Circulaire 2018/C/11 over de opheffing van de vrijstelling van vergoedingen ontvangen naar aanleiding van het vrijmaken van referentiehoeveelheden overeenkomstig de reglementeringen betreffende de toepassing van de heffing in de sector melk en zuivelpr..
Deze circulaire bespreekt de artikelen 3 en 4 van de wet van 25.12.2017 houdende diverse fiscale bepalingen III.
Landbouwsteun ; vrijgestelde vergoeding ; melkquota ; extra heffing
FOD Financiën, 29.01.2018
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting
I. Inleiding
1. Onderhavige circulaire bespreekt art. 3 en 4 van de wet van 25.12.2017 houdende diverse bepalingen III (W 25.12.2017) (1). Deze artikelen stellen een einde aan de fiscale vrijstelling voor de vergoedingen ontvangen naar aanleiding van het vrijmaken van referentiehoeveelheden overeenkomstig de federale en regionale reglementeringen betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten.
(1) BS 29.12.2017.
II. Wettelijke bepalingen
A. W 25.12.2017
2. Art. 3 en 4, W 25.12.2017 stellen:
Art. 3
In artikel 25, 6°, a, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wetten van 19 mei 1998, 27 december 2004 en 14 april 2011, worden de woorden ", met uitzondering van de vergoedingen ontvangen naar aanleiding van het vrijmaken van referentiehoeveelheden overeenkomstig de federale en gewestelijke reglementeringen betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelprodukten" opgeheven.
Art. 4
In artikel 28, eerste lid, 3°, a, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 19 mei 1998, 27 december 2004 en 14 april 2011, worden de woorden ", met uitzondering van de vergoedingen ontvangen naar aanleiding van het vrijmaken van referentiehoeveelheden overeenkomstig de federale en gewestelijke reglementeringen betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelprodukten" opgeheven.
B. Gecoördineerde tekst van art. 25, 6°, a en 28, eerste lid 3°, a, WIB 92
3. Rekening houdend met de wijzigingen aangebracht door art. 3 en 4, W 25.12.2017 zien art. 25, 6°, a en 28, eerste lid, 3°, a, WIB 92, er voortaan als volgt uit:
Art. 25, 6°, a, WIB 92
Winst omvat eveneens:
…
6° de vergoedingen van alle aard die de ondernemer gedurende de exploitatie verkrijgt:
a) ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de beroepswerkzaamheid of de winst van de onderneming tot gevolg kan hebben;
…
Art. 28, eerste lid, 3°, a, WIB 92
Winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid die de verkrijger of de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is voorheen heeft uitgeoefend, zijn:
…
3° de vergoedingen van alle aard die na de stopzetting zijn verkregen:
a) ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de werkzaamheid, van de winst of van de baten tot gevolg heeft of zou kunnen hebben;
…
III. Commentaar
4. De bedoelde vergoedingen – waarvan het stelsel van de vrijstelling is opgeheven – zijn de vergoedingen die de melkproducenten ontvingen in bepaalde omstandigheden voor de referentiehoeveelheden of 'melkquota' die ze overdroegen aan het 'melkquotumfonds' (voor meer uitleg betreffende het voormalig van toepassing zijnde stelsel van de vrijstelling zie onder meer de circulaire Ci.RH.242/514.670 van 27.07.1999 en nrs. 25/62.1 en 28/54.4, Com.IB 92).
5. Het stelsel van de Europese melkquota waar het systeem van de extra heffing in de sector melk en de zuivelproducten naar verwijst, werd afgeschaft vanaf 01.04.2015.
Bijgevolg hebben de bepalingen in het WIB 92, die de vrijstelling instellen voor de hier bedoelde vergoedingen geen bestaansreden meer en worden ze opgeheven.
IV. Inwerkingtreding
6. Bij gebrek aan een uitdrukkelijke inwerkingtreding zijn de bepalingen opgenomen in art. 3 en 4, W 25.12.2017 van toepassing vanaf de tiende werkdag volgend op de publicatie ervan in het Staatsblad, d.w.z. vanaf 08.01.2018.
Interne ref.: 713.369
