Circulaire nr. Ci.RH.243/605.796 (AAFisc Nr. 1/2011) dd. 11.01.2011

Algemene Administratie van de FISCALITEIT Centrale Diensten

Directie I/3

Circulaire nr. Ci.RH.243/605.796 (AAFisc Nr. 1/2011) dd. 11.01.2011

Personenbelasting

Kunstwerk

Onroerend goed gebruikt voor een beroepswerkzaamheid

Afschrijving

Afschrijvingspercent

Kunstwerken ingewerkt in ondernemingsgebouwen afschrijvingen.

Aan alle ambtenaren van de sector Directe Belastingen (taxatie).

1. Het in nr. 61/233 Com.IB 92 beoogde bijzondere afschrijvingsstelsel met betrekking tot half-verheven en verheven beeldhouwwerken, fresco’s, beelden of andere kunstwerken die zijn uitgevoerd door in België verblijvende kunstenaars en zijn ingewerkt in op te richten ondernemingsgebouwen, stelt dat de aanschaffingsprijs van die kunstwerken in één of meer keren mag worden afgeschreven tot beloop van 2% van de aanschaffingswaarde van het beroepsgedeelte van het nijverheids- of handelsgebouw waarin ze zijn ingewerkt (het eventuele overschot wordt afgeschreven tegen hetzelfde percentage als het gebouw).

2. De Europese Commissie heeft op 3.6.2010 aan de Belgische autoriteiten een ingebrekestelling toegezonden (nr. 2009/4293) waarin ze stelt dat die onderrichting moge- lijks in strijd is met de verplichtingen van de artikelen 49, 56 en 63 van het Verdrag betref- fende de werking van de Europese Unie en van de artikelen 31, 36 en 40 van de Overeen- komst betreffende de Europese Economische Ruimte, inzonderheid wegens het feit dat ze niet van toepassing is op kunstwerken die gemaakt zijn door kunstenaars die niet in België verblijven.

Tezelfdertijd herinnert de Europese Commissie eraan dat kunstwerken, bij toepassing van artikel 61 van het WIB 92, in principe niet afschrijfbaar zijn (zie eveneens nr. 61/58 Com.IB 92).

3. Na onderzoek is aan de Europese Commissie medegedeeld dat de beoogde administratieve bepaling, die in 1953 werd ingesteld en in 1965 werd vervolledigd, niet lan- ger zal worden gehandhaafd en dat de specifieke afschrijvingsregels die zijn uiteengezet in nr. 61/233 Com.IB 92, zullen vervangen worden door de gebruikelijke regels die van toepas- sing zijn inzake afschrijvingen van gebouwen, zodanig dat de afschrijvingsregels van kunst- werken die in ondernemingsgebouwen zijn ingewerkt, eenvormig zijn, ongeacht of de kunst- werken zijn uitgevoerd door kunstenaars die in België verblijven of niet.

4. Dientengevolge:

- wordt de in nr. 61/233 Com.IB 92 beoogde bepaling geschrapt, en dit met ingang van 1 januari 2011;

- zullen de kunstwerken die in ondernemingsgebouwen zijn ingewerkt, vanaf diezelfde datum worden afgeschreven tegen hetzelfde percentage als het gebouw waarin ze zijn in- gewerkt.

5. Het spreekt voor zich dat de kunstwerken die geen integrerend deel uitmaken van de ondernemingsgebouwen waarin ze geplaatst zijn, bij voortduur niet afschrijfbaar blij- ven (cf. nr. 61/58, Com.IB 92).

6. De Com.IB 92 zal eerlang worden aangepast in de zin van wat voorafgaat.

NAMENS DE MINISTER:

Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d.,

J. VANHOUTTE

Directeur