Circulaire 2017/C/77 betreffende de overgangsbepalingen inzake de bestaande inschrijvingen van inpandgevingen van een handelszaak en landbouwvoorrechten, en de wijzigingsbepalingen inzake registratierecht
Toelichting bij de artikelen 107 en 107/1 van de Pandwet (zoals vervangen, respectievelijk ingevoegd bij de artikelen 34 en 35 van de wet van 25 december 2016) die de overgangsbepalingen bevatten m.b.t. de op datum van de inwerkingtreding van de Pandwet reeds bestaande inpandgevingen van een handelszaak en landbouwvoorrechten, bij de wijzigingsbepalingen vervat in de artikelen 54 tot en met 61 en de overgangsbepaling vervat in artikel 69 van de wet van 25 december 2016.
pandwet ; pandregister ; pandrecht ; inpandgeving van een handelszaak ; landbouwvoorrecht ; overgangsbepalingen ; wijzigingsbepalingen.
FOD Financiën, 23.11.2017
Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie
Inhoud
- I. Inleiding
- II. Het lot van de bestaande inpandgevingen van een handelszaak en landbouwvoorrechten.
- III. Het afleveren van afschriften en getuigschriften door de hypotheekbewaarder en door de ontvanger van de registratie.
- IV. Wijzigingsbepalingen inzake registratiecht.
- V. Overgangsbepaling inzake registratierecht.
- VI. Inwerkingtreding.
- VII. Bijlagen.
I. Inleiding
Bij de wet van 11 juli 2013 (B.S. 02.08.2013 ed.2) “tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffing van diverse bepalingen terzake” werd titel XVII van boek III van het Burgerlijk Wetboek “Zakelijke zekerheden op roerende goederen” (verder Pandwet, of afgekort PW) grondig hervormd. Een belangrijk onderdeel van deze wet betrof de oprichting van een Nationaal Pandregister, pandregister genoemd, bewaard door de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie. De tegenwerpelijkheid van het pandrecht wordt afhankelijk van de registratie in het nieuw ontworpen pandregister (artikel 15, eerste lid, Pandwet).
Diezelfde wet bevat ook een aantal maatregelen m.b.t. de bestaande inschrijvingen van inpandgevingen van een handelszaak en de landbouwvoorrechten, en de terzake geldende overgangsbepalingen. Vanaf de inwerkingtreding van de Pandwet zullen de inpandgevingen van een handelszaak en de landbouwvoorrechten immers eveneens moeten worden geregistreerd in het pandregister.
Voor de algemene toelichting bij de werking en het gebruik van het pandregister wordt verwezen naar de circulaire nr. 2017/C/76 van 23.11.2017.
De regels voor de registratie, wijziging, vernieuwing, verwijdering, overdracht en rangafstand gelden dus ook voor inpandgevingen van een handelszaak en de landbouwvoorrechten die in het pandregister worden opgenomen.
De artikelen 107 en 107/1 van de voormelde wet van 11 juli 2013 (zoals vervangen, respectievelijk ingevoegd bij de artikelen 34 en 35 van de wet van 25 december 2016 – zie bijlage) leggen de overgangsbepalingen vast m.b.t. de op datum van de inwerkingtreding van de Pandwet reeds bestaande inpandgevingen van een handelszaak en landbouwvoorrechten.
De artikelen 54 tot en met 61 van de wet van 25 december 2016 brengen wijzigingen aan in het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
II. Het lot van de bestaande inpandgevingen van een handelszaak en landbouwvoorrechten (art. 107).
De Pandwet voorziet in een overgang van de bestaande inschrijvingen van pandrechten die overeenkomstig de wet van 25 oktober 1919 (betreffende het in pand geven van de handelszaak, het disconto en het in pand geven van de factuur) waren ingeschreven of van de bestaande voorrechten die waren ingeschreven overeenkomstig de wet van 15 april 1884 (betreffende de landbouwleningen) volgens de volgende modaliteiten:
- De schuldeiser behoudt zijn rang indien hij binnen de twaalf maanden na de inwerkingtreding van de Pandwet een pandrecht op de bezwaarde goederen registreert in het pandregister (art. 107, §1, eerste lid en art. 107, §2, eerste lid);
- Inschrijvingen die niet of nog niet overeenkomstig het eerste lid werden geregistreerd in het pandregister, kunnen nog worden doorgehaald (art. 107, §1, tweede lid en art. 107, §2, tweede lid);
- De schuldeiser vermeldt naast de in artikel 30 Pandwet opgelegde gegevens ook de datum en referte van de bestaande inschrijving (art.107, §3, eerste lid);
- Zo de bestaande inschrijving een vernieuwing betreft worden ook de datum en referte van de oorspronkelijke inschrijving vermeld (art. 107, §3, eerste lid);
- De registratie geldt enkel voor de resterende termijn van de lopende 10 jaar waarvoor de inschrijving van de inpandgeving van de handelszaak of het landbouwvoorrecht geldt (afwijking van artikel 35 Pandwet) (art. 107, §3, tweede lid);
- De aldus uitgevoerde registratie is kosteloos (art. 107, §3, tweede lid).(1)
---------
(1) De overheveling van de bestaande inschrijvingen van inpandgevingen van een handelszaak en landbouwvoorrechten naar het pandregister moet worden uitgevoerd door de pandhouder of de bevoorrechte schuldeiser binnen het jaar na de inwerkingtreding van de Pandwet.
Behouden hun rechten na de inwerkingtreding van de Pandwet:
- De schuldeisers die vóór de inwerkingtreding van de Pandwet houder zijn geworden van een warrant of ceel als bedoeld in de wet van 18 november 1862 (art. 107, §4);
- De schuldeisers die vóór de inwerkingtreding van de Pandwet houder zijn geworden van een pandrecht op onlichamelijke goederen andere dan schuldvorderingen (art. 107, §6).
Een volmacht tot het vestigen van een pandrecht krachtens de voormelde wet van 25 oktober 1919 of van een landbouwvoorrecht krachtens de voormelde wet van 15 april 1884, strekt ook tot het sluiten van een pandovereenkomst krachtens de Pandwet (art. 107, §5).
III. Het afleveren van afschriften en getuigschriften door de hypotheekbewaarder en door de ontvanger van de registratie. Doorhalingen (artt. 107 en 107/1).
Tot en met de laatste dag van de twaalfde maand na de inwerkingtreding van de Pandwet:
- is de hypotheekbewaarder verplicht aan elke verzoeker afschrift af te leveren van de bestaande inschrijvingen van een pandakte overeenkomstig de wet van 25 oktober 1919 ten laste van de in het verzoekschrift aangewezen personen, of een getuigschrift af te leveren vaststellend dat er geen inschrijvingen bestaan;
- is de ontvanger van de registratie – thans het kantoor niet-fiscale invordering van de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering – verplicht aan elke verzoeker afschrift af te leveren van de bestaande inschrijvingen van een voorrecht overeenkomstig de wet van 15 april 1884(2)ten laste van de in het verzoekschrift aangewezen personen, of een getuigschrift af te leveren vaststellend dat er geen inschrijvingen bestaan.
----------
(2) De wet van 15 april 1884 wordt opgeheven, maar de artikelen 22 en 23 van deze wet blijven tijdens deze periode van twaalf maanden van kracht.
Binnen de twaalf maanden na de inwerkingtreding van de Pandwet:
- kunnen de inschrijvingen van een pandakte die niet in het pandregister werden geregistreerd overeenkomstig artikel 107, §1, tweede lid, Pandwet, nog worden doorgehaald overeenkomstig artikel 4bis van de wet van 25 oktober 1919 betreffende het in pand geven van de handelszaak;
- kunnen de inschrijvingen betreffende de landbouwleningen die niet werden geregistreerd overeenkomstig artikel 107, §2, tweede lid, Pandwet nog worden doorgehaald overeenkomstig de artikelen 19 tot 22 van de wet van 15 april 1884 betreffende de landbouwleningen.
IV. Wijzigingsbepalingen inzake registratierecht (Wet 25 december 2016, artikelen 54 tot en met 61)
Het evenredig registratierecht van 0,5% op de inpandgevingen van een handelszaak en op de vestigingen van een landbouwvoorrecht wordt opgeheven.
In het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten worden hiertoe de volgende wijzigingen aangebracht:
- in artikel 29 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten worden de woorden “hetzij in de registers van de hypotheekbewaarders, hetzij in de registers voor de inschrijvingen van het landbouwvoorrecht” vervangen door de woorden “in de registers van de hypotheekbewaarders” (art. 54);
- in het opschrift van Titel I, Hoofdstuk IV, Afdeling VI, van hetzelfde Wetboek worden de woorden “, inpandgevingen van een handelszaak en vestigingen van een landbouwvoorrecht” opgeheven (art. 55);
-
artikel 88 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de programmawet van 27 december 2004, wordt vervangen als volgt:
“Art. 88. De vestigingen van een hypotheek op een schip dat niet naar zijn aard voor het zeevervoer bestemd is, worden aan een recht van 0,50 pct. onderworpen.” (art. 56); - in artikel 89 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 23 december 1958, worden de woorden “, het pand of het voorrecht gevestigd zijn” vervangen door de woorden “gevestigd is” (art. 57);
- in artikel 91 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2004, worden de woorden “, door de verpanding van een handelszaak of door een landbouwvoorrecht” opgeheven (art. 58);
- in artikel 92^1 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 23 december 1958 en vernummerd bij het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967, worden de woorden “, inpandgeving van een handelszaak of vestiging van een landbouwvoorrecht” opgeheven (art. 59);
- In artikel 92^2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967 en vervangen bij de wet van 27 december 2004, wordt het woord “of” ingevoegd vóór de woorden “van een hypotheek op een schip” en worden de woorden “, van de verpanding van een handelszaak of van een landbouwvoorrecht” opgeheven (art. 60);
- In artikel 93 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967, worden de woorden “, het pand of het landbouwvoorrecht” opgeheven (art. 61).
V. Overgangsbepaling inzake registratierecht (Wet 25 december 2016, artikel 69)
Bij wijze van overgangsbepaling wordt het recht van 0,50 pct., dat overeenkomstig artikel 88 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten werd geheven vóór de inwerkingtreding van artikel 56 van de wet van 25 december 2016 (zie onder IV hiervoor), in mindering gebracht op het krachtens artikel 87 van dat Wetboek verschuldigd recht, wanneer later een hypotheek wordt gevestigd tot zekerheid van dezelfde schuld.
VI. Inwerkingtreding
De Pandwet treedt in werking op 1 januari 2018. Alle voormelde overgangs- en wijzigingsbepalingen treden in werking op die datum.
