Aanschrijving nr. 30 dd. 05.12.1975

AANSCHRIJVING 75/030

Aanschrijving nr. 30 dd. 05.12.1975


Regeling op buitenlandse belastingplichtigen.

INHOUD Nrs. Onderwerp van de aanschrijving Hoofdstuk I. Algemeen 2-9 Hoofdstuk II. Buitenlandse belastingplichtigen die hier te lande een vaste inrichting hebben 10-27 Hoofdstuk III. Buitenlandse belastingplichtigen die hier te lande geen vaste inrichting hebben Afdeling 1. Algemeen 28-34 Afdeling 2. Buitenlandse belastingplichtigen met aansprakelijk vertegenwoordiger in België A. Princiepen 35-38 B. Erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger § 1. Erkenningsprocedure 39-46 § 2. Draagwijdte van de door de aansprakelijke vertegenwoordiger aangegane verbintenis 47-59 C. Rechten en verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger 60-79 Afdeling 3. Buitenlandse belastingplichtigen die ontheven zijn van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen A. Bedoelde toestanden 80-84 B. Regeling van toepassing op de buitenlandse belastingplich- tige ingeval van ontslag van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen 85-107 Afdeling 4. Voldoening van de belasting door de in België gevestigde medecontractant van de in het buitenland ge- vestigde belastingplichtige 108- 115 Bijvoegsel. Aftrek door de medecontractant van de buitenlandse belastingplichtige 116- 117 Bijlagen : - Artikel 55 van het BTW-Wetboek - Koninklijk besluit nr. 31, van 29 december 1970. Onderwerp van de aanschrijving.

1. Deze aanschrijving heeft tot doel de regeling te bepalen die inzake belasting over de toegevoegde waarde toepasselijk is op de in het buitenland gevestigde belastingplichtigen die in België handelingen verrichten.

Ten aanzien van de belastingplichtigen die hier te lande geen vaste inrichting hebben (z. hoofdstuk III van de aanschrijving), geeft ze bepaalde bijzondere regels die niet uitsluitend de belastingplichtige zelf betreffen maar soms zijn medecontractant, voor deze categorie van belastingplichtigen, vervangt de aanschrijving overigens deze van 31 december 1970, nr. 105 (Z. Revue nr. 2, blz. 190.), die een eerste commentaar gaf op het koninklijk besluit nr. 31, van 29 december 1970.

EERSTE HOOFDSTUK : ALGEMEEN

Begrip "belastingplichtige".

2. Naar luid van artikel 4 van het BTW-Wetboek is een belastingplichtige, " ... ieder wiens werkzaamheid erin bestaat geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten te verrichten die in dit Wetboek zijn omschreven".

3. Uit die tekst blijkt dat de hoedanigheid van belastingplichtige van een natuurlijke of rechtspersoon niet afhankelijk is van het bestaan in België van de woonplaats of van de maatschappelijke of statutaire zetel van die persoon of zelfs van een of andere zetel van verrichtingen. Behoudens andersluidende bepalingen kunnen de talrijke teksten van het Wetboek of van de uitvoeringsbesluiten met betrekking tot de belastingplichtige, worden toegepast op in het buitenland gevestigde ondernemingen.

4. Het spreekt evenwel vanzelf dat de verschillende bepalingen welke aan belastingplichtigen verplichtingen opleggen enkel de in het buitenland gevestigde ondernemingen aanbelangen indien deze hier goederen leveren of diensten verstrekken, ongeacht of die handelingen onderworpen zijn aan de belasting of vrijgesteld zijn, of indien de bedoelde ondernemingen teruggaaf kunnen krijgen van de Belgische BTW die werd geheven van de goederen die hun werden geleverd of van de diensten die hun werden verstrekt.

Te maken onderscheid tussen de buitenlandse belastingplichtigen.

5. De regeling die van toepassing is op de buitenlandse belastingplichtigen verschilt naargelang zij in België een vaste inrichting hebben of niet.

6. De buitenlandse belastingplichtigen die hier te lande een vaste inrichting hebben zijn in alle opzichten onderworpen aan dezelfde regels als de Belgische belastingplichtigen, voor wat betreft al de handelingen verricht in het raam van de werkzaamheid van de vaste inrichting of inrichtingen. Het statuut van die belastingplichtigen wordt toegelicht in hoofdstuk II.

7. De buitenlandse belastingplichtigen die geen vaste inrichting hebben in België zijn enkel aan verplichtingen onderworpen in de mate dat zij hier te lande goederen leveren of diensten verstrekken, of indien zij teruggaaf wensen te bekomen van de Belgische BTW die werd geheven van de goederen die hun werden geleverd of van de diensten die hun werden verstrekt. De toestand van die belastingplichtigen wordt geregeld door artikel 55 van het BTW-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 31, van 29 december 1970; die bepalingen worden toegelicht in hoofdstuk III.

Begrip "vaste inrichting".

8. Voor de toepassing van de BTW wordt een in het buitenland gevestigde belastingplichtige geacht een vaste inrichting te hebben in België wanneer de volgende twee voorwaarden zijn vervuld :



de belastingplichtige heeft hier te lande een directiezetel, een filiaal, een fabriek, een werkplaats, een agentuur, een magazijn, een kantoor, een laboratorium, een inkoop- of verkoopkantoor, een depot of enige andere vaste inrichting;
die inrichting wordt beheerd door een persoon die bekwaam is om de belastingplichtige te verbinden tegenover de, leveranciers of de klanten.
9. Bouwplaatsen worden niet aangemerkt als bestendige installaties en bijgevolg ook niet als vaste inrichtingen, ongeacht de duur van het werk. De regels van hoofdstuk III zijn dus van toepassing op de buitenlandse onderneming die in België enkel een of meerdere bouwplaatsen heeft (z. inzonderheid nr. 38, 3°).

HOOFDSTUK II : BUITENLANDSE BELASTINGPLICHTIGEN DIE HIER TE LANDE EEN VASTE INRICHTING HEBBEN

Bedoelde belastingplichtigen.

10. In dit hoofdstuk II worden bedoeld, de natuurlijke of rechtspersonen die in het buitenland gedomicilieerd of gevestigd zijn maar die in België één of meer vaste inrichtingen hebben die als werkzaamheid hebben leveringen van goederen te verrichten of dienstprestaties te verstrekken.

Het begrip vaste inrichting werd omschreven in nummer 8.

Toepasselijke regeling.

11. De buitenlandse belastingplichtige die hier te lande een vaste inrichting heeft wordt ten aanzien van de BTW behandeld zoals iedere hier te lande gevestigde belastingplichtige. Hij heeft dezelfde rechten (recht op aftrek, recht op teruggaaf, enz.) en is onderworpen aan dezelfde verplichtingen (houden en overleggen van stukken, facturering, indienen van aangiften, voldoening van de BTW, listing, enz).

12. De oplossing die in nummer 11 wordt gegeven is van toepassing zelfs wanneer al de door de vaste inrichting (en) verrichte handelingen vrijgesteld zijn van de BTW, bijvoorbeeld wegens uitvoer (art. 39 tot 43 van het Wetboek).

Bevoegde BTW-controle.

13. De buitenlandse belastingplichtige die hier te lande een vaste inrichting heeft ressorteert onder het BTW-controlekantoor van het ambtsgebied waarin de vaste inrichting is gevestigd. Hij hangt geenszins af van het Centraal BTW-Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen, dat enkel de buitenlandse belastingplichtigen betreft die hier te lande geen vaste inrichting hebben (z. nr. 60)

14. Wanneer de buitenlandse belastingplichtige hier te lande meerdere vaste inrichtingen heeft is het bevoegd kantoor datgene in het ambtsgebied waarvan de vaste hoofdinrichting is gevestigd of, indien de inrichtingen onafhankelijk zijn van elkaar, het kantoor dat voor de BTW als belangrijkste wordt opgegeven; in dat geval moet voor de toepassing van de BTW de boekhouding van de verschillende inrichtingen worden gecentraliseerd in de aangewezen inrichting en worden in de regel de controles aldaar uitgeoefend.

Registratie voor de BTW.

15. Er wordt één enkel BTW-registratienummer toegekend aan de buitenlandse belastingplichtige. ongeacht of hij hier te lande, één of meerdere vaste inrichtingen heeft.

Verplichtingen van de buitenlandse belastingplichtigen met een vaste inrichting.

16. De buitenlandse belastingplichtige die hier te lande één of meer vaste inrichtingen heeft is voor de werkzaamheid uitgeoefend door die inrichtingen gehouden tot al de verplichtingen welke door de Belgische BTW-wetgeving zijn opgelegd aan belastingplichtigen.

17. Wegens de werkzaamheid uitgeoefend door zijn vaste inrichtingen is hij inzonderheid er toe gehouden :



bij de vestiging van de eerste vaste inrichting in België, een aangifte van aanvang van werkzaamheid in te dienen (z. Wetboek, art. 50, § 1, 1°; kon. besl. nr. 10, van 12 maart 1970, art. I);
een aangifte in te dienen bij de wijziging van de in België uitgeoefende werkzaamheid, en inzonderheid bij de oprichting of afschaffing van bepaalde inrichtingen (z. Wetboek. art. 50, § 1, 1°; kon. besl. nr. 10, art. 2);
een aangifte in te dienen bij de stopzetting van de hier te lande uitgeoefende werkzaamheid (z. Wetboek, art. 50, § 1; kon. besl. nr. 10, art. 3);
facturen of stukken die ze vervangen uit te reiken, waarin de verrichte handelingen worden vastgesteld (z. Wetboek, art. 50, § 1, 2°; kon. besl. nr. 1, van 23 juli 1969, art. 1 tot 82; z. ook nrs. 19 en 20) of, ingeval van ontheffing van de verplichting facturen uit te reiken en bij effectief gebruik van die ontheffing, het bij artikel 12, lid 1, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1 bedoeld dagboek van ontvangsten te houden;
bij de artikelen 11 en 12 van het voornoemd koninklijk besluit bedoelde boekhouding te voeren, en inzonderheid het boek voor inkomende facturen en het boek voor uitgaande facturen (z. nrs. 21 en 22);
iedere maand of ieder kwartaal een BTW-aangifte in te dienen die al de nodige gegevens bevat voor het berekenen van de verschuldigde belasting en van de toe te passen aftrek (z. Wetboek, art. 50, § 1, 3°; kon. besl. nr. 1, art. 16; z ook nrs. 23 en 24);
binnen de voorgeschreven termijn, de belasting te betalen waarvan de verschuldigdheid uit de periodieke aangiften blijkt (z. Wetboek, art. 50, § 1, 4°);
voor de belastingplichtigen die BTW-kwartaalaangiften indienen, de maandelijkse voorschotten te voldoen bedoeld bij artikel 17 van het koninklijk besluit nr. 1 (z. ook min besl. nr. 3, van 24 november 1970);
voor de belastingplichtigen die BTW-maandaangiften indienen, het eindejaarsvoorschot te voldoen bedoeld bij het koninklijk besluit nr. 32, van 14 november 1972 (Z. Revue nr. 10, blz. 7.).
10°ieder jaar de "listing' van de afnemers-belastingplichtigen in te dienen, bedoeld bij artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 23, van 19 oktober 1970;
11°een tabel te houden van de bedrijfsmiddelen die in België werden aangekocht of ingevoerd (z. kon. besl. nr. 3, van 10 december 1969, art. 11, § 4);
12°de inkomende facturen, de dubbelen van de uitgaande facturen, de boeken en stukken voorgeschreven door de Belgische BTW-wetgeving te bewaren gedurende vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari volgend op hun sluiting wat de boeken betreft of op hun datum wat de stukken betreft, evenals de handelsboeken en boekingsstukken, bestelbons, verzendingsstukken en contracten betreffende de in België uitgeoefende werkzaamheid, en deze documenten, ter plaatse waar ze berusten, ter inzage voor te leggen op ieder verzoek van de ambtenaren die belast zijn met een controle (Wetboek, art. 60 en 61).
18. Sommige van de in nummer 17 opgesomde algemene verplichtingen worden, met betrekking tot de buitenlandse belastingplichtigen met een vaste inrichting in België, nader omschreven in de volgende nummers.

Facturering.

19. De facturen en andere stukken die de belastingplichtige moet uitreiken aan zijn medecontractant moeten al de vermeldingen bevatten die door de Belgische BTW-wetgeving worden vereist. In het bijzonder moeten ze het in België aan de buitenlandse belastingplichtige toegekende BTW-registratienummer en het adres van de in België gevestigde vaste inrichting, vermelden.

20. Niets verzet er zich evenwel tegen dat, inzonderheid om redenen van organisatie, de facturen of andere stukken die de vaste inrichting aanbelangen worden opgesteld in het buitenland, en zelfs dat in tegenstelling met hetgeen is bepaald voor de buitenlandse belastingplichtige met aansprakelijke vertegenwoordiger (z. nr. 67), deze stukken rechtstreeks vanuit het buitenland naar de medecontractant worden verzonden, het spreekt evenwel vanzelf dat dubbelen van deze stukken in België moeten worden bewaard tot staving van de boekhouding die aldaar door de (belangrijkste) vaste inrichting moet worden gevoerd (z. ook nr. 27).

Inhoud van de boekhouding.

21. In de boekhouding die in België wordt gevoerd moeten al de handelingen worden ingeschreven uitgevoerd in het raam van de werkzaamheid van de hier te lande gevestigde vaste inrichting(en) (z. nochtans nr. 27).

22. Wanneer de door de vaste inrichting(en) verwezenlijkte jaaromzet niet meer bedraagt dan 10.000.000 frank is de buitenlandse belastingplichtige ontheven van de verplichting hier te lande een gedetailleerde boekhouding te voeren; onder voorbehoud van de andere onder nummer 17 opgesomde verplichtingen (z. onder meer de punten 10° en 11°), mag hij zich beperken tot het houden van een boek voor inkomende facturen, een boek voor uitgaande facturen en eventueel een dagboek van ontvangsten.

Periodieke aangiften.


23. In beginsel moet iedere maand een aangifte worden ingediend.


Wanneer evenwel de door de vaste inrichting(en) verwezenlijkte jaaromzet niet meer bedraagt dan 10.000.000 frank moet de buitenlandse belastingplichtige slechts één aangifte per kwartaal indienen, tenzij hij op een onherroepelijke wijze te kennen heeft gegeven dat hij maandaangiften wenst in te dienen (z. aanschr. 111/1971) (Z. Revue nr. 4, blz.450.).

24. De buitenlandse belastingplichtige die verscheidene vaste inrichtingen heeft in België mag, voor iedere periode, slechts één aangifte indienen welke betrekking moet hebben op de werkzaamheid van al de vaste inrichtingen in België.

Afschaffing van de vaste inrichting.

25. Wanneer de buitenlandse belastingplichtige de vaste inrichting(en) die hij in België exploiteerde, afschaft dient er het volgende onderscheid te worden gemaakt :

a) indien hij tegelijkertijd zijn ganse werkzaamheid in België stopzet, moet hij een aangifte van stopzetting van werkzaamheid in België indienen (z. nr. 17, 3°) en wordt zijn registratie doorgehaald;

b) indien hij van plan is door te gaan met het uitvoeren van handelingen in België, wordt hij onderworpen aan de regeling beschreven in hoofdstuk III. In de regel moet zijn registratie behouden blijven maar hij ressorteert in het vervolg onder het Centraal Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen, hij moet een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen en een aangifte van wijziging van werkzaamheid indienen (z. nr. 17, 2°).

Handelingen verricht zonder de tussenkomst van de vaste inrichtingen.

26. In de regel moeten de handelingen die de buitenlandse belastingplichtige verricht, zonder de tussenkomst van zijn vaste inrichting(en) in België, niet worden opgenomen in de boekhouding die in België wordt gehouden, noch in de BTW-aangiften.

27. Indien er nochtans tussen die handelingen leveringen van goederen of dienstprestaties zijn die in België werden verricht, ongeacht of ze al dan niet aan de belasting onderworpen zijn, en waarvoor het hoofdstuk III, afdeling 2 hierna, toepasselijk zou zijn indien het zou gaan om een buitenlandse belastingplichtige zonder vaste inrichting, moeten voor die handelingen de regels vervat in dit hoofdstuk II worden toegepast, inderdaad, het is totaal onmogelijk om voor eenzelfde belastingpIichtige, de regels van dit hoofdstuk en deze van hoofdstuk III, afdeling 2, te combineren. Daaruit vloeit inzonderheid voort dat de facturen en andere stukken die aan medecontractanten worden uitgereikt voor de bovengenoemde handelingen, de benaming en het adres van de in België gevestigde (belangrijkste) vaste inrichting en het BTW-registratienummer moeten vermelden, dat die handelingen moeten opgenomen worden in de in België gehouden boekhouding en in de periodieke BTW-aangiften, en dat de belasting op dezelfde wijze moet worden voldaan als voor de handelingen die betrekking hebben op de vaste inrichting.

HOOFDSTUK III : BUITENLANDSE BELASTINGPLICHTIGEN DIE HIER TE LANDE GEEN VASTE INRICHTING HEBBEN

Eerste afdeling. - Algemeen.

Bedoelde belastingplichtigen.

28. In dit hoofdstuk III worden bedoeld, alle natuurlijke personen of rechtspersonen die in het buitenland gedomicilieerd of gevestigd zijn en voornemens zijn hier te lande handelingen te verrichten, zonder in België een vaste inrichting te hebben.

Het begrip vaste inrichting werd omschreven in nummer 8.

Wettelijke en reglementaire bepalingen.

29. De regeling die van toepassing is op buitenlandse belastingplichtigen die geen vaste inrichting hebben in België wordt bepaald bij artikel 55 van het BTW-Wetboek en bij het koninklijk besluit nr. 31. van 29 december 1970; deze teksten zijn als bijlage bij deze aanschrijving gevoegd.

Algemeen mechanisme.

30. In beginsel zijn de ondernemingen die in het buitenland gevestigd zijn en die geen vaste inrichting hebben in België niet onderworpen aan de verplichtingen die door de Belgische BTW-regeling worden opgelegd aan belastingplichtigen.

31. Wanneer die ondernemingen evenwel in België goederen leveren of diensten verstrekken, moeten zij in beginsel een hier te lande gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen. Die aansprakelijke vertegenwoordiger wordt in de plaats van de buitenlandse belastingplichtige gesteld ten aanzien van alle rechten die aan de laatstgenoemde zijn verleend of van alle verplichtingen die hem zijn opgelegd door de Belgische BTW-reglementering (Wetboek, art. 55, eerste lid; z. afdeling 2 hierna).

32. In sommige gevallen wordt de in het vorig nummer bedoelde buitenlandse belastingplichtige ontheven van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen. Wanneer evenwel de Belgische BTW verschuldigd is op de handeling blijft die belastingplichtige in beginsel gehouden voor de betaling ervan te zorgen; dit gebeurt door het plakken van fiscale zegels op de factuur (z. afdeling 3 hierna).

33. De buitenlandse belastingplichtige die geen aansprakelijke vertegenwoordiger heeft moeten laten erkennen kan door middel van een aanvraag om teruggaaf de Belgische BTW recupereren die werd geheven van de goederen of diensten die hij heeft gebruikt voor de uitoefening van zijn werkzaamheid als belastingplichtige (z. nrs. 97 tot 107).

34. Wanneer de buitenlandse belastingplichtige niet zelf heeft gezorgd voor de betaling van de BTW die verschuldigd is op een bepaalde handeling, moet de in België gevestigde medecontractant de toestand rechtzetten (z. nrs. 108 lot 115).

Afdeling 2. - Buitenlandse belastingplichtige met aansprakelijke vertegenwoordiger in België.

A. Principe.

Handelingen waaruit in beginsel de verplichting volgt een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.

35. Bij toepassing van artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 31, moet de in het buitenland gevestigde belastingplichtige die hier te lande geen vaste inrichting heeft, in beginsel een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen, alvorens in België goederen te leveren (verkopen, enz.) of diensten te verstrekken (werken, verhuren van machines, vervoer, enz.), ongeacht of die handeling met BTW belastbaar is of vrijgesteld is op grond van de artikelen 39 tot 43 van het Wetboek (uitvoer; vervoer dat deel heeft in de invoer, de doorvoer of de uitvoer van goederen; enz.).

36. Wanneer de in het buitenland gevestigde belastingplichtige hier te lande goederen invoert moet hij eveneens, in beginsel, een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen alvorens in te voeren (z. art. 1 van het kon. besl. nr. 31); men kan inderdaad aannemen dat volgens de normale gang van zaken de betrokkene met behulp van die goederen hier te lande handelingen zal verrichten zoals bedoeld in nr. 35.

37. De erkenning is in geval van invoer van goederen, evenwel enkel vereist, wanneer de buitenlandse belastingplichtige deze goederen voor het verbruik aangeeft met voldoening van de belasting op zijn naam. Ze is dus niet vereist wegens het feit alleen van de invoer :

a) wanneer de belastingplichtige de goederen ten verbruik aangeeft met voldoening van de belasting op naam van een in België gevestigde medecontractant;

b) wanneer de goederen worden ingevoerd onder een regeling van entrepot, doorvoer of tijdelijke vrijstelling.

38. Onder voorbehoud van de gevallen van ontheffing bedoeld in afdeling 3, is de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger onder meer verplicht :



wanneer de in het buitenland gevestigde belastingplichtige goederen invoert en ze ten verbruik aangeeft met voldoening van de belasting op zijn naam;
wanneer de in het buitenland gevestigde belastingplichtige hier te lande goederen in ontvangst neemt, die hij voor de verkoop in België of voor de uitvoer bestemt;
wanneer de in het buitenland gevestigde belastingplichtige in België bouwwerken, montagewerken, onderhoudswerken of herstellingswerken uitvoert;
wanneer de in het buitenland gevestigde belastingplichtige in België goederen verhuurt.
B. Erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger.

§ 1. Erkenningsprocedure.

Verzoek om erkenning.

39. Het verzoek om erkenning wordt door de in het buitenland gevestigde belastingplichtige, of door de vermoedelijke vertegenwoordiger die handelt in naam en voor rekening van die belastingplichtige, gestuurd naar het Centraal BTW-Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen, Joseph Stevensstraat 7 (25 ste verdieping) 1000 BRUSSEL (Tel: 02/552 59 77 - 02/552 59 82 -- Fax: 02/552 55 42 - mail: contr.btw.ckbb@minfin.fed.be ). Het wordt opgesteld op een speciaal formulier dat op aanvraag wordt verstrekt door dat kantoor.

40. Dat verzoek omvat de aangifte van aanvang van werkzaamheid voorgeschreven bij artikel 50, § 1, 1°, van het Wetboek en artikel I van het koninklijk besluit nr. 10, van 12 maart 1970, waarin de belastingplichtige de aard van de werkzaamheid vermeldt die hij in België zal uitoefenen. In dat verzoek wordt de aansprakelijke vertegenwoordiger, van wie de volledige identiteit wordt aangegeven, ter erkenning voorgesteld.

41. Wanneer de buitenlandse belastingplichtige een rechtspersoon is moet bij de aanvraag een kopie van de oprichtingsakte van de vennootschap of vereniging gevoegd worden en eventueel een kopie van de wijzigende akten.

42. De aansprakelijke vertegenwoordiger van zijn kant moet de vertegenwoordiging die hem wordt toevertrouwd uitdrukkelijk aanvaarden. Zijn verbintenis wordt opgesteld op een speciaal formulier dat eveneens door het bovengenoemd kantoor wordt verstrekt. In voorkomend geval wordt erin gespecifieerd of de vertegenwoordiger een algemene vertegenwoordiging aanvaardt of dat deze wordt beperkt tot bepaalde handelingen of tot een bepaald bedrag (z. nrs. 48 tot 54). In dat laatste geval worden de aard van de handelingen, hun aantal en hun omvang duidelijk vermeld en wordt in voorkomend geval het bedrag van de verbintenis aangegeven.

Vereiste hoedanigheden van de aansprakelijke vertegenwoordiger.

43. De voorgestelde vertegenwoordiger moet in België gedomicilieerd of gevestigd zijn, bekwaam zijn om contracten aan te gaan, voldoende solvabel zijn om de door het Wetboek of ter uitvoering ervan opgelegde verplichtingen na te komen en aanvaard hebben de belastingplichtige te vertegenwoordigen (z. kon. besl. nr. 31, art. 2).

44. De erkenning is niet beperkt tot de beroepsinstellingen (kredietinstellingen, expediteurs, fiscale raadgevers, enz.), maar ze kan worden aanvaard voor iedere persoon die de vereiste voorwaarden (z. nr. 43) vervult, onder meer een onafhankelijke vennootschap waarmee de buitenlandse belastingplichtige in België zakenrelaties onderhoudt, of een hier te lande gevestigde medecontractant met wie hij gewoonlijk handelt.

Erkenning. Toekenning van een registratienummer aan de in het buitenland gevestigde belastingplichtige.

45. Na gecontroleerd te hebben of de voor de erkenning vereiste voorwaarden zijn vervuld en inzonderheid of de voorgestelde vertegenwoordiger voldoende waarborgen biedt inzake solvabiliteit, geeft het Centraal BTW-Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen kennis van zijn beslissing binnen een termijn van één maand te rekenen van de ontvangst van het verzoek, zowel aan de in het buitenland gevestigde belastingplichtige als aan de vertegenwoordiger die hij heeft voorgesteld (z. kon. besl. nr. 31, art. 3).

46. Wanneer de erkenning wordt verworpen, worden de redenen van de weigering in de kennisgeving vermeld. Wanneer ze wordt aanvaard, wordt het aan de belastingplichtige toegekende registratienummer in de kennisgeving vermeld.

§ 2. Draagwijdte van de door de aansprakelijke vertegenwoordiger aangegane verbintenis.

Algemene draagwijdte van de verbintenis.

47. De aansprakelijke vertegenwoordiger wordt in de plaats gesteld van zijn buitenlandse lastgever voor alle rechten (recht op aftrek en teruggaaf, enz.) en alle verplichtingen met betrekking tot de BTW (houden en overleggen van stukken, facturering, indienen van de maandaangifte of van de kwartaalaangifte, voldoening van de BTW, jaarlijkse listing, enz.), verleend of opgelegd aan een in België gevestigde belastingplichtige. Hij is met zijn lastgever hoofdelijk gehouden tot voldoening van de ter zake van de in België verrichte handelingen verschuldigde belasting, interesten en geldboeten (z. Wetboek, art. 55).

Beperkte verbintenis.

48. Eenmaal voorgesteld en erkend, is de aansprakelijke vertegenwoordiger in beginsel verbonden voor alle handelingen die door zijn lastgever in België worden verricht, zolang zijn lastgeving duurt (z. nrs. 56 tot 59).

49. De aansprakelijkheid van de vertegenwoordiger kan nochtans op zijn verzoek worden beperkt tot bepaalde handelingen of worden vastgesteld tot beloop van een in gemeen overleg met de administratie bepaald bedrag (z. nrs. 53 en 54), rekening houdend met de omvang van de aangegane verbintenissen met betrekking tot de belasting die verschuldigd kan worden. Dat zal onder meer het geval zijn wanneer de voorgestelde vertegenwoordiger de medecontractant is van de in het buitenland gevestigde belastingplichtige, die zich slechts wil verbinden voor de handelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de uitvoering van de overeenkomst gesloten tussen hem en die belastingplichtige (bijvoorbeeld, de uitvoering van werken of het verhuren van materieel).

50. De aanvraag voor een beperkte verbintenis mag worden gedaan, bij het verzoek om erkenning of later, zelfs na de erkenning; maar in dit laatste geval geldt de beperkte verbintenis enkel voor de toekomst en kan ze geen terugwerkende kracht hebben.

51. Wanneer de aansprakelijke vertegenwoordiger zich slechts voor sommige welbepaalde handelingen verbonden heeft, wordt hij enkel in de plaats van de buitenlandse belastingplichtige gesteld voor de rechten (inzonderheid de aftrek) en de verplichtingen (facturering, aangifte, betaling, boekhouding, ...) die betrekking hebben op de bedoelde handelingen.

Wanneer in deze onderstelling, de buitenlandse belastingplichtige hier te lande andere handelingen verricht bevindt hij zich ten opzichte van deze laatste in de toestand beschreven in afdeling 3 hierna. Doch zodra de belastingplichtige, naast de handelingen waarvoor de aansprakelijke vertegenwoordiger zich heeft verbonden, hier te lande andere handelingen verricht waarvoor de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger eveneens vereist is, dient de beperking van de aansprakelijkheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger te worden opgeheven of ten minste ingekrompen, of moet een andere aansprakelijke vertegenwoordiger worden voorgesteld met niet beperkte aansprakelijkheid.

52. In ieder geval valt er aan te stippen dat een in het buitenland gevestigde belastingplichtige slechts één aansprakelijke vertegenwoordiger in België mag laten erkennen voor het geheel van de zaken die hij er behandelt. Het gelijktijdig bestaan van meerdere vertegenwoordigers met een beperkte verbintenis kan dus niet worden aanvaard.

Vaststelling van de beperkte financiële verbintenis.

53. De toestanden waarin de verbintenis van de aansprakelijke vertegenwoordiger mag worden beperkt tot een bepaald bedrag moeten uitzonderlijk zijn.

54. Het Centraal BTW-Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen beoordeelt de omvang van de verbintenis die de aansprakelijke vertegenwoordiger moet aangaan, rekening houdend met de belasting waarvan de belastingplichtige schuldenaar zal zijn wegens de hier te lande te verrichten handelingen. Tenzij wanneer de solvabiliteit van de buitenlandse belastingplichtige twijfelachtig lijkt of wanneer onregelmatigheden werden begaan die laten twijfelen aan de betrouwbaarheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger, mag de financiële verbintenis beperkt worden tot een gemiddelde van drie maanden verschuldigde belasting, rekening houdend met de sommen die voorkomen of, naar alle waarschijnlijkheid, zullen voorkomen in vak 41 van de periodieke BTW-aangiften, zonder dat nochtans het bedrag van de verbintenis beneden 100.000 frank mag zijn. Het bedrag van de verbintenis wordt vervolgens herzien, op initiatief van het Centraal Kantoor, wanneer een belangrijk verschil wordt vastgesteld tussen de verschuldigde belasting en de raming die heeft gediend voor het bepalen van de beperkte verbintenis.

55. De aansprakelijke vertegenwoordiger waarvan de financiële aansprakelijkheid beperkt is tot een bepaald bedrag wordt voor het overige in de plaats gesteld van zijn lastgever voor al de rechten en al de plichten van deze laatste.

Duur van de verbintenis van de aansprakelijke vertegenwoordiger.

56. In beginsel kan de aansprakelijke vertegenwoordiger van een buitenlandse belastingplichtige aan zijn opdracht en aan de verbintenissen die deze inhoudt slechts verzaken ingeval van stopzetting van de werkzaamheid die in België wordt uitgeoefend door de buitenlandse belastingplichtige of, wanneer deze werkzaamheid wordt voortgezet, indien een nieuwe aansprakelijke vertegenwoordiger werd erkend door de administratie. In elk geval moet in de vervanging van de vertegenwoordiger worden voorzien bij zijn overlijden, bij intrekking van zijn erkenning of bij een feit dat zijn onbekwaamheid ten gevolge heeft (Wetboek, art. 55, derde lid).

57. De aansprakelijke vertegenwoordiger moet het Centraal-BTW-Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen bij aangetekende brief in kennis stellen van zijn ontslag. In die brief wordt de laatste periodieke BTW-aangifte vermeld die de aansprakelijke vertegenwoordiger in die hoedanigheid zal indienen, en wordt een datum voorgesteld, na deze van de indiening van die aangifte, waarop zijn opdracht zal eindigen. De brief vermeldt of de verzaking al dan niet het gevolg is van een stopzetting van de werkzaamheid van de buitenlandse belastingplichtige. Is dat niet het geval dan wordt haar gevolg in beginsel afhankelijk gesteld van de indiening door de buitenlandse belastingplichtige op de voorgeschreven wijze, van een verzoek om erkenning van een nieuwe aansprakelijke vertegenwoordiger.

58. Het Centraal BTW-Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen aanvaardt in de regel enkel het ontslag van de aansprakelijke vertegenwoordiger indien de voorwaarden bedoeld in het vorige nummer vervuld zijn. Het kan nochtans gebeuren dat de buitenlandse belastingplichtige weigert een nieuw verzoek om erkenning in te dienen en aldus het zijn aansprakelijke vertegenwoordiger onmogelijk maakt om aan zijn opdracht te verzaken. In dat uitzonderlijk geval kan de verzaking van de aansprakelijke vertegenwoordiger worden aanvaard indien deze bewijst al de nodige stappen te hebben gedaan voor zijn vervanging.

59. Zelfs na zijn vervanging of na het stopzetten van de werkzaamheid van de buitenlandse lastgever, blijft de aansprakelijke vertegenwoordiger, in de regel, gedurende de bij artikel 81 van het Wetboek vastgestelde invorderingstermijn gehouden tot voldoening van de belasting, interesten en geldboeten ter zake van handelingen verricht onder zijn aansprakelijkheid.

Uit de ervaring is evenwel gebleken dat deze regel moest worden verzacht teneinde rekening ermee te houden dat de aansprakelijke vertegenwoordiger, soms buiten zijn toedoen, moeilijkheden zou kunnen ondervinden om van zijn buitenlandse lastgever, waarmee hij niet meer in betrekking is, de belasting, boeten en interesten die van hem na zijn ontslag zouden worden gevorderd, terug te krijgen. Daarom heeft de administratie beslist dat de aansprakelijke vertegenwoordiger aan het Centraal Kantoor mag vragen binnen zes maanden na de datum van de intrekking van zijn erkenning een grondige controle uit te voeren van de onder zijn aansprakelijkheid verrichte handelingen; indien deze controle geen aanleiding geeft tot enige correctie of indien, na correctie, een regeling wordt getroffen naar genoegen van de administratie, mag de vertegenwoordiger worden ontslagen van zijn aansprakelijkheid, onder dit voorbehoud evenwel dat hij gehouden blijft voor de gevolgen van de onregelmatigheden die daarna zouden worden ontdekt, wanneer wordt vastgesteld dat zij het resultaat zijn van zijn eigen daden of van verstandhouding tussen hem en zijn buitenlandse lastgever of andere personen.

C. Rechten en verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger.

Bevoegde BTW-controle.

60. Voor al wat de toepassing van de BTW betreft op de handelingen verricht door zijn lastgever, ressorteert de aansprakelijke vertegenwoordiger onder het Centraal BTW-Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen, Joseph Stevensstraat 7 (25 ste verdieping) 1000 BRUSSEL (Tel: 02/552 59 77 - 02/552 59 82 -- Fax: 02/552 55 42 - mail: contr.btw.ckbb@minfin.fed.be).

Verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger betreffende de toepassing van de BTW op de door zijn buitenlandse lastgever in België verrichte handelingen.

61. De aansprakelijke vertegenwoordiger vervult in de plaats van zijn buitenlandse lastgever en voor de handelingen die deze laatste hier te lande verricht, de verschillende formaliteiten die door de Belgische BTW-wetgeving aan de belastingplichtigen worden opgelegd.

62. Zo is hij onder meer wegens de door zijn buitenlandse lastgever in België uitgeoefende werkzaamheid er toe gehouden :



een aangifte in te dienen bij de wijziging of stopzetting van de door de buitenlandse belastingplichtige in België uitgeoefende werkzaamheid (z. Wetboek, art. 50, § 1, 1° : kon. besl nr. 10, van 12 maart 1970, art. 2 en 3);
facturen of stukken die ze vervangen uit te reiken waarin de verrichte handelingen worden vastgesteld (z. Wetboek, art. 50, § 1, 2°; kon. besl. nr. 1, van 23 juli 1969, art. 1 tot 82; z. ook nrs. 64 tot 67) of, ingeval van ontheffing van de verplichting facturen uit te reiken en bij effectief gebruik van die ontheffing, het bij artikel 12, lid 1, 3°, van het koninklijk besluit nr. I bedoeld dagboek van ontvangsten te houden :
het boek voor inkomende facturen en het boek voor uitgaande facturen bedoeld bij artikel 12, eerste lid. 1° en 2° van het voornoemd koninklijk besluit nr. 12 te houden;
iedere maand of ieder kwartaal een BTW-aangifte in te dienen die al de nodige gegevens bevat voor de berekening van de verschuldigde belasting en van de toe te passen aftrek (z. Wetboek, art. 50, § 1, 3°; kon. besl. nr. 1. art. 16; z. ook nrs. 72 en 73);
binnen de voorgeschreven termijn, de belasting te betalen waarvan de verschuldigdheid uit de periodieke aangiften blijkt (z. Wetboek, art. 50, § 1, 4°);
voor de belastingplichtigen die BTW-kwartaalaangiften indienen, de maandelijkse voorschotten te voldoen, bedoeld bij artikel 17 van het koninklijk besluit nr. I (z. ook min. besl. nr. 3, van 24 november 1970);
voor de belastingplichtigen die BTW-maandaangiften indienen, het eindejaarsvoorschot te voldoen, bedoeld bij het koninklijk besluit nr. 32, van 14 november 1972 (Z. Revue nr. 10, blz. 7.);
ieder jaar de " listing " van de afnemers-belastingplichtigen in te dienen bedoeld bij artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 23, van 19 oktober 1970;
een tabel van de bedrijfsmiddelen te houden die door de buitenlandse belastingplichtige in België werden aangekocht of ingevoerd (z. kon. besl. nr. 3, van 10 december 1969, art. 11, § 4);
10°de inkomende facturen, de dubbelen van de uitgaande facturen, de boeken en stukken voorgeschreven door de Belgische BTW-wetgeving te bewaren gedurende vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari volgend op hun sluiting wat boeken betreft, of op hun datum wat stukken betreft, evenals de bestelbons, verzendingsstukken en contracten betreffende de in België verrichte handelingen, en deze documenten ter plaatse waar ze berusten, ter inzage voor te leggen op ieder verzoek van de ambtenaren die belast zijn met een controle (Wetboek, art. 60 en 61).
63. Inzake facturering, aangifte en aftrek werden nochtans bijzondere regels aangenomen die afwijken van het gemeen recht voor de handelingen, verricht door buitenlandse belastingplichtigen. Zij worden toegelicht in de nrs. 64 tot 78 hierna.

Bijzondere verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger inzake facturering.

64. De in het buitenland gevestigde belastingplichtige die in België goederen levert of diensten verstrekt stuurt zijn aansprakelijke vertegenwoordiger de factuur die wordt opgemaakt op naam van de medecontractant en waarin de handelingen worden vastgesteld. Op die factuur vermeldt hij echter niet het bedrag van de belasting (kon. besl. nr. 31, art. 4, § 1 ) .

65. De aansprakelijke vertegenwoordiger stelt dan een stuk in tweevoud op, waarin voorkomen, benevens zijn identiteit, zijn adres en een verwijzing naar zijn hoedanigheid van aansprakelijke vertegenwoordiger, de datum van de uitreiking van het stuk, de naam en het adres van de lastgever, het Belgisch BTW-registratienummer dat aan deze laatste werd gegeven, het inschrijvingsnummer van het stuk in het boek voor uitgaande facturen dat hij in naam en voor rekening van de vertegenwoordigde houdt, het bedrag van de verschuldigde belasting en de andere vermeldingen voorgeschreven bij artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 1. Hij stuurt het origineel van dat stuk naar de medecontractant na de uit het buitenland ontvangen factuur eraan gehecht te hebben. Hij bewaart het dubbel van dat stuk (kon. besl. nr. 31, art. 4, § 2).

66. Met het doel de formaliteiten te vereenvoudigen stemt de administratie ermede in dat de aansprakelijke vertegenwoordiger het document bedoeld bij artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit nr. 31, niet opmaakt wanneer de volgende voorwaarden worden vervuld :



de buitenlandse belastingplichtige stuurt aan zijn aansprakelijke vertegenwoordiger de factuur bestemd voor de medecontractant, zonder het bedrag van de verschuldigde belasting erop te vermelden; hij voegt er voor de aansprakelijke vertegenwoordiger twee kopieën bij van de aldus opgestelde originele factuur;
de aansprakelijke vertegenwoordiger vult ieder der twee kopieën aan met de vermelding van zijn identiteit, zijn adres, en zijn hoedanigheid van aansprakelijke vertegenwoordiger, de datum van uitreiking, het Belgisch BTW-registratienummer van zijn lastgever, het inschrijvingsnummer van de factuur in het boek voor uitgaande facturen dat hij houdt in naam en voor rekening van de vertegenwoordigde, het bedrag van de verschuldigde belasting en de vermeldingen voorgeschreven bij artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 1 en die niet voorkomen in de originele factuur;
de aansprakelijke vertegenwoordiger stuurt één van de op die wijze aangevulde kopieën van de factuur naar de medecontractant van de buitenlandse belastingplichtige en voegt de originele factuur afkomstig van die belastingplichtige erbij; hij bewaart het ander afschrift.
67. In de regeling die werd ingevoerd bij het koninklijk besluit nr. 31, mag de in het buitenland gevestigde belastingplichtige die een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen, niet rechtstreeks naar zijn medecontractant facturen zenden waarop de Belgische BTW wordt vermeld. Ten aanzien van de medecontractant-belastingplichtige, zijn facturen welke in overtreding van deze regel worden opgesteld geen regelmatige facturen en kunnen ze niet dienen tot de uitoefening van de aftrek (z. kon. besl. nr. 3, art. 3, § 1, 1°).

Facturerings- en betalingstermijn.

68. In beginsel moet het stuk bedoeld bij artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit nr. 31 (z. nrs. 65 en 66 hiervoor) door de aansprakelijke vertegenwoordiger worden uitgereikt uiterlijk de vijfde werkdag na de maand waarin de belasting op de handeling verschuldigd is geworden. De aansprakelijke vertegenwoordiger moet eveneens, in de regel, die belasting inschrijven in de BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin ze verschuldigd is geworden.

69. Ingevolge vertraging bij het overzenden van de factuur waaraan noch de buitenlandse belastingplichtige, noch de aansprakelijke vertegenwoordiger enige schuld heeft, gebeurt het dat deze laatste niet in de mogelijkheid is tijdig het vorenbedoeld stuk uit te reiken.

70. In die omstandigheden heeft de administratie beslist dat de aansprakelijke vertegenwoordiger indien hij niet in de mogelijkheid is het stuk uit te reiken binnen de voorgeschreven termijn, het nog geldig kan uitreiken tot bij het verstrijken van de bedoelde maand (in plaats van tot de vijfde werkdag van deze maand).

71. Indien in het in voorgaand nummer bedoeld geval de verschuldigde belasting niet kon worden opgenomen in de aangifte met betrekking tot de periode waarin ze opeisbaar is geworden, mag zij nog geldig worden opgenomen in de aangifte met betrekking tot de handelingen van de volgende maand. Uiteraard moet het stuk dat in de verlengde termijn wordt uitgereikt gedagtekend worden na de vijfde werkdag van de maand, zodat de medecontractant, zo hij een belastingplichtige is, zijn recht op aftrek slechts een maand later kan uitoefenen.

Periodieke aangiften.


72. In beginsel moet iedere maand een aangifte worden ingediend.


Wanneer evenwel de door de buitenlandse belastingplichtige in België verwezenlijkte jaaromzet niet meer bedraagt dan 10.000.000 frank, moet de aansprakelijke vertegenwoordiger slechts één aangifte per kwartaal indienen, tenzij hij op een onherroepelijke wijze te kennen heeft gegeven dat hij maandaangiften wenst in te dienen (z. aanschr. 111/1971) (Z. Revue nr. 4, blz. 450.).

73. Wanneer eenzelfde persoon als aansprakelijke vertegenwoordiger voor verschillende buitenlandse belastingplichtigen werd erkend moet hij een periodieke aangifte indienen voor iedere belastingplichtige die hij vertegenwoordigt.

74. De aansprakelijke vertegenwoordiger heeft anderzijds normaal, wegens zijn eigen werkzaamheid, de hoedanigheid van belastingplichtige. Uit dien hoofde is hij eveneens ertoe gehouden voor die werkzaamheid een periodieke aangifte in te dienen; die aangifte moet niet naar het Centraal BTW-Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen worden gezonden maar naar het BTW-controlekantoor in het ambtsgebied waar de aansprakelijke vertegenwoordiger is gevestigd.

Aftrek van de voorbelasting. Voorwaarden voor de uitoefening van dat recht.

75. Wanneer de buitenlandse belastingplichtige een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen, wordt hij ten aanzien van de aftrek gelijkgesteld met een in België gevestigde belastingplichtige. De aansprakelijke vertegenwoordiger dient periodiek namens de vertegenwoordigde belastingplichtige een aangifte in, waarin hij op de voor een bepaald tijdvak verschuldigde belasting, de belasting toerekent, waarvoor het recht op aftrek tijdens hetzelfde tijdvak is ontstaan en waarvoor de voorwaarden om dat recht te mogen uitoefenen vervuld zijn (regelmatige facturen. invoerdocumenten opgemaakt op naam van de belastingplichtige, enz.; kon. besl. nr. 3, art. 2, 3 en 4). De aftrek gebeurt aldus onmiddellijk en automatisch onder de aansprakelijkheid van de vertegenwoordiger.

76. Om de aftrek te kunnen uitoefenen moet de aansprakelijke vertegenwoordiger, in de regel, voor de goederen of diensten die hier te lande aan de buitenlandse belastingplichtige werden verstrekt, in het bezit zijn van het origineel van de inkomende factuur die de aftrekbare BTW vermeldt of van het invoerdocument waarop fiscale zegels of een afdruk van een zegelmachine zijn aangebracht.

77. Mits een vergunning uitgereikt door het Centraal BTW-Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen werd bekomen, mag de aansprakelijke vertegenwoordiger die aftrek nochtans uitoefenen op zicht van fotokopieën van de originele facturen, indien de volgende voorwaarden tegelijkertijd zijn vervuld :



de buitenlandse belastingplichtige moet tegenover de administratie bewijzen dat hij in het land waar hij is gevestigd door de wet verplicht is de originele facturen in de zetel van de onderneming te bewaren;
de fotokopieën moeten de door de onderneming aangebrachte en voor echt verklaarde vermelding dragen dat ze gelijkluidend zijn aan het origineel; deze vermelding moet geparafeerd worden door de aansprakelijke vertegenwoordiger die de verantwoordelijkheid ervoor aanneemt;
de buitenlandse belastingplichtige moet zich schriftelijk verbinden om de originele facturen tijdelijk ter beschikking te stellen van de aansprakelijke vertegenwoordiger, op verzoek van de administratie voor de behoeften van de controle (Wetboek art. 61).
78. De administratie behoudt zich het recht voor deze vergunning in te trekken bij overtreding of wanneer haar ambtenaren in hun controleopdracht op welke wijze ook worden gehinderd.

Oprichting van een vaste inrichting in België.

79. Wanneer een buitenlandse belastingplichtige die geen vaste inrichting had in België, maar hier een aansprakelijke vertegenwoordiger had laten erkennen, hier te lande een dergelijke inrichting vestigt, is hij vanaf dat ogenblik onderworpen aan de regeling beschreven in hoofdstuk II. Zijn registratie moet behouden blijven maar hij ressorteert in het vervolg onder het BTW-controlekantoor in het ambtsgebied waar de vaste inrichting is gevestigd. De aansprakelijke vertegenwoordiger moet in dat geval, een aangifte van wijziging van werkzaamheid indienen; onder voorbehoud van hetgeen is bepaald in nummer 59 is zijn opdracht beëindigd.

Afdeling 3. - Buitenlandse belastingplichtigen die ontheven zijn van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.

A. Bedoelde toestanden.

Wettelijke grondslag.

80. De in het buitenland gevestigde belastingplichtige kan worden ontslagen van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen, in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald door of vanwege de Minister van Financiën (Wetboek, art. 55, tweede lid; z. nrs. 81 tot 84).

Ontslag van de verplichting tot erkenning.

81. De buitenlandse belastingplichtige is ervan ontslagen een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen :



voor de diensten van intellectuele aard die hij hier te lande verstrekt ( studie- en controlewerkzaamheden, marktstudies, reclameondernemingen; overdracht van of het verlenen van intellectuele rechten, zoals octrooien, fabrieks- of handelsmerken, auteursrechten);
voor de diensten van materiële aard, die hij occasioneel in België verstrekt;
voor de occasionele handelingen die erin bestaan in België ingekochte goederen of ingevoerde goederen hier te lande weder te verkopen;
voor de leveringen van goederen en de dienstprestaties welke hier te lande worden verricht, maar vrijgesteld zijn op grond van artikelen 24, 1°, en 39 tot 42 van het Wetboek (bijvoorbeeld, internationaal goederenvervoer).
82. De kwestie of de buitenlandse belastingplichtige geregeld of occasioneel in België handelingen verricht is een feitenkwestie.

In de regel neemt men aan dat die belastingplichtige een aansprakelijke vertegenwoordiger moet laten erkennen wanneer hij gelet op het herhaald verrichten van de handelingen die hij hier te lande uitvoert of wegens de belangrijkheid ervan voor de BTW geregistreerd zou zijn, was hij in België gevestigd.
In die optiek is de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger vereist voor grote werken van burgerlijke bouwkunde (wegenaanleg, bruggenbouw, enz.) evenals voor het oprichten van grote complexen (bijvoorbeeld een fabriek, een torengebouw), zelfs wanneer die verrichtingen slechts het voorwerp zijn van één enkele rechtshandeling.

83. De in deze aanschrijving bedoelde gevallen van ontslag van erkenning zijn facultatief. De in het buitenland gevestigde belastingplichtige kan er inderdaad belang bij hebben eraan te verzaken, inzonderheid :



indien hij, de belasting die werd geheven van de goederen of de diensten die hij bestemt voor het verrichten van handelingen hier te lande, onmiddellijk en automatisch wil in aftrek brengen in de door zijn aansprakelijke vertegenwoordiger in te dienen periodieke aangiften;
indien hij voor de definitieve invoer van goederen, toepassing wil maken van de verlegging van heffing van de BTW, bedoeld bij artikel 6, § 2, van het koninklijk besluit nr. 7, van 12 maart 1970 of bij de aanschrijving nr. 3, van 11 januari 1973 (Z. Revue nr. 11, blz. 182.);
indien hij voor tijdelijke invoer van materieel bestemd voor het uitvoeren van werken van alle aard, toepassing wil maken van de verlegging van heffing van de BTW bedoeld bij artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 7, van 12 maart 1970 (z. ook hfd. III van de aanschr. 145/1971) (Z. Revue nr. 6, blz. 181.).
84. De administratie behoudt zich anderzijds het recht voor het ontslag van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen, voor de toekomst in te trekken, voor belastingplichtigen aan wie ze van haar beslissing zal kennis geven bij ter post aangetekende brief.

B. Regeling van toepassing op de buitenlandse belastingplichtige ingeval van ontslag van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.

Heffing van de belasting door de in het buitenland gevestigde belastingplichtige.

85. Het ontslag van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen heeft in beginsel niet tot gevolg dat de in het buitenland gevestigde belastingplichtige ervan ontslagen is de belasting verschuldigd voor de leveringen van goederen en de diensten die hij in België verricht, te voldoen.

86. Krachtens artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 31, wordt de belasting die verschuldigd is ter zake van die handelingen, voldaan door het aanbrengen en het onbruikbaar maken van fiscale plakzegels tot beloop van het bedrag van die belasting.

87. Met dat doel maakt de buitenlandse belastingplichtige, binnen de bij artikel 1, laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 1, bepaalde termijn, een factuur in tweevoud op die de bij artikel 2 van dat besluit voorgeschreven vermeldingen bevat; het bovenste deel van de plakzegels brengt hij aan en maakt hij onbruikbaar op de factuur die hij aan zijn medecontractant uitreikt en het onderste deel van die plakzegels op het dubbel van de factuur, dat hij bewaart (kon. besl. nr. 31, art. 5, tweede lid).

88. Ieder deel van de plakzegels wordt met duidelijke lettertekens onbruikbaar gemaakt tenzij door middel van een onuitwisbare inkt geschreven vermelding die de datum van de onbruikbaarmaking en de handtekening van de buitenlandse belastingplichtige omvat, hetzij door middel van een naamstempel die, met vette inkt, benevens de datum, ook de familienaam, de benaming of de firma van de buitenlandse belastingplichtige afdrukt. Alleen de datum moet geheel op het deel van de plakzegel staan; de handtekening moet volledig zijn, maar mag gedeeltelijk buiten de rand van het deel van de plakzegel komen (z. kon. besl. nr. 31, art. 5, derde lid).

89. Het aanbrengen en het onbruikbaar maken van de fiscale plakzegels mag worden gedaan, niet alleen door de in het buitenland gevestigde belastingplichtige, maar ook door een correspondent of een lasthebber die in België voor zijn rekening optreedt, en inzonderheid door de hier te lande gevestigde medecontractant van de buitenlandse belastingplichtige.

Bijzondere toestand. Internationaal vervoer van personen.

90. Het bezoldigd vervoer van personen is onderworpen aan de BTW in de mate dat dit vervoer hier te lande wordt verricht. Het zeevervoer van personen en het internationaal luchtvervoer van personen zijn evenwel van de belasting vrijgesteld.

91. Wanneer de vervoerder in het buitenland is gevestigd gebeurt de heffing van de BTW normaal, hetzij door een vaste inrichting die hij in België heeft, hetzij bij ontstentenis van dergelijke inrichting, door een daarvoor speciaal erkende aansprakelijke vertegenwoordiger voor de toepassing van de BTW.
Het bestaan van die vertegenwoordiger wordt aangetoond door het overleggen aan de douane van een erkenningsbrief, of een vervangend getuigschrift, uitgereikt door het Centraal BTW-Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen te Brussel.

92. De buitenlandse vervoerders die in België geen vaste inrichting, noch een aansprakelijke vertegenwoordiger hebben, mogen echter in het land worden toegelaten voor het uitvoeren van internationaal vervoer van personen, op voorwaarde dal ze bij de douane, in plaats van de over het binnenlandse parcours verschuldigde belasting, volgende forfaitaire bedragen (1) voldoen door middel van een kwitantie 258 waaruit blijkt dat het gaat om een heffing van de belasting over de toegevoegde waarde :

a) vervoer van personen volgens een niet geregelde dienst :



voertuig ingericht voor het vervoer van ten hoogste 6 personen, benevens de bestuurder : 30 frank;
voertuig ingericht voor het vervoer van meer dan 6 personen en ten hoogste 10 personen, benevens de bestuurder : 75 frank;
autocar ingericht voor het vervoer van meer dan 10 personen en ten hoogte 20 personen, benevens de bestuurder : 150 frank;
autocar ingericht voor het vervoer van meer dan 20 personen, benevens de bestuurder : 300 frank;
boot : 300 frank.
b) vervoer van personen volgens een geregelde dienst (autobus of boot) : 600 frank.

93. De bovengenoemde forfaitaire bedragen worden slechts één keer geheven voor voertuigen die tijdens een zelfde dag verscheidene keren het land binnenkomen. De kwitantie 258 die wordt uitgereikt bij de eerste grensoverschrijding moet :

a) benevens de gewone gegevens, waaronder de naam en het adres van de vervoerder en de datum van uitreiking van de kwitantie, ook het inschrijvingsnummer (plaatnummer), het nummer van de motor en van het chassis vermelden

b) aan de douane worden overgelegd iedere keer dat de vervoerder beweert het forfaitaire bedrag reeds in de loop van dezelfde dag te hebben betaald.

Ontslag van de verplichting de belasting te voldoen.

94. Wanneer de in het buitenland gevestigde belastingplichtige ontslagen is van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen (z. nr. 81) en het leveren van goederen of het verstrekken van diensten voor hem, geen recht op aftrek van voorbelasting meebrengt, is deze belastingplichtige eveneens ontslagen van de verplichting de belasting te voldoen op de in de nrs. 85 tot 89 bepaalde wijze. Dat is normaal het geval wanneer de belastingplichtige van uit zijn land diensten van intellectuele aard verstrekt (studiewerkzaamheden; reclameadvertenties; marktstudies; overdracht van of verlenen van licenties inzake een octrooi, know-how, een fabrieks- of handelsmerk, een auteursrecht; enz.) die geacht worden in België te zijn gebruikt, wanneer de opdrachtgever er gevestigd is (art. 5. K.B. nr. 31).

95. De bij artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 31 (z. nr. 86) bedoelde heffingswijze moet het inderdaad de in het buitenland gevestigde belastingplichtige mogelijk maken de belasting die werd geheven van de goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van de belaste handelingen, in aftrek te brengen (z. nr. 97). De toepassing ervan is niet gewettigd, indien de buitenlandse belastingplichtige geen aftrek moet uitoefenen.

96. Wanneer de in het buitenland gevestigde belastingplichtige tegelijk ontslagen is van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen (z. nr. 81) en de belasting die verschuldigd is op de in België verrichte handelingen te voldoen (z. nr. 94), wordt deze belasting voldaan door de in België gevestigde medecontractant op de in artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 31 bedoelde wijze (z. nrs. 112 en 113).

Teruggaaf aan de buitenlandse belastingplichtige die ontslagen is van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen" van de belasting die werd geheven van de goederen en de diensten gebruikt voor de door hem verrichte handelingen.

97. Wanneer de in het buitenland gevestigde belastingplichtige ontslagen is van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen en hij van dat ontslag gebruik maakt, kan hij de teruggaaf bekomen van de belasting die werd geheven van de door hem ontvangen goederen en diensten, op voorwaarde dat hij op het Centraal B T W-Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen het behoorlijk van plakzegels voorziene dubbel overlegt van de overeenkomstig artikel 5 van het besluit nr. 31 aan zijn medecontractant uitgereikte facturen (z. nrs. 86 tot 89). De teruggaaf kan slechts betrekking hebben op de belasting geheven van de goederen en de diensten waarvan hij aantoont dat ze werden gebruikt voor het verrichten van de aldus gefactureerde handelingen (z. kon. besl. nr. 31, art. 7, § 1). Een vergelijking van de inkomende facturen of de invoerdocumenten - die moeten worden overgelegd tot staving van de aanvraag - met de uitgaande facturen is dus noodzakelijk, wat een precieze redactie van die facturen veronderstelt, inzonderheid met betrekking tot de vermelding van de goederen diensten en van de ingekochte en verkochte hoeveelheden.

98. De teruggaaf van de voorbelasting kan eveneens worden toegestaan aan de in het buitenland gevestigde belastingplichtige :



wanneer hij bewijst dat de goederen en diensten waarvan de Belgische belasting werd geheven, werden gebruikt voor het verrichten van handelingen die van de belasting vrijgesteld zijn krachtens de artikelen 39 tot 43 van het Wetboek (uitvoer; internationaal goederenvervoer; verkopen aan ambassades; leveringen van goederen of verstrekken van diensten aan belastingplichtigen--houders van een bij toepassing van artikel 43 van het Wetboek uitgereikte vergunning; enz.);
wanneer hij bewijst dat de goederen en diensten waarvan de Belgische belasting werd geheven, werden gebruikt voor het verrichten door hem in het buitenland van handelingen die belast zouden geweest zijn indien ze in België waren verricht;
wanneer een buitenlandse vervoerder van personen aantoont dat hij de belasting heeft voldaan bij de douane, volgens de regels vermeld in nrs. 90 tot 93 hiervoor.
Teruggaafprocedure.

99. De aanvraag om teruggaaf moet in drievoud worden ingediend bij het Centraal BTW-Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen, Joseph Stevensstraat 7 (25 ste verdieping) 1000 BRUSSEL (Tel: 02/552 59 77 - 02/552 59 82 -- Fax: 02/552 55 42 - mail: contr.btw.ckbb@minfin.fed.be). Ze wordt opgesteld op speciale door dat kantoor verstrekte formulieren.

100. Slechts één aanvraag om teruggaaf mag per kwartaal worden ingediend.

101. Aan de aanvragen die gerechtvaardigd zijn door het verrichten van in nr. 98 hiervoor bedoelde handelingen, mag enkel gevolg worden gegeven wanneer het bedrag ervan 25.000 frank bereikt en het gaat om ondernemingen waarvan de jaaromzet in België niet meer bedraagt dan 10.000.000 frank; het bedrag is 60.000 frank als het gaat om andere ondernemingen.
Een aanvraag die betrekking heeft op het geheel van de handelingen van een kalenderjaar mag worden ingediend op voorwaarde dat haar bedrag 300 frank bereikt.

102. De aanvragen om teruggaaf bevatten een verzamelstaat van de inkomende facturen en van de invoerdocumenten waarin de terug te geven belasting wordt vermeld, alsmede van de uitgaande facturen waarin de verschuldigde belasting wordt vermeld. De inkomende facturen, de invoerdocumenten en de dubbelen van de uitgaande facturen moeten bij de aanvraag worden gevoegd. In de aanvragen die gerechtvaardigd zijn door het verrichten van handelingen bedoeld in nr. 98. 1°, hiervoor, worden op de verzamelstaat ook de documenten vermeld die de oorzaak van de vrijstelling aantonen (uitvoerdocumenten, vrachtbrieven betreffende internationaal goederenvervoer, enz.); deze documenten moeten bij de aanvraag worden gevoegd.

103. De teruggaaf van de belasting wordt normaal door het Centraal Kantoor verricht binnen drie maanden na de indiening van de aanvraag (z. kon. besl. nr. 31, art. 7, § 1, tweede lid), op voorwaarde wel te verstaan dat het recht op teruggaaf vaststaat en al de gevraagde inlichtingen werden verstrekt.

104. De betalingen worden gedaan door overschrijving op een in België of in het buitenland geopende postrekening op naam van de schuldeiser of zijn lasthebber of door overmaking van een in België gevestigde bankinstelling, aan een instelling bedoeld in artikel 1, tweede lid, 1°, van het koninklijk besluit nr. 185, van 9 juli 1935, op de bankcontrole en het uitgifteregime van titels en effekten, aan een onderneming bedoeld in artikel 1, tweede lid, 3°, van hetzelfde besluit, aan een kredietvereniging aangenomen door de Nationale Kas voor Beroepskrediet of aan een kredietkas aangenomen door het Nationaal Instituut voor het Landbouwkrediet.

105. Wanneer de betaling aan een lasthebber moet geschieden moet bij de aanvraag om teruggaaf een volmacht worden gevoegd. Indien de akte in het buitenland werd opgesteld moeten de handtekeningen worden gelegaliseerd door de Belgische diplomatieke of consulaire agent en door het Belgisch Ministerie van Buitenlandse Zaken. Voor de in België opgestelde onderhandse akten moeten de handtekeningen worden echt verklaard door een Belgische notaris. De volmachten, opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, Frans of Duits, moeten vergezeld gaan van een vertaling.

106. Wanneer de rechthebbende op teruggaaf geen houder is van een postrekening in België of in het buitenland, noch van een rekening bij een van de bovengenoemde financiële instellingen, heeft de betaling plaats door middel van een postassignatie. De inningskosten van die assignatie zijn ten laste van de rechthebbende op teruggaaf.

107. De bij de aanvraag om teruggaaf gevoegde documenten, met uitzondering van de volmachten, worden binnen drie maanden na de indiening van de aanvraag teruggezonden naar de belastingplichtige. Zij moeten door de belanghebbende worden bewaard gedurende vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar volgend op hun datum (Wetboek, art. 60).

Afdeling 4. - Voldoening van de belasting door de in België gevestigde medecontractant van de in het buitenland gevestigde belastingplichtige.

Toestanden waarin een betaling moet geschieden.

108. De in het buitenland gevestigde belastingplichtige moet de belasting die verschuldigd is voor het leveren van goederen en het verstrekken van diensten in België, normaal voldoen, hetzij die heffing gebeurt door de aansprakelijke vertegenwoordiger die hij heeft laten erkennen, hetzij hij er zelf voor zorgt door het aanbrengen en het onbruikbaar maken van fiscale plakzegels op de factuur die hij uitreikt overeenkomstig artikel 5 van het besluit nr. 31 (z. nrs. 86 en 87).

109. Maar die belastingplichtige kan tegelijk ontslagen zijn van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen en van de verplichting de belasting op de voormelde wijze te voldoen (z. nr. 94). Anderzijds kan hij tekort schieten in het nakomen van zijn verplichtingen ter zake.

110. In de in het voorgaand nummer bedoelde gevallen moet de in België gevestigde medecontractant van de buitenlandse belastingplichtige de verschuldigde belasting voldoen op de wijze bepaald in de nummers 112 en 113 (z. kon. besl. nr. 31, art. 6).

111. Gelet op de bijzondere regeling omschreven in de nrs. 92 en 93 moet geen betaling gebeuren door de in België gevestigde medecontractant als het gaat om een internationaal vervoer van personen, dat voor zijn rekening werd verricht door een in het buitenland gevestigde belastingplichtige.

Wijze van voldoening.

112. Wanneer de medecontractant een belastingplichtige is die gehouden is een maandaangifte of een kwartaalaangifte in te dienen moet hij de te betalen belasting opnemen in het bedrag van de verschuldigde belasting dat wordt vermeld in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin het belastbaar feit zich heeft voorgedaan (kon. besl. nr. 31, art. 6, 1°.

Hij gebruikt daartoe de rubriek "Herzieningen" van zijn aangiften. Bij maandaangiften wordt de te betalen belasting vermeld in kader V, a; bij kwartaalaangiften wordt zij in aanmerking genomen bij het vaststellen van het resultaat van de herzieningen, dat naargelang het geval opgenomen wordt in vak 31 of in vak 32 van de aangiften.

113. Wanneer de medecontractant niet een belastingplichtige is die gehouden is een maandaangifte of een kwartaalaangifte in te dienen, moet hij de te betalen belasting voldoen door gehele fiscale plakzegels aan te brengen, binnen tien dagen te rekenen van het verstrijken van de termijn bepaald bij artikel 1, laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 1, op de uit het buitenland ontvangen factuur of bij ontstentenis van een factuur, op een stuk dat hij daarvoor opmaakt. De factuur of het vervangend stuk dient te vermelden : de datum van het uitreiken of de datum van het opmaken ervan, eventueel het volgnummer van inschrijving in het boek voor inkomende facturen, alsmede de vermeldingen voorgeschreven bij artikel 2, 2° tot 6°, van het koninklijk besluit nr. I. Het onbruikbaar maken van de plakzegels gebeurt op de in nummer 88 aangegeven wijze, met dien verstande dat beide delen van de plakzegel aan elkaar moeten blijven en dat de vermelding of de afdruk van de naamstempel moet worden aangebracht in de richting van de langste afmeting van de plakzegel (kon. besl. nr. 31, art. 6, 2)

Deze wijze van voldoening is geboden niet enkel voor de belastingplichtigen die ontslagen zijn van de verplichting periodieke BTW-aangiften in te dienen, maar ook voor niet-belastingplichtigen (niet-belastingplichtige openbare lichamen, niet belastingplichtige verenigingen of groeperingen, particulieren,

114. Wanneer de in België gevestigde medecontractant de belasting heeft voldaan binnen de termijnen bedoeld in de nummers 112 en 113, wordt zijn toestand als regelmatig aangemerkt; hij moet geen interesten voor te late betaling voldoen en hij verbeurt geen geldboete.

115. De medecontractant mag zich niet op zijn goede trouw beroepen om zich te onttrekken aan de vorenbedoelde betaling. Zijn verplichtingen ter zake blijken inderdaad duidelijk uit de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 31.

BIJVOEGSEL. AFTREK DOOR DE MEDECONTRACTANT VAN DE BUITENLANDSE BELASTINGPLICHTIGE.

Voorwaarden voor de uitoefening van het recht op aftrek.

116. De medecontractant van de buitenlandse belastingplichtige mag, indien hij zelf belastingplichtige is, de belasting geheven van de goederen en de diensten die door deze laatste worden geleverd of verstrekt, slechts in aftrek brengen wanneer hij zich in een van de volgende toestanden bevindt (z. kon. besl. m. 3, art. 3, § 1, 1°; kon. besl. nr. 31, art. 7, § 2) :

  • hij is in het bezit van een regelmatige factuur dewelke inzonderheid de vaste inrichting aanduidt die de buitenlandse belastingplichtige heeft in België (z. nr. 19);
  • hij is in het bezit van het document uitgereikt door de aansprakelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit nr. 31 (z. nrs. 62, 65 en 66);
  • hij is in het bezit van de ter voldoening van de belasting van zegels voorziene factuur die hem door de buitenlandse belastingplichtige werd toegestuurd overeenkomstig artikel 5 van het besluit (z. nrs. 86 tot 88);
  • hij heeft de verschuldigde belasting ingeschreven in zijn aangifte overeenkomstig artikel 6, 1°, van het besluit (z. nr. 112)


117. Buiten de vier evenbedoelde toestanden mag de medecontractant geen aftrek uitoefenen, zelfs indien de belasting hem in rekening werd gebracht door de buitenlandse belastingplichtige en hij ze hem heeft betaald.

NOOT ---- (1) De aangeduide tarieven zijn van toepassing vanaf 1 januari 1976. Voor die datum waren de volgende tarieven van toepassing : 20 F, 50 F 100 F, 200 F en 400 F.