Circulaire 2017/C/12 betreffende de verkrijging van eigen aandelen
Deze circulaire bespreekt de gevolgen van het arrest van 27.04.2016 van het hof van beroep van Luik met betrekking tot de behandeling van het inkomen dat wordt verkregen door de overdragende vennootschap naar aanleiding van de verkrijging van eigen aandelen door een andere vennootschap.
vennootschapsbelasting ; verkrijging van eigen aandelen ; arrest van 27.04.2016 van het hof van beroep van Luik ; definitief belast inkomen ; verwezenlijkte meerwaarde
FOD Financiën, 14.03.2017
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Vennootschapsbelasting
I. Inleiding
1. Deze circulaire heeft betrekking op het fiscaal regime dat van toepassing is op het inkomen dat wordt verkregen door een vennootschap naar aanleiding van de verkrijging van eigen aandelen door een andere vennootschap (hierna 'inkoop van eigen aandelen').
Meer bepaald wordt de toepassing besproken van de art. 186, 192 en 202, § 1, 2°, WIB 92, naar aanleiding van het arrest van 27.04.2016 van het hof van beroep van Luik (Rolnr. 2010/RG/1070).
II. Relevante wettelijke bepalingen
2. Art. 186, WIB 92, heeft betrekking op de bepaling van het uitgekeerde dividend bij de inkoop van eigen aandelen.
Art. 186, eerste en tweede lid, WIB 92, bepaalt:
"Wanneer een vennootschap op enige wijze eigen aandelen verkrijgt, wordt als uitgekeerd dividend aangemerkt het positieve verschil tussen de verkrijgingsprijs of, bij ontstentenis daarvan, de waarde van die aandelen, en het gedeelte van het gerevaloriseerde gestorte kapitaal dat de verkregen aandelen vertegenwoordigen.
Ingeval de aandelen vóór de ontbinding van de vennootschap worden verkregen onder de voorwaarden gesteld in het Wetboek van vennootschappen, is het eerste lid slechts van toepassing :
1° wanneer op de verkregen aandelen waardeverminderingen worden geboekt ;
2° wanneer de aandelen worden vervreemd ;
3° wanneer de aandelen worden vernietigd of van rechtswege nietig worden ;
4° en uiterlijk bij de ontbinding van de vennootschap."
3. Gelijklopend daarmee bevat art. 202, § 1, 2°, WIB 92, dat betrekking heeft op de DBI-aftrek, de volgende bepaling die specifiek gericht is op de inkoop van eigen aandelen:
"Van de winst van het belastbare tijdperk worden mede afgetrokken, in zover zij erin voorkomen:
1° (…)
2° in zover het een dividend betreft waarop de artikelen 186, 187 of 209 of gelijkaardige bepalingen naar buitenlands recht zijn toegepast, het positieve verschil tussen de verkregen sommen of de waarde van de ontvangen bestanddelen en de aanschaffings- of beleggingsprijs van de aandelen die worden verkregen, terugbetaald of geruild door de vennootschap die ze had uitgegeven, eventueel verhoogd met de desbetreffende voorheen uitgedrukte en niet vrijgestelde meerwaarden ;"
4. Ten slotte bepaalt art. 192, WIB 92, de voorwaarden voor de vrijstelling in de VenB van bepaalde meerwaarden op aandelen.
III. Gevolgen van het arrest van 27.04.2016 van het hof van beroep van Luik
5. Tot op heden heeft de administratie verdedigd dat het inkomen, dat wordt verkregen door een vennootschap naar aanleiding van een inkoop van eigen aandelen, overeenkomstig art. 202, § 1, 2°, WIB 92, de DBI-aftrek (1) kan genieten.
(1) Indien voldaan is aan de voorwaarden voor de DBI-aftrek (zie de art. 202 en 203, WIB 92).
Ter zake konden de bepalingen van art. 192, WIB 92, in geen enkel geval worden toegepast.
6. Het arrest van 27.04.2016 van het hof van beroep van Luik stelt dat administratieve standpunt in vraag.
Volgens het hof behandelt het WIB 92 de verkrijging van eigen aandelen zoals een gedeeltelijke vereffening van de verkrijgende vennootschap maar uitsluitend indien en in de mate dat die vereffening leidt tot een vermindering van het eigen vermogen van de vennootschap. Aangezien de stellingen zoals bedoeld in art. 186, tweede lid, WIB 92, zich niet hebben voorgedaan in de loop van het bedoelde (boek)jaar, is het inkomen dat door de aandeelhoudster (overdragende vennootschap) wordt verkregen geen dividend in de zin van de art. 186 en 18, eerste lid, 2°ter, WIB 92.
Het hof voegt eraan toe dat geen enkele wettelijke bepaling toelaat het inkomen dat door de vennootschap-aandeelhoudster (overdragende vennootschap) wordt verkregen te kwalificeren als dividenden indien tijdens het jaar niet voldaan is aan de voorwaarden van art. 186, tweede lid, WIB 92. Art. 18, eerste lid, 1°, WIB 92, dat betrekking heeft op voordelen die worden toegekend aan aandelen en niet op de opbrengst van de verwezenlijking van die aandelen, evenals art. 202, § 1, 1°, WIB 92, dat betrekking heeft op gewone dividenden, met uitzondering van inkomsten die zijn verkregen naar aanleiding van de afstand (aan een vennootschap) van (haar) eigen aandelen, zijn hier niet van toepassing.
Ze leidt daaruit af dat de verrichting moet worden geanalyseerd zoals een gewone overdracht van aandelen en dat het inkomen dat wordt verkregen door de overdragende vennootschap bijgevolg het eigen fiscaal regime moet ondergaan, namelijk dat van de meerwaarde op aandelen.
7. Ingevolge dat arrest is het aangewezen om het administratieve standpunt ter zake te herzien. Dat houdt in dat, ingeval geen enkele van de vier situaties zoals bedoeld in art. 186, tweede lid, WIB 92, zich tijdens het boekjaar (2) heeft voorgedaan, het inkomen dat wordt ontvangen door de overdragende vennootschap, zal worden beschouwd als een verwezenlijkte meerwaarde op aandelen.
(2) Hier wordt het boekjaar bedoeld van de vennootschap die haar eigen aandelen verkrijgt.
8. Deze circulaire is onmiddellijk van toepassing en dat in alle stadia van de procedure.
Interne ref.: 705.932
