Circulaire nr. Ci.RH.243/396.122 dd. 03.06.1988

CIRC 03.06.88/1

Circulaire nr. Ci.RH.243/396.122 dd. 03.06.1988


Bull. nr. 674, pag. 1177

LEVENSVERZEKERING
Vrijstelling van de aflossingen van leningen gewaarborgd door een
schuldsaldoverzekering.


Krachtens artikel 54, 3° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen kunnen de kapitaalaflossingen van sommige hypothecaire leningen in mindering worden gebracht van het totale bedrijfsinkomen.

Die aftrek is doorgaans slechts mogelijk wanneer door toedoen van de kredietinstellingen een attest wordt verstrekt waarop ondermeer de verkoopwaarde wordt vermeld van het woonhuis dat wordt gebouwd, verworven of verbouwd.

Ter zake wordt de jongste tijd meer en meer vastgesteld dat sommige financiële instellingen het begrip "verkoopwaarde" op verschillende wijze interpreteren en in bepaalde gevallen zelfs meer dan één verkoopwaarde op hun attesten vermelden. Deze handelwijze leidt onvermijdelijk tot talrijke betwistingen.

Een niet eenvormige interpretatie van het begrip verkoopwaarde is oorzaak van een ongelijke behandeling van belastingplichtigen die zich in een identieke situatie bevinden.

Om in de toekomst elke discriminatie te verhelpen heeft de Administratie der directe belastingen beslist dat met betrekking tot leningscontracten gesloten vanaf 1 juli 1988, op het door de kredietinstelling af te leveren fiscale attest voortaan nog slechts één verkoopwaarde mag worden vermeld, namelijk de realisatiewaarde van het onroerend goed, in voorkomend geval na bouw of verbouwing, onder de gewone marktvoorwaarden, buiten de gedwongen verkoop.

Hangende geschillen omtrent de interpretatie van het begrip "verkoopwaarde" en meer bepaald betwistingen of de gedwongen, dan wel normale verkoopwaarde in aanmerking moet worden genomen, zullen in het voordeel van de belastingplichtige mogen worden beslecht, indien zij betrekking hebben op leningscontracten gesloten vóór 1.7.1988.

De aandacht blijft nochtans gevestigd op het antwoord van de Minister op de parlementaire vraag nr. 159, van de heer Senator FRIEDERICHS, dd. 3.2.1987 (B. 664, blz. 2.017).