Circulaire nr. Ci.RH.252/339.944 dd. 06.05.1983
CIRC 06.05.83/1
Circulaire nr. Ci.RH.252/339.944 dd. 06.05.1983
Bull. nr. 619, pag. 1700
DIVERSE INKOMSTEN.
MEERWAARDEN OP IN BELGIE GELEGEN
ONGEBOUWDE ONROERENDE GOEDEREN.
Betekening van de verkoopwaarden die tot maatstaf van heffing heeft gediend van het registratierecht aan de cedent van een ongebouwd onroerend goed.
1. Voor de berekening van de in art. 67, 7°, WIB, bedoelde meerwaarden moet, krachtens art. 69bis, WIB, rekening worden gehouden met de verkoopwaarde die tot maatstaf van heffing heeft gediend van het registratierecht, indien die waarde meer bedraagt dan de bedongen prijs.
2. De Administratie van de B.T.W., Registratie en Domeinen heeft zo pas beslist om m.b.t. de overeenkomsten die vanaf 1.7.1982 werden gesloten de cedent bij aangetekend schrijven kennis te geven van de geraamde verkoopwaarde zodra de ongenoegzaamheid van schatting definitief is geworden.
3. De onderrichtingen die de Administratie van de B.T.W., Registratie en Domeinen dienaangaande heeft verspreid, zijn als bijlage toegevoegd.
Bijlage
MINISTERIE VAN FINANCIEN Brussel, 29 december 1982 Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen ------ Nr. E.E./E.L.512 INSTRUCTIE Nr. 76 ------ Inkomstenbelastingen Meerwaarden op onroerende goederen ------ Bijlage : 1 Overeenkomstig artikel 69bis, § 1, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, wordt de belasting, verschuldigd op de meerwaarden verwezenlijkt ter gelegenheid van een overdracht onder bezwarende titel van ongebouwde onroerende goederen, bedoeld in artikel 67, 7°, van hetzelfde Wetboek, geheven met inachtneming onder meer van de verkoopwaarde die tot maatstaf van heffing heeft gediend van het registratierecht, indien die waarde meer bedraagt dan de overeengekomen waarde van het overgedragen goed (z. Instr. 6/1978 en 29/1980). Deze instructie heeft tot doel de betekening aan de cedent te organiseren, van het bedrag van de ongenoegzaamheid die door de ontvanger van de registratie werd vastgesteld betreffende een dergelijke overdracht, opdat de belanghebbende de waarde van het overgedragen goed zou kennen, die in aanmerking zal worden genomen voor het vaststellen van de belastbare meerwaarde. Deze maatregelen zijn van toepassing op de overeenkomsten gesloten vanaf 1 juli 1982. Hierbij gaat de tekst van hoofdstuk IV, dat de nieuwe instructies bevat en titel VIII van de Instructie R aanvult. * *** De gedrukte bijwerking van de Instructie R zal later worden uitgedeeld.
Circulaire nr. Ci.RH.252/339.944 dd. 06.05.1983
Bull. nr. 619, pag. 1700
DIVERSE INKOMSTEN.
MEERWAARDEN OP IN BELGIE GELEGEN
ONGEBOUWDE ONROERENDE GOEDEREN.
Betekening van de verkoopwaarden die tot maatstaf van heffing heeft gediend van het registratierecht aan de cedent van een ongebouwd onroerend goed.
1. Voor de berekening van de in art. 67, 7°, WIB, bedoelde meerwaarden moet, krachtens art. 69bis, WIB, rekening worden gehouden met de verkoopwaarde die tot maatstaf van heffing heeft gediend van het registratierecht, indien die waarde meer bedraagt dan de bedongen prijs.
2. De Administratie van de B.T.W., Registratie en Domeinen heeft zo pas beslist om m.b.t. de overeenkomsten die vanaf 1.7.1982 werden gesloten de cedent bij aangetekend schrijven kennis te geven van de geraamde verkoopwaarde zodra de ongenoegzaamheid van schatting definitief is geworden.
3. De onderrichtingen die de Administratie van de B.T.W., Registratie en Domeinen dienaangaande heeft verspreid, zijn als bijlage toegevoegd.
Bijlage
MINISTERIE VAN FINANCIEN Brussel, 29 december 1982 Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen ------ Nr. E.E./E.L.512 INSTRUCTIE Nr. 76 ------ Inkomstenbelastingen Meerwaarden op onroerende goederen ------ Bijlage : 1 Overeenkomstig artikel 69bis, § 1, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, wordt de belasting, verschuldigd op de meerwaarden verwezenlijkt ter gelegenheid van een overdracht onder bezwarende titel van ongebouwde onroerende goederen, bedoeld in artikel 67, 7°, van hetzelfde Wetboek, geheven met inachtneming onder meer van de verkoopwaarde die tot maatstaf van heffing heeft gediend van het registratierecht, indien die waarde meer bedraagt dan de overeengekomen waarde van het overgedragen goed (z. Instr. 6/1978 en 29/1980). Deze instructie heeft tot doel de betekening aan de cedent te organiseren, van het bedrag van de ongenoegzaamheid die door de ontvanger van de registratie werd vastgesteld betreffende een dergelijke overdracht, opdat de belanghebbende de waarde van het overgedragen goed zou kennen, die in aanmerking zal worden genomen voor het vaststellen van de belastbare meerwaarde. Deze maatregelen zijn van toepassing op de overeenkomsten gesloten vanaf 1 juli 1982. Hierbij gaat de tekst van hoofdstuk IV, dat de nieuwe instructies bevat en titel VIII van de Instructie R aanvult. * *** De gedrukte bijwerking van de Instructie R zal later worden uitgedeeld.
Bron: FisconetPlus
