Griekenland - Circulaire Ci.R.9 Gr/254.505 d.d. 25.08.1970

Bulletin nr. 478, p. 1561-1567

Dubbelbelastingverdragen. – Griekenland.

Bepalingen van onmiddellijk belang.

Dbr. 25.8.1970, nr Ci.R.9 GR /254.505.

1. De op 24 mei1918 met Griekenland gesloten overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van sommige andere aangelegenheden inzake belastingen naar het inkomen, en het desbetreffende slotprotocol zijn goedgekeurd door de wet van 27 februari 1970 (Belgisch Staatsblad van 29 mei 1970 – V. 1283) en zijn ingevolge artikel 30, § 2, ov. in werking getreden op 27 mei 1970. Deze akten zijn in België van toepassing op belastingen bij de bron op inkomsten die met ingang van 1 januari 1967 zijn toegekend of betaalbaar gesteld, alsmede op andere belastingen naar inkomsten van belastbare tijdperken die vanaf 31 december 1966 (aanslagjaar 1967) eindigen.

In onderhavige db wordt de aandacht gevestigd op enkele bepalingen van overeenkomst die een onmiddellijk belang hebben.

A. RV. op dividenden van Belgische herkomst verkregen door verblijfhouders van Griekenland.

2. Ingevolge art. 10, § 2, a, ov. moet België de R.V. op dividenden (en op inkomsten en belegde kapitalen) die door een Belgische vennootschap vanaf 1 januari 1967 aan een verblijfhouder van Griekenland worden toegekend, beperken tot 15 t.h. van het brutobedrag van de belastbare inkomsten.

De beperking is volgens art. 10, § 5, ov. echter slechts van toepassing, indien de deelneming, die de dividenden oplevert, niet wezenlijk is verbonden met een vaste inrichting waarover de genieter van de dividenden hier te lande zou beschikken.

3. De vermindering wordt verleend op aanvraag gesteld op een formulier nr. 276 Div. (GR) (*) en volgens de in circ. 925bis van 29 januari 1968 uiteengezette procedure.

------

(*) De formulieren nrs. 276 Div. (GR), 276 Int. (GR) en 276 R. (GR) worden in België kosteloos afgeleverd door de Documentatiedienst der directe belastingen, Belliardstraat 45, 1040 Brussel.

B. R.V. op interest van Belgische herkomst, toegekend aan verblijfhouders van Griekenland.

4. De R.V. op het normale bedrag van interest van Belgische herkomst, die vanaf 1 januari 1967 aan verblijfhouders van Griekenland wordt toegekend, moet volgens art. 11, §§ 2, a, 4 en 6, ov. tot 10 t.h. worden beperkt indien de schuldvordering (of het deposito, de obligatie, enz.) die de interest oplevert niet wezenlijk is verbonden met een vaste inrichting waarover de verkrijger van de interest hier te lande zou beschikken.

5. De vermindering wordt verleend op aanvraag gesteld op een formulier nr. 276 lnt. (GR) (*), voor de wijze van berekening en de te volgen procedure wordt, mutatis mutandis, naar circ. 925bis verwezen.

------

(*) Zie verwijzing bij nr. 3.

C. R.V. op royalty's van Belgische herkomst toegekend aan verblijfhouders van Griekenland.

6. Voor royalty's, die vanaf 1 januari 1967 aan een verblijfhouder van Griekenland worden toegekend, mag de R.V. volgens art. 12, § 2, ov. niet meer bedragen dan 5 t.h. van het bruto­ bedrag van de belastbare inkomsten.

Bij toepassing van art. 12, §§ 4 en 6. ov. geldt de beperking alleen voor het normale bedrag van royalty 's en op voorwaarde dat de goederen of rechten welke de inkomsten opleveren niet wezenlijk zijn verbonden met een vaste inrichting waarover de verkrijger van de royalty's in België zou beschikken.

7. De vermindering wordt verleend op aanvraag gesteld op een formulier nr. 276 R. (GR) (*), de procedure van indiening en behandeling van de aanvraag is analoog met die welke in circ. 925bis voor dividenden en interest is beschreven. De vermindering mag evenwel normaal aan de bron worden verleend.

De genieter van de royalty's moet :

1° de daartoe vereiste aanvraag nr 276 R (GR) in dubbel exemplaar invullen en ondertekenen ;

2° beide exemplaren voor waarmerking aan de bevoegde Griekse belastingdienst voorleggen ;

3° het eerste exemplaar (het tweede exemplaar wordt door de Griekse administratie bewaard) sturen :

ofwel aan de Belgische schuldenaar van de royalty's, ten laatste binnen tien dagen na de vervaldag van de royalty's, wanneer de aanvraag strekt tot heffing van de R.V. tegen het verlaagd tarief :

- ofwel aan de Hfd. er. Der belastingen te Sint-Joost-ten­ Node om de teruggave te veel bij de bron geïnde R.V. te verkrijgen.

D. R. V. op Griekse dividenden, verkregen door Belgische vennootschappen.

8. Ingevolge art. 10, § 2, b, o.v., moet de Griekse belasting op dividenden van Griekse herkomst, verkregen door een Belgische vennootschap, op bepaalde voorwaarden tot 25 t.h. van het bruto-inkomen worden beperkt.

In België zijn die Griekse dividenden in beginsel aan de regeling van het gemeen recht onderworpen : inning van de R.V. van 10 t.h. op grond van de incassering van de dividenden en aftrek, ten belope van het nettobedrag, als definitief belaste inkomsten voor de berekening van de Ven. B. en bij wederuitkering van de R.V. (art. 23, § 2, c)

9. Aan de Belgische vennootschappen, behalve aan personenvennootschappen die de aanslag van hun winsten in de P.B. hebben gekozen, wordt evenwel de mogelijkheid geboden vrijstelling van de R.V. van 10 t.h. bij de inkassering te verkrijgen ter zake van de dividenden van Griekse aandelen die zij gedurende het gehele boekjaar van de uitdelende vennootschap in uitsluitende eigendom hebben gehad (art. 23, § 2, f, o.v.). In dat geval is echter de R.V. verschuldigd bij de wederuitkering van de dividenden aan de aandeelhouders van de Belgische vennootschap.

10. De vrijstelling van R.V. op inkomende dividenden mag slechts worden toegekend voor dividenden die begrepen zijn om de winsten van het aanslagjaar waarvoor de vennootschap een schriftelijke aanvraag heeft gedaan binnen de termijn welk voor het indienen van haar aangifte in de Ven.B. is gesteld; dit sluit de terugwerkende kracht van de vrijstelling uit.

De aanvraag om toepassing van deze bijzondere regeling moet door de vennootschappen worden gedaan volgens de procedure uiteengezet in circ. 16.4.1968, nr. Ci.R.9 S 244.214, nrs. 14 tot 16 (overeenkomst met Zweden).

E. Inkomsten uit vrije beroepen of andere zelfstandige werkzaamheden van soortgelijke aard.

11. Ingevolge art. 14, § 1, ov. is een verblijfhouder van Griekenland in België belastbaar ter zake van inkomsten uit een vrij beroep of uit andere soortgelijke werkzaamheden, indien die inkomsten aan een vaste basis in België kunnen worden toegerekend.

Deze regel geldt echter niet voor zelfstandige artiesten, sportbeoefenaars en hun medewerkers (zie nrs. 12 en 13).

F. Artiesten, sportbeoefenaars en medewerkers.

12. Griekse beroepsartiesten en sportbeoefenaars zijn in België belastbaar op inkomsten uit werkzaamheden die zij in België in loondienst (art. 15 ov.) of zelfstandig (art. 17 ov.) verrichten.

Op deze regel wordt slechts uitzondering gemaakt voor artiesten en sportbeoefenaars die in België in loondienst optreden mits aan de drie volgende voorwaarden tegelijkertijd is voldaan (art. 15, § 2, ov.) :

1° de duur van de werkzaamheden in België, met inbegrip van de gewone arbeidsonderbrekingen, gaat een totaal van 183 dagen in de loop van een kalenderjaar niet te boven ;

2° de beloningen worden betaald door een werkgever die geen verblijfhouder van België is ;

3° de last van de beloningen wordt als zodanig niet gedragen door een Belgische vaste inrichting van de werkgever.

13. Ingevolge art. 17, b, ov. zijn zonder uitzondering in België belastbaar, de inkomsten welke verblijfhouders van Griekenland verkrijgen uit in loondienst of zelfstandig verrichte werkzaamheden in verband met de organisatie of de uitvoering hier te lande van prestaties van zelfstandige artiesten en sportbeoefenaars. De belastbaarheid in België is niet afhankelijk gesteld van enige voorwaarde zoals de duur van de werkzaamheden of het al dan niet aanwezig zijn van een vaste inrichting of vaste basis.

Onder deze bepaling vallen voornamelijk de personen die hun diensten verlenen als tussenpersonen voor de organisatie van het optreden van een artiest of een sportbeoefenaar (bv. manager, impresario, coach) of als helper bij de uitvoering van het programma (bv. kleedster, kapster).

G. Wettelijke sociale pensioenen en uitkeringen.

14. Pensioenen en andere al dan niet periodieke uitkeringen die tot uitvoering van de Belgische sociale wetgeving worden betaald aan verblijfhouders van Griekenland, zijn in België belastbaar ingevolge art. 19. § 2, ov.

Omgekeerd zijn pensioenen en andere al dan niet periodieke uitkeringen die in uitvoering van de Griekse sociale wetgeving aan verblijfhouders van België worden betaald, van de P.B. vrijgesteld met ingang van het aanslagjaar 1967.

H. Tarief van de B.N.V .-venn. ten laste van Griekse vennootschappen met een vaste inrichting in België.

15. Art. 24, § 5, 1ste lid. ov. bepaalt dat de belastingheffing van een vaste inrichting, die een onderneming van een Staat in de andere Staat heeft in die andere Staat niet ongunstiger mag zijn dan de belastingheffing van ondernemingen van die andere Staat die dezelfde werkzaamheden uitoefenen.

Het 2de lid van de hierboven vermelde bepaling bevestigt evenwel uitdrukkelijk het recht van België om de B.N .V.-venn. op de winsten van een vaste inrichting van een Griekse vennootschap of vereniging van personen te berekenen volgens het tarief van het gemeen recht (art. 152, 2°, W.I.B.), verhoogd met de opcentiemen Sp.F. en met de opdeciem.

Ontheffing van ambtswege.

16. Uit hoofde van de terugwerkende kracht van de overeenkomst opent art. 2 van de goedkeuringswet een bijzondere termijn voor de ontheffing van ambtswege van aanslagen die in strijd met de bepalingen van de overeenkomst zijn gevestigd of gekweten en waarvan geen teruggave of vermindering kan worden verleend op grond van de art. 272 en 27, W.I.B., doordat de aldaar gestelde termijnen zijn verstreken.

Voor de toepassing van deze bijzondere termijn is vereist dat de overbelasting ten laatste op 28 mei 1971 ofwel door de administratie wordt vastgesteld ofwel door de belastingplichtige aan de administratie kenbaar wordt gemaakt.

17. Ingeval voor het jaar 1967 geen ontheffing van ambtswege volgens art. 277, § 3, W.I.B. kan worden verleend met betrekking tot aanvragen als bedoeld in de nrs 3, 5 en 7, moet worden nagegaan of de desbetreffende aanvraag niet tijdig is ingediend binnen de bijzondere termijn van art. 2 der wet houdende goedkeuring van de overeenkomst.