Circulaire 2020/C/21 betreffende de vaststelling van het belastbaar roerend inkomen ingeval geen of ontoereikende roerende voorheffing ingehouden is
Deze circulaire bevat de bijwerking van de voorbeelden opgenomen in de Com.IB 92, met betrekking tot de vaststelling van de belastbare grondslag ingeval geen of ontoereikende RV is ingehouden bij een volledige of gedeeltelijke tenlasteneming van deze voorheffing door de schuldenaar van de inkomsten ter ontlasting van de verkrijger (toepassing van art. 268, WIB 92 – principe van de 'brutering'van het inkomen).
inkomstenbelastingen ; roerend inkomen ; belastbare grondslag ; tenlastenemingvan de RV door de schuldenaar van de inkomsten ; brutering van het inkomen
FOD Financiën, 29.01.2020
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Roerende voorheffing
BIJLAGE: 1
Deze circulaire bevat de bijwerking van de voorbeelden opgenomen in de Com.IB 92 met betrekking tot de vaststelling van de belastbare grondslag ingeval geen of ontoereikende RV is ingehouden bij een volledige of gedeeltelijke tenlasteneming van deze voorheffing door de schuldenaar van de inkomsten ter ontlasting van de verkrijger.
Het gaat om de toepassing van de bepalingen van art. 268, WIB 92, die gericht zijn op de hersamenstelling van de bruto belastbare grondslag (principe van de 'brutering' van het inkomen).
De commentaar opgenomen in nrs. 261/61 tot 63 en 261/66, Com.IB 92, is vervangen door de tekst opgenomen in bijlage.
De uitgevoerde bijwerking bevat geen inhoudelijk wijziging.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,
D. DELVAUX
Adviseur-generaal
Interne ref.: 718.297
