Aanschrijving nr. 9 dd. 13.06.1995
AANSCHRIJVING 95/009
Aanschrijving nr. 9 dd. 13.06.1995
BTW-Revue nr. 114, blz. 636
Deze aanschrijving werd vervangen door de aanschrijving nr. 1 dd. 03.05.2000.
Gebruik van voertuigen in België
Terbeschikkingstelling door werkgever andere Lidstaat
INHOUDSTAFEL
Nr. Bedoelde situatie 1 Voorwaarden voor de regeling 2 Toepassingsgebied 3 Verlies van de voordelen van de regeling 4 I. Bedoelde situatie
1. De douaneregeling van tijdelijke invoer voor vervoermiddelen die voortvloeit uit de communautaire bepalingen terzake, stelt dat een fysiek persoon die in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigd is en tewerkgesteld wordt door een persoon die buiten dit gebied gevestigd is, om beroepsredenen een voertuig, dat toebehoort aan laatstgenoemde persoon, mag invoeren en gebruiken binnen dat gebied. Het voertuig dat onder de regeling tijdelijke invoer werd toegelaten mag eveneens worden gebruikt voor privé-doeleinden wanneer dit gebruik een bijkomstig en occasioneel karakter heeft in verhouding met het beroepsgebruik en wanneer het werd overeengekomen in de arbeidsovereenkomst (art. 137 tot 144 van de Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek en artikel 717, § 7, b, tweede streepje, van de Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van de bovengenoemde Verordening (EEG) nr. 2913/92).
Rekening houdend met deze beschikking en met de gecombineerde toepassing van de artikelen 12bis, tweede lid, 7°, en 25quater, § 1, van het Wetboek, wordt de bestemming van de voertuigen die ter beschikking worden gesteld van Belgische ingezetenen door een in een andere Lid-Staat gevestigde werkgever, niet gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel en is dus niet aan de belasting onderworpen in België, wanneer het zelfde vervoermiddel in dezelfde omstandigheden, komende van een derde land, de regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten zoals bedoeld in bovenstaand lid, zou kunnen genieten.
II. Voorwaarden voor de regeling
2. De voordelen van de regeling worden afhankelijk gesteld van het naleven van volgende voorwaarden die cumulatief zijn :
1° de werkgever is gevestigd in een andere Lid-Staat van de Gemeenschap en heeft geen zetel noch een vaste inrichting in België;
2° het voertuig moet eigendom zijn van de werkgever of het voorwerp uitmaken van een huurcontract of financieringshuur op zijn naam en geïmmatriculeerd zijn op naam van de werkgever of van de verhuuronderneming naargelang het geval;
3° de BTW, die normaal gezien opeisbaar is in de Lid-Staat van de werkgever ofwel in de Lid-Staat van de verhuuronderneming, werd geheven over het voertuig;
4° het voertuig moet gebruikt worden door de begunstigde voor beroepsdoeleinden en mag slechts bijkomstig gebruikt worden voor privé- doeleinden zoals uitdrukkelijk overeengekomen in de arbeidsovereenkomst, wetende dat de echtgeno(o)t(e) en de kinderen die fiscaal te laste zijn en onder hetzelfde dak wonen, eveneens gemachtigd zijn het voertuig bijkomstig te gebruiken voor privé-doeleinden;
5° de begunstigde moet een werknemer of een bedrijfsleider zijn van een onderneming waaraan hij verbonden is door een arbeidsovereenkomst. Zaakvoerders en bestuurders kunnen eveneens deze regeling genieten in de mate dat ze het statuut van werknemer hebben en voor zover er een reële band van ondergeschiktheid bestaat tussen de onderneming en bovengenoemde zaakvoerder of bestuurder. Het bestaan van een band van ondergeschiktheid impliceert dan ook dat een persoon of een orgaan (raad van bestuur, directiecomité, raad van beheer, ...) dan ook de mogelijkheid heeft het gezag uit te oefenen ten aanzien van de begunstigde die zich beroept op zijn hoedanigheid van werknemer.
6° de voordelen van de regeling, die initieel voor 24 maanden gelden, worden hernieuwd bij iedere overschrijding van de grens maar zijn in ieder geval beperkt tot de duur van de arbeidsovereenkomst;
7° de toekenning van de regeling is ondergeschikt aan de aflevering van een attest, conform aan het bij deze aanschrijving in bijlage 1 gevoegd model, uitgereikt door de hoofdcontroleur van de BTW welke territoriaal bevoegd is voor het gebied waarbinnen zich de verblijfplaats van de gebruiker bevindt. De aanvraag van het attest, conform aan het bij deze aanschrijving in bijlage 2 gevoegd model, moet vergezeld zijn van een gelijkvormig verklaarde kopie van de arbeidsovereenkomst en wanneer deze geen gewag maakt van de terbeschikkingstelling van het voertuig, van een kopie van het aanhangsel bij de arbeidsovereenkomst die de terbeschikkingstelling uitdrukkelijk vastlegt. In voorkomend geval moet de aanvraag vergezeld zijn van een gelijkvormig verklaarde kopie van het huurcontract of het contract van financieringshuur zoals hierboven bedoeld in punt 2°. Het attest moet zich steeds aan boord bevinden van het door de begunstigde gebruikt voertuig en moet voorgelegd worden op elk verzoek daartoe door de agenten gemachtigd controle uit te oefenen op de toepassing van de belasting op de toegevoegde waarde.
Het attest is geldig voor de periode gedurende dewelke de gebruiker van deze regeling kan genieten. Het moet hernieuwd worden wanneer zich een wijziging voordoet welke aanleiding geeft tot aanpassing van de inlichtingen verstrekt bij de uitreiking ervan. Het kan zonder voorafgaande kennis ingetrokken worden, door of vanwege de Directeur- generaal van de administratie die de BTW onder haar bevoegdheid heeft, wanneer blijkt dat het een bron van misbruiken wordt.
Het attest moet aan de hoofdcontroleur die het uitgereikt heeft weergegeven worden wanneer de voorwaarden die deze regeling kenmerken niet meer vervuld zijn en in ieder geval bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst;
8° de hoofdcontroleur van de BTW die het attest uitgereikt heeft, verstrekt hiervan een kopie aan de hoofdcontroleur der directe belastingen die territoriaal bevoegd is voor het gebied waarbinnen zich de verblijfplaats van de gebruiker bevindt.
III. Toepassingsgebied
3. Het ter beschikking stellen aan een Belgische ingezetene, door een werkgever die in een andere Lid-Staat gevestigd is, van een voertuig waarover de Belgische BTW betaald werd, valt niet onder deze regeling.
IV. Verlies van de voordelen van de regeling
4. Wanneer aan de voorwaarden van de regeling niet meer is voldaan, wordt de bestemming van het vervoermiddel gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in België op basis van artikel 25quater, § 1, lid 1, van het Wetboek. In dit geval moet de eigenaar van het goed die in een andere Lid-Staat gevestigd is, een aansprakelijk vertegenwoordiger aanduiden in België die belast is met het vervullen van de verplichtingen die op hem rusten.
over de toegevoegde waarde,
registratie en domeinen
-- BTW-controlekantoor ATTEST ................... Betreft : Gebruik door een Belgische ingezetene van een voertuig dat hem ter beschikking werd gesteld door zijn werkgever die in een andere Lid-Staat is gevestigd. Het motorvoertuig: motor (1) - personenwagen (1) - bestelwagen (1) - minibus (1) hieronder nader omschreven. ------------------------------------------------------------------------- Type : ................ merk : ................. Chassisnr. : ........... ingeschreven in (Lid-Staat) : ................., onder het nr. : ........ ------------------------------------------------------------------------- op naam van de onderneming : ............................................ ......................................................................... die het ter beschikking stelt van een Belgische ingezetene, lid van haar personeel, voor de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheden : ------------------------------------------------------------------------- M. .........................................., hierna betrokkene genoemd, wonende te straat.................................. nr. ................. te ...................................................................... ------------------------------------------------------------------------- mag, overeenkomstig het verzoek van de onderneming, gebruikt worden door de betrokkene op het Belgisch grondgebied : a) voor beroepsdoeleinden; (1) b) bijkomstig, voor privé-doeleinden; (1) c) bijkomstig, mag het voertuig gebruikt worden door de familieleden van de betrokkenen die onder hetzelfde dak wonen. (1) ..........................., de ............ 19... de Hoofdcontroleur, (stempel van het kantoor) (1) de overbodige vermeldingen schrappen ALGEMENE VOORWAARDEN II. Voorwaarden voor de regeling
De voordelen van de regeling worden afhankelijk gesteld van het naleven van volgende voorwaarden die cumulatief zijn :
Het ter beschikking stellen aan een Belgische ingezetene, door een werkgever die in een andere Lid-Staat gevestigd is, van een voertuig waarover de Belgische BTW betaald werd, valt niet onder deze regeling.
Wanneer aan de voorwaarden van de regeling niet meer is voldaan, wordt de bestemming van het vervoermiddel gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in België op basis van artikel 25quater, § 1, eerste lid, van het Wetboek. In dit geval moet de eigenaar van het goed die in een andere Lid-Staat gevestigd is, een aansprakelijk vertegenwoordiger aanduiden in België die belast is met het vervullen van de verplichtingen die op hem rusten.
BIJLAGE 2 : .........................., de ............. 19 ... AANVRAAG VAN EEN ATTEST Mijnheer de Hoofdcontroleur, Betreft : Gebruik door een Belgische ingezetene van een voertuig dat hem ter beschikking wordt gesteld door zijn werkgever die in een andere Lid-Staat is gevestigd. De onderneming ......................................................... gevestigd in (Lid-Staat) ............................................... te (plaats) ......................., straat .................. nr. ..... (tel. : ........) op geldige wijze vertegenwoordigd door MM. ........... en .................... respectievelijk (functie) ......... en ......... - verklaart in eigendom te hebben (1)/ leasingnemer te zijn (1)/ huurder te zijn (1) van volgend motorvoertuig : motor (1) / personenwagen (1) / bestelwagen (1) / minibus (1) merk : ........................., type : ........... chassisnr. : ............................, ingeschreven op haar naam onder het nr. : ..................... in (Lid-Staat) ................. alwaar het verworven of ingevoerd is onder de algemene taxatie- voorwaarden van de plaatselijke markt; - verklaart dat M. (naam en voornaam) ................, hierna betrokkene genoemd, gewoonlijk verblijvend in België, straat : ................... nr. ....... te ............................... (tel. : ...............) personeelslid is, in de hoedanigheid van .............................. en dat hij het voertuig ter zijner beschikking heeft voor de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid; - vraagt dat betrokkenen dit voertuig in België mag gebruiken : a) voor zijn beroepswerkzaamheden; (1) b) bijkomstig, voor privé-doeleinden; (1) c) bijkomstig, mag gebruikt worden door de familieleden van de betrokkenen die onder hetzelfde dak leven. (1) - voegt in bijlage een kopie van de arbeidsovereenkomst en het huurcontract of contract van financieringshuur. ------------------------------------------------------------------------- Aanvaarding door de betrokkene die ¦ In naam van de onderneming, kennis nam van de gebruiksvoorwaarden ¦ en zich verbindt deze te respecteren. ¦ ¦ de ......................... (datum) ¦ ¦ (handtekening) ¦ ------------------------------------------------------------------------- (1) Het overbodige schrappen. De ondertekenaars in naam van de onderneming mogen meerdere mogelijkheden opgegeven onder de letters a tot c aanduiden. ALGEMENE VOORWAARDEN II. Voorwaarden voor de regeling
De voordelen van de regeling worden afhankelijk gesteld van het naleven van volgende voorwaarden die cumulatief zijn :
Het ter beschikking stellen aan een Belgische ingezetene, door een werkgever die in een andere Lid-Staat gevestigd is, van een voertuig waarover de Belgische BTW betaald werd, valt niet onder deze regeling.
Wanneer aan de voorwaarden van de regeling niet meer is voldaan, wordt de bestemming van het vervoermiddel gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in België op basis van artikel 25quater, § 1, eerste lid, van het Wetboek. In dit geval moet de eigenaar van het goed die in een andere Lid-Staat gevestigd is, een aansprakelijk vertegenwoordiger aanduiden in België die belast is met het vervullen van de verplichtingen die op hem rusten.
Aanschrijving nr. 9 dd. 13.06.1995
BTW-Revue nr. 114, blz. 636
Deze aanschrijving werd vervangen door de aanschrijving nr. 1 dd. 03.05.2000.
Gebruik van voertuigen in België
Terbeschikkingstelling door werkgever andere Lidstaat
INHOUDSTAFEL
Nr. Bedoelde situatie 1 Voorwaarden voor de regeling 2 Toepassingsgebied 3 Verlies van de voordelen van de regeling 4 I. Bedoelde situatie
1. De douaneregeling van tijdelijke invoer voor vervoermiddelen die voortvloeit uit de communautaire bepalingen terzake, stelt dat een fysiek persoon die in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigd is en tewerkgesteld wordt door een persoon die buiten dit gebied gevestigd is, om beroepsredenen een voertuig, dat toebehoort aan laatstgenoemde persoon, mag invoeren en gebruiken binnen dat gebied. Het voertuig dat onder de regeling tijdelijke invoer werd toegelaten mag eveneens worden gebruikt voor privé-doeleinden wanneer dit gebruik een bijkomstig en occasioneel karakter heeft in verhouding met het beroepsgebruik en wanneer het werd overeengekomen in de arbeidsovereenkomst (art. 137 tot 144 van de Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek en artikel 717, § 7, b, tweede streepje, van de Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van de bovengenoemde Verordening (EEG) nr. 2913/92).
Rekening houdend met deze beschikking en met de gecombineerde toepassing van de artikelen 12bis, tweede lid, 7°, en 25quater, § 1, van het Wetboek, wordt de bestemming van de voertuigen die ter beschikking worden gesteld van Belgische ingezetenen door een in een andere Lid-Staat gevestigde werkgever, niet gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel en is dus niet aan de belasting onderworpen in België, wanneer het zelfde vervoermiddel in dezelfde omstandigheden, komende van een derde land, de regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten zoals bedoeld in bovenstaand lid, zou kunnen genieten.
II. Voorwaarden voor de regeling
2. De voordelen van de regeling worden afhankelijk gesteld van het naleven van volgende voorwaarden die cumulatief zijn :
1° de werkgever is gevestigd in een andere Lid-Staat van de Gemeenschap en heeft geen zetel noch een vaste inrichting in België;
2° het voertuig moet eigendom zijn van de werkgever of het voorwerp uitmaken van een huurcontract of financieringshuur op zijn naam en geïmmatriculeerd zijn op naam van de werkgever of van de verhuuronderneming naargelang het geval;
3° de BTW, die normaal gezien opeisbaar is in de Lid-Staat van de werkgever ofwel in de Lid-Staat van de verhuuronderneming, werd geheven over het voertuig;
4° het voertuig moet gebruikt worden door de begunstigde voor beroepsdoeleinden en mag slechts bijkomstig gebruikt worden voor privé- doeleinden zoals uitdrukkelijk overeengekomen in de arbeidsovereenkomst, wetende dat de echtgeno(o)t(e) en de kinderen die fiscaal te laste zijn en onder hetzelfde dak wonen, eveneens gemachtigd zijn het voertuig bijkomstig te gebruiken voor privé-doeleinden;
5° de begunstigde moet een werknemer of een bedrijfsleider zijn van een onderneming waaraan hij verbonden is door een arbeidsovereenkomst. Zaakvoerders en bestuurders kunnen eveneens deze regeling genieten in de mate dat ze het statuut van werknemer hebben en voor zover er een reële band van ondergeschiktheid bestaat tussen de onderneming en bovengenoemde zaakvoerder of bestuurder. Het bestaan van een band van ondergeschiktheid impliceert dan ook dat een persoon of een orgaan (raad van bestuur, directiecomité, raad van beheer, ...) dan ook de mogelijkheid heeft het gezag uit te oefenen ten aanzien van de begunstigde die zich beroept op zijn hoedanigheid van werknemer.
6° de voordelen van de regeling, die initieel voor 24 maanden gelden, worden hernieuwd bij iedere overschrijding van de grens maar zijn in ieder geval beperkt tot de duur van de arbeidsovereenkomst;
7° de toekenning van de regeling is ondergeschikt aan de aflevering van een attest, conform aan het bij deze aanschrijving in bijlage 1 gevoegd model, uitgereikt door de hoofdcontroleur van de BTW welke territoriaal bevoegd is voor het gebied waarbinnen zich de verblijfplaats van de gebruiker bevindt. De aanvraag van het attest, conform aan het bij deze aanschrijving in bijlage 2 gevoegd model, moet vergezeld zijn van een gelijkvormig verklaarde kopie van de arbeidsovereenkomst en wanneer deze geen gewag maakt van de terbeschikkingstelling van het voertuig, van een kopie van het aanhangsel bij de arbeidsovereenkomst die de terbeschikkingstelling uitdrukkelijk vastlegt. In voorkomend geval moet de aanvraag vergezeld zijn van een gelijkvormig verklaarde kopie van het huurcontract of het contract van financieringshuur zoals hierboven bedoeld in punt 2°. Het attest moet zich steeds aan boord bevinden van het door de begunstigde gebruikt voertuig en moet voorgelegd worden op elk verzoek daartoe door de agenten gemachtigd controle uit te oefenen op de toepassing van de belasting op de toegevoegde waarde.
Het attest is geldig voor de periode gedurende dewelke de gebruiker van deze regeling kan genieten. Het moet hernieuwd worden wanneer zich een wijziging voordoet welke aanleiding geeft tot aanpassing van de inlichtingen verstrekt bij de uitreiking ervan. Het kan zonder voorafgaande kennis ingetrokken worden, door of vanwege de Directeur- generaal van de administratie die de BTW onder haar bevoegdheid heeft, wanneer blijkt dat het een bron van misbruiken wordt.
Het attest moet aan de hoofdcontroleur die het uitgereikt heeft weergegeven worden wanneer de voorwaarden die deze regeling kenmerken niet meer vervuld zijn en in ieder geval bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst;
8° de hoofdcontroleur van de BTW die het attest uitgereikt heeft, verstrekt hiervan een kopie aan de hoofdcontroleur der directe belastingen die territoriaal bevoegd is voor het gebied waarbinnen zich de verblijfplaats van de gebruiker bevindt.
III. Toepassingsgebied
3. Het ter beschikking stellen aan een Belgische ingezetene, door een werkgever die in een andere Lid-Staat gevestigd is, van een voertuig waarover de Belgische BTW betaald werd, valt niet onder deze regeling.
IV. Verlies van de voordelen van de regeling
4. Wanneer aan de voorwaarden van de regeling niet meer is voldaan, wordt de bestemming van het vervoermiddel gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in België op basis van artikel 25quater, § 1, lid 1, van het Wetboek. In dit geval moet de eigenaar van het goed die in een andere Lid-Staat gevestigd is, een aansprakelijk vertegenwoordiger aanduiden in België die belast is met het vervullen van de verplichtingen die op hem rusten.
De Directeur-generaal,
BIJLAGE 1 : MINISTERIE VAN FINANCIEN Administratie van de belastingJ. DECUYPER
over de toegevoegde waarde,
registratie en domeinen
-- BTW-controlekantoor ATTEST ................... Betreft : Gebruik door een Belgische ingezetene van een voertuig dat hem ter beschikking werd gesteld door zijn werkgever die in een andere Lid-Staat is gevestigd. Het motorvoertuig: motor (1) - personenwagen (1) - bestelwagen (1) - minibus (1) hieronder nader omschreven. ------------------------------------------------------------------------- Type : ................ merk : ................. Chassisnr. : ........... ingeschreven in (Lid-Staat) : ................., onder het nr. : ........ ------------------------------------------------------------------------- op naam van de onderneming : ............................................ ......................................................................... die het ter beschikking stelt van een Belgische ingezetene, lid van haar personeel, voor de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheden : ------------------------------------------------------------------------- M. .........................................., hierna betrokkene genoemd, wonende te straat.................................. nr. ................. te ...................................................................... ------------------------------------------------------------------------- mag, overeenkomstig het verzoek van de onderneming, gebruikt worden door de betrokkene op het Belgisch grondgebied : a) voor beroepsdoeleinden; (1) b) bijkomstig, voor privé-doeleinden; (1) c) bijkomstig, mag het voertuig gebruikt worden door de familieleden van de betrokkenen die onder hetzelfde dak wonen. (1) ..........................., de ............ 19... de Hoofdcontroleur, (stempel van het kantoor) (1) de overbodige vermeldingen schrappen ALGEMENE VOORWAARDEN II. Voorwaarden voor de regeling
De voordelen van de regeling worden afhankelijk gesteld van het naleven van volgende voorwaarden die cumulatief zijn :
| 1° | de werkgever is gevestigd in een andere Lid-Staat van de Gemeenschap en heeft geen zetel noch een vaste inrichting in België; |
| 2° | het voertuig moet eigendom zijn van de werkgever of het voorwerp uitmaken van een huurcontract of financieringshuur op zijn naam en geïmmatriculeerd zijn op naam van de werkgever of van de verhuuronderneming naargelang het geval; |
| 3° | de BTW, die normaal gezien opeisbaar is in de Lid-Staat van de werkgever ofwel in de Lid-Staat van de verhuuronderneming, werd geheven over het voertuig; |
| 4° | het voertuig moet gebruikt worden door de begunstigde voor beroepsdoeleinden en mag slechts bijkomstig gebruikt worden voor privé-doeleinden zoals uitdrukkelijk overeengekomen in de arbeidsovereenkomst, wetende dat de echtgeno(o)t(e) en de kinderen die fiscaal te laste zijn en onder hetzelfde dak wonen, eveneens gemachtigd zijn het voertuig bijkomstig te gebruiken voor privé-doeleinden; |
| 5° | de begunstigde moet een werknemer of een bedrijfsleider zijn van een onderneming waaraan hij verbonden is door een arbeidsovereenkomst. Zaakvoerders en bestuurders kunnen eveneens deze regeling genieten in de mate dat ze het statuut van werknemer hebben en voor zover ze er een reële band van ondergeschiktheid bestaat tussen de onderneming en bovengenoemde zaakvoerder of bestuurder. Het bestaan van een band van ondergeschiktheid impliceert dan ook dat een persoon of een orgaan (raad van bestuur, directiecomité, raad van beheer, ...) dan ook de mogelijkheid heeft het gezag uit te oefenen ten aanzien van de begunstigde die zich beroept op zijn hoedanigheid van werknemer; |
| 6° | de voordelen van de regeling, die initieel voor 24 maanden gelden, worden hernieuwd bij iedere overschrijding van de grens maar zijn in ieder geval beperkt tot de duur van de arbeidsovereenkomst; |
| 7° | de toekenning van de regeling is ondergeschikt aan de aflevering van een attest, conform aan het bij deze aanschrijving in bijlage 1 gevoegd model, uitgereikt door de hoofdcontroleur van de BTW welke territoriaal bevoegd is voor het gebied waarbinnen zich de verblijfplaats van de gebruiker bevindt. De aanvraag van het attest, conform aan het bij deze aanschrijving in bijlage 2 gevoegd model, moet vergezeld zijn van een gelijkvormig verklaarde kopie van de arbeidsovereenkomst en wanneer deze geen gewag maakt van de terbeschikkingstelling van het voertuig, van een kopie van het aanhangsel bij de arbeidsovereenkomst die de terbeschikkingstelling uitdrukkelijk vastlegt. In voorkomend geval moet de aanvraag vergezeld zijn van een gelijkvormig verklaarde kopie van het huurcontract of het contract van financieringshuur zoals hierboven bedoeld in punt 2°. Het attest moet zich steeds aan boord bevinden van het door de begunstigde gebruikt voertuig en moet voorgelegd worden op elk verzoek daartoe door de agenten gemachtigd controle uit te oefenen op de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. Het attest is geldig voor de periode gedurende dewelke de gebruiker van deze regeling kan genieten. Het moet hernieuwd worden wanneer zich een wijziging voordoet welke aanleiding geeft tot aanpassing van de inlichtingen verstrekt bij de uitreiking ervan. Het kan zonder voorafgaande kennis ingetrokken worden, door of vanwege de Directeur-generaal van de administratie die de BTW onder haar bevoegdheid heeft, wanneer blijkt dat het een bron van misbruiken wordt. Het attest moet aan de hoofdcontroleur die het uitgereikt heeft weergegeven worden wanneer de voorwaarden die deze regeling kenmerken niet meer vervuld zijn en in ieder geval bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst; |
| 8° | de hoofdcontroleur van de BTW die het attest uitgereikt heeft, verstrekt hiervan een kopie aan de hoofdcontroleur der directe belastingen die territoriaal bevoegd is voor het gebied waarbinnen zich de verblijfplaats van de gebruiker bevindt. |
| III. | Toepassingsgebied |
| IV. | Verlies van de voordelen van de regeling |
BIJLAGE 2 : .........................., de ............. 19 ... AANVRAAG VAN EEN ATTEST Mijnheer de Hoofdcontroleur, Betreft : Gebruik door een Belgische ingezetene van een voertuig dat hem ter beschikking wordt gesteld door zijn werkgever die in een andere Lid-Staat is gevestigd. De onderneming ......................................................... gevestigd in (Lid-Staat) ............................................... te (plaats) ......................., straat .................. nr. ..... (tel. : ........) op geldige wijze vertegenwoordigd door MM. ........... en .................... respectievelijk (functie) ......... en ......... - verklaart in eigendom te hebben (1)/ leasingnemer te zijn (1)/ huurder te zijn (1) van volgend motorvoertuig : motor (1) / personenwagen (1) / bestelwagen (1) / minibus (1) merk : ........................., type : ........... chassisnr. : ............................, ingeschreven op haar naam onder het nr. : ..................... in (Lid-Staat) ................. alwaar het verworven of ingevoerd is onder de algemene taxatie- voorwaarden van de plaatselijke markt; - verklaart dat M. (naam en voornaam) ................, hierna betrokkene genoemd, gewoonlijk verblijvend in België, straat : ................... nr. ....... te ............................... (tel. : ...............) personeelslid is, in de hoedanigheid van .............................. en dat hij het voertuig ter zijner beschikking heeft voor de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid; - vraagt dat betrokkenen dit voertuig in België mag gebruiken : a) voor zijn beroepswerkzaamheden; (1) b) bijkomstig, voor privé-doeleinden; (1) c) bijkomstig, mag gebruikt worden door de familieleden van de betrokkenen die onder hetzelfde dak leven. (1) - voegt in bijlage een kopie van de arbeidsovereenkomst en het huurcontract of contract van financieringshuur. ------------------------------------------------------------------------- Aanvaarding door de betrokkene die ¦ In naam van de onderneming, kennis nam van de gebruiksvoorwaarden ¦ en zich verbindt deze te respecteren. ¦ ¦ de ......................... (datum) ¦ ¦ (handtekening) ¦ ------------------------------------------------------------------------- (1) Het overbodige schrappen. De ondertekenaars in naam van de onderneming mogen meerdere mogelijkheden opgegeven onder de letters a tot c aanduiden. ALGEMENE VOORWAARDEN II. Voorwaarden voor de regeling
De voordelen van de regeling worden afhankelijk gesteld van het naleven van volgende voorwaarden die cumulatief zijn :
| 1° | de werkgever is gevestigd in een andere Lid-Staat van de Gemeenschap en heeft geen zetel noch een vaste inrichting in België; |
| 2° | het voertuig moet eigendom zijn van de werkgever of het voorwerp uitmaken van een huurcontract of financieringshuur op zijn naam en geïmmatriculeerd zijn op naam van de werkgever of van de verhuuronderneming naargelang het geval; |
| 3° | de BTW, die normaal gezien opeisbaar is in de Lid-Staat van de werkgever ofwel in de Lid-Staat van de verhuuronderneming, werd geheven over het voertuig; |
| 4° | het voertuig moet gebruikt worden door de begunstigde voor beroepsdoeleinden en mag slechts bijkomstig gebruikt worden voor privé-doeleinden zoals uitdrukkelijk overeengekomen in de arbeidsovereenkomst, wetende dat de echtgeno(o)t(e) en de kinderen die fiscaal te laste zijn en onder hetzelfde dak wonen, eveneens gemachtigd zijn het voertuig bijkomstig te gebruiken voor privé-doeleinden; |
| 5° | de begunstigde moet een werknemer of een bedrijfsleider zijn van een onderneming waaraan hij verbonden is door een arbeidsovereenkomst. Zaakvoerders en bestuurders kunnen eveneens deze regeling genieten in de mate dat ze het statuut van werknemer hebben en voor zover ze er een reële band van ondergeschiktheid bestaat tussen de onderneming en bovengenoemde zaakvoerder of bestuurder. Het bestaan van een band van ondergeschiktheid impliceert dan ook dat een persoon of een orgaan (raad van bestuur, directiecomité, raad van beheer, ...) dan ook de mogelijkheid heeft het gezag uit te oefenen ten aanzien van de begunstigde die zich beroept op zijn hoedanigheid van werknemer; |
| 6° | de voordelen van de regeling, die initieel voor 24 maanden gelden, worden hernieuwd bij iedere overschrijding van de grens maar zijn in ieder geval beperkt tot de duur van de arbeidsovereenkomst; |
| 7° | de toekenning van de regeling is ondergeschikt aan de aflevering van een attest, conform aan het bij deze aanschrijving in bijlage 1 gevoegd model, uitgereikt door de hoofdcontroleur van de BTW welke territoriaal bevoegd is voor het gebied waarbinnen zich de verblijfplaats van de gebruiker bevindt. De aanvraag van het attest, conform aan het bij deze aanschrijving in bijlage 2 gevoegd model, moet vergezeld zijn van een gelijkvormig verklaarde kopie van de arbeidsovereenkomst en wanneer deze geen gewag maakt van de terbeschikkingstelling van het voertuig, van een kopie van het aanhangsel bij de arbeidsovereenkomst die de terbeschikkingstelling uitdrukkelijk vastlegt. In voorkomend geval moet de aanvraag vergezeld zijn van een gelijkvormig verklaarde kopie van het huurcontract of het contract van financieringshuur zoals hierboven bedoeld in punt 2°. Het attest moet zich steeds aan boord bevinden van het door de begunstigde gebruikt voertuig en moet voorgelegd worden op elk verzoek daartoe door de agenten gemachtigd controle uit te oefenen op de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. Het attest is geldig voor de periode gedurende dewelke de gebruiker van deze regeling kan genieten. Het moet hernieuwd worden wanneer zich een wijziging voordoet welke aanleiding geeft tot aanpassing van de inlichtingen verstrekt bij de uitreiking ervan. Het kan zonder voorafgaande kennis ingetrokken worden, door of vanwege de Directeur-generaal van de administratie die de BTW onder haar bevoegdheid heeft, wanneer blijkt dat het een bron van misbruiken wordt. Het attest moet aan de hoofdcontroleur die het uitgereikt heeft weergegeven worden wanneer de voorwaarden die deze regeling kenmerken niet meer vervuld zijn en in ieder geval bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst; |
| 8° | de hoofdcontroleur van de BTW die het attest uitgereikt heeft, verstrekt hiervan een kopie aan de hoofdcontroleur der directe belastingen die territoriaal bevoegd is voor het gebied waarbinnen zich de verblijfplaats van de gebruiker bevindt. |
| III. | Toepassingsgebied |
| IV. | Verlies van de voordelen van de regeling |
Bron: FisconetPlus
