Circulaire 2022/C/21 betreffende het grensoverschrijdend verkeer van liquide middelen
Douane, liquide middelen, grensoverschrijdend verkeer, aangifte, kennisgeving
FOD Financiën, 17.02.2022
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen
17/9/2024: wijziging §12 aangifteplicht liquide middelen minderjarige
Inhoudstabel
Circulaire 2022/C/21 betreffende het grensoverschrijdend verkeer van liquide middelen
5. Te vervullen formaliteiten voor liquide middelen die de EU binnenkomen of verlaten via België
7. Wie moet een aangifte indienen?
8. Bedragen onder de grens van 10.000 euro
9. Tijdelijke inbewaringneming
10. Beteugeling van de inbreuken
11. Bewaring van de aangiftes en kennisgevingen
1. Inleiding
§1. De aangifte- en kennisgevingsplicht voor liquide middelen maakt deel uit van de Europese en Belgische strategie ter voorkoming van het witwassen van geld en ter bestrijding van terrorismefinanciering.
Begeleide liquide middelen vanaf een waarde van 10.000 euro moeten aangegeven worden bij de douane bij het binnenkomen of verlaten van de EU via België. Voor onbegeleide liquide middelen die de EU binnenkomen of verlaten via België geldt nu ook een kennisgevingsplicht wanneer de douane hierom verzoekt. De kennisgeving op verzoek van onbegeleide liquide middelen is een nieuw gegeven. Daarnaast worden bepaalde soorten goud ook als liquide middel beschouwd.
Ook voor het grensoverschrijdend verkeer tussen België en andere EU-lidstaten gelden specifieke regels voor de controle op liquide middelen. Liquide middelen vanaf een waarde van 10.000 euro, zowel begeleid als onbegeleid, dienen te worden aangegeven indien de douane hierom verzoekt.
Deze circulaire geeft een overzicht van de belangrijkste bepalingen die van toepassing zijn voor de controle op het grensoverschrijdend verkeer van liquide middelen.
Wijziging van de wettelijke context
Sinds 3 juni 2021 is een nieuwe Europese verordening van toepassing voor de controle van liquide middelen die de EU binnenkomen en verlaten. De Verordening (EU) 2018/1672 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de controle van liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1889/2005, brengt een verstrenging van de bepalingen voor de controle op het grensoverschrijdend verkeer van liquide middelen. De belangrijkste wijzigingen voor het verkeer met derde landen zijn de uitbreiding van het toepassingsgebied van liquide middelen naar goud en prepaidkaarten. Voor prepaidkaarten is echter nog geen aangifte of kennisgeving vereist: de uitvoeringsbepalingen daarvoor moeten door de Europese Commissie nog worden vastgelegd.
Verder is er de invoering van een kennisgevingsplicht op verzoek voor onbegeleide liquide middelen (postcolli, koerierszendingen, onbegeleide bagage of containervracht) en de invoering van nieuwe aangifte- en kennisgevingsformulieren.
Door de inwerkingtreding van de nieuwe verordening werd het koninklijk besluit van 26 januari 2014 houdende maatregelen ter controle van het grensoverschrijdend verkeer van liquide middelen aangepast om in overeenstemming te zijn met de nieuwe verordening. Sinds 4 september 2021 is het koninklijk besluit van 26 januari 2014 houdende maatregelen ter controle van het grensoverschrijdend verkeer van liquide middelen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 augustus 2021, van toepassing.
2. Wettelijke bepalingen
§2. De wettelijke basis voor deze circulaire:
- De Verordening (EU) 2018/1672 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de controle van liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1889/2005;
- Uitvoeringsverordening (EU) 2021/776 van de Commissie van 11 mei 2021 tot het opstellen van modellen voor bepaalde formulieren en technische voorschriften voor de doeltreffende informatie-uitwisseling overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1672 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de controle van liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten;
- De Algemene Wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977 (AWDA);
- De besluitwet van 6 oktober 1944 ter inrichting van de controle op alle mogelijke overdrachten van goederen en waarden tussen België en het buitenland;
- De wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;
- Het koninklijk besluit van 26 januari 2014 houdende maatregelen ter controle van het grensoverschrijdend verkeer van liquide middelen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 augustus 2021.
3. Definities
§3. In deze circulaire worden de volgende definities gehanteerd:
- “Verordening (EU) 2018/1672”: Verordening (EU) 2018/1672 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de controle van liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1889/2005;
- “Uitvoeringsverordening (EU) 2021/776”: Uitvoeringsverordening (EU) 2021/776 van de Commissie van 11 mei 2021 tot het opstellen van modellen voor bepaalde formulieren en technische voorschriften voor de doeltreffende informatie-uitwisseling overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1672 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de controle van liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten;
- “koninklijk besluit van 26 januari 2014”: koninklijk besluit van 26 januari 2014 houdende maatregelen ter controle van het grensoverschrijdend verkeer van liquide middelen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 augustus 2021;
- “besluitwet van 6 oktober 1944”: besluitwet van 6 oktober 1944 ter inrichting van de controle op alle mogelijke overdrachten van goederen en waarden tussen België en het buitenland;
- “anti-witwaswet”: wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;
- “derde land”: een land dat geen deel uitmaakt van het grondgebied van de Europese Unie;
- “liquide middelen”:
a) in geval van extra-Unie verkeer (artikel 2 van Verordening (EU) 2018/1672):
- contant geld: bankbiljetten en muntstukken die als betaalmiddel in omloop zijn of die als betaalmiddel in omloop zijn geweest en nog altijd via financiële instellingen of centrale banken kunnen worden ingewisseld voor bankbiljetten en muntstukken die als betaalmiddel in omloop zijn;
- verhandelbare instrumenten aan toonder: andere instrumenten dan contant geld die de houders ervan aanspraak geven op een geldsom op vertoon van het instrument zonder dat hij het bewijs van zijn identiteit of zijn aanspraak op die som hoeft te leveren. Het betreft reischeques, en cheques, promessen of betalingsopdrachten die aan toonder gesteld zijn, ondertekend zijn zonder dat de naam van de begunstigde is vermeld, geëndosseerd zijn zonder beperking, op naam van een fictieve begunstigde gesteld zijn, of anderszins een zodanige vorm hebben dat de aanspraak erop bij afgifte wordt overgedragen;
- als zeer liquide waardedrager gebruikte commodity's: gouden munten met een goudgehalte van ten minste 90 % en goudstaven, goudklompjes of -slakken met een goudgehalte van ten minste 99,5 %;
- (prepaidkaarten – pas van toepassing wanneer op Europees niveau de uitvoeringsbepalingen zijn bepaald).
b) in geval van intra-Unie verkeer (artikel 3 van het koninklijk besluit van 26 januari 2014):
- contant geld: bankbiljetten en muntstukken die als betaalmiddel in omloop zijn;
- verhandelbare instrumenten aan toonder: instrumenten met inbegrip van monetaire instrumenten aan toonder zoals reischeques, verhandelbare instrumenten (waaronder cheques, promessen en betalingsopdrachten) die aan toonder gesteld zijn, geëndosseerd zijn zonder beperking, op naam van een fictieve begunstigde gesteld zijn, of anderszins een zodanige vorm hebben dat de aanspraak erop bij afgifte wordt overgedragen, en onvolledige instrumenten (waaronder cheques, promessen en betalingsopdrachten) die ondertekend zijn, maar niet op naam van een begunstigde gesteld zijn.
Alle bovenstaande instrumenten worden opgeteld voor het bepalen of de grens van 10.000 euro bereikt is.
4. Bevoegde autoriteit
§4. De Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen (AAD), kortweg de douane, is aangeduid als de autoriteit bevoegd om de aangifte, de kennisgeving en de aangifte op verzoek in ontvangst te nemen zowel in het geval van het extra-Unie als het intra-Unie verkeer.
Verder zijn voor de controle op de uitvoering van de bepalingen in deze circulaire, naast de ambtenaren van de douane, ook de officieren van de gerechtelijke politie, de ambtenaren van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, de ambtenaren van de Algemene Administratie van de Thesaurie en de bankrevisoren bevoegd (artikel 7 van het koninklijk besluit van 26 januari 2014).
5. Te vervullen formaliteiten voor liquide middelen die de EU binnenkomen of verlaten via België
§5. Er geldt een aangifteplicht wanneer u naar de EU reist of de EU verlaat met liquide middelen vanaf een waarde van 10.000 euro (artikel 3 van Verordening (EU) 2018/1672). De aangifte dient te worden ingediend bij de douane op de eerste plaats van binnenkomen in de EU of de laatste plaats van verlaten van de EU.
Verduidelijkend voorbeeld:
Als u als Spanjaard via België naar de Verenigde Staten wil reizen en vanuit Madrid een vlucht naar Brussel neemt om vervolgens van daaruit een rechtstreekse vlucht te nemen naar New York, dan dient u een aangifte in te dienen bij de Belgische douane in de luchthaven van Zaventem.
Als u als Belg via Portugal naar Brazilië wil reizen en vanuit Brussel een vlucht naar Lissabon neemt om vervolgens van daaruit een rechtstreekse vlucht te nemen naar Sao Paolo, dan dient u een aangifte in te dienen bij de Portugese douane in de luchthaven van Lissabon.
§6. Voor onbegeleide liquide middelen vanaf een waarde van 10.000 euro verzonden via (post)pakket, (container)vracht en koerierszending kan de douane naar aanleiding van een controle verzoeken een kennisgeving in te dienen. Het kennisgevingsformulier dient binnen de 30 dagen ingevuld teruggezonden te worden naar de douane, door de afzender, ontvanger of vertegenwoordiger van de liquide middelen (artikel 4 van Verordening (EU) 2018/1672).
§7. Sinds 3 juni 2021 zijn nieuwe aangifte- en kennisgevingsformulieren van toepassing voor het grensoverschrijdend verkeer van liquide middelen met derde landen. De formulieren zijn vastgelegd in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/776 en zijn uniform in alle EU-lidstaten.
§8. De aangifte en kennisgeving worden elektronisch of schriftelijk ingediend bij de douane. De modaliteiten voor het elektronisch indienen van de aangifte en kennisgeving moeten nog bepaald worden - in de praktijk moeten deze formulieren dus nog steeds op papier voorgelegd worden aan de douane.
U kan het aangifte- en kennisgevingsformulier voor liquide middelen die de EU binnenkomen of verlaten via België raadplegen op de website van de AAD
6. Te vervullen formaliteiten voor liquide middelen die België binnenkomen vanuit of verlaten naar een andere EU-lidstaat
§9. Bij het binnenkomen van België vanuit of verlaten van België naar een andere EU-lidstaat moeten zowel begeleide als onbegeleide liquide middelen vanaf een waarde van 10.000 euro worden aangegeven wanneer de douane hierom verzoekt (artikel 4 van het koninklijk besluit van 26 januari 2014).
In het kader van het grensoverschrijdend verkeer van liquide middelen binnen de EU worden enkel contant geld en verhandelbare instrumenten aan toonder beschouwd als liquide middelen. Goud moet niet aangegeven worden.
§10. Sinds 4 september 2021 zijn nieuwe aangifteformulieren van toepassing voor het grensoverschrijdend verkeer van liquide middelen binnen de EU. De formulieren voor het verkeer tussen België en andere EU-lidstaten zijn vastgelegd in het koninklijk besluit van 26 januari 2014.
§11. De aangifte op verzoek wordt mondeling gedaan aan de douane. De douane kan dan beslissen of er een schriftelijke aangifte vereist is.
U kan het aangifteformulier voor liquide middelen die België binnenkomen vanuit of verlaten naar een andere EU-lidstaat raadplegen op de website van de AAD
7. Wie moet een aangifte indienen?
S1 §12. De verplichting geldt voor natuurlijke personen en rechtspersonen die 10.000 euro of meer (laten) vervoeren bij het binnenkomen of verlaten van de EU via België, of bij het binnenkomen vanuit of verlaten van België naar een andere EU-lidstaat.
Voor personen die in een groep reizen, geldt het drempelbedrag van 10.000 euro voor iedere meerderjarige persoon afzonderlijk. De verplichting om liquide middelen aan te geven geldt ook voor minderjarigen via hun ouders of wettelijke voogden, en voor personen die onder bewind staan via hun wettelijke vertegenwoordiger.
De vervoerder of drager van de liquide middelen is verantwoordelijk voor de aangifte, ook in het geval de vervoerder minderjarig is. Indien de minderjarige effectief de vervoerder is van liquide middelen vanaf een grens van 10.000 euro, dan wordt een aangifte opgesteld op naam van de minderjarige. De aangifte dient echter te worden ondertekend door de ouder/wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige.
Als de ouder/wettelijk vertegenwoordiger vervoerder is van liquide middelen vanaf een waarde van 10.000 euro die eigendom of deels eigendom zijn van een minderjarige, dan moet de ouder de aangifte indienen als vervoerder en in de aangifte verduidelijken wie de eigenaar(s) is (zijn).
Toepassing van de taalwetgeving bij de formulieren
§13. De aangever of kennisgever moet de formulieren in één van de officiële landstalen van België gebruiken en ze in één van deze talen invullen.
Echter dient een burger woonachtig in het homogeen Nederlandse taalgebied verplicht het Nederlandstalig formulier te gebruiken indien hij in het homogeen Nederlandse taalgebied een aangifte moet indienen. Een dergelijke wettelijke bepaling bestaat niet voor burgers woonachtig in Wallonië of Brussel.
Op de website van de Europese Commissie zijn formulieren beschikbaar in verschillende vreemde talen die reizigers kunnen helpen bij het invullen van de formulieren (officiële EU-talen, Chinees, Russisch, Arabisch, …). De aangiftes in vreemde talen mogen echter enkel gebruikt worden als referentiemiddel.
How to declare? | Taxation and Customs Union (europa.eu)
8. Bedragen onder de grens van 10.000 euro
§14. Conform de nieuwe bepalingen mag de douane ook optreden bij bedragen van minder dan 10.000 euro indien er aanwijzingen zijn dat de liquide middelen (zowel begeleid als onbegeleid) met criminele activiteiten verband houden. Deze bepalingen gelden zowel voor het grensoverschrijdend verkeer tussen België en derde landen als het grensoverschrijdend verkeer tussen België en EU-lidstaten (artikel 8 van het koninklijk besluit van 26 januari 2014).
De douane zal de gegevens in dit geval registreren en de liquide middelen in bewaring nemen (zie punt 9. Tijdelijke inbewaringneming).
§15. Onder criminele activiteiten wordt begrepen iedere vorm van betrokkenheid bij het plegen van een misdrijf dat in verband staat met de activiteiten vermeld in artikel 4, eerste lid, 23° van de anti-witwaswet:
- terrorisme of de financiering van terrorisme;
- georganiseerde misdaad;
- illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;
- illegale handel in wapens, goederen en koopwaren met inbegrip van antipersoonsmijnen en/of submunitie;
- mensensmokkel;
- mensenhandel;
- exploitatie van de prostitutie;
- illegaal gebruik bij dieren van stoffen met hormonale werking of illegale handel in dergelijke stoffen;
- illegale handel in menselijke organen of weefsels;
- fraude ten nadele van de financiële belangen van de Europese Unie;
- ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd;
- sociale fraude;
- verduistering door personen die een openbare functie uitoefenen en corruptie;
- ernstige milieucriminaliteit;
- namaak van muntstukken of bankbiljetten;
- namaak van goederen;
- zeeroverij;
- een beursmisdrijf;
- het onwettig openbaar aantrekken van spaargeld;
- het verlenen van bankdiensten, financiële diensten, verzekeringsdiensten of geldovermakingsdiensten, of valutahandel, of enige andere gereglementeerde activiteit, zonder over de voor die activiteiten vereiste vergunning te beschikken of aan de toegangsvoorwaarden te voldoen;
- oplichting;
- misbruik van vertrouwen;
- misbruik van vennootschapsgoederen;
- een gijzeling;
- een diefstal;
- afpersing;
- de staat van faillissement;
- informaticacriminaliteit.
9. Tijdelijke inbewaringneming
§16. Indien niet werd voldaan aan de aangifte- of kennisgevingsplicht, of de aangifteplicht op verzoek, of indien er aanwijzingen zijn dat de liquide middelen ongeacht het bedrag met criminele activiteiten verband houden, dan neemt de douane de liquide middelen tijdelijk in bewaring (artikel 8 van het koninklijk besluit van 26 januari 2014).
Na het verstrijken van de termijn van inbewaringneming zoals bepaald in artikel 8 van het koninklijk besluit van 26 januari 2014, worden de liquide middelen terug vrijgegeven onverminderd de mogelijkheid tot inbeslagname door of op vordering van de gerechtelijke autoriteiten, en in voorkomend geval na inhouding van een geldboete (zie punt 10. Beteugeling van de inbreuken).
10. Beteugeling van de inbreuken
§17. Indien niet werd voldaan aan de aangifte- of kennisgevingsplicht, of de aangifteplicht op verzoek, kunnen - naast de mogelijkheid om de liquide middelen in bewaring te nemen - sancties worden opgelegd (artikelen 10 en 11 van het koninklijk besluit van 26 januari 2014).
§18. Inbreuk of poging tot inbreuk op de aangifte- en kennisgevingsplicht in het kader van het grensoverschrijdend verkeer met derde landen wordt bestraft overeenkomstig artikel 261 van de AWDA met een geldboete van 125 euro tot 1.250 euro en de verbeurdverklaring van de liquide middelen.
§19. Inbreuk of poging tot inbreuk op de aangifteplicht op verzoek in het kader van het grensoverschrijdend verkeer binnen de EU wordt bestraft overeenkomstig artikel 5 van de besluitwet van 6 oktober 1944 met een geldboete van 25 euro tot 25.000 euro en een gevangenisstraf van 8 dagen tot 5 jaar.
11. Bewaring van de aangiftes en kennisgevingen
§20. De verstrekte informatie en persoonsgegevens in de aangiftes en kennisgevingen worden vastgelegd en verwerkt door de AAD en ter beschikking gesteld van de Cel voor Financiële Informatieverwerking (artikel 9 van Verordening (EU) 2018/1672).
De gegevens worden standaard gedurende 5 jaar bewaard (artikel 13 van Verordening (EU) 2018/1672). De verwerking van persoonsgegevens vindt uitsluitend plaats met het oog op de voorkoming en de bestrijding van criminele activiteiten.
12. Overzichtstabel
§21. Hieronder volgt een kort overzicht van wat als liquide middel wordt beschouwd in het kader van het grensoverschrijdend verkeer met derde landen enerzijds en het grensoverschrijdend verkeer binnen de EU anderzijds, en wanneer een aangifteplicht of kennisgevingsplicht (op verzoek) geldt.
Extra-Unie | Intra-Unie | |
Wat zijn liquide middelen? | - Contant geld | - Contant geld |
Begeleide liquide middelen ≥ 10.000 euro | Aangifteplicht | Aangifteplicht op verzoek van de douane |
Onbegeleide liquide middelen ≥ 10.000 euro | Kennisgevingsplicht op verzoek van de douane | Aangifteplicht op verzoek van de douane |
13. Slotbepalingen
§22. Deze circulaire is onmiddellijk van toepassing.
Voor de Administrateur-generaal van de douane en accijnzen
De Adviseur-generaal,
Nele DERYNCK
