Circulaire nr. Ci.RH.241/561.364 (AOIF 8/2004) dd. 05.02.2004
CIRC 05.02.04/1
Circulaire nr. Ci.RH.241/561.364 (AOIF 8/2004) dd. 05.02.2004
Bull. nr. 846, pag. 903-910
BEDRIJFSVOORHEFFING
Inkomen onderworpen aan de BV
BEZOLDIGING
Voordeel van alle aard
INDIVIDUELE FICHE
Loonfiche 281.10
SAMENVATTENDE OPGAVE
Opgave 325.10
VOORDEEL VAN ALLE AARD
Forfaitaire raming van de voordelen van alle aard
Kosteloze beschikking over een autovoertuig
Forfaitaire raming van voordelen van alle aard voor firmawagens
Aan alle ambtenaren
INHOUDSTAFEL
I. INLEIDING
1. Deze circulaire heeft betrekking op de forfaitaire raming van de voordelen van alle aard die voortvloeien uit het persoonlijk gebruik door werknemers of bedrijfsleiders van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig en heeft inzonderheid tot doel om de terzake in aanmerking te nemen kilometers op uniforme en forfaitaire wijze te regelen.
II. WETTELIJKE, REGLEMENTAIRE EN ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN
A. Algemeen
2.1 De voordelen van alle aard worden op grond van artikel 31, tweede lid, 2° en 32, tweede lid, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) als belastbare bezoldigingen van werknemers en bedrijfsleiders aangemerkt.
Dergelijke voordelen worden in principe volgens de werkelijke waarde bij de verkrijger in aanmerking genomen of de waarde ervan kan bij het koninklijk besluit worden vastgesteld (artikel 36 WIB 92).
2.2 Wat het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig betreft, wordt het voordeel forfaitair vastgesteld overeenkomstig de regels van artikel 18, § 3, punt 9, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 92 (KB/WIB 92). De waarde van het belastbaar voordeel is gelijk aan het aantal voor persoonlijk gebruik afgelegde kilometers, met een minimum van 5.000, vermenigvuldigd met een bedrag per afgelegde kilometer dat geïndexeerd wordt en afhangt van de belastbare kracht van het voertuig inzake de verkeersbelasting.
B. Draagwijdte van de notie "persoonlijk gebruik"
2.3. Artikel 18, § 3, punt 9, KB/WIB 92 bevat geen definitie van wat onder "persoonlijk gebruik" van een voertuig moet worden verstaan.
Voor de toepassing van de inkomstenbelastingen omvat het "persoonlijk gebruik" van een voertuig :
1. de eigenlijke privé-verplaatsingen tijdens weekends, vakanties of vrije tijd, om privé-aankopen te doen, e.d.m.;
2. de woon-werkverplaatsingen.
2.4 Het in aanmerking nemen van de woon-werkverplaatsingen vindt steun in de volgende principes en wettelijke bepalingen :
C. Woon-werkverplaatsingen
2.5 Voor de woon-werkverplaatsingen met een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig wordt echter alleen een belastbaar voordeel aangerekend voor de verplaatsingen tussen de woonplaats en de vaste plaats van tewerkstelling.
2.6 Of een plaats van tewerkstelling een vaste plaats van tewerkstelling is, moet worden beoordeeld aan de hand van het geheel van feitelijke en juridische omstandigheden die eigen zijn aan elk geval afzonderlijk, zoals de bepalingen van de arbeidsovereenkomst, andere contractuele en reglementaire bepalingen met betrekking tot de beroepswerkzaamheid van de werknemer of de bedrijfsleider, zijn taak- en functieomschrijving, de frequentie en de regelmaat van zijn verplaatsingen naar eenzelfde plaats van tewerkstelling, de duur die hij op die plaats wordt ingezet, enz. Het feit alleen dat een werknemer of een bedrijfsleider zich niet gedurende een aantal opeenvolgende dagen naar eenzelfde plaats van tewerkstelling moet begeven, volstaat bijgevolg niet om te besluiten dat die plaats van tewerkstelling geen vaste plaats van tewerkstelling zou zijn (zie ook nr. 66/7.3 Com.IB 92).
III. KILOMETERAANTALLEN
3.1 Voor de berekening van het in aanmerking te nemen voordeel van alle aard zal worden aanvaard dat de kilometeraantallen (op jaarbasis) als volgt worden vastgesteld :
Deze forfaitaire kilometeraantallen omvatten de woon-werkverplaatsingen en de eigenlijke privé-verplaatsingen.
3.2 Voor werknemers en bedrijfsleiders die geen woon-werkverplaatsingen met het ter beschikking gesteld voertuig afleggen en het voertuig voor eigen privé-verplaatsingen gebruiken, geldt het bij KB vastgesteld wettelijk minimum van 5.000 kilometer.
3.3 De forfaitaire kilometeraantallen opgenomen in kolom 2 van de tabel gaan uit van het normale aantal werkdagen op jaarbasis. Daarbij is rekening gehouden met de normale en uitzonderlijke afwezigheden en klein verlet (vakantiedagen, compensatiedagen, recuperatiedagen, omstandigheidsverlof, ziekteverlof, studie- en congresdagen, …) en met het feit dat het voertuig niet alle dagen uitsluitend wordt gebruikt voor verplaatsingen tussen de woonplaats en de vaste plaats van tewerkstelling maar ook naar niet vaste plaatsen van tewerkstelling.
IV BIJZONDERHEDEN
4. 1. Deze forfaitaire kilometeraantallen mogen alleen pro rata temporis worden verminderd indien de belastingplichtige slechts een gedeelte van het jaar de beschikking heeft over het voertuig (vb. vanaf 1 september of tot en met juni in welk geval de forfaitaire kilometeraantallen vermeld in voormelde tabel mogen worden herleid tot 4/12, respectievelijk 6/12).
2. Overeenkomstig de bepalingen van art. 18, § 4, KB/WIB 92 mag het in aanmerking te nemen voordeel worden verminderd met de bijdrage van de verkrijger van dat voordeel.
Indien de werknemer of de bedrijfsleider aan zijn werkgever of zijn vennootschap een vergoeding betaalt op basis van de kilometers en indien toepassing wordt gemaakt van art. 18, § 4 KB/WIB 92, dienen omwille van de coherentie de kilometeraantallen voor de berekening van de in mindering te brengen bijdrage in principe te worden beperkt tot de forfaitaire kilometeraantallen opgenomen in de hiervoor vermelde tabel (zie evenwel punt V, nr. 3).
V. UITZONDERINGEN
5. De forfaitaire kilometeraantallen als vermeld in punt III en IV zullen algemeen aanvaard worden behoudens :
1. buitengewone omstandigheden (zie antwoord op de mondelinge parlementaire vraag nr. 3-115 van 18 december 2003, gesteld door Senator DEDECKER - Senaat, Plenaire vergaderingen, 18 december 2003 - namiddagvergadering, Handelingen, 3-31, p 21);
2. indien de werknemer of de bedrijfsleider zijn beroepskosten m.b.t. de woon-werkverplaatsingen bewijst met toepassing van art. 49 en 66, § 4 en 5, WIB 92. In dat geval moet het voordeel in de personenbelasting (of de belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen) omwille van de coherentie worden berekend aan de hand van de werkelijke kilometers die in aanmerking worden genomen voor de bewezen beroepskosten;
3. indien de werknemer of de bedrijfsleider aan zijn werkgever of zijn vennootschap een bijdrage betaalt op basis van de kilometers en die kilometers hoger zijn dan de forfaitaire kilometeraantallen als vermeld in punt III en IV en de bijdrage overeenkomstig art. 18, § 4, KB/WIB 92 volledig in mindering van het voordeel wordt gebracht. In dat geval moet het voordeel omwille van de coherentie worden berekend aan de hand van de werkelijke kilometers die in aanmerking zijn genomen voor de berekening van de bijdrage die in mindering is gebracht.
VI. BEDRIJFSVOORHEFFING
6. Overeenkomstig het nr. 3 van de Bijlage III bij het koninklijk besluit tot uitvoering van het KB/WIB 92, (zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 15 december 2003 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing - Belgisch Staatsblad van 23 december 2003 - 2 de Editie) zijn de voordelen van alle aard aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen.
VII. INDIVIDUELE FICHES 281.10/281.20 EN SAMENVATTENDE OPGAVEN 325.10/325.20
7.1 Voor werknemers dient het belastbare voordeel van alle aard te worden vermeld op de individuele loonfiches 281.10 tegenover de kenletter V (vak 14 c en d) voor de voertuigen die gebruikt worden voor woonwerkverplaatsingen en eigenlijke privé-verplaatsingen en op de ermee overeenstemmende samenvattende opgave 325.10 (zie tabel, nr. 3.1). Voorzover het voertuig wordt gebruikt in het kader van het georganiseerd gemeenschappelijk vervoer, moet het voordeel dat betrekking heeft op die woon-werkverplaatsingen evenwel in vak 14, b en 14, d (tegenover kenletter V) worden vermeld.
7.2 Voor werknemers die geen woon-werkverplaatsingen hebben en die het voertuig gebruiken voor de eigenlijke privé-verplaatsingen (zie nr. 3.2), dient het voordeel echter te worden vermeld tegenover kenletter T (vak 9 litt c) van de individuele fiche 281.10.
7.3 Voor de bedrijfsleiders dient het voordeel steeds te worden vermeld tegenover de kenletter T Dir (vak 9 litt c) van de individuele fiche 281.20 en op de ermee overeenstemmende opgave 325.20.
7.4 Vanaf het inkomstenjaar 2004 zal op de fiches 281.10 en 281.20 het aantal kilometers moeten worden vermeld dat voor de berekening van het voordeel in aanmerking wordt genomen.
VIII. VOORBEELDEN
8.1 Voorbeeld 1
Afstand woonplaats - plaats van tewerkstelling (enkel) : 20 km.
Fiscale PK : 9 (bedrag voor inkomstenjaar 2004 : 0,2647).
Het voertuig wordt gebruikt voor de woon-werkverplaatsingen en voor eigenlijke privé-verplaatsingen.
Voordeel te vermelden op de fiche 281.10 kenletter V : 1.323,50 (5.000 x 0,2647).
8.2 Voorbeeld 2
Afstand woonplaats - plaats van tewerkstelling (enkel) : 40 km.
Fiscale PK : 10 (bedrag voor inkomstenjaar 2004 : 0,2928).
Het voertuig wordt gebruikt voor de woon-werkverplaatsingen en voor eigenlijke privé-verplaatsingen.
Aantal werkdagen : 210.
Voordeel te vermelden op de fiche 281.10 kenletter V : 2.196,00 (7.500 x 0,2928).
Wanneer de werknemer opteert voor de aftrek van zijn werkelijke beroepskosten m.b.t. zijn woon-werkverplaatsingen ten belope van 2.520 EUR (210 x 40 x 2 x 0,15 EUR per afgelegde kilometer), dient het kilometeraantal om het belastbaar voordeel van alle aard m.b.t. de woon-werkverplaatsingen in de personenbelasting (belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen) te bepalen echter op 16.800 (210 x 40 x 2) (i.p.v. 7.500 volgens de tabel) te worden gebracht.
8.3 Voorbeeld 3
Afstand woonplaats - plaats van tewerkstelling (enkel) : 35 km.
Wagen met fiscale PK : 11 (bedrag voor inkomstenjaar 2004 : 0,3210).
Het voertuig wordt gebruikt voor de woon-werkverplaatsingen en voor de eigenlijke privé-verplaatsingen.
De werknemer dient een vergoeding te betalen aan zijn werkgever op basis van de voor persoonlijk gebruik (zowel voor de eigenlijke privé-verplaatsingen als voor de woon-werkverplaatsingen) gereden kilometers. Deze vergoeding stemt overeen met een bedrag van 0,12 EUR per kilometer. Deze kilometers bedragen op jaarbasis 19.000.
Voordeel te vermelden op de 281.10 :
Kenletter V : 1.507,50 (2.407,50 (7.500 x 0,3210) - 900,00 (7.500 x 0,12)).
Indien de bijdrage volledig in mindering wordt gebracht (zie punt V, 3), moet de fiche echter als volgt worden opgemaakt :
Kenletter V : 3.819,00 (6.099,00 (19.000 x 0,3210) - 2.280,00 (19.000 x 0,12)).
IX. TOEPASSINGSGEBIED
9.1 De richtlijnen opgenomen in deze circulaire en inzonderheid de forfaitaire kilometeraantallen zijn van toepassing op alle werknemers en bedrijfsleiders ongeacht de sector (privé of publiek) waartoe ze behoren.
9.2 Bovendien gelden deze richtlijnen alleen voor het berekenen van het voordeel van alle aard en dus niet voor andere belastingaspecten, zoals de berekening van de beroepskosten, de vergoedingen in specie voor woon-werkverplaatsingen, enz…
X. INWERKINGTREDING
10. De forfaitaire regeling vermeld in deze circulaire is van toepassing op de voordelen die worden toegekend vanaf 1 januari 2004.
XI. WEERSLAG OP BESTAANDE AKKOORDEN - NIEUWE AKKOORDEN
11.1 De terzake bestaande akkoorden houden op te bestaan vanaf 1 januari 2004.
Iedere onderneming waarmee een dergelijk akkoord is afgesloten, zal hiervan overeenkomstig de bestaande regels door de taxatiedienst - beheerder van het fiscaal dossier op de hoogte worden gebracht. Deze kennisgeving zal gebeuren vanaf het ogenblik van de ontvangst van onderhavige circulaire.
11.2 Nieuwe akkoorden zullen kunnen worden afgesloten op basis van de in de voorgaande nummers uiteengezette regels.
De Minister,
D. REYNDERS
Circulaire nr. Ci.RH.241/561.364 (AOIF 8/2004) dd. 05.02.2004
Bull. nr. 846, pag. 903-910
BEDRIJFSVOORHEFFING
Inkomen onderworpen aan de BV
BEZOLDIGING
Voordeel van alle aard
INDIVIDUELE FICHE
Loonfiche 281.10
SAMENVATTENDE OPGAVE
Opgave 325.10
VOORDEEL VAN ALLE AARD
Forfaitaire raming van de voordelen van alle aard
Kosteloze beschikking over een autovoertuig
Forfaitaire raming van voordelen van alle aard voor firmawagens
Aan alle ambtenaren
INHOUDSTAFEL
I. INLEIDING
1. Deze circulaire heeft betrekking op de forfaitaire raming van de voordelen van alle aard die voortvloeien uit het persoonlijk gebruik door werknemers of bedrijfsleiders van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig en heeft inzonderheid tot doel om de terzake in aanmerking te nemen kilometers op uniforme en forfaitaire wijze te regelen.
II. WETTELIJKE, REGLEMENTAIRE EN ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN
A. Algemeen
2.1 De voordelen van alle aard worden op grond van artikel 31, tweede lid, 2° en 32, tweede lid, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) als belastbare bezoldigingen van werknemers en bedrijfsleiders aangemerkt.
Dergelijke voordelen worden in principe volgens de werkelijke waarde bij de verkrijger in aanmerking genomen of de waarde ervan kan bij het koninklijk besluit worden vastgesteld (artikel 36 WIB 92).
2.2 Wat het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig betreft, wordt het voordeel forfaitair vastgesteld overeenkomstig de regels van artikel 18, § 3, punt 9, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 92 (KB/WIB 92). De waarde van het belastbaar voordeel is gelijk aan het aantal voor persoonlijk gebruik afgelegde kilometers, met een minimum van 5.000, vermenigvuldigd met een bedrag per afgelegde kilometer dat geïndexeerd wordt en afhangt van de belastbare kracht van het voertuig inzake de verkeersbelasting.
B. Draagwijdte van de notie "persoonlijk gebruik"
2.3. Artikel 18, § 3, punt 9, KB/WIB 92 bevat geen definitie van wat onder "persoonlijk gebruik" van een voertuig moet worden verstaan.
Voor de toepassing van de inkomstenbelastingen omvat het "persoonlijk gebruik" van een voertuig :
1. de eigenlijke privé-verplaatsingen tijdens weekends, vakanties of vrije tijd, om privé-aankopen te doen, e.d.m.;
2. de woon-werkverplaatsingen.
2.4 Het in aanmerking nemen van de woon-werkverplaatsingen vindt steun in de volgende principes en wettelijke bepalingen :
| - | de kosten voor de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling met een voertuig worden overeenkomstig de artikelen 49 en 66, §§ 4 en 5, WIB 92 als eigen beroepskosten van de belastingplichtige (inzonderheid werknemer, bedrijfsleider) aangemerkt. De vergoedingen in geld of in natura (zoals de terbeschikkingstelling van een voertuig) voor woon-werkverplaatsingen, moeten bijgevolg als belastbare beroepsinkomsten worden aangemerkt; |
| - | de vergoedingen voor reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling worden overeenkomstig artikel 38, § 1, eerste lid, 9°, WIB 92 onder bepaalde voorwaarden en binnen zekere grenzen uitdrukkelijk van belasting vrijgesteld. Die vrijstelling impliceert noodzakelijkerwijze dat de vergoedingen voor woon-werkverplaatsingen - in voorkomend geval in natura (zoals de terbeschikkingstelling van een voertuig) in principe belastbaar zijn. |
2.5 Voor de woon-werkverplaatsingen met een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig wordt echter alleen een belastbaar voordeel aangerekend voor de verplaatsingen tussen de woonplaats en de vaste plaats van tewerkstelling.
2.6 Of een plaats van tewerkstelling een vaste plaats van tewerkstelling is, moet worden beoordeeld aan de hand van het geheel van feitelijke en juridische omstandigheden die eigen zijn aan elk geval afzonderlijk, zoals de bepalingen van de arbeidsovereenkomst, andere contractuele en reglementaire bepalingen met betrekking tot de beroepswerkzaamheid van de werknemer of de bedrijfsleider, zijn taak- en functieomschrijving, de frequentie en de regelmaat van zijn verplaatsingen naar eenzelfde plaats van tewerkstelling, de duur die hij op die plaats wordt ingezet, enz. Het feit alleen dat een werknemer of een bedrijfsleider zich niet gedurende een aantal opeenvolgende dagen naar eenzelfde plaats van tewerkstelling moet begeven, volstaat bijgevolg niet om te besluiten dat die plaats van tewerkstelling geen vaste plaats van tewerkstelling zou zijn (zie ook nr. 66/7.3 Com.IB 92).
III. KILOMETERAANTALLEN
3.1 Voor de berekening van het in aanmerking te nemen voordeel van alle aard zal worden aanvaard dat de kilometeraantallen (op jaarbasis) als volgt worden vastgesteld :
| Afstand in kms (enkel) tussen de woonplaats en de vaste plaats van tewerkstelling | In aanmerking te nemen kilometeraantal |
| 25 | 5.000 |
| > 25 | 7.500 |
3.2 Voor werknemers en bedrijfsleiders die geen woon-werkverplaatsingen met het ter beschikking gesteld voertuig afleggen en het voertuig voor eigen privé-verplaatsingen gebruiken, geldt het bij KB vastgesteld wettelijk minimum van 5.000 kilometer.
3.3 De forfaitaire kilometeraantallen opgenomen in kolom 2 van de tabel gaan uit van het normale aantal werkdagen op jaarbasis. Daarbij is rekening gehouden met de normale en uitzonderlijke afwezigheden en klein verlet (vakantiedagen, compensatiedagen, recuperatiedagen, omstandigheidsverlof, ziekteverlof, studie- en congresdagen, …) en met het feit dat het voertuig niet alle dagen uitsluitend wordt gebruikt voor verplaatsingen tussen de woonplaats en de vaste plaats van tewerkstelling maar ook naar niet vaste plaatsen van tewerkstelling.
IV BIJZONDERHEDEN
4. 1. Deze forfaitaire kilometeraantallen mogen alleen pro rata temporis worden verminderd indien de belastingplichtige slechts een gedeelte van het jaar de beschikking heeft over het voertuig (vb. vanaf 1 september of tot en met juni in welk geval de forfaitaire kilometeraantallen vermeld in voormelde tabel mogen worden herleid tot 4/12, respectievelijk 6/12).
2. Overeenkomstig de bepalingen van art. 18, § 4, KB/WIB 92 mag het in aanmerking te nemen voordeel worden verminderd met de bijdrage van de verkrijger van dat voordeel.
Indien de werknemer of de bedrijfsleider aan zijn werkgever of zijn vennootschap een vergoeding betaalt op basis van de kilometers en indien toepassing wordt gemaakt van art. 18, § 4 KB/WIB 92, dienen omwille van de coherentie de kilometeraantallen voor de berekening van de in mindering te brengen bijdrage in principe te worden beperkt tot de forfaitaire kilometeraantallen opgenomen in de hiervoor vermelde tabel (zie evenwel punt V, nr. 3).
V. UITZONDERINGEN
5. De forfaitaire kilometeraantallen als vermeld in punt III en IV zullen algemeen aanvaard worden behoudens :
1. buitengewone omstandigheden (zie antwoord op de mondelinge parlementaire vraag nr. 3-115 van 18 december 2003, gesteld door Senator DEDECKER - Senaat, Plenaire vergaderingen, 18 december 2003 - namiddagvergadering, Handelingen, 3-31, p 21);
2. indien de werknemer of de bedrijfsleider zijn beroepskosten m.b.t. de woon-werkverplaatsingen bewijst met toepassing van art. 49 en 66, § 4 en 5, WIB 92. In dat geval moet het voordeel in de personenbelasting (of de belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen) omwille van de coherentie worden berekend aan de hand van de werkelijke kilometers die in aanmerking worden genomen voor de bewezen beroepskosten;
3. indien de werknemer of de bedrijfsleider aan zijn werkgever of zijn vennootschap een bijdrage betaalt op basis van de kilometers en die kilometers hoger zijn dan de forfaitaire kilometeraantallen als vermeld in punt III en IV en de bijdrage overeenkomstig art. 18, § 4, KB/WIB 92 volledig in mindering van het voordeel wordt gebracht. In dat geval moet het voordeel omwille van de coherentie worden berekend aan de hand van de werkelijke kilometers die in aanmerking zijn genomen voor de berekening van de bijdrage die in mindering is gebracht.
VI. BEDRIJFSVOORHEFFING
6. Overeenkomstig het nr. 3 van de Bijlage III bij het koninklijk besluit tot uitvoering van het KB/WIB 92, (zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 15 december 2003 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing - Belgisch Staatsblad van 23 december 2003 - 2 de Editie) zijn de voordelen van alle aard aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen.
VII. INDIVIDUELE FICHES 281.10/281.20 EN SAMENVATTENDE OPGAVEN 325.10/325.20
7.1 Voor werknemers dient het belastbare voordeel van alle aard te worden vermeld op de individuele loonfiches 281.10 tegenover de kenletter V (vak 14 c en d) voor de voertuigen die gebruikt worden voor woonwerkverplaatsingen en eigenlijke privé-verplaatsingen en op de ermee overeenstemmende samenvattende opgave 325.10 (zie tabel, nr. 3.1). Voorzover het voertuig wordt gebruikt in het kader van het georganiseerd gemeenschappelijk vervoer, moet het voordeel dat betrekking heeft op die woon-werkverplaatsingen evenwel in vak 14, b en 14, d (tegenover kenletter V) worden vermeld.
7.2 Voor werknemers die geen woon-werkverplaatsingen hebben en die het voertuig gebruiken voor de eigenlijke privé-verplaatsingen (zie nr. 3.2), dient het voordeel echter te worden vermeld tegenover kenletter T (vak 9 litt c) van de individuele fiche 281.10.
7.3 Voor de bedrijfsleiders dient het voordeel steeds te worden vermeld tegenover de kenletter T Dir (vak 9 litt c) van de individuele fiche 281.20 en op de ermee overeenstemmende opgave 325.20.
7.4 Vanaf het inkomstenjaar 2004 zal op de fiches 281.10 en 281.20 het aantal kilometers moeten worden vermeld dat voor de berekening van het voordeel in aanmerking wordt genomen.
VIII. VOORBEELDEN
8.1 Voorbeeld 1
Afstand woonplaats - plaats van tewerkstelling (enkel) : 20 km.
Fiscale PK : 9 (bedrag voor inkomstenjaar 2004 : 0,2647).
Het voertuig wordt gebruikt voor de woon-werkverplaatsingen en voor eigenlijke privé-verplaatsingen.
Voordeel te vermelden op de fiche 281.10 kenletter V : 1.323,50 (5.000 x 0,2647).
8.2 Voorbeeld 2
Afstand woonplaats - plaats van tewerkstelling (enkel) : 40 km.
Fiscale PK : 10 (bedrag voor inkomstenjaar 2004 : 0,2928).
Het voertuig wordt gebruikt voor de woon-werkverplaatsingen en voor eigenlijke privé-verplaatsingen.
Aantal werkdagen : 210.
Voordeel te vermelden op de fiche 281.10 kenletter V : 2.196,00 (7.500 x 0,2928).
Wanneer de werknemer opteert voor de aftrek van zijn werkelijke beroepskosten m.b.t. zijn woon-werkverplaatsingen ten belope van 2.520 EUR (210 x 40 x 2 x 0,15 EUR per afgelegde kilometer), dient het kilometeraantal om het belastbaar voordeel van alle aard m.b.t. de woon-werkverplaatsingen in de personenbelasting (belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen) te bepalen echter op 16.800 (210 x 40 x 2) (i.p.v. 7.500 volgens de tabel) te worden gebracht.
8.3 Voorbeeld 3
Afstand woonplaats - plaats van tewerkstelling (enkel) : 35 km.
Wagen met fiscale PK : 11 (bedrag voor inkomstenjaar 2004 : 0,3210).
Het voertuig wordt gebruikt voor de woon-werkverplaatsingen en voor de eigenlijke privé-verplaatsingen.
De werknemer dient een vergoeding te betalen aan zijn werkgever op basis van de voor persoonlijk gebruik (zowel voor de eigenlijke privé-verplaatsingen als voor de woon-werkverplaatsingen) gereden kilometers. Deze vergoeding stemt overeen met een bedrag van 0,12 EUR per kilometer. Deze kilometers bedragen op jaarbasis 19.000.
Voordeel te vermelden op de 281.10 :
Kenletter V : 1.507,50 (2.407,50 (7.500 x 0,3210) - 900,00 (7.500 x 0,12)).
Indien de bijdrage volledig in mindering wordt gebracht (zie punt V, 3), moet de fiche echter als volgt worden opgemaakt :
Kenletter V : 3.819,00 (6.099,00 (19.000 x 0,3210) - 2.280,00 (19.000 x 0,12)).
IX. TOEPASSINGSGEBIED
9.1 De richtlijnen opgenomen in deze circulaire en inzonderheid de forfaitaire kilometeraantallen zijn van toepassing op alle werknemers en bedrijfsleiders ongeacht de sector (privé of publiek) waartoe ze behoren.
9.2 Bovendien gelden deze richtlijnen alleen voor het berekenen van het voordeel van alle aard en dus niet voor andere belastingaspecten, zoals de berekening van de beroepskosten, de vergoedingen in specie voor woon-werkverplaatsingen, enz…
X. INWERKINGTREDING
10. De forfaitaire regeling vermeld in deze circulaire is van toepassing op de voordelen die worden toegekend vanaf 1 januari 2004.
XI. WEERSLAG OP BESTAANDE AKKOORDEN - NIEUWE AKKOORDEN
11.1 De terzake bestaande akkoorden houden op te bestaan vanaf 1 januari 2004.
Iedere onderneming waarmee een dergelijk akkoord is afgesloten, zal hiervan overeenkomstig de bestaande regels door de taxatiedienst - beheerder van het fiscaal dossier op de hoogte worden gebracht. Deze kennisgeving zal gebeuren vanaf het ogenblik van de ontvangst van onderhavige circulaire.
11.2 Nieuwe akkoorden zullen kunnen worden afgesloten op basis van de in de voorgaande nummers uiteengezette regels.
De Minister,
D. REYNDERS
Bron: FisconetPlus
