Aanschrijving nr. 15/1999 d.d. 23.08.1999
Inbrengrecht
Vrijstelling
Teruggave
Bevordering van het risicokapitaal
Programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
Vrijstelling
Teruggave
Bevordering van het risicokapitaal
Programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
AFZ/97-0234 - Dos. 39
In het Belgisch Staatsblad van 21 februari 1998 werd de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap bekendgemaakt. De artikelen 35 en 36 van deze wet (zie bijlage 1) wijzigen het Wetboek der registratie-, hypotheek en griffierechten, respectievelijk door het opnieuw invoeren van een artikel 123 en door het aanvullen van artikel 209 met een 5°. Deze wijzigingen hebben tot doel een nieuwe vrijstelling van het inbrengrecht in het wetboek in te voegen. Artikel 58 van de voormelde programmawet liet aan de Koning de bevoegdheid om de datum van de inwerkingtreding van de verschillende artikelen te bepalen.
Wat betreft de artikelen 35 en 36 werd de inwerkingtreding bepaald door het koninklijk besluit van 28 mei 1999, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 10 juni 1999 (zie bijlage 2). Krachtens artikel 1 van dit besluit treden deze artikelen in werking op 20 juni 1999.
Deze aanschrijving heeft als doel een eerste commentaar met betrekking tot deze artikelen te verstrekken.
De gecoördineerde tekst van de gewijzigde artikelen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten werd als bijlage aangehecht.
1. Algemene draagwijdte van de vrijstelling.
Het nieuw artikel 123 W.Reg. en het nieuw artikel 209, 5°, van hetzelfde wetboek houden een vrijstelling in van het inbrengrecht van 0,50 pct. voor elke vermeerdering van het kapitaal, met nieuwe inbreng, door een vennootschap bedoeld in artikel 201, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, mits aandelen of andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren van die vennootschap ter notering op een Belgische effectenbeurs zijn (eigenlijke vrijstelling - artikel 123 W.Reg.) of zullen (vrijstelling onder de vorm van een teruggave - artikel 209, 5°, W.Reg.) worden toegelaten.
2. Voorwaarden voor de vrijstelling.
a) De bedoelde vennootschappen (artikel 201, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992)
Het moet gaan om (cumulatieve voorwaarden):
- vennootschappen waarvan de stemgerechtigde aandelen voor meer dan de helft toebehoren aan één of meer natuurlijke personen die de meerderheid van het stemrecht vertegenwoordigen (m.a.w., waarvan de maatschappelijke rechten niet voor de helft of meer toebehoren aan één of meer andere vennootschappen),
en,
- die geen deel uitmaken van een groep waartoe een coördinatiecentrum behoort.
Opmerking. Het is evident dat om de vrijstelling te kunnen genieten, de vennootschap haar zetel van werkelijke leiding in België, hetzij haar statutaire zetel in België en haar zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap, dient te hebben.
b) Het toegekende voordeel heeft slechts betrekking op de vermeerderingen van het statutair kapitaal met nieuwe inbreng (in speciën of in natura).
Opmerking. Het nieuw artikel 209, 5°, W.Reg. vermeldt het artikel 116 W.Reg. Maar het is duidelijk dat de vrijstelling nooit toepassing kan vinden in het door dit artikel beoogde geval daar het slechts de vermeerderingen van het statutair kapitaal zonder nieuwe inbreng betreft (meer bepaald door incorporatie van reserves of van provisies, van winsten, van herwaarderingsmeerwaarden of van uitgiftepremies).
c) Het toegekende voordeel heeft enkel betrekking op het aan het tarief van 0,50 pct. geheven recht, met uitsluiting van het inbrengrecht vastgesteld door artikel 44 W.Reg. (12,50 pct.) of van het recht dat is verschuldigd met toepassing van artikel 120 W.Reg. (bijvoorbeeld het recht vastgesteld voor de overdracht van hypothecaire schuldvorderingen of van huur).
d) De vrijstelling is toepasselijk vanaf het ogenblik dat de betrokken vennootschap aandelen of andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren bezit die tot de notering zijn toegelaten, ook al is dit niet het geval met de aandelen of andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren die als tegenprestatie voor de vrijgestelde inbreng worden toegekend.
e) De vrijstelling wordt toegekend:
- hetzij bij de registratie van de akte wanneer de effecten van de vennootschap reeds ter beursnotering zijn toegelaten op het ogenblik van de vermeerdering van het statutair kapitaal (art. 123 W.Reg.).
In dit geval is de vrijstelling onderworpen aan de vormvoorwaarde dat in de akte of in een vóór de registratie bij de akte te voegen geschrift wordt bevestigd dat de toepassingsvoorwaarden van de vrijstelling zijn vervuld. De verplichting om aan deze voorwaarde te voldoen wordt uitdrukkelijk voorzien in het nieuw artikel 123, lid 2, W.Reg.
- hetzij onder de vorm van een teruggave wanneer nog geen effecten van de vennootschap ter beursnotering zijn toegelaten op het ogenblik van de vermeerdering van het statutair kapitaal (artikel 209, 5° W.Reg.), maar later de toelating tot de beursnotering wordt verkregen.
In dit geval is de teruggave van het inbrengrecht, geheven aan het tarief van 0,50 pct. bij de registratie van de akte houdende vermeerdering van het statutair kapitaal, onderworpen aan de voorwaarde dat de vermeerdering van het statutair kapitaal is geschied binnen het jaar vóór de datum van de toelating tot de notering op een Belgische effectenbeurs. Deze voorwaarde is uitdrukkelijk voorzien in artikel 209, 5°, W.Reg.
Opmerking. Voor zoveel als nodig wordt eraan herinnerd dat overeenkomstig artikel 215 W.Reg., de verjaring van de vordering tot teruggave van registratierechten, interesten en boeten twee jaar bedraagt te rekenen van het ogenblik waarop de vordering is ontstaan. De vennootschap beschikt dus over een termijn van twee jaar, te rekenen van de datum van de toelating tot de beursnotering, om de vordering tot teruggave in te stellen.
De aandacht wordt in het bijzonder gevestigd op het feit dat het voordeel van de maatregel verloren is, en dat geen enkele teruggave kan worden toegestaan, indien op het ogenblik van de vermeerdering van het statutair kapitaal de aandelen van de vennootschap ter beurs genoteerd zijn, maar er bij de registratie niet voldaan is aan de vormvoorwaarde die is voorzien door artikel 123, lid 2, W.Reg.
3. Sancties.
Het nieuw artikel 123, lid 3, W.Reg. bepaalt uitdrukkelijk dat in geval van onjuistheid van de in het tweede lid van hetzelfde artikel voorgeschreven vermelding (waarin de vennootschap bevestigt dat de toepassingsvoorwaarden zijn vervuld), de vennootschap een boete gelijk aan het ontdoken recht verbeurt.
Opmerking. Artikel 123, lid 3, W.Reg. betreft enkel de eisbare boete. Het is vanzelfsprekend dat indien niet voldaan is aan de toepassingsvoorwaarden voor de vrijstelling, het ontdoken recht eveneens zelf eisbaar is.
4. Inwerkingtreding.
Artikel 1 van het koninklijk besluit van 28 mei 1999 tot bepaling van de datum van de inwerkingtreding van de artikelen 35 en 36 van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, bepaalt dat deze artikelen in werking treden de tiende dag na de bekendmaking van het koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad, dus op 20 juni 1999.
Daaruit volgt dat:
- Artikel 123 W.Reg. vanaf 20 juni 1999 van toepassing is op de akten houdende vermeerdering van het statutair kapitaal die aan de gestelde voorwaarden voldoen.
- Artikel 209, 5°, W.Reg. van toepassing is op de akten houdende vermeerdering van het statutair kapitaal van een vennootschap die vanaf 20 juni 1999 de toelating tot beursnotering verkrijgt. Dit artikel kan dus toepassing vinden op akten die vanaf 20 juni 1998 verleden zijn.
Namens de Minister:
De adjunct-administrateur-generaal van de belastingen,
J.-M. DELPORTE
----------
BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 21 februari 1998
10 FEBRUARI 1998. - Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, ONZE GROET.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:
TITEL III. - Versterking van de financiële draagkracht
HOOFDSTUK V. - Bevordering van het risicokapitaal door de toegang tot de beurs te vergemakkelijken
Art. 35. Artikel 123 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, opgeheven door artikel 14 van de wet van 14 april 1965, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
Art. 123. Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 44 en 120 wordt van het evenredig recht vrijgesteld, de vermeerdering van het statutair kapitaal, met nieuwe inbreng, door een vennootschap bedoeld in artikel 201, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, mits aandelen of andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren van die vennootschap ter notering op een Belgische effectenbeurs zijn toegelaten.
Deze vrijstelling is alleen toepasselijk indien in de akte of in een vóór de registratie bij de akte te voegen geschrift wordt bevestigd dat de toepassingsvoorwaarden ervan zijn vervuld.
In geval van onjuistheid van die vermelding verbeurt de vennootschap een boete gelijk aan het ontdoken recht.
Art. 36. In artikel 209 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de artikelen 28 van de wet van 23 december 1958 en 184 van de wet van 22 december 1989, en, wat de Nederlandse tekst betreft, bij artikel 22 van de wet van 13 augustus 1947, wordt een als volgt luidend 5° ingevoegd:
5° de bij toepassing van de artikelen 115, 115bis, 116 en 120 aan het tarief van 0,5 % geheven rechten naar aanleiding van een vermeerdering van het statutair kapitaal, met nieuwe inbreng, door een vennootschap bedoeld in artikel 201, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, mits die vermeerdering van het statutair kapitaal is geschied binnen het jaar vóór de datum van de toelating tot de notering op een Belgische effectenbeurs van aandelen of met aandelen gelijk te stellen waardepapieren van de vennootschap.
TITEL VI. - Inwerkingtreding
Art. 58. De Koning bepaalt de datum van de inwerkingtreding van de bepalingen van deze wet.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 10 februari 1998.
ALBERT
Van Koningswege:
De Eerste Minister,
J.-L. DEHAENE
De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie en Telecommunicatie,
E. Dl RUPO
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Buitenlandse Handel,
Ph. MAYSTADT
De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting,
H. VAN ROMPUY
De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
K. PINXTEN
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Met 's Lands zegel gezegeld:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
BIJLAGE 2
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 10 juni 1999.
28 MEI 1999. - Koninklijk besluit tot bepaling van de datum van de inwerkingtreding van de artikelen 35 en 36 van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, ONZE GROET.
Gelet op de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap inzonderheid op artikel 58;
Hebben Wij besloten en besluiten Wij:
Artikel 1. De artikelen 35 en 36 van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap treden in werking de tiende dag na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Art. 2. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 28 mei 1999.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Financiën,
J.-J. VISEUR
Bron: FisconetPlus
