Circulaire nr. IR/IV-4/A12/83.366 (INV 4/2007) dd. 25.10.2007
Circulaire nr. IR/IV-4/A12/83.366 (INV 4/2007) dd. 25.10.2007
VERKEERSBELASTING
Leasing of renting van een voertuig
Voertuig uitsluitend aangewend tot een openbare dienst
Vrijstelling van de VB
Aan alle ambtenaren van de invordering (sector DB) en de taxatie
I. INLEIDING
1. Deze circulaire heeft tot doel de vrijstellingsprocedure tot het bekomen van de vrijstelling van VB voor geleasde of in renting genomen voertuigen uitsluitend aangewend tot een openbare dienst te vereenvoudigen.
2. De vooruitgang op informaticagebied maakt het immers mogelijk om vrijstellingen voor een bepaalde duurtijd in te brengen in de gehanteerde informaticaprogramma's.
II. HUIDIGE PROCEDURE
3. De huidige vrijstellingsprocedure inzake VB voor geleasde of in renting genomen voertuigen uitsluitend aangewend tot een openbare dienst, is vastgelegd in de circulaire nr Ci.A.7/482.245 van 28.10.1996.
4. De voormelde circulaire bepaalt dat de leasing- en rentingmaatschappijen de vrijstelling jaarlijks moeten aanvragen bij de bevoegde gewestelijk directeur der directe belastingen, sector Taxatie.
Bij het begin van het leasing- of rentingcontract moet de allereerste vrijstellingsaanvraag bestaan uit:
- de vrijstellingsaanvraag;
- een afschrift van het leasing- of rentingcontract en
- een attest, opgemaakt door de gebruiker, waarin bevestigd wordt dat het in het contract vermelde voertuig uitsluitend aangewend zal worden tot een openbare dienst.
6. De daaropvolgende jaren moeten de leasing- en rentingmaatschappijen de aanvraag tot vrijstelling verplicht hernieuwen voor ieder aanslagjaar. De aanvraag moet dan aangevuld worden met de volgende documenten:
- een attest van de leasing- of rentingmaatschappij dat het contract, waarvan reeds een afschrift werd gegeven bij de eerste vrijstellingsaanvraag, nog steeds geldig is en
- een bevestiging van de medecontractant-gebruiker dat het voertuig ook voor de nieuwe belastbare periode exclusief tot de openbare dienst zal worden aangewend.
III. NIEUWE PROCEDURE
7. Het systeem van jaarlijkse hernieuwing van de aanvraag tot vrijstelling van een geleasd of een in renting genomen voertuig uitsluitend aangewend voor een openbare dienst wordt voortaan vervangen door een eenmalige tijdige(1) aanvraag.
[(1) Het spreekt voor zich dat er slechts vrijstelling van VB kan worden verleend voor de belastbare periodes (aanslagjaren) waarvoor de aanvragen tijdig werden ingediend (toepassing van artikel 32 WGB voor de zogenaamde 'geautomatiseerde voertuigen', toepassing van artikel 371 WIB '92 voor de niet-geautomatiseerde voertuigen).]
8. De vrijstelling zal vervolgens worden toegekend voor de volledige duur van het leasing- of rentingcontract op voorwaarde dat de vrijstellingsaanvraag vergezeld is van:
- een afschrift van het leasing- of rentingcontract;
- een attest waarin de gebruiker verklaart dat het in het contract vermelde voertuig gedurende de volledige duurtijd van het contract uitsluitend zal worden aangewend voor een openbare dienst.
9. Voor de reeds bij de DIV ingeschreven voertuigen brengt de nieuwe vrijstellingsregeling met zich mee dat de eerstvolgende vrijstellingsaanvraag volstaat om vrijstelling van VB voor de resterende contractsduur te bekomen.
10. Let wel, desondanks de vereenvoudigde procedure moet iedere wijziging die een gevolg kan hebben voor de vrijstelling nog steeds worden meegedeeld aan de bevoegde gewestelijke directie. De bedoelde wijzigingen kunnen ondermeer betrekking hebben op de duurtijd van het contract, de gebruiker of de aanwending van het voertuig.
Indien de duurtijd van het contract wordt verlengd, moet een nieuwe vrijstellingsaanvraag worden ingediend.
IV. DATUM VAN INWERKINGTREDING VAN DE VEREENVOUDIGDE PROCEDURE
11. De richtlijnen in deze circulaire gelden voor alle nog hangende en toekomstige dossiers.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur Invordering:
De Directeur,
B. MICHELLI
