20.12.2016 - Omzendbrief D.I. 741/742 - D.A. 007.635

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN

Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen

Omzendbrief D.I. 741/742 - D.A. 007.635

20.12.2016

Toepassingsgebied van artikel 7, h), van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie

Deze omzendbrief vervolledigt de nota met referte D.A. 001.481 van 8 augustus 2014 met betrekking tot de onderwerpingen van substanties kennelijk bestemd voor de vervaardiging van thee die werd gepubliceerd op het internet van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen.

1. Sedert 1 juli 2010 zijn alle substanties, in om het even welke vorm, die kennelijk bestemd zijn voor de vervaardiging van alcoholvrije dranken van de GN-code 2202 en die worden aangeboden, hetzij in kleinhandelsverpakking, hetzij in een verpakking bestemd voor de vervaardiging van dergelijke, voor gebruik gerede alcoholvrije dranken, onderworpen aan accijnzen.

2. De tarifaire indeling van de substantie speelt geen enkele rol, behalve in het geval van koffie en extracten, essences en concentraten van koffie, in vaste vorm of vloeibaar, alsook de preparaten op basis van extracten, essences en concentraten van koffie en de preparaten op basis van koffie, respectievelijk van de GN-codes 0901 en 2101, die evenwel niet onderworpen zijn aan de tarieven van artikel 7 van de wet. In het geval van substanties moet immers enkel rekening worden gehouden met de tarifaire indeling van de drank die wordt vervaardigd door gebruik te maken van de substanties. Er wordt ook geen onderscheid gemaakt tussen een warme of een koude drank.

3. Wanneer het product dat wordt vervaardigd door de substantie een drank is van de GN-code 2202 in de zin van artikel 7, b), van de wet (zijnde water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd, alsmede andere alcoholvrije dranken van de GN-code 2202, met uitzondering van dranken op basis van melk, van soja of van rijst (1), dan is de substanties onderworpen aan de bepalingen van artikel 7, h).

4. Van zodra de dranken op basis van melk, van soja of van rijst van de GN-code 2202 uitgesloten zijn van het toepassingsgebied van artikel 7, b), zijn de substanties bestemd voor de vervaardiging van dergelijke dranken eveneens uitgesloten van het toepassingsgebied van deze wet.

In de ministeriële omzendbrief van 23 juni 2010 (Belgisch Staatsblad van 25 juni 2010) en de nota van 6 juni 2016 worden de voorwaarden vermeld waaraan een alcoholvrije drank van de GN-code 2202 moet voldoen om als een drank op basis van melk, op basis van soja of op basis van rijst te worden beschouwd.

Ter zake gelden de volgende criteria:

  • drank op basis van melk: drank van de GN-code 2202 die wordt bekomen door menging van melk met andere ingrediënten die haar het essentiële karakter van melkdrank verlenen en waarvan de samenstelling minstens 1,5 g melkeiwit bevat per 100 ml (aangezien eiwit een essentieel bestanddeel is van dranken op basis van melk);

  • drank op basis van soja: drank van de GN-code 2202 die wordt bekomen door menging van soja met andere ingrediënten die haar het essentiële karakter van sojadrank verlenen en waarvan de samenstelling minstens 1,5 g soja-eiwit bevat per 100 ml (aangezien eiwit een essentieel bestanddeel is van dranken op basis van soja);

  • drank op basis van rijst: drank van de GN-code 2202 die wordt bekomen door water te mengen met rijstkorrels (Oryza sativa, van de grassenfamillie (poaceae)) - waarbij het aandeel van de rijst 10 % of meer bedraagt - en die een éénduidige vermelding op haar etiket of op haar verpakking bevat waaruit blijkt dat het om een drank op basis van rijst gaat.

5. Hierna volgen enkele voorbeelden ter illustratie van de bovenvermelde punten 1 tot en met 4:

  • Thee als drank wordt ingedeeld onder de GN-code 2202; elke substantie die kennelijk bestemd is voor de vervaardiging van thee wordt bijgevolg beschouwd als een substantie die onderworpen is aan accijns overeenkomstig artikel 7, h) van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie.

  • Met cichorei wordt een drank bereid die als surrogaatkoffie wordt beschouwd. Deze surrogaatkoffie wordt ingedeeld onder de GN-code 2202; elke substantie die kennelijk bestemd is voor de vervaardiging van deze surrogaatkoffie - zoals chicorei - wordt bijgevolg beschouwd als een substantie die onderworpen is aan accijns overeenkomstig artikel 7, h), van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie.

6. Om te bepalen of een substantie kennelijk bestemd is voor de vervaardiging van alcoholvrije dranken, zal hoofdzakelijk moeten gekeken worden naar de informatie met betrekking tot de producten die, meestal zal terug te vinden zijn op het etiket of op de verpakking. Uit deze informatie kan het uiteindelijke gebruik van de substantie worden afgeleid.

7. Met betrekking tot substanties zal bijzondere aandacht moeten worden besteed aan het feit of de substantie uitsluitend bestemd is voor de vervaardiging van een drank op basis van melk; alleen dan zal deze substantie worden uitgesloten van het toepassingsgebied van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie.

Wanneer in voorkomend geval het etiket of de verpakking vermeldt dat het mogelijk is om de substantie te verdunnen met water, zal het bekomen eindproduct in principe niet beantwoorden aan de criteria van een drank op basis van melk en zal dit onderwerpen zijn aan accijns. Hieruit volgt dat ook de substantie bestemd voor de vervaardiging van dit product onderworpen zal zijn aan accijns.

Voor wat betreft de dranken op basis van soja en op basis van rijst moet de vervaardigde drank beantwoorden aan de criteria zoals vermeld in punt 4 om niet onder het toepassingsgebied van de wet de vallen.

8. Er dient te worden benadrukt dat de persoon die accijnsproducten in verbruik stelt, gehouden is tot het indienen van een aangifte AC4. In geval van twijfel over het feit of een substantie valt onder het toepassingsgebied van artikel 7, h), van de wet, wordt aangeraden om de betrokken substanties/dranken te laten analyseren door een privé-laboratorium vooraleer ze in verbruik worden gesteld.

Deze zienswijze geldt reeds sedert de inwerkingtreding van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie en wordt sedert deze datum ook ongewijzigd toegepast door de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen. Het toepassen van een overgangsperiode is hier dus helemaal niet aan de orde.

Voor de Administrateur-generaal,

Vincent Van Immerzeel

Adviseur-generaal d.d.


(1) Voor dranken op basis van melk of van soja is deze uitsluiting van het toepassingsgebied van toepassing vanaf 1 juli 2010; voor dranken op basis van rijst is deze uitsluiting van het toepassingsgebied van toepassing vanaf 7 januari 2016.