Circulaire nr. Ci.RH.241/620.804 (AAFisc Nr. 37/2012) d.d. 30.11.2012

Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten

Beroepskosten

Beroepswerkzaamheid in het buitenland

Forfait voor bijkomende beroepskosten

Forfaitaire beroepskosten

Loontrekker die in het buitenland werkt

Bezoldiging

Bezoldiging wegens een werkzaamheid in een land buiten Europa

Buitenland

Rijksinwoner die in het buitenland werkt

Toepassingsvoorwaarde

Toepassing circulaire Ci.RH.241/424.903 van 5 maart 1992. - Bepaalde werkzaamheden voor de kust van een land buiten Europa zonder dubbelbelastingverdrag.

Aan alle ambtenaren.

1. De Administratie werd geconfronteerd met de situatie waarin sommige werknemers gedurende een langere periode bepaalde werkzaamheden uitoefenen op een werf voor de kust van een land buiten Europa waarmee België geen dubbelbelastingverdrag heeft gesloten. De vraag werd gesteld of de betrokken werknemers in dergelijk geval toepassing kunnen maken van de bepalingen van de circulaire nr. Ci.RH.241/424.903 van 5 maart 1992, gewijzigd door circulaire Ci.RH.241/542.243 van 12 juni 2001. Deze circulaire voorziet onder meer in een bijzonder beroepskostenforfait en een vermindering van de belasting tot de helft voor 30 percent van de belastbare brutobezoldigingen.

2. Er werd ter zake een nader onderzoek ingesteld dat leidde tot de volgende conclusies.

3. Voor de toepassing van de voormelde circulaire van 5 maart 1992 wordt met de uitoefening van een werkzaamheid in een land buiten Europa zonder verdrag gelijkgesteld, een werkzaamheid die wordt uitgeoefend in de territoriale zee, de aansluitende zone of de exclusief economische zone van een dergelijk land. Die werkzaamheid moet verbonden zijn met een werf die gelegen is in de voornoemde zones. Het is ter zake niet relevant of die werkzaamheid al dan niet aan boord van een schip wordt uitgeoefend, noch onder welke vlag dat schip vaart. Indien de werkzaamheid aan boord van een schip wordt uitgeoefend dan moet dat schip wel worden ingezet op de hiervoor bedoelde werf.

4. Voor de hiervoor beoogde werkzaamheden op zee gelden de algemene in de circulaire opgenomen voorwaarden. Het moet meer bepaald opdrachten betreffen waarvan de duur per kalenderjaar ten minste één ononderbroken maand omvat. In voorkomend geval worden de werkzaamheden aan de wal en de werkzaamheden op zee samengeteld voor de berekening van de periode van één maand. Voor de in het buitenland tewerkgestelde personeelsleden van privé-ondernemingen moet eveneens een attest van de werkgever worden voorgelegd dat de volgende gegevens bevat:

- de perioden van tewerkstelling in het buitenland, gebeurlijk gesplitst per land;

- eventueel de omdeling van de inkomsten m.b.t. de periode van het jaar waarvoor de bijzondere regeling van toepassing is en de periode waarvoor het gewone aanslagstelsel geldt.

5. Omwille van de gelijkstelling met een werkzaamheid aan land kan het bepaalde in nummer 40 van de voormelde circulaire (bemanningsleden van onder buitenlandse vlag varende schepen mogen geen toepassing maken van de bedoelde circulaire) in dit geval geen toepassing vinden.

6. Dit standpunt is onmiddellijk van toepassing in alle stadia van de procedure en dus ook op alle hangende geschillen.

Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit:

De Auditeur-generaal van financiën,

S. QUINTENS