14.06.1962 - Omzendbrief D.I. 804.72/6 - D.C. 105.201

GESCHILLEN

BETREDING VAN HET BELGISCH GRONDGEBIED DOOR DE NEDERLANDSE RIJKSPOLITIE OF KONINKLIJKE MARECHAUSSEE

D.I. 804.72/6

D.C. 105.201

Brussel, 14 juni 1962.

  1. Naar aanleiding van de incidenten welke zich onlangs aan de noordergrens hebben voorgedaan, wordt hieronder kennis ge- geven van het Belgisch-Nederlands akkoord nopens het rechtstreeks contact tussen de Rijkswacht, de Rijkspolitie en de Koninklijke Marechaussee, dat op 11 augustus 1949 in werking is getreden.
  1. a) De Rijkswacht en de Rijkspolitie wisselen periodiek berichten uit.

De ontmoetingen der aan elkaar grenzende brigades van Rijkswacht en groepen van Rijkspolitie vinden plaats al naar de om- standigheden op willekeurige data en uren, vast te stellen in ge- meenschappelijk overleg door de betrokken districtscommandanten, met goedkeuring van hun onmiddellijke chefs. Het aantal ontmoe- tingen is afhankelijk van de noodzaak daartoe.

b) De betrokken brigades van Rijkswacht en groepen van Rijkspolitie zenden elkaar wederzijds de lijst van verdachten, die verblijf houden of rondtrekken in het grensgebied.

c) Het is aan de ambtenaren van de Rijkswacht en van de Rijkspolitie - hetzij voor de uitoefening van hun beroep, hetzij voor dienstbesprekingen met politieambtenaren in het andere land - toegestaan op het buitenlands grondgebied hun uniform te dragen.

Bon O.S.D. Nr. 142/62


2

De term "uitoefening van hun beroep" sluit niet in "recht van achtervolging op buitenlands grondgebied" daar zulks een gezags- daad van een ambtenaar van vreemde nationaliteit op het nationale grondgebied zou betekenen.

d) Bij een misdrijf of een ernstig delict, waarbij het vermoe- den bestaat, dat de daders of de voorwerpen, waarmede het misdrijf of de ernstige overtreding is gepleegd, zich bevinden in het grensge- bied van het buurland, waarschuwt de Rijkswacht in alle gevallen onmiddellijk op de snelste wijze de corresponderende groep der Rijkspolitie. Omgekeerd waarschuwt de Rijkspolitie de betreffende brigades van Rijkswacht.

e) Na ontvangen waarschuwing gaat de betreffende politie- instantie in het buitenland onverwijld over tot een actief onderzoek teneinde de misdadigers en eventueel de voorwerpen, van het mis- drijf afkomstig, op te sporen en in de gevallen, waarin het tussen België en Nederland gesloten uitleveringsverdrag zulks toelaat, op last van de bevoegde autoriteit de misdadigers te arresteren en de voorwerpen in beslag te nemen, met inachtneming van de wettelijke bepalingen, welke in eigen land van kracht zijn.

f) De officieren van de Rijkswacht en van de Rijkspolitie, die het bevel hebben over de grensdistricten, ontmoeten elkaar op punten, liggende tussen de met elkaar corresponderende grensge- bieden, indien de noodzaak zich voordoet, zich mondeling met elkaar te verstaan, teneinde gemeenschappelijke maatregelen vast te stellen of te nemen om de goede gang van zaken van de politiedienst in de grensgebieden te verzekeren.

g) Aan de ambtenaren van de Rijkswacht en van de Rijks- politie is het geoorloofd ter uitvoering van hun beroep de grens te overschrijden op het vertoon van een door de Belgische - respec- tievelijk Nederlandse - Overheid afgegeven politielegitimatie.

h) De regeling als onder a) tot en met g) bedoeld geldt eveneens ten aanzien van de Nederlandse Koninklijke Marechaussee, voor zover het betreft de uitvoering van de politiaire grensbewaking en in het geval bij betrapping op heterdaad van strafbare feiten in het Nederlands grensgebied ten aanzien van welke feiten de Koninklijk Marechaussee eveneens bevoegd is.


3

  1. Uit vorenstaand akkoord en uit een nadere toelichting blijkt dat het de leden van de Rijkswacht, van de Rijkspolitie en van de Koninklijke Marechaussee niet geoorloofd is wapens te dragen op buitenlands grondgebied, behalve op de aldaar gelegen internationale douanekantoren en douanewegen (zie V. 4014).
  1. Indien de douane vaststelt dat leden van de Rijkspolitie of van de Koninklijke Marechaussee die bepaling over het hoofd zien, moet zij hun de toegang tot het Belgisch grondgebied ontzeggen en, bij weigering, onmiddellijk de Rijkswacht op de hoogte stellen.

*

* *

Een exemplaar van deze omzendbrief zal door de gewestelijke directeurs te Antwerpen, Gent en Hasselt worden over- gemaakt aan de provinciale inspecteurs, alsmede aan de technische ambtenaren en beambten, luitenants, posthoofden en hulpontvangers der douanen, die aan de Belgisch-Nederlandse grens fungeren.

Voor de Directeur-generaal, De Inspecteur-generaal,

R. REYBROUCK