10.10.2003 - Omzendbrief D.I. 581.21 - D.R.D. 225.260

DIVERSE REGELINGEN

VERKEERSBELASTING OP DE AUTOVOERTUIGEN

EUROVIGNET

D.I. 581.21

D.R.D. 225.260

Brussel, 10 oktober 2003.

BELASTBAARHEID VAN EEN TAKELWAGEN

  1. De Administratie der directe belastingen heeft zopas aan de Centrale Administratie meegedeeld dat, ingevolge een arrest van het Hof van Beroep, ze haar standpunt met betrekking tot de belast- baarheid van takelwagens inzake de verkeersbelasting op de auto- voertuigen en het eurovignet heeft gewijzigd.
  1. Op het vlak van de verkeersbelasting op de autovoertuigen werd door de administratie steeds aangenomen dat de eigenlijke takelwagen een motorvoertuig is :

Bon O.S.D. nr. 289/03


2

a) zonder laadvlak;

b) uitgerust met een hefkraan of een takel;

c) ingeschreven in het repertorium van de Directie van de inschrijvingen (D.I.V.) als takelwagen (code “DT”);

d) bestemd voor het ontruimen op de openbare weg van defecte of bij ongeval beschadigde voertuigen (of andere voertuigen wegens bepaalde verkeersovertredingen); door deze aanwending wordt de takelwagen meer als een werktuig dan als een voertuig be- schouwd; het slepen van defecte of beschadigde voertuigen waartoe het eventueel wordt aangewend is in dat geval dan ook slechts het normale gevolg van de arbeid waartoe het is bestemd.

  1. Bij het invoeren van het eurovignet werden, voor de toe- passing van deze belasting op de takelwagens, dezelfde principes gehuldigd.
  1. Ingevolge het arrest worden voortaan ook de voertuigen die uitgerust zijn met een laadvlak beschouwd als voertuigen-werk- tuigmachines op voorwaarde dat zij voldoen aan de hoger vermelde omschrijving van een takelwagen.
  1. Het niet onderworpen zijn aan de verkeersbelasting en van het eurovignet van een takelwagen hangt af van de volgende cumu- latief te vervullen voorwaarden :

a) de inschrijving in het repertorium van de D.I.V. als takel- wagen;

b) het feit dat deze geen voorwerpen vervoert die niet nood- zakelijk zijn voor zijn werking. Voor de eisbaarheid is het zonder belang of het vervoerde materiaal al dan niet de eigendom is van de vervoerder;

c) de niet-aanwending ervan voor een ander gebruik (bv. herstelling ter plaatse, vervoer van een zelfs defect voertuig van de ene naar een andere garage) dan dit waarvoor de takelwagen in feite is bestemd.


3

  1. Andere voor takeldienst ingezette voertuigen zoals bij- voorbeeld auto’s voor dubbel gebruik, vrachtauto’s en lichte vracht- auto’s, aanhangwagens van welke soort ook, … (bv. vrachtauto’s met laadvlak), kunnen in principe niet worden gelijkgesteld met nijverheidsvoertuigen daar zij vanaf hun oorsprong ontworpen wer- den voor het vervoer van personen, goederen of enigerlei voorwer- pen, met inbegrip van het eventuele slepen of vervoeren van defecte of beschadigde voertuigen, en niet voor de uitvoer van eigenlijke arbeid.

Uitzondering :

De aanhangwagens of opleggers die uitsluitend worden ge- bruikt in combinatie met een takelwagen, die aan de hiervoor ver- melde voorwaarden voldoet en bijgevolg als niet belastbaar kan worden beschouwd, verwerven hetzelfde statuut als het trekkend voertuig en zijn bijgevolg ook niet belastbaar.

  1. Uit het voorgaande volgt dus dat de term “takelwagen” op fiscaal vlak ter zake veel beperkter is dan inzake inschrijving van de voertuigen in het repertorium van de D.I.V. Concreet houdt dit in dat de motorvoertuigen die bij de D.I.V. als “takelwagen” zijn ingeschreven niet a priori moeten worden beschouwd als “niet te belasten” voertuigen. Immers, deze motorvoertuigen kunnen ook voor andere doeleinden worden aangewend aan het louter ontruimen van de openbare weg.
  1. Enkel de motorvoertuigen (en eventueel ook de aanhang- wagens of opleggers die zij trekken) die bij de D.I.V. als “takel- wagen” zijn ingeschreven en uitsluitend worden aangewend voor het ontruimen van de openbare weg zijn dus niet belastbaar.
  1. Het spreekt voor zich dat, op het stuk van de verkeers- belasting op de autovoertuigen en het eurovignet, voor een takel- wagen die niet zal worden aangewend tot belastbare doeleinden, geen aangifte moet worden onderschreven bij de plaatselijke ont- vanger der directe belastingen.

Voor de Directeur-generaal : De Directeur, dienstchef,

R. GEENENS