Aanschrijving nr. 2 dd. 23.04.1996

AANSCHRIJVING 96/002

Aanschrijving nr. 2 dd. 23.04.1996


BTW-Revue nr. 120, blz. 277

BTW
Verlaagd tarief in sector sociale privé-woningen.


INHOUDSTAFEL Nr. Onderwerp van de aanschrijving 1-3 Eerste Hoofdstuk - Beoogde handelingen 4-15 I. Handelingen die het verlaagd tarief van 12 pct. kunnen genieten 4-12 A. Werk in onroerende staat en ermee gelijkgestelde handelingen die de oprichting van een woning tot voorwerp hebben 5-9 B. Leveringen van nieuwe gebouwen; vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op deze gebouwen 10-12 II. Handelingen uitgesloten van de gunstregeling 13-15 Tweede Hoofdstuk - Beoogde gebouwen 16-38 I. Algemeen 16 II. Bepalen van de totale oppervlakte van 190 m² of 100 m² 17-28 Bijzonderheden inzake oppervlakteberekening 19-27 a. Dakkamerniveau 20 b. Zolder 21-22 c. Kelderverdieping 23 d. Garage 24-26 e. Aangebouwde bergplaats of werkplaats 27 Administratieve toegeving 28 III. Woningen hoofdzakelijk gebruikt als vaste privé-woning 29-38 A. Begrip woning 29 B. Gemengd gebruik van de woning 30-32 C. Gelijktijdig met een woning opgericht beroepsgebouw 33-34 D. Appartementsgebouwen 35 E. Vaste woning 36-38 Derde Hoofdstuk - Hoedanigheid van de persoon die de gunstregeling kan genieten 39-42 Vierde Hoofdstuk - Bedrag waarover het tarief van 12 pct. kan worden toegepast 43-47 I. Gecumuleerde maatstaf van heffing 43-45 II. Maximum gecumuleerde maatstaf van heffing van 2.000.000 BEF per woning 46-47 Vijfde Hoofdstuk - Toepassingsvoorwaarden en modaliteiten van de gunstregeling 48-77 I. Onroerende werkzaamheden (aannemingscontracten) 48-67 A. Termijn van uitvoering van de beoogde werken 48-51 B. Geregistreerde dienstverrichter 52 C. Formaliteiten 53-64 D. Aansprakelijkheid van de aannemer en de bouwheer 65-67 II. Leveringen van gebouwen - Vestigingen - Overdrachten van zakelijke rechten op gebouwen 68-77 Formaliteiten a. Door de verkoper zelf of cedent na te komen verplichtingen 68-76 b. Door de verkrijger of cessionaris na te komen verplichtingen 77 Zesde Hoofdstuk - Regularisaties - Verlies van het voordeel van de gunstregeling 78-81 I. Gevallen die aanleiding geven tot herziening 78-79 II. Kennisgeving aan het BTW-controlekantoor 80 III. Terug te storten bedrag 81 Bijlage 1: Koninklijk besluit van 1 december 1995 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven. Bijlage 2: Ministerieel besluit nr. 20 van 22 december 1995, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 8 februari 1996, tot vaststelling van de bijzondere voorwaarden en modaliteiten voor de toepassing van het verlaagd tarief van de belasting over de toegevoegde waarde van 12 pct. in de sector van de sociale privé-woningen. Bijlage 3: Verklaring nr. 121/1 Oprichting van een woning. Bijlage 4: Verklaring nr. 121/2 Levering van een woning. Vestiging - Overdracht - Wederoverdracht van een zakelijk recht op een woning. Onderwerp van de aanschrijving.

1. Bij het koninklijk besluit van 1 december 1995 (B.S. van 16 december 1995) tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, wordt een artikel 1quater ingevoegd dat een tijdelijke verlaging van het BTW-tarief invoert in de sector van de sociale privé-woningen.

Ingevolge deze tijdelijke bepaling is vanaf 1 januari 1996 tot 31 december 1997 het BTW-tarief van 12 pct. onder bepaalde voorwaarden van toepassing over een totale gecumuleerde maatstaf van heffing van 2.000.000 BEF, exclusief BTW, voor de oprichting of de levering van een woning die :

  • een totale oppervlakte heeft die voor huizen 190 m² en voor appartementen 100 m² niet overschrijdt


en

  • hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, wordt gebruikt als vaste privé-woning.


2. De bijzondere voorwaarden en toepassingsmodaliteiten van deze gunstregeling zijn vastgesteld bij het ministerieel besluit nr. 20 van 22 december 1995 (B.S. van 30 december 1995) en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 8 februari 1996 (B.S. van 15 februari 1996) tot vaststelling van de bijzondere voorwaarden en modaliteiten voor de toepassing van het verlaagd tarief van de belasting over de toegevoegde waarde van 12 pct. in de sector van de sociale privé-woningen.



3.Deze aanschrijving licht de nieuwe regeling toe.
De teksten van dit koninklijk besluit en van het gewijzigd ministerieel besluit nr. 20 zijn bijgevoegd respectievelijk als bijlage 1 en bijlage 2. Men dient deze te raadplegen naarmate van de uiteenzettingen in deze aanschrijving.

HOOFDSTUK 1.
BEOOGDE HANDELINGEN.

I. Handelingen die het verlaagd tarief van 12 pct. kunnen genieten.

4. Wanneer alle voorwaarden vervuld zijn is het verlaagd tarief van 12 pct. van toepassing op :



werk in onroerende staat en bepaalde ermee gelijkgestelde handelingen die de oprichting van een woning tot voorwerp hebben;
de levering van nieuwe gebouwen en de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op deze gebouwen.
A. Werk in onroerende staat en ermee gelijkgestelde handelingen die de oprichting van een woning tot voorwerp hebben.

5. Deze gunstregeling beoogt enkel de nieuwbouw van een woning en dus niet de verbouwing, herstelling, onderhoud enz. van een bestaande woning (z. evenwel nr. 51).



a.Het eigenlijke werk in onroerende staat.
6.De hier bedoelde handelingen zijn :
de verschillende handelingen, die bijdragen tot het bouwen van de nieuwe woning;
de handelingen met betrekking tot de afwerking of tot het inrichten (in zoverre het onroerende handelingen zijn) van een nieuwe woning.
Zijn onder meer bedoeld :

  • de oprichting van een volledige woning, sleutel op de deur;
  • de ruwbouw van een woning (funderingen, metselwerk, timmerwerk, dakwerken, enz.);
  • grondwerken verricht met het oog op de oprichting van een woning;
  • de levering met plaatsing van tegels, deurdorpels en vensterbanken;
  • de voegwerken, ...


7. In de mate dat er goederen worden gebruikt voor dit werk, maken deze slechts deel uit van het werk in onroerende staat en worden slechts belast op dezelfde wijze als het werk zelf, voor zover ze door dezelfde persoon in uitvoering van een zelfde contract worden geleverd en geplaatst, op zodanige wijze dat ze, door die plaatsing, worden ingelijfd in de onroerende structuur door zelf onroerende goederen uit hun aard te worden.

Daarentegen is het normaal BTW-tarief van toepassing voor de levering van goederen zonder plaatsing.

b. Handelingen die in de mate dat ze geen werk in onroerende staat zijn, ermee worden gelijkgesteld.

8. Bepaalde handelingen die in de mate dat ze geen werk in onroerende staat zijn ermee worden gelijkgesteld komen eveneens in aanmerking voor de toepassing van het verlaagd tarief, namelijk de hierna limitatief opgesomde handelingen (z. tabel A, rub. XXXI, § 3, 3° tot 6°, van de bijlage bij het KB nr. 20, van 20 juli 1970 - tarieven) :



de levering met aanhechting aan de woning van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel of aan de radiatoren;
de levering met aanhechting aan de woning van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie van de woning en, meer algemeen, van al de vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool;
de levering met aanhechting aan de woning van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van de woning, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen;
de levering met aanhechting aan de woning van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon;
de levering met aanhechting aan de woning van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust;
de levering met aanhechting aan de woning van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst;
de levering met plaatsing van wandbekleding of vloerbekleding of -bedekking in een woning ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte;
het aanhechten en het plaatsen van materialen bedoeld in 1° tot 7° hierboven;
de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van de hierboven bedoelde handelingen.
9.De aandacht wordt inzonderheid gevestigd op het feit dat:
  • de rechtstreekse aankoop van materialen zonder plaatsing door de leverancier, onderworpen is aan het tarief eigen aan deze materialen;
  • zekere bestanddelen van een zelfde installatie, die niet worden beschouwd als zijnde onroerend uit hun aard, als levering onderworpen zijn aan het tarief dat eigen is aan deze bestanddelen, zelfs indien ze worden geplaatst of vastgehecht door de leverancier (bv. de levering met aansluiting van huishoudtoestellen in een keukeninstallatie, de levering met aanhechting van verlichtingstoestellen).


B. Leveringen van nieuwe gebouwen; vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op deze gebouwen.

10. De gunstregeling is eveneens van toepassing voor de leveringen van nieuwe gebouwen en de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op die gebouwen wanneer deze gebouwen :

  • een totale oppervlakte hebben die voor huizen 190 m² en voor appartementen 100 m² niet overschrijdt;
  • hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk gebruikt worden als vaste privé-woning.




a.Leveringen van gebouwen.
11. De leveringen van nieuwe gebouwen met toepassing van de BTW kunnen het verlaagd tarief van 12 pct. genieten. Het betreft de verkoop van huizen of appartementen - op plan, in oprichting of afgewerkt - door een persoon die hetzij van rechtswege, hetzij na optie, de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige heeft.

Het geleverde gebouw moet nieuw zijn in de zin van het BTW-Wetboek (z. W.BTW, art. 8, §§ 1 en 2, en art. 44, § 3, 1°, a). Dit is het geval wanneer de levering plaatsvindt uiterlijk op 31 december van het jaar na dat waarin het voor het eerst is opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing.

b. Vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op een nieuw gebouw.

12. De vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op een nieuw gebouw door een persoon die hetzij van rechtswege, hetzij na optie, de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige heeft, kunnen eveneens de bijzondere regeling genieten (z. W.BTW, art. 8, §§ 2 en 3, en art. 44, § 3, 1°, b).



II.Handelingen uitgesloten van de gunstregeling.
13. Het voordeel van de gunstregeling is beperkt, tot onroerende handelingen met betrekking tot de eigenlijke woning. Het geldt niet voor handelingen met betrekking tot het terrein rond het gebouw, of bepaalde installaties die geen deel uitmaken van de eigenlijke woning.

14. Om elke onduidelijkheid dienaangaande te voorkomen, wordt bij artikel 1quater, § 3 (nieuwe bepaling) van het koninklijk besluit nr. 20 de toepassing van het verlaagd tarief uitgesloten:



voor werken zoals tuinaanleg en bebouwingswerkzaamheden verricht aan privé-gronden, alsook voor het oprichten van afsluitingen;
voor werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties (vijvers, fonteinen, enz.).

Opmerking.
15. De aansluitingskosten die worden gefactureerd door distributiemaatschappijen voor de aansluiting op de netten voor gas-, elektriciteit- en watervoorziening en voor radio- en televisiedistributie, zijn bestanddelen van de prijs van het gas, de elektriciteit, het water of de diensten van radio- of televisiedistributie en zijn derhalve onderworpen aan de BTW tegen de tarieven eigen aan deze leveringen of diensten.

HOOFDSTUK 2.
BEOOGDE GEBOUWEN.



I.Algemeen.
16. Om aan het tarief van 12 pct. kunnen onderworpen te worden moeten de onroerende handelingen betrekking hebben op een woning die :

  • een totale oppervlakte heeft die voor huizen 190 m² en voor appartementen 100 m² niet overschrijdt;
  • hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk wordt gebruikt als vaste privé-woning.




II.Bepalen van de totale oppervlakte van 190 m² of 100 m².
17. De criteria voor het bepalen van de totale oppervlakte zijn vastgelegd bij het ministerieel besluit nr. 20 van 22 december 1995, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 8 februari 1996, tot vaststelling van de bijzondere voorwaarden en modaliteiten voor de toepassing van het verlaagd tarief van de belasting over de toegevoegde waarde van 12 pct. in de sector van de sociale privé-woningen (z. bijlage 2).

18. De afmetingen worden genomen op zicht van de plattegronden en de dwarsdoorsneden die voorkomen op het bouwplan. In de regel zijn deze plans getekend op een schaal van 1/50 of 2/100 van de ware grootte.

Artikel 1, A van dit ministerieel besluit geeft de criteria voor de oppervlakteberekening van huizen (eengezinswoningen).

Artikel 1, B van dat besluit geeft de criteria voor de oppervlakteberekening van appartementen in meergezinswoningen. Meergezinswoningen zijn gebouwen waarin twee of meer woningen (appartementen genoemd) geheel of gedeeltelijk boven elkaar zijn gelegen.

Bijzonderheden inzake oppervlakteberekening.

Begrippen.

19. Hierna wordt voor enkele begrippen die in de tekst van het ministerieel besluit nr. 20 voorkomen, uitgelegd wat er voor de toepassing van deze gunstregeling moet worden onder verstaan.



a.Dakkamerniveau (MB nr. 20, art. 1, A, e)
20. Het dakkamerniveau is de verdieping gelegen onder de dakkap waarin één of meerdere kamers - slaapkamer(s), en/of badkamer(s) of multifunctionele kamer(s) - zich bevinden.

Het maakt niets uit of over de volledige verdieping, dan wel over slechts een gedeelte van de verdieping kamers zijn voorzien.

De oppervlakte van het dakkamerniveau wordt enkel in aanmerking genomen voor het gedeelte waarvan de hoogte, te rekenen vanaf de onderkant van de draagvloer (dragende constructie bestemd om de vloer te dragen) tot het dak, 1 m overschrijdt. Die hoogte wordt gemeten tot de onderkant van de schuine helling van de daktimmer, ook indien er horizontale verstevigingselementen aanwezig zijn.



b.Zolder (MB nr. 20, art. 1, A, f en art, 1, B, c).
21. De zolder is de bovenste verdieping, onder de dakkap en waarin geen enkele kamer is voorzien.

Voor de toepassing van deze regeling kan de verdieping onder de dakkap slechts als zolder worden aangemerkt indien er slaapkamers en badkamer(s) elders in de woning zijn voorzien.

De oppervlakte van de zolder wordt enkel in aanmerking genomen voor het gedeelte van de zolder waarvan de hoogte, te rekenen vanaf de onderkant van de draagvloer (dragende constructie bestemd om de vloer te dragen) tot het dak, 2 m overschrijdt. Die hoogte wordt gemeten tot de onderkant van de schuine helling van de daktimmer, ook indien horizontale verstevigingselementen aanwezig zijn.

22. In sommige gevallen is de zolderruimte volledig ingenomen door een dakstructuur samengesteld uit dakspanten die meestal om de 50 cm worden geplaatst.

In dergelijk geval en indien er naar die zolder toe geen lichtdoorlatende elementen bestaan, wordt de totale oppervlakte van de draagvloer van deze ruimte niet in aanmerking genomen.



c.Kelderverdieping (MB nr. 20, art. 1, A, d en art. 1, B, b).
23. De kelder is de geheel of gedeeltelijk (in hoogte) ondergrondse ruimte onder een gebouw die niet geschikt is om bewoond te worden. Een kelder wordt in de regel gebruikt als koele berging of technische ruimte.



d.Garage (MB nr. 20, art. 1, A, h en art. 1, B, d).
24. De ingebouwde, aangebouwde of losse garage wordt niet in aanmerking genomen voor de oppervlakteberekening.

Een garage, in de context van deze regeling, is een autobergplaats en dient bijgevolg toegankelijk te zijn voor een auto.

25. De ruimte in het verlengde van een garage maar waarin het niet mogelijk is een autovoertuig te plaatsen ingevolge de te beperkte breedte of omdat er een niveauverschil (één of meerdere treden) is met de garage, kan niet worden aangemerkt als deel uitmakend van de garage. Indien deze ruimte is ingebouwd in de woning, moet ze in aanmerking worden genomen voor de berekening van de totale oppervlakte van de woning.

26. Voor de berekening van de niet in aanmerking te nemen oppervlakte van de ingebouwde garage worden de afmetingen genomen vanaf het midden en tot het midden van de opgaande muren.

e. Aangebouwde bergplaats of werkplaats (MB nr. 20, art. 1, A, h en art. 1, B, d).

27. Een bergplaats en/of werkplaats kan worden aangemerkt als aangebouwd wanneer zij een gemeenschappelijke gevel heeft met het hoofdgebouw, zich niet onder dezelfde dakconstructie van het hoofdgebouw bevindt en er geen binnendoorgang is voorzien naar het hoofdgebouw.

Dit betekent onder meer dat een bergplaats of werkplaats die enkel gescheiden is van de rest van de woning door een binnenmuur geen aangebouwde bergplaats of werkplaats is, zelfs niet indien geen binnendoorgang van dat lokaal naar de rest van de woning is voorzien. Dergelijke bergplaats of werkplaats dient in aanmerking te worden genomen voor de totale oppervlakteberekening.

Administratieve toegeving.

28. De openingen in de draagvloeren (open ruimten, zolderopening, trapgat, ...) moeten voor de oppervlakteberekening niet in aanmerking worden genomen.

Voor het bepalen van de oppervlakten van die openingen wordt rekening gehouden met de binnenafmetingen.



III.Woningen hoofdzakelijk gebruikt als vaste privé-woning.
A.Begrip woning.
29. Het voordeel van de gunstregeling is beperkt tot de in hoofdstuk I beoogde handelingen die betrekking hebben op gebouwen, aangewend om te bewonen en dit in tegenstelling tot de gebouwen die daarvoor niet worden gebruikt, inzonderheid de gebouwen gebruikt voor beroeps- of administratieve doeleinden, aangewend voor de nijverheid, de handel, de landbouw, de uitoefening van vrije beroepen of elke andere beroeps- of administratieve werkzaamheid.

De beoogde gebouwen zijn dus essentieel de woonhuizen, op welke wijze ze ook zijn gebouwd (klassiek of geprefabriceerd), de bungalows en chalets, voor zover ze zijn ingelijfd in de grond en gekadastreerd als gebouwde onroerende goederen, en de appartementen, ongeacht of ze al dan niet onder toepassing van de gedwongen medeëigendom vallen.



B.Gemengd gebruik van de woning.
30. Het gebeurt dat een woning wordt aangewend voor een gemengd gebruik; gedeeltelijk als privé-woning gebruikt, bevat zij evenzeer in het geheel geïntegreerde lokalen die worden gebruikt voor beroepsdoeleinden (bv. een titularis van een vrij beroep die zijn kabinet in zijn privé-woning heeft ingericht, een kleinhandelaar die er zijn winkel heeft geïnstalleerd, een ambachtsman die er over een atelier beschikt, ...).

Om te oordelen of voor een dergelijk gebouw het voordeel van de gunstregeling kan worden ingeroepen, dient een onderscheid te worden gemaakt naargelang de privé-aanwending al dan niet overwegend is in verhouding tot het geheel.

31. Indien de privé-aanwending overwegend is en indien de onroerende handelingen niet uitsluitend worden uitgevoerd aan het gedeelte van het gebouw dat voor beroepsdoeleinden wordt aangewend, kan de gunstregeling worden toegepast.

Indien de privé-aanwending bijkomstig is omdat de beroepslokalen in het geheel van het gebouw het belangrijkste deel uitmaken, kan de gunstregeling niet worden ingeroepen.

32. Om te bepalen of binnen de woning de privé-aanwending al dan niet overwegend is, dient men rekening te houden met de oppervlakten (draagvloeren) van de lokalen of delen van de woning voor privé-gebruik ten opzichte van de oppervlakten (draagvloeren) van de lokalen of delen van de woning die voor beroepsdoeleinden worden aangewend.

Er wordt daarbij geen rekening gehouden met oppervlakten van lokalen (vb. garages) of niveaus (vb. kelderverdieping) of gedeelten van de woning (terrassen, balkons) die niet in aanmerking worden genomen voor de oppervlakteberekening om te bepalen of de woning binnen de maximale toegestane oppervlakte voor de toepassing van de gunstregeling valt.



C.Gelijktijdig met een woning opgericht beroepsgebouw.
33. Het gebeurt dat een afzonderlijk beroepsgebouw gelijktijdig met een woning en op hetzelfde bouwperceel als de woning wordt opgericht. Een afzonderlijk beroepsgebouw blijft buiten het toepassingsgebied van de gunstregeling. Dit betekent enerzijds dat de onroerende handelingen die de oprichting van dergelijk gebouw tot voorwerp hebben het gunsttarief niet kunnen genieten en anderzijds dat de oppervlakten van dat gebouw niet in aanmerking worden genomen, noch voor de berekening van de totale oppervlakten van het aanpalend, of op hetzelfde perceel opgericht huis, noch om uit te maken of de woning hoofdzakelijk wordt gebruikt als vaste privé-woning.

Als afzonderlijk en dus niet in aanmerking te nemen beroepsgebouwen worden aangemerkt : winkels, werkplaatsen. stallen, kantoorruimten, kabinetten, e.a. beroepsruimten die los van het huis staan of die zijn aangebouwd. Voor het begrip aangebouwd wordt verwezen naar nr. 27 hierboven.

34. Beroepsruimten die ingebouwd zijn in de woning mogen niet worden aangemerkt als afzonderlijke gebouwen en dienen bijgevolg in aanmerking te worden genomen, zowel voor de totale oppervlakteberekening van de woning als om uit te maken of de woning al dan niet hoofdzakelijk wordt gebruikt als vaste privé-woning.

Voorbeeld.

Een winkel, ingericht op het gelijkvloers van een huis. De eerste en de tweede verdieping worden ingericht als respectievelijk leefniveau en slaapniveau. De oppervlakte van het gelijkvloers moet in aanmerking worden genomen om te berekenen of de totale oppervlakte van het huis 190 m² niet overschrijdt en om na te gaan of het gebouw hoofdzakelijk als vaste privé-woning wordt gebruikt.



D.Appartementsgebouwen.
35. Om te bepalen of de gunstregeling kan worden toegepast in geval van onroerende handelingen die betrekking hebben op appartementsgebouwen, moet de toestand appartement per appartement worden beoordeeld, overeenkomstig de aan elk appartement gegeven bestemming en rekening houdend met het onderscheid en de regels uiteengezet in deze aanschrijving.



E.Vaste woning.
36. Het effectief gebruik van het gebouw als vaste woning moet worden nagegaan in hoofde van de persoon die het gebouw bewoont. De woning of het appartement moet dus de thuis zijn van degene die het bewoont, zijn normale of tweede verblijfplaats.

37. De woningen en appartementen die voor korte verblijven worden terbeschikking gesteld in het kader van de exploitatie van vakantiedorpen, vakantiecentra of vakantiekampen. alsook de gemeubelde logies verschaft in uitvoering van een huisvestingscontract in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 10° van het BTW-Wetboek, beantwoorden niet aan het begrip "vast" zodat de gunstregeling niet geldt.

38. Het voordeel van de gunstregeling wordt evenwel ook toegestaan voor de niet binnen het domein van een vakantiedorp, vakantiecentrum, kampeerterrein e.d. gelegen appartementen en woningen die, zonder het verstrekken van enige bijkomende dienst, voor korte periodes worden verhuurd.

HOOFDSTUK 3.
HOEDANIGHEID VAN DE PERSOON DIE DE GUNSTREGELING KAN GENIETEN

39. Alleen de bouwheer (m.n. degene die het gebouw laat oprichten) of de vervreemder (m.n. de persoon die het gebouw overdraagt) kan, indien alle voorwaarden zijn vervuld, zich beroepen op het voordeel van de gunstregeling.

Wanneer bijgevolg een aannemer het geheel of een gedeelte van de werken die hem door de bouwheer werden toevertrouwd in onderaanneming geeft, dan is in de relatie tussen de aannemer en zijn onderaannemer de belasting steeds verschuldigd tegen het normaal tarief (thans 21 pct.).

40. Geen enkel onderscheid moet daarentegen worden gemaakt naargelang de bouwheer of de verkrijger van het goed:

  • een onderneming is waarvan de economische activiteit bestaat in het in huur geven van woningen bestemd om te worden gebruikt als vaste privé-woning;
  • een persoon is waarvan de economische activiteit bestaat in het oprichten of laten oprichten van een gebouw met het doel deze onder het BTW-stelsel te vervreemden (beroepsoprichter);
  • een toevallige oprichter of een toevallige koper-verkoper van gebouwen is, in de zin van artikel 8, § 1 van het BTW-Wetboek;
  • elke andere persoon is.


41. In dezelfde gedachtengang kan de beroepsoprichter die een onttrekking moet verrichten zoals bepaald bij artikel 12, § 2, van het BTW-Wetboek, de gunstregeling genieten voor het gebouw dat hij onttrekt.

42. Het spreekt vanzelf dat in de in de nrs. 40 en 41 beoogde gevallen de voorwaarden inzake oppervlakte en van bestemming van het gebouw als privé-woning moeten vervuld zijn. Bovendien moeten de onder hoofdstuk 5 toegelichte verplichtingen worden nagekomen.

HOOFDSTUK 4.
BEDRAG WAAROVER HET TARIEF VAN 12 PCT. KAN WORDEN TOEGEPAST.



I.Gecumuleerde maatstaf van heffing.
43. Het voordeel van het verlaagd tarief van 12 pct. geldt voor een totale gecumuleerde maatstaf van heffing van 2.000.000 BEF exclusief BTW. Het gedeelte van de oprichtingsprijs of verkoopprijs dat dit plafond overschrijdt is onderworpen aan het normale BTW-tarief.

44. Dit bedrag van 2.000.000 BEF dient niet ineens te worden gefactureerd maar mag verdeeld worden over meerdere facturen ongeacht of deze worden uitgereikt door één of door verschillende belastingplichtigen.

Voorbeeld.

45. André sluit een contract met aannemer Dubois voor de oprichting van een woning die een oppervlakte heeft van 180 m² en die hij uitsluitend zal gebruiken als vaste privé-woning.

We gaan er van uit dat de BTW opeisbaar wordt:

  • op 15 februari 1996 over een bedrag, exclusief BTW, van 200.000 BEF (voorschot);
  • op 15 april 1996 over een bedrag, exclusief BTW, van 500.000 BEF (factuur);
  • op 15 juni 1996 over een bedrag, exclusief BTW, van 2.000.000 BEF (factuur);
  • op 15 augustus 1996 over een bedrag, exclusief BTW, van 800.000 BEF (contractuele vervaldag).


De opeisbare BTW wordt als volgt berekend:

Datum Maatstaf van Maatstaf van Bedrag van de heffing 12 pct. heffing 21 pct. opeisbare BTW ---------------------------------------------------------------------- 15 februari 1996 200.000 BEF 24.000 BEF 15 april 1996 500.000 BEF 60.000 BEF 15 juni 1996 1.300.000 BEF 156.000 BEF 15 juni 1996 700.000 BEF 147.000 BEF 15 augustus 1996 800.000 BEF 168.000 BEF ---------------------------------------------------------------------- totaal 2.000.000 BEF 1.500.000 BEF 555.000 BEF In dit voorbeeld hadden de contractanten het verlaagd tarief van 12 pct. ook kunnen toepassen op de factuur van 2.000.000 BEF die wordt uitgereikt op 15 juni 1996. Het resultaat is hetzelfde. Datum Maatstaf van Maatstaf van Bedrag van de heffing 12 pct. heffing 21 pct. opeisbare BTW ---------------------------------------------------------------------- 15 februari 1996 200.000 BEF 42.000 BEF 15 april 1996 500.000 BEF 105.000 BEF 15 juni 1996 2.000.000 BEF 240.000 BEF 15 augustus 1996 800.000 BEF 168.000 BEF ---------------------------------------------------------------------- totaal 2.000.000 BEF 1.500.000 BEF 555.000 BEF II. Maximum gecumuleerde maatstaf van heffing van 2.000.000 BEF per woning

46. Het verlaagd tarief van 12 pct. kan worden toegepast over een maximum bedrag van 2.000.000 BEF per woning. Indien bijvoorbeeld één woning wordt geleverd met toepassing van de BTW aan twee of meer personen, kan het tarief van 12 pct. worden toegepast over slechts éénmaal een maximum bedrag van 2.000.000 BEF.

47. Zo ook kan indien een nog niet volledig afgewerkte woning werd geleverd met toepassing van de gunstregeling, de verdere afwerking van de woning slechts het verlaagd tarief van 12 pct. genieten indien bij de levering van de woning het plafond van 2.000.000 BEF niet is bereikt, en in dat geval tot beloop van het verschil tussen het plafond van 2.000.000 BEF en de maatstaf van heffing van de BTW waarover voor de levering 12 pct. werd toegepast.

HOOFDSTUK 5.
TOEPASSINGSVOORWAARDEN EN MODALITEITEN VAN DE GUNSTREGELING.



I.Onroerende werkzaamheden (aannemingscontracten).
A.Termijn van uitvoering van de beoogde werken.
48. Buiten de eigenlijke oprichting van een woning, kunnen de onroerende handelingen die de afwerking van een nieuw gebouwd onroerend goed tot voorwerp hebben eveneens de gunstregeling genieten. Kunnen als de afwerking van een nieuw gebouwd onroerend goed worden aangemerkt, de onroerende handelingen waarvan het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt, zich voordoet uiterlijk op 31 december van het jaar na dat waarin het gebouw voor het eerst is opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing. Bovendien moet, rekening houdend met het tijdelijk karakter van de gunstregeling, het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt, zich voordoen ten vroegste op 1 januari 1996 en ten laatste op 31 december 1997.

49. Voor de werken in onroerende staat wordt de belasting opeisbaar uiterlijk op het tijdstip waarop de dienst is voltooid, dit wil zeggen op het tijdstip dat de werken of de werkzaamheden, ter voldoening van de opdrachtgever van het werk, volledig zijn voltooid (z. W.BTW, art. 22, § 2, eerste lid).

Wanneer evenwel de prijs of een deel ervan vóór dat tijdstip wordt gefactureerd of ontvangen, dan wordt de belasting evenwel over het gefactureerde of ontvangen bedrag opeisbaar, al naar het geval, op het tijdstip van het uitreiken van de factuur of op het tijdstip van de incassering (z. W.BTW, art. 22, § 2, tweede lid).

Bovendien wordt de belasting of het desbetreffende gedeelte daarvan opeisbaar op het tijdstip waarop de prijs of een deel ervan volgens contract moet worden voldaan, wanneer dat tijdstip voorafgaat aan die welke hierboven zijn vermeld (z. W.BTW, art. 22, § 2, derde lid).

Voorbeeld.

50. Het huis dat Hubert heeft laten oprichten wordt in 1995 voor het eerst opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing. In 1996 laat Hubert door verschillende aannemers nog vijf binnendeuren plaatsen, de badkamer betegelen en een ingerichte keuken plaatsen.

We veronderstellen dat de belasting opeisbaar wordt respectievelijk op 10 mei 1996, 15 juni 1996 en 30 augustus 1996. Aangezien de tijdstippen waarop de belasting opeisbaar wordt, zich voordoen vóór 31 december 1996, worden de handelingen geacht de afwerking van de nieuw gebouwde woning van Hubert tot voorwerp te hebben en kunnen zij, indien de andere voorwaarden zijn vervuld, het tarief van 12 pct. genieten.

Bijzonder geval. Ingrijpende verbouwing van een bestaand gebouw.

51. Voor de toepassing van deze gunstregeling wordt een ingrijpende verbouwing van een bestaand gebouw, ongeacht het tijdstip waarop dat gebouw voor het eerst werd opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing, aangemerkt als de oprichting van een nieuw gebouw.

Een ingrijpende verbouwing houdt in dat de omvang van het behouden gedeelte van het oude gebouw, geïntegreerd in het nieuwe gebouw, slechts bijkomstig is ten aanzien van de omvang van het nieuw gebouwd gedeelte.

Dit is onder meer zo:

  • in geval van het herbouwen van een gebouw na afbraak, met behoud van de funderingen en kelder van het oude gebouw of van bijkomende elementen van zijn structuur (bv. alleen de voorgevel aan de straatzijde blijft behouden omwille van de integratie in het stedelijk kader);
  • in geval van vergroting van een bestaand gebouw, wanneer de oppervlakte van het nieuw gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de woning na de uitvoering van de werken. (Vanzelfsprekend dient de totale oppervlakte van de woning na uitvoering van de werken in aanmerking te worden genomen om te bepalen of de voorwaarde van de maximum toegestane oppervlakte van 100 m² of 190 m² voldaan is.)


Het feit dat het plan of de bouwvergunning melding maken van verbouwing van een bestaande woning is in dit geval van geen belang.



B.Geregistreerde dienstverrichter.
52. De beoogde onroerende handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd door een persoon die, op het tijdstip van het sluiten van het aannemingscontract, geregistreerd is als zelfstandig aannemer overeenkomstig de artikelen 400 en 401 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

Dit registratienummer is een specifiek nummer voor aannemers van werk in onroerende staat en verschilt van hun BTW-identificatienummer. Dat nummer moet voorkomen op alle handelsdocumenten en fiscale stukken die aan klanten worden uitgereikt.



C.Formaliteiten.
a.Door de bouwheer na te komen verplichtingen.
1° Indienen van afschriften van de documenten en die de handelingen en het onroerend goed determineren.

53. Het voordeel van de gunstregeling is onderworpen aan de voorwaarde dat de bouwheer een eensluidend verklaard afschrift indient van:

  • de bouwvergunning;
  • het plan dat werd of de plans die werden voorgelegd om de bouwvergunning te verkrijgen;
  • het (de) aannemingscontract(en);
  • in voorkomend geval, de basisakte.


54. Deze afschriften dienen eensluidend te zijn verklaard door het gemeentebestuur of een notaris.

Bij wijze van proef wordt aanvaard dat de afschriften van de aannemingscontracten niet eensluidend zijn verklaard.

55. Deze formaliteit moet in principe vervuld worden vóór het tijdstip waarop de BTW opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het BTW-Wetboek (z. nr. 49 hiervoor). De in nr. 53 beoogde stukken moeten ingediend worden bij het BTW-controlekantoor van het ambtsgebied waarin het gebouw is gelegen.

De omstandigheid dat de oprichting van de woning reeds is aangevangen vooraleer de formaliteit van indiening van de hiervoor bedoelde stukken is vervuld, heeft geen verval van het voordeel van de gunstregeling tot gevolg. Het volstaat dat de stukken worden ingediend vooraleer de BTW opeisbaar wordt over het bedrag van de werken waarvoor de bouwheer aanspraak maakt op de gunstregeling.

2° Indienen van de verklaring nr. 121/1 voor de toepassing van de gunstregeling.

56. Bij de indiening van de in nr. 53 bedoelde stukken moet de bouwheer een verklaring afleggen dat het gebouw dat hij laat oprichten de maximale toegestane oppervlakte voor deze gunstregeling niet overschrijdt en bestemd is om, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, te worden gebruikt als vaste privé-woning. Hij dient zich tevens ertoe te verbinden het BTW-controlekantoor van het ambtsgebied waarin de woning is gelegen in kennis te stellen van elke wijziging waardoor de voorwaarden betreffende de oppervlakte en/of het gebruik van het gebouw niet meer vervuld zijn (z. hoofdstuk 6).

57. Voor die verklaring wordt gebruik gemaakt van het formulier nr. 121/1 (z. bijlage 3) dat door het BTW-controlekantoor wordt verstrekt.

58. De hoofdcontroleur zal op de ingevulde en door de bouwheer ondertekende verklaring een ontvangstmelding aanbrengen, er een referentienummer aan toekennen en vervolgens een dubbel ervan aan de bouwheer overhandigen.

Opmerking.

59. De ontvangstmelding aangebracht door de bevoegde hoofdcontroleur op de verklaring, en het toekennen van een referentienummer gelden niet als erkenning door de administratie dat de grondvoorwaarden voor de toepassing van de gunstregeling vervuld zijn. Zij sluiten bijgevolg latere regularisaties, wanneer zou vastgesteld worden dat de grondvoorwaarden niet vervuld zijn, niet uit.

3° Overhandiging aan de aannemer van een afschrift van de verklaring nr. 121/1.

60. De bouwheer moet aan elke aannemer die het tarief van 12 pct. mag toepassen een afschrift overhandigen van deze verklaring.

Op elk afschrift (vak D) moet hij de maatstaf van heffing vermelden waarover de aannemer 12 pct. BTW mag toepassen. Het overhandigen van deze kopie is noodzakelijk om het de dienstverrichter mogelijk te maken de vereiste vermeldingen op de factuur die hij uitreikt aan te brengen (z. nr. 63).

Geen afschrift van de verklaring nr. 121/1 moet worden overhandigd aan de aannemer wanneer de regeling van de verlegging van de heffing van artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 van toepassing is (z. nr. 62).



b.Door de aannemer na te komen verplichtingen.
Facturering.
Algemeen.

61. Daar het tarief van 12 pct. een uitzonderingstarief is dat slechts van toepassing is wanneer een aantal voorwaarden zijn vervuld, moet de factuur melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van dat tarief rechtvaardigen. Daar deze gunstregeling eveneens een tijdelijk karakter heeft, is het van belang op de factuur de oorzaak en de datum van opeisbaarheid van de belasting betreffende de gefactureerde handelingen nauwkeurig te vermelden.

Bijzonder geval : verlegging van heffing.

62. Er wordt op gewezen dat wanneer de werken tegelijk aan het privé- en aan het beroepsgedeelte van een onroerend goed voor gemengd gebruik worden verricht, en de klant een belastingplichtige is gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften, de belasting die over die werken is verschuldigd voor het geheel van de handeling door die klant moet worden voldaan krachtens artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1. In dat geval mag de aannemer noch het tarief noch het bedrag van de verschuldigde belasting op de factuur vermelden, maar dient hij er de vermelding "belasting te voldoen door de medecontractant, koninklijk besluit nr. 1, art. 20" op aan te brengen (z. KB nr. 1, art. 20 § 3). In dit geval dient de klant zelf de maatstaf van heffing en het bedrag van de verschuldigde belasting volgens het toepasselijk tarief op de factuur te vermelden (z. nrs. 30 tot 32, 43 en 44) en in zijn periodieke aangifte de maatstaf van heffing met betrekking tot het beroepsgedeelte (volgens het geval in vak 81, 82 of 83), de maatstaf van heffing waarvoor de verlegging werd toegepast (in vak 87) en het bedrag van de verschuldigde belasting (in vak 56) op te nemen.

Specifieke vermeldingen op de factuur.

63. De dienstverrichter dient op de factuur die hij uitreikt met toepassing van het tarief van 12 pct. en op het dubbel dat hij bewaart de datum en het referentienummer van de verklaring nr. 121/1 waarvan hem door de opdrachtgever een kopie werd overhandigd, te vermelden, alsmede het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waar de verklaring werd ingediend aan te duiden. De stempel van dat controlekantoor staat op de kopie van de verklaring nr. 121/1.

2° Overlegging aan de administratie van dubbels van de uitgereikte facturen met toepassing van het verlaagd tarief van 12 pct.

64. De dienstverrichter moet een afschrift van iedere factuur die hij uitreikt met toepassing van het tarief van 12 pct. toesturen aan het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert. Dit afschrift dient op dat kantoor toe te komen uiterlijk de laatste werkdag van de maand na die waarin de factuur werd uitgereikt.



D.Aansprakelijkheid van de aannemer en de bouwheer.
65. In principe is de aannemer tegenover de Staat de schuldenaar van de belasting die over de door hem verrichte handelingen opeisbaar is geworden. De medecontractant, in casu de bouwheer, van de dienstverrichter is evenwel met deze tegenover de Staat hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting, wanneer de factuur onjuiste vermeldingen bevat ten aanzien van de naam, het adres of het BTW-identificatienummer van de bij de handeling betrokken partijen, de aard of de hoeveelheid van de geleverde goederen of verstrekte diensten, de prijs of het toebehoren ervan, of wanneer het bedrag van de op de handeling verschuldigde belasting niet of onjuist vermeld is (z. W.BTW, art. 51bis, § 1, 1° en 3°).

66. Wanneer verkeerdelijk het tarief van 12 pct. op de factuur werd vermeld, in het bijzonder ten gevolge van onjuiste aanwijzingen betreffende de aard en de bestemming van de belastbare handeling, heeft de administratie bijgevolg de mogelijkheid om de bijkomende belasting zowel van de aannemer als van de bouwheer te vorderen. Wanneer de aannemer evenwel niet bij machte is op objectieve wijze het tarief van de verschuldigde belasting te bepalen en voor zover hij alle onder nrs. 61 tot 64 hiervoor vermelde verplichtingen is nagekomen en in het bezit is van een door de bouwheer aangevuld dubbel van de verklaring nr. 121/1 (z. nr. 60 hiervoor) wordt hij ontlast van zijn aansprakelijkheid, behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van de regeling; die aansprakelijkheid wordt, voor de invordering van een aanvullende belasting, dan gelegd bij de afnemer (z. KB nr. 20, art. 1quater § 1, A, 4, tweede lid).

67. Er dient evenwel te worden opgemerkt dat in de gevallen waarin bij toepassing van artikel 20 van voornoemd koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992 de belasting door de medecontractant van de aannemer moet worden voldaan, de invordering in ieder geval ten laste van deze medecontractant zal worden ingesteld.



II.Leveringen van gebouwen - Vestigingen - Overdrachten - Wederoverdrachten van zakelijke rechten op gebouwen.
Formaliteiten.



a.Door de verkoper of cedent na te komen verplichtingen.
1° Indienen van afschriften van documenten die het onroerend goed determineren.

68. Het voordeel van de gunstregeling is onder meer onderworpen aan de voorwaarde dat de verkoper of cedent een eensluidend verklaard afschrift indient van:

  • de bouwvergunning die werd afgeleverd aan de oprichter van het gebouw dat wordt vervreemd of waarop een zakelijk recht wordt gevestigd, overgedragen of wederovergedragen;
  • het (de) plan(s) van het gebouw;
  • de verkoopovereenkomst;
  • in voorkomend geval, de basisakte.


69. Deze afschriften dienen eensluidend te zijn verklaard door het gemeentebestuur of een notaris.

Bij wijze van proef wordt aanvaard dat de afschriften van de verkoopovereenkomsten niet eensluidend zijn verklaard.

70. Deze formaliteit moet vervuld worden vóór het tijdstip dat de BTW opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 17 van het BTW-Wetboek. De in nr. 68 beoogde documenten moeten ingediend worden bij het BTW-controlekantoor van het ambtsgebied waarin de verkoper of cedent zijn woonplaats of zijn maatschappelijke zetel heeft.

Voor leveringen van goederen vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de levering van het goed plaatsvindt.

Wordt de prijs of een deel ervan vóór dat tijdstip gefactureerd of ontvangen, dan wordt de belasting evenwel over het gefactureerde of ontvangen bedrag opeisbaar, al naar het geval, op het tijdstip van het uitreiken van de factuur of op het tijdstip van de incassering.

Bovendien wordt de belasting of het desbetreffende gedeelte daarvan opeisbaar op het tijdstip waarop de prijs of een deel ervan volgens contract moet worden voldaan, wanneer dit tijdstip voorafgaat aan de tijdstippen die in de vorige leden zijn bepaald (z. BTW-Wetb., art. 17, § 1, derde lid).

2° Indienen van de verklaring nr. 121/2 voor de toepassing van de gunstregeling.

71. Bij de indiening van de in nr. 68 bedoelde stukken moet de verkoper of cedent een verklaring afleggen dat het gebouw dat hij overdraagt of waarop hij een zakelijk recht vestigt, overdraagt of wederoverdraagt, de maximale toegestane oppervlakte voor deze gunstregeling niet overschrijdt en bestemd is om, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk te worden gebruikt als privé-woning.

72. Voor deze verklaring wordt gebruik gemaakt van het formulier nr. 121/2 (z. bijlage 4) dat door het BTW-controlekantoor wordt verstrekt.

73. De hoofdcontroleur zal op de ingevulde en door de cedent en de cessionaris (z. nr. 77) ondertekende verklaring een ontvangstmelding aanbrengen, er een referentienummer aan toekennen en een door hem ondertekend afschrift, dat geldt als ontvangstmelding, overhandigen aan de indiener(s).

Opmerking.

74. De ontvangstmelding aangebracht door de bevoegde hoofdcontroleur op de verklaring, en het toekennen van een referentienummer gelden niet als erkenning door de administratie dat de grondvoorwaarden voor de toepassing van de gunstregeling vervuld zijn. Zij sluiten bijgevolg latere regularisaties, wanneer zou vastgesteld worden dat de grondvoorwaarden niet vervuld zijn, niet uit.



Facturering.
75. Daar het tarief van 12 pct. een uitzonderingstarief is dat slechts van toepassing is wanneer een aantal voorwaarden zijn vervuld, moet de door de verkoper of cedent uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen.

Daar de nieuwe bepaling een tijdelijk karakter heeft, is het van belang op de factuur eveneens de oorzaak en de datum van opeisbaarheid van de belasting betreffende de gefactureerde handelingen nauwkeurig te vermelden.

De factuur moet ook inzonderheid vermelden dat het gebouw dat wordt vervreemd of waarop een zakelijk recht wordt gevestigd, overgedragen of wederovergedragen, de toegelaten totale oppervlakte niet overschrijdt en bestemd is om hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk gebruikt te worden als vaste privé-woning.

Bovendien moet telkens de ligging van het gebouw vermeld worden.

4° Overlegging aan de administratie van een afschrift van de uitgereikte facturen met toepassing van het tarief van 12 pct.

76. De verkoper of cedent moet een afschrift van iedere factuur die hij uitreikt met toepassing van het tarief van 12 pct. toesturen aan het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert. Dat afschrift moet op dat kantoor toekomen uiterlijk de laatste werkdag van de maand na die waarin de factuur werd uitgereikt.

Het controlekantoor waaronder de verkoper of cedent ressorteert, is het kantoor van het ambtsgebied waarin hij zijn woonplaats of maatschappelijke zetel heeft.



b.Door de verkrijger of cessionaris na te komen verplichtingen.
77. De verkrijger of cessionaris van het gebouw of van de zakelijke rechten op het gebouw moet de in nr. 71 bedoelde verklaring aanvullen en mede ondertekenen.

Bij deze bevestigt hij:

  • dat de woning die hij koopt of waarop hij een zakelijk recht verwerft de maximale toegestane oppervlakte voor de toepassing van onderhavige gunstregeling, niet overschrijdt;
  • dat het gebouw bestemd is om hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, te worden gebruikt als vaste privé-woning;


en verbindt hij zich ertoe om het BTW-controlekantoor van het ambtsgebied waarin deze woning is gelegen, onmiddellijk in kennis te stellen van elke wijziging waardoor de voorwaarden betreffende de oppervlakte en/of het gebruik van het gebouw niet meer vervuld zijn (z. nr. 80 hierna).

HOOFDSTUK 6.
REGULARISATIES. VERLIES VAN HET VOORDEEL VAN DE GUNSTREGELING.



I.Gevallen die aanleiding geven tot herziening.
78. Wanneer vóór het verstrijken van de periode waarvan sprake in het volgend lid, de woning zodanig wordt vergroot, dat de totale oppervlakte ervan berekend volgens de criteria vastgesteld door het ministerieel besluit nr. 20, het toegestane maximum voor de toepassing van de gunstregeling overschrijdt, of wanneer het gebruik van de woning wijzigt zodanig dat de privé-aanwending niet meer overwegend is, moet het belastingvoordeel worden herzien.



79.Deze herzieningsperiode verstrijkt op:
  • 31 december van het jaar na dat waarin het gebouw voor het eerst is opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing, wat de oprichting van een woning met toepassing van de gunstregeling betreft.
  • 31 december van het jaar na dat waarin de verkrijger voor het eerst onroerende voorheffing is verschuldigd voor dat gebouw, wat de leveringen van gebouwen en de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op gebouwen met toepassing van de gunstregeling betreft.


Voorbeelden:



Aankoop in juli 1996, met toepassing van de gunstregeling, van een woning met een totale oppervlakte van 180 m². De verkrijger is voor het eerst onroerende voorheffing verschuldigd voor die woning in 1997. In april 1998 wordt een veranda met een oppervlakte van 20 m² bijgebouwd, zodat de totale oppervlakte van het gebouw (200 m²) het toegelaten maximum overschrijdt.
De herzieningsperiode verstrijkt op 31 december 1998.

Het belastingvoordeel moet worden herzien.



Oprichting van een woonhuis in 1996, met een totale oppervlakte, berekend volgens de criteria van het ministerieel besluit nr. 20, van 185 m². De bouwheer heeft de gunstregeling genoten. In 1998 wordt de woning uitgebreid met twee extra woonruimten. Na de werken bedraagt de totale oppervlakte van het huis 215 m².
Het huis wordt voor het eerst opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing in 1997. De uitbreiding is gebeurd vóór het verstrijken van de herzieningsperiode - dit is op 31 december 1998 - zodat het belastingvoordeel niet behouden blijft.



Oprichting van een woning in 1996 met een totale oppervlakte van 180 m². De bouwheer heeft de gunstregeling genoten. 40 pct. van dat gebouw - nl. 72 m² - wordt voor beroepsdoeleinden aangewend en 60 pct. nl. 108 m² voor privé-bewoning.
In januari 1997 bedraagt de privé-aanwending nog slechts 45 pct. (81 m²).

Het huis is op dat tijdstip nog niet opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing. De herzieningsperiode is dus zeker nog niet verstreken zodat het belastingvoordeel niet behouden blijft.



II.Kennisgeving aan het BTW-controlekantoor.
80. De eigenaar van het gebouw moet het BTW-controlekantoor van het ambtsgebied waarin het gebouw is gelegen, binnen de termijn van één maand vanaf de datum waarop de wijzigingen aangevangen worden, schriftelijk in kennis stellen van:

  • zijn naam en adres;
  • het referentienummer van de verklaring nr. 121/1 of 121/2 naargelang het geval (z. nr. 58 of 73);
  • de exacte ligging van het gebouw;
  • de oorzaak van de herziening (vergroting, wijziging van bestemming ...) en wanneer die zich heeft voorgedaan.




III.Terug te storten bedrag.
81. De eigenaar van het gebouw dient een bedrag terug te storten aan de Staat dat overeenstemt met de totale belastingvermindering die hij heeft genoten.

Te dien einde zal door het bevoegd BTW-ontvangkantoor een betalingsbericht worden toegestuurd aan de eigenaar van het gebouw.

Namens de Minister :
De Directeur-generaal,


J. DECUYPER


BIJLAGE 1

Zie documentatie :

1 december 1995. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven (BS, 16 december 1995, nr. 241, blz. 33719- 33722).

BIJLAGE 2

Zie documentatie :

Ministerieel besluit nr. 20 van 22 december 1995 tot vaststelling van de bijzondere voorwaarden en modaliteiten voor de toepassing van het verlaagd tarief van de belasting over de toegevoegde waarde van 12 pct. in de sector van de sociale privé-woningen.

BIJLAGE 3 + -------------------------------------+ ¦VAK VOORBEHOUDEN AAN DE ADMINISTRATIE¦ MINISTERIE VAN FINANCIEN ¦-------------------------------------¦ --- ¦Verklaring ontvangen op .........19..¦ Administratie van de BTW, ¦en ingeschreven in de inventaris nr. ¦ registratie en domeinen ¦123/1 ¦ --- ¦onder referentienummer ..............¦ Sector BTW ¦ ¦ --- ¦ De Hoofdcontroleur, ¦ (Stempel van het controlekantoor) ¦ ¦ ¦ ¦ +-------------------------------------+ +--------------------------+ ¦ ZIE VOETNOTEN (1) EN (2) ¦ +--------------------------+ VERKLARING OPRICHTING VAN EEN WONING (Artikel 1quater, § 1, A, tweede lid, 3, b, van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970) +-----------------------------+ ¦IN TE VULLEN DOOR DE BOUWHEER¦ ------------------------------------------------------------------------- A) Aanduiding van de bouwheer (bouwheren) (3) ...................................................................... ...................................................................... ...................................................................... ------------------------------------------------------------------------- B) Aanduiding van en gegevens met betrekking tot de woning Aard : huis/appartement (4) Straat : ....................................nr....(verdieping : ....) Gemeente : ............................................postnr. : ..... Kadastrale sectie : ...............................nr. ............... Bouwvergunning verleend op ............................. De oprichting van de woning werd reeds/nog niet (4) aangevat. Eerste inkohiering inzake onroerende voorheffing : - nog niet (4) - in de loop van het jaar 199. (4) ------------------------------------------------------------------------- ---------------------------- (1) DEZE ONTVANGSTMELDING GELDT NIET ALS ERKENNING DOOR DE ADMINISTRATIE DAT DE GRONDVOORWAARDEN VOOR DE TOEPASSING VAN DE GUNSTREGELING VERVULD ZIJN. (2) De benaming van het BTW-controlekantoor, het referentienummer dat dit kantoor aan deze verklaring heeft toegekend en de datum waarop dit is gebeurd, moeten vermeld worden op de factuur (facturen) die wordt (worden) uitgereikt door de aannemers en op het te bewaren dubbel ervan. (3) Naam, voornaam of maatschappelijke benaming, adres, telefoonnummer. (4) Schrappen wat niet past. ------------------------------------------------------------------------- C) De bouwheer (bouwheren) verklaart (verklaren) dat de oppervlakte van de in B) bedoelde woning, berekend volgens de criteria van het ministerieel besluit nr. 20 van 22 december 1995, de maximale toegelaten oppervlakte van 100/190 (1) vierkante meter niet overschrijdt en dat het gebouw bestemd is om te worden gebruikt, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als vaste privé-woning. Hij (zij) verbindt (verbinden) er zich toe om het BTW-controlekantoor van het ambtsgebied waarin deze woning is gelegen, onmiddellijk in kennis te stellen van elke wijziging waardoor de voorwaarden betreffende de oppervlakte en/of het gebruik van het gebouw niet meer vervuld zijn. Hij (zij) verbindt (verbinden) er zich eveneens toe om elk afschrift van deze verklaring dat hij (zij) uitreikt (uitreiken) aan een dienstverrichter met het oog op de toepassing van het verlaagde BTW-tarief van 12 pct., aan te vullen met de verklaring over welke maatstaf van heffing, exclusief BTW, de dienstverrichter dit verlaagde BTW-tarief kan toepassen derwijze dat de totale gecumuleerde maatstaf van heffing van 2.000.000 bEF, exclusief BTW, bedoeld in artikel 1quater, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 20, niet wordt overschreden. [Datum en handtekening(en)] ------------------------------------------------------------------------- D) IN TE VULLEN VOOR DE OVERHANDIGING AAN DE DIENSTVERRICHTER De bouwheer (bouwheren) verklaart (verklaren) hiermee dat de belastingplichtige ...................................................................... ...................................................................(2) straat : .................................................... nr. .... gemeente : ........................................... postnr. : ..... BTW-identificatienummer : BE .......................... geregistreerd als zelfstandig aannemer onder het nummer : ............ het verlaagd BTW-tarief van 12 pct. kan toepassen over een maatstaf van heffing, exclusief BTW, van : ........................... BEF [Datum en handtekening(en)] ------------------------------------------------------------------------- ------------------------ (1) Schrappen wat niet past (2) Naam of maatschappelijke benaming BIJLAGE 4 + -------------------------------------+ ¦VAK VOORBEHOUDEN AAN DE ADMINISTRATIE¦ MINISTERIE VAN FINANCIEN ¦-------------------------------------¦ --- ¦Verklaring ontvangen op .........19..¦ Administratie van de BTW, ¦en ingeschreven in de inventaris nr. ¦ registratie en domeinen ¦123/2 ¦ --- ¦onder referentienummer ..............¦ Sector BTW ¦ ¦ --- ¦ De Hoofdcontroleur, ¦ (Stempel van het controlekantoor) ¦ ¦ ¦ ¦ +-------------------------------------+ +--------------------------+ ¦ ZIE VOETNOOT (1) ¦ +--------------------------+ VERKLARING LEVERING VAN EEN WONING (2) VESTIGING - OVERDRACHT - WEDEROVERDRACHT (2) VAN EEN ZAKELIJK RECHT OP EEN WONING (Artikel 1quater, § 1, B, tweede lid, 1, b, van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970) +----------------------------------------------+ ¦VAK I ¦IN TE VULLEN DOOR DE VERKOPER OF CEDENT¦ ------------------------------------------------------------------------- A) Aanduiding van de verkoper(s) of cedent(en) (2) (3) ...................................................................... ...................................................................... ...................................................................... ------------------------------------------------------------------------- B) Aanduiding van en gegevens met betrekking tot de woning Aard : huis/appartement (2) Straat : ....................................nr....(verdieping : ....) Gemeente : ............................................postnr. : ..... Kadastrale sectie : ...............................nr. ............... Bouwvergunning verleend op ................. aan ..................... ...................................................................... ...................................................................(4) Gebouw verkregen met toepassing van de BTW volgens notariële/ onderhandse (2) akte van ...................... 19.. (5) Eerste inkohiering inzake onroerende voorheffing : - nog niet (2) - in de loop van het jaar 199. (2) ------------------------------------------------------------------------- ---------------------------- (1) DEZE ONTVANGSTMELDING GELDT NIET ALS ERKENNING DOOR DE ADMINISTRATIE DAT DE GRONDVOORWAARDEN VOOR DE TOEPASSING VAN DE GUNSTREGELING VERVULD ZIJN. (2) Schrappen wat niet past. (3) Naam, voornaam of maatschappelijke benaming, adres, telefoonnummer en, in voorkomend geval, BTW-identificatienummer. (4) Naam, voornaam of maatschappelijke benaming en adres die op de bouwvergunning staan vermeld. (5) Enkel in te vullen in voorkomend geval. ------------------------------------------------------------------------- C) Verkoopcontract van ........................ 199..(1) Akte van de vestiging/overdracht/wederoverdracht (1) van een zakelijk recht van .............................. van ........................ 199.. (1) ------------------------------------------------------------------------- D) De verkoper(s) of cedent(en) verklaart (verklaren) hierbij dat de oppervlakte van de in B) bedoelde woning, berekend volgens de criteria van het ministerieel besluit nr. 20 van 22 december 1995, de maximale toegelaten oppervlakte van 100 / 190 (1) vierkante meter niet overschrijdt en dat het gebouw bestemd is om te worden gebruikt, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als vaste privé-woning. [Datum en handtekening(en)] ------------------------------------------------------------------------- +-----------------------------------------------------+ ¦VAK II¦IN TE VULLEN DOOR DE VERKRIJGER OF CESSIONARIS¦ ------------------------------------------------------------------------- A) Aanduiding van de verkrijger(s) of cessionaris(sen) (2) ...................................................................... ...................................................................... ...................................................................... ------------------------------------------------------------------------- B) De verkrijger(s) of cessionaris(sen) verklaart (verklaren) dat de oppervlakte van het hierboven genoemde gebouw, berekend volgens de criteria van het ministerieel besluit nr. 20 van 22 december 1995, de maximale toegelaten oppervlakte van 100 / 190 (1) vierkante meter niet overschrijdt en dat het gebouw bestemd is om te worden gebruikt, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als vaste privé-woning. Hij (zij) verbindt (verbinden) er zich toe om het BTW-controlekantoor van het ambtsgebied waarin deze woning is gelegen, onmiddellijk in kennis te stellen van elke wijziging waardoor de voorwaarden betreffende de oppervlakte en/of het gebruik van het gebouw niet meer vervuld zijn. [Datum en handtekening(en)] ------------------------------------------------------------------------- ------------------------ (1) Schrappen wat niet past (2) Naam, voornaam of maatschappelijke benaming, adres, telefoonnummer