Circulaire nr. AFZ/2003-0493 (AFZ 10/2003) dd. 18.06.2003
CIRC 10/2003
Circulaire nr. AFZ/2003-0493 (AFZ 10/2003) dd. 18.06.2003
EERSTE COMMENTAAR BETREFFENDE VERSCHEIDENE GEPUBLICEERDE KONINKLIJKE BESLUITEN INZAKE BTW
Aan alle ambtenaren van de niveau's 1, B, C en D van de sector BTW 1. Inleiding
In het Belgisch Staatsblad werden volgende koninklijke besluiten gepubliceerd :
2. Koninklijk besluit van 27 maart 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 13 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor tabaksfabrikaten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde
De aanpassing heeft tot doel de eventuele teruggaaf van de niet verschuldigde BTW te laten verlenen door de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, in plaats van deze bevoegdheid toe te kennen aan de ontvanger der Douane en Accijnzen.
Dit besluit treedt in werking op 14 april 2003.
3. Koninklijk besluit van 27 december 2002 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven
Rubriek X, tweede lid, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake BTW-tarieven wordt gewijzigd in die zin dat de levering van dranken met uitzondering van de bieren met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5 % vol. en van andere dranken met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2 % vol. voortaan onderworpen is aan het verlaagd BTW-tarief van 6 pct.
Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2003.
Deze tariefverlaging kadert in de maatregelen die de Ministerraad op 30 maart 2001 heeft goedgekeurd om bij de verbruikers en de producenten een ander gedragspatroon teweeg te brengen op het vlak van milieubescherming. Die maatregelen, die een algemene verlaging inhouden van de BTW en van sommige accijnzen op dranken, met uitsluiting van alcoholische dranken, hebben onder meer betrekking op drankverpakkingen. Er worden ecobonussen ingevoerd voor herbruikbare verpakkingen en een verpakkingsheffing voor wegwerpverpakkingen. In dat verband wordt verwezen naar de Wet van 30 december 2002 houdende diverse fiscale bepalingen op het stuk van milieutaksen en ecobonussen (Belgisch Staatsblad van 17 april 2003) en het koninklijk besluit van 30 december 2002 tot vaststelling van de regels voor de toepassing van de vrijstelling van de verpakkingsheffing, voorzien in artikel 371, § 3, 3°, van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur (Belgisch Staatsblad van 30 april 2003).
4. Koninklijk besluit van 28 januari 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 23 van 29 december 1992 tot regeling van de toepassingsmodaliteiten van artikel 53quinquies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
Aan de jaarlijkse opgave van de BTW- belastingplichtige afnemers aan wie goederen en diensten werden geleverd tijdens het voorbije jaar werd een nieuwe lay-out toegekend opdat de gegevens van het formulier door de scanner zouden kunnen worden gelezen en verwerkt.
Overeenkomstig artikel 1, eerste lid van voornoemd koninklijk besluit nr. 23 moet bedoelde opgave voor iedere belastingplichtige afnemer voortaan de volgende gegevens bevatten :
Ook de belastingplichtigen die geen enkele handeling hebben verricht die in de opgave moet worden vermeld, moeten bedoelde opgave tijdig, d.w.z. vóór 31 maart indienen.
Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003.
5. Koninklijk besluit van 27 maart 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 24 van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde
Artikel 15 van het koninklijk besluit nr. 24 bepaalt op welke wijze de voldoening van de terzake van invoer verschuldigde BTW wordt vastgesteld op de aangifte voor het verbruik.
Ingevolge wijzigingen in het geautomatiseerd systeem van geldigverklaring van aangiften voor het verbruik in de douanekantoren diende artikel 15 van voornoemd koninklijk besluit te worden aangepast. In de oude tekst van voornoemde bepaling werd nog een onderscheid gemaakt naargelang de kwijting van de betaalde BTW werd verleend met een geautomatiseerd systeem van het type MICROCOMPUTER, COMPTABIL of SADBEL. In artikel 15 werd tevens vermeld welke gegevens door elk van die systemen worden afgedrukt in vak B van de aangifte voor het verbruik.
Er werd evenwel vastgesteld dat de gegevens die die afdruk volgens voormeld artikel zou bevatten niet meer volledig overeenstemmen met de gegevens die door de Administratie der douane en accijnzen daadwerkelijk worden afgedrukt in vak B van de aangiften voor het verbruik.
Bovendien zullen in de toekomst alle douanekantoren die thans zijn uitgerust met microcomputers worden aangesloten op de centrale computer zodat er alleen nog maar SADBEL-kantoren bestaan. De kwitantie voor de voldoening van de belasting wordt zowel voor de aangiften van het SADBEL-systeem als voor de manueel opgestelde aangiften door middel van het SADBEL-systeem afgedrukt.
Dit besluit treedt in werking op 4 april 2003.
6. Koninklijk besluit van 3 mei 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 47 van 25 februari 1996 tot regeling van de controle van de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde verschuldigd ter zake van de levering, intracommunautaire verwerving en invoer van vervoermiddelen, in de zin van artikel 8bis, § 2, 1°, van het Wetboek
Artikel 53nonies, § 1, van het BTW-Wetboek stelt dat de Koning de regels bepaalt met betrekking tot de aangifte en de betaling van de belasting verschuldigd terzake van de in artikel 53ter, 1°, uitgesloten intracommunautaire verwervingen van nieuwe vervoermiddelen en § 2 stelt dat Hij iedere andere maatregel neemt met het oog op de controle en de betaling van de belasting verschuldigd terzake van de levering, de invoer of de intracommunautaire verwerving van een vervoermiddel.
De uitvoeringsmodaliteiten van artikel 53nonies, § 2, van het BTW-Wetboek worden geregeld in het koninklijk besluit nr. 47 dat betrekking heeft op de nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek.
Ingevolge voornoemde bepaling worden als vervoermiddelen onder meer aangemerkt de voor het personen- of goederenvervoer bestemde schepen met een lengte van meer dan 7,5 meter (lengte over alles).
Artikel 4 van genoemd koninklijk besluit bepaalt thans dat elke aanvraag om uitreiking van een Belgische vlaggenbrief voor een schip dient vergezeld te zijn van een door de Belgische douane uitgereikt attest dat het communautair karakter van het schip vastlegt wanneer de persoon op wiens naam de aanvraag van de vlaggenbrief is opgesteld, op grond van artikel 51 of in uitvoering van artikel 52, § 1, van het Wetboek, gehouden is tot voldoening van de belasting verschuldigd terzake van de intracommunautaire verwerving of de invoer van het schip in België.
Er wordt een Belgische vlaggenbrief uitgereikt aan elke inwoner van de Europese Gemeenschap die erom verzoekt, ongeacht de nationaliteit of woonplaats (binnen de Gemeenschap) van de verzoeker en ongeacht het feit of het vaartuig zijn thuishaven in België zal hebben.
Hierbij bestaat thans de kans dat een vlaggenbrief wordt uitgereikt zonder betaling van Belgische BTW (om reden dat er in België geen invoer noch een intracommunautaire verwerving heeft plaatsgevonden) maar evenmin zonder betaling van de BTW in de Lidstaat van bestemming van het vaartuig vermits deze Lidstaat er niet van op de hoogte is dat het pleziervaartuig zich op haar grondgebied bevindt.
De nieuwe regeling voorziet dat voortaan elke aanvraag om uitreiking van een Belgische vlaggenbrief voorafgaandelijk moet worden geviseerd door de Belgische douane wanneer het schip hetzij buiten de Gemeenschap wordt aangekocht en daarna ingevoerd hetzij in de Gemeenschap wordt aangekocht.
De Federale Overheidsdienst Financiën zal door de nieuwe regeling kennis hebben van nagenoeg het volledige aantal aanvragen voor een vlaggenbrief. De douanediensten kunnen aldus de verschuldigde BTW n.a.v. de intracommunautaire verwerving of de invoer in België blijven innen. In alle andere gevallen (bvb. levering in een andere Lidstaat zonder dat het vaartuig deze Lidstaat verlaat, intracommunautaire verwerving of invoer in een andere Lidstaat) zal systematisch worden overgegaan tot een spontane gegevensuitwisseling met de andere Lidstaten.
Ook artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 47 werd gewijzigd. Ingevolge voornoemde bepaling moet ieder persoon die overeenkomstig de terzake geldende reglementeringen in België een landvoertuig op zijn naam laat inschrijven, een Belgisch inschrijvingsbewijs voor een luchtvaartuig of een Belgische vlaggenbrief op zijn naam heeft ontvangen, gedurende een periode van tien jaar te rekenen vanaf de inschrijving van het vervoermiddel of de uitreiking van de vlaggenbrief kunnen aantonen dat de fiscale verplichtingen ten aanzien van dat goed zijn nageleefd op ieder verzoek van de ambtenaren bevoegd voor de controle hiervan. Vroeger diende dit te gebeuren op het BTW-controlekantoor in het ambtsgebied waarin hij zijn woonplaats of maatschappelijke zetel had. Deze beperking van de plaats waar betrokkene de naleving van zijn fiscale verplichtingen moet kunnen aantonen wordt opgeheven.
Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2003.
7. Koninklijk besluit van 1 april 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 54 van 25 februari 1996 met betrekking tot de andere regeling van entrepot van douane-entrepot bedoeld in artikel 39quater van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
In de bijlage bij bovengenoemd koninklijk besluit nr. 54 ter uitvoering van artikel 39quater van het BTW-Wetboek werden een aantal wijzigingen aangebracht.
Vooreerst wordt beleggingsgoud als bedoeld in artikel 1, § 8, van het BTW-Wetboek, waarvoor sinds 1 januari 2000 een bijzondere vrijstellingsregeling van kracht is (z. artikel 44bis van het BTW-Wetboek) uitgesloten als goed dat onder de andere regeling van entrepot dan douane-entrepot kan worden geplaatst.
Vervolgens werden ook een aantal goederen toegevoegd in de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 54.
De toepassing van de regeling BTW-entrepot ten aanzien van goederen die niet worden ingevoerd, is beperkt tot de goederen die zijn vermeld in die bijlage. De bedoelde regeling die een BTW-vrijstelling inhoudt, en als dusdanig een uitzondering vormt op het principe van heffing van de BTW, is essentieel ontworpen voor goederen die ergens opgeslagen worden en die het voorwerp uitmaken van kettingverkopen of die op internationale termijnmarkten worden verhandeld door niet in België gevestigde personen die niet altijd voor de BTW zijn geïdentificeerd.
Volgende goederen werden toegevoegd : tellurium, selenium, iridium, ruthenium, kobalt, bismut, cadmium, antimoon en germanium.
Dit besluit treedt in werking op 15 april 2003 met uitzondering van de bepalingen inzake het goud die in werking treden op 1 januari 2000.
NAMENS DE MINISTER :
De adjunct-administrateur-generaal,
Paul NECKEBROECK
Circulaire nr. AFZ/2003-0493 (AFZ 10/2003) dd. 18.06.2003
EERSTE COMMENTAAR BETREFFENDE VERSCHEIDENE GEPUBLICEERDE KONINKLIJKE BESLUITEN INZAKE BTW
Aan alle ambtenaren van de niveau's 1, B, C en D van de sector BTW 1. Inleiding
In het Belgisch Staatsblad werden volgende koninklijke besluiten gepubliceerd :
- het koninklijk besluit van 27 maart 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 13 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor tabaksfabrikaten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 4 april 2003);
- het koninklijk besluit van 27 december 2002 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven (Belgisch Staatsblad van 30 april 2003);
- het koninklijk besluit van 28 januari 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 23 van 29 december 1992 tot regeling van de toepassingsmodaliteiten van artikel 53quinquies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 12 februari 2003);
- het koninklijk besluit van 27 maart 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 24 van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 4 april 2003);
- het koninklijk besluit van 3 mei 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 47 van 25 februari 1996 tot regeling van de controle van de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde verschuldigd ter zake van de levering, intracommunautaire verwerving en invoer van vervoermiddelen, in de zin van artikel 8bis, § 2, 1°, van het Wetboek (Belgisch Staatsblad van 12 mei 2003);
- het koninklijk besluit van 1 april 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 54 van 25 februari 1996 met betrekking tot de andere regeling van entrepot dan douane-entrepot bedoeld in artikel 39quater van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 15 april 2003).
2. Koninklijk besluit van 27 maart 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 13 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor tabaksfabrikaten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde
De aanpassing heeft tot doel de eventuele teruggaaf van de niet verschuldigde BTW te laten verlenen door de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, in plaats van deze bevoegdheid toe te kennen aan de ontvanger der Douane en Accijnzen.
Dit besluit treedt in werking op 14 april 2003.
3. Koninklijk besluit van 27 december 2002 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven
Rubriek X, tweede lid, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake BTW-tarieven wordt gewijzigd in die zin dat de levering van dranken met uitzondering van de bieren met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5 % vol. en van andere dranken met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2 % vol. voortaan onderworpen is aan het verlaagd BTW-tarief van 6 pct.
Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2003.
Deze tariefverlaging kadert in de maatregelen die de Ministerraad op 30 maart 2001 heeft goedgekeurd om bij de verbruikers en de producenten een ander gedragspatroon teweeg te brengen op het vlak van milieubescherming. Die maatregelen, die een algemene verlaging inhouden van de BTW en van sommige accijnzen op dranken, met uitsluiting van alcoholische dranken, hebben onder meer betrekking op drankverpakkingen. Er worden ecobonussen ingevoerd voor herbruikbare verpakkingen en een verpakkingsheffing voor wegwerpverpakkingen. In dat verband wordt verwezen naar de Wet van 30 december 2002 houdende diverse fiscale bepalingen op het stuk van milieutaksen en ecobonussen (Belgisch Staatsblad van 17 april 2003) en het koninklijk besluit van 30 december 2002 tot vaststelling van de regels voor de toepassing van de vrijstelling van de verpakkingsheffing, voorzien in artikel 371, § 3, 3°, van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur (Belgisch Staatsblad van 30 april 2003).
4. Koninklijk besluit van 28 januari 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 23 van 29 december 1992 tot regeling van de toepassingsmodaliteiten van artikel 53quinquies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
Aan de jaarlijkse opgave van de BTW- belastingplichtige afnemers aan wie goederen en diensten werden geleverd tijdens het voorbije jaar werd een nieuwe lay-out toegekend opdat de gegevens van het formulier door de scanner zouden kunnen worden gelezen en verwerkt.
Overeenkomstig artikel 1, eerste lid van voornoemd koninklijk besluit nr. 23 moet bedoelde opgave voor iedere belastingplichtige afnemer voortaan de volgende gegevens bevatten :
- het BTW-identificatienummer van die belastingplichtige afnemer;
- het totaal bedrag, exclusief belasting, van de goederen die hem werden geleverd en van de hem verstrekte diensten;
- het totaal bedrag van de aan hem in rekening gebrachte belasting.
Ook de belastingplichtigen die geen enkele handeling hebben verricht die in de opgave moet worden vermeld, moeten bedoelde opgave tijdig, d.w.z. vóór 31 maart indienen.
Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003.
5. Koninklijk besluit van 27 maart 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 24 van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde
Artikel 15 van het koninklijk besluit nr. 24 bepaalt op welke wijze de voldoening van de terzake van invoer verschuldigde BTW wordt vastgesteld op de aangifte voor het verbruik.
Ingevolge wijzigingen in het geautomatiseerd systeem van geldigverklaring van aangiften voor het verbruik in de douanekantoren diende artikel 15 van voornoemd koninklijk besluit te worden aangepast. In de oude tekst van voornoemde bepaling werd nog een onderscheid gemaakt naargelang de kwijting van de betaalde BTW werd verleend met een geautomatiseerd systeem van het type MICROCOMPUTER, COMPTABIL of SADBEL. In artikel 15 werd tevens vermeld welke gegevens door elk van die systemen worden afgedrukt in vak B van de aangifte voor het verbruik.
Er werd evenwel vastgesteld dat de gegevens die die afdruk volgens voormeld artikel zou bevatten niet meer volledig overeenstemmen met de gegevens die door de Administratie der douane en accijnzen daadwerkelijk worden afgedrukt in vak B van de aangiften voor het verbruik.
Bovendien zullen in de toekomst alle douanekantoren die thans zijn uitgerust met microcomputers worden aangesloten op de centrale computer zodat er alleen nog maar SADBEL-kantoren bestaan. De kwitantie voor de voldoening van de belasting wordt zowel voor de aangiften van het SADBEL-systeem als voor de manueel opgestelde aangiften door middel van het SADBEL-systeem afgedrukt.
Dit besluit treedt in werking op 4 april 2003.
6. Koninklijk besluit van 3 mei 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 47 van 25 februari 1996 tot regeling van de controle van de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde verschuldigd ter zake van de levering, intracommunautaire verwerving en invoer van vervoermiddelen, in de zin van artikel 8bis, § 2, 1°, van het Wetboek
Artikel 53nonies, § 1, van het BTW-Wetboek stelt dat de Koning de regels bepaalt met betrekking tot de aangifte en de betaling van de belasting verschuldigd terzake van de in artikel 53ter, 1°, uitgesloten intracommunautaire verwervingen van nieuwe vervoermiddelen en § 2 stelt dat Hij iedere andere maatregel neemt met het oog op de controle en de betaling van de belasting verschuldigd terzake van de levering, de invoer of de intracommunautaire verwerving van een vervoermiddel.
De uitvoeringsmodaliteiten van artikel 53nonies, § 2, van het BTW-Wetboek worden geregeld in het koninklijk besluit nr. 47 dat betrekking heeft op de nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek.
Ingevolge voornoemde bepaling worden als vervoermiddelen onder meer aangemerkt de voor het personen- of goederenvervoer bestemde schepen met een lengte van meer dan 7,5 meter (lengte over alles).
Artikel 4 van genoemd koninklijk besluit bepaalt thans dat elke aanvraag om uitreiking van een Belgische vlaggenbrief voor een schip dient vergezeld te zijn van een door de Belgische douane uitgereikt attest dat het communautair karakter van het schip vastlegt wanneer de persoon op wiens naam de aanvraag van de vlaggenbrief is opgesteld, op grond van artikel 51 of in uitvoering van artikel 52, § 1, van het Wetboek, gehouden is tot voldoening van de belasting verschuldigd terzake van de intracommunautaire verwerving of de invoer van het schip in België.
Er wordt een Belgische vlaggenbrief uitgereikt aan elke inwoner van de Europese Gemeenschap die erom verzoekt, ongeacht de nationaliteit of woonplaats (binnen de Gemeenschap) van de verzoeker en ongeacht het feit of het vaartuig zijn thuishaven in België zal hebben.
Hierbij bestaat thans de kans dat een vlaggenbrief wordt uitgereikt zonder betaling van Belgische BTW (om reden dat er in België geen invoer noch een intracommunautaire verwerving heeft plaatsgevonden) maar evenmin zonder betaling van de BTW in de Lidstaat van bestemming van het vaartuig vermits deze Lidstaat er niet van op de hoogte is dat het pleziervaartuig zich op haar grondgebied bevindt.
De nieuwe regeling voorziet dat voortaan elke aanvraag om uitreiking van een Belgische vlaggenbrief voorafgaandelijk moet worden geviseerd door de Belgische douane wanneer het schip hetzij buiten de Gemeenschap wordt aangekocht en daarna ingevoerd hetzij in de Gemeenschap wordt aangekocht.
De Federale Overheidsdienst Financiën zal door de nieuwe regeling kennis hebben van nagenoeg het volledige aantal aanvragen voor een vlaggenbrief. De douanediensten kunnen aldus de verschuldigde BTW n.a.v. de intracommunautaire verwerving of de invoer in België blijven innen. In alle andere gevallen (bvb. levering in een andere Lidstaat zonder dat het vaartuig deze Lidstaat verlaat, intracommunautaire verwerving of invoer in een andere Lidstaat) zal systematisch worden overgegaan tot een spontane gegevensuitwisseling met de andere Lidstaten.
Ook artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 47 werd gewijzigd. Ingevolge voornoemde bepaling moet ieder persoon die overeenkomstig de terzake geldende reglementeringen in België een landvoertuig op zijn naam laat inschrijven, een Belgisch inschrijvingsbewijs voor een luchtvaartuig of een Belgische vlaggenbrief op zijn naam heeft ontvangen, gedurende een periode van tien jaar te rekenen vanaf de inschrijving van het vervoermiddel of de uitreiking van de vlaggenbrief kunnen aantonen dat de fiscale verplichtingen ten aanzien van dat goed zijn nageleefd op ieder verzoek van de ambtenaren bevoegd voor de controle hiervan. Vroeger diende dit te gebeuren op het BTW-controlekantoor in het ambtsgebied waarin hij zijn woonplaats of maatschappelijke zetel had. Deze beperking van de plaats waar betrokkene de naleving van zijn fiscale verplichtingen moet kunnen aantonen wordt opgeheven.
Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2003.
7. Koninklijk besluit van 1 april 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 54 van 25 februari 1996 met betrekking tot de andere regeling van entrepot van douane-entrepot bedoeld in artikel 39quater van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
In de bijlage bij bovengenoemd koninklijk besluit nr. 54 ter uitvoering van artikel 39quater van het BTW-Wetboek werden een aantal wijzigingen aangebracht.
Vooreerst wordt beleggingsgoud als bedoeld in artikel 1, § 8, van het BTW-Wetboek, waarvoor sinds 1 januari 2000 een bijzondere vrijstellingsregeling van kracht is (z. artikel 44bis van het BTW-Wetboek) uitgesloten als goed dat onder de andere regeling van entrepot dan douane-entrepot kan worden geplaatst.
Vervolgens werden ook een aantal goederen toegevoegd in de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 54.
De toepassing van de regeling BTW-entrepot ten aanzien van goederen die niet worden ingevoerd, is beperkt tot de goederen die zijn vermeld in die bijlage. De bedoelde regeling die een BTW-vrijstelling inhoudt, en als dusdanig een uitzondering vormt op het principe van heffing van de BTW, is essentieel ontworpen voor goederen die ergens opgeslagen worden en die het voorwerp uitmaken van kettingverkopen of die op internationale termijnmarkten worden verhandeld door niet in België gevestigde personen die niet altijd voor de BTW zijn geïdentificeerd.
Volgende goederen werden toegevoegd : tellurium, selenium, iridium, ruthenium, kobalt, bismut, cadmium, antimoon en germanium.
Dit besluit treedt in werking op 15 april 2003 met uitzondering van de bepalingen inzake het goud die in werking treden op 1 januari 2000.
NAMENS DE MINISTER :
De adjunct-administrateur-generaal,
Paul NECKEBROECK
Bron: FisconetPlus
