Aanschrijving nr. 12 dd. 24.05.1982

AANSCHRIJVING 82/012

Aanschrijving nr. 12 dd. 24.05.1982


Register van de garagisten

1. Artikel 18 van het koninklijk besluit nr.1, van 23 juli 1969, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, verplicht de garagisten en, meer algemeen, de belastingplichtigen die aan motorvoertuigen onderhoudswerk, met uitzondering van het wassen, of herstellingswerk verrichten, tot het houden van een register waarin ze alle voertuigen inschrijven die ze aan voornoemde werken onderwerpen.

2.Deze aanschrijving heeft tot doel bedoelde bepalingen toe lichten en de reeds ter zake gepubliceerde richtlijnen te coördineren (z. nr. 24).

A. Belastingplichtigen die het register moeten houden.

3. De garagisten en, meer algemeen, de belastingplichtigen die aan motorvoertuigen onderhoudswerk, met uitzondering van het wassen, of herstellingswerk verrichten, moeten het register houden.

4. De exploitant van een parking of van een benzinestation die zelfs op een bijkomstige wijze de olie van motorvoertuigen ververst of kleine dringende herstellingen aan motorvoertuigen verricht, is gehouden het register te voeren. Hij moet de voertuigen inschrijven waaraan bovenbedoelde werken of eventueel andere herstellings- of onderhoudswerken worden uitgevoerd, en meer bepaald de voertuigen die moeten voorzien worden van nieuwe banden. Wat het herstellen van banden en het herladen van batterijen betreft is de inschrijving in het register slechts verplicht voor zover deze werken worden uitgevoerd in de inrichting van de betrokkene.

Moeten daarentegen niet in het register worden ingeschreven de voertuigen die in de inrichting van een dergelijk exploitant worden binnengebracht om zich te bevoorraden in benzine, om de banden op te pompen of om de ruiten te wassen.

5. De "uitlaatcenters" die zich uitsluitend bezig houden met het herstellen en vervangen van uitlaten aan motorvoertuigen moeten het register houden.

6. De huidige reglementering beoogt niet de ondernemingen die slechts voertuigen wassen, ook niet de handelaars gespecialiseerd in de verkoop van banden of batterijen, voor zover zij zich beperken tot het verkopen en, eventueel, het plaatsen van die goederen, tot het uitbalanceren van de wielen, het herstellen, het herrubberen, het hersnijden of het schieten van spijkers in banden, zonder evenwel andere herstellings- of onderhoudswerken te verrichten aan de voertuigen.

B. Beoogde motorvoertuigen.

7. De motorvoertuigen die worden bedoeld zijn personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen, autobussen of autocars, vrachtauto's, lichte vrachtauto's, tractoren, landbouwtractoren, motorfietsen en, meer algemeen, de motorvoertuigen die onderworpen zijn aan de reglementering op de inschrijving van voertuigen ongeacht of ze nu aan derden of aan de uitbater toebehoren (1).

8. Daarentegen zijn niet beoogd en moeten niet ingeschreven worden in het register : de fietsen, de bromfietsen en de kampeerwagens.

C. Te verrichten inschrijvingen in het register.

9. De voertuigen beoogd onder nr. 7 die in de inrichtingen van de onderneming aan een herstellings- of onderhoudswerk worden onderworpen moeten ingeschreven worden in het register.

Tijdstip waarop het voertuig moet ingeschreven worden in het register.

10. Het voertuig moet in het register worden ingeschreven voor de aanvang van het werk.

Vermeldingen welke de inschrijving moet bevatten.

11. De inschrijving die voor de aanvang van het werk wordt gedaan, moet de datum alsmede de nummerplaat van het voertuig bevatten.

12. Na het voltooien van het werk moet de inschrijving worden aangevuld met een verwijzing (nummer en datum) naar de factuur die aan de klant is uitgereikt of indien geen factuur is uitgereikt (bijvoorbeeld, -werkzaamheden, gratis uitgevoerd, onder meer onder garantie) met een vermelding van de reden daarvan. Aangezien de factuur in principe mag worden uitgereikt uiterlijk de vijfde werkdag na de maand waarin het werk werd uitgevoerd (z. kon. besl. nr. 1, art. 1, tweede lid), wordt aanvaard dat die aanvullende inschrijving wordt gedaan uiterlijk op het einde van de maand na die waarin het voertuig de inrichting verlaat.

13. In het geval dat een voertuig zonder nummerplaat moet worden ingeschreven in het register (bijvoorbeeld, nieuwe voertuigen nog niet in het verkeer gebracht) wordt het nummer van de plaat vervangen door het merk, het type en het chassisnummer.

D. Plaats waar het register zich moet bevinden.

14. Tijdens de uren dat de inrichtingen toegankelijk zijn voor de klanten, moet het in gebruik zijnde register zich bevinden in de beroepslokalen (werkhuizen, burelen, ...) (z. ook nr. 20).

E. Vorm van het register.

Voorstelling van het register.

15. Het register moet bestaan uit bladen die door alle middelen mogen samengevoegd zijn (innaaien, nieten, plakken van de rug, ...). Het mag niet door losse bladen worden vervangen (z. nochtans nr. 22).

16. Er wordt geen bijzondere vorm opgelegd; in principe kan het register slechts drie kolommen bevatten, bestemd voor de inschrijving van de datum, van de nummerplaat en van de vermelding van de factuur of de reden waarom geen factuur werd uitgereikt. Maar de garagisten mogen ook een indeling gebruiken waardoor een hergroepering volgens de aard van de verrichtingen (onderhoud, herstelling, enz.) of volgens andere gegevens, mogelijk wordt.

17. Het register moet niet worden vervaardigd door drukkers erkend door de administratie voor het vervaardigen van bepaalde andere documenten die worden gebruikt op het stuk van de BTW.

18. Het register moet worden genummerd. Dit wil zeggen dat al de bladen of al de bladzijden een nieuw nummer moeten dragen. Die nummering kan gedaan worden ter gelegenheid van het drukken van de indeling van het register, of daarna, onder andere met de hand.

19. Voor elk gebruik, moet het register worden voorgelegd aan het BTW-controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert om geviseerd en geparafeerd te worden. De formule van het visum mag worden gedrukt maar moet worden aangevuld met het aantal bladzijden of bladen van het register en de aanduiding van de belastingplichtige. Ze wordt gevolgd door de stempelafdruk van het controlekantoor. De paraaf zal eenvoudig bestaan in het aanbrengen van die stempelafdruk op iedere bladzijde.

20. De belastingplichtige die meer dan één garage of andere inrichting exploiteert waar voertuigen worden hersteld of onderhouden, moet een register per zetel gebruiken; ieder register vermeldt bovenaan de zetel waarvoor het bestemd is.

Model van indeling van het register.

21. Het volgende model kan als voorbeeld dienen :

DatumNummerplaatDatum en nummer van de factuur of reden waarom geen factuur is uitgereikt
4.10.81123ABfact. 6.10.81, nr. 42
d °254DE" 5.10.81, nr. 40
AX782" 6.10.81, nr. 43
788ATwerk onder garantie
822XNonderhoudsabonnement fact 5.1.1981, nr. 3 fact. 5.10.81, nr. 41 (benodigdheden)
Vervanging van het register door werkfiches.

22. De administratie staat onder de hierna volgende voorwaarden toe dat bovenbedoeld register vervangen wordt door werkfiches die worden opgesteld voor ieder voertuig, voor de aanvang van het werk :

1° de vergunning om het register te vervangen door de werkfiches moet worden aangevraagd bij het BTW-controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert. Wat de ondernemingen betreft die meerdere exploitatiezetels bezitten, duidt het verzoek de zetels aan waarvoor de vergunning is aangevraagd;

2° de werkfiches moeten op kosten van de belastingplichtige worden vervaardigd in twee exemplaren of in één enkel exemplaar met een uitscheurblad, door een drukker die door de administratie is erkend voor het drukken van officiële BTW-documenten;

3° de twee exemplaren van de werkfiche of, in voorkomend geval, de werkfiche in enkel exemplaar en het uitscheurblad, moeten de volgende gedrukte meldingen bevatten :

a) de aanduiding en het adres van de belastingplichtige en, in voorkomend geval, de aanduiding van de exploitatiezetel waarvoor de documenten zijn bestemd;

b) het BTW-registratienummer;

c) een kader voorbehouden voor het drukken van de volgende vermeldingen : "Belasting over de toegevoegde waarde", "Inschrijving van voertuigen", een waarmerk waarvan het cliché door de administratie is verstrekt aan de drukker, een volgnummer genomen uit een reeks van 00.001 tot 99.999; iedere reeks wordt aangeduid door een of meer letters van het alfabet, de naam van de drukker en een druknummer waardoor het mogelijk is de maand en het jaar van het drukken te bepalen (bv. : 1/82 voor de documenten die worden gedrukt in januari 1982).

Om redenen van interne organisatie mogen de fiches eveneens in meer dan twee exemplaren worden gedrukt, maar in dat geval mogen de bijkomende exemplaren niet de meldingen bevatten "Belasting over de toegevoegde waarde" en "Inschrijving van voertuigen", noch het waarmerk dragen;

4° de werkfiche en het dubbel ervan of het uitscheurblad moeten, voor de aanvang van het werk, worden aangevuld met de aanduiding van de datum waarop ze worden opgesteld en de nummerplaat van het voertuig. De eigenlijke werkfiche wordt aangewend tot het gebruik dat past in de organisatie van de onderneming maar het moet evenwel steeds gemakkelijk zijn voor elk voertuig, waaraan in de inrichtingen van de belastingplichtige een werk wordt uitgevoerd, het nummer van de overeenstemmende fiche te bepalen.

De dubbelen of de uitscheurbladen moeten doorlopend bewaard worden in de volgorde van hun gebruik en vervullen de rol van het register; zij moeten worden aangevuld met een verwijzing naar de factuur die aan de klant wordt uitgereikt (z. nr. 12) of, indien geen factuur wordt uitgereikt, met de vermelding van de reden daarvan;

5° de werkfiches moeten worden gebruikt in de volgorde van hun nummering. Evenwel dienen de ondernemingen, die om organisatorische redenen deze voorwaarde niet kunnen naleven, dit te signaleren in de vergunningsaanvraag gericht aan het controlekantoor; zij dienen in dat geval een tabel bij te houden waarop zij, naarmate van het gebruik, de nummers van die fiches en de dienst waartoe zij bestemd zijn aantekenen;

6° de vergunning wordt verleend voor onbeperkte duur. De administratie behoudt zich evenwel het recht voor de vergunning in te trekken indien zij het nodig acht. De vergunning zal ondermeer worden ingetrokken wanneer misbruik wordt vastgesteld of wanneer de controletaak van de ambtenaren van de administratie op een of andere wijze wordt bemoeilijkt.

F. Sancties.

23. De overtredingen op de bepalingen van de hierboven uiteengezette reglementering worden gestraft met een geldboete van 1.000. F tot 10.000 F per overtreding (z. Wetboek, art. 70, § 4).

Opheffingsbepaling.

24. Deze aanschrijving vervangt de volgende aanschrijvingen :
nr. 109, van 20 november 1972 (2), hoofdstuk III
nr. 20, van 27 juli 1973 (3)
nr. 10, van 25 juni 1976 (4), nrs. 7 tot 9.

NOTEN

(1) Z. koninklijk besluit van 31 december 1953, houdende regeling nopens de inschrijving van motorvoertuigen.
(2) Z. Revue nr. 10, blz. 19.
(3) Z. Revue nr. 14, blz. 19.
(4) Z. Revue nr. 26, blz. 209.