Aanschrijving nr. 81 dd. 13.05.1971

AANSCHRIJVING 71/081

Aanschrijving nr. 81 dd. 13.05.1971


Hoedanigheid van belastingplichtige
Organisatie culturele of sportieve samenkomsten


Ingevolge artikel 4 (nieuw) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, is belastingplichtige eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in dit Wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.

Een geregelde werkzaamheid veronderstelt een opeenvolging van handelingen, hetgeen niet wegneemt dat ze na min of meer lange tussenpozen kunnen worden verricht. Waar het op aan komt is dat de handelingen met een bepaalde regelmaat plaatshebben. Zo wordt een geregelde werkzaamheid in de zin van artikel 4 uitgeoefend door degene die, in het kader van een samenkomst die hij ieder jaar op hetzelfde tijdstip organiseert, handelingen verricht welke in het wetboek worden omschreven.

Uit de economie van het wetboek blijkt echter dat iemand maar als belastingplichtige kan worden aangemerkt wanneer hij die werkzaamheid in het kader van zijn economische activiteit verricht. De administratie neemt dan ook aan dat de vrijstelling van artikel 44 geldt voor de organisatie van culturele of sportieve samenkomsten of van vermakelijkheden door een culturele, sport- of andere vereniging, die al of niet rechtspersoonlijkheid bezit en geen winstoogmerk heeft, wanneer de navolgende voorwaarden samen zijn vervuld :

1° Het doel van de vereniging of groepering mag niet bestaan in de verdediging of de bevordering van de beroepsbelangen van de leden.

2° De vereniging of groepering mag niet opgericht zijn speciaal met het oog op de organisatie van culturele of sportieve samenkomsten of van vermakelijkheden.



De samenkomsten mogen niet van blijvende aard zijn.
4° De opbrengst van die samenkomsten moet uitsluitend worden gebruikt voor het verwezenlijken van het doel van de vereniging of groepering en mag niet zijn onderworpen, in hoofde van de vereniging of groepering, aan de vennootschapsbelasting of, in hoofde van de leden of aangeslotenen, aan de personenbelasting.

5° De vereniging of groepering mag niet de hoedanigheid van belastingplichtige hebben uit oorzaak van andere handelingen.

Voor zover de hierboven opgesomde voorwaarden zijn vervuld, doelt deze aanschrijving dus in hoofdzaak op de verenigingen of groeperingen zoals liefdadigheidsinstellingen, parochiale verenigingen, ouder- of jeugdverenigingen, vaderlandslievende, politieke, culturele, wetenschappelijke, filosofische, filantropische verenigingen, turnverenigingen en de verenigingen voor vrijetijdsbesteding (Wetboek, art. 44, § 2, 12°, nieuw).