Circulaire nr. Ci.RH.82/610.411 (AAFisc Nr. 24/2011) dd 29.04.2011
Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten
Directie I/5C
Circulaire nr. Ci.RH.82/610.411 (AAFisc Nr. 24/2011) dd 29.04.2011
Personenbelasting
Aangifte in de PB
Aangifteformulier
Invulling van de aangifte
Wijzigingen aan de aangifte in de PB van aj. 2011.
Aan alle ambtenaren.
1. Het formaat en het aantal blz. van de aangifte in de PB (nr. 276.1), zijnde de aan de administratie terug te bezorgen eigenlijke "Aangifte in de personenbelasting" en de door de belastingplichtige te bewaren "Voorbereiding van de aangifte" van aanslagjaar 2011 (inkomsten van het jaar 2010), zijn ongewijzigd.
2. In tegenstelling tot de voorgaande jaren zijn de bedragen vermeld in de voorbereiding en de meeste bedragen vermeld in de toelichting niet geïndexeerd. Dit is het gevolg van de inlassing door art. 4, W 21.12.2009 houdende fiscale en diverse bepalingen (BS 31.12.2009) van een § 7 in art. 178, WIB 92, die bepaalt dat de jaarlijkse indexering niet tot lagere bedragen mag leiden dan die van het jaar voordien, met uitzondering van de in de §§ 4 en 6 van datzelfde artikel bedoelde bedragen.
De bedragen bedoeld in art. 178, § 4, WIB 92 zijn de in art. 38, § 1, eerste lid, 23°, en § 4, tweede lid, 2°, en in art. 97, § 2, WIB 92 vermelde bedragen van 2.000 EUR en 100 EUR (vóór indexering) met betrekking tot de vrijstelling van de forfaitaire onkostenvergoedingen toegekend wegens het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken. Die bedragen zijn voor aj. 2011 wel "negatief" geïndexeerd (nl. van 2.248,78 respectievelijk 112,44 EUR voor aj. 2010 tot 2.234,73 respectievelijk 111,74 EUR voor aj. 2011) (zie de toelichting bij vak IV, A, 1, b, 3°, vak XV, B, 1 en vak XVIII, Voorafgaande opmerkingen, Belastingplichtigen uit de artistieke sector).
Het bedrag bedoeld in art. 178, § 6, WIB 92 is het in art. 38, § 1, eerste lid, 24°, WIB 92 vermelde maximumbedrag van 2.200 EUR (vóór indexering) van de vrijstelling van de niet-recurrente resultaatgebonden voordelen. Op grond van art. 178, § 6, WIB 92 zou dat maximumbedrag normaal "negatief" moeten worden geïndexeerd (van 2.314 EUR voor aj. 2010 tot 2.299 EUR voor aj. 2011). In het addendum van 22.3.2010 aan circ. Ci.RH.242/602.723 van 27.1.2010 is evenwel gesteld dat de administratie zich aansloot bij het standpunt van de RSZ om een onderscheid te maken tussen systemen opgestart vóór 1 oktober 2009, waarvoor het hogere grensbedrag van 2009 van toepassing zou blijven (2.314 EUR), en systemen opgestart vanaf 1 oktober 2009, waarvoor het "negatief" geïndexeerde grensbedrag van 2010 zou gelden (2.299 EUR). Om pragmatische redenen heeft de administratie echter uiteindelijk beslist om voor aj. 2011 maar één enkel grensbedrag toe te passen, nl. het hoogste (2.314 EUR).
3. De "Voorbereiding van de aangifte" van aj. 2011 is inhoudelijk op de volgende punten gewijzigd:
a) vak IV, B, 1, b, C, 2, D, 1, a, 2°, D, 1, b, 2°, D, 5 en E, 2, b: inlassing van nieuwe rubrieken voor het vermelden van de in art. 31, tweede lid, 4°, WIB 92 bedoelde vervangingsinkomsten van de maand december die door een overheid voor de eerste maal tijdens diezelfde maand zijn betaald in plaats van tijdens de maand januari van het volgende jaar, en die belastbaar zijn tegen de gemiddelde aanslagvoet m.b.t. het geheel van de gezamenlijk belastbare inkomsten van het belastbare tijdperk, tenzij de volledige globalisatie voordeliger is (cf. art. 171, 6°, vierde streepje, WIB 92, zoals vervangen door art. 25, W 29.12.2010 houdende diverse bepalingen (I) - BS 31.12.2010);
b) vak VII, 4: schrapping van de woorden "jonger dan 12 jaar" ingevolge de verhoging van de leeftijdsgrens van 12 tot 18 jaar voor de aftrek van de uitgaven voor kinderopvang als het gaat om kinderen met een zware handicap (1) (cf. art. 113, § 1, tweede en derde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 119, Programmawet 23.12.2009 - BS 30.12.2009);
(1) Merk op dat de in art. 113, § 1, derde lid, WIB 92 vermelde notie "kind met zware handicap" verschilt van de in art. 135, WIB 92 vermelde notie "gehandicapt".
c) vak IX, F: toevoeging van een regel voor het vermelden van het totale bedrag dat op 1 januari van het belastbare tijdperk in het kader van één of meer geregistreerde renovatieovereenkomsten ter beschikking was gesteld, met het oog op de berekening van de belastingvermindering voor renovatieovereenkomsten ingevoerd door de art. 3.1.3 tot 3.1.9, D 27.3.2009 van het Vlaamse Gewest betreffende het gronden pandenbeleid (BS 15.5.2009) (2);
(2) De belastingvermindering voor bedragen ter beschikking gesteld in het kader van geregistreerde renovatieovereenkomsten bedraagt 2,5% van het rekenkundig gemiddelde - met een maximum van 25.000 EUR per belastingplichtige - van alle ter beschikking gestelde bedragen op 1 januari en 31 december van het belastbare tijdperk. Aangezien deze maatregel pas op 1.9.2009 in werking is getreden, waren er op 1.1.2009 nog geen geregistreerde renovatieovereenkomsten gesloten. Voor aj. 2010 bedroeg de belastingvermindering dan ook 2,5% van het totaal - met een maximum van 25.000 EUR - van de op 31.12.2009 ter beschikking gestelde bedragen (cf. art. 3.1.8, §§ 2 en 3, D 27.3.2009 van het Vlaamse Gewest betreffende het gronden pandenbeleid).
d) vak IX, G, 1, b, 1°: in de rubriek van de in 2010 betaalde energiebesparende uitgaven
m.b.t. een minder dan 5 jaar in gebruik genomen woning zijn de in art. 145^24, § 1, eerste lid, 1° en 4° tot 7°, WIB 92 vermelde uitgaven niet meer opgenomen ingevolge de schrapping van de belastingvermindering voor de desbetreffende uitgaven die werkelijk zijn betaald vanaf 1.1.2010 en die betrekking hebben op een woning die bij de aanvang der werken nog geen 5 jaar in gebruik was genomen (cf. art. 145^24, § 1, tweede lid, c, WIB 92, ingevoegd door art. 121, a, Programmawet 23.12.2009);
e) vak IX, G, 1, b, 2° en G, 2, b: herschikking van de opgesomde werken, respectievelijk aanpassing van de formulering ingevolge de uitbreiding van het aantal categorieën van uitgaven die in aanmerking kunnen komen voor de omzetting in een terugbetaalbaar belastingkrediet; naast de vanaf 1.1.2009 betaalde uitgaven bedoeld in art. 145^24, § 1, eerste lid, 5°, WIB 92 kunnen nu ook de vanaf 1.1.2010 betaalde uitgaven bedoeld in art. 145^24, § 1, eerste lid, 1°, 4°, 6° en 7°, WIB 92 voor de omzetting van de belastingvermindering in een terugbetaalbaar belastingkrediet in aanmerking komen (cf. art. 156bis, eerste lid, 3°, WIB 92, ingevoegd door art. 124, b, Programmawet 23.12.2009);
f) vak IX, G, 1, c: inlassing van een nieuwe rubriek voor het vermelden van de overgedragen verminderingen voor energiebesparende uitgaven die reeds in 2009 zijn betaald met betrekking tot een woning die bij de aanvang der werken 5 jaar of langer in gebruik was genomen (cf. art. 145^24, § 1, vijfde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 4, 2°, Economische Herstelwet 27.3.2009 - BS 7.4.2009);
g) vak IX, H: naast de (louter formele) vervanging van het begrip "passiefhuizen" door "passiefwoningen" zijn 2 regels toegevoegd als gevolg van de invoering van, enerzijds, een belastingvermindering voor lage energiewoningen, en, anderzijds, een belasting- vermindering voor nulenergiewoningen (cf. art. 145^24, § 2, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 121, d tot h, Programmawet 23.12.2009);
h) vak IX: schrapping van de rubriek "Belastingvermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Startersfonds" als gevolg van het feit dat er in 2010 geen obligaties van dat fonds zijn uitgegeven;
i) vak IX, M: inlassing van een nieuwe rubriek voor het vermelden van de belastingvermindering voor de verwerving van aandelen van erkende ontwikkelingsfondsen voor microfinanciering in ontwikkelingslanden (cf. art. 145^32, WIB 92, ingevoegd door art. 4, W 1.6.2008 houdende de invoering van een belastingvermindering voor aandelen in ontwikkelingsfondsen voor microfinanciering in ontwikkelingslanden en houdende de vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning als ontwikkelingsfonds - BS 4.7.2008 - en vervangen door art. 2, W 21.12.2009 houdende fiscale en diverse bepalingen) (3);
(3) Hoewel art. 145^32, WIB 92 reeds op 4.7.2008 in werking is getreden, kan de desbetreffende belastingvermindering pas vanaf aj. 2011 worden toegepast daar de eerste ontwikkelingsfondsen pas met ingang van 1.1.2010 zijn erkend.
j) vak IX, N: inlassing van een nieuwe rubriek voor het vermelden van de belastingvermindering voor uitgaven voor de verwerving van een nieuwe elektrische personenauto, auto voor dubbel gebruik, minibus, motorfiets, driewieler of vierwieler (cf. art. 145^28,
§§ 1 en 2, WIB 92, ingevoegd door art. 20, W 22.12.2009 houdende fiscale en diverse bepalingen - BS 31.12.2009 - en gewijzigd, wat § 1 betreft, door art. 123, 1° tot 3°, Programmawet 23.12.2009. Zie ook art. 63^13, KB/WIB 92, ingevoegd door art. 1, KB 8.3.2010 tot wijziging van het KB/WIB 92 inzake de belastingvermindering voor de uitgaven met het oog op de verwerving in nieuwe staat van een elektrisch voertuig - BS 12.3.2010);
k) vak IX, O: inlassing van een nieuwe rubriek voor het vermelden van de belastingvermindering voor uitgaven voor de installatie van een oplaadpunt voor elektrische voertui gen aan de buitenkant van een woning (cf. art. 145^28, § 3, WIB 92, ingevoegd door art. 123, 4°, Programmawet 23.12.2009);
l) vak XIV, A, 2, d: herschikking van bepaalde verplicht aan te geven interesten en dividenden als gevolg van de uitsluiting van de berekeningsgrondslag van de aanvullen- de gemeente- en agglomeratiebelastingen, van de belasting op de werkelijk afzonderlijk belaste interesten en dividenden uit beleggingen en investeringen in andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte die zijn geïnd of ontvangen in het buitenland zon der de tussenkomst van een in België gevestigde tussenpersoon (cf. art. 466, tweede lid, WIB 92, ingevoegd door art. 39, 2°, W 14.4.2011 houdende diverse bepalingen - BS 6.5.2011);
m) vak XV, B, 1 en 6: schrapping van de voor aj. 2011 overbodig geworden aanduidingen betreffende het gedeelte van het jaar 2009 waarin meerwaarden op aandelen die zijn verwezenlijkt buiten de uitoefening van een beroepswerkzaamheid en buiten het norma le beheer van een privé-vermogen belastbaar waren op grond van, art. 90, 1°, WIB 92 (meerwaarden verwezenlijkt van 1 tot 11.1.2009), en art. 90, 9°, eerste streepje, WIB 92 (meerwaarden verwezenlijkt vanaf 12.1.2009).
4. In de toelichting zijn de passages die wezenlijke wijzigingen hebben ondergaan, in de rand met een rode verticale stippellijn gemerkt; zij hebben hoofdzakelijk betrekking op de hierboven besproken aanpassingen.
Daarnaast wordt de aandacht nog gevestigd op de volgende punten:
a) vak IV, A, 12, b: inlassing van een verduidelijking: de vrijstelling van de werkgevers- tussenkomsten in de aankoopprijs van een privé-pc en randapparatuur geldt slechts één maal per drie jaar (art. 38, § 1, eerste lid, 17°, WIB 92, zoals vervangen door art. 40, W 6.5.2009 houdende diverse bepalingen - BS 19.5.2009);
b) vak VII, 2: inlassing van een verduidelijking: het feit dat er voor het jaar van de feitelijke scheiding nog een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, vormt op zich geen beletsel meer voor de aftrek van de onderhoudsuitkeringen die in dat jaar, vanaf de datum van de feitelijke scheiding zijn betaald aan de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, met dien verstande dat die uitkeringen ook in aanmerking moeten worden genomen voor de vaststelling van het belastbare inkomen van die echtgenoot of partner (cf. circ. Ci.RH.26/592.612 van 29.6.2010);
c) vak IX, G, Algemene voorwaarden: aanpassing van de tekst m.b.t. de documenten die een belastingplichtige die aanspraak maakt op de vermindering voor energiebesparende uitgaven ter beschikking moet houden van de administratie, enerzijds, wanneer een fac tuur op werken van verschillende aard betrekking heeft, en, anderzijds, wanneer de ver mindering verbonden is aan de voorwaarde dat de woning bij de aanvang der werken ten minste 5 jaar in gebruik moet zijn genomen als woning (cf. art. 63^11, § 2, KB/WIB 92, zoals vervangen door art. 2, 1°, KB 10.9.2010 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven in een woning - BS 22.9.2010);
d) vak IX, G, 1 en 2: inlassing van de volgende verduidelijkingen:
- om te bepalen of energiebesparende uitgaven op één, dan wel op meer dan één woning betrekking hebben, moeten zowel de in 2009 gedane uitgaven waarvoor de belastingplichtige nog recht heeft op een overgedragen vermindering, als de in 2010 gedane uitgaven in aanmerking worden genomen;
- medehuurders die een woning huren in ongelijke verhoudingen, moeten hun aandeel in de woning bepalen op basis van de juridische en feitelijke omstandigheden (cf. circ. Ci.RH.331/554.678 van 22.9.2009, nrs. 44 tot 46);
- personen die alleen worden belast, maar die energiebesparende uitgaven hebben gedaan samen met een andere persoon, mogen in hun aangifte slechts het door hen persoonlijk betaalde bedrag of hun persoonlijk aandeel in het gezamenlijk betaalde bedrag vermelden;
e) vak IX, K: inlassing van een verduidelijking: medehuurders die een woning huren in ongelijke verhoudingen moeten het maximumbedrag van 500 EUR per woning (vóór indexering) beperken in verhouding tot hun aandeel in de woning, dat op basis van de juridische en feitelijke omstandigheden is bepaald;
f) vak X: aanpassing van de periode waarin de uitgaven betaald voor de aankoop van een erkend pakket "Internet voor iedereen II" (ook "Start2surf@home" genoemd) in aanmerking komen voor een belastingkrediet, ingevolge de verlenging van die periode (die oorspronkelijk slechts liep van 1.5.2009 tot 30.4.2010) tot 31.12.2010 (cf. art. 43, W 6.5.2009 houdende diverse bepalingen, zoals gewijzigd door art. 2, W 30.4.2010 tot wijziging van de W 6.5.2009 houdende diverse bepalingen wat het verder stimuleren van computerbezit betreft - BS 11.5.2010);
g) vak XVI, 3: aanpassing van de revalorisatiecoëfficiënt die geldt voor de vaststelling van het gedeelte van de huurinkomsten dat overeenkomstig art. 32, tweede lid, 3°, WIB 92 als een bezoldiging van bedrijfsleider moet worden aangemerkt; voor aj. 2011 bedraagt die coëfficiënt 3,87 (cf. art. 1, KB/WIB 92, zoals gewijzigd door art. 1, KB 11.2.2010 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens - BS 19.2.2010);
h) vak XVI, 9: verlaging van het percentage (van 5 pct. naar 3 pct.) en van het maximum- bedrag (van 2.592,50 EUR naar 1.555,50 EUR vóór indexering) van de forfaitaire beroepskosten die met ingang van aj. 2011 van toepassing zijn op de bezoldigingen van bedrijfsleiders (cf. art. 51, tweede lid, 2°, en derde lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 115, 1°, respectievelijk 2°, Programmawet 23.12.2009);
i) vak XVII, Voorafgaande opmerkingen, Belastingplichtigen uit de landbouwsector, 2 en vak XXI, Voorafgaande opmerkingen, 2: tekstaanpassingen ingevolge de wijziging van de art. 25, 6°, a, en 28, eerste lid, 3°, a, WIB 92 door art. 32, respectievelijk 33, W 14.4.2011 houdende diverse bepalingen; die wijzigingen strekken ertoe de in bovenvermelde bepalingen van het WIB 92 voorkomende verwijzingen naar art. 15, KB 2.10.1996, art. 15, B 19.12.2002 van de Waalse regering en art. 15, B 13.6.2003 van de Vlaamse regering, betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten, te vervangen door "dynamische" verwijzingen naar de desbetreffende federale en gewestelijke reglementeringen;
j) vak XVII, 2 en 9: tekstinlassingen m.b.t. de "terugname" van de voor aj. 2010 toegekende tijdelijke vrijstelling van de opbrengsten voortvloeiend uit geboekte minderwaarden op passiefbestanddelen ingevolge de homologatie van een reorganisatieplan of de vaststelling van een minnelijk akkoord door de rechtbank (cf. art. 27/1, § 2, twee de lid, KB/WIB 92, ingevoegd door art. 1, KB 9.7.2010 betreffende de toepassingsmoda liteiten van de vrijstelling van de minderwaarden bedoeld in art. 48/1, WIB 92 - BS 16.7.2010);
k) vak XVII, 9: tekstinlassing m.b.t. de verantwoordingsstukken die moeten worden verstrekt in het kader van de vrijstelling van de opbrengsten voortvloeiend uit geboekte minderwaarden op passiefbestanddelen ingevolge de homologatie van een reorganisatieplan of de vaststelling van een minnelijk akkoord door de rechtbank (cf. art. 27/1,
§ 1, § 2, eerste lid, 3° en 4°, en § 3, KB/WIB 92, ingevoegd door art. 1, KB 9.7.2010 betreffende de toepassingsmodaliteiten van de vrijstelling van de minderwaarden bedoeld in art. 48/1, WIB 92);
l) vak XVII, 13 en vak XVIII, 13: wijziging van de percentages van de investeringsaftrek (cf. Bericht in verband met de investeringsaftrek - BS 25.2.2010);
m) vak XVII, 13: tekstaanpassing ingevolge de verhoging van de investeringsaftrek met 10 percentpunten voor investeringen in oplaadstations voor elektrische voertuigen (cf. art. 69, § 1, eerste lid, 2°, e, WIB 92, ingevoegd door art. 118, Programmawet 23.12.2009).
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit dd.:
De Directeur,
S. QUINTENS
