Circulaire nr. Ci.RH.231/543.949 (AOIF 2/2005) dd. 12.09.2007

CIRC 12.09.07/1

Circulaire nr. Ci.RH.231/543.949 (AOIF 2/2005) dd. 12.09.2007


DIVIDEND
Interest van voorschotten

GELDLENING AAN EEN VENNOOTSCHAP
Kwalificatie als een geldlening

INTEREST VAN VOORSCHOTTEN
Herkwalificatie van interesten als dividenden

VOORSCHOT
Geldlening aan een vennootschap


De toepassing van art. 18, tweede lid, WIB 92, op bedragen die geboekt zijn op de rekening courant werd bevestigd door het arrest van het Hof van Cassatie van 16.11.2006.

ADDENDUM
bij de circulaire van 11.1.2005, zelfde nummer


Aan alle ambtenaren van de niveaus A tot C.

1. Deze circulaire vervolledigt de commentaar die betrekking heeft op de draagwijdte van art. 18, tweede lid, WIB 92.

2. Vooreerst wordt ter herinnering verwezen naar de antwoorden die zijn verstrekt :

  • op de parlementaire vraag nr. 628 van 27.1.2005, gesteld door de heer Volksvertegenwoordiger Pinxten (Bulletin "Vragen en antwoorden", Kamer, 2004-2005, nr. 66 van 21.2.2005, blz. 10631 tot 10633);
  • op de mondelinge parlementaire vraag nr. 6800 van 31.5.2005, gesteld door de heer Volksvertegenwoordiger Chabot (Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, CRABV 51 COM 622, blz. 3-5).
3. Bovendien heeft het Hof van Cassatie in haar arrest van 16.11.2006 geoordeeld dat :

  • onder de term "geldlening" in de zin van art. 18, tweede lid, WIB 92, ook kan worden verstaan een inschrijving op de rekening-courant van de aandeelhouder of van de persoon die de in dat artikel bedoelde opdracht of functies uitoefent;
  • het arrest dat beschouwt dat deze term niet kan worden uitgebreid tot "de verrichtingen verwezenlijkt binnen het kader van een rekening-courant" en omwille van dit motief beslist dat de administratie niet bij rechte was om de interesten in dividenden te herkwalificeren, art. 18, WIB 92, schendt.
4. De herkwalificatie van interesten in dividenden kan derhalve worden toegepast op de interesten van een vordering die op de rekening-courant ingeschreven is en die overeenstemt met het saldo van de aankoopprijs van een goed en waarbij het saldo ter beschikking van de vennootschap wordt gesteld; van zodra dat de verkoper met de verwervende vennootschap overeenkomt om haar gelden ter beschikking te stellen, leent hij haar geld uit.

5. Het Hof van Beroep te Antwerpen heeft zich over de toepassing van art. 18, tweede lid, WIB 92, in diezelfde zin uitgesproken in het geval van een schuld die is ingeschreven op de rekening-courant en die overeenstemt met de aanschaffingsprijs van aandelen van een derde vennootschap. In haar arrest van 2.5.2006, dat het vonnis van 25.6.2003 van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen bekrachtigt, stelt het Hof van Beroep dat uit het feit dat de betaling van de verkoopprijs tussen de partijen werd uitgesteld, terecht wordt afgeleid dat het de werkelijke bedoeling van de partijen is om, benevens de eigendomsoverdracht van de betreffende aandelen, de verkoopprijs onmiddellijk ter beschikking te stellen van de verwervende vennootschap bij wijze van een lening op interest.

6. Derhalve kan niet worden aanvaard dat de bepalingen van art. 18, tweede lid, WIB 92, in geen enkel geval toegepast kunnen worden op interesten van bedragen die zijn ingeschreven op rekening-courant.

7. De gegrondheid van de inzonderheid in de circulaire van 11.1.2005, zelfde referte uiteengezette benadering werd door het Hof van Cassatie bevestigd.

8. Van zodra dat uit een overeenkomst blijkt dat gelden ter beschikking van de vennootschap werden gesteld of gelaten bij wijze van een inschrijving op de rekening-courant, kan er sprake zijn van een geldlening zoals bedoeld in art. 18, tweede lid, WIB 92.

Vormen derhalve niet ipso facto een beletsel voor het bestaan van een geldlening zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid, WIB 92, noch de specifieke werkwijze van de rekening-courant, noch het feit dat de inschrijving van een bedrag op een dergelijke rekening in verband zou kunnen worden gebracht met een bepaalde economische verrichting (bijvoorbeeld : verwerving van een goed door de vennootschap).

9. Het doorslaggevend element bij de beoordeling van het al dan niet bestaan van een geldlening is de aanwezigheid van de wil van een partij om de vrije beschikking over gelden aan de andere partij te laten, die aanvaardt (zie inzonderheid in die zin het voormelde arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 2.5.2006).

10. De principes en onderzoeksdaden uiteengezet in de nrs. 10 tot 17 van de voormelde circulaire van 11.1.2005 zijn in overeenstemming met de hiervoor aangehaalde rechtspraak en blijven van toepassing.

Er is hier sprake van een rechtsvraag waarvan de interpretatie nu geschetst is, inzonderheid ingevolge de verduidelijking door het Hof van Cassatie.

NAMENS DE MINISTER :
Voor de administrateur
Kleine en Middelgrote Ondernemingen :

De Eerste attaché van financiën,De Eerste attaché van financiën,
M. DE KEYSERD. DELVAUX