Circulaire 2024/C/51 over de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor gelegenheidsarbeiders in de sector van de fruit- en groenteteelt
bedrijfsvoorheffing ; vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing ; gelegenheidsarbeider
FOD Financiën, 22.07.2024
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting
A. Beoogde werkgevers
B. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing
B.1. Bedrag van de vrijstelling
B.2. Begrip 'uur gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt'
B.3. Aanrekening van de vrijstelling
B.4. Bewijs
B.5. Aangiften in de bedrijfsvoorheffing
III. Inwerkingtreding
IV. Wettelijke en reglementaire bepalingen
V. Gecoördineerde tekst van het WIB 92
I. Inleiding
1. Deze circulaire bespreekt het stelsel van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing ter compensatie van de verhoging van het minimumloon voor de gelegenheidsarbeiders in de sector van de fruit- en groenteteelt.
2. De wettelijke en reglementaire bepalingen van dit stelsel die het voorwerp uitmaken van deze circulaire, zijn:
- de wet van 08.11.2023 houdende maatregelen ter ondersteuning van de gelegenheidsarbeiders in de land- en tuinbouw (BS 23.11.2023 – Numac: 2023046836) (hierna W 08.11.2023)
- de programmawet van 22.12.2023 (BS 29.12.2023 – Numac: 2023048600) (hierna PW 22.12.2023)
- het koninklijk besluit van 08.11.2023 met betrekking tot de tijdelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing als bedoeld in hoofdstuk 3 van de wet van 8 november 2023 houdende maatregelen ter ondersteuning van de gelegenheidsarbeiders in de land- en tuinbouw (BS 23.11.2023 – Numac: 2023046968) (hierna KB 08.11.2023)
- het koninklijk besluit van 09.04.2024 tot wijziging van het KB/WIB 92 met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor gelegenheidsarbeiders in de fruit- en groenteteelt als bedoeld in artikel 275^13 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (BS 17.04.2024 – Numac: 2024003334) (hierna KB 09.04.2024).
3. De W 08.11.2023 heeft een tijdelijke vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing ingevoerd voor de uren die door de gelegenheidsarbeiders werden gepresteerd in de sector van de fruit- en groenteteelt in de periode van 01.07.2023 tot en met 31.12.2023. De regering heeft vervolgens beslist om deze steunmaatregel permanent te maken door een artikel 275^13 in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) in te voegen dat van toepassing is op bovengenoemde uren gepresteerd vanaf 01.01.2024.
4. Deze maatregel heeft als doel de bijkomende kost van de verhoging van het loon voor de gelegenheidsarbeiders in de subsectoren van de fruit- en groenteteelt te compenseren tot op het niveau van het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI).
II. Bespreking
A. Beoogde werkgevers
5. Om aanspraak te kunnen maken op de steunmaatregel, moeten de werkgevers voldoen aan de volgende voorwaarden:
- de werkgever ressorteert onder het paritair comité voor het tuinbouwbedrijf
- de werkgever houdt zich in hoofdzaak bezig met fruitteelt (1) of groenteteelt (2)
- de werkgever betaalt of kent bezoldigingen toe voor prestaties als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt (3)
- de werkgever is schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing op de betrokken bezoldigingen overeenkomstig art. 270, eerste lid, 1°, WIB 92
- de werkgever houdt de bedrijfsvoorheffing volledig in op de betrokken bezoldigingen.
(1) Men verstaat onder fruitteelt de teelt van hard fruit, zacht fruit en steenvruchten met inbegrip van de druiventeelt.
(2) Men verstaat onder groenteteelt de teelt van groenten in open lucht of onder glas, met uitzondering van de teelt van paddenstoelen en truffels.
(3) Bedoeld in art. 8bis van het KB van 28.11.1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
6. De ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid en die een uitzendkracht ter beschikking stellen als gelegenheidsarbeider bij een werkgever die beantwoordt aan de voorwaarden van art. 275^13, WIB 92 kunnen geen aanspraak maken op deze steunmaatregel.
B. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing
B.1. Bedrag van de vrijstelling
7. Het bedrag van de niet door te storten bedrijfsvoorheffing is gelijk aan 1,23 euro per uur (4) vermenigvuldigd met het totaal aantal uren die zijn gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt en waarvoor voor het eerst bezoldigingen worden betaald of toegekend.
(4) Dit bedrag wordt geïndexeerd.
Het is gekoppeld aan de afgevlakte gezondheidsindex als bedoeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24.12.1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, voor de maand september 2023.
Op 1 januari van elk jaar wordt dat bedrag aangepast door het te vermenigvuldigen met het cijfer van de afgevlakte gezondheidsindex voor de maand september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het nieuwe bedrag van toepassing zal zijn en gedeeld door het cijfer van de afgevlakte gezondheidsindex voor de maand september 2023. Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond tot de hogere of lagere eurocent naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.
Als na die eerste betaling een bijkomend bedrag voor datzelfde uur wordt betaald, dan kan geen vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing meer worden toegepast voor deze bijkomende betaling. De wetgever heeft hier willen vermijden dat eenzelfde in aanmerking komend gepresteerd uur meerdere keren kan genieten van de vrijstelling.
8. Overeenkomstig de algemene principes inzake vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing, ongeacht of het een maandaangever dan wel een kwartaalaangever betreft, wordt de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing per maand berekend en beperkt tot de beschikbare bedrijfsvoorheffing voor die maand (5). Voor de gelegenheidsarbeiders wordt die beschikbare bedrijfsvoorheffing vastgelegd overeenkomstig titel B.3. hierna.
Voor de kwartaalaangevers wordt het van doorstorting vrijgestelde bedrag van de bedrijfsvoorheffing bekomen door de som te nemen van de bedragen van de vrijstelling, desgevallend beperkt, voor de drie maanden van het betrokken kwartaal.
(5) De beschikbare bedrijfsvoorheffing van een maand waarin de theoretisch berekende vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing beperkt moet worden, hangt af van de maatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing' zelf.
B.2. Begrip 'uur gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt'
9. Onder 'uur gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt' verstaat men een uur dat effectief wordt gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de groente- of fruitteelt evenals een uur dat met een effectief gepresteerd uur als gelegenheidsarbeider wordt gelijkgesteld en waarvoor het normale loon verschuldigd is door de werkgever, zoals bijvoorbeeld betaalde feestdagen.
10. In het geval van onvolledige uren, is er geen afronding naar het hogere of lagere uur voorzien en moet men rekening houden met het aantal werkelijk gepresteerde uren. Gedeelten van uren worden daarbij uitgedrukt in decimalen.
Zo zal, wanneer 7 uren en 28 minuten (of omgezet in decimalen 7,47 uren) zijn gepresteerd, de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing 7,47 uren x 1,23 euro/uur, of 9,19 euro bedragen.
B.3. Aanrekening van de vrijstelling
11. De vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing wordt in globo aangerekend op de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de bezoldigingen van alle gelegenheidsarbeiders in de fruit- of groenteteelt voor de betrokken maand na toepassing van:
- de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor overuren (art. 275^1, WIB 92)
- de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid of nachtarbeid (art 275^5, WIB 92)
- de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor investeringen verricht in steunzones (art. 275^8 en 275^9, WIB 92)
- de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor startende ondernemingen (art.275^10, WIB 92)
- de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor opleiding (art. 275^12, WIB 92).
12. Wanneer een bezoldiging voor een uur gepresteerd in de loop van de maand september 2024 als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteelt wordt betaald in oktober 2024, wordt de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing toegepast op de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de bezoldigingen van alle gelegenheidsarbeiders die worden betaald in de maand oktober 2024 (bedrijfsvoorheffing te storten voor 15.11.2024 voor de maandaangevers of 15.01.2025 voor de kwartaalaangevers). Daarentegen, wanneer dit zelfde uur gepresteerd in september betaald wordt in september 2024, wordt de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing toegepast op de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de bezoldigingen van alle gelegenheidsarbeiders die worden betaald in de maand september 2024 (bedrijfsvoorheffing te storten voor 15.10.2024 zowel voor de maandaangevers als de kwartaalaangevers).
13. Ten slotte kan de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing slechts aangerekend worden op de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is overeenkomstig het tarief vastgelegd door de nrs. 77 en 121 van bijlage III, KB/WIB 92 (6), zijnde ofwel het tarief van 11,11 % voor de rijksinwoners, ofwel het tarief van 18,725 % voor de niet-inwoners.
(6) Zoals vervangen bij het KB van 11.12.2023 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing, van toepassing op de vanaf de 01.01.2024 betaalde of toegekende inkomsten.
B.4. Bewijs
14. De werkgever die toepassing wenst te maken van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor gelegenheidsarbeiders in de sector van de fruit- en groenteteelt draagt de bewijslast ervan.
15. Als schuldenaar in de bedrijfsvoorheffing, moet de werkgever volgende documenten ter beschikking van de administratie houden:
1° documenten die aantonen dat de werkgever ressorteert onder paritair comité voor het tuinbouwbedrijf en zich in hoofdzaak bezighoudt met fruitteelt of groenteteelt
2° een nominatieve lijst met daarin per maand voor elke gelegenheidsarbeider:
- de volledige identiteit van de gelegenheidsarbeider alsmede, naar gelang het geval, zijn nationaal nummer of bis-identificatienummer toegekend door de Kruispuntbank van de sociale zekerheid
- het bedrag van de aan de gelegenheidsarbeider betaalde of toegekende bruto belastbare bezoldigingen
- het bedrag van de op die bezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing
- het totaal aantal uren gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt waarvoor in de betrokken maand voor het eerst bezoldigingen worden betaald of toegekend.
B.5. Aangiften in de bedrijfsvoorheffing
16. Twee aangiften in de bedrijfsvoorheffing moeten worden opgesteld:
1ste aangifte
In de eerste aangifte in de bedrijfsvoorheffing die betrekking heeft op alle werknemers wordt in het vak 'belastbare inkomsten' de door de werkgever voor die periode betaalde of toegekende belastbare bezoldigingen opgenomen en in het vak 'verschuldigde bedrijfsvoorheffing' de ingehouden bedrijfsvoorheffing.
2de aangifte
De tweede aangifte in de bedrijfsvoorheffing heeft uitsluitend betrekking op de bezoldigingen van gelegenheidsarbeiders in de fruit- of groenteteelt waarvoor de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing wordt gevraagd.
In het vak 'belastbare inkomsten' wordt het aantal uren gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt opgenomen waarvoor in de betrokken aangifteperiode voor het eerst bezoldigingen worden betaald of toegekend.
In het vak 'verschuldigde bedrijfsvoorheffing' wordt een negatief bedrag vermeld gelijk aan het aantal uren vermeld in het vak 'belastbare inkomsten' vermenigvuldigd met 1,23 euro per uur, desgevallend beperkt tot de beschikbare bedrijfsvoorheffing. Wanneer het een kwartaalaangifte betreft, wordt dit bedrag bepaald door de vrijstelling per maand te berekenen en desgevallend te beperken tot de voor die maand beschikbare bedrijfsvoorheffing en vervolgens de alzo bekomen bedragen voor de drie maanden van het betrokken kwartaal op te tellen (zie nummers 7 en 8) (7).
(7) De bepaling inzake de kwartaalaangiften was expliciet opgenomen in het KB 08.11.2023 betreffende de tijdelijke maatregel, maar is niet hernomen in de uitvoeringsbepalingen voor de permanente regeling die worden opgenomen in het KB/WIB 92. Dat is ook niet nodig, omdat de structuur en de bepalingen van het WIB 92 en het KB/WIB 92 reeds inhouden dat de bedrijfsvoorheffing en de vrijstellingen van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing op dezelfde manier worden berekend door alle schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing (maand- en kwartaalaangevers). Hieruit vloeit voort dat de berekening van de vrijstelling en de beperking tot de beschikbare bedrijfsvoorheffing gebeurt op maandbasis.
De code te gebruiken in het vak 'aard der inkomsten' is de code 76.
III. Inwerkingtreding
17. De steunmaatregel is van toepassing op de uren gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de groente- of fruitteelt vanaf 01.07.2023 (8).
(8) De W 08.11.2023 is van toepassing op de uren gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de groente- of fruitteelt in de periode van 01.07.2023 tot 31.12.2023.
De PW 22.12.2023 is van toepassing op de voormelde uren gepresteerd vanaf 01.01.2024.
Rekening houdend met de inwerkingtreding van de W 08.11.2023, komen de uren gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de groente- of fruitteelt voor 01.07.2023 niet in aanmerking voor de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing, zelfs wanneer de bezoldiging voor deze uren voor de eerste keer betaald wordt vanaf de maand juli 2023.
IV. Wettelijke en reglementaire bepalingen
18. De wettelijke bepalingen zijn de volgende:
- wet van 08.11.2023 houdende maatregelen ter ondersteuning van degelegenheidsarbeiders in de land- en tuinbouw (BS 23.11.2023 – Numac: 2023046836).
- Programmawet van 22.12.2023 (BS 29.12.2023 – Numac:2023048600).
- Koninklijk besluit van 08.11.2023 met betrekking tot de tijdelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing als bedoeld in hoofdstuk 3 van de wet van 08 november 2023 houdende maatregelen ter ondersteuning van de gelegenheidsarbeiders in de land- en tuinbouw (BS 23.11.2023 – Numac: 2023046968).
- Koninklijk besluit van 09.04.2024 tot wijziging van het KB/WIB 92 met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor gelegenheidsarbeiders in de fruit- en groenteteelt als bedoeld in art. 275^13 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (BS 17.04.2024 – Numac: 2024003334).
- Art. 275^13, WIB 92.
- Art. 95^2, §§ 1 en 3, KB/WIB 92.
- Bijlage IIIbis, KB/WIB 92.
V. Gecoördineerde tekst van het WIB 92
Art. 275^13, WIB 92
§ 1. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder het paritair comité voor het tuinbouwbedrijf en zich in hoofdzaak bezighouden met fruitteelt of groenteteelt.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° fruitteelt: de teelt van hard fruit, zacht fruit en steenvruchten met inbegrip van de druiventeelt;
2° groenteteelt: de teelt van groenten in open lucht of onder glas, met uitzondering van de teelt van paddenstoelen en truffels;
3° gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt: gelegenheidsarbeider als bedoeld in artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders die is tewerkgesteld door een in artikel 4 bedoelde werkgever;
4° uur gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt: een uur dat effectief wordt gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt evenals een uur dat met een effectief gepresteerd uur als gelegenheidsarbeider wordt gelijkgesteld en waarvoor het normale loon verschuldigd is door de werkgever.
§ 3. De in paragraaf 1 bedoelde werkgevers die bezoldigingen betalen of toekennen voor vanaf 1 januari 2024 geleverde prestaties als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt en die krachtens artikel 270, eerste lid, 1°, schuldenaar zijn van de bedrijfsvoorheffing op die bezoldigingen, worden ervan vrijgesteld een deel van de bedrijfsvoorheffing die zij verschuldigd zijn op de bezoldigingen van de betrokken gelegenheidsarbeiders in de Schatkist te storten, op voorwaarde dat de bedrijfsvoorheffing volledig op die bezoldigingen wordt ingehouden.
De niet te storten bedrijfsvoorheffing is gelijk aan 1,23 euro per uur vermenigvuldigd met het totaal aantal uren die zijn gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt en waarvoor voor het eerst bezoldigingen worden betaald of toegekend.
§ 4. De in paragraaf 3 bedoelde vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing wordt toegepast op de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de bezoldigingen van alle gelegenheidsarbeiders in de fruit- of groenteteelt die door de betrokken werkgever worden tewerkgesteld, na toepassing van de in de artikelen 275^1, 275^5, 275^8 tot 275^10 en 275^12 bedoelde vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing.
De in paragraaf 3 bedoelde vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing kan niet worden toegepast op de bedrijfsvoorheffing die aanvullend bovenop de bedrijfsvoorheffing die reglementair minimaal verschuldigd is, wordt ingehouden.
§ 5. Het in paragraaf 3, tweede lid, vermelde bedrag is gekoppeld aan de afgevlakte gezondheidsindex als bedoeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van ′s lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, voor de maand september 2023. Op 1 januari van elk jaar wordt dat bedrag aangepast door het te vermenigvuldigen met het cijfer van de afgevlakte gezondheidsindex voor de maand september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het nieuwe bedrag van toepassing zal zijnen gedeeld door het cijfer van de afgevlakte gezondheidsindex voor de maand september 2023. Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond tot de hogere of lagere eurocent naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.
§ 6. De Koning bepaalt de nadere regels voor de aanvraag van de toepassing van dit artikel en de manier waarop het bewijs wordt geleverd dat aan de voorwaarden voor de toepassing van dit artikel is voldaan.
Interne ref.: 740.094
