Addendum dd 22.03.2010 bij de circulaire nr. Ci.RH.242/602.723 (AOIF 10/2010) dd. 27.01.2010

Addendum dd 22.03.2010 bij de circulaire nr. Ci.RH.242/602.723 (AOIF 10/2010) dd. 27.01.2010

Personenbelasting

Indexering

Jaarlijkse indexering

Indexeringscoëfficiënt

Niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen en de gevolgen van de negatieve index. - Nieuw standpunt van de RSZ.

Aan alle ambtenaren.

1. Met de voornoemde circulaire van 27.1.2010 werd het standpunt medegedeeld dat de RSZ op dat ogenblik toepaste inzake de indexering van het maximumbedrag van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen.

2. Het beheerscomité van de RSZ had in dat verband oorspronkelijk beslist dat voor 2010 de hogere grens van 2009 (2.314 EUR) kon worden aanvaard wanneer de doelstellingen hoofdzakelijk verwezenlijkt werden op basis van prestaties in 2009. De belastingadministratie volgde dit standpunt van de RSZ.

3. Inmiddels heeft het beheerscomité van de RSZ beslist om ter zake een meer pragmatisch standpunt in te nemen. Volgens dit nieuwe standpunt aanvaardt de RSZ het grensbedrag van 2009 (2.314 EUR), voor een systeem dat ten laatste opgezet werd op 30 september 2009 (datum van bekendmaking van de gezondheidsindex van september 2009, op basis waarvan de maximumgrens voor 2010 kon worden bepaald) en uitbetaald wordt in 2010.

Voor systemen opgestart vanaf 1 oktober 2009, ligt de situatie anders omdat vanaf dan in principe het grensbedrag voor 2010 (2.299 EUR) gekend was.

4. De belastingadministratie volgt het nieuwe standpunt van de RSZ. Dit standpunt vervangt bijgevolg het in de circulaire van 27.1.2010, zelfde nummer, ingenomen standpunt.

Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d. :

De Directeur,

S. QUINTENS