Circulaire nr. Ci.RH.884/458.433 dd. 25.08.1994

Bull. nr. 742, pag. 2660

INVORDERING
Bewarend beslag.
Invordering in geval van bezwaarschrift of van beroep.
Omzetting van bewarend beslag in uitvoerend beslag.


Aan alle ambtenaren van niveaus 1 en 2

INHOUDSTAFEL Nr. I. INLEIDING a) Algemeen beginsel ....................................... 1 b) Nieuwe principes die voortvloeien uit de rechtspraak .... 2 II. MAATREGELEN TOT WAARBORG EN BEWARENDE BESLAGEN a) Maatregelen tot waarborg ................................ 5 b) Bewarende beslagen ...................................... 6 III. MOTIVERING ............................................... 7 IV. GRONDVOORWAARDEN VOOR BEWAREND BESLAG a) Een vaststaande, zekere en opeisbare schuld ............. 9 b) Hoogdringendheid ........................................ 11 V. VORMVEREISTEN BIJ BEWAREND BESLAG a) Voorafgaande machtiging ................................. 12 b) Deurwaardersexploot ..................................... 13 c) Bijzonderheden voor het bewarend beslag onder derden .... 14 VI. GELDIGHEIDSTERMIJN ....................................... 15 VII. OMZETTING VAN EEN BEWAREND BESLAG IN EEN UITVOEREND BESLAG a) Voorafgaande aanmaning .................................. 17 b) Omzetting - geen nieuw beslag ........................... 18 c) Bijzonderheden voor het beslag onder derden ............. 19 VIII. BESLAGBERICHT ............................................ 21 IX. KANTONNEMENT ............................................. 22 X. VERJARING ................................................ 24 XI. TOEPASSING VAN ART. 166, KB/WIB 92 ....................... 26 XII. TOEPASSING VAN ART. 434 TOT 436, WIB 92 .................. 27 XIII. SLOTBEMERKINGEN .......................................... 29 BIJLAGE I. INLEIDING

a) Algemeen beginsel

1. Art. 409, WIB 92 stelt als principe dat de verantwoordelijke Ontv. alle maatregelen mag nemen die noodzakelijk lijken om de latere invordering te waarborgen van het totale bedrag van de betwiste belasting, alsook van de interesten en kosten die er betrekking op hebben.

Deze wetsbepaling beoogt enerzijds het uitvoerend beslag dat, krachtens die tekst, kan worden gelegd ondanks het indienen van een bezwaar of van beroep en niettegenstaande het bepaalde in art. 1494, Ger. W, en anderzijds de bewarende maatregelen welke ertoe strekken de invordering van de belasting te waarborgen en waarop voormeld art. 1494 niet van toepassing is (Cass., 8.3.1990, in de zaak CHALOT, Bull. 701, p. 95 e.v.).

b) Nieuwe principes die voortvloeien uit de rechtspraak

2. Het Hof van Cassatie overweegt in zijn arresten van 28.10.1993 in de zaken "CRICK François" en "KEIMEUL - SOMVILLE" (vertaling) :

  • dat de administratie, in geval van bezwaar, slechts uitvoerend beslag mag leggen indien er een "onbetwistbaar verschuldigd" bedrag is dat onmiddellijk kan worden ingevorderd niettegenstaande het bezwaar;
  • dat art. 302, WIB slechts een voorwerp heeft wanneer er een verschuldigde belasting overblijft na de invordering van het onbetwistbaar verschuldigde gedeelte.


3. Bijgevolg kan de Ontv. voortaan nog enkel maatregelen van tenuitvoerlegging nemen, indien er een bericht 178 Jbis is waaruit blijkt dat een bepaald bedrag als een vaststaande en zekere schuld moet worden beschouwd in de zin van art. 410, WIB 92 en indien dat bedrag nog niet betaald is op het ogenblik van het beslag.

Indien er geen onmiddellijk invorderbaar bedrag is zoals bepaald in art. 410, WIB 92 of indien er niet langer zulk bedrag is, kan de Ontv. geen uitvoerend beslag doen leggen. Hij moet dan noodzakelijkerwijze andere maatregelen tot waarborg nemen (wettelijke hypotheek, borg, ...) of bewarend beslag doen leggen.

4. In de gevallen waar er uitvoerend beslag is gelegd voor een betwiste aanslag waarvan het onbetwistbaar verschuldigd gedeelte reeds betaald is of op "nihil" is vastgesteld, moet er bij protest aan de tegenpartij worden voorgesteld om aan het beslagexploot enkel een bewarend effect toe te kennen. Een dergelijke handelswijze is kostenbesparend voor de belastingschuldige in het geval een nieuw bewarend beslag achteraf zou moeten worden omgezet in een uitvoerend beslag.

Daartegenover is reeds sinds lang gevonnist dat door het indienen van een bezwaar na het uitvoerend beslag de procedure van tenuitvoerlegging niet nietig kan worden verklaard (Beslagr. Antwerpen, 29.3.1982, Bull. 654, P. 2130).

II. MAATREGELEN TOT WAARBORG EN BEWARENDE BESLAGEN

a) Maatregelen tot waarborg

5. De richtlijnen van Deel VI van de Handl.Inv. in verband met de zakelijke en persoonlijke zekerheden blijven van kracht. De Ontv. zullen meer dan in het verleden gebruik moeten maken van deze maatregelen tot waarborg.

b) Bewarende beslagen

6. De hierna opgesomde richtlijnen van de Handl.Inv. moeten worden herzien : Deel X - Titel V, Hoofdstuk V, nrs. 417 e.v. en Hoofdstuk VII, nrs. 450 e.v.; Deel X - Titel XII, Hoofdstuk V, nrs. 1418 e.v.

In afwachting van de aanpassing van die richtlijnen leggen de Ontv. bewarend beslag overeenkomstig de nieuwe regels die in de hierna volgende punten zijn uiteengezet.

III. MOTIVERING

7. De Ontv. wordt eraan herinnerd dat telkens hij beslist een maatregel te nemen om de invordering te waarborgen, met inbegrip van het bewarend beslag, hij deze beslissing ter kennis moet brengen van de schuldenaar. Hij moet die beslissing in rechte motiveren door te verwijzen naar de wettelijke bepalingen die de maatregel toelaten (bv. in geval van betwiste belastingen, art. 409 tot 411, WIB 92) en in feite door te wijzen op de concrete omstandigheden die in een direct verband staan met de beslissing (cf. circ. 14.2.1992, Ci.R.14/438.580).

8. Immers, de uitvoerbare titel, gevormd door het kohier, laat de Ontv. niet toe te ontsnappen aan de motiveringsplicht van de W 29.7.1991, vermits de titel getroffen is door een "opschorting van de tenuitvoerlegging" indien de vaststaande en zekere schuld overeenkomstig art. 410, WIB 92 op 0 F is bepaald of indien de vaststaande en zekere schuld is betaald. Wel maakt het voorhanden zijn van een uitvoerbare titel het voor de Ontv. mogelijk om zonder voorafgaande machtiging bewarend beslag te leggen (zie nr. 11).

De beslissing om waarborgen te nemen is immers een bewust gestelde handeling die de rechten of de belangen van een individu raakt.

IV. GRONDVOORWAARDEN VOOR BEWAREND BESLAG

a) Een vaststaande, zekere en opeisbare schuld

9. Ter zake wordt verwezen naar Deel II - Titel I, nrs. 1 tot 4 van de Handl.Inv.

10. Het is nu nog meer dan vroeger van belang om exact het bedrag te bepalen dat als vaststaande en zekere schuld moet worden beschouwd in de zin van art. 410, WIB 92. De ambtenaren die belast zijn met het onderzoek van bezwaarschriften of verzoeken tot ontheffing van ambtswege (alhoewel in het tweede geval daartoe geen wettelijke verplichting bestaat) worden er dan ook met aandrang eraan herinnerd dat zij dit bedrag - dat gewoonlijk "het onbetwistbaar verschuldigd gedeelte" wordt genoemd - uit eigen beweging moeten bepalen en wel overeenkomstig de regels die zijn vastgelegd in art. 410 zelf.

Ook in geval van laattijdig bezwaar moet er een onbetwistbaar verschuldigd gedeelte (OVG) worden bepaald.

De praktijk die er in bestaat voorlopige, opeenvolgende of verbeterde berichten 178 J en 178 Jbis op te maken, moet gestaakt worden en ook mag er niet worden afgezien van de opmaak van die berichten onder het voorwendsel dat het onmiddellijk eisbare gedeelte betaald is door de belastingschuldige.

Het is van kapitaal belang dat het OVG onmiddellijk wordt medegedeeld aan de Ontv. (zie nr. 3 hiervoor).

Bij het vaststellen van het OVG moet er rekening worden gehouden met de gestorte voorheffingen en voorafbetalingen.

In geval van bezwaar of van beroep is in beginsel het eisbare bedrag aan belasting, het bedrag van de belasting in hoofdsom, opcentiemen en verhoging dat verband houdt met de aangegeven inkomsten of met de inkomsten waaraan de belastingschuldige tijdens de procedure van vestiging van de belasting zijn goedkeuring heeft gehecht, maar onder aftrek van de voorheffingen en de VA die betrekking hebben op het betwiste aanslagjaar.

In geval van taxatie van ambtswege moet men zich richten naar het bedrag van de belasting in hoofdsom, opcentiemen en verhoging dat definitief is gevestigd ten laste van de belastingschuldige voor een vorig aanslagjaar (dus vóór de aanrekening van voorheffingen en VA met betrekking tot het referentie-aanslagjaar, maar rekening houdende met alle ingekohierde aanslagen, aanvankelijke en suppletieve, voor dat aanslagjaar). Het eisbare bedrag is alsdan voormeld bedrag aan belasting verminderd met de voorheffingen en de VA met betrekking tot het betwiste aanslagjaar.

b) Hoogdringendheid

11. De hoogdringendheid die voor elk bewarend beslag vereist is (art. 1413, Ger.W), moet in elk exploot van bewarend beslag verantwoord zijn.

Rechtsleer en rechtspraak zijn het erover eens dat er hoogdringendheid is wanneer de schuldeiser ernstige redenen heeft om te vrezen dat de invordering van zijn schuldvordering gevaar loopt doordat zijn schuldenaar zijn onvermogen organiseert of (nu of in de toekomst) insolvabel wordt.

Het is dus van belang dat de Ontv. aantoont dat de invordering van zijn schuldvordering, niettegenstaande de andere waarborgen die al verstrekt zijn, in gevaar lijkt, zelfs in de veronderstelling dat deze schuld wordt verminderd in het kader van de bezwaarprocedure.

Dat de invordering gevaar loopt (art. 413, WIB 92) kan ook het gevolg zijn van de noodzaak om het voorrecht van de Schatkist te handhaven (art. 422 tot 424, WIB 92) hetgeen meteen de hoogdringendheid verantwoordt.

Wanneer het bewarend beslag zonder voorafgaande machtiging van de rechter gelegd wordt, moet de beslagleggende Ontv. beoordelen of er hoogdringendheid is en moet hij zulks verantwoorden; zijn aansprakelijkheid kan dan ook in het gedrang komen (cf. Handl.Inv., Deel X - Titel V, nrs. 430 e.v. en Titel XII, nrs. 1263 e.v.).

V. VORMVEREISTEN BIJ BEWAREND BESLAG

a) Voorafgaande machtiging

12. Wanneer hij niet over een uitvoerbare titel beschikt, moet de Ontv. machtiging vragen aan de beslagrechter om bewarend beslag te kunnen leggen (cf. Handl.Inv., Deel X - Titel V, nr. 422). Indien er wel een kohier is, dus een authentieke akte bekleed met de formule van uitvoerbaarverklaring, kan de Ontv., zonder voorafgaande machtiging van de rechter, krachtens dat kohier en op grond van art. 409, WIB 92, om het even welk bewarend beslag doen leggen voor een betwiste aanslag die is opgenomen in bedoeld uitvoerbaar verklaard kohier (art. 1414, Ger.W; cf. DIRIX, E. en BROECKX, K., "Beslag" in A.P.R., nr. 705 e..v.).

b) Deurwaardersexploot

13. Bewarende beslagen worden gelegd bij deurwaardersexploot volgens regels die verschillen naargelang de aard van het beslag (art. 1424, 1432, 1445 en 1470, Ger.W).

Aangezien het bewarend beslag niet wordt voorafgegaan door een dwangbevel, dat gewoonlijk de betekening van de titel bevat, moet het exploot van bewarend beslag, buiten de vermeldingen van art. 43 en 1389, Ger.W, volgende vermeldingen bevatten :

  • de wettelijke vermeldingen aan elk beslag;
  • de vermeldingen betreffende de uitvoerbare kracht van het kohier en betreffende art. 298 en 409, WIB 92;
  • de verantwoording van de hoogdringendheid;
  • een eensluidend verklaard uittreksel uit het kohier en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring (formulieren 242C, 242.2 C, 242 C Ven., ...) (cf. Handl.Inv., Deel X - Titel V, nr. 437).


Deze inlichtingen moeten bijgevolg worden medegedeeld aan de instrumenterende deurwaarder, die in geval van onregelmatigheid aansprakelijk gesteld kan worden wanneer hij een van die vermeldingen niet overneemt.

c) Bijzonderheden voor het bewarend beslag onder derden

14. Ingevolge art. 1445, Ger.W, kan de Ontv. op grond van het kohier en de uitvoerbare kracht ervan, door een gerechtsdeurwaarder bewarend beslag onder derden doen leggen op sommen en zaken die deze derde verschuldigd is aan zijn schuldenaar (cf. Handl.Inv., Deel X - Titel V, nr. 421 en Titel XII, nr. 1418, e.v.).

Het gebruik ten bewarende titel van de in art. 164, KB/WIB 92 bedoelde notificatie 247.7 is dus uitgesloten (zie Handl.Inv., Deel X - Formulierenboek, Formulier LVI).

Het beslagexploot moet aan de beslagen schuldenaar worden aangezegd binnen acht dagen na de ontvangst ervan door de derde-beslagene (art. 1457, Ger.W; Handl.Inv., Deel X - Titel XII, nr. 1436).

VI. GELDIGHEIDSTERMIJN

15. Buiten het geval van de schorsing bedoeld in art. 1493, Ger.W, geldt een bewarend beslag gedurende drie jaren (cf. Handl.Inv., Deel X -
Titel V, nr. 440; art. 1425, 1436, 1458 en 1474, Ger.W), tenzij het wordt vernieuwd.

Wanneer het gaat om een betwiste ingekohierde aanslag, wordt het bewarend beslag nochtans niet vernieuwd, vermits het bezwaarschrift, dat wordt ingediend in de vormen en binnen de termijn van art. 366 en 371, WIB 92, en de latere gewone rechtsmiddelen een vordering over de zaak zelf uitmaken in de zin van art. 1493, Ger.W. Er wordt aan herinnerd dat de cassatietermijn en de voorziening in cassatie inzake belastingen schorsende kracht hebben krachtens de art. 300 en 386, WIB 92; de geldigheidstermijn wordt dan geschorst tot de dag waarop de beslissing definitief wordt.

Deze schorsing geldt niet automatisch inzake bewarend beslag op onroerend goed (art. 1493, tweede lid, Ger.W). Deze procedure wordt echter zelden gebruikt door de Ontv. (zie Handl.Inv., Deel X - Titel X, nrs. 953 en 954).

16. Verder wordt eraan herinnerd (cf. Handl.Inv., Deel X - Titel XII, nr. 1443) dat beslagen onder derden op door de Staat verschuldigde sommen slechts vijf jaar geldig blijven vanaf de datum van de betekening ervan (art. 105 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit gecoördineerd door KB 17.7.1991, BS 21.8.1991; Code Compt., Wetgeving, Rijkscomptabiliteit, p. 30).

VII. OMZETTING VAN EEN BEWAREND BESLAG IN EEN UITVOEREND BESLAG

a) Voorafgaande aanmaning

17. De Gew.dir.tax. moet aan de Ontv. een kopie toezenden van zijn beslissing en, in voorkomend geval, van het arrest in hoger beroep of het cassatiearrest, met aanduiding van de precieze datum waarop daarvan kennis is gegeven aan de betrokken belastingplichtige.

Na de ontvangst, zendt de Ontv. een laatste administratieve aanmaning aan de betrokken belastingplichtige. Daarbij deelt de Ontv. hem het actuele saldo mee van zijn belastingschuld in hoofdsom, kosten en interesten en verwittigt hij hem dat het bewarend beslag zal worden omgezet in uitvoerend beslag tenzij hij, voor het verstrijken van de termijnen van art. 379 en 388, WIB 92, betaalt of een rechtsmiddel tegen de beslissing instelt of tenzij er binnen dezelfde termijnen een afbetalingsovereenkomst wordt gesloten.

In afwachting dat een nieuw drukwerk wordt verspreid, kan de Ontv. gebruik maken van de modelbrief die als bijlage is toegevoegd.

b) Omzetting - geen nieuw beslag

18. Indien de belastingplichtige niet reageert op de administratieve aanmaning, die de tenuitvoerlegging wil doorzetten, doen overgaan tot de omzetting van het bewarend beslag in uitvoerend beslag zodra de directoriale beslissing in kracht van gewijsde is getreden (zie ook 410/7, Com.IB 92).

Bij toepassing van de art. 1491 en 1497, Ger.W komt de omzetting tot stand door de betekening aan de belastingschuldige van een dwangschrift en van de in kracht van gewijsde getreden beslissing alsook van een bevel om te betalen. Er is dus nooit grond tot nieuw beslag (art. 1497, eerste lid, Ger.W).

Art. 1520, tweede lid, Ger.W zoals gewijzigd door art. 13, W 14.1.1993 bepaalt evenwel dat er in geval van omzetting van bewarend beslag in uitvoerend beslag ten minste één maand moet verlopen tussen het bevel dat bedoeld wordt in art. 1497 en de verkoop.

c) Bijzonderheden voor beslag onder derden

19. Hoewel het uitvoerend beslag onder derden niet moet worden voorafgegaan door een dwangbevel (art. 1539, eerste lid, Ger.W), dient de Ontv. erover te waken dat de omzetting van het bewarend beslag onder derden in uitvoerend beslag onder derden tot stand komt door :



aan de beslagen schuldenaar een exploot te doen betekenen (dat gelijk staat met de aanzegging - art. 1539, vijfde lid, Ger.W) dat het volgende bevat :
  • een uittreksel uit het kohier en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring ervan (formulieren 242C, 242.2 C, 242 C Ven., ...) (cf. Handl.Inv., Deel X - Titel V, nr. 437);
  • de beslissing of het arrest dat in kracht van gewijsde is getreden;
  • het bevel om het actuele saldo te betalen;
  • de vermelding dat de betekening ook aan de derde-beslagene wordt gedaan met verzoek aan hem om zijn handen te ledigen ten belope van het bedrag (cf. DE LEVAL, G., Traité des saisies, Luik, 1988, nr. 281 B);




aan de derde-beslagene een exploot (tegenaanzegging - art. 1543, Ger.W) te doen betekenen dat het volgende bevat :

. de uitdrukkelijke vermelding van de omzetting van het bewarend beslag onder derden in uitvoerend beslag onder derden;

. de uitdrukkelijke aanmaning om de handen te ledigen ten belope van het actuele saldo van de belastingschuld.

Om te beantwoorden aan art. 1388, Ger.W, moet samen met deze betekening een attest worden betekend waarin de bevoegde Ger.dir.tax. bevestigt dat, bij zijn weten, de getroffen beslissing of het gevelde arrest in kracht van gewijsde is getreden (zie circ. 18.2.1994, Ci.R.14/458.788, nr. 20 in fine).

Omdat de fiscale beslissingen niet openbaar zijn, vormt het beroepsgeheim dat art. 337, WIB 92 oplegt aan alle ambtenaren van de administratie der directe belastingen, een beletsel voor de betekening van de in kracht van gewijsde getreden directoriale beslissing aan andere derden dan bepaalde openbare diensten, instellingen enz. (zie 337/4 e.v., Com.IB 92 en circ. 18.2.1994, loc.cit., nr. 20, 2de gedachtenstreepje).
20. Er wordt aan herinnerd (cf. Handl.Inv., Deel X - Titel XII, nr. 1451) dat :

  • de in art. 1541, Ger.W bedoelde verzettermijn begint te lopen vanaf de betekening die de aanzegging van het beslag aan de beslagene bevat;
  • de termijn van art. 1543, Ger.W om de handen te ledigen begint te lopen vanaf diezelfde betekening;
  • de derde-beslagene het visum van de beslagrechter mag eisen als de betekening van de aanzegging niet is kunnen gebeuren aan de persoon van de beslagene of aan zijn werkelijke of gekozen woonplaats.


VIII. BESLAGBERICHT

21. De richtlijnen van Deel X - Titel V, nrs. 346 tot 375 van de Handl.Inv. zijn van toepassing.

De aandacht wordt er nochtans op gevestigd dat de optredende deurwaarder een beslagbericht moet zenden aan de griffie van de bevoegde rechtbank (ibidem, nr. 350) binnen vierentwintig uren :

  • na de akte van bewarend beslag op roerend goed of onroerend goed of na de akte van bewarend beslag onder derden (art. 1390, Ger.W., gewijzigd door art. 1, W 14.1.1993);
  • na de akte die de omzetting van het bewarend beslag in uitvoerend beslag teweegbrengt, dus na de betekening aan de beslagen schuldenaar.


Het beslagbericht vervalt van rechtswege na verloop van drie jaren, tenzij het vernieuwd is. De schorsing van art. 1493, Ger.W is niet van toepassing op het beslagbericht. De Ontv. dient de optredende deurwaarder dan ook zo vaak als nodig uit te nodigen om het beslagbericht te vernieuwen.

IX. KANTONNEMENT

22. De Ontv. kunnen ter zake de richtlijnen in de Handl.Inv., Deel X - Titel V, nrs. 444 tot 449.2 en Titel XII, nr. 1279 consulteren.

23. Het kantonnement zoals het georganiseerd is in het Ger.W behelst :



het kantonnement - van de oorzaken van het beslag - door de beslagen schuldenaar (Handl.Inv., Deel X - Titel V, nrs. 445 tot 447)
  • hetzij ingeval bewarend beslag is gedaan of toegestaan, om het beslagene te bevrijden of het beslag te verhinderen (art. 1403, Ger.W); dit kantonnement gebeurt zonder bijzondere bestemming van de gestorte som, die dan ook, in voorkomend geval, verdeeld wordt in het kader van de evenredige verdeling (Verslag Van Reepinghen, p. 307);
  • hetzij in geval van beslag krachtens een uitvoerbare rechterlijke beslissing waartegen verzet of hoger beroep is ingesteld, alsook wanneer schorsing van die vervolgingen is bevolen (art. 1404, Ger.W); dit kantonnement heeft plaats met bijzondere bestemming van de som en geldt dan ook als "voorwaardelijke" betaling (art. 1404, tweede lid, Ger.W);
  • opmerking : voor de gevallen waarover de art. 1403 en 1404, Ger.W handelen, stelt art. 1405 een vereenvoudigde kantonnementsprocedure in; de schuldenaar die de schuld betwist waarvoor door de deurwaarder bewarend beslag zal worden gelegd, kan dat beslag voorkomen door een toereikend bedrag te consigneren in handen van de optredende gerechtsdeurwaarder, die proces-verbaal opmaakt van de bewaargeving der gelden en de gelden binnen drie dagen bij de Deposito- en Consignatiekas stort, op naam van de partij die hem de fondsen overhandigt;




het kantonnement - van het voorwerp van het beslag - dat wordt bevolen door de beslagrechter, op verzoek van de beslagene (belastingplichtige), van de derde-houder of van de beslagrechter (Ontv.) (art. 1407, Ger.W; Handl.Inv., Deel X - Titel V, nrs. 448 tot 449.2).
X. VERJARING

24. De Ontv. kunnen ter zake de richtlijnen consulteren in de Handl.Inv., Deel X - Titel XII, nrs. 1266, 1330 tot 1334 en 1427 tot 1429.

25. Het beslag, dat verjaringstuitend is, is een procedure die zich uitstrekt in de tijd zodat een nieuwe verjaring in beginsel slechts begint te lopen vanaf de dag waarop de procedure wordt verlaten of vanaf de dag waarop de procedure wordt beëindigd door de afsluiting van de evenredige verdeling of de rangregeling. Desondanks moeten de Ontv. er voor zorgen dat zij de verjaring telkens stuiten binnen vijf jaar na de vorige verjaringstuitende vervolgingsakte, dit om te voldoen aan art. 145, KB/WIB 92.

Indien de verjaring in die hypothese wordt gestuit door de betekening van een dwangbevel, moet uit het dwangbevel duidelijk blijken dat het gaat om een verjaringstuitende akte. In het exploot moet verwezen worden naar art. 145, KB/WIB 92. Het exploot mag geen dreiging met gedwongen tenuitvoerlegging bevatten en evenmin de kennisgeving in verband met de omzetting van het beslag waarvan sprake is in punt 17 tot 20, tenzij het dwangbevel eveneens tot doel heeft die omzetting kenbaar te maken.

XI. TOEPASSING VAN ART. 166 KB/WIB 92

26. De nieuwe rechtspraak heeft geen invloed op de toepassing van deze bepaling.

XII. TOEPASSING VAN ART. 434 TOT 436 WIB 92

27. In zijn arrest van 23.1.1992 in de zaak "NV General Italbe" (J.L.M.B., 1992, P. 686; Bull., nr. 734, p. 121) heeft het Hof van Cassatie gesteld dat het beslag onder derden dat de Ontv. op grond van art. 325 en 326, eerste lid, WIB legt, geen daad van tenuitvoerlegging is maar een bewarende maatregel tot bescherming van de rechten van de Schatkist.

28. Wanneer het belang van de Schatkist het vereist, kan de Ontv. aan de notaris het totaal bedrag van de betwiste belastingschulden notificeren waarvoor het OVG op nihil is vastgesteld of waarvan het OVG is betaald. De Ontv. moet in feite en in rechte motiveren dat het belang van de Schatkist de kennisgeving vereist.

In rechte moet de beslissing om te notificeren worden gemotiveerd door verwijzing naar de art. 409 en 434, WIB 92. Ze moet ook in feite worden gemotiveerd door erop te wijzen dat de vervreemding of hypothecaire aanwending van een onroerend goed als een rechtstreekse bedreiging voor de rechten van de Schatkist te aanzien is, gelet op de bepalingen van art. 7 en 8 van de Hypotheekwet.

Deze beslissing moet het voorwerp uitmaken van een schriftelijke kennisgeving over de getroffen maatregel aan de belastingschuldige(n) die terzelfder tijd wordt verzonden als de notificatie aan de notaris.

De richtlijnen vervat in nr. 21 van de circ. 14.2.1992, Ci.R.14/438.580 moeten in die zin worden aangepast.

XIII. SLOTBEMERKINGEN

29. Het leggen van bewarend beslag moet noodzakelijk bij deurwaardersexploot gebeuren. Er zal een nog nauwkeurige samenwerking vereist zijn tussen de Ontv. en de optredende deurwaarder, gelet op hun beider aansprakelijkheid in het kader van dergelijke procedures.

Er kan dan ook niet genoeg de nadruk worden op gelegd dat de Ontv. duidelijke, verzorgde en volledige richtlijnen moet geven aan de deurwaarder, zowel wat de toegezonden documenten betreft als wat de in te roepen wettelijke beschikkingen betreft. De richtlijnen van circ. 10.5.1990, Ci.D.36/413.715, nr. III, 5.1 en van Deel X - Titel III van de Handl.Inv. moeten ter zake nauwgezet worden nageleefd.

Fundamentele moeilijkheden die rijzen bij de toepassing van deze maatregelen moeten via hiërarchische weg worden meegedeeld aan het hoofdbestuur (Dir. IV/4).

Voor de Directeur-generaal :
De Eerste auditeur,


R. VERSLUYS.