Circulaire nr. Ci.RH.242/469.168 van 19.07.1995

CIRC 19.07.95/2
Circulaire nr. Ci.RH.242/469.168 dd. 19.07.1995
Bull. nr. 752, pag. 2261
INBRENG IN VENNOOTSCHAP
Inbreng van een bedrijfsafdeling.

STOPZETTINGSMEERWAARDE
Vrijstellingsvoorwaarde.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
I. OPGEHEVEN BEPALINGEN
1. Art. 2, KB 12.8.1994 tot wijziging van het KB/WIB 92 (V 2336 - Bull. 743), heeft de afdeling VIII van hoofdstuk I van het KB/WIB 92, die de art. 19 tot 21 bevat (Art. 19, KB/WIB 92 : Stopzettingsmeerwaarden die door belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting of de belasting van niet-inwoners, worden verkregen of vastgesteld ter gelegenheid van de inbreng van één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid in een bestaande of op te richten binnenlandse vennootschap, zijn van die belastingen vrijgesteld op voorwaarde dat de inbreng uitsluitend wordt vergoed met aandelen in die vennootschap; Art. 20, KB/WIB 92 : Deelnemingen en portefeuillewaarden zijn geen bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid; zij worden slechts geacht tot een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid te behoren wanneer zij normaal in de exploitatie van die bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid zijn opgenomen zonder er het hoofdbestanddeel van uit te maken; Art. 21, KB/WIB 92 : Onverminderd de bepalingen van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, b, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vindt het bepaalde in artikel 19 geen toepassing wanneer de belastingplichtige al de bedrijfsafdelingen of al de takken van zijn werkzaamheid inbrengt), opgeheven.
II. COMMENTAAR
2. Vóór de wijziging van art. 46, § 1, 1ste lid, 2°, a, WIB 92 door art. 7, W 28.7.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (V 2185 - Bull. 719) (De tekst van art. 46, § 1, 1ste lid, 2°, a, WIB 92 luidde toen als volgt :
"§ 1. Stopzettingsmeerwaarden als omschreven in artikel 28, eerste lid, 1°, worden volledig maar tijdelijk vrijgesteld : ...
wanneer zij zijn verkregen of vastgelegd naar aanleiding van :
a) de inbreng, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, van één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid in een bestaande of op te richten binnenlandse vennootschap."), werd de belastingvrijstelling van stopzettingsmeerwaarden, die werden verkregen of vastgesteld ter gelegenheid van de inbreng van één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid in een vennootschap, o.m. afhankelijk gesteld van de naleving van de in de art. 19 tot 21, KB/WIB 92 gestelde voorwaarden (Deze regeling was van toepassing met betrekking tot de vóór 27.3.1992 gedane inbrengen).
3. Bij de vervanging van art. 46, § 1, WIB 92 door art. 7 van de voormelde W 28.7.1992, zijn die voorwaarden evenwel in de tekst zelf van art. 46, § 1, WIB 92 opgenomen (Voor meer bijzonderheden nopens de draagwijdte van die wijziging wordt verwezen naar de 3e aflevering van de commentaar op de W 28.7.1992 (circ. 21.1.1993, Ci.D.19/444.905, nrs. I/485 tot 495 - Bull. 725).
Daardoor zijn de bepalingen van de art. 19 tot 21, KB/WIB 92 overbodig geworden. Zij worden dan ook zonder meer opgeheven door art. 2 van het voormelde KB 12.8.1994.
III. INWERKINGTREDING
4. Overeenkomstig art. 14, § 2, KB 12.8.1994, is dat art. 2 van toepassing "op de inbrengen van één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid of van de algemeenheid van goederen gedaan met ingang van 27.3.1992".
Deze inwerkingtreding valt dus volledig samen met die van het door art. 7, W 28.12.1992 gewijzigde art. 46, § 1, WIB 92, dat eveneens uitwerking heeft op de vanaf 27.3.1992 gedane inbrengen (zie nr. I/495, 1ste lid, van de hierboven geciteerde commentaar op de W 28.7.1992).
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,
M. CHERPION