Circulaire 2017/C/18 betreffende het Waals begrotingsdecreet van 21 december 2016 inzake registratierechten

Administratieve commentaar met betrekking tot het decreet van 21 december 2016 houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waals Gewest voor het begrotingsjaar 2017 – Registratierechten – Schenking van landbouwgronden (art. 140bis tot 140octies, W.Reg.W.Gew.)

Waals Gewest ; schenking ; landbouwgrond

FOD Financiën, 07.04.2017
Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie

Inhoudstafel

I. Inleiding

II. Begrotingsdecreet

III. Verlenging van de maatregelen opgenomen in het decreet van 17 december 2015

IV. Inwerkingtreding

Bijlage 1

Bijlage 2

I. Inleiding

Het Belgisch Staatsblad van 29 december 2016 (Ed. 2, p. 91126) heeft het decreet van 21 december 2016 houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waals Gewest voor het begrotingsjaar 2017 (hierna: het begrotingsdecreet) gepubliceerd.

Het “begrotingsdecreet” heeft een aantal maatregelen genomen inzake successierechten en registratierechten. Met betrekking tot dit laatste, heeft het de bepalingen van het begrotingsdecreet van 17 december 2015 verlengd, in het bijzonder bepaalde voorschriften inzake de schenking tegen nul-tarief van landbouwgronden.

Deze circulaire geeft kort toelichting bij de wijzigingen die zijn aangebracht aan de bepalingen inzake registratierecht. Een andere circulaire geeft toelichting bij de maatregelen inzake successierecht.

Aangezien het een begrotingsdecreet is, gelden deze fiscale maatregelen slechts voor het jaar 2017. De parlementaire voorbereiding bevat geen enkele memorie van toelichting.

De tekst van het Waals decreet inzake het W.Reg.W.Gew. is opgenomen als bijlage 1. De geconsolideerde tekst van de gewijzigde artikelen is opgenomen als bijlage 2 en op www.fisconetplus.be.

De wijzigingen zijn in werking getreden op 1 januari 2017.

II. Begrotingsdecreet

Het decreet van 17 december 2015 houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waals Gewest voor het begrotingsjaar 2016 (B.S., 30 december 2015, Ed. 2, p. 81354), was een begrotingsdecreet. Als gevolg van het annaliteitsbeginsel inzake begroting, waren de fiscale maatregelen vervat in het decreet slechts geldig gedurende het begrotingsjaar 2016.

Het Belgisch Staatsblad van 29 december 2016 (Ed. 2, p. 91126) heeft het decreet van 21 december 2016 houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waals Gewest voor het begrotingsjaar 2017 (hierna: het begrotingsdecreet) gepubliceerd.

Sinds 1 januari 2017 in werking zijnde, heeft het begrotingsdecreet bepaalde voorschriften inzake de schenking tegen nul-tarief van landbouwgronden verlengd (art. 15-18 begrotingsdecreet).

III. Verlenging van de maatregelen opgenomen in het decreet van 17 december 2015

De algemene regel werd bevestigd. De schenking van landbouwgronden aan de uitbater of mede-uitbater van de activiteit die er uitgeoefend wordt, alsook in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen wettelijk samenwonenden blijft beschouwd als een schenking van goederen die een universaliteit van goederen, een bedrijfstak of een handelszaak vormen, op voorwaarde dat die gronden het voorwerp van een pacht uitmaken (art. 140bis, § 1, 1°, derde lid W.Reg.W.Gew.), en de voorwaarde van voorafgaande overdracht van de landbouwactiviteit die op de overgedragen gronden wordt uitgeoefend, wordt bevestigd.

Ook de vormvoorwaarden (attest afgeleverd door de administratie en afgifte door de begiftigde aan de ontvanger – art. 140bis, § 2, 3°, W.Reg.W.Gew.) en de voorwaarden voor het behoud (art. 140quinquies, § 1, W.Reg.W.Gew.) zijn niet gewijzigd (zie Circ. nr. 6/2010 van 26 maart 2010, www.fisconetplus.be).

Vervolgens werd ook het tarief van 3% (voorheen : 0%) verlengd voor de schenking van landbouwgronden die een oppervlakte hebben van meer dan 150 hectare. Om te bepalen of de drempel van 150 hectaren wordt overschreden, wordt enkel rekening gehouden met de gronden overgedragen door schenking binnen de vijf voorgaande jaren onder het stelsel van de overdracht van onderneming (art. 140bis, § 1, 1°, derde lid nieuw W.Reg.W.Gew.).

Laatste verlenging: de duur van de exploitatie van het deel van de geschonken landbouwgronden dat 150 hectaren overtreft, betreft 15 jaar (voorheen : 5 jaar) vanaf de authentieke schenkingsakte (art. 140bis, §1, 1°, derde lid, art. 140quinquies, tweede lid, art. 140sexies, tweede lid en art. 140septies, tweede lid W.Reg.W.Gew.).

Voor de administratieve commentaar wordt verwezen naar Circ. AAPD nr. 5/2016 van 25 juli 2016 (www.fisconetplus.be)(1).


(1) In punt 3.1 van de Franstalige versie van deze circulaire, moet men de tekst als volgt lezen : « Le décret budgétaire du 17 décembre 2015 confirme, dès lors, expressément la volonté initiale du législateur exprimée dans les travaux préparatoire précités, selon laquelle la possibilité de bénéficier du taux réduit des articles 140bis et suivants du C. enreg. Rég. w. pour la transmission de terres agricoles ne peut avoir lieu que lorsqu’elle a été précédée d’une transmission de l’exploitation agricole ». De Nederlandstalige tekst is correct.

IV. Inwerkingtreding

De wijzigingen inzake de schenking van landbouwgronden zijn van toepassing op alle authentieke schenkingsakten verleden vanaf 1 januari 2017 (art. 29 begrotingsdecreet). Zij gelden enkel voor het begrotingsjaar 2017.

Bijlage 1

WAALS GEWEST – 21 DECEMBER 2016 – Decreet houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waals Gewest voor het begrotingsjaar 2017 (1)

Uittreksel B.S. (29 december 2016, Ed. 2, p. 91126)

HOOFDSTUK III. – Maatregelen inzake registratierechten

Art. 15. In artikel 140bis van hetzelfde Wetboek wordt paragraaf 1, 1°, derde lid, ingevoegd bij het decreet van 10 december 2009, gewijzigd bij het decreet van 10 mei 2012, vervangen door wat volgt :

« In geval van overdracht van landbouwgronden aan de uitbater of mede-uitbater van de landbouwactiviteit die er uitgeoefend wordt, alsook in rechtstreekse lijn, tussen echtgenoten en wettelijke samenwonenden, worden die gronden, naar aanleiding van de overdracht van elke quotiteit van de landbouwactiviteit die er uitgeoefend wordt, desalniettemin beschouwd als goederen die een universaliteit van goederen, een bedrijfstak of een handelsfonds uitmaken, waarmee de schenker alleen of samen met andere personen op de dag van de schenking een landbouwactiviteit uitoefent op voorwaarde dat die gronden op de datum van de schenking het voorwerp van een pacht uitmaken overeenkomstig Afdeling 3 van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval is de onderneming, in de zin van de voorwaarden bedoeld in § 2, 1°, en in artikel 140quinquies, § 1, 1°, 2° en 3°, het landbouwbedrijf van de effectieve uitbater van de landbouwactiviteit die op die gronden uitgeoefend wordt, waarbij die onderneming beschouwd wordt in haar geheel en in haar toestand na overdracht van de gronden. Voor de overdracht via schenking van landbouwgronden van een oppervlakte groter dan 150 ha, wordt het tarief bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, echter gebracht op 3 % en de landbouwkundige bedrijfsvoorwaarde van deze gronden wordt gebracht op 15 jaar. Voor de bepaling van deze 150 ha, wordt er rekening gehouden met de gronden die door schenking zijn overgedragen binnen de 5 voorgaande jaren onder het stelsel inzake overdracht van onderneming. ».

Art. 16. In artikel 140quinquies van hetzelfde Wetboek, in paragraaf 2, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, gewijzigd bij het decreet van 3 februari 2005, worden de woorden « in van artikel 140bis, § 1, 1°, derde lid » ingevoegd tussen de woorden « de voorwaarden van § 1 » en de woorden « niet meer vervuld zijn. ».

Art. 17. In artikel 140sexies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 22 december 1998, gewijzigd bij het decreet van 3 februari 2005, gewijzigd bij het decreet van 15 december 2005, wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt :

« De opvolger(s) die in aanmerking is (zijn) gekomen voor de verlaging van het recht bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°, derde lid, kan (kunnen) voorstellen om het verschuldigde recht te betalen overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken, opeisbaar te rekenen van de datum van registratie van de schenking, te betalen vóór het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°, derde lid ».

Art. 18. In artikel 140septies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij decreet van 22 december 1998, gewijzigd bij decreet van 3 februari 2005, opgeheven bij decreet van 15 december 2005, hersteld bij decreet van 30 april 2009, wordt een tweede lid toegevoegd, luidend als volgt :

« Het overeenkomstig artikel 140quinquies, § 2, opeisbare recht is evenwel niet opeisbaar indien het zakelijk recht op de goederen waarop het verlaagd recht werd toegepast, het voorwerp uitmaakt van een overdracht ten kosteloze titel ten voordele van de oorspronkelijke schenker alvorens de termijn van vijf jaar is verstreken gedurende dewelke de voorwaarde bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°, derde lid, moeten behouden blijven. ».

(…)

HOOFDSTUK VI. – Slotbepalingen

Art. 29. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2017.

(…)

Bijlage 2

W. Reg. W. Gew. – Geconsolideerde teksten(1)


(1) Wijzigingen worden vet gedrukt

Onderafdeling II - Bijzondere bepalingen voor schenkingen van ondernemingen

Artikel 140bis

§ 1. In afwijking van de 131" book="CATCH_ALL">131bis wordt het schenkingsrecht verlaagd tot 0 % voor de schenkingen van ondernemingen indien die schenkingen, vastgesteld bij authentieke akte, als voorwerp hebben:

1° de overdracht om niet van een zakelijk recht op goederen die een universaliteit van goederen of een bedrijfstak of een handelszaak uitmaken, waarmee de begiftigde alleen of samen met andere personen op de dag van de schenking een nijverheids-, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post uitoefent.

Het in de artikelen 131 tot 140 vastgestelde recht blijft niettemin toepasselijk op de overdrachten van zakelijke rechten op onroerende goederen die geheel tot bewoning worden aangewend op het ogenblik van de authentieke akte van de schenking. Het in artikel 131 tot 140 vastgestelde recht blijft niettemin toepasselijk op de overdrachten van zakelijke rechten op onroerende goederen die gedeeltelijk tot bewoning worden aangewend op het ogenblik van de authentieke akte van de schenking, in de mate van de verkoopwaarde van het deel van het onroerend goed dat voor bewoning wordt aangewend in verhouding tot de totale verkoopwaarde van het onroerend goed.

In geval van overdracht van landbouwgronden aan de uitbater of mede-uitbater van de landbouwactiviteit die er uitgeoefend wordt, alsook in rechtstreekse lijn, tussen echtgenoten en wettelijke samenwonenden, worden die gronden, naar aanleiding van de overdracht van elke quotiteit van de landbouwactiviteit die er uitgeoefend wordt, desalniettemin beschouwd als goederen die een universaliteit van goederen, een bedrijfstak of een handelsfonds uitmaken, waarmee de schenker alleen of samen met andere personen op de dag van de schenking een landbouwactiviteit uitoefent op voorwaarde dat die gronden op de datum van de schenking het voorwerp van een pacht uitmaken overeenkomstig Afdeling 3 van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval is de onderneming, in de zin van de voorwaarden bedoeld in § 2, 1°, en in artikel 140quinquies, § 1, 1°, 2° en 3°, het landbouwbedrijf van de effectieve uitbater van de landbouwactiviteit die op die gronden uitgeoefend wordt, waarbij die onderneming beschouwd wordt in haar geheel en in haar toestand na overdracht van de gronden. Voor de overdracht via schenking van landbouwgronden van een oppervlakte groter dan 150 ha, wordt het tarief bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, echter gebracht op 3 % en de landbouwkundige bedrijfsvoorwaarde van deze gronden wordt gebracht op 15 jaar. Voor de bepaling van deze 150 ha, wordt er rekening gehouden met de gronden die door schenking zijn overgedragen binnen de 5 voorgaande jaren onder het stelsel inzake overdracht van onderneming.

2° de overdracht om niet van een zakelijk recht op:

a) effecten van een vennootschap waarvan de effectieve directiezetel gevestigd is in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die zelf of samen met haar dochtervennootschappen in hoofdberoep een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaat of een vrij beroep, een ambt of een post uitoefent op geconsolideerde basis voor de vennootschap en haar dochtervennootschappen, voor het lopende boekjaar van de vennootschap en voor elk van beide laatste boekjaren van de vennootschap, afgesloten op het ogenblik van de authentieke akte van de schenking;

b) schuldvorderingen op een in a) bedoelde vennootschap.

§§ 2, 3 en 4 (blijven ongewijzigd)

(…)

Artikel 140quinquies

§ 1. (Blijft ongewijzigd)

§ 2. Behalve in geval van overmacht, wordt het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht, vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken te rekenen van de datum van registratie van de schenking, opeisbaar ten laste van de opvolger, vanaf het ogenblik waarop de voorwaarden van § 1 en van artikel 140bis, § 1, 1°, derde lid niet meer vervuld zijn, behalve indien die opvolger gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om voor te stellen om het verschuldigde recht te betalen, zoals bepaald bij artikel 140sexies, voor dat ogenblik.

Artikel 140sexies

De opvolger die de toepassing van het verlaagd recht heeft genoten kan aanbieden om het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht, vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken, opeisbaar te rekenen van de datum van registratie van de schenking, te betalen alvorens de termijn van vijf jaar is verstreken gedurende dewelke de voorwaarden van artikel 140quinquies, § 1, behouden moeten blijven en voor het aanbreken van het ogenblik bedoeld in artikel 140quinquies, § 2.

De opvolger(s) die in aanmerking is (zijn) gekomen voor de verlaging van het recht bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°, derde lid, kan (kunnen) voorstellen om het verschuldigde recht te betalen overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken, opeisbaar te rekenen van de datum van registratie van de schenking, te betalen vóór het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°, derde lid.

Artikel 140septies

Het overeenkomstig artikel 140quinquies, § 2 opeisbare recht is evenwel niet opeisbaar indien het zakelijk recht op de goederen waarop het verlaagd recht werd toegepast, het voorwerp uitmaakt van een overdracht onder kosteloze titel ten voordele van de oorspronkelijke schenker alvorens de termijn van vijf jaar is verstreken gedurende dewelke de voorwaarden van artikel 140quinquies, § 1 moeten behouden blijven.

Het overeenkomstig artikel 140quinquies, § 2, opeisbare recht is evenwel niet opeisbaar indien het zakelijk recht op de goederen waarop het verlaagd recht werd toegepast, het voorwerp uitmaakt van een overdracht onder kosteloze titel ten voordele van de oorspronkelijke schenker alvorens de termijn van vijftien jaar is verstreken gedurende dewelke de voorwaarde bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°, derde lid, moeten behouden blijven.

(…)

Interne ref.: dossier nr. L 331W