Addendum dd 15.06.2010 aan de circulaire nr. Ci.RH.331/603.909 (AOIF Nr. 27/2010) dd 31.03.2010
Addendum dd 15.06.2010 aan de circulaire nr. Ci.RH.331/603.909 (AOIF Nr. 27/2010) dd 31.03.2010
Personenbelasting.
Bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid.
Dubbelbelastingverdrag.
Frankrijk.
Nederland.
Gezin.
Gezinsinkomen.
Bezwaarschrift.
Bezwaartermijn.
Nieuw bezwaarschrift.
Binnen de bijzondere termijn van zes maanden ingesteld door artikel 58, § 2 van de wet van 30.12.2009 kan een nieuw rechtsgeldig bezwaarschrift bij de directeur der belastingen worden ingediend zelfs indien de directeur vóór de inwerkingtreding van die wet het bezwaarschrift op grond van de toen vigerende wettekst heeft afgewezen en de belastingplichtige geen vordering in rechte heeft ingesteld. - Daarentegen is geen ambtshalve ontheffing op grond van artikel 376, § 1, § 2 of § 3, WIB 92, mogelijk.
Aan alle ambtenaren.
Artikel 57 van de wet van 30.12.2009 houdende diverse bepalingen (BS van 31.12.2009) heeft in artikel 107, 2°, van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, laatst gewijzigd bij de wet van 27 december 2005, de woorden "in Frankrijk waarop de artikelen 11, § 2, c, en 18, van de op 10 maart 1964 met Frankrijk gesloten overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is en die in Frankrijk aan een sociale wetgeving gelijkaardig aan die bedoeld in artikel 106, § 1, zijn onderworpen" vervangen door de woorden "in Frankrijk en Nederland, waarop respectievelijk de artikelen 11, § 2, c, en (lees "18 en het artikel") 18, paragraaf 1, b) van de met die landen gesloten overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing zijn en die in die landen aan een sociale wetgeving gelijkaardig aan die vermeld in artikel 106, § 1, zijn onderworpen".
Artikel 58 van die wet stelt in zijn paragraaf 1 dat het artikel 57 uitwerking heeft met ingang van het aanslagjaar 2005 en in zijn paragraaf 2 dat de ontheffing van de belastingen die verbonden zijn aan de aanslagjaren vanaf 2005 en die werden gevestigd in strijd met het artikel 57, wordt toegekend ingevolge een bezwaarschrift ingediend binnen zes maanden na de bekendmaking van die wet bij de directeur der directe belastingen in wiens ambtsgebied de aanslag is gevestigd.
In de circulaire Ci.RH.331/603.909 (AOIF Nr. 27/2010) van 31.3.2010 werd onder meer nadere toelichting gegeven over de bezwaartermijn.
De vraag is evenwel gerezen wat dient te gebeuren met de dossiers waarin voorheen een bezwaarschrift was ingediend en het bezwaarschrift door de directeur der belastingen werd afgewezen vóór de inwerkingtreding van de wet van 30.12.2009.
Aangezien de wetgever een foutief geachte wettekst verbetert en voor de rechtzetting van de fout uit het verleden zelf een nieuwe bezwaartermijn van zes maanden heeft geopend, kan binnen die bijzondere termijn van zes maanden een nieuw (tot die grief beperkt) rechtsgeldig bezwaarschrift bij de directeur der belastingen worden ingediend zelfs indien de directeur vóór de inwerkingtreding van de wet van 30.12.2009 het bezwaarschrift op grond van de toen vigerende wettekst heeft afgewezen en de belasting- plichtige geen vordering in rechte heeft ingesteld.
Daarentegen is geen ambtshalve ontheffing op grond van artikel 376, § 1, § 2 of § 3, WIB 92, mogelijk aangezien de belastbare grondslag dient te worden herzien en geen wijze van verrekening.
Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d.:
De Directeur,
Marianne BALLEUX
