte van de tussenpersoon de volgende bijkomende inlichtingen met betrekking tot zichzelf:
1° naam
2° postadres
3° elektronisch adres;
4° het btw-identificatienummer.
Overeenkomstig artikel 369septdecies, 3, van de richtlijn 2006/112/EG, bevat de aangifte van de tussenpersoon bovendien de volgende identificatiegegevens voor elke belastingplichtige die hij vertegenwoordigt:
1° naam
2° postadres
3° elektronisch adres en websites
4° het btw-identificatienummer of het nationale belastingnummer
5° het individuele btw-identificatienummer toegekend aan de tussenpersoon.
Overeenkomstig artikel 58quinquies, § 3, van het Belgisch Btw-Wetboek (artikel 369sexdecies van de richtlijn 2006/112/EG), deelt elke belastingplichtige of, in voorkomend geval, zijn tussenpersoon, elke wijziging mee met betrekking tot de identificatiegegevens bedoeld in het eerste lid tot het derde lid van voormeld artikel op het elektronisch adres bedoeld in het eerste lid van hetzelfde artikel.
7.1.6.1.3. Identificatienummer
Artikel 58quinquies, § 4, eerste lid, van het Belgische Btw-Wetboek (artikel 369octodecies van de richtlijn 2006/112/EG), voorziet dat een individueel btw-identificatienummer wordt toegekend voor de toepassing van deze bijzondere regeling aan de in voormeld artikel 58quinquies, § 3, eerste lid, bedoelde belastingplichtige.
De aandacht wordt gevestigd op het feit dat dit toegekende individuele nummer (IMxxxyyyyyyz) verschilt van het btw-identificatienummer dat wordt toegekend aan de belastingplichtige op basis van artikel 50, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek.
Wat dit betreft is het belangrijk aan te stippen dat een elektronische interface zich slechts één enkel individueel identificatienummer (IMxxxyyyyyyz) zal toegekend zien, onafhankelijk van het aantal onderliggende leveranciers waarvoor zij de afstandsverkopen van goederen van geringe waarde, ingevoerd vanuit derdelandsgebieden of derde landen, faciliteert.
In eerste instantie moet de belastingplichtige die een tussenpersoon in het kader van deze regeling wenst te worden, daartoe een voorafgaande aanvraag indienen. Na de validering van de aanvraag, wordt een individueel identificatienummer (INxxxyyyyyyz) toegekend aan de in voormeld artikel 58quinquies, § 3, eerste lid, van het Btw-Wetboek bedoelde tussenpersoon (artikel 58quinquies, § 4, tweede lid, van het Belgisch Btw-Wetboek). Dat nummer verschilt van het aan die tussenpersoon, als belastingplichtige, toegekende btw-identificatienummer op basis van artikel 50, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek.
In tweede instantie ontvangt die belastingplichtige, voor de toepassing van deze bijzondere regeling, een individueel btw-identificatienummer (IMxxxyyyyyyz) voor elke belastingplichtige die hij vertegenwoordigt (artikel 58quinquies, § 4, derde lid, van het Belgische Btw-Wetboek).
De belastingplichtige die niet gevestigd is op het grondgebied van de gemeenschap, noch in een land waarmee er een rechtsinstrument bestaat inzake wederzijdse bijstand overeenkomstig artikel 55, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek, die België kiest als lidstaat van identificatie en die geen enkel andere handeling verricht waarvoor hij de schuldenaar van de btw is:
- moet zich niet voor de btw laten identificeren op basis van artikel 50, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek
- en is ontslagen van de verplichte aanstelling van een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger (zie artikel 55, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek). In casu wordt die rol in elk geval opgenomen door de tussenpersoon.
De overeenkomstig het eerste, tweede en derde lid van voormeld artikel 58quinquies, § 3, van het Btw-Wetboek toegekende identificatienummers worden langs elektronische weg aan de betrokkenen meegedeeld en worden door hen uitsluitend gebruikt voor de toepassing van deze bijzondere regeling in hun contacten met de administratie.
Na de verificatie door de administratie van het vervuld zijn van de voorwaarden voor de toegang tot deze regeling, zal het alzo toegekende btw-identificatienummer (IMxxxyyyyyyz) dienen voor de leverancier of de elektronische interface die ervoor gekozen heeft om beroep te doen op de invoerregeling om alle afstandsverkopen van ingevoerde goederen aan afnemers, gesitueerd in gans de EU, aan te geven met het oog op IOSS.
Dat nummer zal worden meegedeeld aan de douaneautoriteiten in de douane-aangifte om de invrijverkeersstelling mogelijk te maken van de goederen in de EU met vrijstelling van btw. Het is belangrijk dat de leverancier of de elektronische interface, als 'gelijkgestelde leverancier', erover waakt dat het btw-identificatienummer met het oog op IOSS op beveiligde manier wordt overgemaakt aan de douaneautoriteiten in de loop van de bevoorradingsketen. De mededeling van het btw-identificatienummer (IMxxxyyyyyyz) met het oog op IOSS zou moeten worden beperkt tot het noodzakelijke minimum, met dien verstande dat dat nummer slechts zou moeten worden bezorgd aan de partijen in de bevoorradingsketen die het nodig zullen hebben voor de in vrij verkeersstelling in de lidstaat van invoer.
Het btw-identificatienummer met het oog op IOSS bestaat uit 12 alfanumerieke karakters. Bijkomende inlichtingen betreffende de manier om zich in te schrijven in het enig loket voor de invoeren en de structuur van het btw-identificatienummer met het oog op IOSS zijn beschikbaar op het portaal van het enig loket inzake btw.
Overeenkomstig artikel 57quinquies, § 2, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011 (ingevoegd bij de uitvoeringsverordening nr. 2019/2026 van de raad van 21.11.2019), wordt, wanneer een belastingplichtige of een tussenpersoon die handelt voor zijn rekening de lidstaat van identificatie in kennis stelt van zijn voornemen om de invoerregeling toe te passen, deze bijzondere regeling van toepassing vanaf de dag waarop aan de belastingplichtige of aan de tussenpersoon het individueel btw-identificatienummer voor de invoerregeling wordt toegekend overeenkomstig artikel 369octodecies, § 1 en 3, van de richtlijn 2006/112/EG.
Overeenkomstig artikel 58quinquies, § 5, eerste lid, van het Belgische Btw-Wetboek (artikel 369sexdecies, van de richtlijn 2006/112/EG), deelt de belastingplichtige of zijn tussenpersoon, langs elektronische weg de beëindiging van zijn activiteit die onder deze bijzondere regeling valt, alsook elke wijziging ervan waardoor hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken, mee.
Overeenkomstig artikel 57octies, paragraaf 2, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, stelt de belastingplichtige of de voor zijn rekening handelende tussenpersoon de lidstaat van identificatie in kennis van zijn beslissing ten minste 15 dagen voor het einde van de maand voorafgaand aan de maand waarin hij het gebruik van de regeling wenst te beëindigen. Die mededeling heeft uitwerking vanaf de eerste dag van de volgende maand en het is de belastingplichtige niet langer toegestaan gebruik te maken van de regeling voor vanaf die dag verrichte leveringen.
Overeenkomstig artikel 57septies, paragraaf 2, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, wanneer de belastingplichtige of de voor zijn rekening handelende tussenpersoon niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de identificatie in een lidstaat, is de lidstaat waar hij voor btw-doeleinden geïdentificeerd is niet langer de lidstaat van identificatie. Indien deze belastingplichtige of zijn tussenpersoon echter nog steeds voldoet aan de noodzakelijke voorwaarden om van die bijzondere regeling gebruik te maken, duidt hij, een nieuwe, bevoegde lidstaat van identificatie aan overeenkomstig de hiervoor omschreven regels. In geval van verandering van lidstaat van identificatie, heeft die verandering uitwerking vanaf de datum waarop de belastingplichtige of zijn tussenpersoon niet langer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft in de lidstaat die voorheen de lidstaat van identificatie was.
Artikel 58quinquies, § 5, leden 2 en 4, van het Belgisch Btw-Wetboek (artikel 369novodecies, 1 en 3, van de richtlijn 2006/112/EG) voorziet bovendien in gevallen waarin de identificatie van de belastingplichtige voor de toepassing van de bijzondere regeling wordt doorgehaald.
Een dergelijke doorhaling gebeurt in de volgende gevallen:
1. de belastingplichtige of, in voorkomend geval, de tussenpersoon meldt dat hij niet langer door deze regeling bedoelde handelingen verricht of er anderszins kan worden aangenomen dat hij dergelijke handelingen niet meer verricht
2. de belastingplichtige niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken
3. de belastingplichtige bij voortduring niet voldoet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling.
De btw-identificatie (IMxxxyyyyyyz) van de in het eerste lid bedoelde belastingplichtige die van een tussenpersoon gebruikmaakt wordt doorgehaald wanneer:
1. de tussenpersoon de lidstaat van identificatie meedeelt dat deze belastingplichtige niet langer afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen verricht of er anderszins kan worden aangenomen dat hij dergelijke handelingen niet meer verricht
2. de belastingplichtige niet langer de voorwaarden vervult om van de bijzondere regeling gebruik te mogen maken
3. de belastingplichtige bij voortduring niet voldoet aan de voorschriften van de bijzondere regeling
4. de tussenpersoon de lidstaat van identificatie meedeelt dat hij deze belastingplichtige niet langer vertegenwoordigt.
Overeenkomstig artikel 58, paragraaf 3, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, wordt de uitsluiting van een belastingplichtige uit de bijzondere regeling van kracht op de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop het besluit inzake uitsluiting langs elektronische weg aan de belastingplichtige is medegedeeld, behalve in de volgende situaties:
- als de uitsluiting het gevolg is van een verandering van zetel of vaste inrichting van de belastingplichtige; in dat geval wordt de uitsluiting van kracht op de datum van die verandering
- als de uitsluiting het gevolg is van het feit dat de belastingplichtige bij voortduring niet aan de voorschriften van deze regeling voldoet; in dat geval wordt de uitsluiting van kracht op de dag volgend op die waarop de beslissing tot uitsluiting langs elektronische weg aan de belastingplichtige is toegezonden.
Dat uitgezonderd, bepaalt artikel 58, paragraaf 4, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, dat het voor het gebruik van de invoerregeling toegekende individuele btw-identificatienummer (IMxxxyyyyyyz) geldig blijft gedurende de periode die nodig is voor de invoer van de vóór de datum van uitsluiting geleverde goederen; die periode mag evenwel niet langer duren dan twee maanden te rekenen vanaf die datum.
Bovendien voorziet artikel 58quinquies, § 5, lid 3, van het Belgisch Btw-Wetboek (artikel 369novodecies, 2, van de richtlijn 2006/112/EG) dat de btw-identificatie van de tussenpersoon (INxxxyyyyyyz) zelf voor de toepassing van de bijzondere regeling eveneens wordt doorgehaald wanneer:
- hij gedurende twee opeenvolgende kalenderkwartalen niet gehandeld heeft als tussenpersoon voor rekening van een belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt
- hij niet langer de andere voorwaarden vervult om als tussenpersoon te kunnen optreden
- hij bij voortduring niet voldoet aan de voorschriften van de bijzondere regeling.
Wanneer een tussenpersoon voldoet aan één van de in artikel 58quinquies, § 5, lid 3, van het Btw-Wetboek omschreven criteria van doorhaling, worden de identificatie van die tussenpersoon voor de bijzondere regeling alsook de identificaties van de door die tussenpersoon vertegenwoordigde belastingplichtigen doorgehaald.
Overeenkomstig artikel 58, paragraaf 5, lid 4, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, wordt de verwijdering van een tussenpersoon uit het identificatieregister van kracht op de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop het besluit inzake verwijdering langs elektronische weg aan de tussenpersoon en de door hem vertegenwoordigde belastingplichtigen is medegedeeld, behalve in de volgende situaties:
- als de verwijdering het gevolg is van een verandering van zetel of vaste inrichting van de belastingplichtige (in die zin dat hij niet meer gevestigd is in de gemeenschap); in dat geval wordt de verwijdering van kracht op de datum van die verandering
- als de verwijdering het gevolg is van het feit dat de tussenpersoon de voorschriften van de invoerregeling bij voortduring niet heeft nageleefd; in dat geval wordt de uitsluiting van kracht op de dag volgend op die waarop de beslissing tot verwijdering langs elektronische weg aan de tussenpersoon en de door hem vertegenwoordigde belastingplichtigen is toegezonden.
7.1.6.2. Aangifte- en voldoeningsverplichtingen van de belastingplichtige die gekozen heeft om zich in te schrijven in de bijzondere regeling IOSS in België
Artikel 58quinquies, § 6, van het Belgisch Btw-Wetboek (artikelen 369vicies en artikel 369unvecies, van de richtlijn 2006/112/EG) beschrijft de van toepassing zijnde verplichtingen voor de invoerregeling voor wat betreft de aangifte en de betaling van de verschuldigde btw in de verschillende betrokken lidstaten van verbruik voor de onder deze regeling vallende handelingen.
De verplichtingen met betrekking tot de aangifte en de betaling van de verschuldigde btw in het kader van deze regeling moeten door de belastingplichtige (of, in het kader van deze regeling, in voorkomend geval door de tussenpersoon) worden voldaan op maandelijkse basis, ongeacht of hij al dan niet belastbare handelingen heeft verricht gedurende de betrokken periode (in dat geval, zal een 'nihil'-btw-aangifte moeten worden ingediend overeenkomstig artikel 59bis, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011).
De aangifte vermeldt het btw-identificatienummer van de belastingplichtige (IMxxxyyyyyyz) en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totaalbedrag (van de maatstaf van heffing), de btw niet inbegrepen, de toepasselijke btw-tarieven, het totaalbedrag van de overeenstemmende btw uitgesplitst per belastingtarief en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting voor de door die regeling bedoelde handelingen.
Die aangifte moet worden ingediend uiterlijk vóór het einde van de maand volgend op het verstrijken van het belastingtijdvak waarop de aangifte betrekking heeft. Ze omhelst alle extra-communautaire afstandsverkopen van goederen die door de belastingplichtige werden verricht gedurende die periode, met inbegrip van die welke werden verricht door zijn vaste inrichtingen in andere lidstaten.
De verschuldigde btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn als die waarin die aangifte moest worden ingediend.
De eventuele wijzigingen die moeten worden aangebracht aan die aangifte na de indiening ervan worden opgenomen in een volgende aangifte, uiterlijk drie jaar na de datum waarop de oorspronkelijke aangifte moest worden ingediend. In die volgende aangifte worden de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn, vermeld.
7.1.6.3. Praktische voorbeelden
1. Een Belgische verkoper verkoopt op zijn eigen website kleren (zending met een waarde ≤ 150 euro) aan particuliere klanten in België, in Frankrijk en in Duitsland. De kleren die in juli op de website werden betaald, worden door een voor rekening van de Belgische verkoper handelende vervoerder vervoerd vanuit een fabriek in India. De schoenen komen in augustus de EU binnen via de luchthaven van Zaventem en worden vervolgens verzonden naar de klanten. De Belgische verkoper wenst de regeling I-OSS te gebruiken.
Vóór de online verkopen | Op het tijdstip van de online verkopen | Op de plaats van binnenkomst in de EU | Uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op die van de verkoop |
De Belgische verkoper identificeert zich voor de
regeling | De Belgische verkoper rekent Belgische btw aan (21 %) aan zijn Belgische klanten, Franse btw aan zijn Franse klanten en Duitse btw aan zijn Duitse klanten. | Bij de aankomst van de goederen in de luchthaven van Zaventem, dient de douane-aangever een invoeraangifte in. De Belgische douaneautoriteiten controleren de geldigheid van het I-OSS nummer en de waarde van de kleren. Als alles conform is, worden de kleren in het vrije verkeer gebracht zonder betaling van de btw bij invoer. | De Belgische verkoper dient in België ten laatste op 31 augustus een elektronische I-OSS aangifte in, waarin zijn extra-communautaire afstandsverkopen van de maand juli (met inbegrip van die gerealiseerd in België) zijn opgenomen. De daaruit resulterende btw moet binnen dezelfde termijn worden betaald. |
2. Een Belgische verkoper verkoopt op zijn eigen website kleren (zending met een waarde ≤ 150 euro) aan particuliere klanten in België, in Frankrijk en in Duitsland. Hij beschikt eveneens over een vaste inrichting in Spanje die kleren verkoopt (zending met een waarde ≤ 150 euro) op haar eigen website aan particuliere klanten in Spanje en in Portugal. De kleren die in juli op de Belgische website werden betaald, worden vanuit een fabriek in China vervoerd door een voor rekening van de Belgische verkoper handelende vervoerder. De kleren komen in augustus de EU binnen via de haven van Rotterdam en worden vervolgens verzonden naar de klanten. De kleren die in juli werden betaald op de Spaanse website worden, vanuit een fabriek in Zuid-Korea, vervoerd door een voor rekening van de Spaanse vaste inrichting handelende vervoerder. De kleren komen in augustus de EU binnen via de haven van Algeciras en worden vervolgens verzonden naar de klanten. De Belgische verkoper wenst de regeling I-OSS te gebruiken.
Vóór de online verkopen | Op het tijdstip van de online verkopen | Op de plaats van binnenkomst in de EU | Uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op die van de verkoop |
De Belgische verkoper identificeert zich voor de regeling | De Belgische verkoper rekent Belgische btw (21 %) aan aan zijn Belgische klanten, Franse btw aan zijn Franse klanten en Duitse btw aan zijn Duitse klanten. De Spaanse inrichting rekent Spaanse btw aan aan haar Spaanse klanten en Portugese btw aan haar Portugese klanten. | Bij de aankomst van de goederen in de haven van Rotterdam en de haven van Algeciras, dient de douane-aangever een invoeraangifte in. De Nederlandse en de Spaanse douane-autoriteiten controleren de geldigheid van het |
De Belgische verkoper dient in België ten laatste op 31 augustus de elektronische I-OSS aangifte in, waarin de extracommunautaire afstandsverkopen van de maand juli zijn opgenomen: - die hij heeft verricht (met inbegrip van die gelokaliseerd in België); - die haar Spaanse vaste inrichting heeft verricht (met inbegrip van die gelokaliseerd in Spanje). De daaruit resulterende btw moet binnen dezelfde termijn worden betaald. |
3. Een Canadese verkoper, niet gevestigd in de EU, verkoopt op zijn eigen website schoenen (zending met een waarde ≤ 150 euro) aan particuliere klanten in België, in Frankrijk en in Duitsland. De schoenen die in juli op de website werden betaald, worden door een voor rekening van de Canadese verkoper handelende vervoerder vervoerd vanuit zijn fabriek in Canada. De schoenen komen in augustus de EU binnen via de haven van Antwerpen en worden vervolgens verzonden naar de klanten. De Canadese verkoper wenst de regeling I-OSS te gebruiken. Hij moet verplicht een in de EU gevestigde tussenpersoon aanduiden. Hij kiest een Belgische tussenpersoon.
Vóór de online verkopen | Op het tijdstip van de online verkopen | Op de plaats van binnenkomst in de EU | Uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op die van de verkoop |
De Belgische tussenpersoon identificeert de Canadese verkoper voor de regeling | De Canadese verkoper moet Belgische btw (21 %) aanrekenen aan zijn Belgische klanten, Franse btw aan zijn Franse klanten en Duitse btw aan zijn Duitse klanten | Bij de aankomst van de goederen in de haven van Antwerpen, dient de douaneaangever een invoeraangifte in. De Belgische douaneautoriteiten controleren de geldigheid van het | De Belgische tussenpersoon dient in België ten laatste op 31 augustus de elektronische I-OSS aangifte van de Canadese verkoper in, waarin de door de Canadese verkoper in de maand juli verrichte extracommunautaire afstandsverkopen zijn opgenomen. De daaruit resulterende btw moet binnen dezelfde termijn worden betaald. |
4. Een Noorse verkoper, niet gevestigd in de EU, verkoopt op zijn eigen website sportartikelen (zending met een waarde ≤ 150 euro) aan particuliere klanten in Zweden, in Denemarken en in Duitsland. De sportartikelen die in juli op de website werden betaald, worden voor rekening van de Noorse verkoper per vliegtuig vervoerd vanuit zijn fabriek in Noorwegen. De sportartikelen komen in augustus de EU binnen via de luchthaven van Kopenhagen (Denemarken) en worden vervolgens verzonden naar de klanten. De Noorse verkoper wenst de regeling I-OSS te gebruiken. Omdat hij gevestigd is in een derde land waarmee er een rechtsinstrument bestaat inzake wederzijdse bijstand waarvan de strekking gelijk is aan die van richtlijn 2010/24/EU van 16.03.2010 van de raad, beslist hij om zich rechtstreeks in te schrijven in België, zonder beroep te doen op een tussenpersoon.
Vóór de online verkopen | Op het tijdstip van de online verkopen | Op de plaats van binnenkomst in de EU | Uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op die van de verkoop | |
De Noorse verkoper identificeert zich voor de
regeling | De Noorse verkoper rekent Zweedse btw aan aan zijn Zweedse klanten, Deense btw aan zijn Deense klanten en Duitse btw aan zijn Duitse klanten. | Bij de aankomst van de goederen in de luchthaven van Kopenhagen, dient de douaneaangever een invoeraangifte in. De Deense douaneautoriteiten controleren de geldigheid van het I-OSS nummer en de waarde van de sportartikelen. Als alles conform is, worden de sportartikelen in het vrije verkeer gebracht zonder betaling van de btw bij invoer. |
De Noorse verkoper dient in België ten laatste op 31 augustus een elektronische I-OSS aangifte in, waarin zijn extracommunautaire afstandsverkopen van de maand juli zijn opgenomen. De daaruit resulterende btw moet binnen dezelfde termijn worden betaald. | |
5. Een verkoper verkoopt schoenen (zending met een waarde ≤ 150 euro) aan particuliere klanten in België, in Frankrijk en in Duitsland via een Belgische e-commerce website
(platform). De schoenen die in juli op de website werden betaald, worden voor rekening van de verkoper per trein vervoerd vanuit een fabriek in het Verenigd Koninkrijk (Engeland). De schoenen komen in augustus de EU binnen via het station van Brussel-Zuid en worden vervolgens verzonden naar de klanten. Het Belgische platform, dat wordt aangemerkt als 'gelijkgestelde leverancier', wenst de regeling
I-OSS te gebruiken.
Vóór de online verkopen | Op het tijdstip van de online verkopen | Op de plaats van binnenkomst in de EU | Uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op die van de verkoop |
Het Belgische platform identificeert zich voor de regeling | Het Belgische platform rekent Belgische btw aan (21 %) aan aan de Belgische klanten, Franse btw aan de Franse klanten en Duitse btw aan de Duitse klanten. | Bij de aankomst van de goederen in het station Brussel-Zuid, dient de douaneaangever een invoeraangifte in. De Belgische douaneautoriteiten controleren de geldigheid van het |
Het Belgische platform dient in België ten laatste op 31 augustus een elektronische De daaruit resulterende btw moet binnen dezelfde termijn worden betaald. |
Overeenkomstig artikel 58quinquies, § 8, van het Belgisch Btw-Wetboek (artikel 369quatervicies van de richtlijn 2006/112/EG), mag de in paragraaf 3, lid 1, bedoelde belastingplichtige de in de lidstaat van verbruik geheven belasting van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten niet in aftrek brengen in de in paragraaf 6 bedoelde aangifte.
Echter, de belastingplichtige die gebruik maakt van deze regeling kan de in artikel 76, § 2, van het Belgisch Btw-Wetboek bedoelde teruggaaf genieten volgens de normale regels.
In zover hij niet geïdentificeerd is voor de btw in België, zal de in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige de teruggaaf van de Belgische voorbelasting kunnen bekomen overeenkomstig de modaliteiten voorzien door de richtlijn 2008/6/EG van de raad van 12.02.2008 (zie het koninklijk besluit nr. 56 van 09.12.2009 met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat van de lidstaat van teruggaaf).
De niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde belastingplichtige, die gebruik maakt van deze bijzondere regeling en die niet geïdentificeerd is voor de btw in België, zal de teruggaaf van die btw kunnen bekomen volgens de modaliteiten voorzien in de dertiende richtlijn.
De niet in België gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van deze bijzondere regeling en die in België ook handelingen verricht die niet onder deze bijzondere regeling vallen en waarvoor hij zich voor de btw heeft laten identificeren in België, brengt de bedragen aan belasting die betrekking hebben op de onder de bijzondere regeling vallende handelingen in aftrek in de periodieke btw-aangifte (artikel 58quinquies, § 8, tweede lid, van het Btw-Wetboek).
Daarentegen is de in België gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van deze bijzondere regeling niet gemachtigd om de buitenlandse voorbelasting/btw af te trekken in zijn aangifte OSS.
In zover hij niet geïdentificeerd is voor de btw in die lidstaten, zal hij de teruggaaf van die buitenlandse voorbelasting/btw kunnen bekomen volgens de modaliteiten voorzien door de richtlijn 2008/9/EG van de raad van 12.02.2008.
De in België gevestigde belastingplichtige, die gebruik maakt van deze bijzondere regeling en die in een andere lidstaat eveneens niet onder die bijzondere regeling vallende handelingen verricht waarvoor hij er zich heeft laten identificeren voor de btw, brengt de bedragen aan btw die betrekking hebben op onder deze bijzondere regeling vallende handelingen in aftrek in de periodieke aangifte die hij indient in die lidstaat.
7.1.6.5. Handelingen IOSS, op te nemen in de Belgische periodieke btw-aangifte
Drie typegevallen zullen worden onderzocht om te bepalen welke van de in de aangifte IOSS aangegeven handelingen eveneens moeten worden opgenomen in de Belgische periodieke aangifte.
7.1.6.5.1. De belastingplichtige heeft zijn hoofdzetel in België
De in andere lidstaten verrichte extracommunautaire afstandsverkopen die de belastingplichtige heeft opgenomen in zijn aangifte IOSS (inbegrepen die verricht door de vaste inrichtingen waarover hij in voorkomend geval beschikt in andere lidstaten) moeten worden ingeschreven in rooster 47 van de periodieke btw-aangifte.
De in België verrichte extracommunautaire afstandsverkopen die de belastingplichtige heeft opgenomen in zijn aangifte IOSS (inbegrepen die verricht door de vaste inrichtingen waarover hij in voorkomend geval beschikt in andere lidstaten) moeten eveneens worden ingeschreven in rooster 47 van de periodieke btw-aangifte.
Voorbeeld
De vennootschap naar Belgisch recht X, maandaangever, heeft een aangifte IOSS ingediend voor de maand juli 2021. De aangifte bevat de extracommunautaire afstandsverkopen die zij heeft verricht in Frankrijk en in het Groothertogdom Luxemburg voor een waarde van 20.000 euro, evenals de extracommunautaire afstandsverkopen die zij heeft verricht in België voor een waarde van 50.000 euro en de extracommunautaire afstandsverkopen die haar Poolse vaste inrichting heeft verricht in Tsjechië en in Slovakije voor een waarde van 15.000 euro.
De vennootschap X neemt een bedrag van 85.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte over juli 2021, in te dienen uiterlijk op 20 augustus 2021.
7.1.6.5.2. De belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting
Zullen moeten voorkomen in rooster 47 van de Belgische periodieke btw-aangifte de handelingen opgenomen in de aangifte IOSS en die werden verricht door de Belgische vaste inrichting van een buitenlandse belastingplichtige.
Voorbeelden
1. De Amerikaanse vennootschap Y, die extracommunautaire afstandsverkopen verricht, beschikt over een vaste inrichting in België en in Duitsland. Zij heeft zich in België ingeschreven voor de IOSS-regeling en heeft een aangifte IOSS ingediend voor de maand juli 2021. Die aangifte bevat de extracommunautaire afstandsverkopen die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Nederland voor een waarde van 10.000 euro en in België voor een waarde van 15.000 euro en handelingen die haar Duitse vaste inrichting heeft verricht in Denemarken en in Zweden voor een waarde van 50.000 euro en in België voor een waarde van 10.000 euro.
De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de maandelijkse indiening van periodieke aangiften. Zij neemt een bedrag van 25.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte over juli 2021, in te dienen uiterlijk op 20 augustus 2021.
2. De Italiaanse vennootschap Z, die extracommunautaire afstandsverkopen verricht, beschikt over een vaste inrichting in België. Zij heeft zich in Italië ingeschreven voor de IOSS-regeling en heeft een aangifte IOSS ingediend voor de maand juli 2021. Die aangifte bevat de extracommunautaire afstandsverkopen die de Italiaanse hoofdzetel heeft verricht in Spanje, in Portugal en in Kroatië voor een waarde van 100.000 euro en de extracommunautaire afstandsverkopen die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Nederland en in Frankrijk voor een waarde van 30.000 euro en in België voor een waarde van 50.000 euro.
De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de maandelijkse indiening van periodieke aangiften. Zij neemt een bedrag van 80.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte van juli 2021, in te dienen uiterlijk op 20 augustus 2021.
7.1.6.5.3. De belastingplichtige beschikt in België over een rechtstreekse btw-identificatie of een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting
De in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige die zich in zijn lidstaat heeft ingeschreven voor de regeling IOSS en die in België beschikt over een rechtstreekse btw-identificatie of een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting moet de in België verrichte extracommunautaire afstandsverkopen die hij opgenomen heeft in zijn aangifte IOSS niet inschrijven in zijn Belgische periodieke aangifte.
De in een derde land gevestigde belastingplichtige die zich, via een tussenpersoon, ingeschreven heeft voor de regeling IOSS, hetzij in een andere lidstaat, hetzij in België, en die in België beschikt over een rechtstreekse btw-identificatie of een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting moet de in België verrichte extracommunautaire afstandsverkopen die hij opgenomen heeft in zijn aangifte IOSS niet inschrijven in zijn Belgische periodieke aangifte.
7.2. Bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer
Artikel 58sexies, van het Btw-Wetboek voert een vereenvoudigingsregeling in voor de aangifte en de betaling van de btw die verschuldigd is bij de invoer in België van andere goederen dan accijnsproducten, in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro, wanneer België de lidstaat van bestemming is en er geen gebruik wordt gemaakt van de invoerregeling van het OSS-systeem, voorzien in artikel 58quinquies, van het Btw-Wetboek, van toepassing op afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen.
Deze regeling vormt een alternatieve vereenvoudigingsregeling voor de afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen bedoeld in artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek, waarvoor de leverancier had kunnen kiezen om de daaraan verbonden btw-verplichtingen af te handelen via de invoerregeling van het OSS-systeem (zie punt 7.1., hiervoor).
De bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer kan derhalve niet worden gebruikt voor de afhandeling van de btw-verplichtingen van invoeren die verbonden zijn aan leveringen van goederen waarvoor de invoerregeling van het OSS-systeem niet van toepassing is.
7.2.2. Kenmerken van de regeling
De bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer is een optionele regeling, zoals eveneens het geval is voor de invoerregeling van het OSS-systeem. Er kan dus steeds geopteerd worden voor de toepassing van de gewone btw-regeling. In dit laatste geval zal de bij invoer verschuldigde btw volgens de gewone regels voorzien in artikel 7, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, moeten worden betaald. Meer bepaald, door betaling van het bedrag van de verschuldigde btw aan de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen of door opname van dat bedrag als verschuldigde belasting in de periodieke btw-aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de invoer heeft plaatsgevonden (14).
(14) De mogelijkheid tot verlegging van heffing van de btw naar de periodieke btw-aangifte is onderworpen aan het bezit van de vergunning bedoeld in artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. Voor een uitgebreide toelichting daaromtrent wordt verwezen naar circulaire AAFisc nr. 25/2013 (nr. E.T.123.777) van 27.06.2013.
7.2.2.2. Transactionele optionele regeling
De bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer is een transactionele optionele regeling. Dat betekent dat er per invoer die voor de toepassing van deze bijzondere regeling in aanmerking komt, kan worden gekozen om de bijzondere regeling al dan niet toe te passen. Het toepassen van de bijzondere regeling op een bepaalde invoer, houdt dus niet in dat die regeling dan moet worden toegepast op alle invoeren die voor de toepassing van de bijzondere regeling in aanmerking komen.
Wanneer de bijzondere regeling wordt toegepast op een invoer die plaatsvindt in het kader van een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, kan later voor andere dergelijke handelingen nog steeds van de gewone btw-regeling of van de invoerregeling van het OSS-systeem gebruik worden gemaakt.
Op dat vlak wijkt de bijzondere regeling af van de invoerregeling van het OSS-systeem, in die zin dat die laatste regeling een globale optionele regeling is (zie punt 7.1.1., hiervoor).
Van zodra een belastingplichtige heeft gekozen om voor de afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen de invoerregeling van het OSS-systeem toe te passen, is hij ertoe gehouden die regeling toe te passen op alle handelingen die binnen het toepassingsgebied van die regeling vallen.
Voor alle invoeren verbonden aan voormelde afstandsverkopen zal dan uiteraard niet meer de bijzondere regeling of de gewone regeling kunnen worden toegepast, aangezien de invoerregeling van het OSS-systeem een globale optie impliceert.
7.2.3. Materieel toepassingsgebied van de regeling
De bijzondere regeling kan worden gebruikt voor de aangifte en betaling van de btw die verschuldigd is bij de invoer van goederen die het voorwerp uitmaken van een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, zoals bedoeld in artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek, voor zover een aantal bijkomende voorwaarden zijn vervuld.
Als afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, betreft het dus vooreerst leveringen van goederen:
- die vanuit een derdelandsgebied of een derde land naar een afnemer in een lidstaat van de gemeenschap worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier
- voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen uit hoofde van artikel 3, lid 1, van de richtlijn 2006/112/EG (omgezet in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 1° en 2°, van het Btw-Wetboek) niet aan de btw zijn onderworpen, of voor enige andere niet-belastingplichtige
- waarbij de geleverde goederen geen nieuwe vervoermiddelen bedoeld in artikel 8bis, § 2, van het Btw-Wetboek zijn en geen goederen geleverd na montage of installatie door of voor rekening van de leverancier, met of zonder beproeven van de geïnstalleerde of gemonteerde goederen.
In punt 4.2., hiervoor, wordt de draagwijdte van het begrip 'afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen' uitgebreid toegelicht.
De afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen komen in België in aanmerking voor de toepassing van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer, wanneer ze aan de volgende voorwaarden voorzien in artikel 58sexies, §§ 1 en 2, van het Btw-Wetboek voldoen.
7.2.3.1. De goederen zijn geen accijnsproducten bedoeld in artikel 1, § 6, 4°, van het Btw-Wetboek
Zoals vermeld in punt 4.2.2.4., hiervoor, valt een levering van accijnsproducten slechts binnen de definitie van een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen wanneer de afnemer ofwel een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon (een particulier) ofwel een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon is, voor zover de levering aan die tweede categorie personen in de lidstaat van verwerving zou worden vrijgesteld op grond van artikel 148 of 151, van de richtlijn 2006/112/EG (artikel 42, §§ 1, 2 en 3, eerste lid, 1° tot 8°, van het Btw-Wetboek).
Dergelijke afstandsverkopen van accijnsproducten komen evenwel niet in aanmerking voor de toepassing van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer. Net als bij de invoerregeling van het OSS-systeem worden de accijnsproducten uitgesloten van de bijzondere regeling. Bij gebrek aan een mogelijke vereenvoudigingsregeling, zijn de aangifte en de betaling van de op de invoer en de levering van accijnsproducten verschuldigde belasting steeds aan de gewone regeling onderworpen.
7.2.3.2. De goederen worden ingevoerd in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro
De zending waarvan de goederen deel uitmaken mag een intrinsieke waarde hebben van maximaal 150 euro.
Merk op dat de waarde geen belang heeft van zodra de zending een accijnsproduct bevat. Zendingen die zowel goederen die voor de bijzondere regeling in aanmerking komen als accijnsproducten bevatten, komen nooit in aanmerking voor de toepassing van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer.
7.2.3.3. Er wordt geen gebruik gemaakt van de invoerregeling van het OSS-systeem
Wanneer de voorwaarden vermeld onder de punten 7.2.3.1. en 7.2.3.2., hiervoor, zijn vervuld, kan de aangifte en de betaling van de btw verschuldigd op de afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen in principe plaatsvinden via de invoerregeling van het OSS-systeem.
Opdat de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer zou kunnen worden toegepast, mag de leverancier (of gelijkgestelde leverancier) er evenwel niet voor geopteerd hebben om de invoerregeling van het OSS-systeem toe te passen, noch voor de bewuste handeling noch voor een eerdere handeling. Die laatste regeling is immers een globale optionele regeling (zie punt 7.2.2.2., hiervoor).
7.2.3.4. De invoer vind plaats in België alwaar de verzending of het vervoer van de goederen vanuit het derdelandsgebied of het derde land naar de afnemer wordt beëindigd
De goederen worden in het vrije verkeer gebracht in België, zijnde de lidstaat van bestemming waar de verzending of het vervoer naar de afnemer eindigt. De lidstaat waarlangs de goederen de gemeenschap worden binnengebracht is daarbij in principe van geen belang:
- ofwel komen de goederen de gemeenschap binnen via België en worden ze in België in het vrije verkeer gebracht en ten verbruik aangegeven. De invoer vindt dan plaats in België, overeenkomstig artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek
- ofwel komen de goederen de gemeenschap binnen via een andere lidstaat dan België.
In dergelijk geval bepaalt de douanereglementering (15) dat het douanekantoor dat bevoegd is voor het in het vrije verkeer brengen van goederen in een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro, die een vrijstelling van invoerrechten genieten op grond van artikel 23, lid 1, van verordening (EG) nr. 1186/2009 (16), waarvoor geen gebruik gemaakt wordt van de invoerregeling van het OSS-systeem, een douanekantoor is gelegen in de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen eindigt.
(15) Artikel 221, lid 4, van uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de commissie van 24.11.2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie.
(16) Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de raad van 16.11.2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen.
Goederen die bestemd zijn voor een afnemer in België en die:
- in het kader van een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen
- in een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro die geniet van een vrijstelling van invoerrechten op grond van artikel 23, lid 1, van de verordening (EG) nr. 1186/2009
- waarvoor geen gebruik gemaakt wordt van de invoerregeling van het OSS-systeem
het grondgebied van de gemeenschap worden binnengebracht via een andere lidstaat dan België, kunnen derhalve slechts ten verbruik worden aangegeven in België, zijnde de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer.
De goederen zullen daartoe onder de douaneregeling extern douanevervoer worden verzonden of vervoerd vanuit de lidstaat van binnenkomst in de gemeenschap naar de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer. Wanneer België de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer is, worden de goederen in België aan de regeling extern douanevervoer onttrokken en vindt de invoer in België plaats, overeenkomstig artikel 23, § 4, 3°, van het Btw-Wetboek.
Op voormeld principe aangaande het niet van belang zijn van de lidstaat waarlangs de goederen de gemeenschap worden binnengebracht voor de toepassing van de bijzondere regeling, bestaat er een uitzondering voor de invoer van parfum en toiletwater. Artikel 24, onder b), van de verordening (EG) nr. 1186/2009 sluit parfum en toiletwater immers uit van de vrijstelling voorzien in artikel 23, lid 1, van dezelfde verordening, waardoor artikel 221, lid 4, van uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 niet van toepassing is op de invoer van parfum en toiletwater.
Wanneer dergelijke goederen de gemeenschap worden binnengebracht via een andere lidstaat dan de lidstaat van bestemming waar de verzending of het vervoer naar de afnemer eindigt, zijnde België, bestaat er geen verplichting om die goederen in België in het vrije verkeer te brengen, ongeacht de intrinsieke waarde van de zending waarvan het parfum of het toiletwater deel uitmaakt.
Indien bedoelde goederen in het vrije verkeer worden gebracht in de lidstaat waarlangs zij de gemeenschap worden binnengebracht, vindt de invoer niet plaats in België (lidstaat waar het vervoer of de verzending naar de afnemer eindigt), waardoor er geen toepassing kan worden gemaakt van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer.
Merk op dat de regels met betrekking tot het belastbare feit en het tijdstip van opeisbaarheid, voorzien in artikel 24, van het Btw-Wetboek, eveneens van toepassing zijn op de invoeren van goederen die in België onder de bijzondere regeling plaatsvinden. Die regeling bevat immers geen afwijkende bepalingen in die zin.
7.2.3.5. De afnemer is schuldenaar van de op de invoer verschuldigde btw
Voor de toepassing van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer geldt dat de persoon voor wie de goederen bestemd zijn, schuldenaar is van de bij invoer verschuldigde belasting, overeenkomstig artikel 58sexies, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek. Daartoe wordt een nieuw artikel 6, § 2, derde lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, ingevoerd dat de afnemer van de goederen aanduidt als geadresseerde wanneer van deze vereenvoudigingsregeling gebruik wordt gemaakt. Vermits het een toepassingsmodaliteit van de bijzondere regeling betreft, kan daar niet van worden afgeweken.
7.2.4. Personeel toepassingsgebied van de regeling
De bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer is voorbehouden aan de persoon die de goederen bij de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen aanbrengt voor rekening van de persoon voor wie de goederen bestemd zijn en die uit dien hoofde de bij invoer van die goederen verschuldigde btw aan de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen betaalt.
Het gaat dan om koeriersbedrijven, postdiensten, douane-expediteurs en andere marktdeelnemers die dergelijke diensten verlenen.
Bovendien moet de persoon die van de vereenvoudigingsregeling gebruik maakt, voldoen aan de voorwaarden voor het uitstel van betaling van de douanerechten zoals bedoeld in de artikelen 110 en 111, van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de raad van 09.10.2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie.
België heeft immers gebruik gemaakt van de in artikel 63quinquies, lid 1, van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 geboden mogelijkheid om de toepassing van de maandelijkse betaling van de invoer-btw in het kader van de bijzondere regeling te onderwerpen aan de voorwaarden die gelden voor het uitstel van betaling van douanerechten. Die aanvullende toepassingsvoorwaarde van de bijzondere regeling is opgenomen in artikel 58sexies, § 1, in fine, van het Btw-Wetboek.
Voormelde persoon dient daartoe een beschikking aan te vragen bij de voor hem bevoegde regionale component van de Administratie Operaties van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen. Van zodra die beschikking is uitgereikt, zal die persoon gebruik kunnen maken van de bijzondere regeling.
Het betreft een afzonderlijke beschikking, andere dan die voor het uitstel van betaling van de douanerechten, die specifiek geldt voor de toepassing van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer. Voor meer informatie omtrent de aanvraag van bedoelde beschikking, wordt verwezen naar de door de douane gepubliceerde circulaire 2021/C/58 van 21.06.2021 betreffende de invoer en uitvoer van zendingen met een geringe waarde in het kader van
e-commerce.
7.2.5. Werking van de regeling
Een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen geeft aanleiding tot twee afzonderlijke belastbare handelingen: een invoer in de zin van artikel 23, § 1, van het Btw-Wetboek en een levering van goederen in de zin van artikel 10, van het Btw-Wetboek, die overeenkomstig artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek als een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen wordt aangemerkt (zie punt 4.3., hiervoor).
De bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer heeft betrekking op de invoer van goederen die het voorwerp uitmaken van een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen. Het doel van de regeling is om de btw-formaliteiten bij de invoer te vereenvoudigen.
Vanaf 01.07.2021 is de btw op een invoer van goederen verschuldigd vanaf de eerste euro, aangezien de vrijstelling voor de definitieve invoer van goederen met een globale waarde van niet meer dan 22 euro wordt geschrapt. Artikel 18, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, wordt daartoe opgeheven (17). In principe moet er vanaf die datum btw worden betaald op alle invoeren die plaatsvinden in het kader van een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen.
(17) Artikel 3 van de richtlijn (EU) 2017/2455 bepaalt dat titel IV van richtlijn 2009/132/EG van de raad van 19.10.2009 houdende bepaling van de werkingssfeer van artikel 143, onder b) en c), van richtlijn 2006/112/EG met betrekking tot de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen, met ingang van 01.07.2021 wordt geschrapt.
In het kader van de bijzondere regeling vindt de afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen plaats daar waar het goed zich bevindt op het tijdstip van vertrek van de verzending of het vervoer naar de afnemer, overeenkomstig artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek (18). Bijgevolg vindt de afstandsverkoop plaats buiten de gemeenschap en is die dus niet aan de btw onderworpen.
(18) Artikel 15, § 1, tweede lid, 3°, van het Btw-Wetboek is niet van toepassing omdat er geen gebruik wordt gemaakt van de invoerregeling van het OSS-systeem. Artikel 14, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek is niet van toepassing omdat de leverancier geen schuldenaar is van de btw bij invoer.
Deze vereenvoudigingsregeling werkt dus omgekeerd dan de invoerregeling van het OSS-systeem:
- wanneer de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer wordt toegepast, wordt de invoer belast en is de afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen niet aan de btw onderworpen in de gemeenschap
- wanneer de invoerregeling van het OSS-systeem wordt toegepast, is de invoer vrijgesteld en wordt de afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen belast.
De bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer kan uitsluitend worden toegepast wanneer voldaan is aan de toepassingsvoorwaarden van de invoerregeling van het OSS-systeem, maar er van die laatste regeling geen gebruik wordt gemaakt. De bijzondere regeling is bovendien slechts van toepassing wanneer de goederen voor het verbruik worden aangegeven in de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen eindigt, de afnemer wordt aangeduid als schuldenaar van de bij de invoer verschuldigde btw en de persoon die de goederen bij de douane aanbrengt daartoe gemachtigd is (zie punten 7.2.3. en 7.2.4., hiervoor).
Merk op dat de Belgische wetgever geen gebruik heeft gemaakt van de door artikel 369octovicies, van de richtlijn 2006/112/EG geboden mogelijkheid om steeds het normaal geldende btw-tarief toe te passen op alle invoeren van goederen die onder de bijzondere regeling plaatsvinden. Bijgevolg kunnen dergelijke invoeren van goederen aan een verlaagd btw-tarief worden onderworpen, wanneer zij daarvoor in aanmerking komen op grond van de bepalingen opgenomen in het koninklijk besluit nr. 20, voornoemd.
Artikel 58sexies, § 2, van het Btw-Wetboek maakt een onderscheid tussen de schuldenaar van de bij de invoer verschuldigde btw en de persoon die de goederen bij de douane aanbrengt.
De schuldenaar van de belasting die in het kader van de bijzondere regeling op de invoer is verschuldigd, is de persoon voor wie de goederen zijn bestemd, overeenkomstig artikel 58sexies, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek. Artikel 6, § 2, derde lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, duidt dan ook de afnemer van de goederen aan als geadresseerde wanneer deze vereenvoudigingsregeling wordt toegepast.
Hoewel de afnemer van de goederen de wettelijke schuldenaar is van de op de invoer verschuldigde btw, is hij niet de persoon die ertoe gehouden is die belasting daadwerkelijk aan de douaneautoriteiten te betalen. Artikel 58sexies, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek bepaalt immers dat de persoon die de goederen bij de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen aanbrengt, de belasting int bij de persoon voor wie de goederen bestemd zijn (de afnemer van de goederen) en die belasting voldoet op de wijze voorzien in artikel 58sexies, § 3, van het Btw-Wetboek (zie punt 7.2.5.4., hierna).
Op het tijdstip van de invoer van de goederen in België, worden de goederen voor het verbruik aangegeven met uitstel van betaling van de btw, zoals voorzien in artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. De persoon die de goederen bij de douane aanbrengt, is verantwoordelijk om het bedrag van de bij de invoer verschuldigde btw bij de afnemer van de goederen te innen alvorens de goederen aan die laatste te bezorgen. Vervolgens moet hij de bij invoer verschuldigde belasting aan de douane betalen.
De persoon die de goederen bij de douane aanbrengt, neemt passende maatregelen om te garanderen dat het juiste bedrag aan btw wordt betaald door de persoon voor wie de goederen bestemd zijn. Op basis van onder meer de handelsfactuur en van de documenten die de ingevoerde goederen vergezellen, dient hij na te gaan of de aangegeven intrinsieke waarde correct is en moet hij het juiste btw-tarief toepassen.
7.2.5.3. Aanbrengen van de goederen bij de douane
Artikel 58sexies, § 1, van het Btw-Wetboek bepaalt dat de bijzondere regeling kan worden gebruikt door de persoon die de goederen bij de douane aanbrengt voor rekening van de persoon voor wie de goederen zijn bestemd (zie punt 7.2.4., hiervoor).
In overeenstemming met de mogelijkheid die aan de lidstaten wordt gelaten door artikel 63quinquies, lid 2, van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011, wordt de voorwaarde 'die voor rekening van de persoon voor wie de goederen zijn bestemd de goederen bij de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen aanbrengt' als vervuld beschouwd, indien de persoon die de goederen bij de douane aanbrengt te kennen geeft voornemens te zijn van de bijzondere regeling gebruik te maken en de btw te innen bij de persoon voor wie de goederen bestemd zijn.
In de praktijk zal de toepassing van de bijzondere regeling door de persoon die de goederen bij de douane aanbrengt, kenbaar worden gemaakt door de vermelding in de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen van enerzijds de codes C07 (19) en F49 (20) in het veld voor de codes van de aanvullende regeling (G.E. 11 10 000 000) en anderzijds de soort beschikking en haar referentienummer in de velden voor de bewijsstukken (respectievelijk G.E. 12 03 002 000 en G.E. 12 03 001 000).
(19) Zendingen met een te verwaarlozen waarde (artikel 23 van verordening (EG) nr. 1186/2009 van de raad)
(20) Invoer in het kader van de bijzondere regeling voor de aangifte en de betaling van btw bij invoer zoals bepaald in titel XII, hoofdstuk 7, van richtlijn 2006/112/EG.
Zoals reeds vermeld onder punt 4.8.1., hiervoor, gaat het hierbij om een elektronische douaneaangifte die via het Import Declaration Management System (IDMS) wordt ingediend en die aanzienlijk minder gegevenselementen (dataset H7) bevat dan de standaard douaneaangifte. Het betreft een aangifte voor het vrije verkeer en voor het verbruik, waarvoor steeds de douaneregeling 40 00 van toepassing is. Uiteraard heeft de persoon die de goederen bij de douane aanbrengt, steeds de mogelijkheid om voor de invoer van de goederen gebruik te maken van een standaard douaneaangifte.
Voor meer informatie omtrent de douaneformaliteiten in het kader van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer, wordt verwezen naar de door de douane gepubliceerde circulaire 2021/C/58 van 21.06.2021 betreffende de invoer en uitvoer van zendingen met een geringe waarde in het kader van e-commerce.
7.2.5.4. Verplichtingen inzake aangifte en betaling van de bij invoer verschuldigde btw
Artikel 58sexies, § 3, van het Btw-Wetboek bepaalt de verplichtingen van de persoon die de goederen bij de douane aanbrengt met betrekking tot de aangifte en de betaling van de btw die verschuldigd is bij een invoer in het kader van de bijzondere regeling.
De persoon die de goederen bij de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen aanbrengt, neemt de belasting die verschuldigd is overeenkomstig de bijzondere regeling op in een maandelijkse aangifte die langs elektronische weg wordt ingediend uiterlijk op de veertiende dag van de maand volgend op de maand waarop ze betrekking heeft. In de aangifte wordt het totale bedrag van de belasting vermeld dat in de desbetreffende kalendermaand is geïnd.
Diezelfde persoon voldoet het totale bedrag van de in voormelde aangifte opgenomen belasting uiterlijk op de zestiende dag van de maand volgend op de maand waarop die aangifte betrekking heeft. Deze termijn komt overeen met de maximumtermijn die geldt voor het uitstel van betaling van de verschuldigde douanerechten overeenkomstig artikel 111, § 6, tweede alinea, / 108, lid 1, tweede alinea, van de verordening (EU) nr. 952/2013 (het douanewetboek van de Unie). De btw is aldus maandelijks verschuldigd binnen de termijn die voor de betaling van de invoerrechten geldt, zoals voorgeschreven door artikel 369novovicies, lid 2, van de richtlijn 2006/112/EG.
Bij wijze van administratieve vereenvoudiging, zal de maandelijkse aangifte in de praktijk iedere veertiende dag van de maand automatisch worden gecreëerd door de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen onder de vorm van een overzicht van alle niet-ongeldig gemaakte douaneaangiften die door de betrokken persoon in de loop van de voorgaande maand onder de bijzondere regeling zijn ingediend, met aanduiding van het totale bedrag van de op die invoeren verschuldigde btw. Dat bedrag moet door de persoon die van de bijzondere regeling gebruik heeft gemaakt ten laatste op de zestiende dag van dezelfde maand aan de douaneautoriteiten worden betaald.
Wanneer goederen niet worden geleverd of niet worden aanvaard door de afnemer, kan de persoon die de goederen bij de douane heeft aangebracht de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen van die goederen onder de bijzondere regeling ongeldig maken. Die persoon moet per maand een overzicht opmaken van alle in die maand ongeldig gemaakte douaneaangiften onder de bijzondere regeling, met vermelding van onder meer de referentie van de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen, de datum van het ongeldig maken van die douaneaangifte, de bestemming van de goederen (in de meeste gevallen wederuitvoer of vernietiging) en een bewijs van de bestemming van de goederen (in de meeste gevallen een douaneaangifte tot wederuitvoer of het proces-verbaal van vernietiging). Dat overzicht moet binnen een termijn van 90 dagen volgend op de maand waarop die betrekking heeft aan de douaneautoriteiten worden overgemaakt. Voor meer informatie omtrent het ongeldig maken van een douaneaangifte in het kader van de bijzondere regeling, wordt verwezen naar de door de douane gepubliceerde circulaire 2021/C/58 van 21.06.2021 betreffende de invoer en uitvoer van zendingen met een geringe waarde in het kader van e-commerce.
Voorbeelden van mogelijke situaties met een niet-levering of niet-aanvaarding van de goederen tot gevolg: het adres van de afnemer is niet correct, de afnemer is verschillende opeenvolgende dagen niet thuis, de afnemer weigert het bedrag van de verschuldigde btw te betalen, de goederen zijn beschadigd … .
De invoer van niet-geleverde of niet-aanvaarde goederen wordt niet in de automatisch door de douane gecreëerde maandelijkse aangifte opgenomen, wanneer het ongeldig maken van de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen van die goederen onder de bijzondere regeling plaatsvindt vóór de veertiende dag van de maand volgend op de maand waarin die douaneaangifte is ingediend.
De maandelijkse aangifte dient als basis voor de maandelijkse betaling van het totale btw-bedrag dat onder de bijzondere regeling is verschuldigd door de persoon die de goederen bij de douane heeft aangebracht. Deze maandelijkse betaling vindt telkens plaats ten laatste op de zestiende dag van de maand volgend op de maand waarop de maandelijkse aangifte betrekking heeft. Door de tijdig ongeldig gemaakte douaneaangiften niet in de maandelijkse aangifte op te nemen, wordt voorkomen dat bedoelde persoon btw moet betalen op de invoer van goederen die niet geleverd of niet aanvaard werden en waarvoor hij aldus geen btw heeft kunnen innen. De persoon die de goederen bij de douane heeft aangebracht, moet de niet-verschuldigdheid van de btw op die invoeren kunnen rechtvaardigen en dient daartoe de nodige vermeldingen op te nemen in zijn register bedoeld in artikel 58sexies, § 4, van het Btw-Wetboek (zie punt 8.2.1.3., hierna).
Ingeval van een laattijdig ongeldig gemaakte douaneaangifte, wordt die douaneaangifte in de maandelijkse aangifte opgenomen en moet er op die invoer btw worden betaald. De persoon die de goederen bij de douane heeft aangebracht, kan dan teruggaaf van de betaalde btw vragen aan de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen. Dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer de niet-levering of niet-aanvaarding van de goederen plaatsvindt na de veertiende dag van de maand volgend op de maand van indiening van de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen van die goederen onder de bijzondere regeling. Voor de teruggaafprocedure bij de douane wordt verwezen naar de door de douane gepubliceerde circulaire 2021/C/58 van 21.06.2021 betreffende de invoer en uitvoer van zendingen met een geringe waarde in het kader van e-commerce.
Het is derhalve de verantwoordelijkheid van de persoon die de goederen bij de douane heeft aangebracht om de goederen bij de afnemer aan te bieden vóór de veertiende dag van de maand volgend op de maand van indiening van de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen van die goederen onder de bijzondere regeling, om zodoende de btw te innen of de douaneaangifte tijdig ongeldig te kunnen maken ingeval van niet-levering of niet-aanvaarding van de goederen.
7.2.5.5. Schematisch overzicht
De verschillende stappen bij het gebruik van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer kunnen schematisch als volgt worden voorgesteld:
1. Vóór de verkoop aan de afnemer in België | Geen verplichtingen inzake btw in hoofde van de leverancier of gelijkgestelde leverancier. |
2. Op het tijdstip van de verkoop aan de afnemer in België |
De levering wordt aangemerkt als een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen in de zin van artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek. Het gaat om andere goederen dan de in artikel 1, § 6, 4°, van het Btw-Wetboek bedoelde accijnsproducten en ze worden naar België verzonden in een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro. Er wordt geen toepassing gemaakt van de invoerregeling van het OSS-systeem (dit impliceert dat de leverancier of gelijkgestelde leverancier niet geregistreerd is voor de invoerregeling van het OSS-systeem). De leverancier of gelijkgestelde leverancier rekent geen Belgische btw aan. |
3. Bij aankomst van de goederen in België |
De invoer vindt in België plaats op grond van artikel 23, § 3, of 23, § 4, 3°, van het Btw-Wetboek, naargelang de goederen de gemeenschap worden binnengebracht via respectievelijk België of een andere lidstaat. De persoon die de goederen bij de douane aanbrengt, dient via het Import Declaration Management System (IDMS) een elektronische douaneaangifte met dataset H7 in voor het in het vrije verkeer brengen van de goederen, waarin de afnemer als geadresseerde in de zin van artikel 6, § 2, derde lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, wordt aangeduid. Daarnaast vermeldt hij de codes C07 en F49 in het veld voor de codes van de aanvullende regeling (G.E. 11 10 000 000) en de soort beschikking en haar referentienummer in de velden voor de bewijsstukken (respectievelijk G.E. 12 03 002 000 en G.E. 12 03 001 000). De goederen worden in het vrije verkeer gebracht met uitstel van betaling van de btw. De bij invoer verschuldigde btw wordt aldus niet aan de douane betaald. |
4. Bij de levering van de goederen aan de afnemer in België |
a. De goederen worden geleverd en de afnemer aanvaardt de zending De afnemer betaalt de bij invoer verschuldigde btw aan de persoon die de goederen bij de douane heeft aangebracht (in principe vóór of op het tijdstip van de levering van de goederen). b. De goederen worden niet geleverd of de afnemer weigert de zending De afnemer betaalt de bij invoer verschuldigde btw niet aan de persoon die de goederen bij de douane heeft aangebracht. |
5. Aangifte en betaling van de btw door de persoon die de goederen bij de douane heeft aangebracht |
a. De goederen werden geleverd en de afnemer heeft de zending aanvaard De veertiende dag van de maand volgend op de maand van indiening van de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen, wordt de bij invoer verschuldigde btw opgenomen in de maandelijkse aangifte die automatisch door de douane wordt gecreëerd. Ten laatste de zestiende dag van de maand volgend op de maand waarop de maandelijkse aangifte betrekking heeft, moet het in de maandelijkse aangifte vermelde totaal verschuldigde btw-bedrag aan de douane worden betaald. b. De goederen werden niet geleverd of de afnemer heeft de zending geweigerd De persoon die de goederen bij de douane heeft aangebracht, maakt de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen ongeldig. Wanneer het ongeldig maken van de douaneaangifte plaatsvindt vóór de veertiende dag van de maand volgend op de maand van indiening van die douaneaangifte, wordt de invoer van de goederen niet in de maandelijkse aangifte opgenomen en moet er dus geen btw worden betaald op die invoer. Wanneer het ongeldig maken van de douaneaangifte plaatsvindt op of na de veertiende dag van de maand volgend op de maand van indiening van die douaneaangifte, wordt de invoer van de goederen in de maandelijkse aangifte opgenomen en moet er dus btw worden betaald op die invoer (zie a., hiervoor). De persoon die de goederen bij de douane heeft aangebracht, kan dan teruggaaf van de betaalde btw vragen aan de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen. |
Voorbeeld 1: Goederen komen de gemeenschap binnen via België
Een Belgische particulier koopt op 20.09.2021 via de webwinkel van een Britse schoenenverkoper een paar schoenen aan voor een prijs van 100 euro. De schoenen worden in een postpakket verpakt en door de Britse postdienst opgehaald in het magazijn van de Britse schoenenverkoper in Manchester. De zending, bestaande uit dat postpakket, wordt voor rekening van de Britse schoenenverkoper per vliegtuig in een postzak vervoerd en komt aan in Zaventem op 22.09.2021, waar de postzak wordt overhandigd aan de Belgische postdienst.
De schoenen worden in België in het vrije verkeer gebracht. Bijgevolg vindt de invoer op grond van artikel 23, § 3, van het Btw-Wetboek in België plaats en is die op grond van artikel 3, van het Btw-Wetboek in België aan de btw onderworpen.
De Belgische postdienst wenst gebruik te maken van de bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer. Daartoe brengt de Belgische postdienst de schoenen aan bij de douane en dient ze er een douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen in die de Belgische particulier als geadresseerde in de zin van artikel 6, § 2, derde lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, aanduidt. Die douaneaangifte vermeldt de bij invoer verschuldigde btw, maar dat bedrag wordt nog niet aan de douane betaald.
Om aan te geven dat de invoer onder de bijzondere regeling plaatsvindt, neemt de Belgische postdienst tevens de volgende vermeldingen op in de via het Import Declaration Management System (IDMS) ingediende elektronische douaneaangifte met dataset H7: de codes C07 en F49 in het veld voor de codes van de aanvullende regeling (G.E. 11 10 000 000) en de soort beschikking en haar referentienummer in de velden voor de bewijsstukken (respectievelijk G.E. 12 03 002 000 en
G.E. 12 03 001 000).
De levering wordt overeenkomstig artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek als een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen aangemerkt, die op grond van artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek buiten de gemeenschap plaatsvindt, meer bepaald in Manchester (Verenigd Koninkrijk). Die levering is derhalve niet aan de btw onderworpen in de gemeenschap.
Wanneer de Belgische postdienst de goederen op 25.09.2021 aan de afnemer in België bezorgt, kan die laatste het pakket aanvaarden of weigeren:
- als de afnemer het pakket aanvaardt, betaalt hij de bij invoer verschuldigde btw aan de Belgische postdienst (in principe vóór of op het tijdstip van de levering). De bij de invoer verschuldigde btw wordt opgenomen in de maandelijkse aangifte die de douane op 14.10.2021 automatisch creëert voor de Belgische postdienst. De Belgische postdienst moet ten laatste op 16.10.2021 het in die maandelijkse aangifte vermelde totaal verschuldigde btw-bedrag aan de douane betalen
- als de afnemer het pakket weigert (bijvoorbeeld omdat de verkeerde schoenen werden geleverd, de schoenen zijn beschadigd of hij niet had verwacht nog bijkomende bedragen te moeten betalen bovenop de verkoopprijs van 100 euro), betaalt hij geen btw aan de Belgische postdienst en wordt er door die laatste aldus geen btw geïnd. De Belgische postdienst hoeft dan ook geen btw op de invoer van de schoenen aan de douane te betalen. Daartoe moet zij de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen van de schoenen ongeldig maken.
Wanneer het ongeldig maken van de douaneaangifte vóór 14.10.2021 plaatsvindt, wordt de invoer van de schoenen niet in de maandelijkse aangifte opgenomen die door de douane automatisch wordt gecreëerd. Bijgevolg dient de Belgische postdienst geen btw te betalen op die invoer. De Belgische postdienst moet de niet-verschuldigdheid van de btw op de invoer van de schoenen kunnen rechtvaardigen en dient daartoe de nodige vermeldingen op te nemen in zijn register bedoeld in artikel 58sexies, § 4, van het Btw-Wetboek (zie punt 8.2.1.3., hierna)
Wanneer het ongeldig maken van de douaneaangifte op of na 14.10.2021 plaatsvindt, wordt de invoer van de schoenen in de maandelijkse aangifte opgenomen en moet er dus btw worden betaald op die invoer (zie eerste bullet point). De Belgische postdienst kan dan teruggaaf van de betaalde btw vragen aan de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen.
De afnemer kan het voor de schoenen betaalde bedrag van 100 euro bij de Britse schoenenverkoper terugvorderen volgens de normale commerciële procedures.
Voorbeeld 2: Goederen komen de gemeenschap binnen via een andere lidstaat
Een Belgische particulier koopt op 20.09.2021 via de webwinkel van een Britse schoenenverkoper een paar schoenen aan voor een prijs van 100 euro. De schoenen worden in een postpakket verpakt en door de Britse postdienst opgehaald in het magazijn van de Britse schoenenverkoper in Manchester. De zending, bestaande uit dat postpakket, wordt voor rekening van de Britse schoenenverkoper per vliegtuig in een postzak vervoerd en komt aan in Parijs op 22.09.2021, waar de postzak wordt overhandigd aan de Franse postdienst. Vervolgens worden de schoenen onder de douaneregeling extern douanevervoer vanuit Frankrijk naar België vervoerd en aan de Belgische postdienst overhandigd.
De schoenen worden in België aan de regeling extern douanevervoer onttrokken en in het vrije verkeer gebracht. Bijgevolg vindt de invoer op grond van artikel 23, § 4, 3°, van het Btw-Wetboek in België plaats en is die op grond van artikel 3, van het Btw-Wetboek in België aan de btw onderworpen.
De verdere douane- en btw-behandeling zijn identiek aan die in voorbeeld 1.
7.2.6. Boekhoudkundige verplichtingen
Overeenkomstig artikel 58sexies, § 4, van het Btw-Wetboek, houden de personen die van deze bijzondere regeling gebruikmaken, van alle onder deze bijzondere regeling vallende handelingen, een boekhouding bij onder de vorm van een register met voldoende gegevens om de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde in staat te stellen de juistheid van de aangegeven belasting te beoordelen. Dat register moet op verzoek langs elektronische weg beschikbaar worden gesteld aan de administratie belast met de belasting over de toegevoerde waarde.
Voor meer informatie omtrent bedoeld register, wordt verwezen naar punt 8.2.1.3., hierna.
7.3. Bijzondere regeling voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en bepaalde leveringen van goederen (regeling EU of Unieregeling OSS)
De bijzondere regeling van toepassing op intracommunautaire afstandsverkopen van goederen is een optionele vereenvoudigingsregeling: de belastingplichtige is steeds vrij om te beslissen om de normale btw-regeling toe te passen en zich voor de btw te identificeren in alle lidstaten waarin hij handelingen, bedoeld door de bijzondere regeling, heeft verricht waarvoor hij de schuldenaar van de btw is.
Vanaf 01.07.2021 omvat het toepassingsgebied van deze EU-regeling of Unieregeling OSS:
- enerzijds de intracommunautaire afstandsverkopen en bepaalde nationale goederenleveringen, in functie van de omstandigheden waarin die handelingen worden verricht
- anderzijds, de telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de elektronische diensten (TBE diensten), verstrekt door belastingplichtigen die de zetel van hun economische activiteit hebben gevestigd op het grondgebied van de gemeenschap of die er beschikken over een vaste inrichting aan niet-belastingplichtigen die hun woonplaats of hun gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere lidstaat (en die, bijgevolg, geacht worden plaats te vinden in die lidstaat overeenkomstig artikel 21bis, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek), reeds vallend onder de oude regeling van het Mini-Enig Loket (MOSS), evenals een ganse reeks andere diensten verstrekt aan niet-belastingplichtigen. Voor een uiteenzetting van deze nieuwe regeling voor de diensten wordt verwezen naar punt 7.4.
Bovendien is de EU-regeling een globale, optionele regeling. Artikel 58quater, § 2, lid 2, van het Btw-Wetboek bepaalt dat, wanneer een belastingplichtige ervan gebruik maakt, die bijzondere regeling van toepassing is op alle in de gemeenschap verrichte handelingen die vallen onder het toepassingsgebied van die bijzondere regeling. De heterogene aard van die bijzondere regeling, die, ten opzichte van de andere bijzondere regelingen van het systeem OSS, zeer verschillende categorieën van handelingen dekt, laat evenmin toe om de bijzondere regeling toe te passen op één of enkele categorieën van de bijzondere regeling en de gewone btw-regels toe te passen voor de andere categorieën.
7.3.2.1. Niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige
Het betreft een belastingplichtige die die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd, maar die in de lidstaat van verbruik noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting heeft (artikel 58quater, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek).
7.3.2.2. Niet in de lidstaat van identificatie gevestigde belastingplichtige
a. Wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening of één enkele vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd, is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd, de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft.
b. Wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft, is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt waaraan die belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruikmaakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden.
c. Wanneer een belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening noch een vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd en er slechts één lidstaat is waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt, is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt.
d. Wanneer een belastingplichtige noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening noch een vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd en er meer dan één lidstaat is waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt, is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar de verzending of het vervoer van goederen aanvangt waaraan die belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruikmaakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden (artikel 58quater, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek).
7.3.2.3. Lidstaat van verbruik
a. In het geval van een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen is de lidstaat van verbruik de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer.
b. In het geval van de levering van goederen door een belastingplichtige die deze levering faciliteert overeenkomstig artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek, indien de verzending of het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt, is de lidstaat van verbruik deze lidstaat (artikel 58quater, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek).
7.3.3. Wie kan gebruik maken van de regeling EU?
Kunnen gebruik maken van de huidige, bijzondere regeling:
1° de belastingplichtigen, ongeacht waar ze gevestigd zijn, die intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verrichten, met inbegrip van de belastingplichtigen bedoeld in artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek (de 'gelijkgestelde leveranciers') die door het gebruik van een elektronische interface zulke leveringen, verricht door niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtigen aan niet-belastingplichtigen faciliteren
2° de belastingplichtigen, ongeacht waar ze gevestigd zijn, die door het gebruik van een elektronische interface de leveringen van goederen faciliteren overeenkomstig artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek (de 'gelijkgestelde leveranciers'), indien de verzending of het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt.
Deze bijzondere regeling is van toepassing op alle aldus door de betrokken belastingplichtige in de gemeenschap geleverde goederen en verrichte diensten (artikel 58quater, § 2, van het Btw-Wetboek).
Vanuit het oogpunt van de belastingplichtigen, kunnen dus gebruik maken van die regeling in functie van de handelingen die ze verrichten, de volgende belastingplichtigen:
1. de in de gemeenschap gevestigde belastingplichtigen voor de aangifte en de voldoening van de btw verschuldigd over de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen die ze verrichten
2. de niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde belastingplichtigen voor de aangifte en de voldoening van de btw verschuldigd over de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen die ze verrichten
3. de al dan niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde elektronische interfaces, facilitators in de zin van artikel 13bis, van het Btw-Wetboek, voor de aangifte en de voldoening van de verschuldigde btw.
7.3.4. Welke goederen kunnen genieten van de EU regeling?
De EU regeling is van toepassing op de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen in de zin van artikel 1, § 19, van het Btw-Wetboek.
De intracommunautaire afstandsverkopen van goederen betreffen dus de leveringen van goederen:
- die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier (ook wanneer de leverancier indirect tussenkomt bij het vervoer of de verzending van de goederen), vanuit een andere lidstaat dan die van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer
- voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen krachtens artikel 3, lid 1, van de richtlijn 2006/112/EG niet aan de belasting zijn onderworpen, of voor enige andere niet-belastingplichtige
- die geen nieuwe vervoermiddelen bedoeld in artikel 8bis, § 2, zijn, noch goederen, geleverd na montage of installatie, door of voor rekening van de leverancier, met of zonder beproeven van de geïnstalleerde of gemonteerde goederen.
De regeling EU is eveneens van toepassing op de leveringen van goederen binnen de gemeenschap verricht door een niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde belastingplichtige aan een niet-belastingplichtige via het gebruik van een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, waarvoor de belastingplichtige die de levering faciliteert wordt geacht die goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd in de zin van artikel 13, § 2, van het Btw-Wetboek.
Worden dus bedoeld de volgende handelingen verricht via het gebruik van een elektronische interface, die worden geacht te zijn verricht door die elektronische interface:
- de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen, voor een niet-belastingplichtige, die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde leverancier (inbegrepen wanneer de leverancier indirect tussenkomt in de verzending of het vervoer van de goederen), die niet worden geïnstalleerd of gemonteerd door de leverancier of voor zijn rekening, met of zonder beproeven van de werking
- de verkopen van goederen, voor een niet-belastingplichtige, die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van een niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde leverancier (inbegrepen wanneer de leverancier indirect tussenkomt in de verzending of het vervoer van de goederen), wanneer de plaats van vertrek en van aankomst van de verzending of het vervoer van de geleverde goederen zich bevinden in dezelfde lidstaat, die niet worden geïnstalleerd of gemonteerd door de leverancier of voor zijn rekening, met of zonder beproeven van de werking.
7.3.5. Bepaling van de lidstaat bevoegd voor de identificatie van de belastingplichtige onder de EU regeling voor de goederen
De regels inzake de bepaling van de lidstaat van identificatie in het kader van de EU regeling zijn afhankelijk van de hoedanigheid van de belastingplichtige. In elk geval kan er slechts één lidstaat van identificatie zijn met het oog op de voorliggende bijzondere regeling.
Artikel 58quater, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek (artikel 369bis, van de richtlijn 2006/112/EG) bepaalt de regels als volgt voor de belastingplichtigen die geen beroep doen op een tussenpersoon:
- wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening of één enkele vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd, betreft het de lidstaat waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd, de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft
- wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft, betreft het de lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt waaraan die belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruikmaakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden
- wanneer een belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening noch een vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd en er slechts één lidstaat is waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt, betreft het de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt
- wanneer een belastingplichtige noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening noch een vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd en er meer dan één lidstaat is waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt, betreft het de lidstaat waar de verzending of het vervoer van goederen aanvangt waaraan die belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruikmaakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze.
Plaats van vestiging | Type van identificatie | Lidstaat van identificatie |
Bedrijfszetel in de EU | Rechtstreekse identificatie | LS van de bedrijfszetel van de verkoper (of van de 'gelijkgestelde leverancier') |
Bedrijfszetel buiten de EU maar vaste inrichting gesitueerd in de EU | Rechtstreekse identificatie | LS van de vaste inrichting * van de verkoper (of van de 'gelijkgestelde leverancier') |
Bedrijfszetel buiten de EU en geen vaste inrichting gesitueerd in de EU | Rechtstreekse identificatie | LS van waaruit de goederen worden vervoerd** |
* Als hij beschikt over meerdere vaste inrichtingen, kiest de verkoper (of de 'gelijkgestelde leverancier') die welke hij zal gebruiken. Die keuze is verplicht voor de leverancier tot het einde van het tweede jaar dat volgt op het jaar in de loop waarvan de keuze werd gemaakt.
** Als er meerdere opslagplaatsen zijn, kiest de verkoper (of de 'gelijkgestelde leverancier') de lidstaat die hij zal gebruiken. Die keuze verbindt de verkoper (of de 'gelijkgestelde leverancier') tot het einde van het tweede jaar dat volgt op dat in de loop waarvan de keuze werd gemaakt
7.3.6. Toepassingsvoorwaarden voor de regeling EU voor de goederen
7.3.6.1. Registratie, wijziging, identificatienummer, stopzetting en doorhaling in België
Artikel 58quater, § 3, van het Belgisch Btw-Wetboek bepaalt dat de belastingplichtige die gebruik maakt van deze bijzondere regeling met België als lidstaat van identificatie, opgave doet van het begin van zijn onder deze bijzondere regeling vallende economische activiteit op het elektronische adres dat daarvoor door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is gecreëerd, alvorens een aanvang te maken met het gebruik van die bijzondere regeling.
Artikel 3 en bijlage 1 van de uitvoeringsverordening (EU) 2020/194 van 12.02.2020 geven de detailinformatie weer die moet worden meegedeeld bij de inschrijving.
Overeenkomstig artikel 4 en bijlage 1 van de uitvoeringsverordening (EU) 2020/194 van 12.02.2020 geeft elke belastingplichtige kennis van elke wijziging met betrekking tot de identificatiegegevens aan het elektronisch adres bedoeld (elektronische adres dat daarvoor door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is gecreëerd).
7.3.6.1.3. Identificatienummer
Overeenkomstig artikel 57sexies van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, identificeert de lidstaat van identificatie de belastingplichtige die de EU regeling toepast met behulp van zijn btw-identificatienummer bedoeld in de artikelen 214 en 215, van de richtlijn 2006/112/EG.
Concreet en overeenkomstig artikel 58quater, § 4, van het Btw-Wetboek:
- maken de in België gevestigde belastingplichtigen voor hun inschrijving gebruik van hun individueel btw-identificatienummer dat hen werd toegekend overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek (nummer voorafgegaan door de letters BE)
- maken de buiten de Europese Unie gevestigde belastingplichtigen voor hun inschrijving gebruik van hun individueel btw-identificatienummer dat hen werd toegekend overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, a, van het Btw-Wetboek (nummer voorafgegaan door de letters BE)
- moeten de belastingplichtigen die gevestigd zijn buiten de Europese Unie en die nog niet beschikken over een btw-identificatienummer, voorafgaandelijk aan de aanvang van hun onder deze regeling vallende activiteit, de formaliteiten vervullen om zich een individueel btw-identificatienummer, voorafgegaan door de letters BE, te doen toekennen overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, b, van het Btw-Wetboek. Ze zullen dat nummer vervolgens gebruiken voor hun inschrijving.
Voor belastingplichtigen (met inbegrip van de elektronische interfaces) die niet in de gemeenschap zijn gevestigd noch in een land waarmee rechtsinstrumenten van wederzijdse bijstand werden gesloten zoals bedoeld in artikel 55, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek en voor wie België de lidstaat van identificatie is, zal hun btw-identificatie onder de bijzondere regeling gepaard gaan met de verplichte voorafgaandelijke aanstelling van een aansprakelijk vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 55, § 1, tweede lid, van het Btw-Wetboek.
Artikel 55, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek voorziet momenteel die verplichting enkel in die gevallen waarin het handelingen betreft die aan de btw onderworpen zijn in België (gevallen waarin België dus lidstaat van verbruik is). Onder de Unie-regeling is het evenwel mogelijk dat belastingplichtigen bedoeld in artikel 55, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek België als lidstaat van identificatie hebben zonder dat zij in België aan de btw onderworpen handelingen verrichten. Dat is met name het geval als België uitsluitend de of een lidstaat is van waaruit goederen worden verzonden of vervoerd in het kader van intracommunautaire afstandsverkopen, die zelf geacht worden plaats te vinden voor btw-doeleinden in de lidstaat waar de verzending of het vervoer wordt beëindigd.
In het kader van de nieuwe regeling moet de aanstelling van een aansprakelijk vertegenwoordiger in België bovendien bekeken worden in de logica van het systeem waarbij ervan uitgegaan wordt dat de belastingplichtige die van dat systeem gebruik maakt slechts contacten heeft met één enkele lidstaat, met name de lidstaat van identificatie, en niet met elke lidstaat van verbruik.
Artikel 55, § 1, van het Btw-Wetboek wordt derhalve gewijzigd om in een nieuw tweede lid te voorzien dat de belastingplichtigen bedoeld in artikel 55, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek ook verplicht zijn een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger aan te stellen vooraleer handelingen te stellen onder de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quater, van het Btw-Wetboek, i.e. wanneer België de lidstaat van identificatie is in het kader van de Unie-regeling (en de betrokken belastingplichtige dus niet noodzakelijkerwijze handelingen verricht die aan de btw onderworpen zijn in België).
Wanneer een belastingplichtige de lidstaat van identificatie ervan in kennis stelt dat hij voornemens is de Unieregeling toe te passen, is die bijzondere regeling, overeenkomstig artikel 57quinquies, lid 1, van uitvoeringsverordening nr. 282/2011, van toepassing vanaf de eerste dag van het volgende kalenderkwartaal. Wanneer de eerste onder de Unieregeling vallende goederenlevering of dienst evenwel vóór die datum plaatsvindt, is de bijzondere regeling van toepassing vanaf de datum van de eerste levering of dienst, op voorwaarde dat de informatie betreffende de aanvang van de activiteiten die onder de Unieregeling vallen door de belastingplichtige uiterlijk op de tiende dag van de maand volgende op de eerste levering of dienst aan de lidstaat van identificatie wordt meegedeeld.
De belastingplichtige die zijn activiteit onder deze bijzondere regeling beëindigt of die niet langer voldoet aan de voorwaarden om ervan gebruik te mogen maken, stelt de administratie hiervan in kennis langs elektronische weg, overeenkomstig artikel 58quater, § 5, eerste lid, van het Btw-Wetboek.
Overeenkomstig artikel 57octies, § 1, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, stelt de belastingplichtige de lidstaat van identificatie in kennis van zijn beslissing ten minste 15 dagen voor het einde van het kalenderkwartaal voorafgaand aan dat waarin hij het gebruik van de regeling wenst te beëindigen. De beëindiging wordt van kracht op de eerste dag van het volgende kalenderkwartaal.
Overeenkomstig artikel 57septies, § 1, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, is, wanneer een belastingplichtige niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van de bijzondere regeling in de lidstaat waar hij voor btw-doeleinden geïdentificeerd is, deze lidstaat niet langer de lidstaat van identificatie.
Indien deze belastingplichtige echter nog steeds voldoet aan de noodzakelijke voorwaarden om van die bijzondere regeling gebruik te maken, duidt hij een nieuwe bevoegde lidstaat van identificatie aan overeenkomstig de hiervoor omschreven regels.
In geval van een vrijwillige verandering van lidstaat van identificatie, heeft die verandering uitwerking vanaf de datum waarop de belastingplichtige niet langer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft in de lidstaat die voorheen de lidstaat van identificatie was, of vanaf de datum waarop die belastingplichtige niet langer goederen verzendt of vervoert vanuit die lidstaat
Artikel 58quater, § 5, tweede lid, van het Btw-Wetboek somt de gevallen op waarin de belastingplichtige die gebruik maakt van de bijzondere regeling ervan wordt uitgesloten.
Een dergelijke uitsluiting gebeurt in de volgende gevallen:
1° de belastingplichtige meldt dat hij niet langer handelingen verricht die onder deze bijzondere regeling vallen of er kan worden aangenomen, door andere middelen, dat hij niet langer dergelijke handelingen verricht
2° de belastingplichtige niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken
3° de belastingplichtige bij voortduring niet voldoet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling.
Overeenkomstig artikel 58, § 2, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, wordt die uitsluiting van kracht op de eerste dag van het kalenderkwartaal volgende op de dag waarop het besluit inzake uitsluiting langs elektronische weg aan de belastingplichtige is medegedeeld. Indien de uitsluiting echter het gevolg is van een verandering van zetel van bedrijfsuitoefening of vaste inrichting of van de plaats waar de verzending of het vervoer van de goederen begint, wordt ze van kracht op de datum van die verandering.
7.3.6.2. Aangifte- en voldoeningsverplichtingen van de belastingplichtige die ervoor gekozen heeft om zich in te schrijven in de bijzondere regeling voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en zekere leveringen van goederen (regeling EU of Unieregeling OSS)
Artikel 58quater, § 6, van het Belgisch Btw-Wetboek omvat de verplichtingen voor wat betreft de aangifte en de voldoening van de verschuldigde btw in de verschillende betrokken lidstaten van verbruik voor de leveringen van de goederen onder deze regeling.
De aandacht wordt gevestigd op het feit dat die aangifte (regeling EU of Unieregeling OSS) eveneens de diensten B2C, die onder deze bijzondere regeling worden verricht door een in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige, omvat. In dit verband wordt verwezen naar punt 7.4.6.2.
Het eerste lid van artikel 58quater, § 6, voormeld, voorziet dat de belastingplichtige die gebruik kan maken van de huidige bijzondere regeling, langs elektronische weg een aangifte indient voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al dan niet leveringen van goederen en diensten zijn verricht die onder deze bijzondere regeling vallen. De belastingplichtige dient die aangifte, opgesteld in euro, in uiterlijk vóór het einde van de maand volgend op het verstrijken van het belastingtijdvak waarop ze betrekking heeft. Als er geen enkele belastbare handeling werd verricht gedurende het belastingtijdvak, zal een 'nihil'-aangifte moeten worden ingediend overeenkomstig artikel 59bis, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011.
Volgens het tweede lid van hetzelfde artikel, moet de aangifte aldus het btw-identificatienummer van de belastingplichtige vermelden en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag (van de maatstaf van heffing), exclusief btw, de toepasselijke btw-tarieven, het totale bedrag van de overeenkomstige btw, uitgesplitst naar belastingtarieven, en de totale verschuldigde btw over de volgende gedurende het belastingtijdvak verrichte leveringen van goederen die onder deze bijzondere regeling vallen:
1° de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen die plaatsvinden in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen
2° de leveringen van goederen bedoeld in artikel 13bis, § 2, wanneer de verzending of het vervoer van die goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt.
Artikel 58quater, § 6, derde lid, van het Btw-Wetboek voorziet, voor wat betreft de aangifte van de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen alsook voor de nationale leveringen van goederen die ten behoeve van een niet-belastingplichtige worden verricht door een belastingplichtige die die leveringen faciliteert overeenkomstig artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek, dat, behalve de ventilatie van de gegevens die moeten worden opgenomen in de aangifte overeenkomstig het voormelde tweede lid, een bijkomende ventilatie van die gegevens moet worden verricht wanneer de goederen worden verzonden of vervoerd vanuit andere lidstaten dan België (lidstaat van identificatie).
Wanneer de gegevens bedoeld in artikel 58quater, § 6, tweede lid, van het Btw-Wetboek een ventilatie opleggen naargelang de lidstaat van verbruik (m.a.w. voor de leveringen: de lidstaat waar de verzending of het vervoer eindigt), voorziet het derde lid van deze bepaling in een bijkomende ventilatie van die gegevens per lidstaat (andere dan België) van waaruit de goederen werden verzonden of vervoerd.
Bijgevolg zal de aangifte, voor elke intracommunautaire afstandsverkoop, moeten aanduiden, op basis van artikel 58quater, § 6, tweede en derde lid, van het Btw-Wetboek, de betrokken vermeldingen geventileerd zowel per lidstaat van vertrek van de verzending of het vervoer als per lidstaat van verbruik (in het voorliggend geval de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer).
Concreet, voorziet dat derde lid dat, wanneer de goederen door de belastingplichtige die gebruik kan maken van de regeling EU worden verzonden of vervoerd vanuit andere lidstaten dan België, de aangifte ook het totale bedrag exclusief btw, de toepasselijke btw-tarieven, het totale bedrag van de overeenkomstige btw, uitgesplitst naar belastingtarieven, en de totale verschuldigde belasting over de volgende leveringen die onder deze bijzondere regeling vallen, bevat voor elke lidstaat waaruit die goederen zijn verzonden of vervoerd:
1° de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen andere dan die verricht door een belastingplichtige overeenkomstig artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek;
2° de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en de leveringen van goederen bedoeld in het tweede lid, 2°, van artikel 58quater, § 6, verricht door een belastingplichtige overeenkomstig artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek.
De leden 4 en 5 van artikel 58quater, § 6, van het Btw-Wetboek voorzien dat voor de leveringen bedoeld hiervoor in lid 2, 1° en 2°, de aangifte ook het individuele btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer dat door elk van die lidstaten waaruit zulke goederen worden verzonden of vervoerd is toegekend, vermeldt. De aangifte bevat de in deze paragraaf bedoelde informatie, uitgesplitst naar lidstaat van verbruik.
Lid 7 van artikel 58quater, § 6, van het Btw-Wetboek bepaalt dat, wanneer een reeds ingediende aangifte naderhand moet worden gewijzigd, deze wijzigingen in een volgende aangifte worden opgenomen uiterlijk drie jaar na de datum waarop de oorspronkelijke aangifte moest worden ingediend overeenkomstig het eerste lid van voormeld artikel. In die volgende aangifte worden de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn vermeld.
Tot slot bepaalt lid 8 van artikel 58quater, § 6, van het Btw-Wetboek, dat de belastingplichtige die gebruik kan maken van de bijzondere EU regeling de btw voldoet onder verwijzing naar de betreffende aangifte, uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen de aangifte moet worden ingediend.
7.3.6.3. Praktische voorbeelden
1. Onderneming A, gevestigd in België, verzendt in de loop van het 3de kwartaal van 2021 goederen rechtstreeks vanuit België naar particuliere klanten, gevestigd in België, in Frankrijk en in Nederland. A is gehouden om zijn afstandsverkopen te onderwerpen (aan de btw) in de LS van aankomst van de goederen. Onderneming A wenst de regeling OSS te gebruiken.
Vóór de verkopen | Op het moment van de verkopen (afstandsverkopen) | Uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de verkoop heeft plaatsgevonden |
De Belgische verkoper A identificeert zich in de regeling OSS in België (LS van zijn bedrijfszetel) langs elektronische weg via zijn Belgische btw-identificatienummer | De Belgische verkoper rekent Franse btw aan aan zijn Franse klanten en Nederlandse btw aan zijn Nederlandse klanten. |
De Belgische verkoper dient een elektronische aangifte OSS in in België uiterlijk op 30 oktober, waarin hij zijn intracommunautaire afstandsverkopen van het 3de kwartaal opneemt. De eruit resulterende btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn. Daarentegen geeft de Belgische verkoper het omzetcijfer en de btw met betrekking tot zijn interne verkopen in België aan in zijn Belgische periodieke aangifte. |
2. Onderneming B, gevestigd in België, verzendt in de loop van het 3de kwartaal van 2021 rechtstreeks goederen vanuit België naar particuliere klanten gevestigd in België, in Spanje en in Portugal. B is gehouden om zijn afstandsverkopen (aan de btw) te onderwerpen in de lidstaat van aankomst van de goederen. Zij beschikt over een vaste inrichting in Spanje. Onderneming B wenst de regeling OSS te gebruiken.
Vóór de verkopen | Op het moment van de verkopen (afstandsverkopen) | Uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de verkoop heeft plaatsgevonden |
De Belgische verkoper B identificeert zich in de regeling OSS in België (LS van zijn bedrijfszetel) langs elektronische weg via zijn Belgische btw-identificatienummer | De Belgische verkoper rekent Spaanse btw aan aan zijn Spaanse klanten en Portugese btw aan zijn Portugese klanten. |
De Belgische verkoper dient een elektronische aangifte OSS in in België uiterlijk op 30 oktober, waarin hij zijn intracommunautaire afstandsverkopen van het 3de kwartaal opneemt (met inbegrip van die gelokaliseerd in Spanje, ondanks het feit dat hij er beschikt over een vaste inrichting). De eruit resulterende btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn. Daarentegen geeft de Belgische verkoper het omzetcijfer en de btw met betrekking tot zijn interne verkopen in België aan in zijn Belgische periodieke aangifte. |
3. Onderneming C, gevestigd in België, verzendt in de loop van het 3de kwartaal van 2021 rechtstreeks goederen vanuit België naar particuliere klanten gevestigd in Duitsland, in Oostenrijk en in België. Zij beschikt eveneens over een vaste inrichting in Frankrijk van waaruit ze goederen verzendt naar particuliere klanten gevestigd in Frankrijk, in Italië en in België. C is gehouden om haar afstandsverkopen (aan te btw) te onderwerpen in de LS van aankomst van de goederen. Onderneming C wenst de regeling OSS te gebruiken.
Vóór de verkopen | Op het moment van de verkopen (afstandsverkopen) | Uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de verkoop heeft plaatsgevonden |
De Belgische verkoper C identificeert zich in de regeling OSS in België (LS van zijn bedrijfszetel) langs elektronische weg via zijn Belgische btw-identificatienummer |
De Belgische verkoper rekent Duitse btw aan aan zijn Duitse klanten en Oostenrijkse btw aan zijn Oostenrijkse klanten. De Franse vaste inrichting rekent Italiaanse btw aan aan haar Italiaanse klanten en Belgische btw aan haar Belgische klanten. |
De Belgische verkoper dient een elektronische aangifte OSS in in België uiterlijk op 30 oktober, waarin hij zijn intracommunautaire afstandsverkopen van het 3de kwartaal opneemt: - die hij heeft verricht; - die zijn Franse vaste inrichting heeft verricht (met inbegrip van die gelokaliseerd in België, ondanks het feit dat hij er gevestigd is). De eruit resulterende btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn. Daarentegen: - geeft de Belgische verkoper het omzetcijfer en de btw met betrekking tot zijn interne verkopen in België aan in zijn Belgische periodieke aangifte; - geeft zijn Franse vaste inrichting het omzetcijfer en de btw met betrekking tot haar interne verkopen in Frankrijk aan in haar Franse periodieke aangifte. |
4. Onderneming D, gevestigd in China, verzendt in de loop van het 3de kwartaal van 2021 rechtstreeks goederen vanuit een opslagplaats in België naar particuliere klanten gevestigd in Nederland, in Denemarken en in België. Onderneming D wenst zich in te schrijven in OSS.
Vóór de verkopen | Op het moment van de verkopen (afstandsverkopen) | Uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de verkoop heeft plaatsgevonden |
|
De Chinese verkoper identificeert zich in de regeling OSS in België (LS waar zijn opslagplaats zich bevindt) langs elektronische weg via zijn Belgisch btw-identificatienummer. Voorafgaand aan zijn inschrijving, heeft hij zich voor de btw moeten laten identificeren in België via een aansprakelijke vertegenwoordiger (art. 50, § 1, eerste lid, 3°, en 55, § 1, van het Btw-Wetboek). | De Chinese verkoper rekent Nederlandse btw aan aan zijn Nederlandse klanten en Deense btw aan zijn Deense klanten. |
De Chinese verkoper dient een elektronische aangifte OSS in in België uiterlijk op 30 oktober, waarin hij zijn intracommunautaire afstandsverkopen van het 3de kwartaal opneemt. De eruit resulterende btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn. Daarentegen geeft de Chinese verkoper het omzetcijfer en de btw met betrekking tot zijn interne verkopen in België aan in zijn Belgische periodieke aangifte. |
5. Onderneming E, gevestigd in de Verenigde Staten, verzendt in de loop van het 3de kwartaal van 2021 rechtstreeks goederen vanuit een opslagplaats in België naar particuliere klanten gevestigd in het Groothertogdom Luxemburg, in Frankrijk en in België.
De goederen worden verkocht via het platform Y, gevestigd in België. Als platform dat tussenkomt in de communautaire afstandsverkopen verricht door een niet in de gemeenschap gevestigde onderneming, wordt Y geacht om de goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd ('gelijkgestelde leverancier'). Het platform Y wenst zich in te schrijven in OSS.
Vóór de verkopen | Op het moment van de verkopen (afstandsverkopen en nationale verkopen) | Uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de verkoop heeft plaatsgevonden |
Het Belgische platform Y identificeert zich in de regeling OSS in België (LS van zijn bedrijfszetel) langs elektronische weg via zijn Belgische btw-identificatienummer | Het Belgische platform Y rekent Luxemburgse btw aan aan haar Luxemburgse klanten, Franse btw aan haar Franse klanten en Belgische btw aan haar Belgische klanten. |
Het Belgische platform Y dient een elektronische aangifte OSS in in België uiterlijk op 30 oktober, waarin zij de door de Amerikaanse onderneming E verrichte handelingen opneemt waarvoor zij de 'gelijkgestelde leverancier' is in de zin van artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek, te weten: - de intracommunautaire afstandsverkopen van het 3de kwartaal; - de leveringen van goederen waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van de verzending of het vervoer gesitueerd zijn in België, verricht tijdens het 3de kwartaal. De eruit resulterende btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn. |
Overeenkomstig artikel 58quater, § 8, van het Belgisch Btw-Wetboek (artikel 369undecies, van de richtlijn 2006/112/EG), mag de in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, de in de lidstaat van verbruik geheven belasting van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten die verband houden met onder deze regeling vallende handelingen niet in aftrek brengen in de in paragraaf 6 bedoelde aangifte.
Echter, de belastingplichtige die gebruik maakt van die bijzondere regeling mag die belasting evenwel recupereren bij wijze van teruggaaf overeenkomstig artikel 76, § 2, van het Belgische Btw-Wetboek en volgens de normale regels.
Een niet in België gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt en die in België ook handelingen verricht die niet onder deze bijzondere regeling vallen en waarvoor hij zich voor de btw heeft laten identificeren in België, brengt de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten die verband houden met de handelingen die onder deze bijzondere regeling vallen in aftrek in de periodieke btw-aangifte (artikel 58quater, § 8, tweede lid, van het Btw-Wetboek).
In zover hij niet voor de btw is geïdentificeerd in België, zal de in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige de teruggaaf van de Belgische voorbelasting (btw) kunnen bekomen volgens de modaliteiten voorzien door de richtlijn 2008/9/EG van de raad van 12.02.2008 (zie het koninklijk besluit nr. 56 van 09.12.2009 met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf).
De niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van die bijzondere regeling en die niet geïdentificeerd is voor de btw in België of die in België alleen voor de btw geïdentificeerd is op basis van artikel 50, § 1, 3°, b), van het Btw-Wetboek omdat hij in andere lidstaten dan België handelingen verricht waarvoor hij gebruikt maakt van de in artikel 58quater van het Btw-Wetboek bedoelde bijzondere regeling, zal de teruggaaf van die btw kunnen bekomen volgens de modaliteiten voorzien in de dertiende richtlijn.
Daarentegen is de in België gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van deze bijzondere regeling niet gemachtigd om de buitenlandse voorbelasting/btw af te trekken in zijn aangifte OSS.
In zover hij niet geïdentificeerd is voor de btw in die lidstaten, zal hij de teruggaaf van die buitenlandse voorbelasting/btw kunnen bekomen volgens de modaliteiten voorzien door de richtlijn 2008/9/EG van de raad van 12.02.2008.
De in België gevestigde belastingplichtige, die gebruik maakt van deze bijzondere regeling en die in een andere lidstaat eveneens niet onder die bijzondere regeling vallende handelingen verricht waarvoor hij er zich heeft laten identificeren voor de btw, brengt de bedragen aan btw die betrekking hebben op onder deze bijzondere regeling vallende handelingen in aftrek in de periodieke aangifte die hij indient in die lidstaat.
7.3.6.5. Handelingen (intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en bepaalde leveringen van goederen), ingeschreven in de bijzondere regeling (regeling EU of Unieregeling OSS) en op te nemen in de Belgische periodieke btw-aangifte
Drie typevoorbeelden zullen worden onderzocht om uit te maken welke de handelingen, aangegeven in de aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS), zijn die eveneens moeten worden opgenomen in de Belgische periodieke btw-aangifte.
7.3.6.5.1. De belastingplichtige heeft zijn hoofdzetel in België
De in andere lidstaten verrichte intracommunautaire afstandsverkopen die de belastingplichtige heeft opgenomen in zijn aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) (met inbegrip van die verricht door de vaste inrichtingen waarover hij in voorkomend geval beschikt in andere lidstaten) moeten worden ingeschreven in rooster 47 van zijn periodieke btw-aangifte.
De in België verrichte intracommunautaire afstandsverkopen die de belastingplichtige heeft opgenomen in zijn aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) (met inbegrip van die verricht door de vaste inrichtingen waarover hij in voorkomend geval beschikt in andere lidstaten) moeten eveneens worden ingeschreven in rooster 47 van zijn periodieke btw-aangifte.
De in België gevestigde elektronische interface die in haar aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) leveringen van goederen heeft opgenomen waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van de verzending of van het vervoer gesitueerd zijn in dezelfde lidstaat waarvoor zij de 'gelijkgestelde leverancier' in de zin van artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek is, moet die handelingen (met inbegrip van die verricht door de vaste inrichtingen waarover zij in voorkomend geval beschikt in andere lidstaten) inschrijven in rooster 47 van haar periodieke btw-aangifte.
De in België gevestigde elektronische interface die in haar aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) leveringen van goederen heeft opgenomen waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van de verzending of van het vervoer gesitueerd zijn in België waarvoor zij de 'gelijkgestelde leverancier' in de zin van artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek is, moet die handelingen (met inbegrip van die verricht door de vaste inrichtingen waarover zij in voorkomend geval beschikt in andere lidstaten) eveneens inschrijven in rooster 47 van haar periodieke btw-aangifte.
Gegeven het feit dat de aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) slechts per kwartaal wordt ingediend, wordt toegestaan dat de tot de indiening van maandaangiften gehouden belastingplichtige die handelingen OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) enkel globaal opneemt in de periodieke btw-aangifte van de laatste maand van elk kwartaal.
Voorbeeld
De vennootschap naar Belgisch recht X, maandaangever, heeft een aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) ingediend voor de in de loop van het 3de kwartaal 2021 verrichte afstandsverkopen.
Deze aangifte omvat de intracommunautaire afstandsverkopen gelokaliseerd in Nederland voor een waarde van 15.000 euro en in Duitsland voor een waarde van 25.000 euro, evenals in België gelokaliseerde intracommunautaire afstandsverkopen voor een waarde van 5.000 euro en in Spanje gelokaliseerde intracommunautaire afstandsverkopen, verricht door zijn Franse vaste inrichting, voor een waarde van 12.000 euro en in Italië voor een waarde van 8.000 euro.
De vennootschap X neemt een bedrag van 65.000 euro op in rooster 47 van haar periodieke btw-aangifte van september 2021, in te dienen uiterlijk op 20 oktober 2021.
7.3.6.5.2. De belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting in België
Zullen moeten voorkomen in rooster 47 van de Belgische periodieke btw-aangifte de handelingen opgenomen in de aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) die werden verricht door de Belgische vaste inrichting van een buitenlandse belastingplichtige.
Voorbeelden
1. De Japanse vennootschap Y, die intracommunautaire afstandsverkopen verricht, beschikt over een vaste inrichting in België en in Duitsland. Ze heeft zich ingeschreven voor de regeling OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) in België en heeft een aangifte OSS voor het 3de kwartaal 2021 ingediend. Die aangifte omvat de intracommunautaire afstandsverkopen die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Nederland voor een waarde van 12.000 euro en in Frankrijk voor een waarde van 25.000 euro en de intracommunautaire afstandsverkopen die haar Duitse vaste inrichting heeft verricht in Denemarken voor een waarde van 7.000 euro, in Oostenrijk voor een waarde van 15.000 euro en in België voor een waarde van 10.000 euro.
De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de maandelijkse indiening van periodieke btw-aangiften. Ze neemt een bedrag van 37.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte van september 2021, in te dienen uiterlijk op 20 oktober 2021.
2. De Italiaanse vennootschap Z, die intracommunautaire afstandsverkopen verricht, beschikt over een vaste inrichting in België. Ze heeft zich ingeschreven in Italië voor de regeling OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) en heeft een aangifte OSS ingediend voor het 3de kwartaal 2021.
Die aangifte omvat de intracommunautaire afstandsverkopen die de Italiaanse hoofdzetel heeft verricht in Spanje, in Portugal en in Kroatië voor een waarde van 100.000 euro en de extracommunautaire afstandsverkopen die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Frankrijk voor een waarde van 30.000 euro en in het Groothertogdom Luxemburg voor een waarde van 15.000 euro.
De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de maandelijkse indiening van periodieke btw-aangiften. Ze neemt een bedrag van 45.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte van september 2021, in te dienen uiterlijk op 20 oktober 2021.
7.3.6.5.3. De belastingplichtige beschikt in België over een rechtstreekse btw-identificatie of over een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting
De in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige die zich in zijn lidstaat heeft ingeschreven voor de regeling OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) en die geïdentificeerd is voor de btw in België door een rechtstreekse btw-identificatie of via een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting moet in zijn Belgische periodieke btw-aangifte niet de in België verrichte intracommunautaire afstandsverkopen opnemen die hij heeft opgenomen in zijn aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS).
De in een derde land gevestigde belastingplichtige die zich hetzij in België, hetzij in een andere lidstaat heeft ingeschreven voor de regeling OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) en die geïdentificeerd is voor de btw in België via een aansprakelijke vertegenwoordiger of door een rechtstreekse btw-identificatie zonder vaste inrichting moet in zijn Belgische periodieke btw-aangifte niet de in België verrichte intracommunautaire afstandsverkopen opnemen die hij heeft opgenomen in zijn aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS).
7.4. Bijzondere regelingen voor de B2C diensten (regeling EU of Unieregeling OSS en regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS)
De bijzondere regelingen van toepassing op de B2C diensten zijn optionele vereenvoudigingsregelingen, waarbij de belastingplichtige steeds vrij is om te beslissen om de normale btw-regeling toe te passen en zich voor de btw te identificeren in alle lidstaten waarin hij handelingen bedoeld door de bijzondere regelingen heeft verricht, waarvoor hij de schuldenaar is van de btw.
Vanaf 01.07.2021 omvat het toepassingsgebied van de regeling EU of Unieregeling OSS:
- enerzijds, de telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de elektronische diensten (TBE diensten), verstrekt door communautaire belastingplichtigen aan niet-belastingplichtigen, die een vestiging of hun woonplaats of hun gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere lidstaat (en die, bijgevolg, geacht worden plaats te vinden in die lidstaat, overeenkomstig artikel 21bis, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek), reeds vallend onder de oude regeling van het Enig Mini-Loket (MOSS), net als een ganse reeks andere diensten verstrekt aan niet-belastingplichtigen
- anderzijds de intracommunautaire afstandsverkopen en bepaalde nationale leveringen van goederen, in functie van de omstandigheden waarin die handelingen worden verricht. Voor een uiteenzetting van die nieuwe regeling voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen, wordt verwezen naar punt 7.3.
Bovendien is de regeling EU of Unieregeling OSS een globale optionele regeling. Artikel 58quater, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek bepaalt dat, wanneer een belastingplichtige ervan gebruik maakt, die bijzondere regeling van toepassing is op alle in de gemeenschap verrichte handelingen die vallen in het toepassingsgebied van die bijzondere regeling.
De heterogene aard van die bijzondere regeling die, ten opzichte van andere bijzondere regelingen van het systeem OSS, zeer verschillende categorieën van handelingen betreft, laat evenmin toe om de bijzondere regeling toe te passen op één of verschillende categorieën van bijzondere regelingen en de gewone btw-regels toe te passen voor de andere categorieën.
De regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS van artikel 58ter, van het Btw-Wetboek, is eveneens een optionele vereenvoudigingsregeling, waarbij de niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige steeds vrij is om te beslissen om de normale btw-regeling toe te passen en zich voor de btw te identificeren in alle lidstaten waarin hij de in artikel 21bis, van het Btw-Wetboek bedoelde diensten heeft verricht, waarvoor hij de schuldenaar is van de btw (wat meestal gepaard gaat met de verplichting om een aansprakelijke vertegenwoordiger aan te stellen).
7.4.2.1. Niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige
Het betreft een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de gemeenschap heeft gevestigd, noch daar over een vaste inrichting beschikt (artikel 58ter, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek).
7.4.2.2. Niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige
Het betreft een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd, maar die in de lidstaat van verbruik noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting heeft (artikel 58quater, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek).
7.4.2.3. Lidstaat van identificatie
a. wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening of één enkele vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd, is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd, de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft (regeling EU of Unieregeling OSS, artikel 58quater, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek)
b. wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft, is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt waaraan die belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruikmaakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden (regeling EU of Unieregeling OSS, artikel 58quater, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek)
c. wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd en er evenmin beschikt over een vaste inrichting, is de lidstaat van identificatie de lidstaat die de niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige verkiest te contacteren om opgave te doen van het begin van zijn activiteit als belastingplichtige op het grondgebied van de gemeenschap (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS, artikel 58ter, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek).
7.4.2.4. Lidstaat van verbruik
Het betreft de lidstaat waar de dienst geacht wordt plaats te vinden overeenkomstig artikel 21bis, van het Btw-Wetboek (artikel 58ter, § 1, 3°, en artikel 58quater, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek).
7.4.3. Wie kan gebruik maken van de bijzondere regelingen voor de B2C diensten?
Kunnen gebruik maken van de huidige bijzondere regelingen:
- de niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige die diensten verricht voor een niet-belastingplichtige die in een lidstaat gevestigd is of er zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft (rechtspersonen die niet belastingplichtig zijn in de zin van artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek of niet-belastingplichtige particulieren), diensten die plaatsvinden in de gemeenschap op basis van artikel 21bis, van het Btw-Wetboek (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS, artikel 58ter, § 2, van het Btw-Wetboek)
- de in de gemeenschap, maar niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen die diensten verricht voor een niet-belastingplichtige (rechtspersonen die niet belastingplichtig zijn in de zin van artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek of niet-belastingplichtige particulieren). Overeenkomstig de in artikel 58quater, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek opgenomen definitie, gaat het om de belastingplichtigen die gevestigd zijn in de gemeenschap, maar niet in de lidstaat waar de diensten worden geacht plaats te vinden voor de btw overeenkomstig artikel 21bis, van het Btw-Wetboek (regeling EU of Unieregeling OSS, artikel 58quater, § 2, 3°, van het Btw-Wetboek).
7.4.4. Welke diensten kunnen de regelingen EU en niet EU genieten?
Het betreft alle in artikel 21bis, § 2, van het Btw-Wetboek bedoelde diensten, met uitzondering van de diensten die plaatsvinden in een lidstaat waar de dienstverrichter zijn voornaamste zetel van bedrijfsuitoefening heeft of beschikt over een vaste inrichting.
Voor een gedetailleerde toelichting betreffende die diensten wordt verwezen naar punt 6.
Dat betekent dat een belastingplichtige in zijn aangifte regeling EU of Unieregeling OSS nooit de B2C diensten mag opnemen die plaatsvinden in een Lidstaat waar hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd of waar hij beschikt over een vaste inrichting.
Die regels verschillen van deze die van toepassing zijn op de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen, waar de belastingplichtige in zijn aangifte regeling EU of Unieregeling OSS alle intracommunautaire afstandsverkopen van goederen opneemt die hij heeft verricht, met inbegrip van deze die plaatsvinden in een lidstaat waar hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd of waar hij beschikt over een vaste inrichting.
7.4.5. Bepaling van de lidstaat, bevoegd voor de identificatie van de belastingplichtige onder de bijzondere regelingen voor de B2C diensten
In het kader van de regeling EU of Unieregeling OSS, zijn de regels voor de bepaling van de lidstaat van identificatie voor de diensten afhankelijk van de hoedanigheid van de belastingplichtige en van de aard van de handelingen die hij verricht. Er kan slechts één enkele lidstaat van identificatie zijn voor de huidige bijzondere regeling.
De artikelen 58ter, § 1, 2°, en 58quater, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek (artikelen 358bis en 369bis, van de richtlijn 2006/112/EG) stellen de regels vast als volgt:
- wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening of één enkele vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd, is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd, de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft (regeling EU of Unieregeling OSS, artikel 58quater, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek)
- wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft, is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt waaraan die belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruikmaakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden (regeling EU of Unieregeling OSS, artikel 58quater, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek)
- wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd en er evenmin beschikt over een vaste inrichting, is de lidstaat van identificatie de lidstaat die de niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige verkiest te contacteren om opgave te doen van het begin van zijn activiteit als belastingplichtige op het grondgebied van de gemeenschap (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS, artikel 58ter, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek).
Plaats van vestiging | Type van identificatie | Lidstaat van identificatie |
Bedrijfszetel in de EU | Rechtstreekse identificatie | LS van de bedrijfszetel van de dienstverrichter |
Bedrijfszetel buiten de EU, maar vaste inrichting gesitueerd in de EU | Rechtstreekse identificatie | LS van de vaste inrichting* van de dienstverrichter |
Bedrijfszetel buiten de EU en geen vaste inrichting gesitueerd in de EU | Rechtstreekse identificatie | LS naar keuze van de dienstverrichter** |
* Als hij beschikt over meerdere vaste inrichtingen, kiest de dienstverrichter welke hij zal gebruiken. Die keuze is verplicht voor de leverancier tot het einde van het tweede jaar dat volgt op het jaar in de loop waarvan de keuze werd gemaakt.
** De dienstverrichter kiest de lidstaat die hij zal gebruiken.
7.4.6. Toepassingsvoorwaarden van de bijzondere regelingen EU en niet EU voor de B2C diensten
7.4.6.1. Registratie, wijziging, identificatienummer, stopzetting en doorhaling in België
In het kader van de regeling EU of Unieregeling OSS, bepaalt artikel 58quater, § 3, van het Btw-Wetboek dat de belastingplichtige die gebruikmaakt van deze bijzondere regeling met België als lidstaat van identificatie, opgave doet van het begin van zijn onder deze bijzondere regeling vallende economische activiteit op het elektronische adres dat daarvoor door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is gecreëerd.
Artikel 3 en bijlage 1 van de uitvoeringsverordening (EU) 2020/194 van 12.02.2020 geven de gedetailleerde gegevens weer die moeten worden verstrekt bij de inschrijving.
Aan de dienstverrichter die gebruik maakt van de regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS en die België kiest als lidstaat van identificatie, wordt een individueel btw-identificatienummer EU toegekend voor de toepassing van deze bijzondere regeling. Dit identificatienummer wordt hem langs elektronische weg meegedeeld (artikel 58ter, § 4, van het Btw-Wetboek).
De dienstverrichter moet voor alle B2C diensten die hij verricht in de gemeenschap het btw-identificatienummer dat hem werd toegekend gebruiken.
Overeenkomstig artikel 4 en bijlage 1 van de uitvoeringsverordening (EU) 2020/194 van 12.02.2020, geeft elke belastingplichtige kennis van elke wijziging met betrekking tot zijn identificatiegegevens aan het bedoelde elektronische adres (het elektronische adres dat daarvoor door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is gecreëerd).
In het kader van de regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS, moet de niet in de gemeenschap gevestigde dienstverrichter eveneens langs elektronische weg elke wijziging met betrekking tot de verstrekte inlichtingen meedelen (artikel 58ter, § 3, derde lid, van het Btw-Wetboek).
7.4.6.1.3. Identificatienummer
Overeenkomstig artikel 57sexies van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, identificeert de lidstaat van identificatie de belastingplichtige die de regeling EU of de Unieregeling OSS toepast met behulp van zijn btw-identificatienummer bedoeld in de artikelen 214 en 215, van de richtlijn 2006/112/EG.
Concreet, overeenkomstig artikel 58quater, § 4, van het Btw-Wetboek, gebruiken de in België gevestigde belastingplichtigen voor hun inschrijving het individueel btw-identificatienummer dat hen werd toegekend overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek (nummer voorafgegaan door de letters BE).
Aan de dienstverrichter die gebruik maakt van de regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS en die België kiest als lidstaat van identificatie, wordt een individueel btw-identificatienummer EU toegekend voor de toepassing van deze bijzondere regeling. Dit identificatienummer wordt hem langs elektronische weg meegedeeld (artikel 58ter, § 4, van het Btw-Wetboek).
Overeenkomstig artikel 57quinquies, § 1, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, zijn, wanneer een belastingplichtige de lidstaat van identificatie meedeelt dat hij het voornemen heeft om de regeling EU of Unieregeling of de regeling niet EU of niet-Unieregeling inzake de B2C diensten toe te passen, die bijzondere regelingen van toepassing vanaf de eerste dag van het volgende kalenderkwartaal.
Echter, wanneer de eerste dienst die moet vallen onder de regeling EU of Unieregeling of regeling niet EU of niet-Unieregeling plaatsvindt vóór die datum, is de bijzondere regeling van toepassing vanaf de datum van de eerste dienst, op voorwaarde dat de inlichtingen met betrekking tot het begin van de activiteit die onder deze regeling moet vallen door de belastingplichtige worden meegedeeld aan de lidstaat van identificatie uiterlijk de tiende dag van de maand die volgt op de eerste dienst.
De belastingplichtige die zijn activiteit onder de regeling EU of Unieregeling OSS of de regeling niet EU of niet-unieregeling OSS beëindigt of die niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze regelingen gebruik te mogen maken, licht de administratie ervan in langs elektronische weg, overeenkomstig de artikelen 58ter, § 5, eerste lid, en 58quater, § 5, eerste lid, van het Btw-Wetboek.
Overeenkomstig artikel 57octies, § 1, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, stelt de belastingplichtige de lidstaat van identificatie in kennis van zijn beslissing ten minste 15 dagen voor het einde van het kalenderkwartaal voorafgaand aan dat waarin hij het gebruik van de regeling wenst te beëindigen. De beëindiging wordt van kracht op de eerste dag van het volgende kalenderkwartaal.
Overeenkomstig artikel 57septies, § 1, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, is, wanneer een belastingplichtige niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van de bijzondere regeling in de lidstaat waar hij voor btw-doeleinden geïdentificeerd is, deze lidstaat niet langer de lidstaat van identificatie. Indien deze belastingplichtige echter nog steeds voldoet aan de noodzakelijke voorwaarden om van die bijzondere regeling gebruik te maken, duidt hij een nieuwe bevoegde lidstaat van identificatie aan overeenkomstig de hiervoor omschreven regels.
In geval van een vrijwillige verandering van lidstaat van identificatie, heeft die verandering uitwerking vanaf de datum waarop de belastingplichtige niet langer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft in de lidstaat die voorheen de lidstaat van identificatie was, of vanaf de datum waarop die belastingplichtige niet langer goederen verzendt of vervoert vanuit die lidstaat.
Artikel 58quater, § 5, tweede lid, van het Btw-Wetboek somt de gevallen op waarin de dienstverrichter die gebruik maakt van de regeling EU of Unieregeling OSS ervan uitgesloten wordt.
Een dergelijke uitsluiting komt voor in de volgende gevallen:
1. de belastingplichtige meldt dat hij niet langer handelingen verricht die onder deze bijzondere regeling vallen of anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan deze bijzondere regeling onderworpen belastbare handelingen beëindigd zijn
2. de belastingplichtige niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken
3. de belastingplichtige bij voortduring niet voldoet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling.
Artikel 58ter, § 5, tweede lid, van het Btw-Wetboek voorziet in de gevallen waarin de dienstverrichter die gebruik maakt van de regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS ervan uitgesloten wordt.
Een dergelijke uitsluiting komt voor in de volgende gevallen:
1. de belastingplichtige meldt dat hij niet langer diensten verricht die onder deze bijzondere regeling vallen
2. er anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan deze bijzondere regeling onderworpen belastbare handelingen beëindigd zijn
3. de belastingplichtige niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken
4 de belastingplichtige bij voortduring niet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling voldoet.
Overeenkomstig artikel 58, § 2, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, wordt die uitsluiting van kracht, zowel voor de regeling EU of Unieregeling OSS als voor de regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS, op de eerste dag van het kalenderkwartaal volgende op de dag waarop het besluit inzake uitsluiting langs elektronische weg aan de belastingplichtige is medegedeeld. Indien de uitsluiting echter het gevolg is van een verandering van zetel van bedrijfsuitoefening of vaste inrichting of van de plaats waar de verzending of het vervoer van de goederen begint, wordt ze van kracht op de datum van die verandering.
7.4.6.2. Aangifte- en voldoeningsverplichtingen van de belastingplichtige die ervoor gekozen heeft om zich in te schrijven in de bijzondere regelingen EU en niet EU voor de B2C diensten
De artikelen 58ter, § 6, (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS) en 58quater, § 6, (regeling EU of Unieregeling OSS), van het Btw-Wetboek, omvatten de verplichtingen voor wat betreft de aangifte en de voldoening van de verschuldigde btw in de verschillende betrokken lidstaten van verbruik voor de diensten vallend onder deze bijzondere regelingen.
De aandacht wordt gevestigd op het feit dat, voor een in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige, de aangifte regeling EU of Unieregeling OSS niet alleen de B2C diensten, maar ook de onder deze bijzondere regeling vallende intracommunautaire afstandsverkopen, omvat. In dit verband wordt verwezen naar punt. 7.3.6.2 hiervoor.
Daarentegen moet de belastingplichtige die niet gevestigd is in de gemeenschap en die B2C diensten én intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verricht twee verschillende aangiften gebruiken om die handelingen aan te geven. De aangifte regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS zal alleen de B2C diensten bevatten die hij heeft verricht. De aangifte regeling EU of Unieregeling OSS zal de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen onder deze bijzondere regeling die hij zal hebben verricht, omvatten (zie punt 7.3.6.2. hiervoor).
Het eerste lid van artikel 58ter, § 6, (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS) en het eerste lid van artikel 58quater, § 6, (regeling EU of Unieregeling OSS), van het Btw-Wetboek, voorzien dat de belastingplichtige die gebruik kan maken van de huidige bijzondere regelingen, langs elektronische weg een aangifte indient voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al dan niet leveringen van goederen en diensten zijn verricht die onder deze bijzondere regeling vallen. De belastingplichtige dient die aangifte, opgesteld in euro, in uiterlijk vóór het einde van de maand volgend op het verstrijken van het belastingtijdvak waarop ze betrekking heeft. Als er geen enkele belastbare handeling werd verricht gedurende het belastingtijdvak, zal een 'nihil'-aangifte moeten worden ingediend overeenkomstig artikel 59bis, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011.
Het tweede lid van artikel 58ter, § 6, (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS) en het tweede lid van artikel 58quater, § 6, (regeling EU of Unieregeling OSS) van het Btw-Wetboek voorzien dat die aangifte het btw-identificatienummer voor de toepassing van de bijzondere regeling bevat en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag, de btw niet inbegrepen, van de diensten die onder deze bijzondere regeling vallen en werden verricht gedurende het tijdvak waarop de aangifte betrekking heeft evenals het totale bedrag van de btw daarover, uitgesplitst naar belastingtarieven. De toepasselijke btw-tarieven en de totale verschuldigde btw worden eveneens op de aangifte vermeld.
Lid 3 van artikel 58ter, § 6, (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS) en lid 7 van artikel 58quater, § 6, (regeling EU of Unieregeling OSS), van het Btw-Wetboek bepalen dat wanneer een reeds ingediende aangifte achteraf moet worden gewijzigd, die wijzigingen in een volgende aangifte worden opgenomen, uiterlijk drie jaar na de datum waarop de oorspronkelijke aangifte moest worden ingediend overeenkomstig het eerste lid van de voormelde artikelen. In die volgende aangifte worden de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn, vermeld.
Tenslotte bepalen lid 4 van artikel 58ter, § 6, (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS) en lid 8 van artikel 58quater, § 6, (regeling EU of Unieregeling OSS) van het Btw-Wetboek dat de belastingplichtige die gebruik kan maken van de bijzondere regeling de btw voldoet onder verwijzing naar de betreffende aangifte, uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen de aangifte moet worden ingediend.
7.4.6.3. Praktische voorbeelden
1. Onderneming A, gevestigd in België, verricht werk in onroerende staat voor particulieren. Die diensten vinden plaats waar dat onroerend goed is gelegen (artikel 47, van de richtlijn 2006/112/EG – artikel 21bis, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek). De gebouwen waar dat werk wordt verricht zijn gelegen in België, in Frankrijk en in Nederland. Onderneming A wenst de regeling EU OSS te gebruiken.
Vóór de diensten | Op het moment van de diensten | Uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de diensten hebben plaatsgevonden |
De Belgische dienstverrichter A identificeert zich in de regeling EU OSS in België (LS van zijn bedrijfszetel) langs elektronische weg via zijn Belgische btw-identificatienummer | De Belgische dienstverrichter rekent Franse btw aan aan zijn Franse klanten en Nederlandse btw aan zijn Nederlandse klanten. |
De Belgische dienstverrichter dient een elektronische aangifte OSS in België uiterlijk op 30 oktober, waarin hij zijn diensten van het 3de kwartaal, gelokaliseerd in Frankrijk en in Nederland, opneemt. De eruit resulterende btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn. Daarentegen geeft de Belgische dienstverrichter het omzetcijfer en de btw met betrekking tot de in België gelokaliseerde diensten aan in zijn Belgische periodieke aangifte (zie punt 7.4.4.). |
2. Onderneming B, gevestigd in België, verricht personenvervoerdiensten die gelokaliseerd zijn op de plaats waar het vervoer plaatsvindt naar verhouding van de afgelegde afstanden (artikel 48, van de richtlijn 2006/112/EG - artikel 21bis, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek). Zij verricht transporten van België naar Italië, waarbij België, het Groothertogdom Luxemburg, Frankrijk en Italië worden doorkruist. Ze beschikt over een vaste inrichting in Polen die eveneens personenvervoerdiensten verricht (B2C). De Poolse vaste inrichting verricht transporten van Polen naar Kroatië, waarbij Polen, de Tsjechische republiek, Oostenrijk, Slovenië en Kroatië worden doorkruist. Onderneming B wenst de regeling EU OSS te gebruiken.
Vóór de diensten | Op het moment van de diensten | Uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de diensten hebben plaatsgevonden |
De Belgische dienstverrichter B identificeert zich in de regeling EU OSS in België (LS van zijn bedrijfszetel) langs elektronische weg via zijn Belgische btw-identificatienummer |
De Belgische dienstverrichter rekent Luxemburgse, Franse en Italiaanse btw aan aan zijn Luxemburgse, Franse en Italiaanse klanten. De Poolse vaste inrichting rekent Tsjechische, Oostenrijkse, Sloveense en Kroatische btw aan aan zijn Tsjechische, Oostenrijkse, Sloveense en Kroatische klanten. |
De Belgische dienstverrichter dient een elektronische aangifte OSS in in België uiterlijk op 30 oktober, waarin hij zijn diensten van het 3de kwartaal, gelokaliseerd in het Groothertogdom Luxemburg, in Frankrijk, in Italië, in de Tsjechische republiek, in Oostenrijk, in Slovenië en in Kroatië opneemt. De eruit resulterende btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn. Daarentegen moeten het omzetcijfer en de btw met betrekking tot de diensten verricht door zijn Belgische hoofdzetel die gelokaliseerd zijn in België, zowel als het omzetcijfer en de btw betrekking tot de diensten verricht door zijn Poolse vaste inrichting die gelokaliseerd zijn in Polen, worden aangegeven in de periodieke aangifte die B en zijn vaste inrichting indienen respectievelijk in België en in Polen (zie punt 7.4.4). |
3. Onderneming C, gevestigd in Canada, verricht diensten langs elektronische weg voor particulieren. Die diensten zijn gelokaliseerd waar de ontvanger is gevestigd of zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft (artikel 58, van de richtlijn 2006/112/EG - artikel 21bis, § 2, 9°, eerste lid, van het Btw-Wetboek). De ontvangers zijn gevestigd in België, in Denemarken en in Zweden. Onderneming C wenst de regeling niet EU OSS te gebruiken.
Vóór de diensten | Op het moment van de diensten | Uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de diensten hebben plaatsgevonden |
De Canadese dienstverrichter C identificeert zich in de regeling OSS in België langs elektronische weg. Een individueel btw-identificatie-nummer EU wordt hem toegekend. | De Canadese dienstverrichter rekent Belgische, Deense en Zweedse btw aan aan zijn Belgische, Deense en Zweedse klanten. |
De Canadese dienstverrichter dient een elektronische aangifte OSS in België uiterlijk op 30 oktober, waarin hij zijn diensten van het 3de kwartaal, gelokaliseerd in België, Denemarken en Zweden opneemt. De eruit resulterende btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn. |
Overeenkomstig artikel 58quater, § 8, (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS) en 58quater, § 8, (regeling EU of Unieregeling OSS), van het Belgisch Btw-Wetboek (artikelen 368 tot 369undecies van de richtlijn 2006/112/EG), mag de belastingplichtige die van één van deze bijzondere regelingen gebruik maakt, de in de lidstaat van verbruik geheven belasting van de aan hem verleende diensten die verband houden met onder deze bijzondere regelingen vallende handelingen niet in aftrek brengen in de in paragraaf 6 bedoelde aangifte.
Echter, de belastingplichtige die gebruik maakt van één van deze bijzondere regelingen kan genieten van de in artikel 76, § 2, van het Btw-Wetboek bedoelde teruggaaf en dat volgens de normale regels.
Een niet in België gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van één van deze bijzondere regelingen en die in België ook handelingen verricht die niet onder deze bijzondere regelingen vallen en waarvoor hij zich voor de btw heeft laten identificeren in België, brengt de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten die verband houden met de handelingen die onder deze bijzondere regeling vallen in aftrek in de periodieke btw-aangifte (artikel 58ter, § 8, tweede lid, en artikel 58quater, § 8, tweede lid, van het Btw-Wetboek).
In zover hij niet voor de btw is geïdentificeerd in België, zal de in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige de teruggaaf van de Belgische voorbelasting (btw) kunnen bekomen volgens de modaliteiten voorzien door de richtlijn 2008/9/EG van de raad van 12.02.2008 (zie het koninklijk besluit nr. 56 van 09.12.2009 met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf).
De niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van één van die bijzondere regelingen en die niet geïdentificeerd is voor de btw in België of die in België alleen voor de btw geïdentificeerd is op basis van artikel 50, § 1, 3°, b), van het Btw-Wetboek omdat hij in andere lidstaten dan België handelingen verricht waarvoor hij gebruikt maakt van één van de in de artikelen 58ter en 58quater, van het Btw-Wetboek bedoelde bijzondere regelingen, zal de teruggaaf van die btw kunnen bekomen volgens de modaliteiten voorzien in de dertiende richtlijn.
Omgekeerd mag de in België gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van die bijzondere regeling de buitenlandse voorbelasting (btw) niet in aftrek brengen in zijn aangifte IOSS.
In zover hij niet voor de btw is geïdentificeerd in die lidstaten, zal hij de teruggaaf van die buitenlandse voorbelasting (btw) kunnen bekomen volgens de modaliteiten voorzien door de richtlijn 2008/9/EG van de raad van 12.02.2008.
De in België gevestigde belastingplichtige, die gebruik maakt van die bijzondere regeling en die in een andere lidstaat eveneens handelingen verricht die niet vallen onder die bijzondere regeling waarvoor hij er zich voor de btw heeft laten identificeren, brengt de belasting die betrekking heeft op de handelingen onderworpen aan die bijzondere regeling in aftrek in de periodieke aangifte die hij indient in die lidstaat.
7.4.6.5. Handelingen (B2C diensten), ingeschreven in de bijzondere regelingen (regeling EU of regeling niet EU), en op te nemen in de Belgische periodieke btw-aangifte
Drie typevoorbeelden zullen worden onderzocht om uit te maken welke de handelingen, aangegeven in de aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS), zijn die eveneens moeten worden opgenomen in de Belgische periodieke btw-aangifte.
7.4.6.5.1. De belastingplichtige heeft zijn hoofdzetel in België
De in andere lidstaten gelokaliseerde diensten die de belastingplichtige heeft opgenomen in zijn aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) (met inbegrip van die verricht door de vaste inrichtingen waarover hij in voorkomend geval beschikt in andere lidstaten) moeten worden ingeschreven in rooster 47 van zijn periodieke btw-aangifte.
Gegeven het feit dat de aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) slechts per kwartaal wordt ingediend, wordt toegestaan dat de tot de indiening van maandaangiften gehouden belastingplichtige die handelingen OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) enkel globaal opneemt in de periodieke btw-aangifte van de laatste maand van elk kwartaal.
Voorbeeld
De vennootschap naar Belgisch recht X, maandaangever, heeft een aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) ingediend voor de in de loop van het 3de kwartaal 2021 verrichte B2C diensten.
Deze aangifte omvat de B2C diensten gelokaliseerd in Nederland voor een waarde van 15.000 euro en in Duitsland voor een waarde van 25.000 euro, en de B2C diensten, verricht door haar Franse vaste inrichting, die gelokaliseerd zijn in Spanje voor een waarde van 12.000 euro en in Italië voor een waarde van 8.000 euro.
De vennootschap X neemt een bedrag van 60.000 euro op in rooster 47 van haar periodieke btw-aangifte van september 2021, in te dienen uiterlijk op 20 oktober 2021.
7.4.6.5.2. De belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting in België
Zullen moeten voorkomen in rooster 47 van de Belgische periodieke btw-aangifte de handelingen opgenomen in de aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) die werden verricht door de Belgische vaste inrichting van een buitenlandse belastingplichtige.
Voorbeelden
1. De Japanse vennootschap Y, die B2C diensten verricht, beschikt over een vaste inrichting in België en in Duitsland. Ze heeft zich ingeschreven voor de regeling OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) in België en heeft een aangifte OSS voor het 3de kwartaal 2021 ingediend. Die aangifte omvat de B2C diensten die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Nederland voor een waarde van 12.000 euro en in Frankrijk voor een waarde van 25.000 euro en de B2C diensten die haar Duitse vaste inrichting heeft verricht in Denemarken voor een waarde van 7.000 euro en in Oostenrijk voor een waarde van 15.000 euro.
De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de maandelijkse indiening van periodieke btw-aangiften. Ze neemt een bedrag van 37.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte van september 2021, in te dienen uiterlijk op 20 oktober 2021.
2. De Italiaanse vennootschap Z, die B2C diensten verricht, beschikt over een vaste inrichting in België. Ze heeft zich ingeschreven in Italië voor de regeling OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) en heeft een aangifte OSS ingediend voor het 3de kwartaal 2021. Die aangifte omvat de B2C diensten die de Italiaanse hoofdzetel heeft verricht in Spanje, in Portugal en in Kroatië voor een waarde van 100.000 euro en de B2C diensten die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Frankrijk voor een waarde van 30.000 euro en in het Groothertogdom Luxemburg voor een waarde van 15.000 euro.
De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de maandelijkse indiening van periodieke btw-aangiften. Ze neemt een bedrag van 45.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte van september 2021, in te dienen uiterlijk op 20 oktober 2021.
7.4.6.5.3. De belastingplichtige beschikt in België over een rechtstreekse btw-identificatie of over een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting
De in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige die zich in zijn lidstaat heeft ingeschreven voor de regeling OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) en die geïdentificeerd is voor de btw in België door een rechtstreekse btw-identificatie of via een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting moet in zijn Belgische periodieke btw-aangifte niet de in België verrichte B2C diensten opnemen die hij heeft opgenomen in zijn aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS).
De in een derde land gevestigde belastingplichtige die zich hetzij in België, hetzij in een andere lidstaat heeft ingeschreven voor de regeling OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) en die geïdentificeerd is voor de btw in België via een aansprakelijke vertegenwoordiger of door een rechtstreekse btw-identificatie zonder vaste inrichting moet in zijn Belgische periodieke btw-aangifte niet de in België verrichte B2C diensten opnemen die hij heeft opgenomen in zijn aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS).
8. Factureringsregels en boekhoudkundige verplichtingen
8.1. Btw-regels van toepassing inzake facturering
8.1.1. Factureringsregels – Bevoegde lidstaat
De bevoegde lidstaat inzake facturering is overeenkomstig artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek in de regel de lidstaat waar de handeling (levering van goederen of dienstverrichting) voor btw-doeleinden geacht wordt plaats te vinden, dit wil zeggen:
- voor de intracommunautaire afstandsverkoop van goederen, de lidstaat de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen
- voor de intracommunautaire verkopen van goederen, al naargelang de drempel van 10.000 euro is overschreden of niet, de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen, of de lidstaat van vertrek
- voor de telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten voor niet-belastingplichtigen, al naargelang de drempel van 10.000 euro is overschreden of niet, de lidstaat waar de afnemer is gevestigd of de lidstaat waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd
voor de andere diensten verricht voor niet-belastingplichtigen, de lidstaat waar deze plaats vinden.
In afwijking van deze regel bepaalt artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek, dat de bevoegde lidstaat diegene is waar de belastingplichtige die gebruikmaakt van één van de bijzondere regelingen van het OSS-systeem bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, van richtlijn 2006/112/EG (regeling EU, niet-EU of invoerregeling), voor de toepassing van die regeling is geïdentificeerd.
De plaats waar de bedoelde handeling voor btw-doeleinden geacht wordt plaats te vinden heeft geen belang; die kan dus ook plaatsvinden in een andere lidstaat dan degene waarin de belastingplichtige voor de toepassing van de bijzondere regeling is geïdentificeerd.
Deze regel heeft tot doel de regels inzake aangifte, betaling en facturering van handelingen waarvoor de belastingplichtige gebruik maakt van één van deze bijzondere regelingen inzake territoriale bevoegdheid op elkaar af te stemmen.
Terwijl de Franse tekst van artikel 219bis, lid 2, onder b), van richtlijn 2006/112/EG alleen verwijst naar de term 'prestataire' (wat lijkt te impliceren dat deze regel alleen betrekking heeft op diensten), laat de terminologie die wordt gebruikt in het Engels ('the supplier', die zowel goederen als diensten beoogt) en in het Nederlands ('de leverancier of de dienstverrichter') geen twijfel bestaan dat deze regeling eveneens van toepassing is op leveringen van goederen die in het materieel toepassingsgebied van de voormelde bijzondere regelingen vallen.
Concreet betekent dit dat België bevoegd is om de factureringsregels vast te leggen overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek, wanneer:
- de extracommunautaire afstandsverkoop van goederen wordt verricht door een in België gevestigde belastingplichtige die zich in België rechtstreeks of via een tussenpersoon heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quinquies van het Wetboek ('IOSS – Invoerregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, ongeacht of de extracommunautaire afstandsverkoop van goederen in een andere lidstaat dan wel in België plaatsvindt
- de extracommunautaire afstandsverkoop van goederen wordt verricht door een niet in de Europese Unie gevestigde belastingplichtige die zich in België, via een tussenpersoon of rechtstreeks, heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quinquies van het Wetboek ('IOSS – Invoerregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, ongeacht of de extracommunautaire afstandsverkoop van goederen in een andere lidstaat dan wel in België plaatsvindt
- de extracommunautaire afstandsverkoop van goederen wordt verricht door een in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige die zich in België via een tussenpersoon heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quinquies van het Wetboek ('IOSS – Invoerregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, ongeacht of de extracommunautaire afstandsverkoop van goederen in een andere lidstaat dan wel in België plaatsvindt
- de intracommunautaire afstandsverkoop van goederen wordt verricht door een in België gevestigde belastingplichtige die zich in België heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quater van het Wetboek ('OSS-Unieregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, ongeacht of de intracommunautaire afstandsverkoop van goederen in een andere lidstaat dan wel in België plaatsvindt
- de intracommunautaire afstandsverkoop van goederen wordt verricht door een niet in de Europese Unie gevestigde belastingplichtige die zich in België heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quater van het Wetboek ('OSS-Unieregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, ongeacht of de intracommunautaire afstandsverkoop van goederen in een andere lidstaat dan wel in België plaatsvindt
- de verkoop, waarbij de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van de verzending of het vervoer van het geleverde goed in dezelfde lidstaat gelegen zijn, wordt verricht door een in België gevestigde belastingplichtige die de levering van goederen overeenkomstig artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek faciliteert (gelijkgestelde leverancier) en die zich in België heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quater van het Btw-Wetboek ('OSS – Unieregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, ongeacht of de verkoop in een andere lidstaat dan wel in België plaatsvindt
- de verkoop, waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van de verzending of het vervoer van het geleverde goed in dezelfde lidstaat gelegen zijn, wordt verricht door een niet in de Europese Unie gevestigde belastingplichtige die de levering van goederen overeenkomstig artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek faciliteert (gelijkgestelde leverancier), die zich in België heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quater van het Btw-Wetboek ('OSS – Unieregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, ongeacht of de verkoop in een andere lidstaat dan wel in België plaatsvindt
- de dienst die wordt verricht voor een niet-belastingplichtige door een in België gevestigde belastingplichtige die zich in België heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quater van het Wetboek ('OSS – Unieregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, vindt plaats in een andere lidstaat
- de dienst die wordt verricht voor een niet-belastingplichtige door een niet in de Europese Unie gevestigde belastingplichtige die zich in België heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58ter van het Wetboek ('OSS – niet-Unieregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, vindt plaats in een andere lidstaat of in België.
8.1.2. Factureringsverplichtingen
Overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 1° en 2°, van het Btw-Wetboek dient de belastingplichtige die andere leveringen van goederen of diensten verricht dan die welke krachtens artikel 44 zijn vrijgesteld en andere dan die welke bedoeld zijn in artikel 135, lid 1, punten a) tot g), van richtlijn 2006/112/EG, een factuur uit te reiken aan zijn medecontractant en een kopie ervan op te stellen of ervoor te zorgen dat in zijn naam en voor zijn rekening, door zijn medecontractant of een derde een factuur wordt uitgereikt en een kopie daarvan wordt opgesteld:
1° wanneer hij een levering van goederen of een dienst heeft verricht voor een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon
2° wanneer hij een levering van goederen, zoals bedoeld in artikel 15, §§ 1 en 2, heeft verricht voor elke niet-belastingplichtige [natuurlijke] persoon, behalve wanneer hij gebruik maakt van de bijzondere regeling bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, van richtlijn 2006/112/EG (OSS-regeling (EU-regeling of OSS - Unieregeling) voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen).
Ten slotte bepaalt artikel 53, § 2, vijfde lid, van het Btw-Wetboek dat de Koning de belastingplichtigen de verplichting kan opleggen een factuur uit te reiken voor andere dan de in het eerste lid bedoelde leveringen van goederen of diensten.
Zo bepaalt artikel 1, van koninklijk besluit nr. 1 van 29.12.1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde dat de belastingplichtige die gehouden is tot het uitreiken van een factuur op grond van artikel 53, § 2, eerste lid, van het Wetboek en die hierna vermelde leveringen van goederen of diensten verricht voor natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik, een factuur uitreikt wanneer deze handelingen in België plaatsvinden overeenkomstig de artikelen 14, 14bis, 15 en 21bis, van het Wetboek, of wanneer, vóór de handeling, de belasting opeisbaar wordt over de gehele of een deel van de prijs van de handeling bij toepassing van de artikelen 17, § 1, derde lid, en 22bis, § 1, derde lid, van het Wetboek:
1° de leveringen:
a. van voor personen- of goederenvervoer bestemde nieuwe of tweedehandse landvoertuigen, voorzien van een motor met een cilinderinhoud van meer dan 48 kubieke centimeter of met een vermogen van meer dan 7,2 kilowatt, alsmede hun aanhangwagens, met inbegrip van de auto's voor dubbel gebruik en de kampeerwagens
b. van jachten en plezierboten
c. van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen, zweefvliegtuigen, vrije of bestuurbare luchtballons en andere dergelijke luchtvaartuigen, ongeacht of ze zwaarder of lichter zijn dan de lucht, met of zonder motor
…
3° de in artikel 20, § 2, vermelde handelingen
4° de leveringen van goederen en de diensten bestemd voor de oprichting van een gebouw bedoeld in artikel 64, § 4, van het Wetboek
…
9° de leveringen van onderdelen, toebehoren en uitrustingsstukken voor de onder 1° vermelde goederen, alsook de werken, het wassen uitgezonderd, verricht aan deze goederen, met inbegrip van de levering van de goederen die worden verbruikt voor de uitvoering van deze werken, wanneer de prijs, met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde, meer bedraagt dan 125 euro
10° de verrichtingen van verhuizing of meubelbewaring en de bij die handelingen behorende prestaties.
Opdat de afwijkende bepaling voorzien in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1 wordt toegepast, is het noodzakelijk:
- dat België bevoegd is om de factureringsregels vast te stellen overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek;
- dat de algemene factureringsverplichting voorzien in artikel 53, § 2, eerste lid, 1° en 2°, van het Btw-Wetboek niet van toepassing is, zoals bijvoorbeeld voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen opgenomen in de aangiften Unieregeling-OSS en de diensten B2C;
- dat de handeling plaatsvindt in België.
8.1.3.1. Intracommunautaire afstandsverkopen
In alle voorbeelden wordt ervan uitgegaan dat de leverancier voor zijn intracommunautaire afstandsverkopen van goederen de drempel van 10.000 euro heeft overschreden of heeft geopteerd en dat zijn afstandsverkopen dus plaatsvinden in de lidstaat van aankomst van de goederen.
1. Onderneming A, gevestigd in België, is ingeschreven in de Unieregeling - OSS voor haar intracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Zij verricht een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen van België naar Frankrijk voor rekening van een Franse belastingplichtige onder de vrijstellingsregeling (die niet verplicht is al zijn intracommunautaire verwervingen van goederen aan de btw te onderwerpen).
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier zich heeft ingeschreven in de Unieregeling - OSS. Overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek moet onderneming A een factuur uitreiken, aangezien zij een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen heeft verricht voor een belastingplichtige.
2. Onderneming B, gevestigd in België, is ingeschreven in de Unieregeling - OSS voor haar intracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Zij verricht een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen van België naar Duitsland voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in Duitsland woont.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier is geregistreerd in de Unieregeling - OSS. Overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek hoeft onderneming B geen factuur uit te reiken, aangezien zij een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen als bedoeld in artikel 15, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon, waarvoor zij gebruik maakt van de Unieregeling - OSS.
3. Onderneming C, gevestigd in Nederland, is geregistreerd in de Unieregeling - OSS voor haar intracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Zij verricht een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen van Nederland naar België voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in België woont.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek is Nederland bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier is geregistreerd in de Unieregeling - OSS. Het is aan de Nederlandse belastingdienst om te bepalen of vennootschap C een factuur moet uitreiken.
4. Onderneming D, gevestigd in China, is in België geregistreerd in de Unieregeling - OSS voor haar intracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Zij beschikt over opslagplaatsen in België en in het Groothertogdom Luxemburg. Zij verricht een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen van het Groothertogdom Luxemburg naar Oostenrijk voor rekening van een niet-belastingplichtige particulier die in Oostenrijk woont.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier is geregistreerd in de Unieregeling - OSS. Overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek hoeft onderneming D geen factuur uit te reiken, aangezien zij een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen als bedoeld in artikel 15, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek heeft verricht ten behoeve van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon, waarvoor zij gebruik maakt van de Unieregeling - OSS.
5. De in Zwitserland gevestigde onderneming X heeft goederen verkocht aan een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in België woont, door tussenkomst van het in België gevestigde platform E, dat in België is geregistreerd onder de Unieregeling - OSS. Voor de verkoop verricht door onderneming X wordt platform E, overeenkomstig artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek, geacht deze goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd. De goederen worden vervoerd van een opslagplaats in België (Namen) naar de particuliere klant in België (Hasselt).
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar het platform is geregistreerd in de Unieregeling - OSS. Overeenkomstig artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek hoeft platform E geen factuur uit te reiken omdat het een interne levering heeft verricht ten behoeve van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.
6. Onderneming F, gevestigd in Italië, heeft zich voor haar afstandsverkopen niet ingeschreven in de Unieregeling - OSS. Zij verricht een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen van Italië naar België voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in België woont.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de intracommunautaire afstandsverkoop wordt geacht plaats te vinden. Overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek moet onderneming F een factuur uitreiken, aangezien zij een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen heeft verricht als bedoeld in artikel 15, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek ten behoeve van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon, waarvoor zij geen gebruik maakt van de Unieregeling - OSS.
7. Onderneming G, gevestigd in België, heeft zich voor haar afstandsverkopen niet ingeschreven voor de Unieregeling - OSS. Op 10.07.2021 verricht zij een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen van België naar Denemarken voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in Denemarken woont.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek is Denemarken bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de intracommunautaire afstandsverkoop wordt geacht plaats te vinden. Het is aan de Deense belastingautoriteiten om te bepalen of vennootschap G een factuur moet uitreiken.
8.1.3.2. Extracommunautaire afstandsverkopen
1. Onderneming A, gevestigd in België, is onder de invoerregeling - IOSS geregistreerd voor haar extracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Zij verricht een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen vanuit de Verenigde Staten naar Frankrijk (voor een waarde van niet meer dan 150 euro) voor rekening van een Franse vrijgestelde belastingplichtige (die niet al zijn intracommunautaire verwervingen van goederen aan de btw moet onderwerpen). De goederen komen de EU binnen via de luchthaven van Roissy (Frankrijk) en worden vervolgens vervoerd naar de vrijgestelde belastingplichtige afnemer in Frankrijk.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier zich heeft ingeschreven voor de IOSS-invoerregeling. Overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek moet onderneming A een factuur uitreiken, aangezien zij een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen heeft verricht voor een belastingplichtige.
2. Onderneming B, gevestigd in België, is geregistreerd in de invoerregeling - IOSS voor haar extracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Zij verricht een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen van het Verenigd Koninkrijk (Engeland) naar Duitsland (waarde niet meer dan 150 euro) voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in Duitsland woont. De goederen komen de EU binnen via de luchthaven van Bierset (België) en worden vervolgens naar de particuliere klant in Duitsland vervoerd.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier zich heeft geregistreerd in de Invoerregeling - IOSS. Overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 2° van het Btw-Wetboek moet vennootschap B een factuur uitreiken, aangezien zij een in artikel 15, § 1, 2° van het Btw-Wetboek bedoelde extracommunautaire afstandsverkoop van goederen heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.
3. Onderneming C, die in Nederland is gevestigd, is in de Invoerregeling - IOSS geregistreerd voor haar extracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Op 10.07.2021 verricht zij een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen van Japan naar België (waarde niet meer dan 150 euro) voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in België woont. De goederen komen de EU binnen via de luchthaven van Zaventem (België) en worden vervolgens naar de particuliere klant in België vervoerd.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek is Nederland bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier zich heeft geregistreerd in de Invoerregeling - IOSS. Het is aan de Nederlandse belastingdienst om te bepalen of vennootschap C een factuur moet uitreiken.
4. Onderneming D, gevestigd in China, is in België geregistreerd in de Invoerregeling - IOSS voor haar extracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Op 10.07.2021 verricht zij een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen van China naar Oostenrijk (waarde niet meer dan 150 euro) voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in Oostenrijk woont. De goederen komen de EU binnen via de luchthaven van Wenen (Oostenrijk) en worden vervolgens naar de particuliere klant in Oostenrijk vervoerd.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier zich heeft geregistreerd in de Invoerregeling - IOSS. Overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek moet vennootschap D een factuur uitreiken, aangezien zij een in artikel 15, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek bedoelde extracommunautaire afstandsverkoop van goederen heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.
5. Onderneming X, gevestigd in Polen, heeft goederen verkocht aan een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in Slowakije woont, door tussenkomst van het platform E, gevestigd in België, dat in België is geregistreerd in de Invoerregeling - IOSS. Voor deze extracommunautaire afstandsverkoop van goederen door onderneming X (waarde niet meer dan 150 euro) wordt platform E, overeenkomstig artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek, geacht de goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd. De goederen, afkomstig uit Rusland, komen de EU binnen via de luchthaven van Warschau (Polen) en worden vervolgens naar de particuliere klant in Slowakije vervoerd.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar het platform is geregistreerd in de IOSS-invoerregeling. Overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek moet platform E een factuur uitreiken, aangezien het een in artikel 15, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek bedoelde extracommunautaire afstandsverkoop van goederen heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.
6. De in Italië gevestigde vennootschap F verricht een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen van Marokko naar België (waarde meer dan 150 euro) voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in België woont. De goederen worden in Italië ingevoerd op naam van onderneming F. De goederen komen de EU binnen via de luchthaven van Rome (Italië) en worden vervolgens naar de Belgische particuliere klant vervoerd.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de extracommunautaire afstandsverkoop wordt geacht plaats te vinden. Overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek moet onderneming F een factuur uitreiken omdat zij een in artikel 15, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek bedoelde extracommunautaire afstandsverkoop van goederen heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.
7. De in België gevestigde vennootschap G verricht een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen van Australië naar België (waarde meer dan 150 euro) voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in België woont. De goederen komen de EU binnen via de luchthaven van Zaventem (België) en worden vervolgens doorgezonden naar de Belgische particuliere klant.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de extracommunautaire afstandsverkoop wordt geacht plaats te vinden. Overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek hoeft onderneming G geen factuur uit te reiken, aangezien de extracommunautaire afstandsverkoop van goederen die zij verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon niet beoogd is in artikel 15, § 1, van het Btw-Wetboek, maar wel in artikel 14, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek.
8. De in België gevestigde vennootschap H verricht een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen van Turkije naar Spanje (met een waarde van meer dan 150 euro) voor rekening van een niet-belastingplichtige particulier die in Spanje woont.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek is Spanje bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de extracommunautaire verkoop op afstand wordt geacht plaats te vinden. Het is aan de Spaanse belastingautoriteiten om te bepalen of vennootschap H een factuur moet uitreiken.
8.1.3.3. Dienst verricht voor een niet-belastingplichtige persoon
1. Vennootschap A, gevestigd in België, is ingeschreven in de Unieregeling - OSS, omdat zij telecommunicatiediensten verricht. Zij verricht een telecommunicatiedienst voor rekening van een Luxemburgs overheidslichaam, een niet-belastingplichtige rechtspersoon die niet voor btw-doeleinden is geïdentificeerd.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier of dienstverrichter is geregistreerd in de Unieregeling - OSS. Overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek moet vennootschap A een factuur uitreiken, aangezien zij een dienst heeft verricht voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon.
2. Vennootschap B, gevestigd in België, is ingeschreven in de Unieregeling - OSS voor werk in onroerende staat die zij in andere lidstaten verricht. Zij verricht voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon een dienst bestaande uit werkzaamheden aan een gebouw in Frankrijk.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de dienstverrichter is geregistreerd in de Unieregeling - OSS. Overeenkomstig artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek hoeft onderneming B geen factuur uit te reiken omdat zij een dienst heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon. Er dient op gewezen dat de verplichting opgenomen in artikel 1, van het koninklijk besluit nr. 1 om een factuur uit te reiken voor werk in onroerende staat verricht voor natuurlijke personen die zij bestemmen voor hun privégebruik niet van toepassing is aangezien de handeling niet in België plaatsvindt.
3. Onderneming C, gevestigd in het Groothertogdom Luxemburg, is geregistreerd in de OSS-Unieregeling voor de verkoop van toegangsrechten voor voorstellingen in andere lidstaten. Zij verricht, voor rekening van een niet-belastingplichtige particulier, een dienst die bestaat in het verlenen van een recht op toegang (ticketing) tot een muziekvoorstelling in België.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek is het Groothertogdom Luxemburg bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de dienstverrichter is geregistreerd in de Unieregeling - OSS. Het is aan de Luxemburgse belastingadministratie om te bepalen of vennootschap C een factuur moet uitreiken.
4. Onderneming D, gevestigd in Canada, is in België geregistreerd in de Niet-Unieregeling - OSS voor elektronische diensten. Zij verricht een elektronische dienst voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in België woont.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de dienstverrichter is geregistreerd in de Niet-Unieregeling - OSS. Overeenkomstig artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek hoeft onderneming B geen factuur uit te reiken omdat zij een dienst heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.
5. De in het Verenigd Koninkrijk gevestigde vennootschap E is in België geregistreerd in de Niet-Unieregeling - OSS voor werken in onroerende staat die zij verricht voor rekening van niet-belastingplichtige natuurlijke personen in de lidstaten. Zij verricht voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon een dienst die bestaat uit werk in onroerende staat aan een in België gelegen gebouw.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de dienstverrichter is geregistreerd in de Niet-Unieregeling - OSS. Overeenkomstig artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1, genomen in uitvoering van artikel 53, § 2, vijfde lid, van het Btw-Wetboek, moet vennootschap E een factuur uitreiken, aangezien zij een dienst heeft verricht die plaatsvindt in België die bestaat uit werk in onroerende staat verricht voor natuurlijke personen die zij bestemmen voor hun privégebruik.
6. De vennootschap F, gevestigd in Frankrijk, verricht op 10.07.2021 voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon een dienst bestaande in het verlenen van een toegangsrecht (ticketing) voor een theatervoorstelling in België. Onderneming F is niet geregistreerd in de Unieregeling - OSS.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de dienst (recht van toegang tot een culturele activiteit) wordt geacht te worden verricht. Overeenkomstig artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek hoeft onderneming F geen factuur uit te reiken omdat zij een dienst heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.
7. De in Nederland gevestigde vennootschap G verricht op 10.07.2021 voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon een dienst bestaande in werk in onroerende staat aan een in België gelegen gebouw. Onderneming G is niet geregistreerd in de Unieregeling - OSS.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de dienst (werk in onroerende staat) wordt geacht plaats te vinden. Overeenkomstig artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1, genomen in uitvoering van artikel 53, § 2, vijfde lid, van het Btw-Wetboek, moet vennootschap E een factuur uitreiken, aangezien zij een dienst heeft verricht die plaatsvindt in België en die bestaat uit werk in onroerende staat verricht voor natuurlijke personen, die zij bestemmen voor hun privégebruik.
8. De in België gevestigde vennootschap H verricht op 10.07.2021 voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon een intracommunautair goederenvervoer van Duitsland naar België. Onderneming G heeft zich niet ingeschreven in de Unieregeling - OSS.
Volgens artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek is Duitsland bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de dienst (intracommunautair goederenvervoer) wordt geacht plaats te vinden. Het is aan de Duitse belastingdienst om te bepalen of onderneming H een factuur moet uitreiken.
8.2. Boekhoudkundige verplichtingen
8.2.1. Bij te houden registers in het kader van de nieuwe wetgeving
8.2.1.1. Register dat moet worden bijgehouden voor de toepassing van één van de bijzondere regelingen bedoeld in de artikelen 58ter en 58quater van het Btw-Wetboek
De beoogde belastingplichtigen zijn deze die de bijzondere regeling van toepassing op diensten verricht door niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde belastingplichtigen bedoeld in artikel 58ter, van het Btw-Wetboek genieten, alsmede de belastingplichtigen die de bijzondere regeling genieten van toepassing op intracommunautaire afstandsverkopen van goederen, op leveringen van goederen binnen een lidstaat door elektronische interfaces die die leveringen faciliteren, en op diensten verricht door in de gemeenschap maar niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen bedoeld in artikel 58quater, van het Btw-Wetboek.
Artikel 58ter, § 7, van het Btw-Wetboek en artikel 58quater, § 7, van het Btw-Wetboek bepalen dat de betrokken belastingplichtigen van alle handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, een boekhouding moeten voeren in de vorm van een register dat voldoende gegevens omvat om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de aangifte te bepalen.
Artikel 26bis, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1, genomen in uitvoering van de artikelen 58ter, § 8, en artikel 58quater, § 9, van het Btw-Wetboek heeft betrekking op de boekhouding die voor btw-doeleinden moet worden gehouden door belastingplichtigen die gebruik maken van de bijzondere regelingen bedoeld in de artikelen 58ter en 58quater, van het Btw-Wetboek, met uitsluiting van de in artikel 54ter, van het Wetboek bedoelde belastingplichtigen. De verplichting om een dergelijke boekhouding te voeren is respectievelijk voorzien in de artikelen 58ter, § 7 en 58quater, § 7, van het Btw-Wetboek.
Wat de in dit register op te nemen vermeldingen betreft, stelt artikel 63quater, lid 1, van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de raad van 15.03.2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (hierna 'uitvoeringsverordening nr. 282/2011') een vermoeden in dat het register als voldoende gedetailleerd wordt beschouwd wanneer het, volgens de genoemde hypothese, de volgende informatie bevat:
- de lidstaat van verbruik waar de goederen worden geleverd of de diensten worden verleend
- de beschrijving en de hoeveelheid van de geleverde goederen of de aard van de geleverde diensten
- de datum van levering van de goederen of de datum waarop de dienst werd verstrekt
- de belastinggrondslag, met vermelding van de gebruikte valuta en een eventuele latere verhoging of verlaging van die belastinggrondslag
- het toegepaste btw-tarief en het verschuldigde btw-bedrag, met vermelding van de gebruikte valuta
- de datum en het bedrag van de ontvangen betalingen en de eventueel vóór de dienstverlening ontvangen aanbetaling
- wanneer een factuur wordt uitgereikt, de informatie op de factuur
- wat goederen betreft, de informatie die wordt gebruikt om de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de koper te bepalen en, wat diensten betreft, de informatie die wordt gebruikt om de plaats te bepalen waar de klant is gevestigd of zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft
- wat goederen betreft, elk bewijs van de eventuele teruggave van de goederen, met inbegrip van de maatstaf van heffing en het toegepaste btw-tarief.
Door de rechtstreekse werking van artikel 63quater, lid 1, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011 in het Belgische recht, is geen verdere vermelding of aanvullende informatie vereist, hoewel de belastingplichtige uiteraard uit eigen initiatief dergelijke informatie in zijn registers kan opnemen. De hierboven vermelde gegevens worden op grond van deze bepaling als noodzakelijk maar voldoende beschouwd om de administraties van de betrokken lidstaten van verbruik in staat te stellen de correcte toepassing van de beoogde bijzondere regelingen te controleren.
De gegevens opgenomen in de boekhouding moeten langs elektronische weg beschikbaar worden gesteld op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde alsook op dat van de ambtenaren van de bevoegde administratie van de lidstaat van verbruik.
Deze gegevens moeten worden bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de handeling heeft plaatsgevonden.
8.2.1.2. Register dat moet worden bijgehouden voor de toepassing van de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quinquies van het Btw-Wetboek
De beoogde belastingplichtige is diegene die gebruik maakt van de bijzondere regeling van toepassing op afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen, beoogd in artikel 58quinquies, van het Btw-Wetboek.
Artikel 58quinquies, § 7, van het Btw-Wetboek bepaalt dat de belastingplichtige of de tussenpersoon voor elk van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt, een boekhouding moet voeren van alle onder deze bijzondere regeling vallende handelingen, in de vorm van een register dat voldoende gegevens bevat om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de aangifte te bepalen.
Artikel 26bis, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 genomen in uitvoering van artikel 58quinquies, § 9, van het Btw-Wetboek betreft de boekhouding die moet worden gevoerd door de belastingplichtigen die gebruik maken van de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quinquies, van het Btw-Wetboek, met uitsluiting van de in artikel 54ter, van het Btw-Wetboek bedoelde belastingplichtigen.
Wat de in dit register op te nemen vermeldingen betreft, stelt artikel 63quater, lid 2, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011 een vermoeden in dat het register als voldoende gedetailleerd wordt beschouwd wanneer het, volgens de genoemde hypothese, de volgende informatie bevat:
- de lidstaat van verbruik waar de goederen worden geleverd
- de beschrijving en de hoeveelheid van de geleverde goederen
- de datum van levering van de goederen
- de belastinggrondslag, met vermelding van de gebruikte valuta
- elke latere verhoging of verlaging van de belastinggrondslag
- het toegepaste btw-tarief
- het bedrag van de verschuldigde btw, met vermelding van de gebruikte valuta
- de datum en het bedrag van de ontvangen betalingen
- wanneer een factuur wordt uitgereikt, de informatie op de factuur
- de informatie die wordt gebruikt om de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de koper te bepalen
- het bewijs van de eventuele teruggave van de goederen, met inbegrip van de maatstaf van heffing en het toegepaste btw-tarief
- het ordernummer of het unieke transactienummer
- het unieke nummer van de zending wanneer die belastingplichtige rechtstreeks betrokken is bij de levering
Door de rechtstreekse werking van artikel 63quater, tweede lid, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011 in het Belgische recht, is geen bijkomende vermelding of informatie vereist, ook al kan de belastingplichtige of de tussenpersoon die hem vertegenwoordigt uit eigen beweging uiteraard bijkomende informatie in zijn registers opnemen. De hierboven vermelde gegevens worden op grond van deze bepaling als noodzakelijk maar voldoende beschouwd om de administraties van de betrokken lidstaten van verbruik in staat te stellen de correcte toepassing van de beoogde bijzondere regelingen te controleren. Artikel 58quinquies, § 7, van het Btw-Wetboek bepaalt de boekhoudkundige verplichtingen die worden opgelegd aan de belastingplichtigen die van deze regelingen gebruik maken.
De gegevens in deze boekhouding moeten op verzoek van de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde alsook van die van de bevoegde administratie van de lidstaat van verbruik langs elektronische weg ter beschikking worden gesteld (artikel 369quinvicies, lid 2, van richtlijn 2006/112/EG).
Deze inlichtingen moeten worden bewaard gedurende tien jaar vanaf het verstrijken van het jaar waarin de handeling heeft plaatsgevonden.
8.2.1.3. Register dat moet worden bijgehouden voor de toepassing van de bijzondere regeling van aangifte en betaling van de btw bij invoer door de aangever bij de douane bedoeld in artikel 58sexies van het Btw-Wetboek
Overeenkomstig artikel 58sexies, § 4, van het Btw-Wetboek, wordt een boekhouding gevoerd door de personen die de goederen bij de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen aanbrengen voor rekening van de persoon voor wie de goederen bestemd zijn en die van deze in artikel 58sexies, van het Btw-Wetboek bedoelde regeling gebruik maken. Zij houden van alle onder deze bijzondere regeling vallende handelingen een boekhouding bij onder de vorm van een register dat voldoende gedetailleerd moet zijn om de belasting- of douanediensten van de lidstaat van invoer in staat te stellen de juistheid van de maandaangifte bedoeld in artikel 58sexies, § 3, eerste lid, van het Btw-Wetboek te controleren.
Artikel 26bis, § 3, van het koninklijk besluit nr. 1, genomen in uitvoering van artikel 58sexies, § 5, van het Btw-Wetboek betreft de boekhouding die moet worden gevoerd door de personen die gebruik maken van de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58sexies van het Btw-Wetboek.
De uitvoeringsverordening nr. 282/2011 bevat in dit geval geen vermoeden welke vermeldingen voldoende zijn om te kunnen aannemen dat aan de boekhoudkundige verplichtingen met betrekking tot deze verrichtingen is voldaan.
Artikel 26bis, § 3, van het koninklijk besluit nr. 1 voorziet aldus in een reeks verplichte vermeldingen die de betrokken administraties in staat moeten stellen de juistheid van de bovenbedoelde maandelijkse aangifte en de naleving van de toepassingsvoorwaarden van de vereenvoudigingsregeling bedoeld in artikel 58sexies, van het Btw-Wetboek te controleren.
Derhalve wordt bepaald dat degene die de goederen bij de Algemene Administratie van de douane en accijnzen aanbrengt voor rekening van degene voor wie de goederen zijn bestemd, in genoemd register voor elke verrichting de volgende gegevens dient te vermelden:
1. een ordernummer
2. de datum van invoer of de periode waarin de invoer heeft plaatsgevonden
3. de naam en het adres van de geadresseerde van de ingevoerde goederen bedoeld in artikel 6, van het koninklijk besluit nr. 7 van 29.12.1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde
4. een beschrijving van de ingevoerde goederen
5. de vermelding van het toepasselijke tarief, van de maatstaf van heffing en van het bedrag van de verschuldigde belasting voor elk goed in de zending
6. in voorkomend geval, een vermelding van de toepasselijke bepaling van de richtlijn of van de overeenkomstige nationale bepaling, of een andere vermelding dat de levering van goederen of de verlening van diensten is vrijgesteld
7. de intrinsieke waarde van de zending waarin de ingevoerde goederen zich bevinden
8. in voorkomend geval, de datum waarop de douaneaangifte is geannuleerd en de bestemming van de goederen waarop de geannuleerde aangifte betrekking heeft.
De vermelding van de datum waarop de douaneaangifte is geannuleerd en de bestemming van de goederen waarop de geannuleerde aangifte betrekking heeft, viseert het geval waarin de goederen door de aangever bij de douane worden aangegeven vóór het tijdstip waarop de aangever de belasting int die verschuldigd is door de tot voldoening van de bij invoer verschuldigde belasting gehouden persoon. Indien de goederen door de eindafnemer worden geweigerd en hij de uit hoofde van deze regeling verschuldigde belasting bij invoer niet aan de aangever betaalt, moet de aangever de douaneaangifte die betrekking heeft op de ingevoerde maar door de eindklant geweigerde goederen ongeldig maken.
In dat geval is het dus noodzakelijk, met het oog op de opvolging van de goederen en de correcte toepassing van de belasting, dat het register de datum vermeldt waarop de annulering van de douaneaangifte is uitgevoerd, alsook de werkelijke bestemming van de goederen waarop deze geannuleerde douaneaangifte betrekking heeft (bv. wederuitvoer of vernietiging van de goederen).
Er wordt eveneens gepreciseerd dat dit register, op verzoek, langs elektronische weg ter beschikking moet worden gesteld van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde.
Anderzijds wordt niet gespecifieerd hoe lang dit register moet worden bewaard. Aangezien noch in richtlijn 2006/112/EG, noch in artikel 58sexies, van het Btw-Wetboek een specifieke termijn is vastgesteld, is de bewaringstermijn van zeven jaar voorzien in artikel 60, § 4, van het Btw-Wetboek, van toepassing.
8.2.1.4. Register dat moet worden bijgehouden door de elektronische interfaces
Artikel 54ter, eerste lid, van het Btw-Wetboek, bepaalt dat elke belastingplichtige, met uitsluiting van de btw-eenheden in de zin van artikel 4, § 2, evenals de leden van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, die via het gebruik van een elektronische interface zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, de levering van goederen of het verrichten van diensten aan een niet-belastingplichtige binnen de gemeenschap faciliteert, een boekhouding dient te houden onder de vorm van registers waarin hij die handelingen opneemt. Deze registers stellen de fiscale administratie van de lidstaten waar deze handelingen plaatsvinden in staat te controleren of de btw correct is toegepast.
Artikel 54quater, eerste lid, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011 bepaalt dat de belastingplichtige bedoeld in artikel 242bis, van richtlijn 2006/112/EG (de elektronische interface die de levering van goederen of het verrichten van diensten aan een niet-belastingplichtige binnen de gemeenschap faciliteert), zoals iedere belastingplichtige die zelf leveringen van goederen of diensten verricht, de volgende boekhouding voert met betrekking tot leveringen waarbij hij geacht wordt de goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd overeenkomstig artikel 14bis, van richtlijn 2006/112/EG of indien door zijn tussenkomst een langs elektronische weg verrichte dienst wordt verricht waarbij verondersteld wordt dat hij in eigen naam handelt overeenkomstig artikel 9bis, van deze uitvoeringsverordening nr. 282/2011:
- de in artikel 63quater, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011 bedoelde registers, indien de belastingplichtige ervoor gekozen heeft één van de bijzondere regelingen bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, van richtlijn 2006/112/EG van het OSS-systeem toe te passen (het betreft de registers bedoeld in artikel 26bis, van het koninklijk besluit nr. 1)
- de in artikel 242, van richtlijn 2006/112/EG bedoelde registers, indien de belastingplichtige er niet voor gekozen heeft één van de bijzondere regelingen bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, van richtlijn 2006/112/EG toe te passen
8.2.1.4.1. De elektronische interface maakt gebruik van één van de bijzondere regelingen van het OSS-systeem (bedoeld in de artikelen 58ter tot 58quinquies van het Btw-Wetboek)
Artikel 26ter, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1, genomen in uitvoering van artikel 54ter, vierde lid, van het Btw-Wetboek, heeft betrekking op de boekhouding die voor btw-doeleinden moet worden gevoerd door de in artikel 54ter van het Btw-Wetboek bedoelde belastingplichtige die er voor kiest één van de bijzondere regelingen van het OSS-systeem (bedoeld in de artikelen 58ter tot 58quinquies van het Btw-Wetboek) toe te passen.
Het betreft de registers bedoeld in artikel 26bis, van het koninklijk besluit nr. 1. De gegevens die er moeten worden in opgenomen, zijn die bedoeld in artikel 63quater van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011, waarvoor mutatis mutandis wordt verwezen naar de punten 8.2.1.1. en 8.2.1.2..
8.2.1.4.2. De elektronische interface treedt op als koper-wederverkoper maar maakt geen gebruik van één van de bijzondere regelingen van het OSS-systeem (bedoeld in de artikelen 58ter tot 58quinquies van het Btw-Wetboek)
Artikel 26ter, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 betreft de boekhouding die voor btw-doeleinden moet worden gevoerd door de in artikel 54ter, van het Btw-Wetboek bedoelde belastingplichtige die er niet voor kiest gebruik te maken van één van de bijzondere regelingen van het OSS-systeem. Het gaat om een boekhouding die voldoende gedetailleerd is om de toepassing van de btw en de controle ervan door de belastingadministratie mogelijk te maken. Deze boekhouding wordt door de lidstaten vastgesteld overeenkomstig artikel 242, van richtlijn 2006/112/EG.
Met het oog op de samenhang en de eenvormigheid bepaalt artikel 26ter, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 dat de in artikel 54ter, van het Btw-Wetboek bedoelde belastingplichtige die ervoor kiest geen gebruik te maken van één van de bijzondere regelingen van het OSS-systeem, eveneens verplicht zal zijn in de in artikel 54ter, van het Btw-Wetboek bedoelde registers dezelfde gegevens op te nemen als degene die hij moet opnemen indien hij gebruik zou maken van één van de in de artikelen 58ter tot 58quinquies, van het Btw-Wetboek bedoelde vereenvoudigingsregelingen. Het betreft de in artikel 63quater, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011 bedoelde gegevens.
Het betreft in dit geval de gegevens die uitdrukkelijk zijn opgenomen in artikel 26ter, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1, aangezien artikel 63quater, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011 in dit specifieke geval niet rechtstreeks van toepassing is in het Belgische recht, maar deze verplichting inspireert.
Bijgevolg neemt de elektronische interface in de registers voor elke levering waarvoor hij handelt overeenkomstig de voorwaarden van artikel 13bis van het Btw-Wetboek en voor elke langs elektronische weg verrichte dienst waarvoor hij handelt overeenkomstig artikel 9bis van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de raad van 15.03.2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde de volgende gegevens op, indien hij er niet voor gekozen heeft één van de bijzondere regelingen bedoeld in de artikelen 58ter, 58quater en 58quinquies van het Btw-Wetboek toe te passen:
1. de lidstaat van verbruik waar de leveringen van goederen of diensten worden verricht
2. het soort verrichte dienst of de omschrijving en de hoeveelheid van de geleverde goederen
3. de datum waarop de levering van de goederen of de diensten is verricht
4. de maatstaf van heffing met vermelding van de gebruikte munteenheid
5. latere verhogingen of verlagingen van de maatstaf van heffing
6. het toegepaste btw-tarief
7. het verschuldigde btw-bedrag met vermelding van de gebruikte munteenheid
8. de datum en het bedrag van ontvangen betalingen
9. eventuele ontvangen vooruitbetalingen voordat de levering van de goederen of de dienst is verricht
10. indien een factuur wordt uitgereikt, de op de factuur vermelde gegevens
11. met betrekking tot diensten, de gegevens om de plaats te bepalen waar de afnemer gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, en met betrekking tot goederen, de gegevens om de plaats te bepalen waar de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer begint en eindigt
12. enig bewijs van eventueel retourneren van goederen, met inbegrip van de maatstaf van heffing en het toegepaste btw-tarief
13. het ordernummer of het uniek nummer van de levering van goederen
14. het uniek verzendingsnummer wanneer die belastingplichtige rechtstreeks betrokken is bij de levering
Ongeacht of hij al dan niet van één van deze regelingen gebruikmaakt, wordt de elektronische interface die de bedoelde handelingen faciliteert, voor btw-doeleinden immers beschouwd als respectievelijk leverancier of dienstverrichter, overeenkomstig artikel 13bis, van het Btw-Wetboek voor de bedoelde leveringen, en overeenkomstig artikel 9bis van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 voor de bedoelde diensten, en, bijgevolg, in het algemeen als primaire schuldenaar van de ter zake van deze handelingen verschuldigde btw. De vereenvoudigingsregeling is slechts een modaliteit voor de aangifte en betaling van de btw die op deze handelingen verschuldigd is. Niets wijst er dus op dat de boekhoudkundige verplichtingen van de elektronische interfaces op dit specifieke punt verschillend moeten zijn voor de juiste toepassing van de belasting die verschuldigd is op de handelingen waarvoor zij geacht worden de goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd, of wanneer zij tussenkomen bij het verrichten van een dienst langs elektronische weg waarbij zij verondersteld worden in eigen naam te handelen.
8.2.1.4.3. De elektronische interface treedt niet op als koper-wederverkoper
Artikel 54quater, lid 2, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011 somt de gegevens op die de belastingplichtige moet bewaren in de registers bedoeld in artikel 242bis, van richtlijn 2006/112/EG, omgezet in artikel 54ter, van het Btw-Wetboek wat de andere handelingen betreft dan die bedoeld in paragraaf 1 van die bepaling (en bedoeld in paragrafen 1 en 2 van artikel 26ter, van het koninklijk besluit nr. 1).
Artikel 26ter, § 3, van het koninklijk besluit nr. 1 heeft dus betrekking op de boekhouding die voor btw-doeleinden moet worden gevoerd door de in artikel 54ter van het Btw-Wetboek bedoelde belastingplichtige ten aanzien van andere handelingen als bedoeld in artikel 26ter, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit nr. 1. Dat betreft onder meer de leveringen waarvoor hij niet geacht wordt deze zelf te hebben ontvangen en geleverd overeenkomstig artikel 13bis, van het Btw-Wetboek of wanneer hij tussenkomt bij het verrichten van een dienst langs elektronische weg waarbij hij niet verondersteld wordt in eigen naam te handelen overeenkomstig artikel 9bis, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011.
De in het register op te nemen gegevens zijn de volgende, overeenkomstig artikel 54quater, lid 2, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011:
- de naam, postadres en elektronisch adres of website van de leverancier wiens handelingen worden gefaciliteerd via het gebruik van de elektronische interface en, indien beschikbaar, het btw-identificatienummer of nationaal belastingnummer van de leverancier of dienstverrichter en het bankrekeningnummer of het virtuele rekeningnummer van de leverancier of dienstverrichter
- een beschrijving van de goederen, de waarde ervan, de plaats waar de verzending of het vervoer van de goederen eindigt, alsook het tijdstip van de levering en, indien beschikbaar, het ordernummer of het uniek transactienummer
- een beschrijving van de diensten, de waarde ervan, informatie voor de vaststelling van de plaats en het tijdstip van de dienst en, indien beschikbaar, het ordernummer of het uniek transactienummer.
Het bijhouden van deze registers moet de administratie van de lidstaten waar deze handelingen plaatsvinden, in staat stellen na te gaan of de btw correct is toegepast door de belastingplichtigen die, via deze elektronische interface, handelingen binnen de gemeenschap verrichten.
Wat btw-eenheden betreft, preciseert artikel 26ter, § 4, van het koninklijk besluit nr. 1 dat deze verplichting enkel geldt voor de leden van deze btw-eenheden, voor de handelingen die hen betreffen.
Krachtens artikel 26ter, § 5, van het koninklijk besluit nr. 1 worden deze registers, op verzoek, uitsluitend langs elektronische weg meegedeeld aan de fiscale administraties van de lidstaten waar de handelingen plaatsvinden.
8.2.2. Dagboek van ontvangsten – Afzonderlijke vermelding voor de berekening van de drempel van 10.000 euro
Rekening houdend met de aan de factureringsregels aangebrachte wijzigingen inzake de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen, bestaat de factureringsplicht niet langer voor:
- de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verricht naar een andere lidstaat of naar België waarvoor de belastingplichtige de drempel van 10 000 euro heeft overschreden of heeft gekozen voor belastingheffing in de lidstaat van bestemming, voor zover hij gebruik maakt van de EU-regeling (in dit geval worden de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen geacht plaats te vinden overeenkomstig artikel 15, § 1, 1°, of § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek maar is er geen facturering vereist overeenkomstig 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek). Deze handelingen moeten evenwel worden vermeld in het register bedoeld in artikel 26bis, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1
- intracommunautaire afstandsverkopen van goederen vanuit België naar een andere lidstaat voor zover de leverancier in het lopende kalenderjaar of in het voorgaande kalenderjaar de drempel van 10.000 euro niet heeft overschreden en hij niet heeft gekozen voor belastingheffing in die lidstaat (in dit geval vinden de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen plaats overeenkomstig artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek en wordt geen facturering opgelegd overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek, dat uitdrukkelijk verwijst naar artikel 15, §§ 1 en 2, van het Btw-Wetboek)
Met het oog op het opvolgen van de drempel van 10.000 euro handhaaft artikel 16, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1 de verplichting voor in België gevestigde belastingplichtigen die intracommunautaire afstandsverkopen verrichten van goederen die plaatsvinden in België op grond van artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek (afwijking als bedoeld in artikel 15, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek), om op elk ogenblik ten behoeve van de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde, het totale bedrag te kunnen bepalen van deze intracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Deze verplichting wordt uitgebreid met de TBE-diensten die plaatsvinden in België zodra de drempel van 10.000 euro de omzet omvat die met deze twee soorten handelingen werd gerealiseerd.
8.2.2.2. Dagboek van ontvangsten
Artikel 16, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 1, bepaalt dat dit bewijs wordt geleverd door middel van een afzonderlijke vermelding in het in artikel 14, § 2, eerste lid, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1 bedoelde dagboek van ontvangsten, met vermelding van de aard van de verkochte goederen of diensten, de maatstaf van heffing, de verschuldigde belasting en de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen of waar de afnemer gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, behalve in de veronderstelling dat er een factuur is uitgereikt (in welk geval de opname van de factuur in een boek voor uitgaande facturen volstaat als bewijs)
8.2.3. Erkenning van aansprakelijke vertegenwoordigers, vooraf erkende personen en tussenpersonen
8.2.3.1. Praktische formaliteiten
8.2.3.1.1. Erkenning van een individueel aansprakelijke vertegenwoordiger
Artikel 1, van het koninklijk besluit nr. 31 bepaalt dat de niet in België gevestigde belastingplichtige die overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2, van het Btw-Wetboek een aansprakelijke vertegenwoordiger laat erkennen, een verzoek aan het KMO Centrum Specifieke Materies richt waarin hij de volledige identiteit vermeldt van de aansprakelijke vertegenwoordiger die hij de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde ter erkenning voorstelt.
Dit verzoek vergezelt de aangifte van aanvang van werkzaamheid (formulier nr. 604A), tenminste indien de niet in België gevestigde belastingplichtige niet reeds in België voor btw-doeleinden zou zijn geïdentificeerd.
Het KMO Centrum Specifieke Materies geeft de niet in België gevestigde belastingplichtige en de aansprakelijke vertegenwoordiger kennis van de erkenning. Tegelijkertijd, in de mate waarin de belastingplichtige niet reeds voor btw-doeleinden is geïdentificeerd in België, deelt het KMO Centrum Specifieke Materies hem, evenals aan zijn aansprakelijke vertegenwoordiger, ook het identificatienummer voor de belasting over de toegevoegde waarde mee dat hem is toegekend.
Wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige aan wie een identificatienummer is toegekend, de erkenning van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger wil schrappen maar zijn werkzaamheid hier te lande voortzet, of zijn aansprakelijke vertegenwoordiger wil vervangen door een andere, doet hij daarvan aangifte bij het KMO Centrum Specifieke Materies.
De aansprakelijkheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger wiens erkenning is ingetrokken of die wordt vervangen, is onder die omstandigheden beperkt tot de handelingen verricht door de niet in België gevestigde belastingplichtige tot de datum van aanvaarding door de administratie van het verzoek dat het voorwerp uitmaakt van die aangifte.
8.2.3.1.2. Erkenning van een globaal aansprakelijke vertegenwoordiger
Artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit nr. 31 bepaalt dat de persoon die een erkenning wil verkrijgen om niet in België gevestigde belastingplichtigen te vertegenwoordigen als globaal vertegenwoordiger, een verzoek moet richten aan het KMO Centrum Specifieke Materies.
Bij de erkenning van deze persoon, kent het KMO Centrum Specifieke Materies een globaal btw-identificatienummer toe en stelt het de erkende persoon hiervan in kennis.
De vooraf erkende persoon wordt in de plaats gesteld van zijn lastgever ten aanzien van alle rechten die aan laatstgenoemde zijn verleend of van alle verplichtingen die hem zijn opgelegd door het Btw-Wetboek of ter uitvoering ervan, voor de handelingen die hij verricht of die hem hier te lande worden verstrekt onder het globale btw-identificatienummer.
8.2.3.1.3. Erkenning van een tussenpersoon
Artikel 2bis, van het koninklijk besluit nr. 31 bepaalt dat de tussenpersoon bedoeld in artikel 58quinquies, § 3, eerste lid, van het Btw-Wetboek, op basis van de aangifte bedoeld in deze bepaling, voorafgaand aan zijn identificatie, een erkenning van het KMO Centrum Specifieke Materies verkrijgt.
Het KMO Centrum Specifieke Materies geeft de tussenpersoon kennis van de erkenning en deelt hem tegelijkertijd het identificatienummer voor de belasting over de toegevoegde waarde mee dat hem is toegekend, alsook het nummer dat is toegekend aan de belastingplichtige of belastingplichtigen voor wie hij is aangesteld, overeenkomstig artikel 58quinquies, § 4, tweede en derde lid, van het Btw-Wetboek.
Vanaf 01.07.2021 wordt de zekerheidsregeling van artikel 3, van het koninklijk besluit nr. 31 ten aanzien van de aansprakelijke vertegenwoordigers en de vooraf erkende personen grondig hervormd. De aldus ingevoerde nieuwe regels zullen ook van toepassing zijn op de tussenpersonen bedoeld in artikel 58quinquies, § 3, eerste lid, van het Btw-Wetboek.
Artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit nr. 31 voorziet voortaan dat een zekerheid kan worden gevraagd aan de individueel aansprakelijke vertegenwoordiger, aan de globaal aansprakelijke vertegenwoordiger en aan de tussenpersoon om de invordering te waarborgen van alle bedragen die verschuldigd kunnen worden als belastingen, geldboeten, nalatigheidsinteresten en kosten. Deze bepaling herinnert er aan dat de zekerheid kan bestaan uit een borgtocht in speciën, een borgtocht in effecten of een persoonlijke borgstelling van een verzekeringsonderneming, of van een bank of een private spaarkas die hun activiteiten in België uitoefenen.
Artikel 3, § 3, van het koninklijk besluit nr. 31 stelt het bedrag van deze zekerheid uniform vast op tien pct. van het saldo van de verschuldigde belasting voor een periode van twaalf kalendermaanden dat voortvloeit uit de in artikelen 53, § 1, eerste lid, 2°, 58ter, § 6, 58quater, § 6 en 58quinquies, § 6, van het Btw-Wetboek bedoelde aangiften die zijn ingediend tijdens het voorafgaande kalenderjaar.
Onder het saldo van de verschuldigde belasting wordt, wat de periodieke btw-aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek betreft, verstaan het resultaat van de belasting die verschuldigd blijft na de indiening van die aangifte, dus na het in mindering brengen van de belasting die in die aangifte in aftrek is gebracht. Dit bedrag komt overeen met het rooster [71] van deze aangifte.
Voor andere aangiften waarbij geen aftrek kan worden toegepast, is dit gewoon de belasting die uit hoofde van die aangiften verschuldigd is.
Artikel 3, § 3, van het koninklijk besluit nr. 31 bepaalt bovendien dat het bedrag van de zekerheid voorlopig wordt vastgesteld op basis van de ramingen van de door de betrokkene verschuldigde belasting, wanneer het niet mogelijk is een referentieperiode van één jaar vast te stellen voor de bepaling van deze zekerheid (bijvoorbeeld in het geval van de aanvang van een werkzaamheid). De zekerheid wordt dan vervolgens definitief bepaald op 30 april van het volgende jaar.
Met het oog op evenredigheid en doeltreffendheid wordt eveneens bepaald dat het bedrag van de zekerheid, afhankelijk van bovengenoemde berekening, minimaal 7.500 euro en maximaal één miljoen euro bedraagt.
Het bedrag van de zekerheid wordt in ieder geval vastgelegd voor een periode die afloopt op 31 december van het tweede jaar dat volgt op het vaststellen van dat bedrag.
Artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit nr. 31, bepaalt tot slot dat het bedrag van deze zekerheid wordt herzien in het licht van de wijzigingen in omvang van de verbintenissen van de betrokken personen, bijvoorbeeld in geval dat een verhoging of verlaging van de verschuldigde belasting werd vastgesteld of, in het geval van vooraf erkende personen of tussenpersonen, bij een wijziging van het aantal vertegenwoordigde belastingplichtigen. Met het oog op een eventuele herziening zal de vergelijking tussen de verschuldigde belastingen gebeuren ten aanzien van het jaar dat, al naargelang het geval, voorafgaat aan de vaststelling of aan de wijziging van zekerheid. De administratie zal altijd overgaan tot deze herziening in geval het bedrag van de zekerheid verhoogt. Anderzijds kan door de betrokkene een herziening worden gevraagd in geval van verlaging van de zekerheid. Er vindt hoe dan ook geen herziening plaats wanneer de wijziging van het bedrag van de zekerheid minder dan 10 % bedraagt.
9. Inwerkingtreding en opheffingsbepalingen
Deze circulaire is van toepassing vanaf 01.07.2021.
Deze circulaire herroept en wijzigt alle publicaties of delen van publicaties die eerder door de administratie werden bekendgemaakt en in strijd zijn met de hierboven beschreven nieuwe btw-regels.
Worden met name opgeheven of gewijzigd:
circulaire nr. 7 van 27.04.1995
circulaire nr. AOIF 42/2007 (E.T.111.702) van 09.11.2007, hoofdstuk 7.3.1.3.2.
beslissing btw nr. E.T.128.714 van 09.02.2016.
Interne ref: 138.049
