Circulaire AKRED nr. 13/2002 d.d. 13.08.2002
Verstrekken van inlichtingen, getuigschriften, afschriften en uittreksels - Retributies
Ministerieel besluit van 20 juni 2002 tot vaststelling van de retributies verschuldigd aan de ontvangers van de registratie voor het verstrekken van inlichtingen, getuigschriften, afschriften en uittreksels
MINISTERIE VAN FINANCIEN
Brussel, 13 augustus 2002
Hoofdbestuur van het kadaster, de registratie en de domeinen
Sector registratie en domeinen
Dienst VI/2
Dossier nr. E.P. 22.41/20
1 bijlage
In het Belgisch Staatsblad van 3 augustus 2002 werd het Ministerieel besluit van 20 juni 2002 tot vaststelling van de retributies verschuldigd aan de ontvangers van de registratie voor het verstrekken van inlichtingen, getuigschriften, afschriften en uittreksels, bekendgemaakt.
Dit besluit stelt de nieuwe bedragen in euro vast van de retributies verschuldigd aan de ontvangers van de registratie voor de inlichtingen, getuigschriften, afschriften en uittreksels die zij verstrekken in uitvoering van de artikelen 90, 143 tot 146 en 160 van het Wetboek der successierechten en van artikel 236 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (z. art. 1 van het besluit).
Deze bedragen zullen voortaan om de 3 jaar aangepast worden op basis van de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. De eerste indexaanpassing zal gebeuren op 1 januari 2005 (z. art. 2 van het besluit). Het aanvangsindexcijfer is dit van de maand november 2001 en bedraagt 109.79 (basis 1996).
Het Ministerieel besluit van 9 december 1968 tot vaststelling van de retributies aan de ontvangers der registratie verschuldigd voor het verstrekken van inlichtingen, getuigschriften, afschriften en uittreksels, wordt opgeheven.
Inwerkingtreding
De nieuwe bedragen van de retributies zijn van toepassing op de inlichtingen en stukken die worden verstrekt vanaf 3 augustus 2002 (datum van de bekendmaking van het besluit in het Belgisch Staatsblad). Alhoewel artikel 4 bepaalt dat het besluit in werking treedt op 1 januari 2002, is het om evidente redenen, praktisch niet mogelijk om de retributies die werden aangerekend vόόr 3 augustus 2002, te herzien.
De tekst van het Ministerieel besluit gaat in bijlage.
De Directeur-generaal,
D. DE BRONE
----------
KONINKRIJK BELGIE
---
MINISTERIE VAN FINANCIEN
---
20 juni 2002.
Ministerieel besluit tot vaststelling van de retributies verschuldigd aan de ontvangers van de registratie voor het verstrekken van inlichtingen, getuigschriften, afschriften en uittreksels
De Minister van Financiën,
Gelet op het Wetboek der successierechten, inzonderheid op de artikelen 90, 143 tot 146 en 160;
Gelet op het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, inzonderheid op artikel 236;
Gelet op het advies nr. 28.351/2 van de Raad van State, gegeven op 27 januari 1999;
Besluit:
Artikel 1. De retributies aan de ontvangers der registratie verschuldigd voor het verstrekken van inlichtingen, getuigschriften, afschriften en uittreksels ter uitvoering van de artikelen 90, 143 tot 146 en 160 van het Wetboek der successierechten en van artikel 236 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, worden vastgesteld als volgt:
1° voor het opzoeken van eigendomstitels van onroerende goederen:
a) - 2,50 EUR voor iedere ter kennis gebrachte verandering in de eigendomstoestand van het goed;
- plus 0,50 EUR per kadastraal perceel waaruit het goed waarop de opzoeking betrekking heeft, is samengesteld;
- plus 0,50 EUR per bij naam vermelde partij, met een minimum van 5 EUR per opzoeking betreffende eenzelfde eigenaar of groep van mede-eigenaars;
b) - 2,50 EUR per persoon op wiens naam geen eigendomstitel werd gevonden;
2° voor het opzoeken in het kader van een door overlijden ontbonden huwgemeenschap, van de vergoeding die de overleden echtgenoot betreffen, zoals deze blijken uit ter registratie aangeboden overeenkomsten en verklaringen betreffende onroerende goederen:
a) - 2,50 EUR voor iedere aan de verzoeker ter kennis gebrachte overeenkomst of verklaring welke een recht op vergoeding doet ontstaan, met een minimum van 5 EUR;
b) - 2,50 EUR voor iedere persoon waarvoor opzoekingen werden gedaan, doch zonder resultaat;
3° voor alle andere opzoekingen van een akte, verklaring of aangifte:
- 2,50 EUR per opgezochte document;
4° voor het opmaken van een getuigschrift in behoorlijke vorm, naar aanleiding van de opzoekingen bedoeld onder 1° tot 3°:
- een forfaitaire vergoeding van 2,50 EUR;
5° voor het in artikel 90 van het Wetboek der successierechten bedoelde attest betreffende het bedrag van de successierechten:
- 2,50 EUR per nalatenschap waarvoor een attest wordt verstrekt;
6° voor een afschrift van of uittreksel uit een overeenkomst, verklaring, aangifte of registratie-formaliteit:
- 0,25 EUR per kopie met een minimum van 2,50 EUR per aanvraag.
Indien de aanvrager het in het eerste lid, 4°, bedoelde getuigschrift niet wenst, is alleen de retributie voor de opzoeking verschuldigd.
Art. 2. De retributies worden vanaf 1 januari 2005 om de drie jaar aangepast op basis van de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen.
De aanpassing van de retributies aan de kosten van levensonderhoud wordt verkregen door de toepassing van de volgende formule: basisretributie vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer der consumptieprijzen en gedeeld door het aanvangsindexcijfer. Het door deze berekening verkregen resultaat wordt afgerond op de hogere cent.
De basisretributies zijn deze vastgesteld bij artikel 1.
Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer der consumptieprijzen voor de maand november voorafgaand aan elke aanpassing van de retributies.
Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer der consumptieprijzen voor de maand november 2001.
Art. 3. Het ministerieel besluit van 9 december 1968 tot vaststelling van de retributies aan de ontvangers der registratie en domeinen verschuldigd voor het verstrekken van inlichtingen, getuigschriften, afschriften en uittreksels, wordt opgeheven.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2002.
Brussel, 20 juni 2002.
