Circulaire nr. 6/2006 d.d. 15.02.2006

Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Verkooprecht - Abattement - Wijzigingen
AFZ 7/2006 - Dos. E.E./L. 127
In het Belgisch Staatsblad van 15 februari 2006 (erratum B.S. 20 februari 2006, 2de editie), werd de ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement van 10 februari 2006 " tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten", bekendgemaakt.
Bij de artikelen 2 tot 4 van die ordonnantie worden, wat de verkopingen betreft, de volgende wijzigingen aangebracht aan het stelsel van de vermindering van de heffingsgrondslag (abattement) in geval van aankoop door een of meerdere natuurlijke personen - teneinde er hun hoofdverblijfplaats te vestigen - van de geheelheid volle eigendom van een geheel of gedeeltelijk voor bewoning gebruikt of bestemd onroerend goed [Het stelsel dat voorziet in deze vermindering van de heffingsgrondslag (abattement) werd in het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten ingeschreven door de ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 20 december 2002 "tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten". - Zie circulaire AKRED en AFZ nr. 4/2003 van 24 februari 2003]:
  • verhoging van het bedrag waarmee de heffingsgrondslag wordt verminderd (abattement) van 45.000 euro of 60.000 euro, naargelang van het geval, tot respectievelijk 60.000 euro en 75.000 euro (art. 46bis, leden 1 en 4 Br.W.Reg. - art. 2, 3° van de ordonnantie).
  • verlenging tot drie jaar van de termijn om zijn hoofdverblijfplaats te vestigen in het nieuw aangekochte goed indien dat goed een appartement in aanbouw of een appartement op tekening is (art. 46bis, lid 6, 2° b), van het Br.W.Reg. - art. 3 van de ordonnantie);
  • correctief op de termijn van twee jaar binnen dewelke de onroerende goederen die de onmiddellijke toepassing van het voordeel van het abattement hebben verhinderd, moeten wederverkocht zijn teneinde het voordeel van het abattement nog te kunnen genieten via een teruggave (art. 212bis, eerste lid, Br.W.Reg. - art. 3 van de ordonnantie);
  • invoering van een ultieme mogelijkheid om het abattement te bekomen, wanneer het bij artikel 46bis Br.W.Reg. voorziene abattement niet onmiddellijk kon bekomen worden omwille van het niet-vervuld zijn van de vormvoorwaarden - regularisatie (art. 212ter nieuw Br.W.Reg. - art. 4 van de ordonnantie).
Artikel 5 van de ordonnantie bepaalt de inwerkingtreding van de bepalingen ervan op de datum van de bekendmaking van de ordonnantie in het Belgisch Staatsblad, zijnde 15 februari 2006 Die bepalingen vinden dus toepassing [Zie de commentaar onder punt V van deze circulaire] op de overeenkomsten die vanaf die datum worden gesloten.
Deze circulaire verschaft een eerste commentaar bij de nieuwe bepalingen. Bijlage I bevat de tekst van de ordonnantie van 10 februari 2006. Bijlage II bevat de gecoördineerde tekst van de gewijzigde artikelen van het Brussels Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
COMMENTAAR
I. Vermindering van de heffingsgrondslag ¾ verhoging van de bedragen (art. 46bis, eerste lid, Br.W.Reg. - art. 2, 1° van de ordonnantie)
Het bedrag van de forfaitaire vermindering van de heffingsgrondslag (abattement) dat, naargelang van het geval [Naargelang het aangekochte goed niet of wel gelegen is in een "ruimte voor versterkte ontwikkeling van de huisvesting en de stadshernieuwing" (RVOHS) zoals afgebakend in het Gewestelijk Ontwikkelingsplan (GewOP) tot uitvoering van de artikelen 16 tot 24 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedebouw], 45.000 euro of 60.000 euro bedroeg, wordt respectievelijk gebracht op 60.000 en 75.000 euro in geval één of meerdere natuurlijke personen een woning aankopen om er zijn of hun hoofdverblijfplaats in te vestigen.
Vermits het hier gaat om een eenvoudige aanpassing van de bedragen van het abattement behoeft de maatregel geen verdere toelichting.
II. Verlenging tot drie jaar van de termijn om zijn hoofdverblijfplaats te vestigen in het nieuw aangekochte goed, wanneer die aankoop een appartement in aanbouw of op tekening betreft (art. 46bis, zesde lid, 2° b), W.Reg.Br. - art. 2, 3°, van de ordonnantie).
Om het voordeel van de uit het abattement voortspruitende rechtenvermindering te behouden voorziet het stelsel van het abattement dat de genieter van het voordeel binnen een bepaalde termijn zijn nieuwe hoofdverblijfplaats moet vestigen op de plaats van de nieuwe aankoop. Is het nieuw aangekochte goed een appartement in aanbouw of op tekening (op plan), dan gold daarvoor op grond van artikel 46bis, zesde lid, 2°, b), tot nog toe een termijn van twee jaar te rekenen van:
  • ofwel de datum van de registratie, tegen betaling van het evenredig recht, van het document (authentieke akte, compromis of verklaring bij toepassing van artikel 31) dat het evenredig recht opeisbaar maakte, indien dit document geregistreerd werd binnen de daarvoor voorziene termijn;
  • ofwel de uiterste datum voor de aanbieding ter registratie van dat document, wanneer dat document werd aangeboden na het verstrijken van de ervoor bepaalde termijn.
Artikel 2, 3° van de ordonnantie brengt die termijn op drie jaar.
Opmerking:
De verlenging van de termijn tot drie jaar geldt enkel in geval van verkrijging van een appartement in aanbouw of op tekening (op plan), d.w.z. appartementen die nog niet zijn opgericht. Die verlenging geldt geenszins voor nieuw opgerichte woonhuizen/appartementen [Zie memorie van toelichting bij de ordonnantie, commentaar bij artikel 2, blz. 2, Br.H.Parl. Doc., A-228/1 - 2005/2006]. In dat geval blijft de termijn om zijn hoofdverblijfplaats in het goed te vestigen onveranderd twee jaar bedragen.
III. correctief op de termijn van twee jaar binnen dewelke de onroerende goederen die de onmiddellijke toepassing van het voordeel van het abattement hebben verhinderd, moeten wederverkocht zijn teneinde het voordeel van het abattement nog te kunnen genieten via een teruggave (art. 212bis, eerste lid, Br.W.Reg. - art. 3 van de ordonnantie).
Artikel 212bis, eerste lid, oude versie, bepaalde de termijn binnen dewelke de onroerende goederen die aan de onmiddellijke toepassing van het voordeel van het abattement in de weg stonden, moesten worden vervreemd om alsnog te kunnen genieten van bedoeld voordeel maar dan onder de vorm van een teruggave: die goederen moesten worden vervreemd bij een overeenkomst, andere dan een ruil, die vaste datum kreeg binnen een termijn van twee jaar te rekenen van:
  • ofwel de datum van de registratie, tegen betaling van het evenredig recht, van het document (authentieke akte, compromis of verklaring bij toepassing van artikel 31) dat het evenredig recht opeisbaar maakte, indien dit document geregistreerd werd binnen de daarvoor voorziene termijn;
  • ofwel de uiterste datum voor de aanbieding ter registratie van dat document, wanneer dat document werd aangeboden na het verstrijken van de ervoor bepaalde termijn.
In die oude versie van artikel 212bis was het niet mogelijk teruggave te bekomen in geval de bedoelde onroerende goederen "te vroeg" werden wederverkocht, d.w.z. vóór de registratie van de akte van aankoop van de woning die recht geeft op het abattement.
Voorbeeld:
  • 05/03/2004: onderhandse verkoopovereenkomst (compromis) betreffende de oude woning, met uitgestelde eigendomsoverdracht tot aan het verlijden van de authentieke akte;
  • 20/03/2004 onderhandse verkoopovereenkomst (compromis) aangaande de nieuwe woning;
  • 28/05/2004 (om 10 uur): verlijden authentieke akte verkoop oude woning;
  • 28/05/2004 (om 10.30 uur): verlijden authentieke akte aankoop nieuwe woning
  • 03/06/2004 : registratie van de twee notariële akten.
Het onmiddellijk abattement (art. 46bis) was hier uitgesloten omdat op 20/03/2004 (datum van de overeenkomst) de koper nog steeds eigenaar was van zijn oude woning. Bij strikte lezing van het oude artikel 212bis was ook het abattement door teruggave uitgesloten omdat de verkoop van de oude woning vaste datum kreeg vóór het tijdstip waarop de nieuwe aankoop werd geregistreerd (het oude artikel 212bis vereist immers dat de verkoop van de oude woning vaste datum moet krijgen binnen twee jaar te rekenen van de datum van de registratie van de aankoop van de nieuwe woning).
Nochtans had de Brusselse ordonnantiegever enkel de bedoeling te voorkomen dat er te veel tijd zou verlopen tussen de verkoop van de eerste woning en de aankoop van de tweede woning; de ordonnantiegever wou geenszins beletten dat de verkoop van de eerste woning te snel zou plaatsvinden.
De wijziging die aan artikel 212bis, eerste lid, Br.W.Reg. bij de ordonnantie is aangebracht - vervanging van de woorden "binnen twee jaar te rekenen van de datum van de registratie" door de woorden "uiterlijk twee jaar na de datum van de registratie" - verruimt dus het toepassingsgebied van het abattement via teruggave. Inderdaad, door geen begindatum meer maar enkel nog een einddatum te voorzien voor de periode waarin de verkoop van de woning moet geschieden, kan het abattement via teruggave voortaan ook toepassing vinden in de door het voorbeeld beoogde situatie.
Opmerking
De Brusselse ordonnantiegever bevestigt met die wijziging de interpretatie die de belastingadministratie reeds bij de beslissing [Zie Repertorium RJ, R 212bis - Brussels Hoofdstedelijk Gewest 01-01] E.E./L 127 van 20 oktober 2003 aan het oude artikel had gegeven. In de praktijk verandert er dus niets.
IV.- Invoering van een ultieme mogelijkheid om het abattement te bekomen, wanneer het bij artikel 46bis W.Reg.Br. voorziene abattement niet onmiddellijk kon bekomen worden omwille van het niet-vervuld zijn van de vormvoorwaarden - regularisatie (art. 212ter nieuw Br.W.Reg. -a rt. 4 van de ordonnantie)
Tot nog toe kon - wanneer het abattement niet werd gevraagd of wanneer een voor het bekomen ervan vereiste vermelding (vermelding dat men geen volle eigenaar is van een andere woning, vermelding van de verbintenis tot vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het nieuw aangekochte goed, vermelding van de verbintenis om zijn hoofdverblijfplaats te behouden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende de vereiste termijn) ontbrak in of onderaan op het document dat tot de heffing van het evenredig recht aanleiding gaf (of in een bij dat document gevoegd ondertekend geschrift) - het abattement bepaald in artikel 46bis Br.W.Reg. (onmiddellijk abattement of primaire vorm van het abattement) niet worden toegekend. Het voordeel voor de koper was dan definitief verloren.
De Brusselse ordonnantiegever heeft geoordeeld dat het hier om een al te streng formalisme ging. Om dat te verzachten heeft hij voorzien in een uitzonderlijke en ultieme regularisatiemogelijkheid, zodat alsnog kan voldaan worden aan alle vormvoorwaarden. Hierdoor kan het abattement voortaan ook nog bekomen worden onder de vorm van een teruggave (secundaire vorm van het abattement) [Ook art. 212bis W.Reg.Br. bevat een abattement in secundaire vorm] van de "teveel" geheven rechten op het ogenblik van de registratie van het document tegen betaling van het evenredig recht.
De toepassingsvoorwaarden en -modaliteiten van deze regularisatie onder vorm van een teruggave worden bepaald in het nieuwe artikel 212ter Br.W.Reg. Ze kunnen als volgt worden samengevat:
  • de regularisatie geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 217^2 W.Reg. via een gemotiveerd en ondertekend verzoek om teruggave, gericht bij ter post aangetekende brief aan de ontvanger die de rechten heeft geïnd op de woning waarvoor het abattement achteraf wordt gevraagd, of aan de gewestelijke directeur;
  • het verzoek om teruggave moet de vermeldingen en verklaringen bevatten die vereist zijn bij artikel 46bis, zesde lid, 2°, a, b, en c;
  • het verzoek om teruggave moet gedaan worden binnen de zes maanden te rekenen van de datum van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht. Bij niet-tijdige indiening van het verzoek gaat het voordeel van het abattement definitief verloren.
Opgelet
Uitgaande van het feit dat de regularisatie een bijzondere en bijkomende tegemoetkoming is die afwijkt van artikel 209, eerste lid, 1°, b) W.Reg. (geen latere teruggave is nog mogelijk in geval van het ontbreken van vermeldingen die uitdrukkelijk als voorwaarde zijn gesteld voor het bekomen van de fiscale gunst), werd de verjaringstermijn hier bepaald op 6 maanden, zijnde een kortere verjaringstermijn dan de in artikel 215 W.Reg. voorziene verjaringstermijn van 2 jaar die, behoudens afwijkende bepalingen, algemeen geldt voor de verzoeken tot teruggave [Zie memorie van toelichting bij artikel 4, blz. 3, Br.H.Parl., Doc. A-228/1 - 2005/2006].
V. Inwerkingtreding
De nieuwe bepalingen treden in werking op 15 februari 2006. Ze zijn dus van toepassing op de overeenkomsten die vanaf die datum worden gesloten. De overeenkomsten die voor die datum werden gesloten blijven beheerst door het "oude" stelsel.
Opmerking:
1. Artikel 16 W.Reg.: in het kader van de toepassing van artikel 46bis (onmiddellijk / primair abattement), wordt opgemerkt dat de overeenkomsten van verkoop die zijn gesloten voor 15 februari 2006, onder een opschortende voorwaarde die vervuld wordt vanaf 15 februari 2006, kunnen genieten van de nieuwe bedragen van het abattement, bij toepassing van het tweede lid van artikel 16 W. Reg.
2. Het correctief aangebracht aan de termijn waarbinnen de onroerende goederen die de toepassing van het abattement hebben belet, moeten wederverkocht worden (zie punt II van de commentaar), wordt in de praktijk reeds toegepast; de wijziging van artikel 212bis, eerste lid, Br.W.Reg. is immers niets anders dan de bevestiging door de ordonnantiegever van de interpretatie die door de belastingadministratie werd gegeven aan de vorige versie van dat artikelonderdeel.
NAMENS DE MINISTER:
De adjunct-administrateur-generaal,
Paul NECKEBROECK
------------
BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 15 februari 2006 (erratum B.S. 20 februari 2006, 2de editie)
10 februari 2006. - Ordonnantie tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Art. 2. In artikel 46bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij ordonnantie van 20 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "45.000 euro" vervangen door de woorden "60.000 euro " ;
2° in het vierde lid worden de woorden "60.000 euro" vervangen door de woorden "75.000 euro" ;
3° het zesde lid, 2°, b) wordt vervangen als volgt :
"b) zich verbinden hun hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het aangekochte goed:
  • indien het een bestaande woning betreft, binnen twee jaar na :
  • ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig registratierecht aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden;
  • ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer dat document ter registratie wordt aangeboden na het verstrijken van de ervoor bepaalde termijn;
  • indien het een appartement in aanbouw of een appartement op tekening betreft, binnen drie jaar na dezelfde datum. ".
Art. 3. In artikel 212bis, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij ordonnantie van 20 december 2002, worden de woorden ´ binnen twee jaar te rekenen van de datum van de registratie vervangen door de woorden ´ uiterlijk twee jaar na de datum van de registratie".
Art. 4. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 212ter ingevoegd, luidende :
"Art. 212ter. .- Ingeval de in artikel 46bis bepaalde vermindering van de heffingsgrondslag niet werd gevraagd of niet werd bekomen naar aanleiding van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht, kunnen de teveel geheven rechten worden teruggegeven op verzoek in te dienen overeenkomstig de bepalingen van artikel 217² binnen zes maanden te rekenen van de datum van registratie van dat document.
Het verzoek tot teruggave bedoeld in het eerste lid bevat de vermeldingen en verklaringen vereist bij artikel 46bis, zesde lid, 2°, a, b en c. Het verzoek vermeldt in voorkomend geval ook het rekeningnummer waarop het bedrag van de terug te geven rechten kan worden gestort.".
Art. 5. Deze ordonnantie treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Brussel, 10 februari 2006
(volgen de handtekeningen van de gewestministers)
BIJLAGE 2
Gecoördineerde teksten van de gewijzigde artikelen in het Brussels Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
Art. 46bis
Voor wat betreft de verkopingen, wordt de belastbare grondslag bepaald overeenkomstig de artikelen 45 en 46, verminderd met 60.000 euro in geval van verkrijging door een natuurlijke persoon van de geheelheid in volle eigendom van een geheel of gedeeltelijk tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed dat zal dienen tot hoofdverblijfplaats van de verkrijger.
Hetzelfde abattement is van toepassing in geval van verkrijging door meerdere natuurlijke personen van de geheelheid in volle eigendom van een geheel of gedeeltelijk tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed dat zal dienen tot gemeenschappelijke hoofdverblijfplaats van de verkrijgers.
Voor de toepassing van dit artikel wordt, verstaan onder hoofdverblijfplaats, tenzij tegenbewijs, het adres waarop de verkrijgers zijn ingeschreven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister. Als datum van vestiging van de hoofdverblijfplaats geldt de datum van inschrijving in die registers.
Het abattement waarin het eerste en het tweede lid voorzien, wordt op 75.000 euro gebracht wanneer de verkrijging een onroerend goed betreft dat ligt binnen een ruimte voor versterkte ontwikkeling van de huisvesting en de stadsvernieuwing, zoals afgebakend in het Gewestelijk Ontwikkelingsplan tot uitvoering van de artikelen 16 tot 24 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw.
De vermindering van de belastbare grondslag geldt niet voor de verkrijging van een bouwgrond. Deze uitsluiting geldt niet voor de verkrijging van een appartement in aanbouw of een appartement op tekening.
Aan de vermindering van de belastbare grondslag zijn de volgende voorwaarden verbonden :
1° de verkrijger mag op de datum van de overeenkomst tot verkrijging niet voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd; indien de verkrijging geschiedt door meer dan e´e´n persoon, moet elke verkrijger deze voorwaarde vervullen, en mogen de verkrijgers bovendien gezamenlijk niet voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd;
2° in of onderaan het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig registratierecht of in een bij dat document gevoegd en ondertekend geschrift moeten de verkrijgers :
a) verklaren dat zij voldoen aan de voorwaarde vermeld in 1° van dit lid;
b) zich verbinden hun hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het verkregen onroerend goed :
  • indien het een bestaande woning betreft, binnen twee jaar na:
  • ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig registratierecht aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden;
  • ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer dat document ter registratie wordt aangeboden na het verstrijken van de ervoor bepaalde termijn;
  • indien het een appartement in aanbouw of een appartement op tekening betreft, binnen drie jaar na dezelfde datum.
c) zich ertoe verbinden hun hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te behouden gedurende een ononderbroken periode van minstens vijf jaar vanaf het tijdstip waarop ze hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben in het onroerend goed waarvoor de vermindering is verkregen.
Ingeval de verklaring bedoeld in 2°, a), van het zesde lid, onjuist wordt bevonden, zijn de verkrijgers ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten op het bedrag waarmee de belastbare grondslag werd verminderd, en van een boete gelijk aan die aanvullende rechten.
Dezelfde aanvullende rechten en boete zijn ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers indien geen van hen de in 2°, b), van het zesde lid, bedoelde verbintenis naleeft. Komen sommige verkrijgers de bedoelde verbintenis niet na, dan worden de aanvullende rechten en de boete waartoe zij ondeelbaar gehouden zijn, bepaald naar verhouding van hun wettelijk aandeel in het verkregen onroerend goed. Indien de niet-naleving van de verbintenis het gevolg is van overmacht is de boete evenwel niet verschuldigd.
Behoudens overmacht, zijn dezelfde aanvullende rechten vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken te rekenen van de uiterste datum voor tijdige registratie van het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig registratierecht, ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers indien geen van hen de in 2°, c), van het zesde lid, bedoelde verbintenis naleeft.
Art. 212bis
Wanneer het voordeel van de vermindering van de belastbare grondslag als bepaald in artikel 46bis niet kon worden bekomen omdat niet voldaan was aan de voorwaarde daartoe gesteld in het zesde lid, 1°, van dat artikel, worden de rechten die geheven werden boven het bedrag dat zou verschuldigd geweest zijn met toepassing van artikel 46bis, teruggegeven, mits alle onroerende goederen die de vermindering van de heffingsgrondslag verhinderden, zijn vervreemd bij overeenkomsten, andere dan ruil, die vaste datum hebben gekregen uiterlijk twee jaar na de datum van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing het evenredig recht op de verkrijging waarvoor de teruggave wordt gevraagd. Werd bedoeld document evenwel te laat ter registratie aangeboden, dan wordt die termijn gerekend vanaf de uiterste datum voor de tijdige aanbieding ervan.
Aan de teruggave zijn de volgende voorwaarden verbonden:
1° het gemotiveerd verzoek bevat :
a) een afschrift van het registratierelaas dat werd aangebracht op het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op de verkrijging waarvoor de teruggave wordt gevraagd;
b) de kadastrale beschrijving van alle onroerende goederen die de toepassing van artikel 46bis hebben verhinderd, evenals de data waarop de vervreemdingen van die goederen vaste datum hebben gekregen;
2° in het gemotiveerd verzoek moeten de betrokken verkrijgers:
a) verklaren dat zij hun hoofdverblijfplaats hebben gevestigd of zullen vestigen op het adres van het verkregen onroerend goed binnen twee jaar te rekenen van hetzij de datum van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op die verkrijging, hetzij, wanneer dat document te laat ter registratie werd aangeboden, de uiterste datum voor de tijdige aanbieding ervan;
b) zich ertoe verbinden hun hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te behouden gedurende een ononderbroken periode van minstens vijf jaar vanaf het tijdstip waarop ze hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben in het onroerend goed waarvoor de teruggave werd gevraagd.
Ingeval de verklaring van de verkrijgers bedoeld in 2°, a), van het tweede lid onjuist wordt bevonden, zijn zij ondeelbaar gehouden tot terugbetaling van het teruggegeven bedrag en verbeuren zij ondeelbaar een boete gelijk aan dat bedrag. Voldoen sommige verkrijgers wel en andere niet aan de bedoelde voorwaarden, dan wordt het terug te geven bedrag en de boete, waartoe de verkrijgers die niet aan de voorwaarden voldoen ondeelbaar gehouden zijn, bepaald naar verhouding van hun wettelijk aandeel in het onroerend goed waarvoor de teruggave werd gevraagd. De boete is evenwel niet verschuldigd wanneer door overmacht aan de voorwaarden niet voldaan kon worden.
Behoudens overmacht, zijn dezelfde aanvullende rechten vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken te rekenen van de uiterste datum voor tijdige registratie van het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig registratierecht, ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers indien geen van hen de in 2°, b), van het tweede lid, bedoelde verbintenis naleeft.
Art. 212ter
Ingeval de in artikel 46bis bepaalde vermindering van de heffingsgrondslag niet werd gevraagd of niet werd bekomen naar aanleiding van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht, kunnen de teveel geheven rechten worden teruggegeven op verzoek in te dienen overeenkomstig de bepalingen van artikel 217² binnen zes maanden te rekenen van de datum van registratie van dat document.
Het verzoek tot teruggave bedoeld in het eerste lid bevat de vermeldingen en verklaringen vereist bij artikel 46bis, zesde lid, 2°, a, b en c. Het verzoek vermeldt in voorkomend geval ook het rekeningnummer waarop het bedrag van de terug te geven rechten kan worden gestort.