Aanschrijving nr. 11 dd. 14.03.1978
AANSCHRIJVING 78/011
Aanschrijving nr. 11 dd. 14.03.1978
Prestaties van bedrijfsrevisoren.
Onderwerp van de aanschrijving.
1. Ingevolge de wijzigingen die de wet van 27 december 1977 (Z. Revue nr. 33, blz. 16) (Belgisch Staatsblad van 30 december 1977) in het BTW- Wetboek heeft aangebracht, wordt de aanschrijving nr. 131, van 13 augustus 1971 (Z. Revue nr. 4, blz. 421.), met betrekking tot de regeling die op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde van toepassing is op de prestaties van bedrijfsrevisoren, vanaf 1 januari 1978 door deze aanschrijving vervangen.
EERSTE HOOFDSTUK. - PRESTATIES VAN BEDRIJFSREVISOREN.
Belastbaarheid van de prestaties verricht door bedrijfsrevisoren.
2. De diensten die tegen vergoeding door bedrijfsrevisoren worden verricht, zijn bedoeld in artikel 18, § 1, 1° of 3°, van het BTW-Wetboek, wanneer ze hun oorzaak vinden in een contract, en in artikel 19, § 1, van dat Wetboek, wanneer ze worden verricht ingevolge een vordering door of namens de overheid en, meer algemeen, ingevolge de wet of een administratief reglement.
Deze prestaties worden evenwel niet aangemerkt als diensten wanneer de revisor als commissaris of vereffenaar van een vennootschap optreedt (Wetboek, art. 18, § 1, 3°, uitzondering).
3. De bedoelde diensten zijn in de regel aan de belasting onderworpen als de bedrijfsrevisor hier te lande is gevestigd (Wetboek, art. 2, § 1, 1°, en 21, § 2). Wanneer evenwel de ontvanger van de dienst buiten de Europese Economische Gemeenschap is gevestigd, of in die Gemeenschap is gevestigd doch in een ander land dan België en handelt voor beroepsdoeleinden, dan zijn die diensten niet hier te lande belastbaar (Wetboek, art. 21, § 3, 7°, d).
4. Wanneer de belasting verschuldigd is, beloopt het tarief ervan 16 pct.
Belastbare diensten.
5. Overeenkomstig wat voorafgaat, zijn de prestaties van een bedrijfsrevisor als diensten aan te merken inzonderheid wanneer:
Tijdstip van verschuldigdheid van de belasting.
6. De BTW is over de dienst van de bedrijfsrevisor verschuldigd op de tijdstippen bepaald in artikel 22, § 1 en 2, van het BTW-Wetboek, d.i. op het tijdstip waarop de dienst is voltooid, bij het factureren of ontvangen van de prijs of een deel ervan, of bij het contractueel vervallen van de prijs of een deel ervan, naar gelang van het feit dat zich eerst voordoet.
7. Ingevolge artikel 15 van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, wordt, in afwijking van bovengenoemde regel, ten aanzien van bepaalde handelingen die een belastingplichtige verricht voor particulieren, de BTW slechts verschuldigd naarmate van de incassering van de prijs. De bedrijfsrevisor kan op deze bepaling geen aanspraak maken aangezien hij normaal geen diensten verleent aan particulieren.
8. Wanneer de bedrijfsrevisor een dienst verricht voor de overheid, neemt de administratie aan dat, in afwijking van de regel bepaald in nr. 6, de belasting slechts verschuldigd wordt op het tijdstip waarop de bedrijfsrevisor schriftelijk in kennis wordt gesteld van de goedkeuring van de honorariumstaat door de overheid (verg. BTW-Commentaar 125, nr. 17). De eigenlijke factuur voor dit honorarium moet dan ook slechts worden uitgereikt uiterlijk de vijfde werkdag van de maand die volgt op bovengenoemde kennisgeving door de overheid.
Indien het overheidslichaam recht op aftrek van de aangerekende BTW heeft, ontstaat dat recht uiteraard slechts op het tijdstip waarop de BTW wordt verschuldigd overeenkomstig het bepaalde in voorgaand lid.
9. De BTW is niet verschuldigd bij het deponeren van een som op de griffie van de rechtbank als waarborg voor de latere betaling van het honorarium van de bedrijfsrevisor die als expert optreedt. De BTW wordt immers slechts verschuldigd op de tijdstippen bepaald in de nrs. 6 en 8.
Handelingen buiten de werkingssfeer van de BTW.
10. De lastgeving die door commissarissen en vereffenaars van vennootschappen, ter uitvoering van hun statutaire opdracht, wordt volbracht, blijft buiten de toepassingssfeer van artikel 18, § 1, 3°, van het Wetboek (z. nr. 2, in fine).
De BTW is bijgevolg niet verschuldigd voor de prestaties verricht door een bedrijfsrevisor die als commissaris-revisor handelt bij een handelsvennootschap of een in de vorm van een handelsvennootschap opgerichte burgerlijke vennootschap.
Zo is de BTW niet verschuldigd ten aanzien van de prestaties die de bedrijfsrevisor verricht:
HOOFDSTUK II. - STAGIAIRS EN MEDEWERKERS VAN BEDRIJFSREVISOREN
Stagiairs
11. Voor de toepassing van de sociale wetten wordt de stagiair als zelfstandige aangemerkt. De administratie aanvaardt evenwel voor de toepassing van de BTW dat er een band van ondergeschiktheid bestaat in de relatie van de stagiair tot de bedrijfsrevisor, zelfs wanneer hij niet full-time medewerkt. Derhalve is geen BTW verschuldigd van de hem door de stagemeester toegekende vergoeding.
Medewerkers van bedrijfsrevisoren
12. De administratie aanvaardt eveneens dat, voor de toepassing van de BTW, de medewerker van een bedrijfsrevisor in een band van ondergeschiktheid staat ten opzichte van laatstgenoemde, wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld:
Onder voorbehoud van wat in hoofdstuk III hierna wordt vermeld, is de BTW verschuldigd indien al die voorwaarden niet vervuld zijn.
HOOFDSTUK III. - MAATSCHAPPEN VAN BEDRIJFSREVISOREN
13. De maatschappen van bedrijfsrevisoren kunnen statutair slechts de vorm aannemen van een burgerlijke vennootschap. In de praktijk ontvangt iedere vennoot persoonlijk opdrachten, die hij onder eigen aansprakelijkheid uitvoert, doch de honoraria worden op naam van de maatschap gefactureerd.
Onder die omstandigheden stemt de administratie ermee in dat:
Aanschrijving nr. 11 dd. 14.03.1978
Prestaties van bedrijfsrevisoren.
Onderwerp van de aanschrijving.
1. Ingevolge de wijzigingen die de wet van 27 december 1977 (Z. Revue nr. 33, blz. 16) (Belgisch Staatsblad van 30 december 1977) in het BTW- Wetboek heeft aangebracht, wordt de aanschrijving nr. 131, van 13 augustus 1971 (Z. Revue nr. 4, blz. 421.), met betrekking tot de regeling die op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde van toepassing is op de prestaties van bedrijfsrevisoren, vanaf 1 januari 1978 door deze aanschrijving vervangen.
EERSTE HOOFDSTUK. - PRESTATIES VAN BEDRIJFSREVISOREN.
Belastbaarheid van de prestaties verricht door bedrijfsrevisoren.
2. De diensten die tegen vergoeding door bedrijfsrevisoren worden verricht, zijn bedoeld in artikel 18, § 1, 1° of 3°, van het BTW-Wetboek, wanneer ze hun oorzaak vinden in een contract, en in artikel 19, § 1, van dat Wetboek, wanneer ze worden verricht ingevolge een vordering door of namens de overheid en, meer algemeen, ingevolge de wet of een administratief reglement.
Deze prestaties worden evenwel niet aangemerkt als diensten wanneer de revisor als commissaris of vereffenaar van een vennootschap optreedt (Wetboek, art. 18, § 1, 3°, uitzondering).
3. De bedoelde diensten zijn in de regel aan de belasting onderworpen als de bedrijfsrevisor hier te lande is gevestigd (Wetboek, art. 2, § 1, 1°, en 21, § 2). Wanneer evenwel de ontvanger van de dienst buiten de Europese Economische Gemeenschap is gevestigd, of in die Gemeenschap is gevestigd doch in een ander land dan België en handelt voor beroepsdoeleinden, dan zijn die diensten niet hier te lande belastbaar (Wetboek, art. 21, § 3, 7°, d).
4. Wanneer de belasting verschuldigd is, beloopt het tarief ervan 16 pct.
Belastbare diensten.
5. Overeenkomstig wat voorafgaat, zijn de prestaties van een bedrijfsrevisor als diensten aan te merken inzonderheid wanneer:
| 1° | de bedrijfsrevisor in rechte tot expert wordt benoemd of als zodanig door de partijen wordt aangewezen ter uitvoering van een rechterlijke beslissing. Als voorbeeld kan worden aangehaald de expertise verricht door een bedrijfsrevisor in het geval bedoeld in artikel 29bis van de samengeschakelde wetten op de handelsvennootschappen, met name bij inbreng die niet in geld bestaat, gedaan bij de oprichting van een naamloze vennootschap; |
| 2° | hij door de partijen als expert wordt aangewezen ter uitvoering van bepalingen van een bijzondere wet, bijvoorbeeld in een fiscale rechtspleging om de verkoopwaarde van bepaalde goederen vast te stellen; |
| 3° | hij prestaties verricht bij een bank zonder commissaris te zijn, met name bij banken opgericht naar buitenlands recht; |
| 4° | de bedrijfsrevisor prestaties verricht bij kapitaalsverhoging van een naamloze vennootschap door inbreng in natura, of bij omvorming van een vennootschap in een vennootschap onder een andere vorm, wanneer hij geen commissaris is (z. samengeschakelde wetten op de handelsvennootschappen, art. 34, 166 en 167); |
| 5° | hij handelt als revisor aangesteld door Sabena; |
| 6° | hij handelt als revisor aangewezen door de Europese Gemeenschappen of andere internationale instellingen, onder voorbehoud van de vrijstelling waarop deze instellingen zich zouden kunnen beroepen ingevolge artikel 42, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek; |
| 7° | hij handelt ter uitvoering van een controle-opdracht ingevolge de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut; |
| 8° | hij handelt ingevolge de wet van 30 december 1970 met betrekking tot de economische expansie; |
| 9° | hij wordt aangesteld door de overheid, zelfs wanneer die ook zijn honorarium vaststelt, onder meer: |
- bij de Fondsen voor bestaanszekerheid opgericht ingevolge de wet van 7 januari 1958;
- bij de Dienst voor geneesmiddelenonderzoek (kon. besl. van 12 december 1966);
- als regeringscommissaris bij de kolenmijnen.
Tijdstip van verschuldigdheid van de belasting.
6. De BTW is over de dienst van de bedrijfsrevisor verschuldigd op de tijdstippen bepaald in artikel 22, § 1 en 2, van het BTW-Wetboek, d.i. op het tijdstip waarop de dienst is voltooid, bij het factureren of ontvangen van de prijs of een deel ervan, of bij het contractueel vervallen van de prijs of een deel ervan, naar gelang van het feit dat zich eerst voordoet.
7. Ingevolge artikel 15 van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, wordt, in afwijking van bovengenoemde regel, ten aanzien van bepaalde handelingen die een belastingplichtige verricht voor particulieren, de BTW slechts verschuldigd naarmate van de incassering van de prijs. De bedrijfsrevisor kan op deze bepaling geen aanspraak maken aangezien hij normaal geen diensten verleent aan particulieren.
8. Wanneer de bedrijfsrevisor een dienst verricht voor de overheid, neemt de administratie aan dat, in afwijking van de regel bepaald in nr. 6, de belasting slechts verschuldigd wordt op het tijdstip waarop de bedrijfsrevisor schriftelijk in kennis wordt gesteld van de goedkeuring van de honorariumstaat door de overheid (verg. BTW-Commentaar 125, nr. 17). De eigenlijke factuur voor dit honorarium moet dan ook slechts worden uitgereikt uiterlijk de vijfde werkdag van de maand die volgt op bovengenoemde kennisgeving door de overheid.
Indien het overheidslichaam recht op aftrek van de aangerekende BTW heeft, ontstaat dat recht uiteraard slechts op het tijdstip waarop de BTW wordt verschuldigd overeenkomstig het bepaalde in voorgaand lid.
9. De BTW is niet verschuldigd bij het deponeren van een som op de griffie van de rechtbank als waarborg voor de latere betaling van het honorarium van de bedrijfsrevisor die als expert optreedt. De BTW wordt immers slechts verschuldigd op de tijdstippen bepaald in de nrs. 6 en 8.
Handelingen buiten de werkingssfeer van de BTW.
10. De lastgeving die door commissarissen en vereffenaars van vennootschappen, ter uitvoering van hun statutaire opdracht, wordt volbracht, blijft buiten de toepassingssfeer van artikel 18, § 1, 3°, van het Wetboek (z. nr. 2, in fine).
De BTW is bijgevolg niet verschuldigd voor de prestaties verricht door een bedrijfsrevisor die als commissaris-revisor handelt bij een handelsvennootschap of een in de vorm van een handelsvennootschap opgerichte burgerlijke vennootschap.
Zo is de BTW niet verschuldigd ten aanzien van de prestaties die de bedrijfsrevisor verricht:
| 1° | als commissaris-revisor bij een bank die opgericht is in de vorm van een vennootschap naar Belgisch recht (z. art. 20 van het kon. besl. nr. 185, van 9 juli 1935, op de bankcontrole, gewijzigd bij artikel 46 van de wet van 30 juni 1975); |
| 2° | als commissaris-revisor bij kapitaalsverhoging van een naamloze vennootschap door inbreng in natura, bij wijziging van het maatschappelijk doel van zulk een vennootschap of bij omvorming van een andere vennootschap dan een vennootschap in gemeenschappelijke naam in een vennootschap met een andere vorm (z. samengeschakelde wetten op de handelsvennootschappen, art. 34, 70bis en 167); |
| 3° | als commissaris-revisor ter uitvoering van de wet van 23 juli 1962 betreffende converteerbare obligaties of obligaties met inschrijvingsrecht (idem, art. 101 octies); |
| 4° | ingevolge het koninklijk besluit van 22 april 1958, als commissaris-revisor van een vennootschap van beheer van Belgische gemeenschappelijke beleggingsfondsen; |
| 5° | als commissaris-revisor bij een onderneming onderworpen aan de controle op het openbaar aantrekken van spaargelden (wet van 10 juni 1964, art. 6); |
| 6° | als commissaris-revisor ter uitvoering van het koninklijk besluit nr. 64, van 10 november 1967, op de controle op de portefeuillemaatschappijen . |
Stagiairs
11. Voor de toepassing van de sociale wetten wordt de stagiair als zelfstandige aangemerkt. De administratie aanvaardt evenwel voor de toepassing van de BTW dat er een band van ondergeschiktheid bestaat in de relatie van de stagiair tot de bedrijfsrevisor, zelfs wanneer hij niet full-time medewerkt. Derhalve is geen BTW verschuldigd van de hem door de stagemeester toegekende vergoeding.
Medewerkers van bedrijfsrevisoren
12. De administratie aanvaardt eveneens dat, voor de toepassing van de BTW, de medewerker van een bedrijfsrevisor in een band van ondergeschiktheid staat ten opzichte van laatstgenoemde, wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld:
| 1° | hij werkt full-time mede; |
| 2° | hij ontvangt voor zijn diensten van de bedrijfsrevisor een vergoeding, die geen rechtstreekse samenhang heeft met de honoraria die de revisor van zijn opdrachtgevers ontvangt; |
| 3° | hij voert de opdrachten die hem eventueel persoonlijk door derden werden gegeven uitsluitend uit voor rekening van de bedrijfsrevisor van wie hij de medewerker is. |
HOOFDSTUK III. - MAATSCHAPPEN VAN BEDRIJFSREVISOREN
13. De maatschappen van bedrijfsrevisoren kunnen statutair slechts de vorm aannemen van een burgerlijke vennootschap. In de praktijk ontvangt iedere vennoot persoonlijk opdrachten, die hij onder eigen aansprakelijkheid uitvoert, doch de honoraria worden op naam van de maatschap gefactureerd.
Onder die omstandigheden stemt de administratie ermee in dat:
| 1° | de vennoten geacht worden niet hun werkzaamheid in de maatschap in te brengen, doch slechts hun honoraria, met verplichting voor de maatschap de materiële uitgaven te dragen die de uitvoering van het werk met zich medebrengt en het overschot onder de vennoten te verdelen volgens een bepaalde verhouding; |
| 2° | alleen de maatschap als belastingplichtige handelt en een BTW-registratienummer ontvangt, terwijl de vennoten als zodanig niet moeten worden geregistreerd; |
| 3° | de BTW niet verschuldigd is ter zake van de inbreng van de honoraria in de maatschap en evenmin wegens de latere verdeling ervan tussen de vennoten; |
| 4° | voor het eventuele bepalen van het verhoudingsgetal aan de hand waarvan de door de maatschap aftrekbare BTW wordt berekend (wanneer de regel van het werkelijke gebruik niet toepasselijk is) moet worden uitgegaan van de totale ontvangsten van de maatschap; |
| 5° | de vennoot, voor het berekenen van de BTW die hij, in voorkomend geval, wegens het verrichten van andere werkzaamheden mag aftrekken, geen rekening mag houden met de honoraria die hij aan de maatschap overmaakt en evenmin met die welke hij ontvangt voor deelneming eraan. |
Bron: FisconetPlus
