Circulaire nr. 13/2009 d.d. 09.07.2009

(Circulaire AFZ Nr. 9/2009)

Gerechtsdeurwaardersakten - Vrijstelling van aanbieding ter registratieformaliteit

Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Administratie van Fiscale Zaken

4e dienst - 3e directie

Patrimoniumdocumentatie

Kadaster, registratie en domeinen

Dienst VI

2 bijlagen

In het Belgisch Staatsblad van 10 december 2008 werden bekendgemaakt :

  1. het koninklijk besluit van 28 november 2008 tot uitvoering van artikel 8bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten wat de exploten en processen-verbaal van de gerechtsdeurwaarders betreft (1);

  2. het ministerieel besluit van 1 december 2008 tot uitvoering van artikel 8, tweede lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, wat betreft de vermelding van betaling aan te brengen op de exploten en processen-verbaal van de gerechtsdeurwaarders die vrijgesteld zijn van de formaliteit van de registratie bij toepassing van artikel 8bis van hetzelfde Wetboek (2).

----------

(1) Hierna verkort aangeduid als "het K.B.".

(2) Hierna verkort aangeduid als "het M.B.".

Deze besluiten, waarvan de teksten respectievelijk in bijlage 1 en bijlage 2 gaan, regelen de vrijstelling van de formaliteit van de registratie voor sommige akten van gerechtsdeurwaarders als volgt:

  1. Het koninklijk besluit definieert :

    • het toepassingsgebied van de vrijstelling van de formaliteit van de registratie door de voorwaarden te bepalen waaraan de akten moeten voldoen om de vrijstelling te genieten (art. 1 en 2 van het K.B);

    • de nadere regels inzake de betaling van de rechten die verschuldigd zijn op de akten die vrijgesteld zijn van de formaliteit van de registratie (deze vrijstelling brengt inderdaad geen vrijstelling mee van de rechten die op deze akten verschuldigd zijn): trimesteriële betaling, op basis van een bijkomende inschrijving – overeenkomstig het model bepaald in de bijlage bij het K.B. – in het repertorium van de gerechtsdeurwaarder (art. 3 tot 6 van het K.B. + bijlage);

    • de formulering van de vermelding die in het repertorium van de gerechtsdeurwaarders in de plaats komt van de vermelding van de registratie voor de akten die van de formaliteit van de registratie zijn vrijgesteld (art. 7 van het K.B.);

  2. Het ministerieel besluit bepaalt de formulering van de vermelding die in de plaats komt van de vermelding van de registratie op de akten – uittreksels, kopieën en expedities daarvan inbegrepen – die van de registratieformaliteit zijn vrijgesteld (art.1 van het M.B.).

Beide besluiten zijn in werking getreden op 01.01.2009 (art. 8 van het K.B. en art. 2 van het M.B.).

Deze circulaire bevat een eerste commentaar bij deze nieuwe bepalingen.

Commentaar

I. Inleiding – Toepassing van artikel 8bis, W.Reg.

De regelgeving opgenomen in het K.B. vormt een tweede toepassing (3) van artikel 8bis van het W.Reg.

----------

(3) Een eerste toepassing van artikel 8bis was het K.B. van 24 november 1998 "tot uitvoering van artikel 8bis van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten betreffende het vrijstellen van een bepaalde categorie van akten van de registratieformaliteit" (B.S., 12.12.2008) waarbij de protesten van de registratieformaliteit werden vrijgesteld.

Voor een goed begrip van de rest van de commentaar wordt in deze inleiding de tekst van artikel 8bis, W.Reg. hernomen en wordt herinnerd aan de ratio legis van dat artikel.

Tekst van artikel 8bis, W.Reg.

"De Koning kan bepaalde categobrieën van de in de artikelen 19, 1° en 6°, 26 en 29 bedoelde akten van de registratieformaliteiten vrijstellen zonder dat deze vrijstelling de ontheffing van de op deze akten toepasselijke rechten meebrengt, alsook de betalingsmodaliteiten voor genoemde rechten, binnen de termijnen die Hij bepaalt, regelen, in voorkomend geval afwijkend van de bepalingen van hoofdstuk III en IX van deze titel. Indien er toepassing gemaakt wordt van deze bepaling kan de Koning het neerleggen van een afschrift van de akten voorschrijven en aanvullende regels vaststellen om de juiste heffing van de belasting te verzekeren.".

Ratio legis (4) van artikel 8bis.

----------

(4) Zie de Memorie van Toelichting bij de wet van 22 december 1989, waarbij artikel 8bis, W.Reg. werd ingevoegd.

De verplichting tot aanbieding van bepaalde akten tot de registratieformaliteit heeft een dubbele functie:

  • ze laat enerzijds de ontvanger der registratie toe de registratierechten te heffen en te innen;

  • ze laat anderzijds de administratie van de Patrimoniumdocumentatie toe haar documentatie bij te werken.

Praktisch gezien vertonen niet alle akten waarop registratierechten verschuldigd zijn een belang voor de documentatie van de administratie. Dat geldt inzonderheid voor bepaalde notaris- en gerechtsdeurwaarderakten – meer in het bijzonder wanneer deze akten geen aanleiding geven tot een evenredig registratierecht en bovendien geen titel vormen van de overdracht, de aanwijzing of de uitdoving van zakelijke rechten op in België gelegen onroerende goederen – en de protesten.

Vandaar dat de wetgever in artikel 8bis, W.Reg. aan de Koning de mogelijkheid heeft gelaten om voor akten die geen belang voor de documentatie van de administratie vertonen de heffing en inning van de registratierechten los te koppelen van de registratieformaliteit.

Door de mogelijkheid te bieden bepaalde documenten van de formaliteit vrij te stellen beoogt artikel 8bis aldus een administratieve vereenvoudiging door te voeren en dat zowel voor de administratie als voor degenen die in principe gehouden zijn tot de aanbieding ter registratie van de voor de vrijstelling in aanmerking komende akten.

Zoals gezegd werd dit artikel al toegepast voor de protesten. De toepassing van dat artikel op de akten van gerechtsdeurwaarders geschiedt bij het in deze circulaire besproken K.B.

De toepassing van artikel 8bis brengt dus wel de vrijstelling mee van de registratieformaliteit maar niet de vrijstelling van de op de akte verschuldigde registratierechten (5).

----------

(5) De vrijstelling van de formaliteit van de registratie zoals bepaald in artikel 8bis, W.Reg. mag niet worden verward met de vrijstelling van van de registratieformaliteit zoals bepaald in artikel 162, W.Reg.

De vrijstelling van de formaliteit van de registratie als bepaald in artikel 8bis, W.Reg. beperkt zich enkel tot een vrijstelling van de verplichting tot daadwerkelijke aanbieding ter formaliteit van de registratie. Zij brengt geen vrijstelling mee van de registratierechten die verschuldigd zijn op de akten die bij toepassing ervan van de registratieformaliteit zijn vrijgesteld. De vrijstelling van de registratieformaliteit als bepaald in artikel 162, W.Reg. is een vrijstelling van de registratieverplichting die meebrengt dat de erin vermelde akten ook vrijgesteld zijn van de registratierechten die er in principe op van toepassing zijn.

De invoering van een vrijstellling van de registratieformaliteit zoals bepaald in artikel 8bis, W.Reg. geschiedt bij een koninklijk besluit. Voor een vrijstelling als bedoeld in artikel 162, W. Reg is een wet (in brede zin: naargelang het geval een wet, decreet of ordonnantie) vereist omdat de vrijstelling ook slaat op het in principe verschuldigde registratierecht (cf. artikel 172 van de Grondwet).

II. Toepassingsgebied van de vrijstelliing van de formaliteit (art. 1 en 2 van het K.B.)

1. Inleiding – probleem in de afbakening van het toepassingsgebied

Het koninklijk besluit regelt het toepassingsgebied van de vrijstelling van de formaliteit op de gerechtsdeurwaarderakten, maar bepaalt niet dat de vrijstelling ook van toepassing kan zijn op de akten en geschriften die in de zin van artikel 26 aan de vrijgestelde gerechtsdeurwaarderakte zijn gehecht en die zelf geen gerechtsdeurwaarderakten zijn (6). Omdat deze leemte het toepassingsgebied van de nieuwe regelgeving onbedoeld kan beperken, is de administratie van oordeel dat de vrijstelling – onder dezelfde voorwaarden als voor de gerechtsdeurwaarderakten – ook van toepassing is op de in de zin van artikel 26, W.Reg. aan een vrijgestelde gerechtsdeurwaarderakte te hechten akten of geschriften (zie nr. 3 hierna).

----------

(6) In de mate dat de bijlagen uitsluitend bestaan uit gerechtsdeurwaarderakten, stelt er zich geen probleem voor zover het gaat om akten die onder het in het K.B. bepaalde toepassingsgebied vallen.

2. Toepassingsgebied zoals bepaald in het K.B.

2.1. Principe (art. 1 van het K.B.)

Het koninklijk besluit stelt bepaalde van de krachtens artikel 19, eerste lid, 1°, W.Reg. verplicht te registreren exploten en processen-verbaal van gerechtsdeurwaarders vrij van de formaliteit van de registratie.

2.2. Toepassingsvoorwaarden (art. 2 van het K.B.)

Gelet op de ratio legis van artikel 8bis stelt het K.B. vanzelfsprekend niet alle in artikel 19, eerste lid, W.Reg. bedoelde gerechtsdeurwaardersakten van de registratieformaliteit vrij. Het toepassingsgebied van de vrijstelling wordt beperkt tot de aken die aan een aantal voorwaarden voldoen.

Er is vereist dat de akte :

  1. 1° hetzij onderworpen is aan het algemeen vast recht (huidig tarief: 25 €)

    of,

  2. 2° hetzij vrijgesteld is van het registratierecht, met andere woorden kosteloos te registreren is ;

    of,

  3. 3° in debet te registreren is .

    EN

    geen vermelding inhoudt van een niet geregistreerde onderhandse of buitenlands verleden akte als bedoeld in artikel 19,2° of 3°, andere dan een vonnis of arrest dat onderworpen is aan de formaliteit van de registratie.

    De reden daarvan is dat dergelijke akten enerzijds de titel kunnen vormen voor de heffing van een evenredig recht en anderzijds van belang zijn voor de updating van de patrimoniale documentatie.

3. Administratieve tolerantie: uitbreiding van het toepassingsgebied tot bepaalde akten en geschriften die bestemd zijn om aan de van de registratieformaliteit vrijgestelde gerechtsdeuwaarderakte te worden gehecht

3.1.Probleemstelling – artikel 26 W. Reg (7)

----------

(7) Deze problematiek stelde zich niet in het kader van de uitvoering van artikel 8bis, W.Reg. voor de protesten. Artikel 26, W.Reg. bepaalt immers dat het niet van toepassing is op de bij de protesten gevoegde handelseffecten.

Artikel 26, W.Reg. luidt:

"Geen akte of geschrift mag aan een van de krachtens artikel 19, 1°, verplichtend te registreren akten, andere dan een vonnis of arrest, worden gehecht of onder de minuten van een notaris worden neergelegd zonder te voren geregistreerd te zijn.

Evenwel staat het de notarissen en gerechtsdeurwaarders vrij de aangehechte of neergelegde akte tegelijk met de desbetreffende akte ter registratie aan te bieden.

Dit artikel is niet van toepassing op de bij de protesten gevoegde handelseffecten.

Het is niet van toepassing in geval van aanhechting of van neerlegging, onder de vorm van minuut, uitgifte of uittreksel, van in België verleden gerechtelijke akten of aken van de burgerlijke stand.".

Artikel 26, W.Reg. brengt dus mee dat de aan de van de formaliteit vrijgestelde gerechtsdeurwaarderakten te hechten akten (8) in ieder geval moeten geregistreerd worden. Dit brengt mee dat de administratieve vereenvoudiging die met artikel 8bis wordt beoogd, eigenlijk beperkt wordt tot de gerechtsdeurwaarderakten zonder aangehechte akten en geschriften in de zin van artikel 26, W.Reg.

----------

(8) Uitzondering gemaakt wanneer de aanhechting geschiedt onder de vorm van minuut, uitgifte of uittreksel van in België verleden gerechtelijke akten of akten van de burgerlijke stand.

3.2. Standpunt van de administratie

Net zoals de gerechtsdeurwaarderakten zelf, vertonen de eraan te hechten akten en geschriften in de zin van artikel 26, W.Reg. in veel gevallen geen bijzonder fiscaal of documentair belang.

Gelet op de met artikel 8bis beoogde administratieve vereenvoudiging oordeelt de administratie dan ook dat in het K.B. de vrijstelling bij vergetelheid niet werd voorzien voor de in artikel 26 bedoelde aan de vrijgestelde gerechtsdeurwaarderakten te hechten akten en geschriften die het in de vorige alinea bedoelde belang niet vertonen.

Bijgevolg worden, in afwijking van artikel 26, W.Reg., de aan een vrijgestelde gerechtsdeurwaarderakte te hechten akten en geschriften, ook geacht van de registratieverplichting te zijn vrijgesteld, wanneer de aan te hechten akten of geschriften aan dezelfde voorwaarden voldoen als de voorwaarden die bij het K.B. gesteld worden opdat de gerechtsdeurwaarderakte van de registratieformaliteit vrijgesteld zou zijn.

Opmerking:

Wanneer de aan de vrijgestelde gerechtsdeurwaarderakte in de zin van artikel 26 te hechten akte zelf een gerechtsdeurwaarderakte is, verkrijgt laatstbedoelde akte, indien ze aan de voorwaarden voldoet, de vrijstelling op grond van het K.B. zelf en niet op basis van de in de vorige alinea beschreven administratieve tolerantie

III. Modaliteiten van de inning en van de betaling van de rechten verschuldigd op de van de registratieformaliteit vrijgestelde gerechtsdeurwaardersakten en aangehechte akten en geschriften (art. 3 tot 6 van het K.B + bijlage bij het K.B.).

Artikel 8bis, W.Reg. bepaalt dat de vrijstelling van de registratieformaliteit geen vrijstelling (ontheffing) meebrengt van de registratierechten die verschuldigd zijn op de van de formaliteit vrijgestelde akte.

1. Inning (art. 3 en 4 van het K.B.)

Artikel 3 van het K.B. bepaalt dat de registratierechten verschuldigd op de van de registratieformaliteit vrijgestelde akten worden geïnd:

  • bij de voorlegging van het repertorium aan de ontvanger zoals bepaald in artikel 180, W.Reg.

    De inning geschiedt dus één maal per trimester aangezien artikel 180, W.Reg. bepaalt dat het repertorium moet voorgelegd worden om de drie maanden en binnen de eerste tien dagen van de maanden januari, april, juli en oktober van elk jaar.

  • middels een bijkomende inschrijving in het repertorium van de gerechtsdeurwaarder volgens het model bepaald in de bijlage bij het K.B.

    De bijlage bij het K.B. (zie bijlage 1 bij deze circulaire) bepaalt de elementen waaruit de bijkomende vermelding verplicht moet bestaan.

Indien er vrijstellingen zijn voor aangehechte akten en geschriften moet het model bepaald in de bijlage bij het K.B. echter als volgt worden aangevuld:

  • in de rubriek "... (aantal) overeenkomstig artikel 8bis W. Reg. van de formaliteit vrijgestelde akten waarvan:"

  • moet een vierde subrubriek worden toegevoegd luidende "... (aantal aangehechte akten of geschriften)".

2. Betaling (art. 5 van het K.B)

Het bedrag verschuldigd op de van de registratieformaliteit vrijgestelde gerechtsdeurwaarderakten en aangehechte akten of geschriften moet de eerste werkdag na de datum van de afsluiting van elk trimester worden gestort op de lopende rekening van het bevoegde registratiekantoor.

3. Aanvulling van het repertorium van de gerechtsdeurwaarder (art. 6 van het K.B.)

Na het visum zoals bepaald in artikel 180, W.Reg. en na ontvangst van het volledige bedrag van de verschuldigde rechten en eventuele boetes wordt het repertorium aan de gerechtsdeurwaarder teruggegeven nadat het werd aangevuld met:

  • de vermelding van:

    • het bedrag ontvangen als rechten;

    • (in voorkomend geval) het bedrag ontvangen als boeten

  • de referte aan de in ontvangst boeking ervan.

IV. Vermelding die in de plaats komt van de vermelding van de registratie in het repertorium van de gerechtsdeurwaarderakten (art. 7 van het K.B.).

Artikel 177, 5°, W.Reg. bepaalt dat in elk artikel van het repertorium van de gerechtsdeurwaarder de vermelding van de registratie moet worden gedaan.

Vermits ze niet meer worden geregistreerd kan er voor de gerechtsdeurwaarderakten en voor de eraan gehechte akten en geschriften die van de registratieformaliteit zijn vrijgesteld, uiteraard geen sprake meer zijn van deze vermelding.

Daarom bepaalt artikel 7 van het K.B. dat bedoelde vermelding wordt vervangen door de vermelding van de referte aan artikel 8bis, W.Reg. en door het bedrag van de als registratierechten verschuldigde sommen.

V. Formulering van de vermelding die in de plaats komt van het registratierelaas op de van de registratieformaliteit vrijgestelde gerechtsdeurwaarderakten en bijlagen (art.1 van het M.B.).

Vermits ze vrijgesteld zijn van de aanbieding ter registratieformaliteit, kan er ook geen sprake van zijn op bedoelde akten en geschriften het in artikel 8, eerste lid, W.Reg. bedoelde registratierelaas aan te brengen.

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, tweede lid, W.Reg. wordt het registratierelaas vervangen door de vermelding van de te verrichten betaling. De formulering van deze vermelding is door de Minister van Financiën als volgt bepaald:

"Registratierechten – Toepassing van artikel 8bis van het W. Reg. – Registratierecht : .....".

Opmerking: vrijstelling van de formaliteit van de registratie op grond van artikel 8bis, W.Reg. en uitvoering van hypothecaire formaliteiten.

De vrijstelling van de registratieformaliteit geldt voor alle gerechtsdeurwaarderakten die in het K.B. zijn bedoeld, zelfs wanneer die akten op het hypotheekkantoor moeten worden aangeboden (vb. kantmelding van de handlichting van een beslag, overschrijving van een beslag, enz..).

Er wordt dan ook afgeweken van het voorschrift vervat in artikel 29, W.Reg. krachtens hetwelk niet vooraf geregistreerde gerechtsdeurwaarderakten niet kunnen worden overgeschreven, ingeschreven of gekantmeld.

De vermelding van de te verrichten betaling vervangt in dat opzicht het vroegere registratierelaas op de betreffende akten (zie hoger sub V). Dat betekent dat de hypothecaire formaliteiten kunnen worden uitgevoerd op overlegging van de gerechtsdeurwaarderakten bedoeld in het K.B., op voorwaarde dat onderaan op die akten de vermelding van de te verrichten betaling voorkomt (9).

----------

[(9) Zie dienstbrief van 24 december 2008, Hoofdbestuur Directie I/4/B met kenmerk E.H./Fisc/12.

De voorziene modaliteit van betaling van de op dergelijke akten verschuldigde registratierechten (zie hoger sub III.) doet dus geen afbreuk aan de mogelijkheid van uitvoering van de hypothecaire formaliteiten.

VI. Sancties

De gerechtsdeurwaarders kunnen in het kader van deze regelgeving de volgende sancties oplopen (zie artikel 41bis, W.Reg.):

  1. wanneer ze de registratierechten niet hebben betaald op de voorgeschreven wijze en binnen de voorgeschreven termijn of zich niet gehouden hebben aan de door de Koning bepaalde aanvullende regels in uitvoering van artikel 8bis:

    een boete van 25,00 EUR tot 250, 00 EUR per overtreding, te bepalen door de Gewestelijk Directeur

  2. wanneer ze de vrijstelling van de formaliteit ten onrechte hebben toegepast:

    een boete gelijk aan de per akte ontdoken rechten (die uiteraard zelf ook moeten betaald worden).

VII. Inwerkingtreding

De artikelen 8 van het K.B. en 2 van het M.B. bepalen dat de nieuwe regelgeving in werking treedt op 01.01.2009. De nieuwe regelgeving is dus van toepassing op de exploten en processen-verbaal van gerechtsdeurwaarders die vanaf 01.01.2009 worden opgesteld.

Interne ref.: AFZ: Dossier nr. 430 / Kad., reg. en domeinen: Dossier E.E./L. 187