Circulaire nr. Ci.RH.421/465.072 dd. 15.12.1995
CIRC 15.12.95/1
Circulaire nr. Ci.RH.421/465.072 dd. 15.12.1995
Bull. nr. 757, pag. 187
KREDIETINSTELLING
Taks op de gereserveerde winsten.
VENNOOTSCHAPSBELASTING
Bijzondere taks.
Verworpen uitgave.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2
INHOUDSTAFEL Nr I. INLEIDING....................................................... 1 II. WETTEKST....................................................... 2 III. ALGEMEEN...................................................... 3 IV. NIET-AFTREKBARE TAKS........................................... 8 V. INWERKINGTREDING................................................ 11 I. INLEIDING
1. Deze circulaire verstrekt commentaar op de aanvulling van art. 198, WIB 92 met een 9°, door art. 7, W 27.12.1993 tot wijziging van de wet van 17.6.1991 tot organisatie van de openbare kredietsector en van het bezit van de deelnemingen van de openbare sector in bepaalde privaatrechtelijke financiële vennootschappen, alsook van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen en tot wijziging van het statuut van de Nationale Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid (V 2282, Bull. 736).
II. WETTEKST
W 27.12.1993
Art. 7
2. Artikel 198 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt aangevuld met een 9°, luidende:
"9° de bijzondere taks op de gereserveerde winsten van bepaalde kredietinstellingen bedoeld in artikel 1 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen".
Art. 11
Deze wet treedt in werking op 1 januari 1994.
III. ALGEMEEN
3. Art. 8, W 27.12.1993 heeft in het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen opnieuw een titel I opgenomen die de heffing regelt van een bijzondere taks op de gereserveerde winsten van bepaalde kredietinstellingen.
Die bijzondere taks wordt ingevoerd ten laste van:
waarvan de erkenning is ingetrokken of die afstand doen van hun erkenning overeenkomstig de art. 90, 3de lid, letter g) of i) en 112, 2de lid, letter g) of i), W 17.6.1991 tot organisatie van de openbare kredietsector en van het bezit van de deelnemingen van de openbare sector in bepaalde privaatrechtelijke financiële vennootschappen.
4. Het tarief van die taks bedraagt 34 % en wordt berekend op het totale bedrag van de gereserveerde winsten van de onder nr. 3, 2de lid bedoelde verenigingen en kassen die onderworpen zijn aan de Ven.B en waarvan de erkenning is ingetrokken of die afstand doen van hun erkenning. Onder gereserveerde winsten moeten de boekhoudkundige bestanddelen worden verstaan waarvan sprake is in art. 90bis, 1ste lid, letter d), van voornoemde W 17.6.1991 zoals die bestonden op het einde van het belastbare tijdperk verbonden aan het aanslagjaar 1993.
Het totale bedrag van de gereserveerde winsten moet blijken uit een attest dat op verzoek van de vereniging of kas door de administratie van de directe belastingen wordt afgeleverd en waarbij tevens wordt bevestigd of dat bedrag al dan niet definitief is vastgesteld op de dag van de inwerkingtreding van de beslissing tot intrekking of afstand.
5. De voormelde taks is uiterlijk betaalbaar de laatste werkdag van de derde maand die volgt op die waarin de voormelde beslissing tot intrekking of afstand van de erkenning in werking treedt. Wanneer, na de inwerkingtreding van de intrekking of de afstand van de erkenning, de oplossing van een geschil of het definitief worden van de aanslag een verhoging van de gereserveerde winsten met zich meebrengt, moet een bijkomende taks worden betaald uiterlijk de laatste werkdag van de derde maand die volgt, hetzij op die waarin het geschil is beëindigd na een definitieve beslissing van de administratie van de directe belastingen of een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, hetzij, bij afwezigheid van een geschil, op die waarin de aanslag definitief geworden is.
6. Bij laattijdige betaling van de taks is van rechtswege interest verschuldigd met ingang van de dag waarop de betaling had moeten geschieden.
7. Bovendien kan in bepaalde gevallen (het niet of niet tijdig indienen van de vereiste opgave en attest, het niet voorleggen van de vereiste repertoria, registers, boeken, enz.) aan de belastingplichtige een boete worden opgelegd.
IV. NIET-AFTREKBARE TAKS
8. Het totale bedrag van de voormelde bijzondere taks, met inbegrip van de verschuldigde nalatigheidsinteresten, is niet als beroepskost aftrekbaar en moet derhalve onder de verworpen uitgaven worden opgenomen.
9. De eventuele verschuldigde geldboeten die in het kader van die bijzondere taks zouden worden toegepast, zijn niet aftrekbaar als beroepskosten ingevolge art. 53, 6°, WIB 92.
10. Een eventuele teruggave van de voorheen onder de verworpen uitgaven opgenomen bijzondere taks moet samen met de andere "niet belastbare bestanddelen" (vrijstelling voor aanvullend personeel voor wetenschappelijk onderzoek, vrijgestelde giften, enz.) van de winst van het belastbare tijdperk van teruggave worden afgetrokken.
V. INWERKINGTREDING
11. Overeenkomstig art. 11, van de voormelde W 27.12.1993, treden de bepalingen van art. 7 van dezelfde wet in werking op 01.01.1994.
Circulaire nr. Ci.RH.421/465.072 dd. 15.12.1995
Bull. nr. 757, pag. 187
KREDIETINSTELLING
Taks op de gereserveerde winsten.
VENNOOTSCHAPSBELASTING
Bijzondere taks.
Verworpen uitgave.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2
INHOUDSTAFEL Nr I. INLEIDING....................................................... 1 II. WETTEKST....................................................... 2 III. ALGEMEEN...................................................... 3 IV. NIET-AFTREKBARE TAKS........................................... 8 V. INWERKINGTREDING................................................ 11 I. INLEIDING
1. Deze circulaire verstrekt commentaar op de aanvulling van art. 198, WIB 92 met een 9°, door art. 7, W 27.12.1993 tot wijziging van de wet van 17.6.1991 tot organisatie van de openbare kredietsector en van het bezit van de deelnemingen van de openbare sector in bepaalde privaatrechtelijke financiële vennootschappen, alsook van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen en tot wijziging van het statuut van de Nationale Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid (V 2282, Bull. 736).
II. WETTEKST
W 27.12.1993
Art. 7
2. Artikel 198 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt aangevuld met een 9°, luidende:
"9° de bijzondere taks op de gereserveerde winsten van bepaalde kredietinstellingen bedoeld in artikel 1 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen".
Art. 11
Deze wet treedt in werking op 1 januari 1994.
III. ALGEMEEN
3. Art. 8, W 27.12.1993 heeft in het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen opnieuw een titel I opgenomen die de heffing regelt van een bijzondere taks op de gereserveerde winsten van bepaalde kredietinstellingen.
Die bijzondere taks wordt ingevoerd ten laste van:
- kredietverenigingen die zijn erkend door de Nationale Kas voor Beroepskrediet, alsmede de plaatselijke handelsvennootschappen en de gewestelijke of beroepsverenigingen van deze maatschappijen, die tot uitvoering van het statuut van de Nationale Kas voor Beroepskrediet krediet voor ambachtsoutillage mogen verstrekken (zie art. 56, § 2, 2°, f, WIB 92);
- door het Nationaal Instituut voor Landbouwkrediet erkende kredietkassen (zie art. 56, § 2, 2°, g, WIB 92);
waarvan de erkenning is ingetrokken of die afstand doen van hun erkenning overeenkomstig de art. 90, 3de lid, letter g) of i) en 112, 2de lid, letter g) of i), W 17.6.1991 tot organisatie van de openbare kredietsector en van het bezit van de deelnemingen van de openbare sector in bepaalde privaatrechtelijke financiële vennootschappen.
4. Het tarief van die taks bedraagt 34 % en wordt berekend op het totale bedrag van de gereserveerde winsten van de onder nr. 3, 2de lid bedoelde verenigingen en kassen die onderworpen zijn aan de Ven.B en waarvan de erkenning is ingetrokken of die afstand doen van hun erkenning. Onder gereserveerde winsten moeten de boekhoudkundige bestanddelen worden verstaan waarvan sprake is in art. 90bis, 1ste lid, letter d), van voornoemde W 17.6.1991 zoals die bestonden op het einde van het belastbare tijdperk verbonden aan het aanslagjaar 1993.
Het totale bedrag van de gereserveerde winsten moet blijken uit een attest dat op verzoek van de vereniging of kas door de administratie van de directe belastingen wordt afgeleverd en waarbij tevens wordt bevestigd of dat bedrag al dan niet definitief is vastgesteld op de dag van de inwerkingtreding van de beslissing tot intrekking of afstand.
5. De voormelde taks is uiterlijk betaalbaar de laatste werkdag van de derde maand die volgt op die waarin de voormelde beslissing tot intrekking of afstand van de erkenning in werking treedt. Wanneer, na de inwerkingtreding van de intrekking of de afstand van de erkenning, de oplossing van een geschil of het definitief worden van de aanslag een verhoging van de gereserveerde winsten met zich meebrengt, moet een bijkomende taks worden betaald uiterlijk de laatste werkdag van de derde maand die volgt, hetzij op die waarin het geschil is beëindigd na een definitieve beslissing van de administratie van de directe belastingen of een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, hetzij, bij afwezigheid van een geschil, op die waarin de aanslag definitief geworden is.
6. Bij laattijdige betaling van de taks is van rechtswege interest verschuldigd met ingang van de dag waarop de betaling had moeten geschieden.
7. Bovendien kan in bepaalde gevallen (het niet of niet tijdig indienen van de vereiste opgave en attest, het niet voorleggen van de vereiste repertoria, registers, boeken, enz.) aan de belastingplichtige een boete worden opgelegd.
IV. NIET-AFTREKBARE TAKS
8. Het totale bedrag van de voormelde bijzondere taks, met inbegrip van de verschuldigde nalatigheidsinteresten, is niet als beroepskost aftrekbaar en moet derhalve onder de verworpen uitgaven worden opgenomen.
9. De eventuele verschuldigde geldboeten die in het kader van die bijzondere taks zouden worden toegepast, zijn niet aftrekbaar als beroepskosten ingevolge art. 53, 6°, WIB 92.
10. Een eventuele teruggave van de voorheen onder de verworpen uitgaven opgenomen bijzondere taks moet samen met de andere "niet belastbare bestanddelen" (vrijstelling voor aanvullend personeel voor wetenschappelijk onderzoek, vrijgestelde giften, enz.) van de winst van het belastbare tijdperk van teruggave worden afgetrokken.
V. INWERKINGTREDING
11. Overeenkomstig art. 11, van de voormelde W 27.12.1993, treden de bepalingen van art. 7 van dezelfde wet in werking op 01.01.1994.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur-generaal,
M. PORRE.
Bron: FisconetPlus
