Circulaire nr. Ci.RH.853/582.930 (AOIF 13/2007) dd. 23.04.2007

Circulaire nr. Ci.RH.853/582.930 (AOIF 13/2007) dd. 23.04.2007

AANSLAGTERMIJN
Bijzondere aanslagtermijn

CONTROLEMAATREGEL
Onderzoeksrecht van de administratie
Plicht van openbare diensten
Plicht van openbare inrichtingen
Plicht van openbare instellingen


Commentaar op de artikelen 3 tot 6 van de Programmawet van20.7.2006 (BS 28.7.2006) tot wijziging van artikel 327 en 358 WIB92.

Aan alle ambtenaren.

1. Deze circulaire becommentarieert de maatregelen die het onderwerp vormen van de artikelen 3, 4, 5 en 6 van de Programmawet van 20 juli 2006 (BS 28 juli 2006).

I. WIJZIGING VAN ARTIKEL 327, WIB 92

A. Wettelijke bepaling

Artikel 3, Programmawet 20.7.2006

2. In artikel 327, §1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "de federale procureur, " ingevoegd tussen de woorden "zonder uitdrukkelijk verlof van" en de woorden "de procureur-generaal".

B. Commentaar

3. Artikel 327, §1, 2de lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) diende te worden aangepast teneinde rekening te houden met de wijzigingen aangebracht aan het Gerechtelijk Wetboek bij de wet van 22 december 1998 (BS van 10 februari 1999) betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings, meer in het bijzonder met die welke betrekking hebben op de functie en de bevoegdheden van de federale procureur.

Voortaan kunnen de in artikel 327, §1, 1ste lid, WIB 92, bedoelde ambtenaren inzage verkrijgen van de akten, stukken, registers en bescheiden of inlichtingen in verband met gerechtelijke procedures die onder de bevoegdheid van de federale procureur vallen.
(Bron : Kamer 2005-2006, Doc 51 2517/001, blz.6)

II. WIJZIGING VAN ARTIKEL 358, WIB 92

A. Wettelijke bepalingen

Artikel 4, 5 en 6 Programmawet20.7.2006

4. Artikel 4. - In artikel 358 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° § 2 wordt vervangen als volgt :

"§ 2. In de gevallen bedoeld in §1, 1°, 3° en 4°, moet de belasting of de aanvullende belasting worden gevestigd binnen de twaalf maanden te rekenen vanaf de datum:

1° waarop de in § 1, 1°, bedoelde inbreuk werd vastgesteld;

2° waarop tegen de beslissing over de in § 1, 3°, genoemde rechtsvordering geen verzet of voorziening meer kan worden ingediend;

3° waarop de administratie kennis krijgt van de in § 1, 4°, vermelde bewijskrachtige gegevens.";

2° het artikel wordt aangevuld met een §3, luidende :

"§ 3. In het geval bedoeld in § 1,2°, moet de belasting of de aanvullende belasting worden gevestigd binnen de vierentwintig maanden te rekenen vanaf de datum waarop de Belgische administratie kennis draagt van de resultaten van de controle of het onderzoek bedoeld in § 1, 2°."

5. Artikel 5. - Artikel 4 treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad."

6. Artikel 6. - Wanneer de aanslagtermijn bedoeld in artikel 358, § 2, 2°, van hetzelfde Wetboek, zoals hij bestond voor de wijziging door artikel 4 vandeze wet, niet verlopen is op de datum van de inwerkingtreding van voormeld artikel, kan de belasting of de aanvullende belasting worden gevestigd binnen de vierentwintig maanden te rekenen vanaf de datum waarop de Belgische administratie kennis draagt van de resultaten van de controle of het onderzoek bedoeld in artikel 358, § 1, 2°, van hetzelfde Wetboek.

B. Commentaar

7. Bij toepassing van artikel 358, § 1, van het WIB 92, mag de belasting of de aanvullende belasting op niet aangegeven inkomsten worden gevestigd, zelfs nadat de in artikel 354 bepaalde termijnen zijn verstreken, ingeval :

1° de belastingplichtige de bepalingen van het WIB92 of het KB/WIB 92 inzake RV of BV heeft overtreden in de loop vanéén der vijf jaren, vóór het jaar van de vaststelling van deinbreuk;

2° inlichtingen worden toegezonden door een land waarmede België een overeenkomst tot vermijding van dubbele belasting heeft gesloten die uitwijzen dat belastbare inkomsten in België niet werden aangegeven in de loop van één der vijf jaren, vóór het jaar waarin de resultaten van de controle of het onderzoek door de buitenlandse administratie aan de Belgische administratie werden medegedeeld;

3° een rechtsvordering uitwijst dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in één der vijf jaar vóór het jaar waarin de vordering is ingesteld;

4° bewijskrachtige gegevens uitwijzen dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in de loop van één der vijf jaren vóór het jaar waarin de administratie kennis krijgt van die gegevens.

8. Overeenkomstig het nieuw artikel 358, §2, WIB 92, is de aanvangsdatum van de bijzondere aanslagtermijn van 12 maanden :

1° de datum waarop de inbreuk inzake BV of RV werd vastgesteld;

2° de datum waarop tegen de beslissing over de rechtsvorderinggeen verzet of voorziening meer kan worden ingediend;

3° de datum waarop de administratie van de bewijskrachtige gegevens kennis krijgt.

9. Het nieuwe artikel 358, § 3, WIB 92, bepaalt dat in het geval bedoeld in § 1, 2° van art. 358 de bijzondere aanslagtermijn 24 maand bedraagt die aanvangt vanaf de datum van ontvangst van de inlichtingen.

10. De internationale overeenkomsten tot het vermijden van de dubbele belasting voorzien gewoonlijk in een gecentraliseerde uitwisseling van inlichtingen tussen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende Staten.

Deze gecentraliseerde uitwisseling van inlichtingen nodig voor de vestiging van de belasting brengt, gelet op de noodzakelijke behandeling door de administratie van deze inlichtingen, een vertraging van de overdracht van gegevens aan de bevoegde taxatiediensten met zich mee zodat deze laatste dikwijls in tijdsgebrek komen voor de noodzakelijke afhandeling.

11. Ten einde te vermijden dat de behandeling van de uit het buitenland ontvangen inlichtingen, eindigt in de onmogelijkheid om de belasting te vestigen omwille van het verstrijken van de bijzondere aanslagtermijn, voorziet art.358, § 3, WIB 92, voortaan in deze een bijzondere aanslagtermijn van 24 maanden.
(Bron : Kamer, 2005-2006, Doc 51 2517/001, blzn. 6 tot 8)

C. Inwerkingtreding

12. Overeenkomstig artikel 5 van de Programmawet van 20.07.2006 zijn de nieuwe bepalingen van artikel 358, WIB 92, met ingang van 1 augustus 2006 van toepassing.

D. Overgangsmaatregel

13. Artikel 6 van de Programmawet van 20.07.2006 voorziet dat wanneer de in de oude wet voorziene aanslagtermijn niet is verlopen op de datum van de inwerkingtreding van de nieuwe regeling de bijzondere aanslagtermijn wordt berekend overeenkomstig de nieuwe wet.

Concreet betekent dit dat de aanslagtermijnvan 24 maand van toepassing is op de resultaten van een controle of een onderzoek bedoeld in artikel 358, § 1, 2°, WIB 92 die na 1augustus 2005 ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht.

Voor de administrateur Kleine
en Middelgrote Ondernemingen :
De Auditeur-generaal van financiën a.i.

J.-M. PREVOST