Aanschrijving nr. 115 dd. 13.12.1972
AANSCHRIJVING 72/115
Aanschrijving nr. 115 dd. 13.12.1972
Herzieningen in periodieke aangiften.
INHOUD
Doel van de aanschrijving
1. Het formulier voor de maandaangifte inzake belasting over de toegevoegde waarde bevat in kader IV, een rubriek C "Herzieningen voor de maand"; deze herzieningen worden in kader V van die aangifte gedetailleerd.
Anderzijds bevat het formulier voor de kwartaalaangifte een rubriek V, die bestemd is voor het inschrijven van het resultaat van de voor het kwartaal te verrichten herzieningen.
2. In deze aanschrijving wordt commentaar verstrekt op de bovengenoemde rubrieken van die aangiften en worden de verplichtingen van de belastingplichtigen ten aanzien van de herzieningen nauwkeurig omschreven. Over de regularisatie van de documenten 45 opgemaakt ter gelegenheid van een invoer van goederen, wordt in deze aanschrijving slechts gehandeld voor zover die regularisatie op grond van de ter zake, geldende bepalingen (z. inzonderheid aanschr. 65/1972) (Z. Revue nr. 9, blz. 452.) moet worden verricht in de rubriek "Herzieningen" van de periodieke BTW-aangiften.
Principe van de spontane regularisatie door de belastingplichtige.
3. In de hierna omschreven gevallen, waarin een herziening een aan de Staat verschuldigd bedrag als resultaat heeft (linkerkolom van de maandaangifte), is de belastingplichtige verplicht de regularisatie te doen. Zoniet loopt hij een, geldboete op voor niet-voldoening van de belasting en is hij in voorkomend geval interesten verschuldigd.
4. Wanneer de herziening voor een bepaalde verrichting tot gevolg heeft dat de belasting voor een bepaald bedrag aftrekbaar wordt (rechterkolom van de maandaangifte), moet de belastingplichtige, om de teruggaaf te bekomen, zijn recht uitoefenen in de voorwaarden bepaald bij het koninklijk besluit nr. 4, van 29 december 1969, en bij de aanschrijving van 24 november 1970, nr. 78 (Z. Revue nr. 1, blz. 87.) (z. ook voor de herziening van de aftrek die aanleiding geeft tot een bijkomende aftrek, de §§ 63, 74 tot 77, 87 en 92 van de aanschr. nr. 103/1970).
5. De belastingplichtigen die gehouden zijn tot het indien van periodieke BTW-aangiften, verrichten de hierboven bedoelde herzieningen, overeenkomstig de verder beschreven werkwijze, zonder de tussenkomst van de administratie. Wanneer daarentegen een ambtenaar van de administratie een geval van herziening heeft vastgesteld waaruit een aan de Staat verschuldigde belasting voortspruit, heeft de herziening in de regel plaats door betaling aan het BTW-ontvangkantoor, overeenkomstig de richtlijnen die door de administratie aan de betrokkene worden gegeven.
Ontheffing van herziening.
6. Er wordt aan herinnerd dat de belastingplichtige die de belasting geheven van zijn inkopen volledig in aftrek kan brengen, ontheven is van de verplichting de herziening te verrichten voor bepaalde ontoereikende heffingen op zijn invoeren (z. aanschr. 65/ 1972, nrs. 148, 150 en 151) (Z. Revue nr. 9, blz. 493) .
EERSTE AFDELING. - GEVALLEN VAN HERZIENING
Algemeen.
7. In kader V van het formulier voor de maandaangifte zijn de gevallen van herziening verdeeld over de volgende drie categorieën :
a) ontoereikende heffingen vastgesteld door de aangever;
b) belasting waarvan de aangever teruggaaf kan verkrijgen;
c) herziening van de aftrek; deze laatste categorie is zelf onderverdeeld als volgt :
A. ONTOEREIKENDE HEFFINGEN
Ontoereikende heffing.
8. Deze rubriek bevat de gevallen waarin de belasting die door een belastingplichtige met betrekking tot een vroegere handeling of een geheel van vroegere handelingen voldaan of aangegeven is, minder bedraagt dan de wettelijk verschuldigde belasting, met uitzondering evenwel van de herzieningen van de aftrek (z. nrs. 18 en 19).
9. Zonder tot een opsomming te komen die volledig is kan men onder de gevallen bedoeld in deze rubriek o.m. onderscheiden :
a) de ontoereikende heffing op documenten opgesteld om te laten blijken van door een belastingplichtige gedane leveringen van goederen of van door hem verstrekte diensten.
Deze ontoereikende heffing kan te wijten zijn :
c) de vergissingen door de belastingplichtige begaan in zijn boekhouding of in zijn aangifte (niet opnemen van de belasting die verschuldigd is op bepaalde handelingen, meer bepaald op de invoeren gedaan met verlegging van de heffing-z. art. 6, § 2, en 7, van het kon. besl. nr. 7--of op inkopen gedaan bij landbouwondernemers onderworpen aan de bijzondere regeling van artikel 57, § 1, van het Wetboek; vergissingen begaan in de optellingen of bij de overdrachten; vergissingen in het uitsplitsen van de ontvangsten of in de toepassing van de forfaitaire regeling; recht op teruggaaf door de belastingplichtige uitgeoefend door toerekening in een vroegere aangifte maar zonder naleving van de vereiste formaliteiten, voorwaarden of termijnen - z. nr. 38 van de aanschr. 78/1970 - enz.) (Z. Revue nr. 1, blz. 104.) :
d) de verschillende gevallen waarin een herziening moet gebeuren wegens een nieuw feit. Meer bepaald zijn hier de volgende gevallen bedoeld :
10. De rubriek "Herzieningen" van de aangifte wordt, krachtens bepaalde bijzondere regelingen, eveneens gebruikt om de betaling te verzekeren door een belastingplichtige van de belasting die normaal door zijn leverancier had moeten voldaan zijn .
11. Dat geldt voor de belasting verschuldigd :
Gevallen van teruggaaf.
12. De verschillende gevallen van teruggaaf van de belasting die moeten opgenomen worden in de rubriek "Herzieningen" van de aangifte, zijn die welke opgesomd zijn in artikel 77, § 1, van het Wetboek (z. ook kon. besl. nr. 4). Meer uitleg hierover werd gegeven in de aanschrijving van 24 november 1970, nr. 78.
13. Deze teruggaven kunnen tot oorzaak hebben :
Onderverdelingen van de rubriek.
16. De herzieningen van de aftrek zijn, voor de toepassing van de rubriek "Herzieningen" van de maandaangifte, onderverdeeld in twee groepen : de terugstorting van belasting met betrekking tot ontvangen creditnota's, en de andere herzieningen.
Terugstorting van belasting met betrekking tot ontvangen creditnota's.
17. Dit geval is bedoeld in artikel 79, tweede lid, van het Wetboek; wanneer de leverancier van een goed of de dienstverrichter gehele of gedeeltelijke teruggaaf heeft bekomen van de belasting die hij aan zijn medecontractant in rekening heeft gebracht, moet die medecontractant op grond van deze tekst, de belasting in de mate waarin hij ze in aftrek heeft gebracht, aan de Staat terugstorten. Deze verplichting is toegelicht in § 58 van de aanschrijving van 31 december 1970, nr. 103 (z. ook nr. 33 van de aanschr. 78/1970) (Z. Revue nr.1, blz. 102.).
Andere herzieningen van de aftrek.
18. De verschillende toestanden die aanleiding kunnen geven tot herziening zijn bestudeerd in de aanschrijving van 31 december 1970, nr. 103. De volgende gevallen kunnen worden aangehaald :
19. Daarenboven moet de verrichte aftrek eveneens worden herzien in de volgende gevallen :
Algemeen.
20. De belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van een maand- of een kwartaalaangifte, moet zelf het bedrag van de te verrichten herzieningen bepalen en het te gepasten tijde opnemen in zijn periodieke aangifte.
21. Daarenboven gebeurt zowel in de maand- als in de kwartaalaangifte een verrekening tussen de herzieningen met als resultaat een verschuldigde belasting en die welke aanleiding geven tot een teruggaaf, zodanig dat alleen het resultaat wordt opgenomen hetzij in vak 31 hetzij in vak 32. Voor het overige draagt dit resultaat bij tot het vaststellen van het uit eindelijk resultaat van de aangifte, dat ofwel een aan de Staat te storten bedrag zal zijn, ofwel een belastingkrediet ten voordele van de belastingplichtige.
A. TIJDSTIP WAAROP DE HERZIENING MOET OF KAN GEBEUREN
1° Herzieningen met als resultaat een verschuldigde belasting
Regel.
22. Wanneer voor een bepaald geval een herziening resulteert in een aan de Staat verschuldigde belasting, is de belastingplichtige verplicht tot deze herziening over te gaan.
Ontoereikende heffingen (z. nrs. 8 en 9).
23. In de regel moet de herziening gebeuren in de aangifte die betrekking heeft op de periode waarin de oorspronkelijke belasting verschuldigd is geworden.
24. Indien evenwel de herziening het gevolg is van een nieuwe gebeurtenis (z. nr. 9, d), wordt de periode van herziening bepaald door de datum, waarop deze nieuwe gebeurtenis zich heeft voorgedaan.
25. Wat de herzieningen betreft die worden verricht bij toepassing van bepaalde bijzondere regelingen (z. nr. 9, e), wordt het tijdstip van de herziening bepaald overeenkomstig de toepassingsmodaliteiten van deze regelingen (z. namelijk aanschr. 100/ 1970, 101 / 1970 en 110/ 1970) .
Gevallen die met herzieningen worden gelijkgesteld (z. nrs. 10 en 11).
26. De belasting die de medecontractant in deze gevallen moet voldoen ter ontlasting van zijn leverancier, dient opgenomen te worden in de aangifte met betrekking tot de periode waarin de belasting op de handeling zelf eisbaar is geworden.
Terugstorting van belasting met betrekking tot ontvangen creditnota's (z. nr. 17).
27. De terugstorting moet verricht worden in de aangifte die betrekking heeft op de periode waarin de belastingplichtige de creditnota of het verbeterend stuk van zijn leverancier ontvangen heeft (z. aanschr. 103/1970, § 58).
Andere herzieningen van de aftrek (z. nrs. 18 en 19).
28. De aanschrijving van 31 december 1970, nr. 103 (z. §§ 56, 57, 59, 61, 70, 71, 72, 73, 87 en 92) duidt, voor de verschillende gevallen van herziening, de aangifte aan waarin de herziening moet worden opgenomen.
2° Herzieningen met als resultaat een bedrag aftrekbare belasting
Regels.
29. Het bedrag van de voor teruggaaf vatbare belasting kan ten vroegste worden opgenomen in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de oorzaak van teruggaaf zich heeft voorgedaan. In nr. 23 van de aanschrijving van 24 november 1970 nr. 78 (Z. Revue nr. 1, blz. 96.), wordt voor de verschillende gevallen de datum bepaald waarop de vordering tot teruggaaf ontstaat.
30. De teruggaaf waartoe de overgang van de regeling egalisatiebelasting of van de bijzondere regeling voor de landbouwondernemers naar de normale regeling of naar de forfaitaire regeling aanleiding kan geven. wordt uitgeoefend in de aangifte met betrekking tot de handelingen van de laatste maand van het kalenderkwartaal dat volgt op de datum van de indiening van de inventaris van de voorraad (z. kon. besl. nr. 19, art. 16, § 2, laatste lid, en kon. besl. nr. 22, art. 10, § 2. laatste lid).
31 . Het recht op teruggaaf kan nochtans steeds worden uitgeoefend in een latere aangifte, voor zover ze wordt ingediend binnen twee jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de vordering tot teruggaaf is ontstaan (z. kon. besl. nr. 4, art. 5, § 2).
32. Wanneer een herziening van aftrek resulteert in een teruggaaf van belasting, kan de herziening eveneens ten vroegste worden gedaan in de aangifte bedoeld in nummer 28, hierboven. Maar zij kan ook worden verricht in een latere aangifte, ingediend binnen twee jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de vordering tot teruggaaf is ontstaan (z. kon. besl. nr. 3, art. 4, § 2).
Voorbeelden.
33. Een belastingplichtige heeft op 26 maart 1972 goederen in ontvangst genomen die hem op die dag werden gefactureerd met toepassing van de BTW. Er wordt verondersteld dat deze belasting volledig in aftrek kan worden gebracht.
Hij kan deze belasting in aftrek brengen in de aangifte die hij uiterlijk op 20 april 1972 moet indienen.
Indien hij, bij vergissing, slechts een gedeeltelijke aftrek heeft verricht, kan hij het bijkomend deel van de af te trekken belasting opnemen in de herzieningen van een aangifte die uiterlijk op 26 maart 1974 moet zijn ingediend.
34. In de loop van het jaar 1972 heeft een belastingplichtige gedeeltelijk de bestemming gewijzigd die hij had gegeven aan een in 1971 aangekocht bedrijfsmiddel. Dit heeft een bijkomen de aftrek tot gevolg.
Voor het jaar 1972, moet de herziening in principe gebeuren in de aangifte die uiterlijk op 20 april 1973 moet worden ingediend.
De betrokkene die deze herziening niet heeft verricht, kar dit nog doen in een latere aangifte, maar uiterlijk in de aangifte die hij ten laatste op 20 april 1975 moet indienen. In soortgelijke gevallen stelt de administratie dat het tijdstip waarop het recht op aftrek ontstaat, overeenstemt met het tijdstip waarop dat recht voor de eerste maal kon uitgeoefend worden.
B. BEDRAG VAN DE HERZIENING
1° Aftrekbare belasting
Principe.
35. De herziening die resulteert in een teruggaaf heeft in principe alleen een belastingsbedrag tot voorwerp zonder toevoeging van interest. In uitzonderlijke gevallen, en met instemming van de administratie, zou de teruggaaf ook kunnen slaan op boeten of interesten die aan de belastingplichtige ten onrechte zijn aangerekend.
2° Verschuldigde belasting
Principe.
36. De herzieningen die resulteren in een bedrag verschuldigde belasting, moeten normaal aanleiding geven tot de boete bepaald bij artikel 70, § 1, van het Wetboek, en tot het berekenen van interesten.
Boeten.
37. Onder voorbehoud van het bepaalde in de aanschrijvingen van 29 december 1970, nr. 100 (z. nr. 28 en 34) (Z. Revue nr. 2, blz. 227.) en van 31 december 1970, nr. 110 (z. nr. 16) (Z. Revue nr. 8, blz. 372.) met betrekking tot de toepassing van de artikelen 43 en 42, § 1, van het Wetboek, is de belastingplichtige die de formaliteiten vervult aangeduid in nummer 42 en volgende en die de herziening verricht in een van zijn periodieke aangiften, niet verplicht een boete op te nemen in zijn herziening. De administratie behoudt zich evenwel het recht voor nadien de boete te vorderen, meer bepaald wanneer de betrokkene de mogelijkheid van spontane herziening misbruikt heeft (b.v. wanneer de herziening verricht is nadat een controle is aangekondigd of, in het geval bedoeld in nr. 9, d, 3de streepje, wanneer het vastgesteld verschil belangrijk is).
Interesten.
38. De herzieningen die resulteren in een bedrag verschuldigde belasting geven geen aanleiding tot het berekenen van interest indien ze worden verricht in de aangifte bedoeld in de nrs. 22 tot 34 hierboven. Indien echter de herziening niet tijdig geschiedt, is interest verschuldigd tegen het tarief van 0,60 pct. per maand (z. Wetboek, art. 91, § 1).
39. De volgende vereenvoudigde regeling zal worden aan. genomen om deze interest te berekenen :
a) geen interest wordt gevorderd indien het bedrag van de wegens een handeling, een gebeurtenis of een of ander feit te regulariseren belasting volledig aftrekbaar is door de belastingplichtige die de herziening verricht;
b) de berekening van de interest geschiedt globaal voor het geheel van de herzieningen die, krachtens de principes vermeld in de nrs. 22 tot 34, reeds in het verleden zouden moeten gedaan geweest zijn in een zelfde aangifte. Hij wordt berekend over het totaal bedrag van de verschuldigde belasting, afgerond op het duizendtal naar beneden; indien dit totaal bedrag geen 9.000 frank bedraagt, is geen interest verschuldigd;
c) daar interesten worden berekend vanaf de uiterste datum die gesteld is voor de indiening van de aangifte waarin de herziening is verricht over het uiteindelijk verschuldigd bedrag waarvan deze aangifte laat blijken (daarin begrepen de bedragen aangegeven onder de rubriek "Herzieningen"), moet de herziening zelf slechts de interesten omvatten die betrekking hebben op de periode begrepen tussen de normale uiterste datum van indiening van de aangifte waarin de herziening zou moeten opgenomen geweest zijn en de normale uiterste datum van indiening van de aangifte waarin deze herziening werkelijk wordt verricht.
Voorbeelden
40. Belastingplichtige gehouden tot het indienen van een maandaangifte.
a) Vergissing in de heffing bij een invoer uit Frankrijk, op 10 januari 1972.
Onder voorbehoud van de afwijkingen bedoeld in nr. 6 hierboven moet de herziening voorkomen in de aangifte van 20 februari 1972 (aangifte voor de handelingen van januari).
Indien zij slechts verricht wordt in de aangifte van 20 april 1972 (aangifte voor de handelingen van maart), moet er twee maanden interest worden berekend.
b) Vergissing in de heffing op een levering hier te lande, op 24 januari 1972.
Zelfde oplossingen.
41. Belastingplichtige gehouden tot het indienen van een kwartaalaangifte.
a) Vergissing in de heffing bij een invoer uit Frankrijk, op 10 januari 1972.
De herziening moet voorkomen in de aangifte van 20 april 1972 (eerste kwartaal).
Indien ze slechts verricht wordt in de aangifte van 20 juli 1972 (normale termijn van indiening van de aangifte van het tweede kwartaal), moet er drie maanden interesten worden berekend.
b) Vergissing in de heffing op een levering hier te lande. op 24 januari 1972.
Zelfde oplossingen.
C. NA TE LEVEN FORMALITEITEN
Verbeterend stuk.
42. Iedere herziening moet in de regel verantwoord worden door een verbeterend stuk dat opgesteld wordt op het tijdstip waarop de belastingplichtige het feit vaststelt dat aanleiding geeft tot de herziening. Dit stuk moet gedagtekend zijn en moet al de gegevens vermelden die nodig zijn om de oorzaak van de herziening te bepalen (verwijzing naar het te verbeteren stuk, feit dat de herziening meebrengt, ...) en om het bedrag van de verschuldigde of aftrekbare belasting vast te stellen.
43. Ondernemingen die weinig gevallen van herziening hebben, kunnen zonder bezwaar die gevallen (daaronder begrepen de berekening zelf) aantekenen in het boek voor inkomende facturen, in het boek voor uitgaande facturen of in het dagboek van ontvangsten, bijvoorbeeld na het afsluiten van de inschrijvingen van een aangifteperiode.
44. Kunnen daarenboven als verbeterend stuk dienstig zijn :
Op dat exemplaar mag slechts de belasting worden vermeld en nooit de eventueel verschuldigde interesten (z. nrs. 39 tot 41) Het moet de medecontractant toelaten, indien hij een belastingplichtige is, ofwel de teruggegeven belasting terug te storten in de mate waarin hij ze oorspronkelijk had afgetrokken (z. nr. 17), ofwel het bijkomend deel van de gevorderde belasting in aftrek te brengen (z. nr. 55).
46. In bijzondere gevallen, en alleen wanneer de herziening resulteert in een verschuldigde belasting, zou de belastingplichtige de toezending van verbeterende stukken aan zijn medecontractanten kunnen achterwege laten.
Aantekening in de boekhouding.
47. De verbeterende stukken bedoeld in de nrs. 42 tot 45 moeten door degene die ze opmaakt worden ingeschreven in zijn boekhouding. Voor de kleine ondernemingen volstaat het dat het stuk wordt ingeschreven in een van de boeken (factuurboeken of dagboek van ontvangsten) die de betrokkene voor de toepassing van de BTW houdt.
48. Behoudens in de gevallen waarin strengere voorschriften zijn opgelegd (z. meer bepaald wat de teruggaaf betreft, nr. 31 van de aanschr. 78/ 1970 (Z. Revue nr 1, blz. 100.), m.b.t . het houden van een teruggaafregister. en wat de herziening van de invoerdocumenten betreft, nr. 42 van de aanschr. nr. 65/1972, m.b.t. het houden van een register van toerekening), gelden op dit stuk geen bijzondere bepalingen.
Alzo worden normaal in het boek voor inkomende facturen aangetekend :
49. Voor de ondernemingen die vaak tot herzieningen dienen over te gaan, moet de inschrijving in de boekhouding het mogelijk maken, voor iedere aangifteperiode, door optelling van een of meer kolommen, de volgende gegevens te bekomen :
Het teruggaafregister is in dit model geïntegreerd. Het model kan gemakkelijk aangepast worden aan de verschillende toestanden die zich kunnen voordoen.
Betreffende dit model dienen de volgende opmerkingen te worden gemaakt:
a) De kolommen 5 tot 9 stemmen overeen met de verschillen onderverdelingen van kader V van de maandaangifte, maar indien interesten verschuldigd zijn (z. kolom 11), moeten ze worden opgenomen in de rubriek V, a.
b) De belastingplichtigen die gehouden zijn tot het indienen van een kwartaalaangifte zullen, om de som te bepalen die moet worden opgenomen in vak 31 of 32 van hun aangifte, op het einde van het kwartaal een compensatie moeten verrichten tussen de totalen van de verschillende kolommen. Te dien einde wordt hun aangeraden een tabel op te stellen naar volgend model : + ----------------------------------------------------------------------+ ¦ ¦ Verschuldigde ¦ Aftrekbare ¦ ¦ ¦ belasting ¦ belasting ¦ ¦--------------------------------+-------------------+-----------------¦ ¦Onvoldoende heffing ¦ ¦ ¦ ¦(kolom 5) ¦ ............. ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦Terug te geven belasting ¦ ¦ ¦ ¦(kolom 6) ¦ ¦ .............. ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦Belasting terug te storten ¦ ¦ ¦ ¦met betrekking tot ontvangen ¦ ¦ ¦ ¦creditnota's (kolom 7) ¦ ............. ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦Herziening van de aftrek ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦- verschuldigde belasting ¦ ¦ ¦ ¦ (kolom 8) ¦ ............. ¦ ¦ ¦- aftrekbare belasting ¦ ¦ ¦ ¦ (kolom 9) ¦ ¦ .............. ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦Interesten (kolom 11) ¦ ............ ¦ ¦ ¦ ¦-------------------+-----------------¦ ¦Totalen ¦ ............ ¦ .............. ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦Verschil : vak 31 ¦ ............ ¦ ¦ ¦ of vak 32 ¦ ¦ .............. ¦ +----------------------------------------------------------------------+ Deze tabel mag na de kwartaalafsluiting worden opgemaakt in het register van herzieningen. c) De kolom 10 is bestemd voor de inschrijving van de BTW die, opgenomen als herziening in kolom 5, door de betrokkene zou kunnen in aftrek gebracht worden (z. nr. 54). Dat bedrag moet worden gevoegd bij de aftrekbare belasting uit het boek voor inkomende facturen, en het totaal wordt in vak 21 van de aangifte opgenomen (z. inzonderheid §§ 14, 17, 28 en 34 van de aanschr. 100/ 1970 (Z. Revue nr. 2, blz. 218.), gewijzigd bij de aanschr. 75/ 1971, en 67/ 1972) .
d) De periode waarop de herziening betrekking heeft (z. kolom 4) wordt bepaald overeenkomstig de in de nrs. 22 tot 34 vermelde regels. Ze kan een maand of een kwartaal zijn volgens de aangifteregeling waaraan de betrokkene onderworpen is. Die periode moet worden in acht genomen bij de berekening van de eventueel verschuldigde interesten (z. kolom 11).
Inschrijving in de periodieke aangifte.
51. De belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van een periodieke aangifte, gebruikt deze aangifte om de verschillende herzieningen van de periode te verrichten.
52. In de maandaangifte zijn de herzieningen gedetailleerd in kader V.
53. Wat de kwartaalaangifte betreft, wordt alleen het uiteindelijk resultaat van het geheel der herzieningen van het kwartaal opgenomen in de rubriek V. Indien dit uiteindelijk resultaat (verschuldigde belasting min aftrekbare belasting) een aan de Staat verschuldigd bedrag is, wordt het ingeschreven in vak 31; indien dit resultaat een aftrekbare belasting is, wordt het ingeschreven in vak 32. De tabel bedoeld in nr. 50 hierboven moet de betrokkene toelaten dit uiteindelijk resultaat ge makkelijk vast te stellen. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat slechts één der vakken 31 en 32 een inschrijving mag bevatten.
AFDELING 3. - VERSCHILLENDE BEPALINGEN
Aftrek van een in de vorm van een herziening betaalde belasting.
54. Wanneer de belastingplichtige een herziening inzake verschuldigde belasting moet verrichten die betrekking heeft op een aan hem verrichte levering van goederen, een aan hem verstrekte dienst of een door hem gedane invoer (z. meer bepaald nr. 9, b en e, eerste streepje, en nr. 10), kan hij normaal, overeenkomstig de gebruikelijke regels, die belasting geheel of gedeeltelijk in aftrek brengen. Deze aftrek wordt opgenomen in vak 21 van de aangifte.
55. Evenzo kan de klant, indien hij een belastingplichtige is, aan de hand van het verbeterend stuk dat aan hem werd gericht door zijn leverancier en waarbij hij gedebiteerd wordt voor een bijkomende belasting, de aftrek verrichten onder de le voorwaarden en termijnen. De administratie neemt aan dat in zulk geval het recht op aftrek slechts vervalt bij het verstrijken van een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum van het verbeterend stuk. De aftrek wordt eveneens verricht in vak 21 van de periodieke aangifte, en dit verbeterend stuk kan in de boekhouding behandeld worden als een inkomende factuur.
Herziening van aftrek als gevolg van een teruggaaf.
56. Bepaalde teruggaven kunnen aanleiding geven tot een terugstorten van belasting in de mate waarin de oorspronkelijk betaalde belasting in aftrek werd gebracht.
57. Alzo moet de afnemer-belastingplichtige aan wie een creditnota wordt uitgereikt, deze belasting terugstorten in de mate waarin hij die belasting in aftrek heeft gebracht (z. nr. 17) .
58. Maar de belastingplichtige zelf die recht heeft op een teruggaaf kan soms verplicht zijn de hem teruggegeven belasting geheel of gedeeltelijk terug te storten. Dat is meer bepaald het geval wanneer een overdreven heffing plaats heeft gehad bij een door een belastingplichtige gedane invoer van een bedrijfsmiddel. De terug te storten belasting moet dan voorkomen onder de herzieningen van aftrek waarvan sprake is in de nrs. 18 en 19 hierboven.
NOOT ---- (1) In dit geval heeft de administratie er geen bezwaar tegen dat een bijkomende factuur wordt uitgereikt, die in alle opzichten wordt behandeld als een gewone factuur (inschrijving in het boek voor uitgaande facturen en in de vakken 01 tot 05 en 11 van de periodieke aangifte).
Aanschrijving nr. 115 dd. 13.12.1972
Herzieningen in periodieke aangiften.
INHOUD
| Doel van de aanschrijving | 1, 2 |
| Principe van de spontane herziening door de belastingplichtige | 3, 4, 5 |
| Ontheffing van herziening | 6 |
| EERSTE AFDELING.--GEVALLEN VAN HERZIENING | 7 |
| Algemeen | |
| A. ONTOEREIKENDE HEFFINGEN | |
| Ontoereikende heffing | 8, 9 |
| Gevallen die met herzieningen gelijkgesteld worden | 10, 11 |
| B. TERUGGAAF VAN BELASTING | |
| Gevallen van teruggaaf | 12 tot 15 |
| C. HERZIENING VAN DE AFTREK | |
| Onderverdelingen van de rubriek | 16 |
| Terugstorting van belasting met betrekking tot ontvangen creditnota's | 17 |
| Andere herzieningen van de aftrek | 18, 19 |
| AFDELING 2. -- MODALITEITEN VAN DE HERZIENING | |
| Algemeen | 20, 21 |
| A. TIJDSTIP WAAROP DE HERZIENING MOET OF KAN GEBEUREN | |
| 1° Herzieningen met als resultaat een verschuldigde belasting | |
| Regel | 22 |
| Ontoereikende heffingen | 23, 24, 25 |
| Gevallen die met herzieningen worden gelijkgesteld | 26 |
| Terugstorting van belasting met betrekking tot ontvangen creditnota's | 27 |
| Andere herzieningen van de aftrek | 28 |
| 2° Herzieningen met als resultaat een bedrag aftrekbare belasting | |
| Regels | 29 tot 32 |
| Voorbeelden | 33, 34 |
| B. BEDRAG VAN DE HERZIENING | |
| 1° Aftrekbare belasting | |
| Principe | 35 |
| 2° Verschuldigde belasting | |
| Principe | 36 |
| Boeten | 37 |
| Interesten | 38, 39 |
| Voorbeelden | 40, 41 |
| C. NA TE LEVEN FORMALITEITEN | |
| Verbeterend stuk | 42 tot 46 |
| Aantekening in de boekhouding | 47 tot 50 |
| Inschrijving in de periodieke aangifte | 51, 52, 53 |
| AFDELING 3. -- VERSCHILLENDE BEPALINGEN | |
| Aftrek van een in de vorm van een herziening betaalde belasting | 54, 55 |
| Herziening van aftrek als gevolg van een teruggaaf | 56, 57,58 |
| Bijlage (niet opgenomen) |
1. Het formulier voor de maandaangifte inzake belasting over de toegevoegde waarde bevat in kader IV, een rubriek C "Herzieningen voor de maand"; deze herzieningen worden in kader V van die aangifte gedetailleerd.
Anderzijds bevat het formulier voor de kwartaalaangifte een rubriek V, die bestemd is voor het inschrijven van het resultaat van de voor het kwartaal te verrichten herzieningen.
2. In deze aanschrijving wordt commentaar verstrekt op de bovengenoemde rubrieken van die aangiften en worden de verplichtingen van de belastingplichtigen ten aanzien van de herzieningen nauwkeurig omschreven. Over de regularisatie van de documenten 45 opgemaakt ter gelegenheid van een invoer van goederen, wordt in deze aanschrijving slechts gehandeld voor zover die regularisatie op grond van de ter zake, geldende bepalingen (z. inzonderheid aanschr. 65/1972) (Z. Revue nr. 9, blz. 452.) moet worden verricht in de rubriek "Herzieningen" van de periodieke BTW-aangiften.
Principe van de spontane regularisatie door de belastingplichtige.
3. In de hierna omschreven gevallen, waarin een herziening een aan de Staat verschuldigd bedrag als resultaat heeft (linkerkolom van de maandaangifte), is de belastingplichtige verplicht de regularisatie te doen. Zoniet loopt hij een, geldboete op voor niet-voldoening van de belasting en is hij in voorkomend geval interesten verschuldigd.
4. Wanneer de herziening voor een bepaalde verrichting tot gevolg heeft dat de belasting voor een bepaald bedrag aftrekbaar wordt (rechterkolom van de maandaangifte), moet de belastingplichtige, om de teruggaaf te bekomen, zijn recht uitoefenen in de voorwaarden bepaald bij het koninklijk besluit nr. 4, van 29 december 1969, en bij de aanschrijving van 24 november 1970, nr. 78 (Z. Revue nr. 1, blz. 87.) (z. ook voor de herziening van de aftrek die aanleiding geeft tot een bijkomende aftrek, de §§ 63, 74 tot 77, 87 en 92 van de aanschr. nr. 103/1970).
5. De belastingplichtigen die gehouden zijn tot het indien van periodieke BTW-aangiften, verrichten de hierboven bedoelde herzieningen, overeenkomstig de verder beschreven werkwijze, zonder de tussenkomst van de administratie. Wanneer daarentegen een ambtenaar van de administratie een geval van herziening heeft vastgesteld waaruit een aan de Staat verschuldigde belasting voortspruit, heeft de herziening in de regel plaats door betaling aan het BTW-ontvangkantoor, overeenkomstig de richtlijnen die door de administratie aan de betrokkene worden gegeven.
Ontheffing van herziening.
6. Er wordt aan herinnerd dat de belastingplichtige die de belasting geheven van zijn inkopen volledig in aftrek kan brengen, ontheven is van de verplichting de herziening te verrichten voor bepaalde ontoereikende heffingen op zijn invoeren (z. aanschr. 65/ 1972, nrs. 148, 150 en 151) (Z. Revue nr. 9, blz. 493) .
EERSTE AFDELING. - GEVALLEN VAN HERZIENING
Algemeen.
7. In kader V van het formulier voor de maandaangifte zijn de gevallen van herziening verdeeld over de volgende drie categorieën :
a) ontoereikende heffingen vastgesteld door de aangever;
b) belasting waarvan de aangever teruggaaf kan verkrijgen;
c) herziening van de aftrek; deze laatste categorie is zelf onderverdeeld als volgt :
- terugstorting van belasting met betrekking tot ontvangen creditnota's;
- andere herzieningen.
A. ONTOEREIKENDE HEFFINGEN
Ontoereikende heffing.
8. Deze rubriek bevat de gevallen waarin de belasting die door een belastingplichtige met betrekking tot een vroegere handeling of een geheel van vroegere handelingen voldaan of aangegeven is, minder bedraagt dan de wettelijk verschuldigde belasting, met uitzondering evenwel van de herzieningen van de aftrek (z. nrs. 18 en 19).
9. Zonder tot een opsomming te komen die volledig is kan men onder de gevallen bedoeld in deze rubriek o.m. onderscheiden :
a) de ontoereikende heffing op documenten opgesteld om te laten blijken van door een belastingplichtige gedane leveringen van goederen of van door hem verstrekte diensten.
Deze ontoereikende heffing kan te wijten zijn :
- aan een vergissing in het tarief van de belasting;
- aan een vergissing in het bepalen van de maatstaf van heffing (weglating van elementen van deze maatstaf, vergissing in het omzetten in belgische franken van waarden uitgedrukt in een vreemde munteenheid, te lage schatting van zekere gegevens die op het ogenblik van de aangifte niet gekend waren, enz.);
- aan een vergissing in de berekening;
- aan het ten onrechte inroepen van een oorzaak van vrijstelling of van een bijzondere regeling;
c) de vergissingen door de belastingplichtige begaan in zijn boekhouding of in zijn aangifte (niet opnemen van de belasting die verschuldigd is op bepaalde handelingen, meer bepaald op de invoeren gedaan met verlegging van de heffing-z. art. 6, § 2, en 7, van het kon. besl. nr. 7--of op inkopen gedaan bij landbouwondernemers onderworpen aan de bijzondere regeling van artikel 57, § 1, van het Wetboek; vergissingen begaan in de optellingen of bij de overdrachten; vergissingen in het uitsplitsen van de ontvangsten of in de toepassing van de forfaitaire regeling; recht op teruggaaf door de belastingplichtige uitgeoefend door toerekening in een vroegere aangifte maar zonder naleving van de vereiste formaliteiten, voorwaarden of termijnen - z. nr. 38 van de aanschr. 78/1970 - enz.) (Z. Revue nr. 1, blz. 104.) :
d) de verschillende gevallen waarin een herziening moet gebeuren wegens een nieuw feit. Meer bepaald zijn hier de volgende gevallen bedoeld :
- de gehele of gedeeltelijke terugwinning van de schuldvordering die vroeger als verloren werd beschouwd en die aanleiding heeft gegeven tot de teruggaaf bedoeld in artikel 77, § 1, 7°, van het Wetboek;
- definitieve bepaling van de prijs van een overeenkomst wanneer deze prijs afhing van een feit dat zich voordoet na het ogenblik waarop de belasting verschuldigd wordt (1);
- verschil dat bij het opstellen van de aangifte voor de inkomstenbelastingen wordt vastgesteld tussen de omzet aangegeven inzake die belasting en de omzet die werd aangegeven inzake BTW;
- op het stuk van de vrijstellingen gesteund op de artikelen 40, 42, § 1, en 43 van het Wetboek (z. nrs. 14, 17, 28 en 34 van de aanschr. 100/1970 (Z. Revue nr. 2, blz. 218.), gewijzigd bij de aanschr. 75/1971 (Z. Revue nr. 3, blz. 323.), en 67/1972 (Z. Revue nr. 9, blz. 501.) : nr. 16 van de aanschr. 110/ 1970 (Z. Revue nr. 8, blz. 372.));
- op het stuk van de uitsplitsing van de ontvangsten voortkomende van handelingen die geen aanleiding hebben gegeven tot het uitreiken van facturen (z. nr. 8, f. van de aanschr. 101/1970).
10. De rubriek "Herzieningen" van de aangifte wordt, krachtens bepaalde bijzondere regelingen, eveneens gebruikt om de betaling te verzekeren door een belastingplichtige van de belasting die normaal door zijn leverancier had moeten voldaan zijn .
11. Dat geldt voor de belasting verschuldigd :
- op de diensten verstrekt door schippers die niet meer dan vijf boten exploiteren (z. aanschr. 109/1970 (Z. Revue nr. 1, blz. 67.), 84/1971 (Z. Revue nr. 3, blz. 373.) en nr. 182/1971 (Z. Revue nr. 6, blz. 124.));
- op de handelingen verricht door buitenlandse belastingplichtigen die geen aansprakelijke vertegenwoordiger hebben laten erkennen en die niet zelf de verschuldigde belasting hebben voldaan door middel van plakzegels (z. kon. besl. nr. 31. art. 6, 1°; nr. 16 en 17 van de aanschr. 105/1970) (Z. Revue nr. 2, blz. 203.);
- op de inkopen van dierlijke afval met ophaaldienst (z. aanschr. 86/1971, punt 3) (Z. Revue nr. 3, blz. 349.);
- op de solvabiliteitsonderzoeken gedaan voor rekening van kredietinstellingen die belastingplichtigen zijn (z. aanschr. nr. 181/1971).
Gevallen van teruggaaf.
12. De verschillende gevallen van teruggaaf van de belasting die moeten opgenomen worden in de rubriek "Herzieningen" van de aangifte, zijn die welke opgesomd zijn in artikel 77, § 1, van het Wetboek (z. ook kon. besl. nr. 4). Meer uitleg hierover werd gegeven in de aanschrijving van 24 november 1970, nr. 78.
13. Deze teruggaven kunnen tot oorzaak hebben :
- een onverschuldigde betaling (z. nr. 3 van bovengenoemde aanschrijving; z. ook nrs. 22, 97, 121, 138, 139, 147 en 149 van de aanschr. 65/ 1972);
- een prijsvermindering toegestaan aan de medecontractant (z. nr. 4 van de aanschr. 78/1970);
- een terugzending van verpakkingsmiddelen (z. nr. 5 van die aanschrijving);
- de verbreking van de overeenkomst voor de levering (z nr. 6);
- de minnelijke of gerechtelijke vernietiging of ontbinding van de overeenkomst (z. nr. 7);
- de terugneming van een goed binnen zes maanden na de levering (z. nr. 8);
- het geheel of gedeeltelijk verlies van de schuldvordering van de prijs (z. nr. 9).
- bepaalde herzieningen bedoeld in nr. 9e hierboven;
- de inschrijvingen gedaan door de aangever, die niet de geadresseerde is, in het register van toerekening bedoeld in nr. 42 van de aanschrijving van 15 juni 1972, nr. 65 (z. nrs. 22 en 58 van die aanschrijving);
- de overgang naar de normale regeling of naar de forfaitaire regeling door een belastingplichtige die onderworpen is aan de regeling egalisatiebelasting of aan de bijzondere regeling van de landbouwondernemers (z. kon. besl. nr. 19, art. 16, en kon. besl. nr. 22, art. 10).
- de teruggaven die het gevolg zijn van een herziening van de aftrek (z. nrs. 18 en 19 hierna);
- de teruggaaf van de met het zegel gelijkgestelde taksen waarmee de voorraad bezwaard was op 31 december 1970 (z. Wetboek, art. 99; kon. besl. nr. 21; kader VI, B, van de maandaangifte, en rubriek VIII van de kwartaalaangifte); het kan evenwel gebeuren dat, in bepaalde uitzonderlijke omstandigheden (b.v. wanneer de schuldvordering, ontstaan uit de teruggaaf van de taksen waarmee de voorraad bezwaard is, niet geregistreerd is geweest door het C.I.V. van de administratie), de administratie de belastingplichtige bij bijzondere beslissing machtigt zijn recht op teruggaaf uit te oefenen door gebruik te maken van de rubriek "Herzieningen" van zijn periodieke aangifte.
Onderverdelingen van de rubriek.
16. De herzieningen van de aftrek zijn, voor de toepassing van de rubriek "Herzieningen" van de maandaangifte, onderverdeeld in twee groepen : de terugstorting van belasting met betrekking tot ontvangen creditnota's, en de andere herzieningen.
Terugstorting van belasting met betrekking tot ontvangen creditnota's.
17. Dit geval is bedoeld in artikel 79, tweede lid, van het Wetboek; wanneer de leverancier van een goed of de dienstverrichter gehele of gedeeltelijke teruggaaf heeft bekomen van de belasting die hij aan zijn medecontractant in rekening heeft gebracht, moet die medecontractant op grond van deze tekst, de belasting in de mate waarin hij ze in aftrek heeft gebracht, aan de Staat terugstorten. Deze verplichting is toegelicht in § 58 van de aanschrijving van 31 december 1970, nr. 103 (z. ook nr. 33 van de aanschr. 78/1970) (Z. Revue nr.1, blz. 102.).
Andere herzieningen van de aftrek.
18. De verschillende toestanden die aanleiding kunnen geven tot herziening zijn bestudeerd in de aanschrijving van 31 december 1970, nr. 103. De volgende gevallen kunnen worden aangehaald :
- de oorspronkelijke aftrek is overdreven of onvoldoende (z. §§ 56, 57 en 66 van die aanschrijving);
- wijzigingen in de gegevens van de berekening van de oorspronkelijk afgetrokken belasting (z. § 59);
- verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige (z. § 61);
- vijfjarige herziening eigen aan de bedrijfsmiddelen (z. §§ 67 tot 73);
- herziening die in hoofde van een gemengde belastingplichtige voortspruit uit de vaststelling van het definitief verhoudingsgetal van de aftrek (z. §§ 83, 84 en 86) of, in geval van toepassing van de regel van het werkelijk gebruik, uit de wijziging in het gebruik van het goed (z. § 90).
19. Daarenboven moet de verrichte aftrek eveneens worden herzien in de volgende gevallen :
- wat het materieel betreft dat bestemd is voor het uitvoeren van werk en dat tijdelijk ingevoerd is met verlegging van de heffing, wanneer dat materieel langer dan een jaar hier te lande blijft of wanneer de voorwaarden waaraan de bijzondere regeling onderworpen is, niet werden nagekomen (z. nrs. 78 tot 85 van de aanschr. 145/1971) (Z. Revue nr.6, blz.135.);
- wanneer een belastingplichtige die aan de normale regeling onderworpen is, overgaat naar de bijzondere regeling van de landbouwondernemers (z. kon. besl. nr. 22, art. 11);
- wanneer een constructeur of een handelaar in personenauto's een wagen verkoopt meer dan zes maanden maar minder dan achttien maanden na het begin van het gebruik of wanneer hij hem nog niet wederverkocht heeft na het verstrijken van die achttien maanden (z. nrs. 23 en 24 van de aanschr. 4/1971);
- wanneer op het stuk van de invoer de herziening plaatsheeft bij de geadresseerde-belastingplichtige, door middel van vervanging van het oorspronkelijk document en de betrokkene slechts een gedeelte van de belasting in aftrek heeft gebracht (z. nrs. 86 en 101 van de aanschr. 65/1972) (Z. Revue nr. 9, blz. 478.).
Algemeen.
20. De belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van een maand- of een kwartaalaangifte, moet zelf het bedrag van de te verrichten herzieningen bepalen en het te gepasten tijde opnemen in zijn periodieke aangifte.
21. Daarenboven gebeurt zowel in de maand- als in de kwartaalaangifte een verrekening tussen de herzieningen met als resultaat een verschuldigde belasting en die welke aanleiding geven tot een teruggaaf, zodanig dat alleen het resultaat wordt opgenomen hetzij in vak 31 hetzij in vak 32. Voor het overige draagt dit resultaat bij tot het vaststellen van het uit eindelijk resultaat van de aangifte, dat ofwel een aan de Staat te storten bedrag zal zijn, ofwel een belastingkrediet ten voordele van de belastingplichtige.
A. TIJDSTIP WAAROP DE HERZIENING MOET OF KAN GEBEUREN
1° Herzieningen met als resultaat een verschuldigde belasting
Regel.
22. Wanneer voor een bepaald geval een herziening resulteert in een aan de Staat verschuldigde belasting, is de belastingplichtige verplicht tot deze herziening over te gaan.
Ontoereikende heffingen (z. nrs. 8 en 9).
23. In de regel moet de herziening gebeuren in de aangifte die betrekking heeft op de periode waarin de oorspronkelijke belasting verschuldigd is geworden.
24. Indien evenwel de herziening het gevolg is van een nieuwe gebeurtenis (z. nr. 9, d), wordt de periode van herziening bepaald door de datum, waarop deze nieuwe gebeurtenis zich heeft voorgedaan.
25. Wat de herzieningen betreft die worden verricht bij toepassing van bepaalde bijzondere regelingen (z. nr. 9, e), wordt het tijdstip van de herziening bepaald overeenkomstig de toepassingsmodaliteiten van deze regelingen (z. namelijk aanschr. 100/ 1970, 101 / 1970 en 110/ 1970) .
Gevallen die met herzieningen worden gelijkgesteld (z. nrs. 10 en 11).
26. De belasting die de medecontractant in deze gevallen moet voldoen ter ontlasting van zijn leverancier, dient opgenomen te worden in de aangifte met betrekking tot de periode waarin de belasting op de handeling zelf eisbaar is geworden.
Terugstorting van belasting met betrekking tot ontvangen creditnota's (z. nr. 17).
27. De terugstorting moet verricht worden in de aangifte die betrekking heeft op de periode waarin de belastingplichtige de creditnota of het verbeterend stuk van zijn leverancier ontvangen heeft (z. aanschr. 103/1970, § 58).
Andere herzieningen van de aftrek (z. nrs. 18 en 19).
28. De aanschrijving van 31 december 1970, nr. 103 (z. §§ 56, 57, 59, 61, 70, 71, 72, 73, 87 en 92) duidt, voor de verschillende gevallen van herziening, de aangifte aan waarin de herziening moet worden opgenomen.
2° Herzieningen met als resultaat een bedrag aftrekbare belasting
Regels.
29. Het bedrag van de voor teruggaaf vatbare belasting kan ten vroegste worden opgenomen in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de oorzaak van teruggaaf zich heeft voorgedaan. In nr. 23 van de aanschrijving van 24 november 1970 nr. 78 (Z. Revue nr. 1, blz. 96.), wordt voor de verschillende gevallen de datum bepaald waarop de vordering tot teruggaaf ontstaat.
30. De teruggaaf waartoe de overgang van de regeling egalisatiebelasting of van de bijzondere regeling voor de landbouwondernemers naar de normale regeling of naar de forfaitaire regeling aanleiding kan geven. wordt uitgeoefend in de aangifte met betrekking tot de handelingen van de laatste maand van het kalenderkwartaal dat volgt op de datum van de indiening van de inventaris van de voorraad (z. kon. besl. nr. 19, art. 16, § 2, laatste lid, en kon. besl. nr. 22, art. 10, § 2. laatste lid).
31 . Het recht op teruggaaf kan nochtans steeds worden uitgeoefend in een latere aangifte, voor zover ze wordt ingediend binnen twee jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de vordering tot teruggaaf is ontstaan (z. kon. besl. nr. 4, art. 5, § 2).
32. Wanneer een herziening van aftrek resulteert in een teruggaaf van belasting, kan de herziening eveneens ten vroegste worden gedaan in de aangifte bedoeld in nummer 28, hierboven. Maar zij kan ook worden verricht in een latere aangifte, ingediend binnen twee jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de vordering tot teruggaaf is ontstaan (z. kon. besl. nr. 3, art. 4, § 2).
Voorbeelden.
33. Een belastingplichtige heeft op 26 maart 1972 goederen in ontvangst genomen die hem op die dag werden gefactureerd met toepassing van de BTW. Er wordt verondersteld dat deze belasting volledig in aftrek kan worden gebracht.
Hij kan deze belasting in aftrek brengen in de aangifte die hij uiterlijk op 20 april 1972 moet indienen.
Indien hij, bij vergissing, slechts een gedeeltelijke aftrek heeft verricht, kan hij het bijkomend deel van de af te trekken belasting opnemen in de herzieningen van een aangifte die uiterlijk op 26 maart 1974 moet zijn ingediend.
34. In de loop van het jaar 1972 heeft een belastingplichtige gedeeltelijk de bestemming gewijzigd die hij had gegeven aan een in 1971 aangekocht bedrijfsmiddel. Dit heeft een bijkomen de aftrek tot gevolg.
Voor het jaar 1972, moet de herziening in principe gebeuren in de aangifte die uiterlijk op 20 april 1973 moet worden ingediend.
De betrokkene die deze herziening niet heeft verricht, kar dit nog doen in een latere aangifte, maar uiterlijk in de aangifte die hij ten laatste op 20 april 1975 moet indienen. In soortgelijke gevallen stelt de administratie dat het tijdstip waarop het recht op aftrek ontstaat, overeenstemt met het tijdstip waarop dat recht voor de eerste maal kon uitgeoefend worden.
B. BEDRAG VAN DE HERZIENING
1° Aftrekbare belasting
Principe.
35. De herziening die resulteert in een teruggaaf heeft in principe alleen een belastingsbedrag tot voorwerp zonder toevoeging van interest. In uitzonderlijke gevallen, en met instemming van de administratie, zou de teruggaaf ook kunnen slaan op boeten of interesten die aan de belastingplichtige ten onrechte zijn aangerekend.
2° Verschuldigde belasting
Principe.
36. De herzieningen die resulteren in een bedrag verschuldigde belasting, moeten normaal aanleiding geven tot de boete bepaald bij artikel 70, § 1, van het Wetboek, en tot het berekenen van interesten.
Boeten.
37. Onder voorbehoud van het bepaalde in de aanschrijvingen van 29 december 1970, nr. 100 (z. nr. 28 en 34) (Z. Revue nr. 2, blz. 227.) en van 31 december 1970, nr. 110 (z. nr. 16) (Z. Revue nr. 8, blz. 372.) met betrekking tot de toepassing van de artikelen 43 en 42, § 1, van het Wetboek, is de belastingplichtige die de formaliteiten vervult aangeduid in nummer 42 en volgende en die de herziening verricht in een van zijn periodieke aangiften, niet verplicht een boete op te nemen in zijn herziening. De administratie behoudt zich evenwel het recht voor nadien de boete te vorderen, meer bepaald wanneer de betrokkene de mogelijkheid van spontane herziening misbruikt heeft (b.v. wanneer de herziening verricht is nadat een controle is aangekondigd of, in het geval bedoeld in nr. 9, d, 3de streepje, wanneer het vastgesteld verschil belangrijk is).
Interesten.
38. De herzieningen die resulteren in een bedrag verschuldigde belasting geven geen aanleiding tot het berekenen van interest indien ze worden verricht in de aangifte bedoeld in de nrs. 22 tot 34 hierboven. Indien echter de herziening niet tijdig geschiedt, is interest verschuldigd tegen het tarief van 0,60 pct. per maand (z. Wetboek, art. 91, § 1).
39. De volgende vereenvoudigde regeling zal worden aan. genomen om deze interest te berekenen :
a) geen interest wordt gevorderd indien het bedrag van de wegens een handeling, een gebeurtenis of een of ander feit te regulariseren belasting volledig aftrekbaar is door de belastingplichtige die de herziening verricht;
b) de berekening van de interest geschiedt globaal voor het geheel van de herzieningen die, krachtens de principes vermeld in de nrs. 22 tot 34, reeds in het verleden zouden moeten gedaan geweest zijn in een zelfde aangifte. Hij wordt berekend over het totaal bedrag van de verschuldigde belasting, afgerond op het duizendtal naar beneden; indien dit totaal bedrag geen 9.000 frank bedraagt, is geen interest verschuldigd;
c) daar interesten worden berekend vanaf de uiterste datum die gesteld is voor de indiening van de aangifte waarin de herziening is verricht over het uiteindelijk verschuldigd bedrag waarvan deze aangifte laat blijken (daarin begrepen de bedragen aangegeven onder de rubriek "Herzieningen"), moet de herziening zelf slechts de interesten omvatten die betrekking hebben op de periode begrepen tussen de normale uiterste datum van indiening van de aangifte waarin de herziening zou moeten opgenomen geweest zijn en de normale uiterste datum van indiening van de aangifte waarin deze herziening werkelijk wordt verricht.
Voorbeelden
40. Belastingplichtige gehouden tot het indienen van een maandaangifte.
a) Vergissing in de heffing bij een invoer uit Frankrijk, op 10 januari 1972.
Onder voorbehoud van de afwijkingen bedoeld in nr. 6 hierboven moet de herziening voorkomen in de aangifte van 20 februari 1972 (aangifte voor de handelingen van januari).
Indien zij slechts verricht wordt in de aangifte van 20 april 1972 (aangifte voor de handelingen van maart), moet er twee maanden interest worden berekend.
b) Vergissing in de heffing op een levering hier te lande, op 24 januari 1972.
Zelfde oplossingen.
41. Belastingplichtige gehouden tot het indienen van een kwartaalaangifte.
a) Vergissing in de heffing bij een invoer uit Frankrijk, op 10 januari 1972.
De herziening moet voorkomen in de aangifte van 20 april 1972 (eerste kwartaal).
Indien ze slechts verricht wordt in de aangifte van 20 juli 1972 (normale termijn van indiening van de aangifte van het tweede kwartaal), moet er drie maanden interesten worden berekend.
b) Vergissing in de heffing op een levering hier te lande. op 24 januari 1972.
Zelfde oplossingen.
C. NA TE LEVEN FORMALITEITEN
Verbeterend stuk.
42. Iedere herziening moet in de regel verantwoord worden door een verbeterend stuk dat opgesteld wordt op het tijdstip waarop de belastingplichtige het feit vaststelt dat aanleiding geeft tot de herziening. Dit stuk moet gedagtekend zijn en moet al de gegevens vermelden die nodig zijn om de oorzaak van de herziening te bepalen (verwijzing naar het te verbeteren stuk, feit dat de herziening meebrengt, ...) en om het bedrag van de verschuldigde of aftrekbare belasting vast te stellen.
43. Ondernemingen die weinig gevallen van herziening hebben, kunnen zonder bezwaar die gevallen (daaronder begrepen de berekening zelf) aantekenen in het boek voor inkomende facturen, in het boek voor uitgaande facturen of in het dagboek van ontvangsten, bijvoorbeeld na het afsluiten van de inschrijvingen van een aangifteperiode.
44. Kunnen daarenboven als verbeterend stuk dienstig zijn :
- een afschrift van de aanvullende factuur eventueel gericht aan de medecontractant (z. geval bedoeld in nr. 9. a) :
- het stuk waarop, in geval van herziening verricht bij toepassing van een vergunning bedoeld in artikel 43 van hel Wetboek, de verschuldigde boete voldaan is door het aanbrengen van plakzegels (z. geval bedoeld in nr. 9, e, 1ste streepje; nrs. 28 en 34 van de aanschr. 100/1970, gewijzigd bij de aanschr. 75/1971 en 67/1972);
- de factuur ontvangen van de leveranciers of het dubbel van de stukken die hun werden uitgereikt, in de gevallen waarin de belastingplichtige gemachtigd is de belasting te voldoen ter ontlasting van zijn leveranciers (z. gevallen bedoeld in nr. 10);
- het verbeterend stuk dat, in geval van teruggaaf wordt opgesteld ter uitvoering van artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 4, van 29 december 1969 (z. gevallen bedoeld in nrs. 12 en 13; nr. 30 van de aanschr. 78/1970) (Z. Revue nr. 1, blz. 99.);
- het geheel gevormd door het foutief invoerdocument, het exemplaar van het document 45 R voor de aangever en het register van toerekening bedoeld in nr. 42 van de aanschrijving van 15 juni 1972, nr. 65 (z. geval bedoeld in nr. 14, 2de streepje (Z. Revue nr. 9. blz. 469.);
- de creditnota's ontvangen van de leveranciers in de gevallen waarin deze laatsten aanspraak hebben gemaakt op een recht op teruggaaf (z. geval bedoeld in nr. 17);
- het berekeningsblad opgesteld om een herziening van de aftrek vast te stellen (z. geval bedoeld in nr. 18; aanschr. 103/ 1970, §§ 63 en 75) .
Op dat exemplaar mag slechts de belasting worden vermeld en nooit de eventueel verschuldigde interesten (z. nrs. 39 tot 41) Het moet de medecontractant toelaten, indien hij een belastingplichtige is, ofwel de teruggegeven belasting terug te storten in de mate waarin hij ze oorspronkelijk had afgetrokken (z. nr. 17), ofwel het bijkomend deel van de gevorderde belasting in aftrek te brengen (z. nr. 55).
46. In bijzondere gevallen, en alleen wanneer de herziening resulteert in een verschuldigde belasting, zou de belastingplichtige de toezending van verbeterende stukken aan zijn medecontractanten kunnen achterwege laten.
Aantekening in de boekhouding.
47. De verbeterende stukken bedoeld in de nrs. 42 tot 45 moeten door degene die ze opmaakt worden ingeschreven in zijn boekhouding. Voor de kleine ondernemingen volstaat het dat het stuk wordt ingeschreven in een van de boeken (factuurboeken of dagboek van ontvangsten) die de betrokkene voor de toepassing van de BTW houdt.
48. Behoudens in de gevallen waarin strengere voorschriften zijn opgelegd (z. meer bepaald wat de teruggaaf betreft, nr. 31 van de aanschr. 78/ 1970 (Z. Revue nr 1, blz. 100.), m.b.t . het houden van een teruggaafregister. en wat de herziening van de invoerdocumenten betreft, nr. 42 van de aanschr. nr. 65/1972, m.b.t. het houden van een register van toerekening), gelden op dit stuk geen bijzondere bepalingen.
Alzo worden normaal in het boek voor inkomende facturen aangetekend :
- de stukken m.b.t. de herzieningen inzake invoeren verricht door een belastingplichtige;
- de stukken m.b.t. de herzieningen inzake de vergunningen bedoeld in artikel 43 van het Wetboek;
- de stukken die aan de leveranciers worden overhandigd in de gevallen waarin de belastingplichtige gemachtigd is in hun plaats de door hen verschuldigde belasting te voldoen;
- de stukken m.b.t. de regularisaties inzake herziening van de aftrek.
- de stukken m.b.t. de herzieningen inzake leveringen van goederen of diensten verricht door een belastingplichtige.
49. Voor de ondernemingen die vaak tot herzieningen dienen over te gaan, moet de inschrijving in de boekhouding het mogelijk maken, voor iedere aangifteperiode, door optelling van een of meer kolommen, de volgende gegevens te bekomen :
- de belasting (BTW en egalisatiebelasting) verschuldigd wegens onvoldoende heffing;
- de aan de betrokkene terug te geven belasting (BTW en egalisatiebelasting);
- de terug te storten belasting wegens ontvangen creditnota's;
- de belasting verschuldigd wegens herzieningen van de aftrek;
- de aan de betrokkene terug te geven belasting wegens herzieningen van de aftrek;
- de verschuldigde interesten.
Het teruggaafregister is in dit model geïntegreerd. Het model kan gemakkelijk aangepast worden aan de verschillende toestanden die zich kunnen voordoen.
Betreffende dit model dienen de volgende opmerkingen te worden gemaakt:
a) De kolommen 5 tot 9 stemmen overeen met de verschillen onderverdelingen van kader V van de maandaangifte, maar indien interesten verschuldigd zijn (z. kolom 11), moeten ze worden opgenomen in de rubriek V, a.
b) De belastingplichtigen die gehouden zijn tot het indienen van een kwartaalaangifte zullen, om de som te bepalen die moet worden opgenomen in vak 31 of 32 van hun aangifte, op het einde van het kwartaal een compensatie moeten verrichten tussen de totalen van de verschillende kolommen. Te dien einde wordt hun aangeraden een tabel op te stellen naar volgend model : + ----------------------------------------------------------------------+ ¦ ¦ Verschuldigde ¦ Aftrekbare ¦ ¦ ¦ belasting ¦ belasting ¦ ¦--------------------------------+-------------------+-----------------¦ ¦Onvoldoende heffing ¦ ¦ ¦ ¦(kolom 5) ¦ ............. ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦Terug te geven belasting ¦ ¦ ¦ ¦(kolom 6) ¦ ¦ .............. ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦Belasting terug te storten ¦ ¦ ¦ ¦met betrekking tot ontvangen ¦ ¦ ¦ ¦creditnota's (kolom 7) ¦ ............. ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦Herziening van de aftrek ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦- verschuldigde belasting ¦ ¦ ¦ ¦ (kolom 8) ¦ ............. ¦ ¦ ¦- aftrekbare belasting ¦ ¦ ¦ ¦ (kolom 9) ¦ ¦ .............. ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦Interesten (kolom 11) ¦ ............ ¦ ¦ ¦ ¦-------------------+-----------------¦ ¦Totalen ¦ ............ ¦ .............. ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦Verschil : vak 31 ¦ ............ ¦ ¦ ¦ of vak 32 ¦ ¦ .............. ¦ +----------------------------------------------------------------------+ Deze tabel mag na de kwartaalafsluiting worden opgemaakt in het register van herzieningen. c) De kolom 10 is bestemd voor de inschrijving van de BTW die, opgenomen als herziening in kolom 5, door de betrokkene zou kunnen in aftrek gebracht worden (z. nr. 54). Dat bedrag moet worden gevoegd bij de aftrekbare belasting uit het boek voor inkomende facturen, en het totaal wordt in vak 21 van de aangifte opgenomen (z. inzonderheid §§ 14, 17, 28 en 34 van de aanschr. 100/ 1970 (Z. Revue nr. 2, blz. 218.), gewijzigd bij de aanschr. 75/ 1971, en 67/ 1972) .
d) De periode waarop de herziening betrekking heeft (z. kolom 4) wordt bepaald overeenkomstig de in de nrs. 22 tot 34 vermelde regels. Ze kan een maand of een kwartaal zijn volgens de aangifteregeling waaraan de betrokkene onderworpen is. Die periode moet worden in acht genomen bij de berekening van de eventueel verschuldigde interesten (z. kolom 11).
Inschrijving in de periodieke aangifte.
51. De belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van een periodieke aangifte, gebruikt deze aangifte om de verschillende herzieningen van de periode te verrichten.
52. In de maandaangifte zijn de herzieningen gedetailleerd in kader V.
53. Wat de kwartaalaangifte betreft, wordt alleen het uiteindelijk resultaat van het geheel der herzieningen van het kwartaal opgenomen in de rubriek V. Indien dit uiteindelijk resultaat (verschuldigde belasting min aftrekbare belasting) een aan de Staat verschuldigd bedrag is, wordt het ingeschreven in vak 31; indien dit resultaat een aftrekbare belasting is, wordt het ingeschreven in vak 32. De tabel bedoeld in nr. 50 hierboven moet de betrokkene toelaten dit uiteindelijk resultaat ge makkelijk vast te stellen. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat slechts één der vakken 31 en 32 een inschrijving mag bevatten.
AFDELING 3. - VERSCHILLENDE BEPALINGEN
Aftrek van een in de vorm van een herziening betaalde belasting.
54. Wanneer de belastingplichtige een herziening inzake verschuldigde belasting moet verrichten die betrekking heeft op een aan hem verrichte levering van goederen, een aan hem verstrekte dienst of een door hem gedane invoer (z. meer bepaald nr. 9, b en e, eerste streepje, en nr. 10), kan hij normaal, overeenkomstig de gebruikelijke regels, die belasting geheel of gedeeltelijk in aftrek brengen. Deze aftrek wordt opgenomen in vak 21 van de aangifte.
55. Evenzo kan de klant, indien hij een belastingplichtige is, aan de hand van het verbeterend stuk dat aan hem werd gericht door zijn leverancier en waarbij hij gedebiteerd wordt voor een bijkomende belasting, de aftrek verrichten onder de le voorwaarden en termijnen. De administratie neemt aan dat in zulk geval het recht op aftrek slechts vervalt bij het verstrijken van een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum van het verbeterend stuk. De aftrek wordt eveneens verricht in vak 21 van de periodieke aangifte, en dit verbeterend stuk kan in de boekhouding behandeld worden als een inkomende factuur.
Herziening van aftrek als gevolg van een teruggaaf.
56. Bepaalde teruggaven kunnen aanleiding geven tot een terugstorten van belasting in de mate waarin de oorspronkelijk betaalde belasting in aftrek werd gebracht.
57. Alzo moet de afnemer-belastingplichtige aan wie een creditnota wordt uitgereikt, deze belasting terugstorten in de mate waarin hij die belasting in aftrek heeft gebracht (z. nr. 17) .
58. Maar de belastingplichtige zelf die recht heeft op een teruggaaf kan soms verplicht zijn de hem teruggegeven belasting geheel of gedeeltelijk terug te storten. Dat is meer bepaald het geval wanneer een overdreven heffing plaats heeft gehad bij een door een belastingplichtige gedane invoer van een bedrijfsmiddel. De terug te storten belasting moet dan voorkomen onder de herzieningen van aftrek waarvan sprake is in de nrs. 18 en 19 hierboven.
NOOT ---- (1) In dit geval heeft de administratie er geen bezwaar tegen dat een bijkomende factuur wordt uitgereikt, die in alle opzichten wordt behandeld als een gewone factuur (inschrijving in het boek voor uitgaande facturen en in de vakken 01 tot 05 en 11 van de periodieke aangifte).
Bron: FisconetPlus
