17.06.2008 - Omzendbrief D.I. 684.0 - D.T. 258.858 (opgeheven)
Federale Overheidsdienst FINANCIEN
BELASTINGEN EN INVORDERING
Administratie der Douane en Accijnzen
NOMENCLATUUR, LANDBOUW EN WAARDE
LANDBOUWPROCEDURES | D.I. 684.0 |
D.T. 258.858 |
Bijlagen : / Brussel, 17 juni 2008
ANNULERING – GELDIGMAKING ACHTERAF – RECTIFICATIE VAN AANGIFTEN MET AANSPRAAK OP RESTITUTIE
EN
BEHEER VAN BIRB-DOSSIERS
Inhoud
Inleiding............................................................2
- Aanvraag restitutie..................................................2
- Aanvaardbaarheid van een aangifte met aanspraak op restitutie door PLDA 3
- Annulering...........................................................4
- Geldigmaking achteraf................................................4
- Regularisatie op aanvraag van de aangever............................4
5a) Voorwaarde 1 niet voldaan (= geen E-code in vak 37(2) )........4
5b) Eén van de voorwaarden van § 5 niet voldaan of verkeerde E-code in vak 37(2) 5
Inleiding
- Recent is door het Enig kantoor de nota Annulering en regularisatie van Douane- en Accijnsaangiften gepubliceerd op de website PLDA. Gezien de specifieke wetgeving inzake restitutie, de betrokkenheid van het BIRB en de kennis die bepaalde diensten (o.a. de Gewestelijke directies en de Centrale administratie – Dienst Nomenclatuur, Landbouw en Waarde) ter zake hebben opgebouwd, moeten er voor aangiften met aanspraak op restituties een aantal afwijkingen worden voorzien aan die nota.
Voor aangiften met aanspraak op restituties wordt als regularisatiemethode enkel de rectificatie (= vervanging door een nieuwe aangifte) toegestaan; verbetering van de oorspronkelijke aangifte of aanvulling door een regularisatieaangifte wordt niet toegestaan.
Tenzij andersluidende bepalingen, zijn de in de punten 1 t/m 6 opgenomen bepalingen van toepassing op volgende aangiften met aanspraak op restitutie:
- manuele aangiften opgemaakt door niet-douane-expediteurs volgens de nieuwe toelichting Enig document;
- manuele aangiften opgemaakt door douane-expediteurs vóór de inwerkingtreding van PLDA die na de inwerkingtreding ervan moeten worden geannuleerd, achteraf geldig gemaakt of gerectificeerd;
- papierloze douaneaangiften en manuele aangiften opgemaakt in het kader van een noodprocedure.
- Tevens wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om onder punt 7 de dienstnota ‘Overheveling van het beheer van BIRB-dossiers’ van 7 juli 2005 (DT 243.360/2) gericht aan de Gewestelijke directeurs aan te passen en te integreren in deze omzendbrief.
Er wordt op gewezen dat deze bepalingen niet enkel betrekking hebben op de hiervoor opgesomde aangiften, maar ook op de andere aangiften met aanspraak op restitutie, op controle-exemplaren T5, op invoercertificaten AGRIM en op uitvoer- of voorfixatiecertificaten AGREX.
- In hetgeen hierna volgt wordt de Centrale administratie – Dienst Nomenclatuur, Landbouw en Waarde kortweg CA-Dienst DT genoemd.
1. Aanvraag restitutie
- Om aanspraak te kunnen maken op restituties moet voor aangiften die opgemaakt zijn volgens de nieuwe toelichting Enig document één van onderstaande E-codes vermeld zijn in vak 37(2). (= voorwaarde 1)
Voor in Bijlage I vermelde goederen :
Vak | Code | Procedure of regeling | Voorwaarde |
37(2) | E51 | Landbouwproducten waarvoor restitutie wordt aangevraagd die afhankelijk is van een uitvoercertificaat (in bijlage I vermelde goederen) | 1 |
E52 |
Landbouwproducten waarvoor restitutie wordt aangevraagd die niet afhankelijk is van een uitvoercertificaat (in bijlage I vermelde goederen) | ||
E53 |
In kleine hoeveelheden uit te voeren landbouwproducten waarvoor restitutie wordt aangevraagd die niet afhankelijk is van een uitvoercertificaat (in bijlage I vermelde goederen) |
Voor niet in Bijlage I vermelde goederen (= Verwerkte landbouwproducten) :
Vak | Code | Procedure of regeling | Voorwaarde |
37(2) | E61 |
Landbouwproducten waarvoor restitutie wordt aangevraagd die afhankelijk is van een restitutiecertificaat (niet in bijlage I vermelde goederen) | 1 |
E62 |
Landbouwproducten waarvoor restitutie wordt aangevraagd die niet afhankelijk is van een restitutiecertificaat (niet in bijlage I vermelde goederen) | ||
E63 |
In kleine hoeveelheden uit te voeren landbouwproducten waarvoor restitutie wordt aangevraagd en waarvoor geen restitutiecertificaat is vereist (niet in bijlage I vermelde goederen) |
- Om recht te hebben op het volledig bedrag aan restituties moeten voor aangiften die opgemaakt zijn volgens de nieuwe toelichting Enig document volgende zaken eveneens vermeld zijn:
Vak | Gegevens | Voorwaarde | |
33 |
Al naar het gelang het uitgevoerde product valt onder een van de hierna opgesomde tabellen van de Bijlage X van het BLEU – Douane Gebruikstarief (Boekwerk): | 2 | |
X-A tot X-MA | restitutiecode (12 cijfers: 8 in 1e deelvak 1 en 4 in 3e deelvak) | ||
X-MB |
GN-code + code vermelding in vak 44: 44-684I000-563(1) - Restitutiecode: GEEN | ||
X-N | enkel een GN-code | ||
31 | vereiste gegevens | 3 | |
44 |
noodzakelijke codes en identificatiegegevens van bij te voegen documenten (Bijvoegsel 6B en 6D van de Toelichting op het Enig document) | 4 | |
44 |
noodzakelijke codes en bijzondere vermeldingen (Bijvoegsel 6A en 6C van de Toelichting op het Enig document) | 5 | |
44 | alle toepasselijke codes en vermeldingen van het Verzoek tot betaling (Bijvoegsel 6C van de Toelichting op het Enig document) | 6 | |
- Gelet op de verantwoordelijkheid van de aangever (cfr. § 547 van de Instructie Landbouwprocedures (DI 684.0) bij het invullen van zijn aangiften, volgt dat:
- indien niet voldaan is aan voorwaarde 1, de aangifte beschouwd wordt als een aangifte zonder aanspraak op restitutie;
- indien niet voldaan is aan één of meerdere van de voorwaarden 2 t/m 6, de uitvoerder het risico loopt dat het BIRB de restitutie niet of slechts gedeeltelijk uitbetaalt.
Voor aangiften opgemaakt volgens de nieuwe toelichting Enig document, vervangen de bepalingen van §§ 4 t/m 6 hiervoor deze opgenomen in § 563 van de Instructie Landbouwprocedures (DI 684.0).
2. Aanvaardbaarheid van een aangifte met aanspraak op restitutie door PLDA
7. De CA-Dienst DT heeft aan de verantwoordelijken van PLDA met nadruk gevraagd om zo snel mogelijk validatieregels in te voegen om na te gaan of voorwaarde 1, 2 en 6 gelijktijdig vervuld zijn.
De douanediensten en de marktdeelnemers zullen van zodra deze validatieregels operationeel zijn, hiervan op de hoogte worden gesteld.
3. Annulering
8. De procedure opgenomen in de nota Annulering en regularisatie van Douane- en Accijnsaangiften is van toepassing. Er wordt op gewezen dat deze procedure enkel van toepassing is indien de aangever zijn aangifte intrekt en geen nieuwe aangifte indient ter vervanging van de oorspronkelijke aangifte.
In voorkomend geval moeten de aanzuiveringvermeldingen op het uitvoer- of voorfixatiecertificaat AGREX geannuleerd worden zoals voorgeschreven in § 121 van de Instructie Landbouwprocedures (DI 684.0).
Tot nader order moet ook het BIRB schriftelijk op de hoogte gesteld worden van een dergelijke annulering. Dit dient te gebeuren met een omstandig verslag waarin alle feiten nauwkeurig worden uiteengezet. Dit verslag moet via de Gewestelijke directie naar het BIRB worden gestuurd.
4. Geldigmaking achteraf
9. Overeenkomstig § 587 van de Instructie Landbouwprocedures (DI 684.0) mag een aangifte met aanspraak op restitutie niet achteraf worden geldig gemaakt.
5. Regularisatie op aanvraag van de aangever
5a) Voorwaarde 1 niet voldaan (= geen E-code in vak 37(2) )
- Wanneer op een aangifte ingevuld volgens de nieuwe toelichting Enig document geen E- code vermeld is in vak 37(2) en de aangever vraagt om dit alsnog te voorzien, moet dit overeenkomstig § 6, eerste streepje hiervoor beschouwd worden als een aanvraag tot het achteraf geldig maken van een aangifte met aanspraak op restitutie, dit ter vervanging van een aangifte zonder aanspraak op restitutie (= rectificatie).
Behalve voor de uitzonderingen opgenomen in § 11 hierna, mag dit overeenkomstig § 587 van de Instructie Landbouwprocedures (DI 684.0) niet worden toegestaan.
- In de volgende gevallen mag het dossier tot achteraf geldigmaking door de bevoegde dienst van het hulpkantoor toch in overweging worden genomen:
- tot en met 30 juni 2008:
manuele aangiften ingevuld volgens de nieuwe toelichting Enig document die geen E-code bevatten in vak 37(2), maar die wel de toepasselijke gegevens bevatten in vak 33 en eventueel vak 44 (§ 5, voorwaarde 2), en de toepasselijke codes en vermeldingen van het Verzoek tot betaling in vak 44 (§ 5, voorwaarde 6);
- tot de operationalisering van de in § 7 bedoelde validatieregels:
papierloze aangiften die geen E-code bevatten in vak 37(2), maar die wel de toepasselijke gegevens bevatten in vak 33 en eventueel vak 44 (§ 5, voorwaarde 2), en/of de toepasselijke codes en vermeldingen van het Verzoek tot betaling in vak 44 (§ 5, voorwaarde 6).
Dergelijke dossiers dienen voor beslissing naar de Gewestelijke directeur te worden gestuurd. Indien de Gewestelijke directeur vindt dat die aanvraag voor een gunstige beslissing in aanmerking komt, moet hij het dossier voor advies onderwerpen aan de CA-Dienst DT.
In het dossier moet duidelijk vermeld worden of de betrokken aangifte door de lokale selectieambtenaar al dan niet in aanmerking werd genomen voor een selectie van een fysieke
controle overeenkomstig de bepalingen van de Instructie Controle bij uitvoer van landbouwproducten van 1 april 2008 (D.I. 630. 1 - D.T. 258.100).
- Wanneer een verkeerde E-code vermeld is in vak 37(2), kan de aangever overeenkomstig punt 5b) hierna vragen om de aangifte te regulariseren.
5b) Eén van de voorwaarden van § 5 niet voldaan of verkeerde E-code in vak 37(2)
- Indien in deze gevallen de aangever alsnog vraagt om de aangifte te regulariseren, moet de oorspronkelijke aangifte steeds vervangen worden door een nieuwe aangifte (= rectificatie).
- Naast de bepalingen opgenomen in punten 2.A.1. of 2.B.1. van de nota Annulering en regularisatie van Douane- en Accijnsaangiften blijven de bepalingen opgenomen in §§ 588 t/m 591 van de Instructie Landbouwprocedures (DI 684.0) van toepassing.
Dit houdt in dat wanneer de bevoegde dienst van het hulpkantoor van oordeel is dat de aanvraag tot regularisatie kan worden toegestaan, het dossier voor beslissing naar de Gewestelijke directeur moet worden gestuurd. Indien de Gewestelijke directeur vindt dat die aanvraag voor een gunstige beslissing in aanmerking komt, moet hij het dossier voor advies onderwerpen aan de CA-Dienst DT, voor zover dergelijke rectificaties betrekking hebben op meer dan 500 euro aan bijkomende uit te betalen restituties. Deze beperking van 500 euro geldt niet voor regularisaties van aangiften aanvaard tot en met 30 juni 2008.
6. Regularisatie na vaststelling van de douane
15. Naast de bepalingen opgenomen in punten 2.A.2 en 3. of 2.B. 2 en 3. van de nota Annulering en regularisatie van Douane- en Accijnsaangiften blijven ook de bepalingen opgenomen in §§ 584 t/m 586 van de Instructie Landbouwprocedures (DI 684.0) van toepassing.
Dit houdt ondermeer in dat het BIRB van elke vaststelling op de hoogte moet worden gesteld via de Gewestelijke directeur, en dat de oorspronkelijke aangifte steeds moet vervangen worden door een nieuwe aangifte (= rectificatie).
7. Beheer BIRB-dossiers
- Sedert 1 juli 2004, stuurt het BIRB bepaalde regularisatiedossiers rechtstreeks aan de Gewestelijke directeur over het betrokken hulpkantoor in plaats van via de CA-Dienst DT. Andere dossiers worden door het BIRB rechtstreeks naar de betrokken aangever gestuurd. In de volgende paragrafen wordt vermeld welke dossiers door het BIRB rechtstreeks naar de Gewestelijke directeur, de aangever of de CA-Dienst DT worden gestuurd en welke de bepalingen zijn die de douane daarbij in acht moet nemen. Wanneer in de hierna volgende paragrafen sprake is van een aangifte zonder specificatie, dan wordt zowel de manuele (volgens de oude of de nieuwe toelichting Enig document) als de papierloze aangifte bedoeld.
- Het BIRB stuurt volgende dossiers naar de gewestelijke directeur over het betrokken hulpkantoor:
a) problemen betreffende de gegevens opgenomen in de administratieve vakken (aangeduid met een letter) van een manuele aangifte;
b) tegenstelling tussen een gegeven vermeld op de aangifte en op het controle-exemplaar T5 en/of op het uitvoer- of voorfixatiecertificaat AGREX;
c) tegenstelling tussen een gegeven vermeld op het controle-exemplaar T5 en het uitvoer- of voorfixatiecertificaat AGREX;
d) het certificaat van fysieke controle of een ander naar het BIRB op te sturen attest of document ontbreekt;
e) niet of onvolledig door de douane gewaarmerkte verbeteringen op manuele aangiften, op controle-exemplaren T5, op invoercertificaten AGRIM of op uitvoer- of voorfixatiecertificaten AGREX;
f) vak J van het controle-exemplaar T5 niet volledig ingevuld of bevat klaarblijkelijke fouten;
g) een gegeven ontbreekt of is een klaarblijkelijke fout in een willekeurig vak op de voorzijde van het controle-exemplaar T5;
h) een gegeven ontbreekt of is een klaarblijkelijke fout in de afschrijvingsvakken op de keerzijde van het invoercertificaat AGRIM of het uitvoer- of voorfixatiecertificaat AGREX.
Opdat de CA-Dienst DT toezicht zou kunnen uitoefenen en op vraag van een Gewestelijke directeur hulp zou kunnen verlenen,
- zal het BIRB een kopie van elk dossier (brief + bijlagen) en
- moet de Gewestelijke directie een afschrift van elk antwoord aan het BIRB (met in voorkomend geval een kopie van de verbeterde documenten)
naar de CA-Dienst DT, ter attentie van de heer Leroy, sturen.
Bij de behandeling van deze dossiers, zullen de richtlijnen uiteengezet in de punten 5a) en 5b) hiervoor, alsmede deze in §§ 121, 210, 592 en 593 van de Instructie Landbouwprocedures (DI 684.0) en § 105 van de Instructie Controle-exemplaar T5 (DI 687.0) in acht worden genomen.
- Het BIRB stuurt volgende dossiers naar de aangever:
a) een vergissing op een aangifte in de vakken in te vullen door de aangever (vakken aangeduid met een cijfer), tenzij het gaat om een tegenstelling tussen 2 documenten zoals vermeld in § 17, b) en c); de aangever ontvangt een kopie van de PLDA-aangifte of van het exemplaar R met een begeleidingsbrief en kan eventueel een verzoek tot rectificatie indienen bij het hulpkantoor dat de aangifte heeft aanvaard (zie § 593 van de Instructie Landbouwprocedures (DI 684.0));
b) het vak J van het controle-exemplaar T5 werd niet ingevuld of er is geen enkele aanwijzing te vinden betreffende het kantoor van bestemming; de aangever ontvangt het exemplaar “origineel” met het verzoek het document aan het betrokken kantoor voor te leggen ten einde het te laten aanvullen (zie § 105 van de Instructie Controle-exemplaar T5 (DI 687.0)).
Bij de behandeling van deze dossiers moet de douane de documenten rechtstreeks naar het BIRB terugsturen, zonder dat ze nog in handen van de belanghebbende komen. Naast de bepalingen van de hiervoor opgesomde paragrafen moeten ook de bepalingen van de punten 5a) en 5b) hiervoor in acht genomen worden, alsmede deze in §§ 121, 210, 592 en 593 van de Instructie Landbouwprocedures (DI 684.0).
- Het BIRB stuurt volgende dossiers naar de CA-dienst DT:
a) problemen betreffende de gegevens opgenomen in de administratieve vakken (aangeduid met een letter) van een papierloze aangifte;
b) een tegenstelling tussen de gegevens op de aangifte en op het certificaat van fysieke controle;
c) het dossier moet worden toegezonden naar een douaneadministratie van een andere lidstaat;
d) het betrokken douanekantoor kan niet worden geïdentificeerd;
e) het dossier moet worden toegezonden aan meer dan één douanekantoor;
f) er is meer dan één onregelmatigheid vastgesteld, waardoor het noodzakelijk is dat er een meer doorgedreven onderzoek wordt ingesteld.
Bij de doorzending van deze dossiers zal de CA-Dienst DT de nodige richtlijnen geven.
*
* *
De dienstnota ‘Overheveling van het beheer van BIRB-dossiers’ van 7 juli 2005 (DT 243.360/2) gericht aan de Gewestelijk directeurs wordt opgegeven.
Voor de Administrateur Douane en Accijnzen, Bruno Leroy
Directeur
