Circulaire nr. 6/2011 d.d. 30.06.2011
(Circulaire AFZ nr. 8/2011)
W. Reg., art. 63^1 en 69 – W. Succ., art. 94 en 95
Federale Overheidsdienst FINANCIEN
Administratie van Fiscale Zaken
4e dienst - 2e directie
Patrimoniumdocumentatie
Kadaster, Registratie en Domeinen
3 bijlagen
1. Inleiding
In het Belgisch Staatsblad van 6 mei 2011 (editie 1), werd de wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen bekendgemaakt.
Deze wet wijzigt het Wetboek der registratierechten wat betreft de beroepspersonen (handelaars in onroerende goederen) en het Wetboek der successierechten wat betreft de borg die moet worden gesteld door bepaalde rechthebbenden. In de beide gevallen wordt de wetgeving in overeenstemming gebracht met het communautair recht (Europees).
Aangezien het om procedureregels gaat, zijn de wijzigingen van toepassing in de drie Gewesten.
Een uittreksel uit deze wet gaat in bijlage 1.
De bijlagen 2 en 3 bevatten de geconsolideerde teksten van respectievelijk het W. Reg. en het W. Succ..
2. Wetboek der registratierechten - Beroepspersonen
De artikelen 63^1 en 69, 1ste lid, van het W. Reg. worden gewijzigd.
Vanaf 16 mei 2011, datum van inwerkingtreding van de voormelde wet van 14 april 2011, is het aannemen van een aansprakelijke vertegenwoordiger in België enkel nog verplicht wanneer de beroepspersoon zijn woonplaats of maatschappelijke zetel heeft buiten het grondgebied van de Europese Economische Ruimte (E.E.R.).
Beroepspersonen met woonplaats of maatschappelijke zetel in een andere lidstaat van de E.E.R. dan België zijn niet meer aan deze verplichting onderworpen. Het is hen evenwel toegestaan een dergelijke aansprakelijke vertegenwoordiger aan te duiden.
Anderzijds wordt de verplichting opgelegd om, benevens in geval van overlijden, een nieuwe aansprakelijke vertegenwoordiger te doen aannemen wanneer in tussentijd zijn erkenning wordt ingetrokken of zijn handelingsonbekwaamheid wordt vastgesteld.
3. Wetboek der successierechten - borgstelling
De artikelen 94 en 95 van het W. Succ. worden gewijzigd.
Vanaf 16 mei 2011, datum van inwerkingtreding van de voormelde wet van 14 april 2011, bestaat de verplichting tot borgstelling enkel nog voor de erfgenaam, legataris of begiftigde woonachtig buiten de Europese Economische Ruimte.
De erfgenamen, legatarissen of begiftigden woonachtig in een andere lidstaat van de E.E.R. dan België, zijn niet meer aan deze verplichting onderworpen.
4. Inwerkingtreding van de wet
Gelet op het ontbreken van een bijzondere bepaling terzake, zijn de wijzigingen in werking getreden op 16 mei 2011.
De datum van het openvallen van de nalatenschap heeft voor de toepassing van de artikelen 94 en 95 van het W. Succ. geen enkel belang. Gelet op de voormelde vigerende wettelijke bepalingen dient aan het verzoek van een rechthebbende met woonplaats in een lidstaat van de E.E.R. andere dan België, om de borg die hij heeft gesteld vrij te geven, in principe een gunstig gevolg te worden verleend.
Bijlage 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 6 mei 2011 (editie 1)
Wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen
HOOFDSTUK 3
Registratie- en successierechten
Afdeling 1
Registratierechten
Art. 62. In artikel 63^1 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt:
3° de erkenning verkregen hebben van een in België gevestigd vertegenwoordiger die medeaansprakelijk is en hoofdelijk met hem instaat voor de nakoming van zijn fiscale verplichtingen indien hij:
a) een natuurlijke persoon is en zijn wettelijke verblijfplaats buiten de Europese Economische Ruimte heeft,
b) een rechtspersoon is zonder vestiging in België en wiens maatschappelijke zetel gevestigd is buiten de Europese Economische Ruimte.";
b) het artikel wordt aangevuld als volgt:
Een beroepspersoon, andere dan die bedoeld in het eerste lid, 3°, kan de erkenning verkrijgen van een in België gevestigde vertegenwoordiger die medeaansprakelijk is en hoofdelijk met hem instaat voor de nakoming van zijn fiscale verplichtingen.".
Art. 63. In artikel 69, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "in het buitenland wonende beroepspersoon" vervangen door de woorden "beroepspersoon bedoeld in artikel 63^1, eerste lid, 3°, bij de intrekking van zijn erkenning of in geval hij onbekwaam wordt verklaard om als vertegenwoordiger op te treden".
Afdeling 2
Successierechten
Art. 64. In hoofdstuk X van het eerste Boek van het Wetboek der successierechten wordt het opschrift van afdeling II vervangen als volgt:
Buiten de Europese Economische Ruimte wonende erfgenaam".
Art. 65. In artikel 94 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989 en bij de wet van 17 april 2002 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "in het buitenland" vervangen door de woorden "buiten de Europese Economische Ruimte";
2° in het tweede lid worden de woorden "de vreemdeling" vervangen door de woorden "de buiten de Europese Economische Ruimte wonende erfgenaam";
3° in het vierde lid worden de woorden "in het buitenland" vervangen door de woorden "buiten de Europese Economische Ruimte".
Art. 66. In artikel 95 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de besluitwet van 4 mei 1940, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "in het buitenland" vervangen door de woorden "buiten de Europese Economische Ruimte";
2° in het tweede lid worden de woorden "in het buitenland" vervangen door de woorden "buiten de Europese Economische Ruimte".
Bijlage 2
Geconsolideerde teksten van de gewijzigde artikelen in het Wetboek der registratierechten
Art. 631
Om de in vorenstaand artikel voorziene vermindering te genieten, moet de beroepspersoon:
1° in de vorm en op het bij koninklijk besluit te bepalen kantoor, een beroepsverklaring ondertekenen en indienen;
2° op eigen kosten, zekerheid stellen voor de invordering van de sommen welke bij toepassing van artikel 64 en volgende artikelen van deze paragraaf vorderbaar kunnen worden;
3° de erkenning verkregen hebben van een in België gevestigd vertegenwoordiger die medeaansprakelijk is en hoofdelijk met hem instaat voor de nakoming van zijn fiscale verplichtingen indien hij:
a) een natuurlijke persoon is en zijn wettelijke verblijfplaats buiten de Europese Economische Ruimte heeft,
b) een rechtspersoon is zonder vestiging in België en wiens maatschappelijke zetel gevestigd is buiten de Europese Economische Ruimte
De vervulling van deze voorwaarden dient bevestigd hetzij in de akte van verkrijging, hetzij in een onderaan de akte gestelde verklaring of in een bijgevoegd schrijven. De verklaring wordt, vóór de registratie, door de verkrijger of, in zijn naam, door de werkende notaris ondertekend.
Zo de verkrijging onroerende landgoederen tot voorwerp heeft, moet een uittreksel uit de kadastrale legger betreffende de verkregen goederen aan de akte gehecht zijn wanneer zij ter registratie wordt aangeboden.
De akte welke die bevestiging niet inhoudt of waarbij de verklaring en, in voorkomend geval, het uittreksel uit de kadastrale legger, zoals bedoeld in vorenstaande alinea's, niet gehecht zijn, wordt tegen het gewoon recht geregistreerd en geen vordering tot teruggaaf is ontvankelijk.
Een beroepspersoon, andere dan die bedoeld in het eerste lid, 3°, kan de erkenning verkrijgen van een in België gevestigde vertegenwoordiger die medeaansprakelijk is en hoofdelijk met hem instaat voor de nakoming van zijn fiscale verplichtingen.
Art. 69
Bij overlijden van de vertegenwoordiger van een beroepspersoon bedoeld in artikel 63^1, eerste lid, 3°, bij de intrekking van zijn erkenning of in geval hij onbekwaam wordt verklaard om als vertegenwoordiger op te treden, dient binnen zes maand in zijn vervanging voorzien.
Wanneer de door de verkrijger gestelde zekerheid ontoereikend wordt, dient hij, binnen de door het bestuur vastgestelde termijn, een aanvullende zekerheid te verstrekken.
Wordt aan vorenstaande voorschriften niet voldaan, zo wordt het volgens artikelen 66 en 67 berekend gewoon recht op de niet wederverkochte goederen vorderbaar.
Bijlage 3
Geconsolideerde teksten van de gewijzigde artikelen in het Wetboek der successierechten
Boek I, Hoofdstuk X
...
Afdeling II. - Buiten de Europese Economische Ruimte wonende erfgenaam.
Art. 94
Onverminderd de zekerheid waarvan sprake in artikel 84, is alle buiten de Europese Economische Ruimte wonende persoon, die erfgenaam, legataris of begiftigde is in de nalatenschap van roerende goederen van een Rijksinwoner, ertoe verplicht borg te stellen voor de betaling van het successierecht, van de interesten, boeten en kosten waartoe hij tegenover de Staat mocht gehouden zijn.
Na de erfgenaam en de aangestelde van het bestuur te hebben gehoord, wordt het bedrag van de borgstelling vastgesteld door de vrederechter van de laatste fiscale woonplaats die, overeenkomstig artikel 38,1°, eerste lid, het kantoor bepaalt waar de aangifte van successie van de overledene moet worden ingediend. De zegels mogen niet gelicht worden en geen openbare ambtenaar mag de goederen der nalatenschap verkopen, noch er de akte van kaveling van opmaken, vóór de aflevering van een getuigschrift van de ontvanger, ten blijke dat de buiten de Europese Economische Ruimte wonende erfgenaam zich naar deze bepaling gedragen heeft, op straf van alle kosten en schadevergoedingen.
Dit getuigschrift wordt gevoegd bij het proces-verbaal der verkoping van de roerende goederen of bij de akte van kaveling.
De gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen mag de erfgenaam die buiten de Europese Economische Ruimte woont er van ontslaan de borgstelling te verstrekken.
Art. 95
De inschrijvingen, effecten op naam of aan toonder, sommen, waarden, gesloten koffers, omslagen en colli's, waarvan sprake in artikelen 96 tot 99, mogen het voorwerp niet uitmaken van een conversie, een overdracht, een teruggave of een betaling, indien zij geheel of gedeeltelijk toekomen aan een erfgenaam, legataris, begiftigde of andere rechthebbende die buiten de Europese Economische Ruimte woont, voordat de door artikel 94 voorgeschreven waarborg is gesteld.
Zo, in de gevallen voorzien in artikel 101, onder de rechthebbenden één of meer personen zijn die buiten de Europese Economische Ruimte wonen, mag de verhuurder van de brandkast of de notaris die de door gezegd artikel voorgeschreven lijst of inventaris heeft opgemaakt, de inbezitneming door de rechthebbenden van de in de kast liggende zaken niet toestaan voordat de door artikel 94 opgelegde waarborg wordt gesteld.
In afwijking van het eerste lid en alvorens de door artikel 94 voorgeschreven waarborg is gesteld, mag de schuldenaar van deposito's op een gemeenschappelijke of onverdeelde zicht- of spaarrekening waarvan de overledene of de langstlevende echtgenoot houder of medehouder is of waarvan de langstlevende wettelijk samenwonende medehouder is, overeenkomstig de bij artikel 1240ter van het Burgerlijk Wetboek bepaalde nadere regels een bedrag ter beschikking stellen dat de helft van de beschikbare creditsaldi noch 5.000 euro overschrijdt.
Het in het derde lid bedoelde bedrag wordt uitbetaald onverminderd de betaling van de in de artikelen 19 en 20 van de hypotheekwet van 16 december 1851 vermelde bevoorrechte kosten.
Interne ref.: AFZ: Dossier nr. 452 / Kad., reg. en domeinen: E.E./L. 202
