Circulaire nr. Ci.RH.332/466.491 dd. 19.07.1995
CIRC 19.07.95/1
Circulaire nr. Ci.RH.332/466.491 dd. 19.07.1995
Bull. nr. 752, pag. 2258
AANSLAGVOET PB
Aanslagvoet van 16,5 %.
Afzonderlijk belastbare meerwaarde.
MEERWAARDE
Afzonderlijk belastbare meerwaarde.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
I. WETTEKSTEN
1. Art. 24, 1°, W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen (V 2323 - Bull. 742) heeft in art. 171, 4°, a, WIB 92, de woorden "en waarvan de belastingheffing niet is gespreid ingevolge artikel 47" vervangen door de woorden "en waarvoor niet voor de in artikel 47 vermelde gespreide belasting is geopteerd".
2. Ingevolge deze wijziging luidt de tekst van art. 171, 4°, a, WIB 92 voortaan als volgt :
"In afwijking van de artikelen 130 tot 168, zijn afzonderlijk belastbaar, behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting betreffende de andere inkomsten, meer bedraagt dan die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de evenvermelde artikelen op het geheel van de belastbare inkomsten :
...
4° tegen een aanslagvoet van 16,5 % :
a) verwezenlijkte meerwaarden op materiële of financiële vaste activa die op het ogenblik van hun vervreemding sedert meer dan 5 jaar voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt en waarvoor niet voor de in artikel 47 vermelde gespreide belasting is geopteerd, en op andere aandelen die sedert meer dan 5 jaar zijn verworven.
De in het vorige lid gestelde voorwaarde van de vijfjarige belegging is niet vereist wanneer de meerwaarden worden verwezenlijkt naar aanleiding van de volledige en definitieve stopzetting van de beroepswerkzaamheid of van één of meer takken daarvan."
II. COMMENTAAR
3. Art. 24, 1°, W 6.7.1994 strekt ertoe de twijfel weg te nemen die naar aanleiding van de coördinatie van het WIB was ontstaan omtrent de draagwijdte van het bepaalde in art. 171, 4°, a, WIB 92.
4. Op grond van een letterlijke interpretatie van de vroegere tekst van art. 171, 4°, a, WIB 92, probeerden bepaalde belastingplichtigen die voor de in art. 47, WIB 92 bedoelde gespreide belasting opteerden (Voor meer bijzonderheden nopens de gespreide belasting van meerwaarden wordt inzonderheid verwezen naar de 12e aflevering (nrs. I/155 tot I/120) van de commentaar op de W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (circ. 25.3.1991, Ci.D.19/416.334 - Bull. 705)), doch het bedrag van de verkregen schadevergoeding of van de verkoopprijs uiteindelijk niet in de passende vorm en binnen de gestelde termijn herbelegden, de meerwaarden in kwestie toch nog afzonderlijk tegen 16,5 % te laten belasten.
Zij stelden immers dat de belastingheffing in dergelijk geval "niet was gespreid ingevolge art. 47, WIB 92", aangezien de gespreide belasting slechts aanvangt op het ogenblik van de herbelegging (en dit naar verhouding tot de afschrijvingen die - per belastbaar tijdperk - op de als herbelegging geldende activa worden aangenomen).
Op die manier probeerden zij de taxatie tegen het progressieve tarief te ontlopen en de effectieve taxatie, zonder enige investering, met minstens drie jaar te verdagen, wat uiteraard nooit de bedoeling van de wetgever is geweest.
5. De huidige tekst van art. 171, 4°, a, WIB 92 maakt een einde aan dergelijke mogelijke interpretatie door duidelijk te stellen dat een belastingplichtige die voor de toepassing van de in art. 47, WIB 92 bedoelde gespreide belasting van meerwaarden heeft geopteerd, voor de desbetreffende meerwaarden geen aanspraak meer kan maken op een afzonderlijke belasting tegen 16,5 %. Bij gebrek aan de passende herbelegging binnen de gestelde termijn, wordt de meerwaarde in dergelijk geval dan ook steeds als een tegen het progressieve tarief belastbare winst of baat aangemerkt van het belastbare tijdperk waarin die termijn verstreken is.
Daar de nieuwe tekst van art. 171, 4°, a, WIB 92 een bevestiging inhoudt van de administratieve zienswijze ter zake, blijven de onderrichtingen uiteengezet in nr. I/188 van de 12e aflevering van de commentaar op de W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (circ. 25.3.1991, Ci.D.19/416.334 - Bull. 705) en in nr. I/616, tweede en derde lid, van de 20e aflevering van dezelfde commentaar (circ. 14.11.1991, Ci.D.19/416.334 - Bull. 711) onverminderd van toepassing.
III. INWERKINGTREDING
6. Krachtens art. 91, 2de lid, W 6.7.1994 heeft de nieuwe tekst van art. 171, 4°, a, WIB 92 uitwerking met ingang van het aj. 1992.
Circulaire nr. Ci.RH.332/466.491 dd. 19.07.1995
Bull. nr. 752, pag. 2258
AANSLAGVOET PB
Aanslagvoet van 16,5 %.
Afzonderlijk belastbare meerwaarde.
MEERWAARDE
Afzonderlijk belastbare meerwaarde.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
I. WETTEKSTEN
1. Art. 24, 1°, W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen (V 2323 - Bull. 742) heeft in art. 171, 4°, a, WIB 92, de woorden "en waarvan de belastingheffing niet is gespreid ingevolge artikel 47" vervangen door de woorden "en waarvoor niet voor de in artikel 47 vermelde gespreide belasting is geopteerd".
2. Ingevolge deze wijziging luidt de tekst van art. 171, 4°, a, WIB 92 voortaan als volgt :
"In afwijking van de artikelen 130 tot 168, zijn afzonderlijk belastbaar, behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting betreffende de andere inkomsten, meer bedraagt dan die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de evenvermelde artikelen op het geheel van de belastbare inkomsten :
...
4° tegen een aanslagvoet van 16,5 % :
a) verwezenlijkte meerwaarden op materiële of financiële vaste activa die op het ogenblik van hun vervreemding sedert meer dan 5 jaar voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt en waarvoor niet voor de in artikel 47 vermelde gespreide belasting is geopteerd, en op andere aandelen die sedert meer dan 5 jaar zijn verworven.
De in het vorige lid gestelde voorwaarde van de vijfjarige belegging is niet vereist wanneer de meerwaarden worden verwezenlijkt naar aanleiding van de volledige en definitieve stopzetting van de beroepswerkzaamheid of van één of meer takken daarvan."
II. COMMENTAAR
3. Art. 24, 1°, W 6.7.1994 strekt ertoe de twijfel weg te nemen die naar aanleiding van de coördinatie van het WIB was ontstaan omtrent de draagwijdte van het bepaalde in art. 171, 4°, a, WIB 92.
4. Op grond van een letterlijke interpretatie van de vroegere tekst van art. 171, 4°, a, WIB 92, probeerden bepaalde belastingplichtigen die voor de in art. 47, WIB 92 bedoelde gespreide belasting opteerden (Voor meer bijzonderheden nopens de gespreide belasting van meerwaarden wordt inzonderheid verwezen naar de 12e aflevering (nrs. I/155 tot I/120) van de commentaar op de W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (circ. 25.3.1991, Ci.D.19/416.334 - Bull. 705)), doch het bedrag van de verkregen schadevergoeding of van de verkoopprijs uiteindelijk niet in de passende vorm en binnen de gestelde termijn herbelegden, de meerwaarden in kwestie toch nog afzonderlijk tegen 16,5 % te laten belasten.
Zij stelden immers dat de belastingheffing in dergelijk geval "niet was gespreid ingevolge art. 47, WIB 92", aangezien de gespreide belasting slechts aanvangt op het ogenblik van de herbelegging (en dit naar verhouding tot de afschrijvingen die - per belastbaar tijdperk - op de als herbelegging geldende activa worden aangenomen).
Op die manier probeerden zij de taxatie tegen het progressieve tarief te ontlopen en de effectieve taxatie, zonder enige investering, met minstens drie jaar te verdagen, wat uiteraard nooit de bedoeling van de wetgever is geweest.
5. De huidige tekst van art. 171, 4°, a, WIB 92 maakt een einde aan dergelijke mogelijke interpretatie door duidelijk te stellen dat een belastingplichtige die voor de toepassing van de in art. 47, WIB 92 bedoelde gespreide belasting van meerwaarden heeft geopteerd, voor de desbetreffende meerwaarden geen aanspraak meer kan maken op een afzonderlijke belasting tegen 16,5 %. Bij gebrek aan de passende herbelegging binnen de gestelde termijn, wordt de meerwaarde in dergelijk geval dan ook steeds als een tegen het progressieve tarief belastbare winst of baat aangemerkt van het belastbare tijdperk waarin die termijn verstreken is.
Daar de nieuwe tekst van art. 171, 4°, a, WIB 92 een bevestiging inhoudt van de administratieve zienswijze ter zake, blijven de onderrichtingen uiteengezet in nr. I/188 van de 12e aflevering van de commentaar op de W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (circ. 25.3.1991, Ci.D.19/416.334 - Bull. 705) en in nr. I/616, tweede en derde lid, van de 20e aflevering van dezelfde commentaar (circ. 14.11.1991, Ci.D.19/416.334 - Bull. 711) onverminderd van toepassing.
III. INWERKINGTREDING
6. Krachtens art. 91, 2de lid, W 6.7.1994 heeft de nieuwe tekst van art. 171, 4°, a, WIB 92 uitwerking met ingang van het aj. 1992.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,
M. CHERPION
Bron: FisconetPlus
