Aanschrijving nr. 1 dd. 03.01.1978
AANSCHRIJVING 78-001/4
Aanschrijving nr. 1 dd. 03.01.1978
Vrijstelling art.42
Vrijstelling
Diplomatieke regeling
Consulaire regeling
Ambassade
Consulaire post
Diplomatieke zending
Levering van een goed
Dienst
Persoonlijk gebruik
Officieel gebruik
Diplomaat
Werk in onroerende staat
Invoer
BIJLAGE II
Afdeling II. - Faciliteiten, voorrechten en immuniteiten met betrekking tot consulaire beroepsambtenaren en andere leden van een consulaire post
Artikel 40
Bescherming van consulaire ambtenaren
1. De verblijfstaat behandelt de consulaire ambtenaren met al de eerbied die hun verschuldigd is en neemt alle passende maatregelen om te verhinderen dat hun persoon, hun vrijheid of waardigheid in gevaar wordt gebracht.
Artikel 41
Persoonlijke onschendbaarheid van de consulaire ambtenaren
1. Consulaire ambtenaren zijn gevrijwaard tegen aanhouding of voorlopige hechtenis, behalve in geval van een ernstige misdaad en ingevolge een beslissing genomen door de bevoegde rechterlijke overheid.
2. Behalve in het in lid 1 van dit artikel bedoelde geval, mogen consulaire ambtenaren niet opgesloten worden of aan enigerlei andere vorm van beperking van hun persoonlijke vrijheid worden onderworpen, behalve bij de tenuitvoerlegging van een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.
3. Indien tegen een consulair ambtenaar een strafrechtelijke vervolging aanhangig wordt gemaakt, moet hij voor de bevoegde overheden verschijnen. Het proces dient evenwel te worden gevoerd met de eerbied die hem uit hoofde van zijn officiële positie toekomt en, behalve in het in lid 1 van dit artikel bedoelde geval, op een wijze die aan de uitoefening van de consulaire werkzaamheden zo weinig mogelijk afbreuk doet. Wanneer het in de in lid 1 van dit artikel bedoelde omstandigheden noodzakelijk geworden is een consulair ambtenaar in voorlopige hechtenis te nemen, dient met de procedure tegen hem zo spoedig mogelijk een aanvang te worden gemaakt.
Artikel 42
Kennisgeving van aanhouding, gevangenhouding of vervolging
Indien een lid van het consulair personeel wordt aangehouden of in voorlopige hechtenis wordt genomen, of indien tegen hem een strafrechtelijke vervolging aanhangig wordt gemaakt, dient de verblijfstaat het hoofd van de consulaire post hiervan onmiddellijk in kennis te stellen. Mocht deze laatste zelf het voorwerp van een dergelijke maatregel zijn, dan dient de verblijfstaat dit langs diplomatieke weg aan de zendstaat mede te delen.
Artikel 43
Immuniteit van rechtsmacht
1. Consulaire ambtenaren en consulaire bedienden zijn niet onderworpen aan de rechtsmacht van de rechterlijke of administratieve overheden van de verblijfstaat ten aanzien van handelingen verricht bij de uitoefening van hun consulaire taak.
2. De bepalingen van lid 1 van dit artikel zijn evenwel niet van toepassing met betrekking tot een burgerlijke vordering die :
a) hetzij voortvloeit uit een overeenkomst gesloten door een consulair ambtenaar of een consulair bediende waarbij hij niet uitdrukkelijk of stilzwijgend als mandataris van de zendstaat optrad:
b) hetzij is ingesteld door een derde in verband met schade voortvloeiende uit een ongeval in de verblijfstaat veroorzaakt door een voertuig, een schip of een luchtvaartuig.
Artikel 44
De verplichting om als getuige op te treden
1. De leden van een consulaire post kunnen worden opgeroepen om als getuige op te treden bij gerechtelijke of administratieve procedures. Een consulair bediende of een lid van het bedienend personeel mag, behalve in de gevallen genoemd in lid 3 van dit artikel niet weigeren als getuige op te treden. Indien een consulair ambtenaar weigert dit te doen, mag er geen dwang op hem worden uitgeoefend of een strafmaatregel tegen hem worden uitgevaardigd.
2. De overheid die om de getuigenis van een consulair ambtenaar verzoekt, draagt er zorg voor dat dit geen afbreuk doet aan de uitoefening van zijn werkzaamheden. Zij kan hem waar mogelijk een verhoor als getuige afnemen te zijnen huize of op de consulaire post of van hem een schriftelijke verklaring aanvaarden.
3. De leden van een consulaire post zijn niet gehouden als getuigen op te treden inzake aangelegenheden verband houdende met de uitoefening van hun werkzaamheden of officiële briefwisseling en documenten die daarop betrekking hebben over te leggen. Zij hebben eveneens het recht te weigeren als getuigedeskundige betreffende het nationale recht van de zendstaat op te treden.
Artikel 45
Het verzaken aan voorrechten en immuniteiten
1. De zendstaat kan, met betrekking tot een lid van de consulaire post, afstand doen van de in de artikelen 41, 43 en 44 bedoelde voorrechten en immuniteiten.
2. Het verzaken dient steeds uitdrukkelijk kenbaar te worden gemaakt, behoudens het bepaalde in lid 3 van dit artikel, en dient schriftelijk ter ken-nis van de verblijfstaat te worden gebracht.
3. Indien een consulair ambtenaar of een consulair bediende een rechtsgeding aanhangig maakt in een zaak waarin hij immuniteit van rechtsmacht zou kunnen genieten krachtens artikel 43, kan hij zich ten aanzien van een tegeneis die rechtstreeks verband houdt met de hoofdvordering niet beroepen op immuniteit van rechtsmacht.
4. Het verzaken aan de immuniteit van rechtsmacht ten aanzien van burgerrechtelijke of administratiefrechtelijke vorderingen wordt niet geacht afstand van immuniteit ten aanzien van de tenuitvoerlegging van het vonnis in te houden: hiervoor dient afzonderlijk afstand te worden gedaan,
Artikel 46
Vrijstelling van vreemdelingenregistratie en van verblijfsvergunningen
1. Consulaire ambtenaren en consulaire bedienden en inwonende gezinsleden zijn vrijgesteld van alle verplichtingen krachtens de wetten en regelingen van de verblijfstaat met betrekking tot vreemdelingenregistratie en verblijfsvergunning.
2. De bepalingen van lid 1 van dit artikel zijn evenwel niet van toepassing op een consulair bediende die niet in vaste dienst van de zendstaat is of die in de verblijfstaat een eigen winstgevende activiteit uitoefent noch op een gezinslid van zulk een bediende.
Artikel 47
Vrijstelling van arbeidskaart
1. De leden van de consulaire post zijn ten aanzien van voor de zendstaat verrichte diensten, vrijgesteld van de verplichting inzake arbeidskaart opgelegd door de wetten en regelingen van de verblijfstaat betreffende de tewerkstelling van werknemers van vreemde nationaliteit.
2. Leden van het particuliere personeel van consulaire ambtenaren en van consulaire bedienden zijn, indien zij geen andere winstgevende activiteit in de verblijfstaat uitoefenen, vrijgesteld van de verplichtingen bedoeld in lid 1 van dit artikel.
Artikel 48
Vrijstelling van sociale verzekering
1. Met inachtneming van de bepalingen van lid 3 van dit artikel zijn de leden van de consulaire post ten aanzien van diensten voor de zendstaat verricht, alsmede hun inwonende gezinsleden, vrijgesteld van de eventueel in de verblijfstaat van kracht zijnde voorschriften op het gebied van de sociale verzekering.
2. De in lid 1 van dit artikel bedoelde vrijstelling geldt ook voor de leden van het particuliere personeel die uitsluitend in dienst zijn van leden van de consulaire post, op voorwaarde :
a) dat zij geen onderdaan zijn van of duurzaam verblijf houden in de verblijfstaat: en
b) dat op hen de voorschriften op het gebied van de sociale verzekering van toepassing zijn, die in de zendstaat of in een derde Staat van kracht zijn.
3. Leden van de consulaire post die personen in dienst hebben waarop de in lid 2 van dit artikel bedoelde vrijstelling niet van toepassing is, dienen de verplichtingen in acht te nemen, die de voorschriften op het gebied van de sociale verzekering van de verblijfstaat aan werkgevers opleggen.
4. De in lid 1 en lid 2 van dit artikel bedoelde vrijstelling sluit vrijwillige deelneming aan het stelsel van sociale verzekering van de verblijfstaat niet uit, mits deze Staat deze deelneming toestaat.
Artikel 49
Vrijstelling van belasting
1. Consulaire ambtenaren en consulaire bedienden alsmede hun inwonende gezinsleden zijn vrijgesteld van alle belastingen en rechten, zowel persoonlijke als zakelijke, hetzij landelijke, dan wel gewestelijke of gemeentelijke belastingen, met uitzondering van :
a) indirecte belastingen die normaal in de prijs van de goederen of diensten begrepen zijn:
b) belastingen en rechten op particulier onroerend goed dat gelegen is op het grondgebied van de verblijfstaat, met inachtneming van de bepalingen van artikel 32:
c) door de verblijfstaat geheven successierechten en rechten van overgang, onder voorbehoud van de bepalingen van lid b van artikel 51:
d) belastingen en rechten op particulier inkomen, daarbij inbegrepen vermogenswinsten, waarvan de bron gelegen is in de verblijfstaat en vermogensbelastingen op in handels- of financiële ondernemingen in de verblijfstaat belegd vermogen:
e) heffingen wegens bepaalde verleende diensten:
f) registratie-, griffie- en hypotheekrechten en zegelrecht, behoudens het bepaalde in artikel 32.
2. De leden van het bedienend personeel zijn vrijgesteld van belastingen en rechten op het loon dat zij voor hun diensten ontvangen.
3. De leden van de consulaire post die personen in dienst hebben wier loon of salaris niet vrijgesteld is van inkomstenbelasting in de verblijfstaat dienen zich aan de verplichtingen te houden welke de wetten en regelingen van die staat met betrekking tot de heffing van inkomstenbelasting opleggen aan werkgevers.
Artikel 50
Vrijstelling van douanerechten en douane-onderzoek
1. De verblijfstaat verleent vrije binnenkomst en vrijstelling van alle douanerechten, belastingen en daarmee verband houdende heffingen, met uitzondering van heffingen voor opslag, vervoer en dergelijke diensten, een en ander in overeenstemming met de wetten en regelingen die deze Staat eventueel zal aannemen, ten aanzien van :
a) goederen voor het officieel gebruik van de consulaire post:
b) goederen voor het persoonlijk gebruik van een consulair ambtenaar of zijn inwonende gezinsleden, daarbij inbegrepen goederen voor zijn inrichting. De goederen bedoeld voor verbruik mogen de hoeveelheden niet te boven gaan die noodzakelijk zijn voor onmiddellijk gebruik door de betrokken personen.
2. Consulaire bedienden genieten de in lid 1 van dit artikel omschreven voorrechten en vrijstellingen met betrekking tot goederen, ingevoerd op het tijdstip waarop zij zich de eerste keer inrichten.
3. De persoonlijke bagage die consulaire ambtenaren en hun inwonende gezinsleden vergezelt, is vrijgesteld van douane-onderzoek. Zij mag slechts worden onderzocht indien er ernstige redenen bestaan om aan te nemen dat zij andere goederen bevat dan die bedoeld onder b van lid 1 van dit artikel, of goederen waarvan de in- of uitvoer verboden is door de wetten en regelingen van de verblijfstaat, ofwel goederen die onderworpen zijn aan wetten en regelingen van die staat met betrekking tot quarantaine.
Onderzoek mag slechts plaatsvinden in aanwezigheid van de betrokken consulaire ambtenaar of het betrokken gezinslid.
Artikel 51
Nalatenschap van een lid van de consulaire post of van een inwonend gezinslid
In geval van overlijden van een lid van de consulaire post of van een inwonend gezinslid, dient de verblijfstaat :
a) de uitvoer toe te staan van de roerende goederen van de overledene, met uitzondering van in dat land verworven goederen waarvan de uitvoer op het tijdstip van zijn overlijden verboden is
b) geen landelijke, gewestelijke of gemeentelijke successierechten en rechten van overgang op roerende goederen te heffen, waarvan de aanwezigheid in de verblijfstaat uitsluitend het gevolg was van de aanwezigheid aldaar van de overledene als lid van de consulaire post of als gezinslid van een lid van de consulaire post.
Artikel 52
Vrijstelling van persoonlijk dienstbetoon
De verblijfplaats stelt leden van de consulaire post en zijn inwonende gezinsleden vrij van elk persoonlijk dienstbetoon, van elk openbaar dienstbetoon van welke aard dan ook, en van militaire verplichtingen zoals vordering, militaire bijdragen en inkwartiering.
Artikel 53
Begin en beëindiging van consulaire voorrechten en immuniteiten
1. Teder lid van de consulaire post geniet de voorrechten en immuniteiten waarin dit Verdrag voorziet vanaf het ogenblik waarop hij het grondgebied van de verblijfstaat betreedt om zijn functie te aanvaarden, of, indien hij zich reeds op het grondgebied van de Staat bevindt, vanaf het ogenblik waarop hij zijn werkzaamheden bij de consulaire post aanvangt.
2. Inwonende gezinsleden van een lid van de consulaire post en leden van zijn particulier personeel genieten de voorrechten en immuniteiten waarin dit Verdrag voorziet met ingang van de datum waarop hij voorrechten en immuniteiten geniet overeenkomstig lid 1 van dit artikel of met ingang van de datum dat zij het grondgebied van de verblijfstaat binnentreden of met ingang van de datum dat zij lid worden van het gezin of van het particuliere personeel, al naar gelang welke van deze data het laatste valt.
3. Wanneer de werkzaamheden van een lid van de consulaire post zijn beëindigd, houden zijn voorrechten en immuniteiten en die van een inwonend gezinslid of van een lid van zijn particulier personeel als regel op te bestaan op het ogenblik waarop hij de verblijfstaat verlaat, of na het verstrijken van een redelijke termijn om deze Staat te verlaten, al naar gelang welke van deze twee data het vroegste valt, doch zij blijven tot dat tijdstip van kracht, zelfs in geval van een gewapend conflict. De voorrechten en immuniteiten van de in lid 2 van dit artikel bedoelde personen vervallen wanneer deze personen niet meer inwonend zijn of niet meer in dienst zijn van een lid van de consulaire post, met dien verstande evenwel dat indien zulke personen van plan zijn de verblijfstaat binnen een redelijke termijn daarna te verlaten, hun voorrechten en immuniteiten van kracht blijven tot het tijdstip van vertrek.
4. Met betrekking evenwel tot handelingen verricht door een consulair ambtenaar of een consulair bediende bij de uitoefening van zijn werkzaamheden, blijft de immuniteit van rechtsmacht zonder tijdlimiet van kracht.
5. In geval van overlijden van een lid van de consulaire post, blijven de inwonende gezinsleden de hun verleende voorrechten en immuniteiten genieten totdat zij de verblijfstaat verlaten of tot het verstrijken van een redelijke termijn die hun voor dit doel is toegestaan, al naar gelang welke van deze twee data het vroegste valt.
Artikel 54
Verplichtingen van derde Staten
1. Indien een consulair ambtenaar op doorreis is door, of zich bevindt op het grondgebied van een derde Staat, die hem een visum heeft verleend indien zulk een visum vereist was, terwijl hij op weg is om zijn werkzaamheden op zijn post aan te vangen of om naar zijn post terug te keren, of wanneer hij naar de zendstaat weerkeert, verleent de derde Staat hem alle immuniteiten waarin de andere artikelen van dit Verdrag voorzien voor zover deze immuniteiten noodzakelijk zijn voor zijn doorreis of terugkeer. Hetzelfde geldt voor de inwonende gezinsleden die voorrechten en immuniteiten genieten en die de consulaire ambtenaar vergezellen of afzonderlijk reizen om zich bij hem te voegen of om naar de zendstaat terug te keren.
2. In omstandigheden die van dezelfde aard zijn als die omschreven in lid 1 van dit artikel, mogen derde Staten de doorreis door hun grondgebied van andere leden van de consulaire post of van inwonende gezinsleden niet belemmeren.
3. Derde Staten verlenen aan officiële briefwisseling en aan andere officiële berichten die via hun grondbezit worden geleid, waaronder begrepen codeberichten, dezelfde vrijheid en bescherming als de verblijfstaat krachtens dit Verdrag moet verlenen. Zij verlenen de consulaire koeriers aan wie een visum is verleend indien zulk een visum vereist was, en consulaire tassen die via hun grondgebied worden geleid, dezelfde onschendbaarheid en bescherming als de verblijfstaat krachtens dit Verdrag moet verlenen.
4. De verplichtingen van derde Staten krachtens lid 1, 2 en 3 van dit artikel zijn ook van toepassing op de daarin onderscheidenlijk genoemde personen, alsmede op officiële berichten en consulaire tassen, waarvan de aanwezigheid op het grondgebied van de derde Staat aan overmacht te wijten is.
Artikel 55
Eerbiediging van de wetten en regelingen van de verblijfstaat
1. Onverminderd hun voorrechten en immuniteiten is het de plicht van alle personen die deze voorrechten en immuniteiten genieten de wetten en regelingen van de verblijfstaat te eerbiedigen. Zij hebben ook de plicht zich niet in te laten met de binnenlandse aangelegenheden van die Staat.
2. De consulaire gebouwen mogen niet worden gebruikt op een wijze die onverenigbaar is met de consulaire werkzaamheden.
3. De bepalingen van lid 2 van dit artikel sluiten de mogelijkheid niet uit dat kantoren van andere instellingen of agentschappen worden ondergebracht in een gedeelte van het gebouw waarin de lokalen van de consulaire post zijn ondergebracht, mits de lokalen toegewezen aan bedoelde kantoren gescheiden zijn van die welke worden gebruikt door de consulaire post. In zulke gevallen worden deze kantoren, wat dit Verdrag betreft, niet geacht deel uit te maken van de consulaire gebouwen.
Artikel 56
Verzekering tegen schade veroorzaakt aan derden
De leden van de consulaire post dienen zich te houden aan alle verplichtingen opgelegd door de wetten en regelingen van de verblijfstaat met betrekking tot de verzekering tegen burgerrechtelijke aansprakelijkheid in verband met het gebruik van een voertuig, schip of luchtvaartuig.
Artikel 57
Bijzondere bepalingen betreffende de uitoefening van een particuliere winstgevende activiteit
1. Consulaire beroepsambtenaren mogen in de verblijfstaat geen beroeps- of handelsactiviteit uitoefenen gericht op persoonlijke winst.
2. De voorrechten en immuniteiten waarin dit hoofdstuk voorziet worden niet toegekend :
a) aan consulaire bedienden of leden van het bedienend personeel die in de verblijfstaat een eigen winstgevende activiteit uitoefenen,
b) aan leden van het gezin van een onder littera a van dit lid bedoelde persoon of aan leden van zijn particulier personeel
c) aan leden van het gezin van een lid van een consulaire post die zelf een eigen winstgevende activiteit in de verblijfstaat uitoefenen.
HOOFDSTUK III. - Regime toepasselijk op consulaire ere-ambtenaren en consulaire posten die door zulke ambtenaren worden geleid
Artikel 58
Algemene bepalingen met betrekking tot faciliteiten, voorrechten en immuniteiten
1. De artikelen 28, 29, 30, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 54, lid 3, en 55, lid 2 en lid 3, zijn van toepassing op consulaire posten die geleid worden door een consulair ere-ambtenaar. Bovendien worden de faciliteiten, voorrechten en immuniteiten van dergelijke consulaire posten beheerst door de artikelen 59, 60, 61 en 62.
2. De artikelen 42 en 43, 44, lid 3, 45, 53 en 55, lid 1, zijn van toepassing op de consulaire ereambtenaren. Bovendien worden de faciliteiten, voorrechten en immuniteiten van dergelijke consulaire ambtenaren beheerst door de artikelen 63, 64, 65, 66 en 67.
3. De voorrechten en immuniteiten waarin dit Verdrag voorziet worden niet toegekend aan gezinsleden van een consulair ere-ambtenaar of van een consulair bediende die werkzaam is bij een consulaire post die wordt geleid door een consulair ere-ambtenaar.
4. De uitwisseling van consulaire tassen tussen twee consulaire posten die geleid worden door een consulair ere-ambtenaar en gelegen zijn in verschillende Staten is slechts toegestaan met toestemming van de twee betrokken verblijfstaten.
Artikel 59
Bescherming van de consulaire gebouwen
De verblijfstaat neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om de consulaire gebouwen van een consulaire post die geleid wordt door een consulair ere-ambtenaar te beschermen tegen indringers en tegen het toebrengen van schade en te verhinderen dat de rust van de consulaire post op enigerlei wijze wordt verstoord of aan zijn waardigheid afbreuk wordt gedaan.
Artikel 60
Vrijstelling van belasting van consulaire gebouwen
1. De consulaire gebouwen van een consulaire post die geleid wordt door een consulair ereambtenaar waarvan de zendstaat eigenaar of huurder is, zijn vrijgesteld van alle landelijke, gewestelijke of gemeentelijke belastingen en rechten, met uitzondering van heffingen wegens bepaalde verleende diensten
2. De vrijstelling van belasting bedoeld in lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op zulke belastingen en rechten indien deze krachtens de wetten en regelingen van de verblijfstaat moeten worden betaald door de persoon die met de zendstaat een overeenkomst heeft aangegaan.
Artikel 61
Onschendbaarheid van de consulaire archieven en documenten
Het consulair archief en de documenten van een consulaire post die geleid wordt door een consulair ere-ambtenaar zijn ten allen tijde en waar deze zich ook mogen bevinden onschendbaar, mits zij gescheiden worden gehouden van andere papieren en documenten en in het bijzonder van de particuliere briefwisseling van het hoofd van een consulaire post en van iedere persoon die met hen samenwerkt, alsmede van de goederen, boeken of documenten die betrekking hebben op hun beroep of handel.
Artikel 62
Vrijstelling van douanerechten
De verblijfstaat verleent, in overeenstemming met eventueel- door deze Staat aan te nemen wetten en regelingen, vrije binnenkomst en vrijstelling van alle douanerechten, belastingen en daarmee verband houdende heffingen, met uitzondering van heffingen voor opslag, vervoer en dergelijke diensten, voor de volgende goederen, mits deze uitsluitend bestemd zijn voor het officiële gebruik van een consulaire post die geleid wordt door een consulair ere-ambtenaar : het wapen, de vlag, naamborden, zegels en stempels, boeken, officieel drukwerk, kantoormeubilair, kantooruitrusting, kantoorbenodigdheden en dergelijke door of op verzoek van de zendstaat aan de consulaire post verstrekte goederen.
Artikel 63
Strafrechtelijke procedure
Indien tegen een consulair ere-ambtenaar een strafrechtelijke procedure wordt ingesteld, moet hij voor de bevoegde overheden verschijnen. Deze procedure moet evenwel worden gevoerd met de eerbied die hem vanwege zijn officiële positie toekomt en, behalve wanneer hij aangehouden of gevangen gehouden is, op een wijze die de uitoefening van de consulaire werkzaamheden zo weinig mogelijk bemoeilijkt. Wanneer het noodzakelijk is geworden een consulair ere-ambtenaar in voorlopige hechtenis te nemen, dient met de procedure tegen hem zo spoedig mogelijk te worden aangevangen.
Artikel 64
Bescherming van consulaire ereambtenaren
De verblijfstaat is verplicht een consulair ere-ambtenaar de bescherming te verlenen die hem uit hoofde van zijn officiële positie toekomt.
Artikel 65
Vrijstelling van vreemdelingenregistratie en van verblijfsvergunning
Consulaire ere-ambtenaren, met uitzondering van hen die in de verblijfstaat een op persoonlijke winst gerichte beroeps- of handelsactiviteit uitoefenen, zijn vrijgesteld van alle verplichtingen krachtens de wetten en regelingen van de verblijfstaat met betrekking tot vreemdelingenregistratie en verblijfsvergunning.
Artikel 66
Vrijstelling van belasting
Een consulair ere-ambtenaar is vrijgesteld van alle belastingen en rechten op de wedden en vergoedingen die hij van de zendstaat ontvangt met betrekking tot de uitoefening van consulaire werkzaamheden.
Artikel 67
Vrijstelling van persoonlijk dienstbetoon
De verblijfstaat stelt de consulaire ere-ambtenaren vrij van elk persoonlijk dienstbetoon, van elk openbaar dienstbetoon van welke aard dan ook en van militaire verplichtingen zoals vordering, militaire bijdragen en inkwartiering.
Artikel 68
Facultatief karakter van de instelling consulaire ere-ambtenaren
Het staat iedere Staat vrij te beslissen consulaire ere-ambtenaren te benoemen of te ontvangen.
HOOFDSTUK IV. - Algemene bepalingen
Artikel 69
Consulaire agenten die geen hoofd van een consulaire post zijn
1. Het staat elke Staat vrij te beslissen of hij consulaire agentschappen opricht of toelaat, die worden geleid door consulaire agenten die door de zendstaat niet zijn aangewezen als hoofd van een consulaire post.
2. De voorwaarden waaronder de in lid 1 van dit artikel bedoelde consulaire agentschappen hun werkzaamheden kunnen uitoefenen en de voorrechten en immuniteiten die de consulaire agenten die er de leiding van hebben kunnen genieten, worden vastgesteld in overeenstemming tussen de zendstaat en de verblijfstaat.
Artikel 70
De uitoefening van consulaire werkzaamheden door een diplomatieke zending
1. De bepalingen van dit Verdrag zijn eveneens van toepassing op de uitoefening van consulaire werkzaamheden door een diplomatieke zending, en wel voor zover dit Verdrag zulks toelaat.
2. De namen van de leden van een diplomatieke zending, verbonden aan de consulaire afdeling of anderszins belast met de uitoefening van de consulaire werkzaamheden van de zending, worden medegedeeld aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de verblijf- staat of aan de door dat Ministerie aangewezen overheid.
3. Bij de uitoefening van consulaire werkzaamheden kan een diplomatieke zending zich richten tot :
a) de plaatselijke overheden van het consulaire ressort;
b) de centrale overheid van de verblijfstaat, indien zulks is toegestaan door de wetten, regelingen en gebruiken van de verblijfstaat of door hierop betrekking hebbende internationale overeenkomsten.
4. De voorrechten en immuniteiten van de leden van een in lid 2 van dit artikel bedoelde diplomatieke zending blijven beheerst door de regels van het internationale recht betreffende diplomatieke betrekkingen.
Artikel 71
Personen die onderdaan zijn van of duurzaam verblijf houden in de verblijfstaat
1. Behalve voor zover bijkomende faciliteiten, voorrechten en immuniteiten door de verblijfstaat worden verleend, genieten consulaire ambtenaren die onderdaan zijn van, of duurzaam verblijf houden in de verblijfstaat slechts immuniteit van rechtsmacht en persoonlijke onschendbaarheid met betrekking tot officiële handelingen verricht in de uitoefening van hun werkzaamheden, alsmede het in lid 3 van artikel 44 bedoelde voorrecht. Voor zover het deze consulaire ambtenaren betreft, is de verblijfstaat eveneens gebonden door de in artikel 42 neergelegde verplichting. Indien tegen zulk een consulair ambtenaar een strafrechtelijke vordering wordt aanhangig gemaakt, wordt deze procedure gevoerd op een wijze die de uitoefening van de consulaire werkzaamheden zo weinig mogelijk bemoeilijkt, behalve wanneer deze consulaire ambtenaar aangehouden of gevangengehouden is.
2. Andere leden van de consulaire post die onderdaan zijn van, of duurzaam verblijf houden in de verblijfstaat en hun gezinsleden, alsmede de gezinsleden van de consulaire ambtenaren bedoeld in lid 1 van dit artikel, genieten slechts faciliteiten, voorrechten en immuniteiten voor zover deze hun door de verblijfstaat worden verleend. Die gezinsleden van leden van de consulaire post en die leden van het particuliere personeel die zelf onderdaan zijn van, of duurzaam verblijf houden in de verblijfstaat genieten eveneens slechts faciliteiten, voorrechten en immuniteiten voor zover deze hun door de verblijfstaat worden verleend. De verblijfstaat dient echter zijn rechtsmacht over deze personen uit te oefenen op een wijze die de uitoefening van de werkzaamheden van de consulaire post niet bovenmatig hindert.
Artikel 72
Niet-discriminatie
1. Bij de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag maakt de verblijfstaat geen onderscheid tussen
2. Onderscheid wordt evenwel niet geacht te zijn gemaakt :
a) indien de verblijfstaat enigerlei bepaling van dit Verdrag op beperkte wijze toepast omdat die bepaling op zijn consulaire posten in de zendstaat beperkt wordt toegepast:
b) indien krachtens gewoonterecht of overeenkomst de Staten elkaar een gunstiger behandeling toekennen dan bij dit Verdrag is voorgeschreven.
Artikel 73
De verhouding tussen dit Verdrag en andere internationale overeenkomsten
1. De bepalingen van dit Verdrag laten andere internationale overeenkomsten die van kracht zijn tussen de Staten die daarbij partij zijn, onverlet.
2. Geen enkele bepaling van dit Verdrag kan beletten dat Staten internationale overeenkomsten sluiten die de bepalingen van dit Verdrag hetzij bevestigen of aanvullen, hetzij uitbreiden of de werkingssfeer daarvan vergroten.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
Artikel 74
Ondertekening
Dit Verdrag staat open ter ondertekening door alle Staten die lid zijn van de Verenigde Naties of van een der gespecialiseerde organisaties, dan wel partij zijn bij het statuut van het Internationale Gerechtshof, alsmede door elke andere Staat die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties wordt uitgenodigd partij bij dit Verdrag te worden. Tot 31 oktober 1963 staat dit Verdrag ter ondertekening open bij het Bondsministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Oostenrijk en na die datum, tot 31 maart 1964, bij de Verenigde Naties te New-York.
Artikel 75
Bekrachtiging
Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd. De bekrachtigingsoorkonden worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 76
Toetreding
Dit Verdrag blijft open voor toetreding door elke Staat die tot een van de vier in artikel 74 bedoelde categorieën behoort. De toetredingsoorkonden worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 77
Inwerkingtreding
1. Dit Verdrag treedt in werking op de dertigste dag na de datum van nederlegging van de tweeëntwintigste bekrachtigings- of toetredingsoorkonde bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
2. Ten aanzien van elke Staat die dit Verdrag bekrachtigt of ertoe toetreedt na nederlegging van de tweeëntwintigste bekrachtigings- of toetredingsoorkonde, treedt het Verdrag in werking op de dertigste dag na de datum waarop die Staat zijn bekrachtigings- of toetredingsoorkonde heeft nedergelegd.
Artikel 78
Mededeling door de Secretaris-Generaal
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties doet alle Staten die tot een van de vier in artikel 74 bedoelde categorieën behoren, mededeling van :
a) de ondertekeningen van dit Verdrag en van de nederlegging van bekrachtigings- of toetredingsoorkonden overeenkomstig de artikelen 74, 75 en 76,
b) de datum waarop dit Verdrag overeenkomstig artikel 77 in werking zal treden
Aanschrijving nr. 1 dd. 03.01.1978
Vrijstelling art.42
Vrijstelling
Diplomatieke regeling
Consulaire regeling
Ambassade
Consulaire post
Diplomatieke zending
Levering van een goed
Dienst
Persoonlijk gebruik
Officieel gebruik
Diplomaat
Werk in onroerende staat
Invoer
BIJLAGE II
Afdeling II. - Faciliteiten, voorrechten en immuniteiten met betrekking tot consulaire beroepsambtenaren en andere leden van een consulaire post
Artikel 40
Bescherming van consulaire ambtenaren
1. De verblijfstaat behandelt de consulaire ambtenaren met al de eerbied die hun verschuldigd is en neemt alle passende maatregelen om te verhinderen dat hun persoon, hun vrijheid of waardigheid in gevaar wordt gebracht.
Artikel 41
Persoonlijke onschendbaarheid van de consulaire ambtenaren
1. Consulaire ambtenaren zijn gevrijwaard tegen aanhouding of voorlopige hechtenis, behalve in geval van een ernstige misdaad en ingevolge een beslissing genomen door de bevoegde rechterlijke overheid.
2. Behalve in het in lid 1 van dit artikel bedoelde geval, mogen consulaire ambtenaren niet opgesloten worden of aan enigerlei andere vorm van beperking van hun persoonlijke vrijheid worden onderworpen, behalve bij de tenuitvoerlegging van een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.
3. Indien tegen een consulair ambtenaar een strafrechtelijke vervolging aanhangig wordt gemaakt, moet hij voor de bevoegde overheden verschijnen. Het proces dient evenwel te worden gevoerd met de eerbied die hem uit hoofde van zijn officiële positie toekomt en, behalve in het in lid 1 van dit artikel bedoelde geval, op een wijze die aan de uitoefening van de consulaire werkzaamheden zo weinig mogelijk afbreuk doet. Wanneer het in de in lid 1 van dit artikel bedoelde omstandigheden noodzakelijk geworden is een consulair ambtenaar in voorlopige hechtenis te nemen, dient met de procedure tegen hem zo spoedig mogelijk een aanvang te worden gemaakt.
Artikel 42
Kennisgeving van aanhouding, gevangenhouding of vervolging
Indien een lid van het consulair personeel wordt aangehouden of in voorlopige hechtenis wordt genomen, of indien tegen hem een strafrechtelijke vervolging aanhangig wordt gemaakt, dient de verblijfstaat het hoofd van de consulaire post hiervan onmiddellijk in kennis te stellen. Mocht deze laatste zelf het voorwerp van een dergelijke maatregel zijn, dan dient de verblijfstaat dit langs diplomatieke weg aan de zendstaat mede te delen.
Artikel 43
Immuniteit van rechtsmacht
1. Consulaire ambtenaren en consulaire bedienden zijn niet onderworpen aan de rechtsmacht van de rechterlijke of administratieve overheden van de verblijfstaat ten aanzien van handelingen verricht bij de uitoefening van hun consulaire taak.
2. De bepalingen van lid 1 van dit artikel zijn evenwel niet van toepassing met betrekking tot een burgerlijke vordering die :
a) hetzij voortvloeit uit een overeenkomst gesloten door een consulair ambtenaar of een consulair bediende waarbij hij niet uitdrukkelijk of stilzwijgend als mandataris van de zendstaat optrad:
b) hetzij is ingesteld door een derde in verband met schade voortvloeiende uit een ongeval in de verblijfstaat veroorzaakt door een voertuig, een schip of een luchtvaartuig.
Artikel 44
De verplichting om als getuige op te treden
1. De leden van een consulaire post kunnen worden opgeroepen om als getuige op te treden bij gerechtelijke of administratieve procedures. Een consulair bediende of een lid van het bedienend personeel mag, behalve in de gevallen genoemd in lid 3 van dit artikel niet weigeren als getuige op te treden. Indien een consulair ambtenaar weigert dit te doen, mag er geen dwang op hem worden uitgeoefend of een strafmaatregel tegen hem worden uitgevaardigd.
2. De overheid die om de getuigenis van een consulair ambtenaar verzoekt, draagt er zorg voor dat dit geen afbreuk doet aan de uitoefening van zijn werkzaamheden. Zij kan hem waar mogelijk een verhoor als getuige afnemen te zijnen huize of op de consulaire post of van hem een schriftelijke verklaring aanvaarden.
3. De leden van een consulaire post zijn niet gehouden als getuigen op te treden inzake aangelegenheden verband houdende met de uitoefening van hun werkzaamheden of officiële briefwisseling en documenten die daarop betrekking hebben over te leggen. Zij hebben eveneens het recht te weigeren als getuigedeskundige betreffende het nationale recht van de zendstaat op te treden.
Artikel 45
Het verzaken aan voorrechten en immuniteiten
1. De zendstaat kan, met betrekking tot een lid van de consulaire post, afstand doen van de in de artikelen 41, 43 en 44 bedoelde voorrechten en immuniteiten.
2. Het verzaken dient steeds uitdrukkelijk kenbaar te worden gemaakt, behoudens het bepaalde in lid 3 van dit artikel, en dient schriftelijk ter ken-nis van de verblijfstaat te worden gebracht.
3. Indien een consulair ambtenaar of een consulair bediende een rechtsgeding aanhangig maakt in een zaak waarin hij immuniteit van rechtsmacht zou kunnen genieten krachtens artikel 43, kan hij zich ten aanzien van een tegeneis die rechtstreeks verband houdt met de hoofdvordering niet beroepen op immuniteit van rechtsmacht.
4. Het verzaken aan de immuniteit van rechtsmacht ten aanzien van burgerrechtelijke of administratiefrechtelijke vorderingen wordt niet geacht afstand van immuniteit ten aanzien van de tenuitvoerlegging van het vonnis in te houden: hiervoor dient afzonderlijk afstand te worden gedaan,
Artikel 46
Vrijstelling van vreemdelingenregistratie en van verblijfsvergunningen
1. Consulaire ambtenaren en consulaire bedienden en inwonende gezinsleden zijn vrijgesteld van alle verplichtingen krachtens de wetten en regelingen van de verblijfstaat met betrekking tot vreemdelingenregistratie en verblijfsvergunning.
2. De bepalingen van lid 1 van dit artikel zijn evenwel niet van toepassing op een consulair bediende die niet in vaste dienst van de zendstaat is of die in de verblijfstaat een eigen winstgevende activiteit uitoefent noch op een gezinslid van zulk een bediende.
Artikel 47
Vrijstelling van arbeidskaart
1. De leden van de consulaire post zijn ten aanzien van voor de zendstaat verrichte diensten, vrijgesteld van de verplichting inzake arbeidskaart opgelegd door de wetten en regelingen van de verblijfstaat betreffende de tewerkstelling van werknemers van vreemde nationaliteit.
2. Leden van het particuliere personeel van consulaire ambtenaren en van consulaire bedienden zijn, indien zij geen andere winstgevende activiteit in de verblijfstaat uitoefenen, vrijgesteld van de verplichtingen bedoeld in lid 1 van dit artikel.
Artikel 48
Vrijstelling van sociale verzekering
1. Met inachtneming van de bepalingen van lid 3 van dit artikel zijn de leden van de consulaire post ten aanzien van diensten voor de zendstaat verricht, alsmede hun inwonende gezinsleden, vrijgesteld van de eventueel in de verblijfstaat van kracht zijnde voorschriften op het gebied van de sociale verzekering.
2. De in lid 1 van dit artikel bedoelde vrijstelling geldt ook voor de leden van het particuliere personeel die uitsluitend in dienst zijn van leden van de consulaire post, op voorwaarde :
a) dat zij geen onderdaan zijn van of duurzaam verblijf houden in de verblijfstaat: en
b) dat op hen de voorschriften op het gebied van de sociale verzekering van toepassing zijn, die in de zendstaat of in een derde Staat van kracht zijn.
3. Leden van de consulaire post die personen in dienst hebben waarop de in lid 2 van dit artikel bedoelde vrijstelling niet van toepassing is, dienen de verplichtingen in acht te nemen, die de voorschriften op het gebied van de sociale verzekering van de verblijfstaat aan werkgevers opleggen.
4. De in lid 1 en lid 2 van dit artikel bedoelde vrijstelling sluit vrijwillige deelneming aan het stelsel van sociale verzekering van de verblijfstaat niet uit, mits deze Staat deze deelneming toestaat.
Artikel 49
Vrijstelling van belasting
1. Consulaire ambtenaren en consulaire bedienden alsmede hun inwonende gezinsleden zijn vrijgesteld van alle belastingen en rechten, zowel persoonlijke als zakelijke, hetzij landelijke, dan wel gewestelijke of gemeentelijke belastingen, met uitzondering van :
a) indirecte belastingen die normaal in de prijs van de goederen of diensten begrepen zijn:
b) belastingen en rechten op particulier onroerend goed dat gelegen is op het grondgebied van de verblijfstaat, met inachtneming van de bepalingen van artikel 32:
c) door de verblijfstaat geheven successierechten en rechten van overgang, onder voorbehoud van de bepalingen van lid b van artikel 51:
d) belastingen en rechten op particulier inkomen, daarbij inbegrepen vermogenswinsten, waarvan de bron gelegen is in de verblijfstaat en vermogensbelastingen op in handels- of financiële ondernemingen in de verblijfstaat belegd vermogen:
e) heffingen wegens bepaalde verleende diensten:
f) registratie-, griffie- en hypotheekrechten en zegelrecht, behoudens het bepaalde in artikel 32.
2. De leden van het bedienend personeel zijn vrijgesteld van belastingen en rechten op het loon dat zij voor hun diensten ontvangen.
3. De leden van de consulaire post die personen in dienst hebben wier loon of salaris niet vrijgesteld is van inkomstenbelasting in de verblijfstaat dienen zich aan de verplichtingen te houden welke de wetten en regelingen van die staat met betrekking tot de heffing van inkomstenbelasting opleggen aan werkgevers.
Artikel 50
Vrijstelling van douanerechten en douane-onderzoek
1. De verblijfstaat verleent vrije binnenkomst en vrijstelling van alle douanerechten, belastingen en daarmee verband houdende heffingen, met uitzondering van heffingen voor opslag, vervoer en dergelijke diensten, een en ander in overeenstemming met de wetten en regelingen die deze Staat eventueel zal aannemen, ten aanzien van :
a) goederen voor het officieel gebruik van de consulaire post:
b) goederen voor het persoonlijk gebruik van een consulair ambtenaar of zijn inwonende gezinsleden, daarbij inbegrepen goederen voor zijn inrichting. De goederen bedoeld voor verbruik mogen de hoeveelheden niet te boven gaan die noodzakelijk zijn voor onmiddellijk gebruik door de betrokken personen.
2. Consulaire bedienden genieten de in lid 1 van dit artikel omschreven voorrechten en vrijstellingen met betrekking tot goederen, ingevoerd op het tijdstip waarop zij zich de eerste keer inrichten.
3. De persoonlijke bagage die consulaire ambtenaren en hun inwonende gezinsleden vergezelt, is vrijgesteld van douane-onderzoek. Zij mag slechts worden onderzocht indien er ernstige redenen bestaan om aan te nemen dat zij andere goederen bevat dan die bedoeld onder b van lid 1 van dit artikel, of goederen waarvan de in- of uitvoer verboden is door de wetten en regelingen van de verblijfstaat, ofwel goederen die onderworpen zijn aan wetten en regelingen van die staat met betrekking tot quarantaine.
Onderzoek mag slechts plaatsvinden in aanwezigheid van de betrokken consulaire ambtenaar of het betrokken gezinslid.
Artikel 51
Nalatenschap van een lid van de consulaire post of van een inwonend gezinslid
In geval van overlijden van een lid van de consulaire post of van een inwonend gezinslid, dient de verblijfstaat :
a) de uitvoer toe te staan van de roerende goederen van de overledene, met uitzondering van in dat land verworven goederen waarvan de uitvoer op het tijdstip van zijn overlijden verboden is
b) geen landelijke, gewestelijke of gemeentelijke successierechten en rechten van overgang op roerende goederen te heffen, waarvan de aanwezigheid in de verblijfstaat uitsluitend het gevolg was van de aanwezigheid aldaar van de overledene als lid van de consulaire post of als gezinslid van een lid van de consulaire post.
Artikel 52
Vrijstelling van persoonlijk dienstbetoon
De verblijfplaats stelt leden van de consulaire post en zijn inwonende gezinsleden vrij van elk persoonlijk dienstbetoon, van elk openbaar dienstbetoon van welke aard dan ook, en van militaire verplichtingen zoals vordering, militaire bijdragen en inkwartiering.
Artikel 53
Begin en beëindiging van consulaire voorrechten en immuniteiten
1. Teder lid van de consulaire post geniet de voorrechten en immuniteiten waarin dit Verdrag voorziet vanaf het ogenblik waarop hij het grondgebied van de verblijfstaat betreedt om zijn functie te aanvaarden, of, indien hij zich reeds op het grondgebied van de Staat bevindt, vanaf het ogenblik waarop hij zijn werkzaamheden bij de consulaire post aanvangt.
2. Inwonende gezinsleden van een lid van de consulaire post en leden van zijn particulier personeel genieten de voorrechten en immuniteiten waarin dit Verdrag voorziet met ingang van de datum waarop hij voorrechten en immuniteiten geniet overeenkomstig lid 1 van dit artikel of met ingang van de datum dat zij het grondgebied van de verblijfstaat binnentreden of met ingang van de datum dat zij lid worden van het gezin of van het particuliere personeel, al naar gelang welke van deze data het laatste valt.
3. Wanneer de werkzaamheden van een lid van de consulaire post zijn beëindigd, houden zijn voorrechten en immuniteiten en die van een inwonend gezinslid of van een lid van zijn particulier personeel als regel op te bestaan op het ogenblik waarop hij de verblijfstaat verlaat, of na het verstrijken van een redelijke termijn om deze Staat te verlaten, al naar gelang welke van deze twee data het vroegste valt, doch zij blijven tot dat tijdstip van kracht, zelfs in geval van een gewapend conflict. De voorrechten en immuniteiten van de in lid 2 van dit artikel bedoelde personen vervallen wanneer deze personen niet meer inwonend zijn of niet meer in dienst zijn van een lid van de consulaire post, met dien verstande evenwel dat indien zulke personen van plan zijn de verblijfstaat binnen een redelijke termijn daarna te verlaten, hun voorrechten en immuniteiten van kracht blijven tot het tijdstip van vertrek.
4. Met betrekking evenwel tot handelingen verricht door een consulair ambtenaar of een consulair bediende bij de uitoefening van zijn werkzaamheden, blijft de immuniteit van rechtsmacht zonder tijdlimiet van kracht.
5. In geval van overlijden van een lid van de consulaire post, blijven de inwonende gezinsleden de hun verleende voorrechten en immuniteiten genieten totdat zij de verblijfstaat verlaten of tot het verstrijken van een redelijke termijn die hun voor dit doel is toegestaan, al naar gelang welke van deze twee data het vroegste valt.
Artikel 54
Verplichtingen van derde Staten
1. Indien een consulair ambtenaar op doorreis is door, of zich bevindt op het grondgebied van een derde Staat, die hem een visum heeft verleend indien zulk een visum vereist was, terwijl hij op weg is om zijn werkzaamheden op zijn post aan te vangen of om naar zijn post terug te keren, of wanneer hij naar de zendstaat weerkeert, verleent de derde Staat hem alle immuniteiten waarin de andere artikelen van dit Verdrag voorzien voor zover deze immuniteiten noodzakelijk zijn voor zijn doorreis of terugkeer. Hetzelfde geldt voor de inwonende gezinsleden die voorrechten en immuniteiten genieten en die de consulaire ambtenaar vergezellen of afzonderlijk reizen om zich bij hem te voegen of om naar de zendstaat terug te keren.
2. In omstandigheden die van dezelfde aard zijn als die omschreven in lid 1 van dit artikel, mogen derde Staten de doorreis door hun grondgebied van andere leden van de consulaire post of van inwonende gezinsleden niet belemmeren.
3. Derde Staten verlenen aan officiële briefwisseling en aan andere officiële berichten die via hun grondbezit worden geleid, waaronder begrepen codeberichten, dezelfde vrijheid en bescherming als de verblijfstaat krachtens dit Verdrag moet verlenen. Zij verlenen de consulaire koeriers aan wie een visum is verleend indien zulk een visum vereist was, en consulaire tassen die via hun grondgebied worden geleid, dezelfde onschendbaarheid en bescherming als de verblijfstaat krachtens dit Verdrag moet verlenen.
4. De verplichtingen van derde Staten krachtens lid 1, 2 en 3 van dit artikel zijn ook van toepassing op de daarin onderscheidenlijk genoemde personen, alsmede op officiële berichten en consulaire tassen, waarvan de aanwezigheid op het grondgebied van de derde Staat aan overmacht te wijten is.
Artikel 55
Eerbiediging van de wetten en regelingen van de verblijfstaat
1. Onverminderd hun voorrechten en immuniteiten is het de plicht van alle personen die deze voorrechten en immuniteiten genieten de wetten en regelingen van de verblijfstaat te eerbiedigen. Zij hebben ook de plicht zich niet in te laten met de binnenlandse aangelegenheden van die Staat.
2. De consulaire gebouwen mogen niet worden gebruikt op een wijze die onverenigbaar is met de consulaire werkzaamheden.
3. De bepalingen van lid 2 van dit artikel sluiten de mogelijkheid niet uit dat kantoren van andere instellingen of agentschappen worden ondergebracht in een gedeelte van het gebouw waarin de lokalen van de consulaire post zijn ondergebracht, mits de lokalen toegewezen aan bedoelde kantoren gescheiden zijn van die welke worden gebruikt door de consulaire post. In zulke gevallen worden deze kantoren, wat dit Verdrag betreft, niet geacht deel uit te maken van de consulaire gebouwen.
Artikel 56
Verzekering tegen schade veroorzaakt aan derden
De leden van de consulaire post dienen zich te houden aan alle verplichtingen opgelegd door de wetten en regelingen van de verblijfstaat met betrekking tot de verzekering tegen burgerrechtelijke aansprakelijkheid in verband met het gebruik van een voertuig, schip of luchtvaartuig.
Artikel 57
Bijzondere bepalingen betreffende de uitoefening van een particuliere winstgevende activiteit
1. Consulaire beroepsambtenaren mogen in de verblijfstaat geen beroeps- of handelsactiviteit uitoefenen gericht op persoonlijke winst.
2. De voorrechten en immuniteiten waarin dit hoofdstuk voorziet worden niet toegekend :
a) aan consulaire bedienden of leden van het bedienend personeel die in de verblijfstaat een eigen winstgevende activiteit uitoefenen,
b) aan leden van het gezin van een onder littera a van dit lid bedoelde persoon of aan leden van zijn particulier personeel
c) aan leden van het gezin van een lid van een consulaire post die zelf een eigen winstgevende activiteit in de verblijfstaat uitoefenen.
HOOFDSTUK III. - Regime toepasselijk op consulaire ere-ambtenaren en consulaire posten die door zulke ambtenaren worden geleid
Artikel 58
Algemene bepalingen met betrekking tot faciliteiten, voorrechten en immuniteiten
1. De artikelen 28, 29, 30, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 54, lid 3, en 55, lid 2 en lid 3, zijn van toepassing op consulaire posten die geleid worden door een consulair ere-ambtenaar. Bovendien worden de faciliteiten, voorrechten en immuniteiten van dergelijke consulaire posten beheerst door de artikelen 59, 60, 61 en 62.
2. De artikelen 42 en 43, 44, lid 3, 45, 53 en 55, lid 1, zijn van toepassing op de consulaire ereambtenaren. Bovendien worden de faciliteiten, voorrechten en immuniteiten van dergelijke consulaire ambtenaren beheerst door de artikelen 63, 64, 65, 66 en 67.
3. De voorrechten en immuniteiten waarin dit Verdrag voorziet worden niet toegekend aan gezinsleden van een consulair ere-ambtenaar of van een consulair bediende die werkzaam is bij een consulaire post die wordt geleid door een consulair ere-ambtenaar.
4. De uitwisseling van consulaire tassen tussen twee consulaire posten die geleid worden door een consulair ere-ambtenaar en gelegen zijn in verschillende Staten is slechts toegestaan met toestemming van de twee betrokken verblijfstaten.
Artikel 59
Bescherming van de consulaire gebouwen
De verblijfstaat neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om de consulaire gebouwen van een consulaire post die geleid wordt door een consulair ere-ambtenaar te beschermen tegen indringers en tegen het toebrengen van schade en te verhinderen dat de rust van de consulaire post op enigerlei wijze wordt verstoord of aan zijn waardigheid afbreuk wordt gedaan.
Artikel 60
Vrijstelling van belasting van consulaire gebouwen
1. De consulaire gebouwen van een consulaire post die geleid wordt door een consulair ereambtenaar waarvan de zendstaat eigenaar of huurder is, zijn vrijgesteld van alle landelijke, gewestelijke of gemeentelijke belastingen en rechten, met uitzondering van heffingen wegens bepaalde verleende diensten
2. De vrijstelling van belasting bedoeld in lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op zulke belastingen en rechten indien deze krachtens de wetten en regelingen van de verblijfstaat moeten worden betaald door de persoon die met de zendstaat een overeenkomst heeft aangegaan.
Artikel 61
Onschendbaarheid van de consulaire archieven en documenten
Het consulair archief en de documenten van een consulaire post die geleid wordt door een consulair ere-ambtenaar zijn ten allen tijde en waar deze zich ook mogen bevinden onschendbaar, mits zij gescheiden worden gehouden van andere papieren en documenten en in het bijzonder van de particuliere briefwisseling van het hoofd van een consulaire post en van iedere persoon die met hen samenwerkt, alsmede van de goederen, boeken of documenten die betrekking hebben op hun beroep of handel.
Artikel 62
Vrijstelling van douanerechten
De verblijfstaat verleent, in overeenstemming met eventueel- door deze Staat aan te nemen wetten en regelingen, vrije binnenkomst en vrijstelling van alle douanerechten, belastingen en daarmee verband houdende heffingen, met uitzondering van heffingen voor opslag, vervoer en dergelijke diensten, voor de volgende goederen, mits deze uitsluitend bestemd zijn voor het officiële gebruik van een consulaire post die geleid wordt door een consulair ere-ambtenaar : het wapen, de vlag, naamborden, zegels en stempels, boeken, officieel drukwerk, kantoormeubilair, kantooruitrusting, kantoorbenodigdheden en dergelijke door of op verzoek van de zendstaat aan de consulaire post verstrekte goederen.
Artikel 63
Strafrechtelijke procedure
Indien tegen een consulair ere-ambtenaar een strafrechtelijke procedure wordt ingesteld, moet hij voor de bevoegde overheden verschijnen. Deze procedure moet evenwel worden gevoerd met de eerbied die hem vanwege zijn officiële positie toekomt en, behalve wanneer hij aangehouden of gevangen gehouden is, op een wijze die de uitoefening van de consulaire werkzaamheden zo weinig mogelijk bemoeilijkt. Wanneer het noodzakelijk is geworden een consulair ere-ambtenaar in voorlopige hechtenis te nemen, dient met de procedure tegen hem zo spoedig mogelijk te worden aangevangen.
Artikel 64
Bescherming van consulaire ereambtenaren
De verblijfstaat is verplicht een consulair ere-ambtenaar de bescherming te verlenen die hem uit hoofde van zijn officiële positie toekomt.
Artikel 65
Vrijstelling van vreemdelingenregistratie en van verblijfsvergunning
Consulaire ere-ambtenaren, met uitzondering van hen die in de verblijfstaat een op persoonlijke winst gerichte beroeps- of handelsactiviteit uitoefenen, zijn vrijgesteld van alle verplichtingen krachtens de wetten en regelingen van de verblijfstaat met betrekking tot vreemdelingenregistratie en verblijfsvergunning.
Artikel 66
Vrijstelling van belasting
Een consulair ere-ambtenaar is vrijgesteld van alle belastingen en rechten op de wedden en vergoedingen die hij van de zendstaat ontvangt met betrekking tot de uitoefening van consulaire werkzaamheden.
Artikel 67
Vrijstelling van persoonlijk dienstbetoon
De verblijfstaat stelt de consulaire ere-ambtenaren vrij van elk persoonlijk dienstbetoon, van elk openbaar dienstbetoon van welke aard dan ook en van militaire verplichtingen zoals vordering, militaire bijdragen en inkwartiering.
Artikel 68
Facultatief karakter van de instelling consulaire ere-ambtenaren
Het staat iedere Staat vrij te beslissen consulaire ere-ambtenaren te benoemen of te ontvangen.
HOOFDSTUK IV. - Algemene bepalingen
Artikel 69
Consulaire agenten die geen hoofd van een consulaire post zijn
1. Het staat elke Staat vrij te beslissen of hij consulaire agentschappen opricht of toelaat, die worden geleid door consulaire agenten die door de zendstaat niet zijn aangewezen als hoofd van een consulaire post.
2. De voorwaarden waaronder de in lid 1 van dit artikel bedoelde consulaire agentschappen hun werkzaamheden kunnen uitoefenen en de voorrechten en immuniteiten die de consulaire agenten die er de leiding van hebben kunnen genieten, worden vastgesteld in overeenstemming tussen de zendstaat en de verblijfstaat.
Artikel 70
De uitoefening van consulaire werkzaamheden door een diplomatieke zending
1. De bepalingen van dit Verdrag zijn eveneens van toepassing op de uitoefening van consulaire werkzaamheden door een diplomatieke zending, en wel voor zover dit Verdrag zulks toelaat.
2. De namen van de leden van een diplomatieke zending, verbonden aan de consulaire afdeling of anderszins belast met de uitoefening van de consulaire werkzaamheden van de zending, worden medegedeeld aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de verblijf- staat of aan de door dat Ministerie aangewezen overheid.
3. Bij de uitoefening van consulaire werkzaamheden kan een diplomatieke zending zich richten tot :
a) de plaatselijke overheden van het consulaire ressort;
b) de centrale overheid van de verblijfstaat, indien zulks is toegestaan door de wetten, regelingen en gebruiken van de verblijfstaat of door hierop betrekking hebbende internationale overeenkomsten.
4. De voorrechten en immuniteiten van de leden van een in lid 2 van dit artikel bedoelde diplomatieke zending blijven beheerst door de regels van het internationale recht betreffende diplomatieke betrekkingen.
Artikel 71
Personen die onderdaan zijn van of duurzaam verblijf houden in de verblijfstaat
1. Behalve voor zover bijkomende faciliteiten, voorrechten en immuniteiten door de verblijfstaat worden verleend, genieten consulaire ambtenaren die onderdaan zijn van, of duurzaam verblijf houden in de verblijfstaat slechts immuniteit van rechtsmacht en persoonlijke onschendbaarheid met betrekking tot officiële handelingen verricht in de uitoefening van hun werkzaamheden, alsmede het in lid 3 van artikel 44 bedoelde voorrecht. Voor zover het deze consulaire ambtenaren betreft, is de verblijfstaat eveneens gebonden door de in artikel 42 neergelegde verplichting. Indien tegen zulk een consulair ambtenaar een strafrechtelijke vordering wordt aanhangig gemaakt, wordt deze procedure gevoerd op een wijze die de uitoefening van de consulaire werkzaamheden zo weinig mogelijk bemoeilijkt, behalve wanneer deze consulaire ambtenaar aangehouden of gevangengehouden is.
2. Andere leden van de consulaire post die onderdaan zijn van, of duurzaam verblijf houden in de verblijfstaat en hun gezinsleden, alsmede de gezinsleden van de consulaire ambtenaren bedoeld in lid 1 van dit artikel, genieten slechts faciliteiten, voorrechten en immuniteiten voor zover deze hun door de verblijfstaat worden verleend. Die gezinsleden van leden van de consulaire post en die leden van het particuliere personeel die zelf onderdaan zijn van, of duurzaam verblijf houden in de verblijfstaat genieten eveneens slechts faciliteiten, voorrechten en immuniteiten voor zover deze hun door de verblijfstaat worden verleend. De verblijfstaat dient echter zijn rechtsmacht over deze personen uit te oefenen op een wijze die de uitoefening van de werkzaamheden van de consulaire post niet bovenmatig hindert.
Artikel 72
Niet-discriminatie
1. Bij de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag maakt de verblijfstaat geen onderscheid tussen
2. Onderscheid wordt evenwel niet geacht te zijn gemaakt :
a) indien de verblijfstaat enigerlei bepaling van dit Verdrag op beperkte wijze toepast omdat die bepaling op zijn consulaire posten in de zendstaat beperkt wordt toegepast:
b) indien krachtens gewoonterecht of overeenkomst de Staten elkaar een gunstiger behandeling toekennen dan bij dit Verdrag is voorgeschreven.
Artikel 73
De verhouding tussen dit Verdrag en andere internationale overeenkomsten
1. De bepalingen van dit Verdrag laten andere internationale overeenkomsten die van kracht zijn tussen de Staten die daarbij partij zijn, onverlet.
2. Geen enkele bepaling van dit Verdrag kan beletten dat Staten internationale overeenkomsten sluiten die de bepalingen van dit Verdrag hetzij bevestigen of aanvullen, hetzij uitbreiden of de werkingssfeer daarvan vergroten.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
Artikel 74
Ondertekening
Dit Verdrag staat open ter ondertekening door alle Staten die lid zijn van de Verenigde Naties of van een der gespecialiseerde organisaties, dan wel partij zijn bij het statuut van het Internationale Gerechtshof, alsmede door elke andere Staat die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties wordt uitgenodigd partij bij dit Verdrag te worden. Tot 31 oktober 1963 staat dit Verdrag ter ondertekening open bij het Bondsministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Oostenrijk en na die datum, tot 31 maart 1964, bij de Verenigde Naties te New-York.
Artikel 75
Bekrachtiging
Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd. De bekrachtigingsoorkonden worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 76
Toetreding
Dit Verdrag blijft open voor toetreding door elke Staat die tot een van de vier in artikel 74 bedoelde categorieën behoort. De toetredingsoorkonden worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 77
Inwerkingtreding
1. Dit Verdrag treedt in werking op de dertigste dag na de datum van nederlegging van de tweeëntwintigste bekrachtigings- of toetredingsoorkonde bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
2. Ten aanzien van elke Staat die dit Verdrag bekrachtigt of ertoe toetreedt na nederlegging van de tweeëntwintigste bekrachtigings- of toetredingsoorkonde, treedt het Verdrag in werking op de dertigste dag na de datum waarop die Staat zijn bekrachtigings- of toetredingsoorkonde heeft nedergelegd.
Artikel 78
Mededeling door de Secretaris-Generaal
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties doet alle Staten die tot een van de vier in artikel 74 bedoelde categorieën behoren, mededeling van :
a) de ondertekeningen van dit Verdrag en van de nederlegging van bekrachtigings- of toetredingsoorkonden overeenkomstig de artikelen 74, 75 en 76,
b) de datum waarop dit Verdrag overeenkomstig artikel 77 in werking zal treden
Bron: FisconetPlus
