Circulaire 2020/C/148 betreffende de definitieve vrijstellingen – voor klantenwerving ingevoerde goederen
DI 510.201/202/203; vrijstelling; klantenwerving; definitief; voorwaardelijk; termijn; gebruik; monsters; drukwerk; tentoonstelling; uitsluiting; EU; voertuig; particulier; voorwaarden
FOD Financiën, 23.11.2020
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen
Inhoudstabel
4. Bevoegdheden inzake toekenning van de vrijstelling
5. Toekenningsvoorwaarden van de vrijstelling
5.1. Monsters van goederen met onbeduidende waarde
5.1.1. Voorwaarden betreffende de goederen
5.1.3. Voorwaarden met betrekking tot personen
5.1.4. Voor de invoer van goederen vastgestelde termijn
5.1.5. Afwijking van de voorwaarden
5.2. Drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden
5.2.1. Voorwaarden betreffende reclamedrukwerk
5.2.2. Voorwaarden betreffende voorwerpen voor reclamedoeleinden
5.2.4. Voorwaarden met betrekking tot personen
5.2.5. Voor de invoer van de goederen vastgestelde termijn
5.2.6. Afwijkingen van de voorwaarden
5.3. Producten die worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke
5.3.1. Voorwaarden betreffende de goederen
5.3.3. Voor de invoer van de goederen vastgestelde termijn
5.3.4. Afwijkingen van de voorwaarden
6.3. Onmiddellijke beslissing tot toekenning van de vrijstelling bij de invoer
6.4. Invoer van goederen in meerdere keren
6.5. Voorwaardelijke vrijstelling
6.6. Motorvoertuigen en kampeerwagens
6.7. Gebruik van de goederen na invoer -Controle achteraf
7.2. Monsters van goederen met onbeduidende waarde (Artikel 31 KB nr. 7)
7.3. Drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden (Artikel 32 KB nr. 7)
9. Tijdelijke invoer van monsters of van producten voor tentoonstellingen
BIJLAGE II – Artikelen 31 tot 33 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de btw
BIJLAGE III – Artikel 20, §1, 5° Algemene wet van de douane en de accijnzen
1. Inleiding
1. Deze circulaire regelt de vrijstelling van de rechten en de btw bij invoer evenals de accijnzen bij de definitieve invoer van voor klantenwerving ingevoerde goederen.
Enkel goederen die afkomstig zijn uit derde landen buiten de EU kunnen in aanmerking komen voor deze vrijstelling.
Voor de praktische modaliteiten voor het opmaken van de invoeraangiften, is het nuttig om de circulaire ED (Enig Document) en de betrokken werkmethodes te raadplegen (LINK).
Circulaire 2018/C/105 “Definitieve vrijstellingen- Algemeenheden” is ook nuttig te raadplegen.
2. Definities
2. Voor de toepassing van deze circulaire verstaat men onder:
“Monsters van goederen” (art. 86, §3 van de Verordening DV): artikelen die representatief zijn voor een categorie van handelswaar en waarvan de wijze van opmaak en de hoeveelheid voor de gegeven soort of kwaliteit van goederen die artikelen ongeschikt maken om voor andere doeleinden dan voor klantenwerving te worden gebruikt.
“Tentoonstelling en dergelijke” (art. 90, §2 van de Verordening DV):
- tentoonstellingen, jaarbeurzen, beurzen en dergelijke manifestaties op het gebied van handel, industrie, landbouw en ambachtelijke nijverheid;
- tentoonstellingen of manifestaties die voornamelijk voor liefdadige doeleinden worden georganiseerd
- tentoonstellingen of manifestaties die voornamelijk worden georganiseerd met een wetenschappelijk, technisch, ambachtelijk, artistiek, opvoedkundig of cultureel, sportief of religieus doel, of voor een cultus, op vakverenigingsgebied, meteen toeristisch doel of met het doel de volkeren te helpen elkaar beter te begrijpen;
- vergaderingen van vertegenwoordigers van internationale organisaties of groeperingen
- plechtigheden en manifestaties met een officieel of herdenkingskarakter, met uitzondering van particuliere tentoonstellingen die in winkels of handelsruimten worden georganiseerd met het oog op de verkoop van goederen uit derde landen.
“Alcoholische producten” (art. 2, §1, punt e) van de Verordening DV): de producten (bier, wijn, aperitieven op basis van wijn of alcohol, gedistilleerde dranken, likeuren en andere alcoholhoudende dranken, enz.) die onder de posten 2203.00 tot 2208.90 van de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem vallen.
“Verordening DV”: Verordening (EG) 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen.
3. Wettelijke basis
3. De wettelijke basis waarvan de teksten als bijlage bij deze circulaire zijn toegevoegd, zijn de volgende:
1) Artikel 86 tot en met 94 van de Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen.
2) Artikel 31 tot en met 33 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de BTW en tot omzetting van artikel 9 van de Richtlijn (EG) 2009/55 van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de belastingvrijstellingen bij definitief binnenbrengen uit een lidstaat van persoonlijke goederen door particulieren.
3) Artikel 20, 5° Algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen (AWDA)
4) Artikel 30 van het Ministerieel Besluit van 17 februari 1960 tot regeling van de vrijstellingen inzake invoerrecht.
5) Artikel 1, 5° van het Ministerieel besluit van 17 februari 1960 tot regeling van de vrijstellingen inzake accijns bij invoer
4. Bevoegdheden inzake toekenning van de vrijstelling
4. Het hoofd van de operationele dienst die de vergunningen afgeeft op de plaats (eventueel kantoor) van invoer is bevoegd om de toelating tot invoer met vrijstelling te verlenen. De aanvraag, eventueel mondeling (indien geen “summiere aangifte” dient te gebeuren”), geschiedt ten laatste op het ogenblik van de invoer van de goederen bij het plaatselijk hoofd der douane op de plaats van invoer.
5. Toekenningsvoorwaarden van de vrijstelling
5.1. Monsters van goederen met onbeduidende waarde
5. De vrijstelling wordt verleend voor de monsters van goederen en onder de voorwaarden en beperkingen vermeld in artikel 86 van de Verordening DV.
Het is ook nuttig om de circulaire “Definitieve vrijstellingen – Algemeenheden” 2018/C/105 te raadplegen.
5.1.1. Voorwaarden betreffende de goederen
6. Artikel 86 Verordening DV vereist dat het gaat om goederen
- Met een onbeduidende waarde rekening houdend met de definitie van monsters zoals bepaald in artikel 86 van Verordening DV. De waarde hangt af van de soort en kwaliteit van de betrokken goederen die tot monsters dienen (bv: een monster van een diamant ten opzichte van de waarde van een diamant voor verkoop kan van onbeduidende waarde zijn, terwijl ook een monster met de waarde van een kleding knop feitelijk dezelfde waarde heeft als de kledingknop voor verkoop zelf).
- Die slechts kunnen dienen om bestellingen te werven voor goederen van het soort dat zij vertegenwoordigen, met het oog op de invoer daarvan in het douanegebied van de Europese Unie.
- Deze monsters zullen per definitie op verschillende plaatsen worden gebruikt in tegenstelling tot de goederen ingevoerd met toepassing van artikel 90 en volgende Verordening DV betreffende producten die worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke (zie 5.3).
7. Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met de hierna vermelde bijkomende specificaties. Deze maken een aanvullend onderscheid tussen monsters van verbruiksgoederen en monsters van andere goederen.
a) Monsters van verbruiksgoederen
8. Per soort of per kwaliteit mag in het algemeen de waarde ten hoogste €5 per stuk bedragen (rekening houdend met §9 hieronder).
9. Voor de monsters van de in onderstaande lijst opgenomen soorten verbruiksgoederen mag de hoeveelheid per soort of per kwaliteit niet hoger liggen dan deze vermeld naast de aanduiding van de soort:
- Wijn: 15 centiliter;
- Ethylalcohol, alcoholische dranken: 5 centiliter (50 gram);
- Reukwater (eau de Cologne, lavendelwater, enz.): 5 centiliter (50 gram);
- Toiletwater (haar-, gelaats- en mondlotions): 5 centiliter (50 gram);
- Parfum (extract): 2 centiliter (20 gram);
- Sigaren: 2 stuks;
- Cigarillo’s: 5 stuks;
- Sigaretten: 10 stuks;
- Op andere wijze bereide tabak: 20 gram netto;
- Tabak in bladen: 250 gram netto of 350 gram bruto.
10. Met betrekking tot geneesmiddelen dient aan de volgende drie voorwaarden voldaan te worden:
- Rechtstreekse verzending in één exemplaar aan een geneesheer, een veearts of een apotheker;
- Duidelijke vermelding, zowel op de binnen- als op de buitenverpakking, met onuitwisbare letters, dat het gaat om kosteloze monsters, welke niet mogen worden verkocht;
- Maximum inhoud niet groter dan de kleinste hoeveelheid, verpakt in dozen, tubes, enz. gebruikt voor de normale klei verkoop van dezelfde producten.
b) Monsters van niet-verbruiksgoederen
11. Om voor de vrijstelling in aanmerking te komen dienen deze monsters elk afzonderlijk STEEDS definitief als handelsgoederen onbruikbaar te zijn gemaakt op één van de wijzen bedoeld in artikel 86, lid 2, van de Verordening DV voor zover deze behandeling niet tot gevolg heeft dat hun hoedanigheid van monster hierdoor verloren gaat.
Dit gebeurt door versnijding, doorboring, het aanbrengen van een duidelijk zichtbaar en onuitwisbaar kenteken of enig ander procedé. Als “enig ander procedé” in de zin van artikel 86, §2 kunnen onder meer worden aangemerkt:
- Collecties van alle soorten papier en werken van papier of van karton, welke zijn aaneengeplakt of geplakt op een steunstuk van onedele stof;
- Rollen behangselpapier ingevoerd voor de vervaardiging van staalboeken indien een van de boorden afgesneden is op een breedte van minstens 5 cm of indien ze doorboord zijn op meer dan 5 cm van de boord en dit op de ganse lengte met tussenruimte van maximum 30 cm.
Indien elk monster afzonderlijk aan de gestelde voorwaarden voldoet mogen ze in onbeperkte hoeveelheden alsook in boekvorm met vrijstelling worden ingevoerd, voor zover ze als dusdanig evenmin een handelswaarde hebben.
12. Uitzondering: Volgende monsters mogen met vrijstelling worden toegelaten zonder dat ze door versnijding, doorboring of op andere wijze als handelsgoederen ongeschikt hoeven te zijn gemaakt:
- Grondstoffen en producten (zoals textielgarens, weefsels, papier, hout, onedele metalen, marmer, hardsteen en andere bouwsteen), in blokken of gesneden in bladen (zelfs in bundel), plaatjes, stukken, enz., met zulke afmetingen dat ze enkel voor klantenwerving kunnen worden gebruikt.
- Knopen, gespen, haken, en andere algemene gebruikte kleinigheden die dienen als toebehoren of versiering voor kledij, mits ze vervaardigd zijn van onedele stof, op karton zijn bevestigd of worden aangeboden onder de gebruikelijke vorm van handelsmonsters, en bovendien slechts één exemplaar van elke soort en grootte wordt ingevoerd;
- Draadnagels, spijkers, krammen, haken, punaises, bouten, ringbouten, schroefbouten, moeren, schroeven, oogschroeven, kraagschroeven, klinknagels, splitpennen, stelpennen, spieën en andere dergelijke voorwerpen van onedele stof, mits ze worden aangeboden onder de gebruikelijke vorm van handelsmonsters of in zeer kleine hoeveelheden worden ingevoerd zodat ze niet anders dan voor klantenwerving kunnen worden gebruikt;
- Voorwerpen bestemd voor handelaars in gelijkaardige voorwerpen, mits elke zending slechts een waarde heeft van ten hoogste €5 en maar één exemplaar per soort of kwaliteit bevat.
13. Kleurenboekjes en kleurenkaarten, dienende ter beoordeling van de kleur van verf, garens, weefsels, auto’s, enz. van vreemde herkomst mogen, ongeacht de hoeveelheid, met vrijstelling worden toegelaten ook indien er gebruiksaanwijzingen of prijzen van de afgebeelde goederen in voorkomen.
14. Ook elektronica, zoals onder meer computers, gsm’s en televisietoestellen kunnen als monsters toegelaten worden voor zover ze in dergelijke kleine hoeveelheden worden ingevoerd dat ze uitsluitend voor klantenwerving kunnen worden gebruikt.
5.1.2. Uitsluitingen
15. De monsters van goederen welke bestemd zijn om te worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke vallen niet onder onderhavige bepalingen. Deze dienen, om van de vrijstelling te kunnen genieten, te voldoen aan de voorwaarden en beperkingen gesteld in de artikelen 90 tot en met 94 van Verordening DV (zie punt 5.3.).
Ook monsters van producten die in een derde land worden gebruikt als monsters van producten uit de Unie, zijn uitgesloten: deze kunnen niet op grond van deze vrijstelling maar wel op grond van andere bepalingen in de EU worden ingevoerd (bijvoorbeeld terugkerende goederen). De vrijstelling is immers enkel van toepassing op producten die in de EU als monsters worden gebruikt.
5.1.3. Voorwaarden met betrekking tot personen
16. De vrijstelling wordt verleend aan zowel natuurlijke als rechtspersonen, onafhankelijk of deze persoon al dan niet in de EU is gevestigd.
5.1.4. Voor de invoer van goederen vastgestelde termijn
17. Er wordt geen termijn vastgesteld voor de invoer van deze goederen, noch voor hun gebruik binnen EU.
5.1.5. Afwijking van de voorwaarden
18. Artikel 86 voorziet geen enkele afwijking van de voorwaarden.
5.2. Drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden
19. De vrijstelling voor drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden wordt verleend voor de goederen en onder de voorwaarden en beperkingen vermeld in de artikelen 87 tot en met 89 van de Verordening DV.
Het gaat om drukwerk voor reclamedoeleinden, zoals catalogi, prijscouranten, gebruiksaanwijzingen of commerciële aankondigingen die betrekken hebben op te koop of te huur aangeboden goederen of het aanbieden van diensten op het gebied van vervoer, de verzekering van handelsactiviteiten of bankzaken, door een buiten het douanegebied van de Unie gevestigde persoon.
Ook voorwerpen voor reclamedoeleinden kunnen van de vrijstelling genieten.
5.2.1. Voorwaarden betreffende reclamedrukwerk
20. Het reclamedrukwerk kan met vrijstelling ingevoerd worden voor zover het voldoet aan de volgende voorwaarden;
- Op het drukwerk moet de naam van het buiten de Unie gevestigde bedrijf duidelijk zichtbaar zijn aangebracht dat de goederen vervaardigt, verkoopt of verhuurt, of dat de diensten verleent waarop het drukwerk betrekking heeft;
- Elke zending mag slechts één bescheid bevatten of, indien zij uit meerdere bescheiden bestaat, slechts één exemplaar van elk bescheid. Zendingen die verscheidene exemplaren van eenzelfde bescheid bevatten, komen niettemin voor vrijstelling in aanmerking, indien het totale brutogewicht niet meer dan 1kg bedraagt;
- Het drukwerk mag niet bij wijze van groepagezending door eenzelfde afzender naar eenzelfde geadresseerde worden gezonden.
21. Daarnaast mag dit reclamedrukwerk niet gedrukt zijn voor rekening van een in België gevestigde onderneming maar uitsluitend voor rekening van een buiten de Unie gevestigde onderneming. Bijgevolg betekent dit dat drukwerk dat, naast de naam van de buitenlandse leverancier van de in het drukwerk bedoelde producten, ook de naam van de in België gevestigde onderneming vermeldt, niet met vrijstelling kan worden ingevoerd.
Voorbeeld: gedrukt reclamemateriaal dat de kwaliteiten van de nieuwste smartphone van een beroemd merkt aanprijst en aangeeft dat het uitsluitend door een bepaalde in België gevestigde keten van distributeurs of door de Belgische dochteronderneming van dat merk wordt verspreid, is uitgesloten van de vrijstelling.
22. Ook mag elke geadresseerde niet meer dan één zending tegelijk ontvangen.
5.2.2. Voorwaarden betreffende voorwerpen voor reclamedoeleinden
23. Voorwerpen voor reclamedoeleinden kunnen slechts met vrijstelling worden ingevoerd voor zover zij
- Geen eigen handelswaarde bezitten;
en
- Gratis door leveranciers naar hun klanten worden gezonden;
en
- Voor geen enkel ander doel dan voor reclame kunnen worden gebruikt.
5.2.3. Uitsluitingen
24. Reclamedrukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden welke bestemd zijn om te worden gebruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke vallen niet onder onderhavige bepalingen. Deze dienen, om van de vrijstelling te kunnen genieten, te voldoen aan de voorwaarden en beperkingen gesteld in de artikelen 90 tot en met 94 van de Verordening DV.
Reclamedrukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden voor rekening van een binnen de EU gevestigde onderneming worden ook uitgesloten van deze vrijstelling (zie §21).
5.2.4. Voorwaarden met betrekking tot personen
25. De vrijstelling wordt verleend aan zowel natuurlijke als rechtspersonen, maar enkel voor zover deze gevestigd is buiten EU.
5.2.5. Voor de invoer van de goederen vastgestelde termijn
26. Er wordt geen termijn vastgesteld voor de invoer van deze goederen, noch voor hun gebruik binnen EU.
5.2.6. Afwijkingen van de voorwaarden
27. Door de artikelen 88 en 89 van de Verordening DV wordt er geen afwijking van de voorwaarden voorzien.
5.3. Producten die worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke
28. De vrijstelling wordt verleend voor de producten die worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke onder de voorwaarden en beperkingen vermeld in de artikelen 90 tot en met 94 van Verordening DV. Bijgevolg zijn beurzen en evenementen die privaat in winkels of bedrijfspanden worden georganiseerd om ingevoerd goederen te verkopen, nog steeds uitgesloten.
Voorbeeld: een openbaar evenement zoals het Europalia Festival voldoet aan de voorwaarden van artikel 90, in tegenstelling tot een commerciële tentoonstelling georganiseerd in een particuliere kunstgalerij.
De volgende producten worden van rechten bij invoer vrijgesteld:
a) Kleine monsters die representatief zijn voor buiten het douanegebied van de Unie vervaardigde goederen en bestemd zijn voor tentoonstellingen en dergelijke;
b) Goederen die uitsluitend worden ingevoerd om te worden gedemonstreerd of om buiten het douanegebied van de Unie vervaardigde machines en apparaten te demonstreren tijdens tentoonstellingen en dergelijke;
c) Diverse materialen van geringe waarde, zoals verf, lak, behangselpapier, enz. die worden gebruikt voor de bouw, de inrichting en de decoratie van tijdelijke stands die door vertegenwoordigers van derde landen worden bezet op tentoonstellingen en dergelijke en die door hun gebruik als zodanig verloren gaan
d) Drukwerk, catalogi, prospectussen, prijscouranten, aanplakbiljetten, al dan niet geïllustreerde kalenders, niet-ingelijste foto’s en andere voorwerpen die gratis worden verstrekt teneinde te worden gebruikt voor reclamedoeleinden voor buiten het douanegebied van de Unie vervaardigde goederen, die op tentoonstellingen en dergelijke worden tentoongesteld.
29. Monsters van goederen met onbeduidende waarde en drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden welke NIET bestemd zijn om te worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke, vallen uiteraard niet onder onderhavige bepalingen. Omtrent bedoelde producten wordt verwezen naar 5.1 en 5.2 hiervoor.
5.3.1. Voorwaarden betreffende de goederen
30. De vier categorieën van goederen genoemd in hoofdstuk 5.3. (onder a t/m d) moeten aan verschillende voorwaarden voldoen.
Betreffende kleine monsters die representatief zijn voor buiten het douanegebied van de Unie vervaardigde goederen en bestemd zijn voor tentoonstellingen en dergelijke (zie 5.3 a) hiervoor) blijven deze beperkt tot monsters:
- Die in die vorm gratis uit derde landen worden ingevoerd of tijdens de tentoonstelling uit onverpakt uit deze landen ingevoerde waren worden verkregen;
- Die uitsluitend dienen om tijdens de tentoonstelling gratis aan bezoekers voor hun persoonlijk gebruik of verbruik te worden uitgereikt;
- Die kunnen worden onderkend als reclamemateriaal waarvan de waarde per eenheid gering is;
- Die niet geschikt zijn om te kunnen worden verhandeld en in voorkomend geval in verpakkingen worden aangeboden welke een geringere hoeveelheid bevatten dan de kleinste in de handel verkrijgbare hoeveelheid van dezelfde goederen;
- Die tijdens de tentoonstelling ter plaatse worden verbruikt indien het levensmiddelen en dranken betreft waarvan de verpakking niet beantwoordt aan het bepaalde onder d) hiervoor;
- Waarvan de totale waarde en hoeveelheid in verhouding staat tot de aard van de tentoonstelling, het bezoekersaantal en het belang van de deelneming van de exposant.
31. Betreffende goederen die uitsluitend worden ingevoerd om te worden gedemonstreerd of om buiten het douanegebied van de Unie vervaardigde machines en apparaten te demonstreren tijdens tentoonstellingen en dergelijke (zie 5.3 b) hiervoor) blijven deze beperkt tot goederen:
- Die tijdens de tentoonstelling worden verbruikt of tenietgaan en
- Waarvan de totale waarde en hoeveelheid in verhouding staat tot de aard van de tentoonstelling, het bezoekersaantal en het belang van de deelneming van de exposant.
32. Betreffende drukwerk, catalogi, prospectussen, prijscouranten, aanplakbiljetten, al dan niet geïllustreerde kalenders, niet-ingelijste foto’s en andere voorwerpen die gratis worden verstrekt teneinde te worden gebruikt voor reclamedoeleinden voor buiten het douanegebied van de Unie vervaardigde goederen, die op tentoonstellingen en dergelijke worden tentoongesteld (zie 5.3 d) hiervoor) blijft de vrijstelling beperkt tot drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden:
- Die uitsluitend bestemd zijn om op de plaats van de tentoonstelling gratis aan het publiek te worden uitgereikt;
- Waarvan de totale waarde en hoeveelheid in verhouding staat tot de aard van de tentoonstelling, het bezoekersaantal en het belang.
5.3.2. Uitsluitingen
33. De volgende accijnsgoederen worden van de vrijstelling uitgesloten:
- Alcoholische producten
- Tabak en tabaksproducten
- Brandstoffen
Maar enkel met betrekking tot de 2 gevallen van vrijstelling in artikel 90 voor
- Kleine monsters die representatief zijn voor buiten het douanegebied van de Unie vervaardigde goederen en bestemd zijn voor tentoonstellingen en dergelijke (zie 5.3 a)); en
- Goederen die uitsluitend worden ingevoerd om te worden gedemonstreerd of om buiten het douanegebied van de Unie vervaardigde machines en apparaten te demonstreren tijdens tentoonstellingen en dergelijke (zie 5.3 b)).
In de twee andere gevallen van vrijstelling in artikel 90, mogen wel monsters van die accijnsgoederen met vrijstelling ingevoerd worden.
5.3.3. Voor de invoer van de goederen vastgestelde termijn
34. Er wordt geen termijn vastgesteld voor de invoer van deze goederen, noch voor gebruik binnen EU.
5.3.4. Afwijkingen van de voorwaarden
35. Door de artikelen 90 tot 94 van de Verordening DV wordt er geen afwijking van de voorwaarden voorzien.
6. Procedure
6.1. Aanvraag
36. De aanvraag (schriftelijk en elektronisch indien mogelijk, eventueel mondeling) tot toelating om met vrijstelling in te voeren, moet ten laatste op het ogenblik van de invoer van de goederen ingediend worden bij de dienst aangeduid door de Administratie Operaties van de AAD
37. Op uitdrukkelijk verzoek van belanghebbende kan in dat geval door de douane een mondelinge vergunning tot vrijstelling mits een “attest van vrijstelling”, gelijk aan een ontvangstbewijs zonder betaling worden uitgereikt. Bij afgifte van dit attest dienen altijd de volgende gegevens te worden vermeld:
a) de omschrijving van de goederen, voldoende nauwkeurig om de goederen te kunnen identificeren, eventueel aangevuld met de vermelding van de tariefpost;
b) de waarde (gefactureerd) en de hoeveelheid van de goederen;
c) de vermelding "Attest van vrijstelling - invoer toegestaan zonder betaling van de betrokken rechten en belastingen - Toepassing van Circulaire 2020/C/X betreffende de Definitieve Vrijstellingen – VOOR KLANTENWERVING INGEVOERDE GOEDEREN ";
d) de datum en plaats van oprichting;
e) de naam en het adres van de aanvrager;
f) de naam, het adres en het zegel van de douanedienst die het heeft afgegeven.
Voor monsters van alcoholische dranken en van tabak welke met vrijstelling kunnen worden toegelaten, dient echter STEEDS dit attest van vrijstelling te worden uitgereikt, om te dienen als vervoersdocument inzake accijnzen.
38. In de andere gevallen dienen ter zake de gewone invoer-formaliteiten te worden vervuld.
6.2. Bewijsstukken
39. Met betrekking tot producten die worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke dient de aanvrager afdoende te bewijzen dat de goederen inderdaad worden ingevoerd voor welbepaalde bestaande tentoonstellingen of soortgelijke evenementen, die naar aard en belang overeenstemmen met de ingevoerde monsters.
6.3. Onmiddellijke beslissing tot toekenning van de vrijstelling bij de invoer
40. Wanneer de bevoegde dienst over alle noodzakelijke elementen beschikt die nuttig zijn om te kunnen beslissen over het toekennen van de vrijstelling, vindt de invoer plaats onder dekking van een aangifte waarin onder andere de code “C30” (zie 5.1), “C31” (zie 5.2) of “C32” (zie 5.3) staat in de tweede onderverdeling van vak 37 in de digitale versie van het Enig Document.
In geval van mondelinge aangifte, moet de betrokken code “C…” ook op het attest van vrijstelling vermeld worden.
6.4. Invoer van goederen in meerdere keren
41. Voor klantenwerving ingevoerde goederen kunnen in meerdere keren en door meerdere invoerkantoren worden ingevoerd. Elke zending die afzonderlijk bij een kantoor wordt aangeboden, moet per geval worden onderzocht. Indien de aanvrager voorheen geen enkele invoer heeft verricht bij het betrokken douanekantoor, moeten alle noodzakelijke stukken en bewijzen opnieuw worden voorgelegd.
42. In het andere geval kunnen alle stukken en bewijzen die reeds in het bezit zijn van de betrokken douanediensten of een gedeelte ervan worden gebruikt als bewijsstuk zonder dat een volledig nieuw dossier moet ingediend worden: een digitale kopie van het bij een andere douanedienst reeds ingediende dossier volstaat. De belanghebbende moet de aard, het nummer en de datum van de douanedocumenten vermelden die voor de voorgaande invoerverrichting(en) gevalideerd werden.
6.5. Voorwaardelijke vrijstelling
43. Niet van toepassing in de praktijk. Het is immers aangeraden om gebruik te maken van de tijdelijke opslag (RTO) of een plaatsing onder de regeling van douane-entrepot totdat het volledige dossier van aanvraag kan voorgelegd worden.
6.6. Motorvoertuigen en kampeerwagens[1]
44. De motorvoertuigen en de kampeerwagens kunnen slechts in aanmerking komen voor de vrijstelling bij vrij verkeer voor zover voldaan wordt aan alle voorwaarden inzake producten die worden gebruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke (zie 5.3).
Zoniet, geniet de bijzondere regeling voor tijdelijke invoer (TI) de voorkeur (zie hoofdstuk 9).
45. Deze goederen dienen altijd onder dekking van een afzonderlijke invoeraangifte toegelaten worden. Voor het overige zijn de gewone voorwaarden voor het verlenen of weigeren van de vrijstelling en de te volgen procedure van toepassing. Om op de openbare weg te kunnen circuleren, moeten deze voertuigen (die in het vrij verkeer gebracht zijn en dus Uniegoederen geworden zijn) onder een reguliere nummerplaat in België geregistreerd zijn.
6.7. Gebruik van de goederen na invoer -Controle achteraf
46. Voor klantenwerving ingevoerde goederen mogen uitsluitend ingevoerd en gebruikt worden voor het vooropgesteld doel zoals uiteengezet in de toepasselijke bepalingen van de Verordening DV.
47. De controlediensten moeten vooral in het licht van de aangiften nagaan of de goederen niet als handelswaar gebruikt worden en uitsluitend dienen tot klantenwerving. Indien het onderzoek van de betrokken inspectiedienst misbruiken, onregelmatigheden of ernstige vermoedens van fraude aan het licht brengt, moet een dossier samengesteld worden en langs hiërarchische weg doorgestuurd worden naar de bevoegde dienst.
7. Bepalingen inzake BTW
7.1. Algemeenheden
48. Zoals bij invoerrechten heeft de btw-vrijstelling enkel betrekking op de goederen die afkomstig zijn uit derde landen buiten de EU.
7.2. Monsters van goederen met onbeduidende waarde (Artikel 31 KB nr. 7)
49. De toepassingsmodaliteiten die zijn bepaald inzake invoerrechten zijn “mutatis mutandis” van toepassing inzake btw voor de invoer van monsters van goederen met onbeduidende waarde.
50. De specifieke administratieve voorwaarden zoals bepaald in §§7 t.e.m. 14 zijn evenwel niet van toepassing op de vrijstelling van btw voor de monsters zoals bedoeld in artikel 31 van et KB nr. 7. Bijgevolg mogen monsters die worden vervaardigd of verkocht door de belastingplichtige die ze gratis verspreidt, vrij van btw worden ingevoerd.
51. Aldus dienen te worden aangemerkt als monsters die vrijstelling van btw kunnen genieten, de presentatie-exemplaren van een boek of van een plaat die de buitenlandse uitgever aan de auteur aanbiedt alsmede de recensie-exemplaren welke hij aan critici en andere personen of instellingen aanbiedt om de verkoop van de desbetreffende goederen te bevorderen of ze voor een ruimer publiek te bestemmen.
52. De invoerder moet ten genoegen van de Administratie (op haar aanvraag) bewijzen dat de daartoe ingevoerde goederen niet bestemd zijn om te worden verkocht in omstandigheden die de btw opeisbaar maken.
Inzonderheid voor de monsters die op dezelfde wijze zijn verpakt of gereedgemaakt als de voor de verkoop bestemde goederen dient er wel een ontvangstbewijs te worden geëist van de geadresseerde.
7.3. Drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden (Artikel 32 KB nr. 7)
53. De toepassingsmodaliteiten die zijn bepaald inzake invoerrechten zijn “mutatis mutandis” van toepassing inzake btw voor de invoer van drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden.
7.4. Producten die worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke (Artikel 33 KB nr. 7)
54. Voor de invoer van producten die worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen wordt er vrijstelling van btw voorzien volgens dezelfde toepassingsmodaliteiten als bepaald inzake invoerrechten.
8. Accijnzen
55. Er wordt enkel vrijstelling van accijnzen verleend voor bepaalde monsters van goederen met onbeduidende waarde (zie §33). Dit geldt uitsluitend bij invoer uit niet-Unie-lidstaten. De toepassingsmodaliteiten die zijn bepaald inzake invoerrechten zijn “mutatis mutandis” van toepassing inzake accijnzen voor de invoer van monsters van goederen met onbeduidende waarde (behalve voor wat betreft punt 5.3.2).
Er bestaat geen vrijstelling van accijnzen voor drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden, noch voor producten die worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke.
9. Tijdelijke invoer van monsters of van producten voor tentoonstellingen
56. De betrokken vrijstelling hierboven uiteengezet mag niet worden verward met de “volledige vrijstelling van alle belastingen” die onder de bijzondere regeling van tijdelijke invoer in de zin van artikel 250 DWU bestaat. In tegenstelling met de in deze circulaire vermelde vrijstelling op vrij verkeer (dus definitieve invoer), vereist de regeling van TI een wederuitvoer buiten de EU na een tijdelijk gebruik binnen de EU. Enkel op voorwaarde dat zij vanaf de invoer tijdelijk ingevoerd worden, mogen
- producten die worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke en
- monsters van goederen met onbeduidende waarde,
geplaatst worden onder tijdelijk invoer met volledige vrijstelling van alle belastingen (invoerrechten, btw en accijnzen inclusief) op basis van artikel 232 DWU-DA (monsters) of 234, §1 DWU-DA (tentoonstellingen).
Wanneer gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke wordt de regeling tijdelijk invoer op basis van artikel 323 DWU-IA aangezuiverd door wederuitvoer (hun verbruik wordt ook als een wederuitvoer beschouwd). Deze aanzuivering zonder betaling van de belastingen is nooit van toepassing voor alcohol en alcoholische dranken, gefabriceerde tabak, energieproducten en elektriciteit (zie artikel 1, §1 van Richtlijn 2008/118/CE). Hiervoor wordt verwezen naar de Instructie Tijdelijke Invoer.
10. Samenvattende tabel
57.
Toekenningsvoorwaarden van de vrijstelling | |
Personen | - Natuurlijke personen |
Goederen | - Monsters van goederen met onbeduidende waarde |
Gebruik | Gebruik uitsluitend voor vooropgesteld doel |
Uitsluitingen | - Alcoholische producten |
11. Slotbepalingen
58. Deze circulaire vervangt de vroegere wettelijke en reglementaire bepalingen (en de commentaren ervan) van Hoofdstuk I, Titel XX (Voor klantenwerving ingevoerde goederen) van de Instructie Definitieve Vrijstellingen 1984 – DI 510.0 en heft de genoemde bepalingen op.
Voor de administrateur-generaal van de douane en accijnzen
Jo Lemaire
Adviseur-generaal
BIJLAGEN
BIJLAGE I – Artikel 86 tot en met 94 van de Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen.
HOOFDSTUK XXI
Voor klantenwerving ingevoerde goederen
A. Monsters van goederen met onbeduidende waarde
Artikel 86
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 90, lid 1, onder a), zijn van rechten bij invoer vrijgesteld monsters van goederen waarvan de waarde onbeduidend is en die slechts kunnen dienen om bestellingen te werven voor goederen van het soort dat zij vertegenwoordigen, met het oog op de invoer daarvan in het douanegebied van de Gemeenschap.
2. De bevoegde autoriteiten kunnen eisen dat bepaalde artikelen, om voor de vrijstelling in aanmerking te komen, definitief onbruikbaar worden gemaakt door versnijding, doorboring, het aanbrengen van een duidelijk zichtbaar en onuitwisbaar kenteken of enig ander procedé, zonder dat deze behandeling evenwel tot gevolg mag hebben dat hun hoedanigheid van monster daardoor verloren gaat.
3. Voor de toepassing van lid 1 wordt verstaan onder „monsters van goederen”, artikelen die representatief zijn voor een categorie van handelswaar en waarvan de wijze van opmaak en de hoeveelheid voor de gegeven soort of kwaliteit van goederen die artikelen ongeschikt maken om voor andere doeleinden dan voorklantenwerving te worden gebruikt.
B. Drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden
Artikel 87
Behoudens het bepaalde in artikel 88 is van rechten bij invoer vrijgesteld drukwerk voor reclamedoeleinden, zoals catalogi, prijscouranten, gebruiksaanwijzingen of commerciële aankondigingen die betrekking hebben op:
a) te koop of te huur aangeboden goederen;
b) het aanbieden van diensten op het gebied van vervoer, de verzekering van handelsactiviteiten of bankzaken,
door een buiten het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon.
Artikel 88
De in artikel 87 bedoelde vrijstelling is beperkt tot drukwerk voorreclamedoeleinden dat aan de volgende voorwaarden voldoet:
a) op het drukwerk moet duidelijk zichtbaar de naam van het bedrijf zijn aangebracht dat de goederen vervaardigt, verkoopt of verhuurt, of dat de diensten verleent waarop het drukwerk betrekking heeft;
b) elke zending mag slechts één bescheid bevatten of, indien zij uit meerdere bescheiden bestaat, slechts één exemplaar van elk bescheid. Zendingen die verscheidene exemplaren vaneen zelfde bescheid bevatten, komen niettemin voor vrijstelling in aanmerking, indien het totale brutogewicht niet meer dan 1 kg bedraagt;
c) het drukwerk mag niet bij wijze van groepagezending dooreen zelfde afzender naar eenzelfde geadresseerde worden gezonden.
Artikel 89
Van rechten bij invoer zijn eveneens vrijgesteld voorwerpen voor reclamedoeleinden die zelf geen handelswaarde bezitten en die gratis door leveranciers naar hun klanten worden gezonden en voor geen enkel ander doel dan voor reclame kunnen worden gebruikt.
C. Producten die worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke
Artikel 90
1. Behoudens de artikelen 91 tot en met 94, zijn van rechten bij invoer vrijgesteld:
a) kleine monsters die representatief zijn voor buiten het douanegebied van de Gemeenschap vervaardigde goederen en bestemd zijn voor tentoonstellingen en dergelijke;
b) goederen die uitsluitend worden ingevoerd om te worden gedemonstreerd of om buiten het douanegebied van de Gemeenschap vervaardigde machines en apparaten te demonstreren tijdens tentoonstellingen en dergelijke;
c) diverse materialen van geringe waarde, zoals verf, lak, behangselpapier, enz. die worden gebruikt voor de bouw, deinrichting en de decoratie van tijdelijke stands die door vertegenwoordigers van derde landen worden bezet op tentoonstellingen en dergelijke en die door hun gebruik als zodanig verloren gaan;
d) drukwerk, catalogi, prospectussen, prijscouranten, aanplakbiljetten, al dan niet geïllustreerde kalenders, niet-ingelijste foto’s en andere voorwerpen die gratis worden verstrekt teneinde te worden gebruikt voor reclamedoeleinden voor buiten het douanegebied van de Gemeenschap vervaardigde goederen, die op tentoonstellingen en dergelijke worden tentoongesteld.
2. Voor de toepassing van lid 1 worden onder „tentoonstellingen dergelijke” verstaan:
a) tentoonstellingen, jaarbeurzen, beurzen en dergelijke manifestaties op het gebied van handel, industrie, landbouw en ambachtelijke nijverheid;
b) tentoonstellingen of manifestaties die voornamelijk voor liefdadige doeleinden worden georganiseerd;
c) tentoonstellingen of manifestaties die voornamelijk worden georganiseerd met een wetenschappelijk, technisch, ambachtelijk, artistiek, opvoedkundig of cultureel, sportief of religieus doel, of voor een cultus, op vakverenigingsgebied, meteen toeristisch doel of met het doel de volkeren te helpen elkaar beter te begrijpen;
d) vergaderingen van vertegenwoordigers van internationale organisaties of groeperingen;
e) plechtigheden en manifestaties met een officieel of herdenkingskarakter,
met uitzondering van particuliere tentoonstellingen die in winkels of handelsruimten worden georganiseerd met het oog op de verkoop van goederen uit derde landen.
Artikel 91
De in artikel 90, lid 1, onder a), bedoelde vrijstelling is beperkt tot monsters:
a) die in die vorm gratis uit derde landen worden ingevoerd of tijdens de tentoonstelling uit onverpakt uit deze landen ingevoerde waren worden verkregen;
b) die uitsluitend dienen om tijdens de tentoonstelling gratis aan bezoekers voor hun persoonlijk gebruik of verbruik te worden uitgereikt;
c) die kunnen worden onderkend als reclamemateriaal waarvan de waarde per eenheid gering is;
d) die niet geschikt zijn om te kunnen worden verhandeld en in voorkomend geval in verpakkingen worden aangeboden welke een geringere hoeveelheid bevatten dan de kleinste inde handel verkrijgbare hoeveelheid van dezelfde goederen;
e) die tijdens de tentoonstelling ter plaatse worden verbruikt indien het levensmiddelen en dranken betreft waarvan de verpakking niet beantwoordt aan het bepaalde onder d);
f) waarvan de totale waarde en hoeveelheid in verhouding staan tot de aard van de tentoonstelling, het bezoekersaantal en het belang van de deelneming van de exposant.
Artikel 92
De in artikel 90, lid 1, onder b), bedoelde vrijstelling is beperkt tot goederen:
a) die tijdens de tentoonstelling worden verbruikt of tenietgaan, en
b) waarvan de totale waarde en hoeveelheid in verhouding staan tot de aard van de tentoonstelling, het bezoekersaantal en het belang van de deelneming van de exposant.
Artikel 93
De in artikel 90, lid 1, onder d), bedoelde vrijstelling geldt slechts voor drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden:
a) die uitsluitend bestemd zijn om op de plaats van de tentoonstelling gratis aan het publiek te worden uitgereikt;
b) waarvan de totale waarde en hoeveelheid in verhouding staan tot de aard van de tentoonstelling, het bezoekersaantal en het belang van de deelneming van de exposant.
Artikel 94
Van de in artikel 90, lid 1, onder a) en b), bedoelde vrijstelling zijnuitgesloten:
a) alcoholische producten;
b) tabak en tabaksproducten;
c) brandstoffen.
BIJLAGE II – Artikelen 31 tot 33 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de btw
Artikel 31
§1. Onverminderd de vrijstelling bedoeld in artikel 33, §1, 1°, wordt vrijstelling van de belasting verleend voor de definitieve invoer van monsters van goederen waarvan de waarde onbeduidend is en die slechts kunnen dienen om bestellingen te werven voor goederen van het soort dat zij vertegenwoordigen.
§2. De administratie kan eisen dat bepaalde artikelen, om voor de vrijstelling in aanmerking te komen, definitief onbruikbaar worden gemaakt door versnijding, doorboring, het aanbrengen van een duidelijk zichtbaar en onuitwisbaar kenteken of enig ander procédé, zonder dat deze behandeling evenwel tot gevolg mag hebben dat hun hoedanigheid van monster daardoor verloren gaat.
§3. In de zin van paragraaf 1 wordt verstaan onder "monsters van goederen", artikelen die representatief zijn voor een categorie van handelswaar en waarvan de wijze van opmaak en de hoeveelheid voor de gegeven soort of kwaliteit van goederen die artikelen ongeschikt maken om voor andere doeleinden dan voor klantenwerving te worden gebruikt.
Artikel 32
§1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van drukwerk voor reclamedoeleinden, zoals catalogi, prijscouranten, gebruiksaanwijzingen of commerciële aankondigingen mits zij betrekking hebben op:
1° door een in een derde land of derdelands gebied gevestigde persoon te koop of te huur aangeboden goederen, of
2° door een in een derde land of derdelands gebied gevestigde persoon aangeboden diensten op het gebied van vervoer, de verzekering van handelsactiviteiten of bankzaken.
§2. De in paragraaf 1 bedoelde vrijstelling is beperkt tot drukwerk voor reclamedoeleinden dat aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° op het drukwerk moet duidelijk zichtbaar de naam van het bedrijf zijn aangebracht dat de goederen vervaardigt, verkoopt of verhuurt, of dat de diensten verleent waarop het drukwerk betrekking heeft;
2° elke zending mag slechts één bescheid bevatten of, indien zij uit meerdere bescheiden bestaat, slechts één exemplaar van elk bescheid, met dien verstande dat zendingen, die verscheidene exemplaren van een zelfde bescheid bevatten, niettemin voor vrijstelling in aanmerking komen, indien het totale brutogewicht niet meer dan 1 kilogram bedraagt;
3° het drukwerk mag niet bij wijze van groepagezending door een zelfde afzender naar een zelfde geadresseerde worden gezonden.
§3. Vrijstelling van de belasting wordt eveneens verleend voor de definitieve invoer van voorwerpen voor reclamedoeleinden die zelf geen handelswaarde bezitten en die gratis door leveranciers naar hun klanten worden gezonden en voor geen ander doel dan voor reclame kunnen worden gebruikt.
Artikel 33
§1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van:
1° kleine monsters die representatief zijn voor goederen en bestemd zijn voor tentoonstellingen en dergelijke;
2° goederen die uitsluitend worden ingevoerd om te worden gedemonstreerd of om machines en apparaten te demonstreren tijdens tentoonstellingen en dergelijke;
3° diverse materialen van geringe waarde, zoals verf, lak, behangselpapier, enz. die worden gebruikt voor de bouw, de inrichting en de decoratie van tijdelijke stands op tentoonstellingen en dergelijke en die door hun gebruik als zodanig verloren gaan;
4° drukwerk, catalogi, prospectussen, prijscouranten, aanplakbiljetten, al dan niet geïllustreerde kalenders, niet-ingelijste foto's en andere voorwerpen die gratis worden verstrekt ten einde te worden gebruikt voor reclamedoeleinden voor goederen, die op tentoonstellingen en dergelijke worden tentoongesteld.
§2. In de zin van paragraaf 1 wordt onder "tentoonstellingen en dergelijke" verstaan:
1° tentoonstellingen, jaarbeurzen, beurzen en dergelijke manifestaties op het gebied van handel, industrie, landbouw en ambachtelijke nijverheid;
2° tentoonstellingen of manifestaties die voornamelijk voor liefdadige doeleinden worden georganiseerd;
3° tentoonstellingen of manifestaties die voornamelijk worden georganiseerd met een wetenschappelijk, technisch, ambachtelijk, artistiek, opvoedkundig of cultureel, sportief of religieus doel, of voor een cultus, op vakverenigingsgebied, met een toeristisch doel of met het doel de volkeren te helpen elkaar beter te begrijpen;
4° vergaderingen van vertegenwoordigers van internationale organisaties of groeperingen;
5° plechtigheden en manifestaties met een officieel of herdenkingskarakter.
Worden niet als "tentoonstellingen en dergelijke" aangemerkt de particuliere tentoonstellingen die in winkels of handelsruimten worden georganiseerd met het oog op de verkoop van goederen.
§3. De in paragraaf 1, 1°, bedoelde vrijstelling is beperkt tot monsters:
1° welke in die vorm gratis worden ingevoerd of tijdens de tentoonstelling uit onverpakt ingevoerde goederen worden verkregen;
2° die uitsluitend dienen om tijdens de tentoonstelling gratis aan de bezoekers voor hun persoonlijk gebruik of verbruik te worden uitgereikt;
3° die kunnen worden onderkend als reclamemateriaal waarvan de waarde per eenheid gering is;
4° die niet geschikt zijn om te kunnen worden verhandeld en in voorkomend geval in verpakkingen worden aangeboden welke een geringere hoeveelheid bevatten dan de kleinste in de handel verkrijgbare hoeveelheid van dezelfde goederen;
5° die tijdens de tentoonstelling ter plaatse worden verbruikt indien het levensmiddelen en dranken betreft waarvan de verpakking niet beantwoordt aan het bepaalde onder 4°;
6° waarvan de totale waarde en hoeveelheid in verhouding staan tot de aard van de tentoonstellingen, het bezoekersaantal en het belang van de deelneming van de exposant.
§4. De in paragraaf 1, 2°, bedoelde vrijstelling is beperkt tot goederen die tijdens de tentoonstelling worden verbruikt of tenietgaan, en waarvan de totale waarde en hoeveelheid in verhouding staan tot de aard van de tentoonstelling, het bezoekersaantal en het belang van de deelneming van de exposant.
§5. De in paragraaf 1, 4°, bedoelde vrijstelling geldt slechts voor drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden:
1° die uitsluitend bestemd zijn om op de plaats van de tentoonstelling gratis aan het publiek te worden uitgereikt;
2° waarvan de totale waarde en hoeveelheid in verhouding staan tot de aard van de tentoonstelling, het bezoekersaantal en het belang van de deelneming van de exposant.
§ 6. Alcoholische producten, tabak en tabaksproducten en brandstoffen zijn van de in paragraaf 1, 1° en 2°, bedoelde vrijstelling uitgesloten.
BIJLAGE III – Artikel 20, §1, 5° Algemene wet van de douane en de accijnzen
Artikel 20
§1. Tenzij een internationaal verdrag of zetelverdrag anders bepaalt, wordt onder door de Koning te bepalen voorwaarden en eventuele beperkingen op de redelijke hoeveelheden vrijstelling van accijnzen verleend:
[…]
5° voor monsters en stalen met een te verwaarlozen handelswaarde die worden ingevoerd voor het opnemen van bestellingen;
[…]
BIJLAGE IV – artikel 30 Ministerieel besluit van 17 februari 1960 tot regeling van de vrijstellingen inzake invoerrecht
Artikel 30
§1. Gehele vrijstelling wordt verleend voor monsters en stalen met een onbeduidende waarde welke uitsluitend kunnen dienen tot het opnemen van bestellingen van in te voeren goederen of tot het doen van aankopen van uit te voeren goederen, waarvoor ze als monsters en stalen dienen.
§2. Voor de beoordeling van de vraag of monsters en stalen al dan niet een onbeduidende waarde hebben, wordt de gezamenlijke waarde van alle monsters en stalen welke van een zelfde zending deel uitmaken, in aanmerking genomen. De waarden van de zendingen door dezelfde afzender aan verschillende geadresseerden verzonden, worden niet samengeteld, ook al worden de zendingen gelijktijdig ingevoerd.
§3. Ter zake is de toelating voorzien in artikel 3 niet vereist.
§4. De vrijstelling kan afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat de monsters of stalen als handelsgoederen ongeschikt worden gemaakt door merken, versnijden, doorboren of op andere wijze, zonder dat nochtans een bewerking mag worden geëist waardoor de hoedanigheid van monsters of stalen verloren zou gaan.
BIJLAGE V – artikel 1, 5° Ministerieel besluit van 17 februari 1960 tot regeling van de vrijstellingen inzake accijns bij invoer
Artikel 1
Wanneer de hierna bedoelde goederen krachtens het ministerieel besluit van 17 februari 1960 gehele of gedeeltelijke vrijstelling van invoerrecht genieten, wordt, in gelijke mate en onder gelijke voorwaarden, vrijstelling verleend van de accijns en van de bijzondere verbruikstaxe die uit hoofde van hun invoer verschuldigd zouden zijn:
[…]
5° Monsters en stalen met een onbeduidende waarde welke uitsluitend kunnen dienen tot het opnemen van bestellingen van in te voeren goederen, of tot het doen van aankopen van uit te voeren goederen;
[…]
______________________
Interne ref.: DI 510.201 – 510.202 – 510.203 – EOS/DD 015.819
[1] Moeten worden beschouwd als "motorvoertuigen", alle vervoermiddelen die door een motor worden aangedreven (motorvoertuigen, motorfietsen, pleziervaartuigen, enz.).
